naslaan.comZoekenAlle merken

ATAG KD8178AF, tekst van de handleiding

Pagina's 2–10 van 40 · inhoud en begin van de handleiding · pdf

← begin van de handleiding

Pagina 1: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.

Pagina 2

Het apparaat in vogelvlucht

Inhoudsopgave

De fabrikant werkt voortdurend aan de verdere ontwikkeling van alle typen en modellen. Daarom vragen wij om uw begrip voor het feit dat wij wijzigingen in vorm, uitvoering en techniek moeten voorbehouden.

Om alle voordelen van uw nieuwe apparaat te leren kennen, de instructies in deze handleiding aandachtig doorlezen a.u.b.

De handleiding geldt voor meerdere modellen, afwijkingen zijn mogelijk. Paragrafen die alleen voor bepaalde apparaten van toepassing zijn, zijn gekenmerkt met een sterretje (*).

Gebruiksaanwijzingen zijn gekenmerkt met een , gebruiksresultaten met een .

1 Het apparaat in vogelvlucht

1.1 Apparaten- en uitrustingsoverzicht

Aanwijzing

Fig. 1

1.2 Toepassingen van het apparaat

Het apparaat is alleen geschikt voor het koelen van levensmiddelen in huishoudelijke of soortgelijke omgeving. Hiertoe behoort bijvoorbeeld het gebruik

- in personeelskeukens, bed and breakfasts, - door gasten in landhuizen, hotels, motels, en andere onderkomens, - voor catering en soortgelijke diensten in de groothandel

Gebruik het apparaat alleen voor huishoudelijke toepassingen. Alle andere toepassingen zijn niet toegestaan. Het apparaat is niet geschikt voor het bewaren en koelen van medicijnen, bloedplasma, laboratoriumpreparaten en dergelijke stoffen en producten als genoemd in de richtlijn inzake medische hulpmiddelen 2007/47/EG. Misbruik van het apparaat kan leiden tot schade aan bewaarde producten of tot bederf ervan. Daarnaast is het apparaat niet geschikt voor gebruik op plaatsen waar ontploffingsgevaar kan heersen.

Het apparaat is volgens de klimaatklasse gebouwd voor gebruik bij bepaalde omgevingstemperaturen. De klimaatklasse van uw apparaat vindt u op het typeplaatje.

Aanwijzing

Pagina 3

Algemene veiligheidsvoorschriften

- Het gebruikte koelmiddel R 600a is milieuvriendelijk, maar brandbaar. Ontsnappend koelmiddel kan vlam vatten.
• De buisleidingen van het koelmiddelcircuit niet beschadigen.
• Binnenin het apparaat geen open vuur of ontstekingsbronnen gebruiken.
• Binnenin het apparaat geen elektrische apparaten gebruiken (b.v. stoomreinigers, verwarmingsapparatuur, ijsmachines enz.).
Klimaatklassevoor omgevingstemperaturen van
SN10 °C tot 32 °C
N16 °C tot 32 °C
ST16 °C tot 38 °C
T16 °C tot 43 °C
• Wanneer koelmiddel ontsnapt: open vuur of ontstekingsbronnen in de nabijheid van het lekpunt verwijderen.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 3)

1.3 Conformiteit Stekker uit het stopcontact trekken. Ruimte goed ventileren. Contact opnemen met de Technische Dienst. Het koelmiddelcircuit werd op lekkages gecontroleerd. Het - Geen explosieve stoffen of spuitbussen met brandbare drijfapparaat voldoet in de inbouwstaat aan de van toepassing gassen, zoals b.v. butaan, propaan, pentaan enz. in het zijnde veiligheidsbepalingen evenals de EG-richtlijnen apparaat bewaren. Zulke spuitbussen zijn herkenbaar aan 2006/95/EG en 2004/108/EG.

de op de verpakking vermelde inhoudsstoffen of een vlammensymbool. Eventueel uittredende gassen kunnen door 1.4 Energie sparen elektrische componenten vlam vatten.

- Sterke alcohol alleen goed gesloten en overeind staand - Zorg altijd voor een goede luchttoevoer en -afvoer. Ventila- opslaan. Eventueel uittredende alcohol kan door elektrische tieopeningen resp. -roosters niet afdekken. componenten vlam vatten.

- Ventilatorluchtspleten altijd vrij houden.

Gevaar voor vallen en omkiepen: - Stel het apparaat niet op in direct zonlicht en ook niet naast een fornuis, verwarming of dergelijke. - Plint, laden, deuren enz. niet als voetensteun of om te Het energieverbruik is afhankelijk van opstellingsomstandig- leunen misbruiken. Dit geldt in het bijzonder voor kinderen.

- heden b.v. de omgevingstemperatuur (zie 1.2) . Gevaar voor voedselvergiftiging:

- Open het apparaat zo kort mogelijk. - Te lang opgeslagen levensmiddelen niet meer nuttigen. - Hoe lager de temperatuur wordt ingesteld, des te hoger is Gevaar voor bevriezingen, gevoelloosheid en pijn: het energieverbruik.

- Zet de levensmiddelen soort bij soort. (zie Het apparaat in - Langdurig huidcontact met koude oppervlakken en vogelvlucht). gekoelde of ingevroren levensmiddelen vermijden of veilig-- Alle levensmiddelen goed verpakt en afgedekt opslaan. heidsmaatregelen treffen, b.v. handschoenen dragen. Rijpvorming wordt vermeden. Consumptie-ijs, met name waterijs of ijsblokjes niet onmid-- Levensmiddelen slechts zolang als nodig buiten het appa- dellijk en niet te koud consumeren.

raat laten staat, zodat ze niet te warm worden. Neem de specifieke aanwijzingen in de overige hoofd-- Warme gerechten inleggen: eerst laten afkoelen tot kamer- stukken in acht:

temperatuur.

- Diepvriesproducten in de koelruimte laten ontdooien.* - Wanneer het apparaat een dikke rijplaag heeft: apparaat ontdooien.*

2 Algemene veiligheidsvoorschriften

GEVAARduidt een direct gevaar aan, die de dood of ernstig lichamelijk letsel tot gevolg kan hebben wanneer dit gevaar niet vermeden wordt.
WAAR-SCHUWINGduidt een gevaarlijke situatie aan, die de dood of ernstig lichamelijk letsel tot gevolg kan hebben wanneer dit gevaar niet vermeden wordt.
VOOR-ZICHTIGduidt een gevaarlijke situatie aan, die lichamelijk letsel tot gevolg kan hebben wanneer dit gevaar niet vermeden wordt.
LET OPduidt een gevaarlijke situatie aan, die materiële schade tot gevolg kan hebben wanneer dit gevaar niet vermeden wordt.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 3)

Gevaren voor de gebruiker: - Dit apparaat is niet bestemd voor personen (ook kinderen) met fysieke, sensorische of mentale beperkingen of personen, die niet over voldoende ervaring en kennis beschikken. Tenzij zij door een persoon, die voor hun veiligheid verantwoordelijk is, in het gebruik van het apparaat worden onderwezen en die aanvankelijk toezicht uitoefent.

Erop toezien, dat kinderen niet met het apparaat spelen.

- In geval van storing stekker uit het stopcontact trekken (daarbij niet aan het netsnoer trekken) of zekering uitschakelen.

- Reparaties, aanpassingen aan het apparaat en het Aanwijzing geeft aan dat praktische aanwij-vervangen van het netsnoer alleen laten uitvoeren door de zingen en tips gegeven worden. Technische Dienst of ander daarvoor opgeleid vakpersoneel.

- Als u het stroomsnoer van het apparaat uittrekt, altijd bij de stekker nemen. Niet aan het snoer trekken.

- Apparaat alleen conform de beschrijving in de handleiding monteren en aansluiten.

- Bewaar deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig en geef hem eventueel aan de volgende eigenaar door.

- De lampen voor speciale doeleinden (gloeilampen, led, TL-lampen) in het apparaat zijn bedoeld om de binnenruimte te verlichten en niet geschikt als kamerverlichting.

Brandgevaar:

Pagina 4

Bedienings- en controle-elementen

3 Bedienings- en controle-elementen

3.1 Bedienings- en controle-elementen

Fig. 2

3.2 Temperatuurdisplay

Bij normale werking wordt aangegeven:

- de gemiddelde koeltemperatuur

De volgende aanduidingen wijzen op een storing. Mogelijke oorzaken en maatregelen voor het oplossen (zie Storingen).

- F0 tot F5

4 In gebruik nemen

4.1 Apparaat transporteren

VOORZICHTIG

Gevaar voor verwonding en beschadiging door verkeerd transport!

4.2 Apparaat opstellen

Neem bij beschadiging van het apparaat onmiddellijk - nog voor het aansluiten - contact op met de leverancier.

De vloer waar het apparaat komt te staan moet waterpas en vlak zijn.

Stel het apparaat niet op in direct zonlicht en ook niet naast een fornuis, verwarming of dergelijke.

Stel het apparaat niet op zonder hulp.

De plaatsingsruimte van uw apparaat moet volgens de norm EN 378 per 8 g R 600a koelmiddel over een volume van 1 m³ beschikken. Indien de plaatsingsruimte te klein is, kan in geval van een lek in het koelmiddelcircuit een ontvlambaar gas-luchtmengsel ontstaan. Informatie over de hoeveelheid koelmiddel vindt u op het typeplaatje aan de binnenkant van het apparaat.

Het apparaat alleen inbouwen in een stabiel meubel.

Respecteer altijd de afstanden voor ventilatie:

de ventilatieruimte aan de achterkant van het meubel moet minstens 38 mm diep zijn.

WAARSCHUWING

Brandgevaar door vocht!

Wanneer stroomgeleidende delen of de stroomaansluiting vochtig worden, kan dat leiden tot kortsluiting.

WAARSCHUWING

Brandgevaar door koelmiddel!

Het gebruikte koelmiddel R 600a is milieuvriendelijk, maar brandbaar. Ontsnappend koelmiddel kan vlam vatten.

WAARSCHUWING

Gevaar voor brand en beschadiging!

na de inbouw:

Aanwijzing

Als het apparaat in een erg vochtige omgeving staat, kan er condens worden gevormd op de buitenkant van het apparaat.

4.3 Afvalverwerking van de verpakking

WAARSCHUWING

Gevaar voor verstikking door verpakkingsmateriaal en folie! Kinderen niet met het verpakkingsmateriaal laten spelen.

De verpakking bestaat uit recyclebaar materiaal:

- Golfkarton/karton - Onderdelen uit geschuimd polystyreen - Folies en zakken uit polyetheen - Spanbanden uit polypropeen - Vastgespijkerd houten raam afgewerkt met polyethyleen*

Pagina 5

4.4 Apparaat aansluiten

LET OP

Gevaar voor beschadiging van de elektronische componenten!

WAARSCHUWING

Brand- en oververhittingsgevaar!

Stroomsoort (wisselstroom) en spanning op de plaats van bestemming moeten met de informaties op het typeplaatje (zie Het apparaat in vogelvlucht) overeenstemmen.

Het apparaat alleen aansluiten op een volgens de voorschriften geïnstalleerd stopcontact. Het stopcontact moet d.m.v. een zekering van 10 A of zwaarder beveiligd zijn.

Het moet makkelijk toegankelijk zijn, zodat het apparaat in urgentiegevallen snel van de stroomvoorziening gescheiden kan worden. Het stopcontact mag zich niet achter het apparaat bevinden.

4.5 Apparaat inschakelen

Schakel het apparaat in ongeveer 2 uur voor u er voor het eerst diepvriesproducten in legt.*

5 Bediening

5.1 Helderheid van het temperatuurdisplay

U kunt de helderheid van het temperatuurdisplay aanpassen aan het omgevingslicht.

5.1.1 Helderheid instellen

De helderheid is instelbaar tussen h1 (minimale lichtintensiteit) en h5 (maximale lichtintensiteit).

-of-5 min. wachten.

5.2 Kinderbeveiliging

Met de kinderbeveiliging zorgt u ervoor dat kinderen bij het spelen het apparaat niet onbedoeld uitschakelen.

Bediening

5.2.1 Kinderbeveiliging instellen

-of-5 min. wachten.

5.3 Deuralarm

Wanneer de deur langer dan 60 s geopend is, gaat het akoestisch alarm af.

Het akoestisch alarm stopt automatisch, zodra de deur gesloten wordt.

5.3.1 Deuralarm deactiveren

Het akoestisch alarm kan bij geopende deur worden uitgeschakeld. Het deactiveren werkt zolang de deur open staat.

5.4 Koelgedeelte

Door de natuurlijke luchtcirculatie in het koelgedeelte worden verschillende temperatuurbereiken in gesteld. Direct boven de afscheiding tussen de ClimatFreshbox zone en de achterzijde is het het koudste. Voorin aan de bovenkant en in de deur is het het warmste.

5.4.1 Levensmiddelen koelen

Aanwijzing

Het energieverbruik stijgt en de koelprestatie vermindert bij onvoldoende ventilatie.

het gedeelte vooraan op de bodem van het koelgedeelte alleen gebruiken om producten korte tijd neer te zetten, bijv. bij het opruimen of sorteren. Levensmiddelen daar niet laten liggen, ze kunnen bij het sluiten van de deur naar achter worden geschoven of omvallen.

5.4.2 Temperatuur instellen

De temperatuur is instelbaar van 9 °C tot 4 °C , aanbevolen wordt 5 °C.

Pagina 6

Bediening

In het diepvriesvak wordt een gemiddelde temperatuur van ca. –18 °C bereikt.*

Aanwijzing

Wanneer de temperatuur lager dan 4 °C moet zijn:

5.4.3 Fast-Cool

Met Fast-Cool schakelt u het hoogste koelvermogen in. Daarmee bereikt u lagere koeltemperaturen. Gebruik Fast-Cool om grote hoeveelheden levensmiddelen snel af te koelen.

Fast-Cool heeft een iets hoger energieverbruik.

Met Fast-Cool koelen

Toets Fast-Freeze Fig. 2 (5) kort indrukken.

De toets Fast-Cool Fig. 2 (5) brandt.

De koeltemperatuur daalt tot op de koudste waarde. Fast-Cool is ingeschakeld.

Fast-Cool voortijdig uitschakelen

5.4.4 Draagplateaus verplaatsen

De plateaus zijn door uittrekstops beveiligd tegen ongewild uittrekken.

5.4.5 Deelbare draagplateaus gebruiken

Fig. 3

5.4.6 Opbergvakken in de deur verplaatsen

Boter- en kaasvak altijd tegelijkertijd met het deksel verwijderen.

Deksel verwijderen: een zijkant van het boter- en kaasvak naar buiten drukken, tot de dekseltap vrij is, dan deksel zijdelings verwijderen.

5.4.7 Flessenhouder uitnemen

5.5 Climat-Freshbox-gedeelte

Het Climat-Freshbox-gedeelte maakt het mogelijk om verschillende soorten verse levensmiddelen driemaal langer dan bij normaal koelen met behoud van kwaliteit te bewaren.

Voor levensmiddelen met een vervaldatum geldt altijd de datum vermeld op de verpakking.

5.5.1 HydroSafe

De HydroSafe is bij een instelling op hoge luchtvochtigheid geschikt voor het bewaren van onverpakte sla, groenten en fruit die zelf veel vocht bevatten. Bij een goed gevulde schuiflade ontstaat een dauwfris klimaat met een luchtvochtigheid tot maximaal 90 %. De luchtvochtigheid in het vak hangt af van het vochtgehalte van de ingelegde producten en van hoe vaak het vak wordt geopend. U kunt de vochtigheid zelf instellen.

5.5.2 DrySafe

De DrySafe is geschikt voor het bewaren van droge of verpakte levensmiddelen (bijv. zuivelproducten, vlees, vis, vleeswaren). Hier ontstaat een relatief droog bewaarklimaat.

5.5.3 Levensmiddelen bewaren

Aanwijzing

Als u levensmiddelen omwille van plaatsgebrek samen moet bewaren:

de levensmiddelen verpakken.

Pagina 7

5.5.4 Bewaartijden

Richtwaarden voor de bewaartijd bij lage luchtvochtigheid
Botertot90dagen
Harde kazentot110dagen
Melktot12dagen
Vleeswaren, belegtot9dagen
Gevogeltetot6dagen
Varkensvleestot7dagen
Rundsvleestot7dagen
Wildtot7dagen

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 7)

Aanwijzing
• Denk erom dat eitwitrijke levensmiddelen sneller bederven. D.w.z. schaal- en schelpdieren bederven sneller dan vis, vis sneller dan vlees.
Richtwaarden voor de bewaartijd bij hoge luchtvochtigheid
Groenten, salades
Artisjokken tot14dagen
Selderij tot28dagen
Bloemkool tot21dagen
Broccoli tot13dagen
Witlof tot27dagen
Veldsla tot19dagen
Erwten tot14dagen
Groene kool tot14dagen
Wortelen tot80dagen
Knoflook tot160dagen
Koolrabi tot55dagen
Kropsla tot13dagen
Kruiden tot13dagen
Prei tot29dagen
Champignons tot7dagen
Radijsjes tot10dagen
Spruitjes tot20dagen
Asperges tot18dagen
Spinazie tot13dagen
Savooikool tot20dagen
Fruit
Abrikozen tot13dagen
Appels tot80dagen
Peren tot55dagen
Braambessen tot3dagen
Dadels tot180dagen
Aardbeien tot7dagen
Vijgen tot7dagen
Bosbessen tot9dagen

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 7)

Bediening

Richtwaarden voor de bewaartijd bij hoge luchtvochtigheid
Frambozentot3dagen
Aalbessentot7dagen
Kersen, zoettot14dagen
Kiwi'stot80dagen
Perzikentot13dagen
Pruimentot20dagen
Vossenbessentot60dagen
Rabarbertot13dagen
Kruisbessentot13dagen
Druiventot29dagen

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 7)

5.5.5 Temperatuur instellen

De temperatuur wordt automatisch geregeld. Bij een temperatuur in het koelgedeelte van 5 °C ligt de temperatuur in het Climat-Freshbox-gedeelte tussen 0 °C en 3 °C.

U kunt de temperatuur iets lager of hoger instellen. De temperatuur is instelbaar van b1 (laagste temperatuur) tot b9 (hoogste temperatuur). De waarde b5 is vooringesteld. Bij de waarden b1 tot b4 kan de temperatuur onder 0 ° C vallen, zodat de levensmiddelen lichtjes kunnen bevriezen.

-of-

5.5.6 De vochtigheid instellen in de HydroSafe

lage luchtvochtigheid: schuifregelaar naar links schuiven.

hoge luchtvochtigheid: schuifregelaar naar rechts schuiven.

5.5.7 Schuifladen

Fig. 4

Pagina 8

Onderhoud

6 Onderhoud

6.1 Ontdooien

Fig. 5

5.5.8 Vochtreguleringsplaat

Fig. 6

5.6 Vriesvak*

In het vriesvak kunt u bij een temperatuur van -18 °C en lager diepvriesproducten en ingevroren levensmiddelen meerdere maanden bewaren, ijsblokjes maken en verse levensmiddelen invriezen.

De luchttemperatuur in het vak, gemeten met een thermometer of andere meetapparatuur, kan schommelen.

5.6.1 Levensmiddelen invriezen*

U kunt maximaal 2 kg verse levensmiddelen per 24 u invriezen.

VOORZICHTIG

Gevaar voor verwonding door glasscherven!

Flessen en blikjes drinken kunnen bij het invriezen springen. Dit geldt met name voor koolzuurhoudend drinken.

4 u voor het invriezen zet u de temperatuur op 5 °C of kouder.

Om de levenmiddelen snel door en door te laten bevriezen, mag u de volgende hoeveelheden per verpakking niet overschrijden:

- fruit, groente max. 1 kg - vlees max. 2,5 kg

5.6.3 Levensmiddelen ontdooien*

- in het koelgedeelte - bij kamertemperatuur - in een magnetron - in een oven/heteluchtoven

6.1.1 Koelgedeelte ontdooien

Het koelgedeelte ontdooit automatisch. Het dooiwater verdampt. Waterdruppels op de achterwand zijn normaal en wijzen niet op een storing.

6.1.2 Vriesvak ontdooien*

In het vriesvak vormt zich na verloop van tijd een rijp- resp. ijslaag. Dat is heel normaal. De rijp- resp. ijslaag wordt sneller gevormd, indien de deur vaak wordt geopend of indien de ingelegde levensmiddelen warm zijn. Een dikke ijslaag doet echter het energieverbruik stijgen. Daarom moet u het apparaat regelmatig ontdooien.

VOORZICHTIG

Gevaar voor verwonding en beschadiging door hete stoom!

Schakel één dag voor het ontdooien de Fast-Freeze-functie in.

6.2 Apparaat reinigen

Voor het reinigen:

VOORZICHTIG

Gevaar voor verwonding en beschadiging door hete stoom! Hete stoom kan de oppervlakken beschadigen en brandwonden veroorzaken.

Pagina 9

LET OP

Verkeerd reinigen kan het apparaat beschadigen!

- Gebruik zachte poetsdoeken en een allesreiniger met een neutrale pH-waarde.

- Gebruik in de binnenruimte van het apparaat enkel levensmiddelenvriendelijke reinigings- en onderhoudsproducten.

Interieur:

Buiten- en binnenkant van kunststof reinigen:

Onderdelen:

Na het reinigen:

6.3 Technische Dienst

Probeer eerst of u de storing zelf kunt verhelpen (zie Storingen). Mocht dit niet het geval zijn, neem dan contact op met de Technische Dienst. Het adres vindt u in het bijgevoegd overzicht.

WAARSCHUWING

Gevaar voor verwonding door onvakkundige reparatie!

Fig. 7

Storingen

7 Storingen

Uw apparaat is zo ontworpen en gebouwd, dat een veilige werking en lange levensduur gegarandeerd zijn. Mocht desondanks storing optreden, eerst controleren of de storing door een bedieningsfout werd veroorzaakt. In dit geval moeten wij de ontstane kosten ook in de garantieperiode in rekening brengen. Volgende storingen kunt u zelf verhelpen:

Het apparaat functioneert niet.

→ Het apparaat is niet ingeschakeld.

→ De stekker zit niet goed in het stopcontact.

→ De zekering in het stopcontact is niet in orde.

De compressor blijft lopen.

→ De compressor schakelt bij een verminderde koudebehoefte over op een lager toerental. Hoewel de looptijd daardoor langer is, wordt energie bespaard.

→ Fast-Cool is ingeschakeld.

De inverter knippert regelmatig om de 15 seconden*.

→ De inverter is met een foutdiagnose LED uitgevoerd.

Geluiden zijn te luid.

→ Op toerental gestuurde* compressoren kunnen naar aanleiding van de verschillende draaisnelheden verschillende geluiden veroorzaken.

Een borrelen en klateren

→ Dit geluid stamt van het koelmiddel, dat door het koelcircuit stroomt.

Een zacht klikken

→ Het geluid ontstaat bij het automatisch in- en uitschakelen van de koelaggregaat (de motor).

Een brommend geluid. Kan voor korte tijd iets luider zijn, wanneer de koelaggregaat (de motor) inschakelt.

→ Bij ingeschakelde Fast-Cool, nieuw opgeslagen levensmiddelen of na lang geopende deur wordt het koelvermogen automatisch verhoogd.

→ Bij nieuw opgeslagen levensmiddelen of na lang geopende deur wordt het koelvermogen automatisch verhoogd.*

Een lage bromtoon.

→ Het geluid ontstaat door luchtstromingsgeluiden van de ventilator.

Pagina 10

Afzetten

Vibratiegeluiden.

→ Het apparaat staat niet stabiel op de grond. Daardoor worden aangrenzende meubels of voorwerpen door de lopende koelaggregaat in vibratie gezet.

In de temperatuurdisplay wordt aangegeven: F0 tot F5.

→ Het betreft een storing.

Temperatuur is niet laag genoeg.

→ De deur is niet goed gesloten.

→ Niet voldoende be- en ontluchting.

→ De omgevingstemperatuur is te hoog.

→ Het apparaat werd te vaak of te lang geopend.

→ De temperatuur is verkeerd ingesteld.

→ Het apparaat staat te dicht bij een warmtebron.

→ Het apparaat werd niet juist in de nis ingebouwd.

De binnenverlichting brandt niet.

→ Het apparaat is niet ingeschakeld.

→ De deur was langer dan 15 min. open.

→ De LED-verlichting is defect of de afdekking is beschadigd:

WAARSCHUWING

Gevaar voor verwonding door een elektrische schok!

Onder de afdekking bevinden zich stroomgeleidende delen.

WAARSCHUWING

Gevaar voor verwonding door laserstraling klasse 1M.

8 Afzetten

8.1 Apparaat uitschakelen

8.2 Buiten werking stellen

9 Apparaat afdanken

Het apparaat bevat nog waardevolle materialen en mag niet met het gewoon huis- of grofvuil worden meegegeven. Het recyclen van afgedankte apparaten moet vakkundig gebeuren overeenkomstig de plaatselijk geldende voorschriften en wetten.

Let erop dat bij het afvoeren van het afgedankte apparaat het koelmiddelcircuit niet wordt beschadigd, zodat het koelmiddel (informatie op het typeplaatje) of de olie erin niet ongewild vrijkomen.

← begin van de handleidingInhoud