ATAG KD8178AF, tekst van de handleiding
Koelkast · ATAG · 9 pagina's in het Nederlands · pdf: 40 pagina's, 0,7 MB
Storingen op pagina 9
Pagina 9
Vanaf de titel; het begin van pagina 9 staat in de pdf.
Storingen
- Contact opnemen met de Technische Dienst en het probleem, apparaataanduiding Fig. 7 (1), service-nr. Fig. 7 (2) en serie-nr. Fig. 7 (3) mededelen.
- Dit maakt een snelle en doelgerichte service mogelijk.
- Het apparaat gesloten laten, totdat de Technische Dienst komt.
- De levensmiddelen blijven langer koel.
- Trek de stekker uit het stopcontact (daarbij niet aan het snoer trekken) of de draai de zekering uit.
7 Storingen
Uw apparaat is zo ontworpen en gebouwd, dat een veilige werking en lange levensduur gegarandeerd zijn. Mocht desondanks storing optreden, eerst controleren of de storing door een bedieningsfout werd veroorzaakt. In dit geval moeten wij de ontstane kosten ook in de garantieperiode in rekening brengen. Volgende storingen kunt u zelf verhelpen:
Het apparaat functioneert niet.
→ Het apparaat is niet ingeschakeld.
- Apparaat inschakelen.
→ De stekker zit niet goed in het stopcontact.
- Stekker controleren.
→ De zekering in het stopcontact is niet in orde.
- Zekering controleren.
De compressor blijft lopen.
→ De compressor schakelt bij een verminderde koudebehoefte over op een lager toerental. Hoewel de looptijd daardoor langer is, wordt energie bespaard.
- Dat is bij energiebesparende modellen normaal.
→ Fast-Cool is ingeschakeld.
- Om de levensmiddelen snel af te koelen, draait de compressor langer. Dit is normaal.
De inverter knippert regelmatig om de 15 seconden*.
→ De inverter is met een foutdiagnose LED uitgevoerd.
- Het knipperen is normaal.
Geluiden zijn te luid.
→ Op toerental gestuurde* compressoren kunnen naar aanleiding van de verschillende draaisnelheden verschillende geluiden veroorzaken.
- Het geluid is normaal.
Een borrelen en klateren
→ Dit geluid stamt van het koelmiddel, dat door het koelcircuit stroomt.
- Het geluid is normaal.
Een zacht klikken
→ Het geluid ontstaat bij het automatisch in- en uitschakelen van de koelaggregaat (de motor).
- Het geluid is normaal.
Een brommend geluid. Kan voor korte tijd iets luider zijn, wanneer de koelaggregaat (de motor) inschakelt.
→ Bij ingeschakelde Fast-Cool, nieuw opgeslagen levensmiddelen of na lang geopende deur wordt het koelvermogen automatisch verhoogd.
- Het geluid is normaal.
→ Bij nieuw opgeslagen levensmiddelen of na lang geopende deur wordt het koelvermogen automatisch verhoogd.*
- Het geluid is normaal.* → De omgevingstemperatuur is te hoog.
- Oplossing: (zie 1.2)
Een lage bromtoon.
→ Het geluid ontstaat door luchtstromingsgeluiden van de ventilator.
- Het geluid is normaal.
Pagina 10
Afzetten
Vibratiegeluiden.
→ Het apparaat staat niet stabiel op de grond. Daardoor worden aangrenzende meubels of voorwerpen door de lopende koelaggregaat in vibratie gezet.
- Flessen en containers uit elkaar zetten.
In de temperatuurdisplay wordt aangegeven: F0 tot F5.
→ Het betreft een storing.
- Contact opnemen met de Technische Dienst (zie Onderhoud).
Temperatuur is niet laag genoeg.
→ De deur is niet goed gesloten.
- Deur van het apparaat sluiten.
→ Niet voldoende be- en ontluchting.
- Luchtrooster schoonmaken.
→ De omgevingstemperatuur is te hoog.
- Oplossing: (zie 1.2) .
→ Het apparaat werd te vaak of te lang geopend.
- Afwachten of de benodigde temperatuur weer vanzelf wordt bereikt. Zo niet, contact opnemen met de Technische Dienst. (zie Onderhoud).
→ De temperatuur is verkeerd ingesteld.
- Stel de temperatuur lager in en controleer na 24 u.
→ Het apparaat staat te dicht bij een warmtebron.
- Oplossing: (zie In gebruik nemen).
→ Het apparaat werd niet juist in de nis ingebouwd.
- Controleer of het apparaat juist is ingebouwd en de deur goed sluit.
De binnenverlichting brandt niet.
→ Het apparaat is niet ingeschakeld.
- Apparaat inschakelen.
→ De deur was langer dan 15 min. open.
- De binnenverlichting schakelt bij geopende deur na ca. 15 min. automatisch uit.
→ De LED-verlichting is defect of de afdekking is beschadigd:
WAARSCHUWING
Gevaar voor verwonding door een elektrische schok!
Onder de afdekking bevinden zich stroomgeleidende delen.
- LED-binnenverlichting uitsluitend door de Technische Dienst of daarvoor geschoold personeel laten vervangen of repareren.
WAARSCHUWING
Gevaar voor verwonding door laserstraling klasse 1M.
- Kijk niet naar binnen als de afdekking open is.
8 Afzetten
8.1 Apparaat uitschakelen
- Toets On/Off Fig. 2 (4) ca. 2 s indrukken.
- Het temperatuurdisplay is uit.
8.2 Buiten werking stellen
- Apparaat leegmaken.
- Stekker uittrekken.
- Apparaat reinigen (zie 6.2) .
- Laat de deur wat open staan zodat er geen onaangename geuren kunnen ontstaan.
9 Apparaat afdanken
Het apparaat bevat nog waardevolle materialen en mag niet met het gewoon huis- of grofvuil worden meegegeven. Het recyclen van afgedankte apparaten moet vakkundig gebeuren overeenkomstig de plaatselijk geldende voorschriften en wetten.
Let erop dat bij het afvoeren van het afgedankte apparaat het koelmiddelcircuit niet wordt beschadigd, zodat het koelmiddel (informatie op het typeplaatje) of de olie erin niet ongewild vrijkomen.
- Apparaat onbruikbaar maken.
- Trek de stekker uit.
- Snijd het aansluitsnoer door.
Pagina 1: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 2
Het apparaat in vogelvlucht
Inhoudsopgave
- 1 Het apparaat in vogelvlucht.................................. 2
- 1.1 Apparaten- en uitrustingsoverzicht........................... 2
- 1.2 Toepassingen van het apparaat............................... 2
- 1.3 Conformiteit.............................................................. 3
- 1.4 Energie sparen......................................................... 3
- 2 Algemene veiligheidsvoorschriften..................... 3
- 3 Bedienings- en controle-elementen..................... 4
- 3.1 Bedienings- en controle-elementen.......................... 4
- 3.2 Temperatuurdisplay................................................. 4
- 4 In gebruik nemen................................................... 4
- 4.1 Apparaat transporteren............................................ 4
- 4.2 Apparaat opstellen................................................... 4
- 4.3 Afvalverwerking van de verpakking.......................... 4
- 4.4 Apparaat aansluiten................................................. 5
- 4.5 Apparaat inschakelen............................................... 5
- 5 Bediening................................................................ 5
- 5.1 Helderheid van het temperatuurdisplay.................... 5
- 5.2 Kinderbeveiliging...................................................... 5
- 5.3 Deuralarm................................................................ 5
- 5.4 Koelgedeelte ........................................................... 5
- 5.5 Climat-Freshbox-gedeelte........................................ 6
- 5.6 Vriesvak................................................................... 8
- 6 Onderhoud.............................................................. 8
- 6.1 Ontdooien................................................................ 8
- 6.2 Apparaat reinigen..................................................... 8
- 6.3 Technische Dienst.................................................... 9
- 7 Storingen................................................................ 9
- 8 Afzetten................................................................... 10
- 8.1 Apparaat uitschakelen.............................................. 10
- 8.2 Buiten werking stellen.............................................. 10
- 9 Apparaat afdanken................................................ 10
De fabrikant werkt voortdurend aan de verdere ontwikkeling van alle typen en modellen. Daarom vragen wij om uw begrip voor het feit dat wij wijzigingen in vorm, uitvoering en techniek moeten voorbehouden.
Om alle voordelen van uw nieuwe apparaat te leren kennen, de instructies in deze handleiding aandachtig doorlezen a.u.b.
De handleiding geldt voor meerdere modellen, afwijkingen zijn mogelijk. Paragrafen die alleen voor bepaalde apparaten van toepassing zijn, zijn gekenmerkt met een sterretje (*).
Gebruiksaanwijzingen zijn gekenmerkt met een , gebruiksresultaten met een .
1 Het apparaat in vogelvlucht
1.1 Apparaten- en uitrustingsoverzicht
Aanwijzing
- Levensmiddelen zoals in de afbeelding getoond sorteren. Zo werkt het apparaat energiebesparend.
- Plateaus, schuifladen of manden zijn in de geleverde toestand voor een optimale energie-efficiëntie ingedeeld.
Fig. 1
- (1) Bedienings- en controlepaneel
- (2) Boter- en kaasvak
- (3) Vriesvak*
- (4) Ventilator
- (5) Conservenrek
- (6) Opbergvak voor hoge flessen
- (7) Flessenhouder
- (8) Plateaus, deelbaar
- (9) Plateaus, verplaatsbaar
- (10) LED-binnenverlichting
- (11) Typeplaatje
- (12) DrySafe
- (13) HydroSafe
- (14) Afvoeropening
- (15) Stelpootjes vooraan
1.2 Toepassingen van het apparaat
Het apparaat is alleen geschikt voor het koelen van levensmiddelen in huishoudelijke of soortgelijke omgeving. Hiertoe behoort bijvoorbeeld het gebruik
- in personeelskeukens, bed and breakfasts, - door gasten in landhuizen, hotels, motels, en andere onderkomens, - voor catering en soortgelijke diensten in de groothandel
Gebruik het apparaat alleen voor huishoudelijke toepassingen. Alle andere toepassingen zijn niet toegestaan. Het apparaat is niet geschikt voor het bewaren en koelen van medicijnen, bloedplasma, laboratoriumpreparaten en dergelijke stoffen en producten als genoemd in de richtlijn inzake medische hulpmiddelen 2007/47/EG. Misbruik van het apparaat kan leiden tot schade aan bewaarde producten of tot bederf ervan. Daarnaast is het apparaat niet geschikt voor gebruik op plaatsen waar ontploffingsgevaar kan heersen.
Het apparaat is volgens de klimaatklasse gebouwd voor gebruik bij bepaalde omgevingstemperaturen. De klimaatklasse van uw apparaat vindt u op het typeplaatje.
Aanwijzing
- Respecteer de opgegeven omgevingstemperaturen, zoniet vermindert de koelprestatie.
Pagina 3
Algemene veiligheidsvoorschriften
| - Het gebruikte koelmiddel R 600a is milieuvriendelijk, maar brandbaar. Ontsnappend koelmiddel kan vlam vatten. • De buisleidingen van het koelmiddelcircuit niet beschadigen. • Binnenin het apparaat geen open vuur of ontstekingsbronnen gebruiken. • Binnenin het apparaat geen elektrische apparaten gebruiken (b.v. stoomreinigers, verwarmingsapparatuur, ijsmachines enz.). | ||
| Klimaatklasse | voor omgevingstemperaturen van | |
| SN | 10 °C tot 32 °C | |
| N | 16 °C tot 32 °C | |
| ST | 16 °C tot 38 °C | |
| T | 16 °C tot 43 °C | |
| • Wanneer koelmiddel ontsnapt: open vuur of ontstekingsbronnen in de nabijheid van het lekpunt verwijderen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 3)
1.3 Conformiteit Stekker uit het stopcontact trekken. Ruimte goed ventileren. Contact opnemen met de Technische Dienst. Het koelmiddelcircuit werd op lekkages gecontroleerd. Het - Geen explosieve stoffen of spuitbussen met brandbare drijfapparaat voldoet in de inbouwstaat aan de van toepassing gassen, zoals b.v. butaan, propaan, pentaan enz. in het zijnde veiligheidsbepalingen evenals de EG-richtlijnen apparaat bewaren. Zulke spuitbussen zijn herkenbaar aan 2006/95/EG en 2004/108/EG.
de op de verpakking vermelde inhoudsstoffen of een vlammensymbool. Eventueel uittredende gassen kunnen door 1.4 Energie sparen elektrische componenten vlam vatten.
- Sterke alcohol alleen goed gesloten en overeind staand - Zorg altijd voor een goede luchttoevoer en -afvoer. Ventila- opslaan. Eventueel uittredende alcohol kan door elektrische tieopeningen resp. -roosters niet afdekken. componenten vlam vatten.
- Ventilatorluchtspleten altijd vrij houden.
Gevaar voor vallen en omkiepen: - Stel het apparaat niet op in direct zonlicht en ook niet naast een fornuis, verwarming of dergelijke. - Plint, laden, deuren enz. niet als voetensteun of om te Het energieverbruik is afhankelijk van opstellingsomstandig- leunen misbruiken. Dit geldt in het bijzonder voor kinderen.
- heden b.v. de omgevingstemperatuur (zie 1.2) . Gevaar voor voedselvergiftiging:
- Open het apparaat zo kort mogelijk. - Te lang opgeslagen levensmiddelen niet meer nuttigen. - Hoe lager de temperatuur wordt ingesteld, des te hoger is Gevaar voor bevriezingen, gevoelloosheid en pijn: het energieverbruik.
- Zet de levensmiddelen soort bij soort. (zie Het apparaat in - Langdurig huidcontact met koude oppervlakken en vogelvlucht). gekoelde of ingevroren levensmiddelen vermijden of veilig-- Alle levensmiddelen goed verpakt en afgedekt opslaan. heidsmaatregelen treffen, b.v. handschoenen dragen. Rijpvorming wordt vermeden. Consumptie-ijs, met name waterijs of ijsblokjes niet onmid-- Levensmiddelen slechts zolang als nodig buiten het appa- dellijk en niet te koud consumeren.
raat laten staat, zodat ze niet te warm worden. Neem de specifieke aanwijzingen in de overige hoofd-- Warme gerechten inleggen: eerst laten afkoelen tot kamer- stukken in acht:
temperatuur.
- Diepvriesproducten in de koelruimte laten ontdooien.* - Wanneer het apparaat een dikke rijplaag heeft: apparaat ontdooien.*
2 Algemene veiligheidsvoorschriften
| GEVAAR | duidt een direct gevaar aan, die de dood of ernstig lichamelijk letsel tot gevolg kan hebben wanneer dit gevaar niet vermeden wordt. |
| WAAR-SCHUWING | duidt een gevaarlijke situatie aan, die de dood of ernstig lichamelijk letsel tot gevolg kan hebben wanneer dit gevaar niet vermeden wordt. |
| VOOR-ZICHTIG | duidt een gevaarlijke situatie aan, die lichamelijk letsel tot gevolg kan hebben wanneer dit gevaar niet vermeden wordt. |
| LET OP | duidt een gevaarlijke situatie aan, die materiële schade tot gevolg kan hebben wanneer dit gevaar niet vermeden wordt. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 3)
Gevaren voor de gebruiker: - Dit apparaat is niet bestemd voor personen (ook kinderen) met fysieke, sensorische of mentale beperkingen of personen, die niet over voldoende ervaring en kennis beschikken. Tenzij zij door een persoon, die voor hun veiligheid verantwoordelijk is, in het gebruik van het apparaat worden onderwezen en die aanvankelijk toezicht uitoefent.
Erop toezien, dat kinderen niet met het apparaat spelen.
- In geval van storing stekker uit het stopcontact trekken (daarbij niet aan het netsnoer trekken) of zekering uitschakelen.
- Reparaties, aanpassingen aan het apparaat en het Aanwijzing geeft aan dat praktische aanwij-vervangen van het netsnoer alleen laten uitvoeren door de zingen en tips gegeven worden. Technische Dienst of ander daarvoor opgeleid vakpersoneel.
- Als u het stroomsnoer van het apparaat uittrekt, altijd bij de stekker nemen. Niet aan het snoer trekken.
- Apparaat alleen conform de beschrijving in de handleiding monteren en aansluiten.
- Bewaar deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig en geef hem eventueel aan de volgende eigenaar door.
- De lampen voor speciale doeleinden (gloeilampen, led, TL-lampen) in het apparaat zijn bedoeld om de binnenruimte te verlichten en niet geschikt als kamerverlichting.
Brandgevaar:
Pagina 4
Bedienings- en controle-elementen
3 Bedienings- en controle-elementen
3.1 Bedienings- en controle-elementen
Fig. 2
- (1) Temperatuurdisplay
- (2) Insteltoets “-”
- (3) Insteltoets “+”
- (4) Toets On/Off
- (5) Toets Fast-Cool
- (6) Toets Alarm
- (7) Symbool Kinderbeveiliging
3.2 Temperatuurdisplay
Bij normale werking wordt aangegeven:
- de gemiddelde koeltemperatuur
De volgende aanduidingen wijzen op een storing. Mogelijke oorzaken en maatregelen voor het oplossen (zie Storingen).
- F0 tot F5
4 In gebruik nemen
4.1 Apparaat transporteren
VOORZICHTIG
Gevaar voor verwonding en beschadiging door verkeerd transport!
- Het apparaat verpakt transporteren.
- Het apparaat overeind transporteren.
- Het apparaat niet alleen transporteren.
4.2 Apparaat opstellen
Neem bij beschadiging van het apparaat onmiddellijk - nog voor het aansluiten - contact op met de leverancier.
De vloer waar het apparaat komt te staan moet waterpas en vlak zijn.
Stel het apparaat niet op in direct zonlicht en ook niet naast een fornuis, verwarming of dergelijke.
Stel het apparaat niet op zonder hulp.
De plaatsingsruimte van uw apparaat moet volgens de norm EN 378 per 8 g R 600a koelmiddel over een volume van 1 m³ beschikken. Indien de plaatsingsruimte te klein is, kan in geval van een lek in het koelmiddelcircuit een ontvlambaar gas-luchtmengsel ontstaan. Informatie over de hoeveelheid koelmiddel vindt u op het typeplaatje aan de binnenkant van het apparaat.
Het apparaat alleen inbouwen in een stabiel meubel.
Respecteer altijd de afstanden voor ventilatie:
de ventilatieruimte aan de achterkant van het meubel moet minstens 38 mm diep zijn.
- Voor de aan- en afvoer van lucht in de sokkel en meubelombouw is minstens 200 cm² vereist.
- In principe geldt het volgende: hoe meer ventilatieruimte, hoe energiezuiniger het apparaat werkt.
WAARSCHUWING
Brandgevaar door vocht!
Wanneer stroomgeleidende delen of de stroomaansluiting vochtig worden, kan dat leiden tot kortsluiting.
- Het apparaat is ontworpen voor gebruik in een gesloten ruimte. Het apparaat niet buiten, in een vochtige omgeving of binnen bereik van spatwater plaatsen.
WAARSCHUWING
Brandgevaar door koelmiddel!
Het gebruikte koelmiddel R 600a is milieuvriendelijk, maar brandbaar. Ontsnappend koelmiddel kan vlam vatten.
- De buisleidingen van het koelmiddelcircuit niet beschadigen.
WAARSCHUWING
Gevaar voor brand en beschadiging!
- Plaats geen warmte afgevende apparaten, bijv. magnetron, toaster enz. op het apparaat!
- Haal het aansluitsnoer van de achterzijde van het apparaat. Verwijder hierbij de snoerhouder, anders kunnen trillingsgeluiden ontstaan!
na de inbouw:
- Trek de beschermfolie van de sierlijsten.
- Verwijder alle transportbeveiligingsonderdelen.
- Rode transportbeveiliging losschroeven. Vrijgekomen bevestigingsgat met stop (60) afdichten.
- Doe de verpakking weg (zie 4.3) .
Aanwijzing
- Apparaat reinigen (zie 6.2) .
Als het apparaat in een erg vochtige omgeving staat, kan er condens worden gevormd op de buitenkant van het apparaat.
- Zorg altijd goed voor een goede verluchting van de plaatsingsruimte.
4.3 Afvalverwerking van de verpakking
WAARSCHUWING
Gevaar voor verstikking door verpakkingsmateriaal en folie! Kinderen niet met het verpakkingsmateriaal laten spelen.
De verpakking bestaat uit recyclebaar materiaal:
- Golfkarton/karton - Onderdelen uit geschuimd polystyreen - Folies en zakken uit polyetheen - Spanbanden uit polypropeen - Vastgespijkerd houten raam afgewerkt met polyethyleen*
- Breng het verpakkingsmateriaal naar een officieel inzamelpunt.
Pagina 5
4.4 Apparaat aansluiten
LET OP
Gevaar voor beschadiging van de elektronische componenten!
- Gebruik geen omvormer (omzetten van gelijkstroom naar wisselstroom) of spaarstekker.
WAARSCHUWING
Brand- en oververhittingsgevaar!
- Gebruik geen verlengsnoer of verdeeldoos.
Stroomsoort (wisselstroom) en spanning op de plaats van bestemming moeten met de informaties op het typeplaatje (zie Het apparaat in vogelvlucht) overeenstemmen.
Het apparaat alleen aansluiten op een volgens de voorschriften geïnstalleerd stopcontact. Het stopcontact moet d.m.v. een zekering van 10 A of zwaarder beveiligd zijn.
Het moet makkelijk toegankelijk zijn, zodat het apparaat in urgentiegevallen snel van de stroomvoorziening gescheiden kan worden. Het stopcontact mag zich niet achter het apparaat bevinden.
- Elektrische aansluiting controleren.
- Steek de stekker in het stopcontact.
4.5 Apparaat inschakelen
Schakel het apparaat in ongeveer 2 uur voor u er voor het eerst diepvriesproducten in legt.*
- Toets On/Off Fig. 2 (4) indrukken.
- Het temperatuurdisplay geeft de actuele temperatuur weer.
- De binnenverlichting brandt wanneer de deur open is.
5 Bediening
5.1 Helderheid van het temperatuurdisplay
U kunt de helderheid van het temperatuurdisplay aanpassen aan het omgevingslicht.
5.1.1 Helderheid instellen
De helderheid is instelbaar tussen h1 (minimale lichtintensiteit) en h5 (maximale lichtintensiteit).
- Instelmodus activeren: Toets Fast-Cool Fig. 2 (5) ca. 5 s indrukken.
- De toets Fast-Cool knippert. Op het display wordt c aangegeven.
- Met insteltoets “+” Fig. 2 (3) en insteltoets “-” Fig. 2 (2) h selecteren.
- Bevestigen: Toets Fast-Cool Fig. 2 (5) kort indrukken.
- Display lichter instellen: insteltoets “+” Fig. 2 (3) indrukken.
- Display donkerder instellen: insteltoets “-” Fig. 2 (2) indrukken.
- Bevestigen: Toets Fast-Cool Fig. 2 (5) indrukken.
- De helderheid is op de nieuwe waarde ingesteld.
- Instelmodus deactiveren: Toets On/Off Fig. 2 (4) indrukken.
-of-5 min. wachten.
- Op het temperatuurdisplay wordt weer de temperatuur aangegeven.
5.2 Kinderbeveiliging
Met de kinderbeveiliging zorgt u ervoor dat kinderen bij het spelen het apparaat niet onbedoeld uitschakelen.
Bediening
5.2.1 Kinderbeveiliging instellen
- Instelmodus activeren: Toets Fast-Cool Fig. 2 (5) ca. 5 s indrukken.
- De toets Fast-Cool knippert. Op het display wordt c aangegeven.
- De toets Fast-Cool Fig. 2 (5) kort indrukken om te bevestigen.
- Inschakelen: Met insteltoets “+” Fig. 2 (3) of insteltoets “-” Fig. 2 (2) c1 selecteren.
- Uitschakelen: Met insteltoets “+” Fig. 2 (3) of insteltoets “-” Fig. 2 (2) c0 selecteren.
- Bevestigen: Toets Fast-Cool Fig. 2 (5) indrukken.
- Wanneer het symbool Kinderbeveiliging Fig. 2 (7) verlicht is, is de kinderbeveiliging ingeschakeld.
- Instelmodus deactiveren: Toets On/Off Fig. 2 (4) indrukken.
-of-5 min. wachten.
- Op het temperatuurdisplay wordt weer de temperatuur aangegeven.
5.3 Deuralarm
Wanneer de deur langer dan 60 s geopend is, gaat het akoestisch alarm af.
Het akoestisch alarm stopt automatisch, zodra de deur gesloten wordt.
5.3.1 Deuralarm deactiveren
Het akoestisch alarm kan bij geopende deur worden uitgeschakeld. Het deactiveren werkt zolang de deur open staat.
- Toets Alarm Fig. 2 (6) indrukken.
- Het akoestisch alarm gaat uit.
5.4 Koelgedeelte
Door de natuurlijke luchtcirculatie in het koelgedeelte worden verschillende temperatuurbereiken in gesteld. Direct boven de afscheiding tussen de ClimatFreshbox zone en de achterzijde is het het koudste. Voorin aan de bovenkant en in de deur is het het warmste.
5.4.1 Levensmiddelen koelen
Aanwijzing
Het energieverbruik stijgt en de koelprestatie vermindert bij onvoldoende ventilatie.
- Ventilatieluchtspleten altijd vrijlaten.
- Bederfelijke etenswaren, bereide gerechten, vlees en vleeswaren bewaart u in de koudste zone. In het bovengedeelte en in de deur boter en conserven bewaren. (zie Het apparaat in vogelvlucht)*
- In het bovengedeelte en in de deur boter en conserven bewaren. (zie Het apparaat in vogelvlucht)
- Gebruik om te verpakken herbruikbare dozen van kunststof, metaal, aluminium, glas en vershoudfolie.
het gedeelte vooraan op de bodem van het koelgedeelte alleen gebruiken om producten korte tijd neer te zetten, bijv. bij het opruimen of sorteren. Levensmiddelen daar niet laten liggen, ze kunnen bij het sluiten van de deur naar achter worden geschoven of omvallen.
- Leg de levensmiddelen niet te dicht bij elkaar, zodat de lucht goed kan circuleren.
- Flessen tegen omvallen beveiligen: de flessenhouder verschuiven.
5.4.2 Temperatuur instellen
De temperatuur is instelbaar van 9 °C tot 4 °C , aanbevolen wordt 5 °C.
Pagina 6
Bediening
In het diepvriesvak wordt een gemiddelde temperatuur van ca. –18 °C bereikt.*
Aanwijzing
Wanneer de temperatuur lager dan 4 °C moet zijn:
- Koeltemperatuur op 4 °C instellen.
- ClimatFreshbox-temperatuur op een waarde tussen b4 (iets kouder) en b1 (het koudst) instellen .
- Temperatuur hoger instellen: insteltoets "+" Fig. 2 (3) indrukken.
- Temperatuur lager instellen: insteltoets "-" Fig. 2 (2) indrukken.
- Bij de eerste keer indrukken geeft de temperatuurdisplay de tot dusver ingestelde waarde aan.
- Temperatuur in 1 °C -stappen veranderen: toets kort indrukken.
- Temperatuur blijvend veranderen: toets ingedrukt houden.
- Tijdens het instellen wordt de temperatuur knipperend aangegeven.
- Ca. 5 s na het indrukken van de toets wordt de daadwerkelijke temperatuur aangegeven. De temperatuur past zich langzaam aan de nieuwe instelling aan.
5.4.3 Fast-Cool
Met Fast-Cool schakelt u het hoogste koelvermogen in. Daarmee bereikt u lagere koeltemperaturen. Gebruik Fast-Cool om grote hoeveelheden levensmiddelen snel af te koelen.
Fast-Cool heeft een iets hoger energieverbruik.
Met Fast-Cool koelen
Toets Fast-Freeze Fig. 2 (5) kort indrukken.
De toets Fast-Cool Fig. 2 (5) brandt.
De koeltemperatuur daalt tot op de koudste waarde. Fast-Cool is ingeschakeld.
- Fast-Cool schakelt na ca. 6 h automatisch uit. Het apparaat werkt in de energiebesparende normale modus verder.
Fast-Cool voortijdig uitschakelen
- Toets Fast-Freeze Fig. 2 (5) kort indrukken.
- De toets Fast-Cool Fig. 2 (5) gaat uit.
- Fast-Cool is uitgeschakeld.
5.4.4 Draagplateaus verplaatsen
De plateaus zijn door uittrekstops beveiligd tegen ongewild uittrekken.
- Til het draagplateau op en trek het naar voren uit.
- De korte glasplaat bovenaan voor de ventilator inschuiven.
- Draagplateau met de aanslagrand achter naar boven wijzend inschuiven.
- De levensmiddelen vriezen niet aan de achterwand vast.
5.4.5 Deelbare draagplateaus gebruiken
Fig. 3
- Geleiders opsteken, eventueel letten op het rechter (R) en linker (L) deel!
- De glasplaat met aanslagrand (2) moet achteraan liggen.
5.4.6 Opbergvakken in de deur verplaatsen
- Vakken uitnemen volgens de afbeelding.
Boter- en kaasvak altijd tegelijkertijd met het deksel verwijderen.
Deksel verwijderen: een zijkant van het boter- en kaasvak naar buiten drukken, tot de dekseltap vrij is, dan deksel zijdelings verwijderen.
5.4.7 Flessenhouder uitnemen
- Flessenhouder volgens afbeelding uitnemen.
5.5 Climat-Freshbox-gedeelte
Het Climat-Freshbox-gedeelte maakt het mogelijk om verschillende soorten verse levensmiddelen driemaal langer dan bij normaal koelen met behoud van kwaliteit te bewaren.
Voor levensmiddelen met een vervaldatum geldt altijd de datum vermeld op de verpakking.
5.5.1 HydroSafe
De HydroSafe is bij een instelling op hoge luchtvochtigheid geschikt voor het bewaren van onverpakte sla, groenten en fruit die zelf veel vocht bevatten. Bij een goed gevulde schuiflade ontstaat een dauwfris klimaat met een luchtvochtigheid tot maximaal 90 %. De luchtvochtigheid in het vak hangt af van het vochtgehalte van de ingelegde producten en van hoe vaak het vak wordt geopend. U kunt de vochtigheid zelf instellen.
5.5.2 DrySafe
De DrySafe is geschikt voor het bewaren van droge of verpakte levensmiddelen (bijv. zuivelproducten, vlees, vis, vleeswaren). Hier ontstaat een relatief droog bewaarklimaat.
5.5.3 Levensmiddelen bewaren
Aanwijzing
- Niet in het Climat-Freshbox-gedeelte horen kougevoelige groenten als komkommers, aubergines, halfrijpe tomaten, courgettes en alle kougevoelige zuidvruchten.
- Zorg ervoor dat levensmiddelen niet bederven door overgedragen bacteriën: bewaar onverpakte dierlijke en plantaardige levensmiddelen gescheiden van elkaar in de laden. Dat geldt ook voor verschillende soorten vlees.
Als u levensmiddelen omwille van plaatsgebrek samen moet bewaren:
de levensmiddelen verpakken.
Pagina 7
5.5.4 Bewaartijden
| Richtwaarden voor de bewaartijd bij lage luchtvochtigheid | |||
|---|---|---|---|
| Boter | tot | 90 | dagen |
| Harde kazen | tot | 110 | dagen |
| Melk | tot | 12 | dagen |
| Vleeswaren, beleg | tot | 9 | dagen |
| Gevogelte | tot | 6 | dagen |
| Varkensvlees | tot | 7 | dagen |
| Rundsvlees | tot | 7 | dagen |
| Wild | tot | 7 | dagen |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 7)
| Aanwijzing • Denk erom dat eitwitrijke levensmiddelen sneller bederven. D.w.z. schaal- en schelpdieren bederven sneller dan vis, vis sneller dan vlees. | ||
| Richtwaarden voor de bewaartijd bij hoge luchtvochtigheid | ||
| Groenten, salades | ||
| Artisjokken tot | 14 | dagen |
| Selderij tot | 28 | dagen |
| Bloemkool tot | 21 | dagen |
| Broccoli tot | 13 | dagen |
| Witlof tot | 27 | dagen |
| Veldsla tot | 19 | dagen |
| Erwten tot | 14 | dagen |
| Groene kool tot | 14 | dagen |
| Wortelen tot | 80 | dagen |
| Knoflook tot | 160 | dagen |
| Koolrabi tot | 55 | dagen |
| Kropsla tot | 13 | dagen |
| Kruiden tot | 13 | dagen |
| Prei tot | 29 | dagen |
| Champignons tot | 7 | dagen |
| Radijsjes tot | 10 | dagen |
| Spruitjes tot | 20 | dagen |
| Asperges tot | 18 | dagen |
| Spinazie tot | 13 | dagen |
| Savooikool tot | 20 | dagen |
| Fruit | ||
| Abrikozen tot | 13 | dagen |
| Appels tot | 80 | dagen |
| Peren tot | 55 | dagen |
| Braambessen tot | 3 | dagen |
| Dadels tot | 180 | dagen |
| Aardbeien tot | 7 | dagen |
| Vijgen tot | 7 | dagen |
| Bosbessen tot | 9 | dagen |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 7)
Bediening
| Richtwaarden voor de bewaartijd bij hoge luchtvochtigheid | |||
|---|---|---|---|
| Frambozen | tot | 3 | dagen |
| Aalbessen | tot | 7 | dagen |
| Kersen, zoet | tot | 14 | dagen |
| Kiwi's | tot | 80 | dagen |
| Perziken | tot | 13 | dagen |
| Pruimen | tot | 20 | dagen |
| Vossenbessen | tot | 60 | dagen |
| Rabarber | tot | 13 | dagen |
| Kruisbessen | tot | 13 | dagen |
| Druiven | tot | 29 | dagen |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 7)
5.5.5 Temperatuur instellen
De temperatuur wordt automatisch geregeld. Bij een temperatuur in het koelgedeelte van 5 °C ligt de temperatuur in het Climat-Freshbox-gedeelte tussen 0 °C en 3 °C.
U kunt de temperatuur iets lager of hoger instellen. De temperatuur is instelbaar van b1 (laagste temperatuur) tot b9 (hoogste temperatuur). De waarde b5 is vooringesteld. Bij de waarden b1 tot b4 kan de temperatuur onder 0 ° C vallen, zodat de levensmiddelen lichtjes kunnen bevriezen.
- Instelmodus activeren: Toets Fast-Cool Fig. 2 (5) ca. 5 s indrukken.
- Toets Fast-Cool Fig. 2 (5) knippert. Op het temperatuurdisplay wordt weergegeven: C
- Insteltoets “+” Fig. 2 (3) net zo vaak indrukken tot op het display b knippert.
- Bevestigen: Toets Fast-Cool Fig. 2 (5) kort indrukken.
- Temperatuur warmer instellen: insteltoets “+” Fig. 2 (3) indrukken.
- Temperatuur kouder instellen: insteltoets “-” Fig. 2 (2) indrukken.
- Bevestigen: Toets Fast-Cool Fig. 2 (5) indrukken.
- De temperatuur past zich langzaam aan de nieuwe instelling aan.
- Instelmodus deactiveren: Toets On/Off Fig. 2 (4) indrukken.
-of-
- Wacht 5 minuten.
- Op het temperatuurdisplay wordt weer de temperatuur aangegeven.
5.5.6 De vochtigheid instellen in de HydroSafe
lage luchtvochtigheid: schuifregelaar naar links schuiven.
hoge luchtvochtigheid: schuifregelaar naar rechts schuiven.
5.5.7 Schuifladen
Fig. 4
- Schuiflade uittrekken, achterkant optillen en naar voren eruit lichten.
- Rails weer inschuiven!
Pagina 8
Onderhoud
6 Onderhoud
6.1 Ontdooien
Fig. 5
- Rails uitschuiven.
- Schuiflade op de rails plaatsen en inschuiven tot deze aan de achterkant hoorbaar vastklikt.
5.5.8 Vochtreguleringsplaat
Fig. 6
- Vochtreguleringsplaat verwijderen: plaat bij verwijderde schuifladen voorzichtig naar voren trekken en naar beneden eruit lichten.
- Vochtreguleringsplaat terugplaatsen: dekselranden van de plaat van onder in de achterste houder Fig. 6 (1) plaatsen en aan de voorkant in de houder Fig. 6 (2) vastklikken.
5.6 Vriesvak*
In het vriesvak kunt u bij een temperatuur van -18 °C en lager diepvriesproducten en ingevroren levensmiddelen meerdere maanden bewaren, ijsblokjes maken en verse levensmiddelen invriezen.
De luchttemperatuur in het vak, gemeten met een thermometer of andere meetapparatuur, kan schommelen.
5.6.1 Levensmiddelen invriezen*
U kunt maximaal 2 kg verse levensmiddelen per 24 u invriezen.
VOORZICHTIG
Gevaar voor verwonding door glasscherven!
Flessen en blikjes drinken kunnen bij het invriezen springen. Dit geldt met name voor koolzuurhoudend drinken.
- Flessen en blikjes met drinken niet invriezen!
4 u voor het invriezen zet u de temperatuur op 5 °C of kouder.
Om de levenmiddelen snel door en door te laten bevriezen, mag u de volgende hoeveelheden per verpakking niet overschrijden:
- fruit, groente max. 1 kg - vlees max. 2,5 kg
- Verdeel de levensmiddelen in porties en doe ze in diepvrieszakjes of in herbruikbare bakjes van kunststof, metaal of aluminium.
- Stel de temperatuur 24 u na het invriezen opnieuw hoger in.
5.6.3 Levensmiddelen ontdooien*
- in het koelgedeelte - bij kamertemperatuur - in een magnetron - in een oven/heteluchtoven
- Ontdooide levensmiddelen alleen bij wijze van uitzondering weer invriezen.
6.1.1 Koelgedeelte ontdooien
Het koelgedeelte ontdooit automatisch. Het dooiwater verdampt. Waterdruppels op de achterwand zijn normaal en wijzen niet op een storing.
- Afvoeropening regelmatig reinigen, zodat het dooiwater kan weglopen (zie 6.2) .
6.1.2 Vriesvak ontdooien*
In het vriesvak vormt zich na verloop van tijd een rijp- resp. ijslaag. Dat is heel normaal. De rijp- resp. ijslaag wordt sneller gevormd, indien de deur vaak wordt geopend of indien de ingelegde levensmiddelen warm zijn. Een dikke ijslaag doet echter het energieverbruik stijgen. Daarom moet u het apparaat regelmatig ontdooien.
VOORZICHTIG
Gevaar voor verwonding en beschadiging door hete stoom!
- Voor het ontdooien geen elektrische kacheltjes of stoomreinigers, open vuur of ontdooispray gebruiken.
- Gebruik geen scherpe voorwerpen om ijs te verwijderen.
Schakel één dag voor het ontdooien de Fast-Freeze-functie in.
- De diepvriesproducten krijgen een "koudereserve". Schakel het apparaat uit.
- De temperatuurdisplay gaat uit.
- Als de temperatuurdisplay niet uitgaat, is de kinderbeveiliging ingeschakeld (zie 5.2) .
- Trek de stekker uit.
- Wikkel de diepvriesproducten in krantenpapier of in een deken en bewaar op een koele plek.
- Plaats een pan met heet, niet kokend water op de bodem van het vak.
- Het ontdooien wordt versneld.
- Laat de deur van het vak en van het apparaat open tijdens het ontdooien.
- Losgeraakte ijsstukken uitnemen.
- Let erop, dat er geen dooiwater in de ombouw loopt.
- Indien nodig neemt u het dooiwater enkele keren op met een spons of doek.
- Het vak reinigen (zie 6.2) .
6.2 Apparaat reinigen
Voor het reinigen:
VOORZICHTIG
Gevaar voor verwonding en beschadiging door hete stoom! Hete stoom kan de oppervlakken beschadigen en brandwonden veroorzaken.
- Gebruik geen stoomreinigers!
Pagina 9: zie Storingen hierboven.
Pagina 10: zie hierboven.