naslaan.comZoekenAlle merken

ATAG KD6140B, tekst van de handleiding

Koelkast · ATAG · 9 pagina's in het Nederlands · pdf: 13 pagina's, 0,8 MB

Handleiding openen (pdf) Bron: service.atag.nl

Storingen op pagina 9

Pagina 9

Vanaf de titel; het begin van pagina 9 staat in de pdf.

7 Storingen

Het apparaat is zodanig geconstrueerd en gefabriceerd dat bedrijfszekerheid en een lange levensduur gegarandeerd zijn.

Doet zich desondanks een storing voor controleer dan of deze tot een bedieningsfout te herleiden is. In dat geval moet u namelijk ook gedurende de garantieperiode de kosten die ontstaan vergoeden.

De volgende storingen kunt u door controle van de mogelijke oorzaken zelf verhelpen:

Storing Mogelijke oorzaak en remedie

Apparaat werkt niet, display is donker

- Is het apparaat correct ingeschakeld? - Zit de stekker goed in het stopcontact? - Is de zekering voor het stopcontact in orde?

Binnenverlichting brandt niet

- Is het apparaat ingeschakeld?

- De gloeilamp is defect. Volgens paragraaf "Binnenverlichting" de lamp vervangen.

Geluiden zijn te hard

- Staat het apparaat op een stevige ondergrond? Worden meubels/voorwerpen naast het apparaat door het draai-ende aggregaat aan het trillen gebracht?

Zet de flessen en verpakkingen eventueel van elkaar af. - Normaal zijn: stromingsgeluiden (borrelen of ruisen) veroorzaakt door het koelmiddel dat in het koelmiddelcircuit stroomt.

Een kort klikken. Dit ontstaat altijd als de compressor (de motor) automatisch in- of uitgeschakeld wordt.

Brommen van de motor. De motor bromt even iets harder als het aggregaat wordt ingeschakeld.

De koeltemperatuur is niet voldoende laag

- Sluit de apparaatdeur goed?

- Werd het apparaat juist ingebouwd?

- Is er voldoende be- en ontluchting?

Ventilatierooster eventueel vrijmaken.

- Is de omgevingstemperatuur te hoog? (zie passage "Algemene bepalingen") - Werd het apparaat te vaak of te lang geopend?

- Eventueel afwachten of de gewenste temperatuur vanzelf weer wordt bereikt.

Technische dienst en typeplaatje

Hebt u geen van de bovengenoemde oorzaken vastgesteld en kon u de storing niet zelf verhelpen of verschijnt op het temperatuurdisplay een "F 0 " of " F 1", dan betekent dit: Er is een storing opgetreden. Neem in dit geval contact op met dichtstbijzijnde technische dienst (zie bijgevoegd overzicht). Deel het nummer van de storingsmelding mee, evenals:

de typeaanduiding 1, het servicenummer 2, het apparaatnummer* 3 zoals vermeld op het typeplaatje, afb. A2. Dit maakt een snelle en efficiënte service mogelijk.

Het typeplaatje bevindt zich binnenin het apparaat, links naast de groenteladen.

Pagina 10

Inbouwhandleiding

Draairichting deur veranderen

Afb. A1 Indien nodig kunt u de draairichting veranderen, zie anders de rest van deze handleiding, vanaf inbouwaanwijzingen en afb. B.

W Wip het afdekdeel 1 er met de hand en 2 met behulp van een schroevendraaier naar voren af.

W Detailafb. A1.1: Draai de bevestigingsschroeven 3 in de behuizing boven en onder alleen los.

- Schuif de deur naar buiten en til hem eruit.

W Zet de bevestigingsschroeven 3 naar de andere kant over, draai ze handvast.

W Afb. A1: Draai de schroeven voor de bevestiging van de deur 4 eruit en verzet de scharnieren diagonaal. Let op, scharnieren niet dichtklappen - Gevaar voor verwonding!

W Sluit met de stopjes bl de vrijgekomen bevestigingsgaten af.

W Hang de deur in de voorgemonteerde schroeven 3 en draai de schroeven vast.

W Zet de afdekdelen 1 en 2 elk aan de andere kant er weer op.

Draairichting vriesvakdeur veranderen

W Afb. A2 Schroef het scharnier 6 eraf, neem de deur met het scharnier weg.

W Schroef het sluitstuk 7 eraf.

W Sluit met de stopjes 8 de vrijgekomen gaten af. W Draai de deur en het sluitstuk 180° en monteer beide aan de andere kant. Zet de deur met de bus boven in de behuizing, schroef hem onder met het erop gezette scharnier 6 weer vast.

Inbouwaanwijzingen

W Het apparaat is ook geschikt voor vervanging van een inbouwapparaat.

Demonteer in dit geval het hang- en sluitwerk van de deur van het keukenmeubel en de nis. Dat is niet meer nodig, omdat het keukendeurtje op de deur van het apparaat wordt gemonteerd. Alle benodigde bevestigingselementen zijn bij het apparaat gevoegd.

W Afb. B: Lijn het keukenkastje met een waterpas en winkelhaak uit. Leg er indien nodig opvulblokjes onder. Het draagplateau en de zijwand van het keukenkastje moeten haaks op elkaar staan.

W Het koel-/vriesapparaat enkel in stabiele meubelstukken inbouwen.

W Houd de ventilatieopeningen beslist aan:

- De diepte van het ventilatiekanaal aan de achterwand van het keukenkastje moet min. 38 mm bedragen. - Voor de be- en ontluchtingsopeningen in de plint van het keukenkastje en het ombouwmeubel boven is min. 200 cm² nodig.

Hoe groter de doorsnede van de ventilatieruimte, des te energiezuiniger werkt het apparaat.

W Controleer de inbouwmaten aan de hand van afb. B en de volgende tabel:

Hoogte apparaat [mm] Hoogte nis [mm] a b

Bevestiging en montage

Afb. C1-3: Alle bevestigingselementen zijn bij het apparaat gevoegd.

W Afb. D: Schuif de opvulstrook bm in de opname, schroef hem met borstbouten bn op het apparaat.

W Let er bij het leggen van de kabel van de elektrische leiding op dat het apparaat na de inbouw gemakkelijk kan worden aangesloten.

- Schuif het apparaat voor 3/4 in de nis.

W Let op de dikte van de meubelwand:

Bij 16 mm dikke meubelwanden = 568 mm brede nis: - Afb. D: Lijm afdekprofiel bp aan de kant van de deurgreep vast, in één lijn met de zijwand van het apparaat: trek de beschermfolie eraf en druk het profiel vast; snij het profiel indien nodig overeenkomstig de hoogte van de nis af. - Druk de afstandsdelen bo en bq op de scharnieren. - Afb. E: Schuif het apparaat zo ver in de nis dat de afstandsdelen tegen de zijwand van het keukenkastje rusten, afb. E1.

Bij 19 mm dikke meubelwanden = 562 mm brede nis:

W Afb. E3: Lijn het apparaat via de stelpoten met de bijgevoegde steeksleutel cn recht staande uit. Lijn de behuizing parallel met de voorkanten van de meubelzijwanden uit.

W Schroef de kunststof hoek br met M5-schroeven bs aan de kant van de deurgreep aan het apparaat vast. - Lijn in de diepte de kunststof hoek br in één lijn met de voorkant van de bodem van het keukenkastje uit. Houd bij deuraanslagdelen (noppen, afdichtlippen enz.) rekening met de opbouwmaat en lijn parallel met de scharniervoorkant uit.

W Afb. F: Schroef het apparaat in de nis vast.

- Afb. F1/2: Schroef met lange spaanplaatschroeven bu boven en onder door de scharnierplaten vast.

- Afb. F3: Monteer met een lange schroef bu door het midden van het sleufgat van de kunststof hoek br voor. Klap de afdekking van de kunststof hoek dicht en sluit de deur van het apparaat.

De fabrikant werkt voortdurend aan de verdere ontwikkeling van alle typen en modellen. Hebt u er daarom a.u.b. begrip voor dat wij wijzigingen in vorm, uitvoering en techniek moeten voorbehouden.

Pagina 11: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.

Pagina 12

Inbouwhandleiding

Keukendeurtje monteren

W Afb. G1: Controleer de voorinstelling van 8 mm (afstand tussen de deur van het apparaat en de onderkant van de strip).

W Afb. G: Schuif de montagehulpmiddelen dl tot aan de hoogte van het keukendeurtje omhoog. Onderste aanslagkant ▲ van het montagehulpmiddel = bovenkant van het te monteren keukendeurtje.

W Hang de strip dm op het keukendeurtje:

- Schroef hiervoor de borgmoeren dn eraf.

- Afb. H: Hang de strip met de montagehulpmiddelen op de binnenkant van het keukendeurtje en centreer hem. (Op de meubeldeur een korte middellijn aftekenen. Pijlpunt van de verbindingsstrip gelijk zetten met de middellijn. De afstanden tot de buitenrand moeten links en rechts gelijk zijn.) - Heeft het keukendeurtje gaten voor inbouwscharnieren, sluit deze dan met de ronde zelfplakkende afdekkingen cp af (de gaten zijn bij deze deur op deur-bevestiging niet nodig). - Vallen de schroeven in het gat voor inbouwscharnieren, dan moet dit gat met het bevestigingsstopje cq (zakje met toebehoren, afb. C2) worden afgesloten.

Draai de bevestigingsas verticaal en draai hem met de schroeven bt vast, afb. H1.

W Schroef strip dm gecentreerd vast:

- Afb. H: bij deuren van spaanplaat met minimaal 6 schroeven, - bij deuren met panelen met 4 schroeven aan de rand.

- Trek de montagehulpmiddelen dl naar boven eruit en schuif ze gedraaid in de ernaast gelegen opnameopeningen.

W Afb. J: Hang het keukendeurtje op de deur van het apparaat/de stelschroeven do. Draai de borgmoeren dn losjes op de stelschroeven. Sluit de deur.

W Afb. J1: Controleer de afstand van de deur t.o.v. de aangrenzende keukendeurtjes.

- Afb. J2: Breng het keukendeurtje in de horizontale en ver-ticale richting in één lijn met de voorkanten van de aan-grenzende keukenkastjes: zijdelingse verstelling X door verschuiven, hoogteverstelling Y en zijdelingse hoek m.b.v. de stelschroeven do - met een schroevendraaier. - Draai de borgmoeren dn vast.

W Afb. K: Bevestigingshoek cr met behulp van de zeskantschroef cs op de voorgeboorde gaten van de deur van het apparaat schroeven.

W Schroef de deur van het apparaat door de bevestigingshoeken cr aan het keukendeurtje vast:

- Let erop dat de beide metalen kanten uitgelijnd zijn, symbool //. Boor vervolgens de bevestigingsgaten voor (evt. met een kraspen markeren) en schroef de deur vast.

W Lijn het keukendeurtje in de diepte Z uit:

- Afb. J2: boven: Draai de kruiskopschroeven dp los. - Afb. K: onder: Draai de zeskantschroeven cs met de bijgevoegde ringsleutel co los en verschuif de deur. - Afb. J1: Stel tussen het keukendeurtje en de ombouwkast een luchtspleet van ca. 2 mm in. Houd de noppen en afdichtlippen vrij - belangrijk voor een correcte werking!

W Afb. L: Monteer bij grote of meerdelige keukendeurtjes een 2e paar bevestigingshoeken cr (zakje met toebehoren, afb. C3). Gebruik hiervoor in de buurt van de handgreep de voorgeboorde gaten in de deur van het apparaat.

W Controleer de uitlijning van de deur, corrigeer indien nodig. Draai alle schroeven vast.

- Afb. L1: Draai de borgmoeren dn met de ringsleutel co vast, houd hierbij de stelschroeven do met een schroevendraaier tegen.

W Afb. L2: Lijn indien nodig de opvulstrook bm door verschuiven parallel met de bodem van het keukenkastje uit. De strook mag niet naar voren uitsteken.

W Afb. L3: Zet het apparaat onder met een tweede schroef bu door de kunststof hoek in het ronde gat vast.

W Afb. M: Zet de bovenste afdekking cl er op en druk hem vast. Schuif de zijdelingse afdekkingen cm en ct erop en druk ze vast.

W Afb. N: De eindaanslagvering van de deur kan worden bijgesteld. Naar wens met bijgevoegde inbussleutel 5 bijregelen:

- draaien in de richting van de wijzers van de klok = sterkere veerkracht, - draaien tegen de richting van de wijzers van de klok = zwakke veerkracht (leveringstoestand).

Pagina's 1–2: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.

Pagina 3

NL

Het apparaat in één oogopslag

Bedienings- en controlepaneel, afb. A1

1 In/Uitschakeling en temperatuurregelaar

2 Deurschakelaar voor de binnenverlichting

3 Temperatuurdisplay*

4 Fast-Cool Aan/Uit-toets* en lampje (LED)*

5 Ventilator Aan/Uit-toets* en LED*

Overzicht van apparaat en uitrusting

Bedieningspaneel

Boter- en kaasvak Ventilator*

In hoogte verstelbaar conservenblikkenvak*

Vriesvak* voor diepvriesproducten

Eierrekje*

Binnenverlichting

Deel- en onderschuifbaar plateau*

Verschuifbaar flessen- en conservenhouder*

Verplaats* draagplateaus

Ruimtebesparend speciaal flessenrooster* Koudste zone van de koelruimte, voor gevoelige en snel bederfelijke levensmiddelen Opbergvak voor hoge flessen en drank

Dooiwaterafvoer

Typeplaatje

Fruit-/groenteladen

Stelpoten voor

Stand van temperatuurregelaar

Afb. A1/1

1 = warm

4 = koud

W Adviesstand: "2,5"

Fast-Cool* 4

Fast-Cool Automatic voor maximale afkoelcapaciteit. W Zo snel mogelijk afkoelen voor grote hoeveelheden levensmiddelen en dranken.

- Automatische uitschakeling na ca. 6 uur.

Meer informatie in de paragraaf "Koelen".

Koelen met ventilator* 5

voor een gelijkmatige temperatuurverdeling in de koelruimte - alle levensmiddelen zijn even koel.

W Altijd aan te bevelen:

- bij hoge kamertemperaturen (vanaf ca. 30 °C) of - een hoge luchtvochtigheid.

Meer informatie in de paragraaf "Koelen".

Indelingsvoorbeeld

voor levensmiddelen bij normaal gebruik, afb. A:

1 Boter, smeerbare kaas

2 Eieren

3 Flessen en conservenblikken

4 In het vriesvak*: diepvriesproducten, ijs, ijsblokjes

5 Conservenblikken

6 Zuivelproducten, bakproducten

7 Vlees, vis en worst, kant-en-klare gerechten

8 Groente, sla, fruit

* afhankelijk van model en uitvoering 3

Pagina 4

Wij feliciteren u met uw nieuwe apparaat. Door uw aankoop heeft u gekozen voor alle voordelen van de modernste koeltechniek die u een hoogwaardige kwaliteit, een lange levensduur en een optimale bedrijfszekerheid garandeert.

De uitvoering van uw apparaat laat u dagelijks van het hoogste bedieningsgemak profiteren. Met dit apparaat, gefabriceerd d.m.v. milieuvriendelijke procédés met gebruikmaking van recyclebare materialen, leveren u en wij gezamenlijk een actieve bijdrage aan het behoud van ons milieu.

Om alle voordelen van uw nieuwe apparaat te leren kennen, leest u a.u.b. de aanwijzingen in deze gebruiksaanwijzing aandachtig door.

Wij wensen u veel plezier met uw nieuwe apparaat.

§

Inhoud

Gebruiksaanwijzing Pag.

Het apparaat in één oogopslag ......................... 2-3 Algemene bepalingen .......................................... 4 1 Veiligheidsinstructies en waarschuwingen ............ 5

Aansluiten ............................................................ 5 2 Ingebruikneming ................................................... 6

Apparaat in- en uitschakelen ................................ 6

Temperatuur instellen ........................................... 6

Het temperatuurdisplay ........................................ 6 3 Koelen .................................................................. 6

Koelen bij normaal gebruik ................................... 6

Fast-Cool .............................................................. 6

Koelen met ventilator ............................................ 6 4 Interieur ................................................................ 7

Interieur aanpassen .............................................. 7

Binnenverlichting .................................................. 7 5 Vriesvak ................................................................ 7

Invriezen van verse levensmiddelen ..................... 7

Aanwijzingen voor het bewaren ............................ 7

IJsblokjes maken .................................................. 7 6 Ontdooien, reinigen, energiebesparing ................ 8 7 Storingen .............................................................. 9

Technische dienst en typeplaatje .......................... 9

Inbouwhandleiding

Draairichting deur veranderen ....................... 10-13 Draairichting vakdeur veranderen .................. 10-13 Inbouwaanwijzingen ...................................... 10-13 Bevestiging en montage ................................ 10-13

Algemene bepalingen

Klimaatklasse Ontworpen voor omgevingstemperaturen van

SN +10 °C tot +32 °C

N +16 °C tot +32 °C

ST +18 °C tot +38 °C

T +18 °C tot +43 °C

Pagina 5

1 NL

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen

Aanwijzing m.b.t. afdanken

De verpakking als transportbescherming van het apparaat en afzonderlijke onderdelen is van recyclebare materialen gefabriceerd.

- Golfkarton/karton - Voorgevormde delen van PS (geschuimd, cfk-vrij polystyreen) - Folies en plastic zakken van PE (polyetheen) - Spanbanden van PP (polypropeen)

W Verpakkingsmateriaal is geen speelgoed voor kinderen - verstikkingsgevaar door folies!

W Breng a.u.b. het verpakkingsmateriaal naar het dichtstbijzijnde officiële inzamelpunt zodat de verschillende materialen hergebruikt resp. verwerkt kunnen worden.

Het afgedankte apparaat bevat nog waardevolle materialen en moet gescheiden van het ongesorteerde afval worden afgevoerd.

W Afgedankte apparaten onmiddellijk onbruikbaar maken, stekker uit het stopcontact trekken en aansluitkabel doorknippen.

Verwijder een evt. snap- of grendelslot, zodat spelende kinderen zich niet zelf kunnen opsluiten - ze stikken.

W Let erop dat het koelmiddelcircuit van het afgedankte apparaat voor afhaling of afgifte bij de door de gemeenten ingerichte depots niet beschadigd wordt. Op deze wijze is gewaarborgd dat het koelmiddel in het circuit of olie niet ongecontroleerd ontsnapt.

- Nadere informatie over het gebruikte koelmiddel vindt u op het typeplaatje. De warmte-isolatiestof is PU met pentaan.

- Informatie over ophaaldata of inzamelpunten is de plaatselijke stadsreiniging of bij de gemeente verkrijgbaar.

Technische veiligheid

W Om persoonlijk letsel en materiële schade te voorkomen, het apparaat alleen verpakt transporteren en met twee personen neerzetten.

W Het gebruikte koelmiddel R 600a is milieuvriendelijk, maar brandbaar.

W Leidingen van het koelmiddelcircuit niet beschadigen. Eruit spuitend koelmiddel kan oogletsel veroorzaken of ontbranden.

W Wanneer koelmiddel vrijkomt, dan open vuur of ontstekingsbronnen in de nabijheid van het lekpunt verwijderen, stekker uit het stopcontact trekken en de ruimte goed ventileren.

W Bij schade aan het apparaat onmiddellijk - voor het aansluiten - bij de leverancier reclameren. W Om een veilig gebruik te waarborgen het apparaat alleen volgens de informatie in de gebruiksaanwijzing monteren en aansluiten.

W In geval van een storing het apparaat van het net loskoppelen: stekker uit het stopcontact trekken (hierbij niet aan de aansluitkabel trekken) of zekering laten aanspringen resp. eruit draaien.

W Reparaties en ingrepen aan het apparaat alleen door de technische dienst laten uitvoeren, daar anders aanzienlijke gevaren voor de gebruiker ontstaan. Hetzelfde geldt voor het vervangen van het netsnoer.

Veiligheid bij gebruik

W Bewaar geen explosieve stoffen of spuitbussen met brandbare drijfgassen, zoals butaan, propaan, pentaan enz., in het apparaat. Eventueel vrijko­

mende gassen zouden door elektrische componenten kunnen ontbranden. U herkent dergelijke spuitbussen aan de erop gedrukte inhoudsvermelding of aan een vlamsymbool.

W Producten met een hoog percentage alcohol alleen goed afgesloten en staande bewaren. W In het inwendige van het apparaat geen open vuur of ontstekingsbronnen gebruiken.

W Geen elektrische apparaten binnen het apparaat gebruiken (bijv. stoomreinigingsapparatuur, verwarmingsapparatuur, ijsmakers enz.).

W Plint, laden, deuren enz. niet als voetensteun of om te leunen misbruiken.

W Dit apparaat is niet bedoeld voor personen (ook kinderen) met fysieke, sensorische of mentale gebreken of personen, die niet over voldoende ervaring en kennis beschikken, tenzij zij door een persoon, die voor hun veiligheid verantwoordelijk is, in het gebruik van het apparaat worden onderwezen of die aanvankelijk toezicht uitoefent. Kinderen mogen niet zonder toezicht achterblijven om te voorkomen dat ze met het apparaat spelen. W Voorkom voortdurend huidcontact met koude oppervlakken of te koelen/te bevriezen levensmiddelen want dat kan een pijnlijk of dof gevoel en bevriezing veroorzaken. Bij langdurig huidcontact veiligheidsmaatregelen treffen, bijv. handschoenen dragen.

W Consumptie-ijs, met name waterijs of ijsblokjes, na het eruit nemen niet onmiddellijk en niet te koud consumeren. Door de lage temperaturen bestaat "Gevaar voor verbranding".

W Consumeer geen levensmiddelen die over de datum zijn, ze kunnen een voedselvergiftiging veroorzaken.

Inbouw- en ventilatie-aanwijzing

W Vermijd de inbouw direct in het zonlicht, naast een fornuis, radiator en dergelijke.

W De ventilatieopeningen mogen niet afgedekt worden. Altijd op een goede be- en ontluchting letten!

W De plaatsingsruimte van uw apparaat moet volgens de norm EN 378 pro 8 g koelmiddelmassa R 600a 1 kubieke m bezitten zodat er in geval van een lekkage in het koelmiddelcircuit geen ontvlambare gas-lucht-mengeling in de plaat-sings-ruimte van het apparaat kan ontstaan. Informatie over de hoeveelheid koelmiddel vindt u op het typeplaatje aan de binnenkant van het apparaat. W Neem de aanwijzingen uit de appendix van de inbouwhandleiding in acht.

Aansluiten

Stroomsoort (wisselstroom) en spanning op de opstellingsplaats moeten met de informatie op het typeplaatje overeenstemmen. Het typeplaatje bevindt zich aan de linker binnenkant, naast de groenteladen.

W Het apparaat alleen via een correct geïnstalleerd randaardestopcontact aansluiten.

W Het stopcontact moet d.m.v. een zekering van 10

A of zwaarder beveiligd zijn, buiten de achterzijde van het apparaat liggen en goed toegankelijk zijn. W Het apparaat niet - op stand-alone ondulatoren aansluiten, - in combinatie met zgn. energiebesparingsstekkers gebruiken - de elektronica kan beschadigd worden.

W Bij het loshalen van het netsnoer van de achterzijde van het apparaat de kabelhouder verwijderen, om rammelen te voorkomen!

Pagina 6

2 Ingebruikneming

Het verdient aanbeveling, het apparaat voor ingebruikneming te reinigen, meer hierover in de paragraaf "Reinigen".

Schakel het apparaat met het vriesvak ongeveer 2 uur voordat u de eerste levensmiddelen erin plaatst in.

Apparaat in- en uitschakelen

Afb. A1

W Inschakelen: Verdraai de temperatuurregelaar 1 met een muntstuk. Draai de pijl van de stand "0" naar ca. "2,5".

- De binnenverlichting brandt.

- Op het display 3 knippert kort 8, vervolgens brandt één segment. Pas na een langere inschakelduur wordt de temperatuur in de koelruimte weergegeven.

W Uitschakelen: Draai de temperatuurregelaar 1 naar de stand "0" - binnenverlichting en display zijn uit.

Temperatuur instellen, afb. A1

W Verdraai de temperatuurregelaar 1 met een muntstuk.

De standen van de pijl betekenen:

Stand "1" = kleinste koelcapaciteit, hoogste temperatuur Stand "4" = grootste koelcapaciteit, laagste temperatuur W Wij adviseren een instelling van ca. "2,5".

Bij apparaten met een vriesvak geldt:

W Worden diepvriesproducten bewaard en moeten de lage vaktemperaturen gewaarborgd zijn, dan verdient een instelling tussen "2,5" en "4" de aanbeveling.

Opmerking:

Houd er a.u.b. rekening mee dat de temperaturen in de koelruimte beïnvloed worden door het aantal malen dat de apparaatdeur geopend wordt, de inhoud van het apparaat en de temperatuur van de plaats waar het apparaat staat. Afhankelijk van de gewenste temperatuur moet de regelaar worden bijgesteld.

Het temperatuurdisplay*, afb. A1

°C toont de gemiddelde temperatuur in de koelruimte

3.

Bij ingebruikneming van een warm apparaat brandt een streepje, totdat de temperatuur in het apparaat binnen het weergavebereik valt (tussen 0 en 9 °C). Door de natuurlijke luchtcirculatie is het boven de onderste glasplaat kouder en in het bovenste koelgedeelte warmer; bij evt. vergelijkingsmetingen moet hiermee rekening worden gehouden.

3 Koelen

❄ Koelen bij normaal gebruik

Door de natuurlijke luchtcirculatie bij normaal gebruik ontstaan verschillende temperatuurzones, die voor het bewaren van de verschillende levensmiddelen gunstig zijn.

- Direct boven de groenteladen en tegen de achterwand is het het koudste - gunstig voor bijv. worst- en vleeswaren.

- In het bovenste voorste bereik en in de deur is het het warmste - gunstig voor bijv. smeerbare boter en kaas. Bewaar daarom de levensmiddelen volgens het "indelingsvoorbeeld", afb. A.

❄ Fast-Cool*, afb. A1/4

Met Fast-Cool, schakelt u de koelruimte op de maximale afkoelcapaciteit.

Fast-Cool verdient met name aanbeveling wanneer u grote hoeveelheden net erin gelegde levensmiddelen of dranken, zo snel mogelijk wilt afkoelen. De koeltemperatuur daalt hierbij tot de waarde van de koudste instelling van de temperatuurregelaar. W In-/uitschakelen: Druk de Fast-Cool-toets 4 kort in zodat het bijbehorende lampje oplicht (donker = uit).

Opmerking: FASTƙCOOL heeft een hoger energieverbruik. Na ca. 6 uur echter schakelt de elektronica automatisch naar de energiebesparende normale stand terug.

Koelen met ventilator*, afb. A1/5

Hiermee bereikt u over alle plateaus een relatief gelijkmatige temperatuurverdeling; alle levensmiddelen zijn even koel, met een instelbare temperatuur. Door de geforceerde luchtcirculatie worden de verschillende temperatuurzones van de normale stand opgeheven.

Deze instelling verdient altijd aanbeveling:

- bij een hoge kamertemperatuur (vanaf ca. 30 °C) en - een hoge luchtvochtigheid, zoals op zomerdagen. W In-/uitschakelen: Druk kort op de ventilatortoets 5 zodat het bijbehorende lampje oplicht (donker = uit).

Opmerking: Bij een ingeschakelde "ventilator" stijgt het energieverbruik.

!

Aanwijzingen m.b.t. het koelen

W Plaats levensmiddelen zodanig dat de lucht goed kan circuleren, dus niet te dicht bij elkaar.

W Bewaar ze altijd in gesloten verpakkingen; bewaar producten met een hoog percentage alcohol alleen goed afgesloten en staande.

W Als verpakkingsmateriaal zijn recyclebare kunststof, metalen, aluminium, glazen verpakkingen en vershoudfolie geschikt.

W Ethyleengasproducerende en -gevoelige levensmiddelen zoals fruit, groente en sla, altijd gescheiden bewaren of verpakken, om de houdbaarheid niet te reduceren; bijv. tomaten niet met kiwi's of kool bewaren.

Pagina 7

NL

4 Interieur

2 Interieur aanpassen

W Het conservenblikkenvak kunt u verplaatsen en alle opbergvakken zijn voor het reinigen uitneembaar, afb. C: schuif het opbergvak omhoog en neem het er naar voren uit.

W Door het verschuiven van de flessen- en conservenhouder kunt u flessen beveiligen tegen omvallen bij het openen en sluiten van de deur. Neem de houder altijd bij het fixeerdeeltje van kunststof.

- Voor het reinigen kan de houder worden weggenomen.

- De onderste rand van de houder naar voren trekken en losmaken;

WDe draagplateaus kunt u afhankelijk van de hoogte van de producten verplaatsen. Draagplateaus er volgens afb. D uitnemen.
-Schuif de draagplateaus altijd met de aanslagrand achter naar boven wijzend terug, daar de levensmiddelen anders aan de achterwand vast kunnen vriezen.
-De glasplaten* zijn door uittrekstops beveiligd tegen ongewild uittrekken.
WHebt u ruimte voor grote flessen nodig, dan kunt u
-de voorste halve glasplaat* zacht omhoog heffen en voorzichtig onder de achterste plaat schuiven tot de uittrekstops* in de openingen klikken, afb. E, of
-een half* plateau eruithalen.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 7)

Binnenverlichting

Wanneer de binnenverlichting niet brandt, kan de gloeilamp defect zijn.

Vervangen van de gloeilamp:

W Type gloeilamp: max. 25 W, de stroomsoort en spanning moeten met de gegevens op het typeplaatje overeenstemmen, fitting: E 14.

W Schakel het apparaat uit.

Trek de stekker uit het stopcontact of schakel de zekering in de meterkast uit.

W Druk de boven- en onderkant van het afdekkapje in 1 en wip het kapje aan de achterkant los 2.

W Vervang de gloeilamp. Gebruik bij het draaien iets meer kracht om de wrijving van de afdichting te compenseren. Let er bij het indraaien op dat de afdichting correct in de lampfitting zit.

W Zet het afdekkapje achter terug en druk de boven- en onderkant vast.

5 Vriesvak*

Vriesvak* (vier sterren)

(* indien aanwezig, afhankelijk van model, afb. A) In het vriesvak kunt u bij een bewaartemperatuur van -18 °C en lager (vanaf de middelste temperatuurinstelling), diepvriesproducten en ingevroren levensmiddelen verscheidene maanden bewaren, ijsblokjes maken en bovendien verse levensmiddelen invriezen.

Opmerking:

De luchttemperatuur in het vak, gemeten met een thermometer of andere meetapparatuur, kan schommelen. Dit heeft echter bij een gevuld vak weinig invloed op de ingevroren levensmiddelen. De kerntemperatuur van de ingevroren levensmiddelen bedraagt hierbij dan het gemiddelde van deze schommelingen.

Invriezen van verse levensmiddelen

Verse levensmiddelen moeten zo snel mogelijk door en door ingevroren worden. Voedingswaarde, vitamines, uiterlijk en smaak van de levensmiddelen blijven dan het beste bewaard. Daarom doet u er goed aan bij het invriezen van grotere hoeveelheden verse levensmiddelen als volgt te werk te gaan: W Ca. 4 uur voor het erin leggen - De temperatuurregelaar op de middelste tot koudste stand instellen (ca. 3).

Reeds opgeslagen diepvriesproducten krijgen een koudereserve.

W Vervolgens de verse levensmiddelen erin leggen. Er kan max. 2 kg/24 uur worden ingevroren.

De verse levensmiddelen zo goed mogelijk verdeeld op de bodem van het vak leggen en niet met reeds opgeslagen diepvriesproducten in contact brengen; ontdooien wordt hierdoor vermeden.

W Na nog eens 24 uur zijn de nieuwe in te vriezen levensmiddelen bevroren. Zet de temperatuurregelaar in de normale stand terug. Het normale koelproces wordt weer hersteld. Het invriezen is voltooid.

Aanwijzingen voor het bewaren

W Diepvriesproducten (reeds ingevroren producten) kunnen onmiddellijk in het vriesvak worden gelegd.

W Bij voorkeur geen flessen in het vak leggen om ze snel te koelen; indien toch, dan uiterlijk na één uur eruit nemen, ze barsten anders.

W Eenmaal ontdooide levensmiddelen bij voorkeur niet opnieuw invriezen, maar tot een gerecht verwerken. Voedingswaarde en smaak blijven zo het beste bewaard.

W Als richtwaarden voor de houdbaarheid van verschillende levensmiddelen in het vriesvak geldt:

Gevogelte, rundvlees, lam 6 tot 12 maanden Vis, varkensvlees 2 tot 6 maanden Wild, konijn, kalfsvlees 4 tot 8 maanden Worst, ham 2 tot 4 maanden Kant-en-klare gerechten 2 tot 4 maanden Groente en fruit 6 tot 12 maanden Kaas, brood, bakproducten 2 tot 6 maanden Van gistdeeg gebakken gebak 1 tot 5 maanden Consumptie-ijs 2 tot 3 maanden Of de bovenste of de onderste waarde geldig is, hangt af van de kwaliteit van de levensmiddelen, de voorbewerking voor het invriezen en de kwaliteitseisen van de individuele huishouding. Voor wat vettere levensmiddelen gelden steeds de onderste waarden; vetten worden snel ranzig.

IJsblokjes maken

W IJsblokjeshouder met water vullen. W IJsblokjeshouder in het apparaat zetten en laten bevriezen.

W Vervorm de lade enigszins om de ijsblokjes eruit te laten springen of houd hem even onder stromend water.

* afhankelijk van model en uitvoering 7

Pagina 8

6 Ontdooien, reinigen, energiebesparing

Ontdooien

De koelruimte ontdooit automatisch. Het vrijkomende vocht op de achterwand van de koelruimte wordt via de dooiwaterafvoer naar een verdampingsschaal buiten de koelruimte afgevoerd. Het dooiwater verdampt door de warmte van de compressor - waterdruppels tegen de achterwand zijn een gevolg van het ontdooiproces en heel normaal.

W U hoeft er slechts op te letten dat het dooiwater door de afvoeropening in de achterwand boven de groenteladen onbelemmerd kan wegstromen.

Het vriesvak* moet regelmatig met de hand worden ontdooid. Dikkere lagen ijs en rijp verhogen het energieverbruik! W Een dunne laag rijp kan vaak met een kunststof schraper worden weggeschraapt.

W Een dikkere laag rijp of ijs moet ontdooid worden, bij voorkeur bij een leeg apparaat. Anders de ingevroren levensmiddelen in krantenpapier wikkelen en op een koele plaats bewaren, totdat het ijs ontdooid is.

W Zet de temperatuurregelaar op de stand "0" of trek de stekker uit het stopcontact.

W Laat de deur open staan, zet evt. een bak met warm, niet kokend water in het vak.

Voor het ontdooien en verwijderen van ijs geen elektrische verwarmings- of stoomreinigingsapparatuur, ontdooisprays, open vlammen of metalen voorwerpen gebruiken. Gevaar voor verwonding en beschadiging!

W Neem het dooiwater met een spons of een doek op, maak het vak vervolgens schoon en wrijf het droog.

Reinigen

W Voor het reinigen altijd het apparaat uitschakelen. Stekker uit het stopcontact trekken of de voorgeschakelde zekeringen eruit schroeven resp. laten aanspringen.

W Binnenruimte en delen van het interieur met lauwwarm water en een beetje schoonmaakmiddel met de hand reinigen. Niet met stoomreinigingsapparatuur werken - gevaar voor verwonding en beschadiging!

- Gebruik reinigingsmiddelen niet geconcentreerd en in geen geval zand- of zuurhoudende schoonmaak- resp. chemische oplosmiddelen. Wij adviseren een allesreiniger met een neutrale pH-waarde.

- Het typeplaatje op de binnenkant van het apparaat niet beschadigen of verwijderen - het is belangrijk voor de technische dienst.

W De boterdoos* kan in de vaatwasser worden gereinigd; de plateaus, glasplaten en overige delen van het interieur met de hand reinigen, ze zijn niet geschikt voor de vaatwasser. Trek de beschermfolie van de sierlijsten.

W Als u het bovenste deurvak (boter- en kaasvak) wilt verwijderen, dan het vak altijd samen met het deksel* verwijderen! Daarna een zijstuk van het vak voorzichtig naar buiten duwen totdat de dekselpen vrij komt en het deksel zijwaarts weggehaald kan worden; daarbij op eventuele lagerbussen* letten.

W Afb. A, pijl: Reinig de afvoeropening in de achterwand boven de rechter groentelade regelmatig.

Indien nodig met een dun hulpmiddel, bijv. wattenstaafjes of iets dergelijks, reinigen.

W De be- en ontluchtingsopeningen regelmatig met een kwast of stofzuiger reinigen. Stofafzettingen verhogen het energieverbruik.

W Let erop dat er geen schoonmaakwater in de afvoergoot, luchtroosters en elektrische onderdelen dringt.

W Sluit het apparaat nadat het ontdooien en reinigen voltooid is weer aan en schakel het in.

W Moet het apparaat langere tijd uitgeschakeld blijven, maak het dan leeg, trek de stekker uit het stopcontact of zet de temperatuurregelaar op "0". Reinig het zoals beschreven en laat de deur van het apparaat openstaan, om geurvorming te voorkomen.

Tips voor energiebesparing

W Let op vrije be- en ontluchtingsopeningen.

W Bescherm het apparaat tegen de zon, daar door hoge omgevingstemperaturen het energieverbruik onnodig oploopt.

W Open de deur van het apparaat bij voorkeur slechts kort.

W Zet de levensmiddelen soort bij soort (zie het indelingsvoorbeeld). Hierdoor gebruikt u de verschillende temperatuurzones die door de natuurlijke luchtcirculatie ontstaan optimaal. De aangegeven houdbaarheid niet overschrijden. W Alle levensmiddelen goed verpakt of afgedekt bewaren; rijpvorming wordt zo voorkomen. W Warme gerechten eerst tot kamertemperatuur laten afkoelen voordat ze in het apparaat worden gezet.

W Laat ingevroren levensmiddelen in de koelruimte ontdooien. De vrijkomende koude wordt voor het koelen gebruikt.

W Ontdooi het vriesvak* bij een dikkere laag rijp. Hierdoor wordt de koudeovergang verbeterd en blijft het energieverbruik laag.

!

Pagina 9: zie Storingen hierboven.

Pagina 10: zie hierboven.

Pagina 11: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.

Pagina 12: zie hierboven.

Inhoud

Meer handleidingen: ATAG koelkast