naslaan.comZoekenAlle merken

ATAG KD8122AF, tekst van de handleiding

Koelkast · ATAG · 8 pagina's in het Nederlands · pdf: 35 pagina's, 2,3 MB

Handleiding openen (pdf) Bron: service.atag.nl

Deze handleiding geldt ook voor: KD8122BF.

Storingen op pagina 9

Pagina 9

Vanaf de titel; het begin van pagina 9 staat in de pdf.

Storingen - Problemen?

Het apparaat is zodanig geconstrueerd en gefabriceerd dat storingen nagenoeg niet voorkomen en een lange levensduur gegarandeerd is.

Doet zich desondanks een storing voor, ga dan a.u.b. na of deze misschien het gevolg is van een verkeerde bediening. Is dit het geval dan moeten we helaas - ook tijdens de garantietermijn - de reparatiekosten in rekening brengen.

De volgende storingen kunt u zelf opsporen en verhelpen:

Storing - mogelijke oorzaak en oplossing ______________________________________________

Het apparaat werkt niet, het display blijft donker.

- Is het apparaat correct ingeschakeld?

- Zit de stekker goed in het stopcontact?

- Is de zekering in de meterkast in orde?

De binnenverlichting brandt niet.

- Is het apparaat ingeschakeld?

- Stond de deur langer dan 15 min. open? De binnenverlichting wordt automatisch uitgeschakeld wanneer het apparaat langer dan ca. 15 minuten open staat.

- Gaat de binnenverlichting niet automatisch aan wanneer u het apparaat opent maar is het temperatuurdisplay wel verlicht, dan is de verlichting misschien defect.

Netspanning

Opgelet! Om persoonlijke ongelukken en materiële schade te vermijden, doet u er goed aan de reparaties en de vervanging van de LED-binnenverlichting alleen door de technische dienst te laten uitvoeren.

Voorzichtig - laserstraling klasse 1M. Bij open afdekking, niet rechtstreeks met optische instrumenten erin kijken.

Het apparaat maakt te veel lawaai.

- Staat het apparaat op een stevige ondergrond? Worden meubels/voorwerpen naast het apparaat door het draaiende aggregaat aan het trillen gebracht?

Zet de flessen en verpakkingen eventueel van elkaar af. - Normaal zijn: stromingsgeluiden (borrelen of ruisen) veroorzaakt door het koelmiddel dat in het koelmiddelcircuit stroomt. Een kort klikken. Dit ontstaat altijd als de compressor (de motor) automatisch in- of uitgeschakeld wordt.

Brommen van de motor. De motor bromt even iets harder als het aggregaat wordt ingeschakeld.

Het apparaat geeft een alarmsignaal.

- Is het apparaat goed gesloten?

Controleer het apparaat volgens de paragraaf "Alarm - geluidssignaal".

De temperatuur is niet laag genoeg.

- Is de temperatuur goed ingesteld? Stel indien nodig een lagere temperatuur in en lees het display na 24 uur nog eens af. - Sluit de apparaatdeur goed?

- Werd het apparaat juist ingebouwd?

- Is er voldoende be- en ontluchting?

Ventilatierooster eventueel vrijmaken.

- Is de omgevingstemperatuur te hoog? (zie passage "Bepalingen") - Werd het apparaat te vaak of te lang geopend?

- Eventueel afwachten of de gewenste temperatuur vanzelf weer wordt bereikt.

Technische dienst en typeplaatje

Kunt u geen van de hierboven beschreven oorzaken vaststellen en de storing niet zelf verhelpen of verschijnt op het temperatuurdisplay een foutmelding "F0" tot "F5" dan is er sprake van een storing. Neem in dit geval contact op met de dichtstbijzijnde technische dienst (zie bijgevoegd overzicht). Geef het nummer van de foutmelding (F1 enz.) door evenals de volgende gegevens op het typeplaatje:

de typeaanduiding 1, het servicenummer 2, het apparaatnummer 3.

Hierdoor wordt een snelle en efficiënte service mogelijk.

Het typeplaatje bevindt zich binnenin het apparaat, links naast de onderste Climat-Freshbox-lade.

Laat het apparaat dicht tot de klantendienst komt om een nog groter koudeverlies te vermijden.

_______________________________________________

De fabrikant werkt voortdurend aan de verdere ontwikkeling van alle typen en modellen. Hebt u er daarom a.u.b. begrip voor dat wij wijzigingen in vorm, uitvoering en techniek moeten voorbehouden.

9

* afhankelijk van model en uitvoering

Pagina 1: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.

Pagina 2

Het apparaat in vogelvlucht

Bedienings- en controlepaneel, afb. A1

1 Temperatuur- en insteldisplay

2 Tiptoetsen voor temperatuur:

UP = warmer, DOWN = kouder, aanbevolen instelling: 5 °C

3 Aan/Uit-toets

4 Fast-Cool-toets; licht op = functie ingeschakeld Voor het snel afkoelen van levensmiddelen. Automatische uitschakeling na ca. 6 uur.

5 Toets voor uitschakelen geluidssignaal bij deuralarm

6 Indicator voor kinderbeveiliging, licht op = functie ingeschakeld, tegen ongewenst uitschakelen. Meer informatie vindt u in de paragraaf 'Extra functies'.

Instelling van de luchtvochtigheid in de Climat-Freshbox-lade, afb. A2: schuif links = droog klimaat, rechts = vochtig klimaat

Typeplaatje, afb. A3 1 Typeaanduiding

2 Servicenummer

3 Apparaatnummer

4 Invriescapaciteit in kg/24h*

Overzicht van apparaat en uitrusting

1 Bedienings- en controlepaneel

2 Boter- en kaasvak

3 Vriesvak*, ca. -18 °C

4 IJsblokjeshouder*

5 In hoogte verstelbaar conservenblikkenvak

6 Ventilator

7 Verplaatsbare draagplateaus

8 LED-verlichting*

9 Deelbaar draagplateau* bl Typeplaatje, afb. A3 bm Opbergvak voor hoge flessen en drank

Climat-Freshbox-gedeelte, tussen 0 °C en 3 °C bn Lade voor droge of verpakte levensmiddelen bo Lade met regelbare luchtvochtigheid voor vochtig bewaren van sla, groente, fruit

bp Dooiwaterafvoer

2 * afhankelijk van model en uitvoering

Pagina 3

NL

Bewaar deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig en geef hem eventueel aan de volgende eigenaar door.

Deze gebruiksaanwijzing is voor verscheidene modellen geldig, afwijkingen zijn daarom mogelijk.

Inhoud pag.

Gebruiksaanwijzing

Het apparaat in vogelvlucht ..................................... 32

Inhoud ..................................................................... 33

Bepalingen .............................................................. 33

Tips voor energiebesparing ..................................... 33

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen .................... 34

Aanwijzing m.b.t. afdanken ...................................... 34

Inbouw- en ventilatie-aanwijzing .............................. 34

Ingebruikneming en controlepaneel .............................. 35

Aansluiten ............................................................... 35

In- en uitschakelen .................................................. 35

Temperatuur instellen .............................................. 35

Temperatuurdisplay ................................................. 35

Alarm - geluidssignaal ............................................. 36

Fast-Cool ................................................................ 36

Extra functies ......................................................... 36

Kinderbeveiliging .................................................. 36

Lichtintensiteit van het display* ............................. 36

Temperatuur in het Climat-Freshbox-gedeelte ...... 36

Koelgedeelte ................................................................. 37

Verdelen van de levensmiddelen ............................. 37

Indeling aanpassen ................................................. 37

Climat-Freshbox-gedeelte ............................................ 38

Wenken voor het bewaren ....................................... 38

Vriesvak ........................................................................ 39

Ontdooien, reinigen ...................................................... 40

Storingen - Problemen .................................................. 41

Technische dienst en typeplaatje ............................ 41

Bepalingen §

W Het apparaat werd ontworpen voor het koelen en in het vriesvak* invriezen en bewaren van levensmiddelen evenals het maken van ijs.

Het is bestemd voor huishoudelijk gebruik. Bij professioneel gebruik (in de horeca, detailhandel enz.) moeten de op de betreffende bedrijfstak van toepassing zijnde voorschriften worden nageleefd.

W Het apparaat is ontworpen voor een bepaalde klimaatklasse d.w.z. een minimale omgevingstemperatuur waaronder en een maximale omgevingstemperatuur waarboven het apparaat niet gebruikt mag worden. U vindt de klimaatklasse van het apparaat op het typeplaatje. Hierbij worden de volgende afkortingen gebruikt:

Klimaatklassevoor omgevingstemperaturen van
SN+10 °C bis +32 °C
N+16 °C bis +32 °C
ST+18 °C bis +38 °C
T+18 °C bis +43 °C

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 3)

- Het koelmiddelcircuit werd op lekkages gecontroleerd. - Het apparaat voldoet aan alle van toepassing zijnde veiligheidsbepalingen en de EG-richtlijnen 73/23/EEG en 89/336/EEG.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen

Aanwijzing m.b.t. afdanken

De verpakking is van recyclebare materialen gefabriceerd.

- Golfkarton/karton - Voorgevormde delen van geschuimd polystyreen - Folies van polyetheen - Spanbanden van polypropeen

Het afgedankte apparaat bevat nog waardevolle materialen en moet gescheiden van het ongesorteerde afval worden afgevoerd.

Technische veiligheid

W Om persoonlijk letsel en materiële schade te voorkomen, het apparaat alleen verpakt transporteren en met twee personen neerzetten.

W Het gebruikte koelmiddel R 600a is milieuvriendelijk, maar brandbaar.

W Leidingen van het koelmiddelcircuit niet beschadigen. Eruit spuitend koelmiddel kan oogletsel veroorzaken of ontbranden. W Wanneer koelmiddel vrijkomt, dan open vuur of ontstekingsbronnen in de nabijheid van het lekpunt verwijderen, stekker uit het stopcontact trekken en de ruimte goed ventileren.

W Bij schade aan het apparaat onmiddellijk - voor het aansluiten - bij de leverancier reclameren.

W Om een veilig gebruik te waarborgen het apparaat alleen volgens de informatie in de gebruiksaanwijzing monteren en aansluiten.

W In geval van een storing het apparaat van het net loskoppelen: stekker uit het stopcontact trekken (hierbij niet aan de aansluitkabel trekken) of zekering laten aanspringen resp. eruit draaien.

W Reparaties en ingrepen aan het apparaat alleen door de technische dienst laten uitvoeren, daar anders aanzienlijke gevaren voor de gebruiker ontstaan. Hetzelfde geldt voor het vervangen van het netsnoer.

Veiligheid bij gebruik

W Bewaar geen explosieve stoffen of spuitbussen met brandbare drijfgassen, zoals butaan, propaan, pentaan enz., in het apparaat. Eventueel vrijkomende gassen zouden door elektrische componenten kunnen ontbranden. U herkent dergelijke spuitbussen aan de erop gedrukte inhoudsvermelding of aan een vlamsymbool.

W Producten met een hoog percentage alcohol alleen goed afgesloten en staande bewaren.

W In het inwendige van het apparaat geen open vuur of ontstekingsbronnen gebruiken.

W Geen elektrische apparaten binnen het apparaat gebruiken (bijv. stoomreinigingsapparatuur, verwarmingsapparatuur, ijsmakers enz.).

W Plint, laden, deuren enz. niet als voetensteun of om te leunen misbruiken.

* afhankelijk van model en uitvoering 3

Pagina 4

W Dit apparaat is niet bedoeld voor personen (ook kinderen) met fysieke, sensorische of mentale gebreken of personen, die niet over voldoende ervaring en kennis beschikken, tenzij zij door een persoon, die voor hun veiligheid verantwoordelijk is, in het gebruik van het apparaat worden onderwezen of die aanvankelijk toezicht uitoefent. Kinderen mogen niet zonder toezicht achterblijven om te voorkomen dat ze met het apparaat spelen.

W Voorkom voortdurend huidcontact met koude oppervlakken of te koelen/te bevriezen levensmiddelen want dat kan een pijnlijk of dof gevoel en bevriezing veroorzaken. Bij langdurig huidcontact veiligheidsmaatregelen treffen, bijv. handschoenen dragen. W Consumptie-ijs, met name waterijs of ijsblokjes, na het eruit nemen niet onmiddellijk en niet te koud consumeren. Door de lage temperaturen bestaat "Gevaar voor verbranding". W Consumeer geen levensmiddelen die over de datum zijn, ze kunnen een voedselvergiftiging veroorzaken.

Inbouw- en ventilatie-aanwijzing

W Vermijd standplaatsen direct in het zonlicht, naast het fornuis, de radiator en dergelijke.

W Dek de ventilatieopeningen nooit af. Zorg altijd voor een goede luchttoevoer en -afvoer!

W De plaatsingsruimte van uw apparaat moet volgens de norm EN 378 pro 8 g koelmiddelmassa R 600a 1 kubieke m bezitten zodat er in geval van een lekkage in het koelmiddelcircuit geen ontvlambare gas-lucht-mengeling in de plaatsingsruimte van het apparaat kan ontstaan. Informatie over de hoeveelheid koelmiddel vindt u op het typeplaatje aan de binnenkant van het apparaat.

W Het koel-/vriesapparaat enkel in stabiele meubelstukken inbouwen.

W Neem de aanwijzingen van de bijgevoegde inbouwhandleiding in acht.

Tips voor energiebesparing !

W Houd de ventilatieopeningen vrij.

W Laat de deur nooit onnodig lang open staan.

W Plaats de levensmiddelen soort bij soort in het apparaat; houdt u aan de maximale bewaartijd.

W Bewaar alle levensmiddelen goed verpakt of afgedekt; rijpvorming wordt zo voorkomen.

W Laat warme gerechten eerst tot kamertemperatuur afkoelen voordat u ze in het apparaat plaatst.

W Laat diepvriesproducten in het koelgedeelte ontdooien. W Ontdooi het vriesvak* zodra zich een dikkere laag ijs gevormd heeft. Het apparaat vriest dan beter en zuiniger.

Ingebruikneming en controlepaneel

Wij adviseren u om het apparaat te reinigen voordat u het in gebruik neemt (zie verder onder "Reinigen").

Schakel het apparaat met het vriesvak ongeveer 2 uur voordat u de eerste levensmiddelen erin plaatst in.

Aansluiten

Stroomsoort (wisselstroom) en spanning op de opstellingsplaats moeten met de informatie op het typeplaatje overeenstemmen. Het typeplaatje bevindt zich aan de linker binnenkant, afb. A.

W Het apparaat alleen via een correct geïnstalleerd randaardestopcontact aansluiten.

W Het stopcontact moet d.m.v. een zekering van 10 A of zwaarder beveiligd zijn, buiten de achterzijde van het apparaat liggen en goed toegankelijk zijn.

W Het apparaat niet - op stand-alone ondulatoren aansluiten en - in combinatie met zgn. energiebesparingsstekkers gebruiken - de elektronica kan beschadigd worden, - samen met andere elektrische apparaten via een verdeellijst of een verlengkabel aansluiten - oververhittings- en brandgevaar.

W Bij het loshalen van het netsnoer van de achterzijde van het apparaat de kabelhouder verwijderen, om rammelen te voorkomen!

In- en uitschakelen

W Inschakelen: Druk op de Aan/Uit-toets 3; het temperatuurdisplay licht op/knippert.

- De verlichting brandt wanneer de deur geopend is.

W Uitschakelen: Druk ca. twee seconden op de Aan/Uit-toets; het temperatuurdisplay gaat uit.

Temperatuur instellen

Het apparaat is standaard ingesteld voor normaal bedrijf. Voor het koelgedeelte adviseren wij +5 °C.

In het vriesvak* is de gemiddelde temperatuur van de bevroren levensmiddelen dan -18 °C.

In het koelgedeelte:

W Temperatuur verlagen/kouder: Druk op de DOWN-insteltoets 2.

W Temperatuur verhogen/warmer: Druk op de UP-insteltoets 2.

4

* afhankelijk van model en uitvoering

Pagina 5

NL

- Ca. 5 s na de laatste druk op een toets schakelt de elektronica automatisch om en wordt de gemiddelde koeltemperatuur (= actuele waarde) weergegeven.

- De temperatuur is instelbaar in het koelgedeelte tussen 9 °C en 4 °C.

W In het Climat-Freshbox-gedeelte wordt de temperatuur automatisch geregeld, tussen 0 en 3 °C.

Indien u een hogere of een lagere temperatuur verkiest, bv. voor het bewaren van vis, kunt u de afsteltemperatuur in het Climat-Freshbox-gedeelte wijzigen. Meer informatie vindt u in de paragraaf "Extra functies".

Temperatuurdisplay

In de normale stand wordt de gemiddelde temperatuur in de koelruimte weergegeven.

Verschijnt op het temperatuurdisplay een foutmelding "F0" tot "F5" dan is sprake van een storing. Neem in dit geval contact op met de technische dienst van de leverancier van het apparaat. Wanneer u het nummer van de foutmelding (bijv. "F2") noemt, kan men u snel van dienst zijn.

Alarm - geluidssignaal

Het geluidssignaal helpt u, opgeslagen koelgoed te beschermen en energie te besparen.

- Dit is altijd te horen, wanneer de deur langer dan ca. 1 min. geopend is.

W Het geluid wordt uitgeschakeld door het indrukken van de Alarm-toets 5, - automatisch, wanneer de deur gesloten wordt.

- Het uitschakelen van het geluid is zolang actief als de deur geopend is. Bij het sluiten van de deur is de alarmfunctie automatisch weer ingeschakeld.

Fast-Cool

Met de functie Fast-Cool schakelt u op hoogste koelcapaciteit. Deze functie is bijzonder geschikt om grote hoeveelheden levensmiddelen, dranken, vers gebak of vers bereide levensmiddelen zo snel mogelijk af te koelen.

W Inschakelen: Druk kort op de Fast-Cool-toets 4 zodat ze oplicht. De koeltemperatuur daalt tot op de koudste waarde.

Opmerking: Fast-Cool verbruikt iets meer stroom. Na ca. 6 uur schakelt de elektronica echter weer automatisch naar de energiebesparende stand terug.

Extra functies

Via de instelmodus kunt u de kinderbeveiliging gebruiken, de lichtintensiteit van het display* veranderen en de temperatuur in het Climat-Freshbox-gedeelte iets kouder of warmer instellen.

Instelmodus activeren:

W Fast-Cool-toets ca. 5 sec drukken - de Fast-Cool-toets knippert - het display toont c voor kinderbeveiliging.

Opmerking: De waarde die dient te worden veranderd knippert.

W Door op de Up/Down-toets te drukken, de gewenste functie kiezen:

c = kinderbeveiliging, h = lichtintensiteit of b = Climat-Freshbox-temperatuur.

W Nu door kort op de Fast-Cool-toets te drukken, de functie selecteren/bevestigen:

Opmerking: b5 = instelling vooraf. Bij wijziging in richting kouder, "b4" tot "b1", kunnen temperaturen onder nul worden bereikt en de levensmiddelen in het Climat-Freshbox-gedeelte makkelijk invriezen.

Instelmodus verlaten:

W Door op de On/Off-toets te drukken, de instelmodus beëindigen; na 2 min. schakelt de electronica automatisch om.

- Het standaard regelbedrijf is weer actief.

Koelgedeelte

Verdelen van de levensmiddelen

Bovenin het apparaat, aan de voorkant en in de deur heerst de hoogste temperatuur (optimaal voor bijv. kaas en smeerbare boter).

Tips voor het koelen

- Leg de levensmiddelen niet te dicht tegen elkaar zodat de lucht er goed tussen circuleren kan. Ventilatorluchtgaten* aan de achterkant niet bedekken - belangrijk voor het koelvermogen! - Bewaar levensmiddelen die snel geur of smaak afgeven of aannemen evenals vloeistoffen altijd in een gesloten koelkastdoos of afgedekt.

Indeling aanpassen W Het conservenblikkenvak kunt u verplaatsen en alle opbergvakken zijn voor het reinigen uitneembaar, schuif het opbergvak omhoog, neem het er naar voren uit en zet het in de omgekeerde volgorde terug.

W Door het verschuiven van de flessen- en conservenhouder kunt u flessen beveiligen tegen omvallen bij het openen en sluiten van de deur, neem de flessenhouder altijd bij het fixeerdeeltje van kunststof! Voor het reinigen kan de houder worden weggenomen: de onderste rand van de houder naar voren trekken en losmaken.

* afhankelijk van model en uitvoering 5

Pagina 6

W De draagplateaus/glasplaten* kunt u afhankelijk van de hoogte van de producten verplaatsen:

- De glasplaat omhoogheffen, de uitsparing over het oplegvlak trekken en hoger of dieper inzetten. 3 - De glasplaten* zijn door uittrekstops beveiligd tegen ongewild 2 1 uittrekken.

- De korte glasplaat bovenaan, steeds voor de ventilator, onder het vriesvak* inschuiven.

W Gebruik het voorste vlak van de koeldeelbodem voor het kortstondig neerzetten van te koelen levensmiddelen, bijv. wanneer u opnieuw inricht of sorteert. Daardoor wordt het gebruik gemakkelijker. Laat de te koelen levensmiddelen er echter niet staan, anders kunnen ze bij het sluiten van de deur naar achteren geschoven worden of omvallen.

W De halve glasplaten bieden plaats voor hoge dozen: De bijgevoegde draagrails, op de gewenste hoogte rechts en links op de oplegnoppen steken, daarbij op het rechter- (R) en het linkerdeel (L) letten! De glasplaten 1/2 overeenkomstig inschuiven. 1 2

De glasplaat 2 met aan­ L R

2

slagrand moet achteraan 1 liggen!

Climat-Freshbox-gedeelte

In het Climat-Freshbox-gedeelte kunt u diverse verse levensmiddelen tot drie keer zo lang bewaren met een constante kwaliteit als bij traditionele koeling. Zo houdt u verse levensmiddelen langer goed. Smaak, versheid en voedingswaarde (gehalte aan vitamine B en C) blijven in hoge mate behouden. Er ontstaat minder afval en gewichtsverlies bij het panklaar maken van groente en fruit. U kunt vaker verse groente en fruit (en dus natuurlijker) eten. De automatisch geregelde bewaartemperatuur tussen 0 °C en 3 °C en de zich instellende luchtvochtigheid bieden optimale bewaaromstandigheden voor de verschillende levensmiddelen.

De bovenste lade , is geschikt voor het bewaren van droge of verpakte levensmiddelen (bijv. zuivelproducten, vlees, vis, worst). Hier ontstaat een relatief droog bewaarklimaat.

De regelbare laden , zijn in de stand "vochtig" geschikt voor het bewaren van onverpakte sla, groente, fruit. Bij een goed gevulde lade ontstaat een heerlijk fris klimaat met een luchtvochtigheid tot max. 90%.

Indien nodig kunt u deze lade naar keuze gebruiken met een droog of vochtig klimaat.

Vochtigheid regelen:

W "droog": klein vochtigheidssymbool - schuif naar links duwen. Voor levensmiddelen die geschikt zijn voor droge bewaring.

W "vochtig": hoge relatieve luchtvochtigheid van ca. 90%, groot vochtigheidssymbool - schuif helemaal naar rechts duwen. Geschikt voor onverpakt bewaarde levensmiddelen met een hoge vochtigheidsgraad, vb. verse bladsalades.

Opmerkingen:

W De luchtvochtigheid in de lade is afhankelijk van het vochtigheidsgehalte van de opgeslagen levensmiddelen en van hoe vaak de deur wordt geopend.

W Let erop dat u uitsluitend verse etenswaar koopt. Versheid en kwaliteit van de levensmiddelen bepalen de duur van de bewaartijd.

W Ethyleengasproducerende en -gevoelige levensmiddelen zoals fruit, groente en sla, altijd gescheiden bewaren of verpakken, om de houdbaarheid niet te reduceren; bijv. appels niet met kiwi's of kool bewaren.

W Onverpakte dierlijke en plantaardige levensmiddelen apart bewaren en gesorteerd in de laden leggen. Als dit uit plaatsgebrek niet mogelijk is, moeten zulke levensmiddelen worden verpakt. Houd verschillende soorten vlees van elkaar gescheiden. Indien u het vlees afzonderlijk verpakt, kunnen ziektekiemen zich minder snel uitbreiden en voorkomt u vroegtijdig bederf. W Houd er rekening mee dat eiwitrijkere levensmiddelen sneller bederven. Dit betekent dat schaaldieren en kreeftachtigen sneller bederven dan vis, vis sneller dan vlees.

W Levensmiddelen ongeveer enige tijd voor het nuttigen uit de laden halen. Aroma en smaak komen pas bij kamertemperatuur weer naar voren, de genotwaarde stijgt.

W Niet in het Climat-Freshbox-gedeelte horen kougevoelige groente zoals komkommers, paprika, aubergines, avocado's, halfrijpe tomaten, bonen, courgettes en kougevoelige zuidvruchten.

6 * afhankelijk van model en uitvoering

Pagina 7

NL

Wenken voor het bewaren
van bepaalde levensmiddelen in het gedeelte:Climat-Freshbox-
Bij drooge instelling:
Boter tot30 dagen
Kaas, zacht tot30 dagen
Melk, vers tot7 dagen
Worst, beleg tot7 dagen
Vis tot4 dagen
Schaaldieren tot3 dagen
Gevogelte tot Varkensvlees5 dagen
in grote porties tot7 dagen
klein gesneden tot5 dagen
Rundvlees tot7 dagen
Wild tot7 dagen
Bij vochtige instelling:
Groente en sla
Artisjokken tot21 dagen
Asperges tot14 dagen
Bieslook tot7 dagen
Bleekselderij tot30 dagen
Bloemkool tot21 dagen
Boerenkool tot14 dagen
Broccoli tot14 dagen
Chinese kool tot14 dagen
Erwten tot10 dagen
lJsbergsla, andijvie, veldsla tot21 dagen
Keukenkruiden tot30 dagen
Knoflook tot Kool (krop) tot Koolraap tot180 dagen 180 dagen 14 dagen
Paddestoelen tot7 dagen
Prei tot60 dagen
Radicchio tot21 dagen
Radijsjes tot14 dagen
Savooiekool tot60 dagen
Sla (krop) tot10 dagen
Spruitjes tot30 dagen
Spinazie tot7 dagen
Venkel tot21 dagen
Witlof tot30 dagen
Wortels tot150 dagen
Fruit
Aardbeien tot5 dagen
Abrikozen tot14 dagen
Appels tot Rode bessen tot180 dagen 21 dagen
Bosbessen tot14 dagen
Bramen tot8 dagen
Dadels (vers) tot60 dagen
Druiven tot90 dagen
Frambozen tot5 dagen
Kersen tot14 dagen
Kiwi tot Kruisbessen tot120 dagen 21 dagen
Kweeperen tot90 dagen
Peren tot Perziken tot120 dagen 30 dagen
Pruimen tot21 dagen
Rabarber tot21 dagen
Vijgen (vers) tot7 dagen

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 7)

Vriesvak*

(vier sterren, indien aanwezig, afhankelijk van model)

In het vriesvak kunt u bij een bewaartemperatuur van -18 °C en lager (d.w.z. vanaf een temperatuurinstelling van 5 °C) diepvriesproducten en levensmiddelen verscheidene maanden lang bewaren, ijsblokjes maken en bovendien verse levensmiddelen invriezen.

Invriezen van verse levensmiddelen

Verse levensmiddelen moeten zo snel mogelijk door en door bevroren worden. Voedingswaarde, vitamines, uiterlijk en smaak van de levensmiddelen blijven dan het beste bewaard. Daarom doet u er goed aan bij het invriezen van grotere hoeveelheden verse levensmiddelen als volgt te werk te gaan:

W Ca. 4 uur voor het erin leggen de temperatuur op 5 °C of lager (bijv. 4 °C) zetten.

Reeds opgeslagen diepvriesproducten krijgen een koudereserve.

W Vervolgens de verse levensmiddelen erin leggen. Er kan max. 2 kg/24 uur worden ingevroren.

De verse levensmiddelen zo goed mogelijk verdeeld op de bodem van het vak leggen en niet met reeds opgeslagen diepvriesproducten in contact brengen; ontdooien wordt hierdoor vermeden.

W Na nog eens 24 uur zijn de nieuwe in te vriezen levensmiddelen bevroren. Zet de temperatuur op de normale instelling (bijv. 5 °C) terug. Het normale koelproces wordt weer hersteld. Het invriezen is voltooid.

Opmerking:

De temperatuur van de lucht in het vak (gemeten met een thermometer of andere meetapparatuur) kan schommelen. Dit heeft bij een gevuld vak echter weinig invloed op de ingevroren levensmiddelen. De kerntemperatuur van de ingevroren levensmiddelen ligt dan rond het gemiddelde van deze schommelingen.

Bewaarinstructies

W Diepvriesproducten (reeds ingevroren producten) kunnen onmiddellijk in het vriesvak worden gelegd.

W Bij voorkeur geen flessen in het vak leggen om ze snel te koelen; indien toch, dan uiterlijk na één uur eruit nemen, ze barsten anders.

W Eenmaal ontdooide levensmiddelen bij voorkeur niet opnieuw invriezen, maar tot een gerecht verwerken. Voedingswaarde en smaak blijven zo het beste bewaard.

W Als richtwaarden voor de houdbaarheid van verschillende levensmiddelen in het vriesvak geldt:

Gevogelte, rundvlees, lam 6 tot 12 maanden Vis, varkensvlees 2 tot 6 maanden Wild, konijn, kalfsvlees 4 tot 8 maanden Worst, ham 2 tot 4 maanden Kant-en-klare gerechten 2 tot 4 maanden Groente en fruit 6 tot 12 maanden Kaas, brood, bakproducten 2 tot 6 maanden Van gistdeeg gebakken gebak 1 tot 5 maanden Consumptie-ijs 2 tot 3 maanden

Of de minimale of maximale bewaartijd geldig is, hangt af van de kwaliteit van de levensmiddelen, de voorbewerking voor het invriezen en de kwaliteitseisen van de individuele huishouding. Houd voor de wat vettere levensmiddelen altijd de minimale bewaartijd aan; vetten worden snel ranzig.

* afhankelijk van model en uitvoering 7

Pagina 8

IJsblokjes maken

W De ijsblokjeshouder voor driekwart met water vullen.

W IJsblokjeshouder in het apparaat zetten en laten bevriezen.

W Vervorm de houder enigszins om de ijsblokjes eruit te laten springen of houd hem even onder stromend water.

Ontdooien, reinigen

Ontdooien

Het koelgedeelte en het Climat-Freshbox-gedeelte ontdooien automatisch. Het vrijkomende water verdampt door de vrijkomende warmte van de compressor.

In het vriesvak* ontstaat na geruime tijd een dikkere laag rijp of ijs. Hierdoor stijgt het energieverbruik. Ontdooi daarom regelmatig:

W Schakel het apparaat uit om het te laten ontdooien: Trek de stekker uit het stopcontact of druk op de Aan/Uit-toets; het temperatuurdisplay gaat uit. Gaat het temperatuurdisplay niet uit, dan is de kinderbeveiliging ingeschakeld.

W Bewaar de ingevroren levensmiddelen, in kranten of dekens gewikkeld, op een koele plaats.

W Plaats een pan warm (niet: kokend) water in het vak om het sneller te laten ontdooien.

Gebruik voor het ontdooien geen elektrische verwarmings- of stoomreinigingsapparaten, ontdooisprays, open vuur of scherpe voorwerpen om ijs te verwijderen. Gevaar voor verwondingen en beschadigingen!

W Laat de deur van het vriesvak en het apparaat tijdens het ontdooien openstaan. Wis het dooiwater met een spons of doek op. Maak het apparaat vervolgens schoon.

Reinigen

W Voor het reinigen altijd het apparaat uitschakelen. Stekker uit het stopcontact trekken of de voorgeschakelde zekeringen eruit schroeven resp. laten aanspringen.

W Binnenruimte en delen van het interieur met lauwwarm water en een beetje schoonmaakmiddel met de hand reinigen. Niet met stoomreinigingsapparatuur werken - gevaar voor verwonding en beschadiging!

W Gebruik bij voorkeur zachte poetsdoeken en een pH-neutrale allesreiniger.

- Gebruik geen schurende/krassende sponsen, geconcentreerde reinigingsmiddelen evenmin als schoonmaakproducten die zand, chloride of zuur bevatten of chemische oplosmiddelen.

W Let erop dat er geen schoonmaakwater in de afvoergoot, ventilatieroosters en elektrische onderdelen dringt. Wrijf het apparaat droog.

- Beschadig of verwijder het typeplaatje aan de binnenkant van het apparaat nooit: het is belangrijk voor de technische dienst. W De boterdoos* kunt u in de vaatwasmachine plaatsen. De plateaus, glasplaten en de overige uitrusting moet u met de hand reinigen.

W De draagplateaus volgens de afbeelding eruit nemen:

- De glasplaat omhoogheffen, de uitsparing 2 over het oplegvlak trekken, naar de kant 1

toe neerlaten en schuin eruit nemen. 2 1 - Schuif de draagplateaus altijd met de aanslagrand achter naar boven wijzend terug, daar de levensmiddelen anders aan de achterwand vast kunnen vriezen.

W Als u het bovenste deurvak (boter- en kaasvak) wilt verwijderen, dan het vak altijd samen met het deksel* verwijderen! Daarna een zijstuk van het vak voorzichtig naar buiten duwen totdat de dekselpen vrij komt en het deksel zijwaarts weggehaald kan worden.

- U kunt draagplateaus en opbergvakken demonteren om ze te reinigen - trek de lijsten en de zijkanten van de glasplaten. - Beschermfolies van alle sierlijsten trekken, zie afb.

W Trek de Climat-Freshbox-laden 1 er voor het reinigen helemaal uit en til ze naar boven weg (afb. L).

Opgelet: Om beschadigingen te vermijden, dienen de uitgetrokken rails 3 onmiddellijk opnieuw ingeschoven te worden.

- Voor het terugzetten de laden op de uitgetrokken rails plaatsen en inschuiven (afb. M).

Afb. L Afb. M - Het deksel van de lade met de vochtigheidsregeling 2 bij uitgenomen laden voorzichtig naar voren trekken en naar beneden wegnemen.

Bij het inzetten omgekeerd te werk gaan; de dekselribben in de opnamehouders aanbrengen en vastklikken.

W Reinig de dooiwater-afvoeropening in de achterwand achter de 2e Climat-Freshbox-lade regelmatig, zie pijl op afb. Indien nodig met een spits hulpmiddel, bijv. wattenstaafjes of iets dergelijks, reinigen.

W Steek vervolgens de stekker weer in het stopcontact (of schakel de zekering in de meterkast weer in) en schakel het apparaat in.

Moet het apparaat voor langere tijd uitgeschakeld worden, maak het dan leeg, trek de stekker uit het stopcontact, maak het op de hierboven beschreven manier schoon en laat de deur van het apparaat open staan om geurvorming te voorkomen.

8 * afhankelijk van model en uitvoering

Pagina 9: zie Storingen hierboven.

Inhoud

Meer handleidingen: ATAG koelkast