ATAG KD8178BD, tekst van de handleiding
Pagina's 10–14 van 56 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
Pagina 10
Bediening
5.2.1 Kinderbeveiliging instellen
- Instelmodus activeren: toets Fast-Freeze Fig. 2 (2) ca. 5 s indrukken.
- De toets Fast-Freeze knippert. Op het display wordt c aangegeven.
- De toets Fast-Freeze Fig. 2 (2) kort indrukken, om te bevestigen.
- Inschakelen: met insteltoets “+” vriesgedeelte Fig. 2 (5) of insteltoets “-” vriesgedeelte Fig. 2 (4)c1 kiezen.
- Uitschakelen: met insteltoets “+” vriesgedeelte Fig. 2 (5) of insteltoets “-” vriesgedeelte Fig. 2 (4)c0 kiezen.
- Bevestigen: toets Fast-Freeze Fig. 2 (2) indrukken.
- Wanneer het symbool Kinderbeveiliging Fig. 2 (8) verlicht is, is de kinderbeveiliging ingeschakeld.
- Instelmodus deactiveren: toets On/Off vriesgedeelte Fig. 2 (3) indrukken.
-of-5 min. wachten.
- Op het temperatuurdisplay wordt weer de temperatuur aangegeven.
5.3 Deuralarm
Voor koel- en diepvriesgedeelte
Wanneer de deur langer dan 60 s geopend is, gaat het akoestisch alarm af.
Het akoestisch alarm stopt automatisch, zodra de deur gesloten wordt.
5.3.1 Deuralarm deactiveren
Het akoestisch alarm kan bij geopende deur worden uitgeschakeld. Het deactiveren werkt zolang de deur open staat.
- Toets Alarm Fig. 2 (1) indrukken.
- Het akoestisch alarm gaat uit.
5.4 Temperatuuralarm
Wanneer de vriestemperatuur niet laag genoeg is, gaat het akoestisch alarm af.
Tegelijkertijd knippert de temperatuurdisplay.
De oorzaak voor een te hoge temperatuur kan zijn:
- warme nieuwe levensmiddelen werden in de diepvriezer gelegd - bij het herindelen en verwijderen van levensmiddelen is teveel warme kamerlucht naar binnen gestroomd.
- de stroom is voor langere tijd uitgevallen - het apparaat is defect
Het akoestisch alarm stopt automatisch en de temperatuurdisplay houdt op met knipperen, wanneer de temperatuur weer laag genoeg is.
Wanneer het alarm niet uitgaat: (zie Storingen).
Aanwijzing
Wanneer de temperatuur niet laag genoeg is, kunnen levensmiddelen bederven.
De kwaliteit van de levensmiddelen controleren. Bedorven levensmiddelen niet meer nuttigen.
5.4.1 Temperatuuralarm deactiveren
Het akoestisch alarm kan worden gedeactiveerd. Wanneer de temperatuur weer laag genoeg is, is de alarmfunctie weer actief.
- Toets Alarm Fig. 2 (1) indrukken.
- Het akoestisch alarm is gedeactiveerd.
5.5 Koelgedeelte
Door de natuurlijke luchtcirculatie in het koelgedeelte worden verschillende temperatuurbereiken in gesteld. Direct boven de groentelades en tegen de achterkant is het het koudste. Voorin aan de bovenkant en in de deur is het het warmste.
5.5.1 Levensmiddelen koelen
Aanwijzing
Het energieverbruik stijgt en de koelprestatie vermindert bij onvoldoende ventilatie.
- Ventilatieluchtspleten altijd vrijlaten.
- Bederfelijke etenswaren, bereide gerechten, vlees en vleeswaren bewaart u in de koudste zone. In het bovengedeelte en in de deur boter en conserven bewaren. (zie Het apparaat in vogelvlucht)
- Gebruik om te verpakken herbruikbare dozen van kunststof, metaal, aluminium, glas en vershoudfolie.
het gedeelte vooraan op de bodem van het koelgedeelte alleen gebruiken om producten korte tijd neer te zetten, bijv. bij het opruimen of sorteren. Levensmiddelen daar niet laten liggen, ze kunnen bij het sluiten van de deur naar achter worden geschoven of omvallen.
- Leg de levensmiddelen niet te dicht bij elkaar, zodat de lucht goed kan circuleren.
- Flessen tegen omvallen beveiligen: de flessenhouder verschuiven.
5.5.2 Temperatuur instellen
De temperatuur is instelbaar van 11 °C tot 2 °C, empfohlen sind 5 °C.
- Temperatuur hoger instellen: insteltoets "+" koelgedeelte Fig. 2 (10) indrukken.
- Temperatuur lager instellen: insteltoets "-" koelgedeelte Fig. 2 (9) indrukken.
- Bij de eerste keer indrukken geeft de temperatuurdisplay van het koelgedeelte de tot dusver ingestelde waarde aan.
- Temperatuur in 1 °C -stappen veranderen: toets kort indrukken.
- Temperatuur blijvend veranderen: toets ingedrukt houden. Tijdens het instellen wordt de temperatuur knipperend aangegeven.
- Ca. 5 s na het indrukken van de toets wordt de daadwerkelijke temperatuur aangegeven. De temperatuur past zich langzaam aan de nieuwe instelling aan.
5.5.3 Fast-Cool
Met Fast-Cool schakelt u het hoogste koelvermogen in. Daarmee bereikt u lagere koeltemperaturen. Gebruik Fast-Cool om grote hoeveelheden levensmiddelen snel af te koelen.
Fast-Cool heeft een iets hoger energieverbruik.
Met Fast-Cool koelen
- Toets Fast-Freeze Fig. 2 (12) kort indrukken.
- De toets Fast-Cool Fig. 2 (12) brandt.
- De koeltemperatuur daalt tot op de koudste waarde. Fast-Cool is ingeschakeld.
Fast-Cool schakelt na ca. 6 h automatisch uit. Het apparaat werkt in de energiebesparende normale modus verder.
Fast-Cool voortijdig uitschakelen
- Toets Fast-Freeze Fig. 2 (12) kort indrukken.
- De toets Fast-Cool Fig. 2 (12) gaat uit.
- Fast-Cool is uitgeschakeld.
5.5.4 Ventilator
Met de ventilator kunt u grote hoeveelheden verse levensmiddelen snel afkoelen of een relatief gelijkmatige temperatuurverdeling op alle schappen bereiken.
Pagina 11
De circulatiekoeling is aan te bevelen:
- bij hoge kamertemperatuur (vanaf ca. 30 °C ) - bij hoge luchtvochtigheid
De circulatiekoeling heeft een iets hoger energieverbruik. Om energie te besparen, gaat de ventilator bij geopende deur automatisch uit.
Ventilator inschakelen
- Toets Fan Fig. 2 (13) kort indrukken.
- De toets Fan is verlicht, de ventilator is ingeschakeld.
Ventilator uitschakelen
- Toets Fan Fig. 2 (13) kort indrukken.
- De toets Fan gaat uit, de ventilator is uitgeschakeld.
5.5.5 Draagplateaus verplaatsen
De plateaus zijn door uittrekstops beveiligd tegen ongewild uittrekken.
- Til het draagplateau op en trek het naar voren uit.
- Draagplateau met de aanslagrand achter naar boven wijzend inschuiven.
- De levensmiddelen vriezen niet aan de achterwand vast.
5.5.6 Deelbare draagplateaus gebruiken
Fig. 25
- De glasplaat met aanslagrand (2) moet achteraan liggen.
5.5.7 Opbergvakken in de deur verplaatsen
Vakken uitnemen volgens de afbeelding.
Boter- en kaasvak altijd tegelijkertijd met het deksel verwijderen.
- Deksel verwijderen: een zijkant van het boter- en kaasvak naar buiten drukken, tot de dekseltap vrij is, dan deksel zijdelings verwijderen.
5.5.8 Flessenhouder uitnemen
- Flessenhouder volgens afbeelding uitnemen.
Bediening
5.6 Vriesgedeelte
In het vriesgedeelte kunt u diepvriesproducten of ingevroren levensmiddelen bewaren, ijsblokjes maken en verse levensmiddelen invriezen.
5.6.1 Levensmiddelen invriezen
U kunt maximaal zo veel kilo verse levensmiddelen binnen 24 uur invriezen, als op het typeplaatje (zie Het apparaat in vogelvlucht) onder "Invriescapaciteit ... kg/24h" is aangegeven.
De laden kunnen elk met max. 25 kg diepvriesproducten, de plateaus elk met max. 35 kg worden belast.
Na het sluiten van de deur ontstaat er een vacuüm. Na het sluiten ongeveer 1 min. wachten, dan is de deur gemakkelijker te openen.
VOORZICHTIG
Gevaar voor verwonding door glasscherven!
Flessen en blikjes drinken kunnen bij het invriezen springen. Dit geldt met name voor koolzuurhoudend drinken.
- Flessen en blikjes met drinken niet invriezen!
Om de levenmiddelen snel door en door te laten bevriezen, mag u de volgende hoeveelheden per verpakking niet overschrijden:
- fruit, groente max. 1 kg - vlees max. 2,5 kg
- Verdeel de levensmiddelen in porties en doe ze in diepvrieszakjes of in herbruikbare bakjes van kunststof, metaal of aluminium.
5.6.2 Levensmiddelen ontdooien
- in het koelgedeelte - bij kamertemperatuur - in een magnetron - in een oven/heteluchtoven
- Ontdooide levensmiddelen alleen bij wijze van uitzondering weer invriezen.
5.6.3 Temperatuur instellen in het vriesgedeelte
Het apparaat is standaard ingesteld voor een normale werking.
De temperatuur is instelbaar tussen -16 °C en -26 °C, aanbevolen wordt -18 °C.
Temperatuur hoger instellen: insteltoets “+” vriesgedeelte indrukken Fig. 2 (5).
- Temperatuur lager instellen: insteltoets “-” vriesgedeelte indrukken Fig. 2 (4).
- De eerste keer dat u drukt toont het temperatuurdisplay vriesgedeelte de huidige waarde.
- Temperatuur laten verspringen in stapjes van 1 °C: toets kort indrukken.
-of-
- Temperatuur doorlopend veranderen: toets ingedrukt houden.
Tijdens het instellen knippert de waarde.
- Ca. 5 sec. na de laatste druk op toets wordt de daadwerkelijke temperatuur getoond. De temperatuur past zich langzaam aan de nieuwe instelling aan.
5.6.4 Fast-Freeze
Met deze functie kunt u nieuwe levensmiddelen snel tot op de kern invriezen. Het apparaat werkt met maximaal koelvermogen, daardoor kunnen geluiden van de koelaggregaat tijdelijk luider zijn.
U kunt maximaal zoveel nieuwe levensmiddelen binnen 24 h invriezen, als op het typeplaatje onder "invriescapaciteit ... kg/
Pagina 12
Onderhoud
24h" is aangegeven. De invriescapaciteit is afhankelijk van het model en de klimaatklasse van het apparaat.
Afhankelijk van de hoeveel nieuwe levensmiddelen die worden ingevroren, moet FastFreeze bijtijds worden ingeschakeld: bij een kleine hoeveelheid in te vriezen levensmiddelen ca. 6h, bij de maximale hoeveelheid in te vriezen levensmiddelen 24h voordat u de levensmiddelen in de vriezer legt.
Fast-Freeze hoeft u in de volgende gevallen niet in te schakelen:
- wanneer u reeds ingevroren waren in de diepvriezer legt - bij het invriezen van max. ca. 2 kg nieuwe levensmiddelen per dag
Met Fast-Freeze invriezen
- Toets Fast-Freeze Fig. 2 (2) eenmaal kort indrukken.
- De toets Fast-Freeze Fig. 2 (2) is verlicht.
- De vriestemperatuur daalt, het apparaat werkt met maximaal koelvermogen.
Bij een kleine hoeveelheid in te vriezen levensmiddelen: ca. 6 u wachten.
- De nieuwe levensmiddelen in de bovenste vakken leggen. Bij de maximale hoeveelheid in te vriezen levensmiddelen: ca. 24 u wachten.
verpakte levenmiddelen direct op de draagplateaus leggen en eerst na het invriezen in de schuifladen leggen.
- Fast-Freeze schakelt automatisch uit. Naargelang hoeveelheid nieuwe levensmiddelen op zijn vroegst na 30 h uiterlijk na 65 h.
- Het invriezen is afgesloten.
- De toets Fast-Freeze Fig. 2 (2) is donker.
- Het apparaat werkt in de energiebesparende normale modus verder.
5.6.5 Laden
Aanwijzing
Het energieverbruik stijgt en de koelprestatie vermindert bij onvoldoende ventilatie.
Bij apparaten met NoFrost:
- Laat de onderste schuiflade in het apparaat zitten!
- Houd de luchtspleet binnen aan de achterkant steeds vrij!
5.6.7 VarioSpace
Naast de schuifladen kunt u tevens de plateaus verwijderen. Zo creëert u plaats voor levensmiddelen van groot formaat. Gevogelte, vlees, groot wild en hoog gebak kunnen geheel en al worden ingevroren en later verder verwerkt.
- De laden kunnen elk met max. 25 kg diepvriesproducten, de plateaus elk met max. 35 kg worden belast.
5.6.8 Info-systeem
Fig. 26
- (1) Kant-en-klare (4) Vleeswaren, brood gerechten, ijs
- (2) Varkensvlees, vis (5) Wild, paddestoelen
- (3) Fruit, groenten (6) Gevogelte, rund-/kalfs-vlees
De getallen geven telkens voor meerdere soorten ingevroren levensmiddelen de bewaartijd in maanden aan. De vermelde bewaartijden zijn richtwaarden.
5.6.9 Koudeaccu's
De koudeaccu's verhinderen bij stroomuitval, dat de temperatuur te snel stijgt.
Koudeaccu's gebruiken
- De koudeaccu's ruimtebesparend in het bovenste vriesvak leggen.
- De bevroren koudeaccu's boven in het voorste vriesgedeelte op de ingevroren levensmiddelen leggen.
6 Onderhoud
- Om diepvriesgoed direct op de draagplateaus te bewaren: trek de schuiflade naar voren en haal de lade uit.
5.6.6 Plateaus
- Plateau uitnemen: vooraan optillen en uittrekken.
- Plateau terugplaatsen: tot aanslag inschuiven.
6.1 Ontdooien met NoFrost
Het NoFrost-systeem ontdooit het apparaat automatisch.
Koelgedeelte:
Het dooiwater verdampt door de warmte van de compressor. Waterdruppels op de achterwand zijn normaal en wijzen niet op een storing.
- Afvoeropening regelmatig reinigen, zodat het dooiwater kan weglopen (zie 6.2) .
Vriesgedeelte:
Het vocht slaat neer op de verdamper, wordt regelmatig ontdooid en verdampt dan.
- U hoeft het apparaat niet handmatig te ontdooien.
6.2 Apparaat reinigen
Voor het reinigen:
Pagina 13
Storingen
| • Apparaataanduiding Fig. 27 (1), servicenr. Fig. 27 (2) en serie-nr. Fig. 27 (3) van het typeplaatje aflezen. Het typeplaatje bevindt zich aan de linkerkant binnen in het apparaat. Fig. 27 • Contact opnemen met de Technische Dienst en het probleem, apparaataanduiding Fig. 27 (1), service-nr. Fig. 27 (2) en serie-nr. Fig. 27 (3) mededelen. • Dit maakt een snelle en doelgerichte service mogelijk. • Het apparaat gesloten laten, totdat de Technische Dienst komt. • De levensmiddelen blijven langer koel. • Trek de stekker uit het stopcontact (daarbij niet aan het snoer trekken) of de draai de zekering uit. | |
| VOORZICHTIG Gevaar voor verwonding en beschadiging door hete stoom! Hete stoom kan de oppervlakken beschadigen en brandwonden veroorzaken. • Gebruik geen stoomreinigers! | |
| LET OP Verkeerd reinigen kan het apparaat beschadigen! • Gebruik reinigingsmiddelen niet in geconcentreerde vorm. • Gebruik geen schurende of krassende sponsjes of staalwol. • Gebruik geen schoonmaakmiddelen die zand, chloor, chemicaliën of zuren bevatten. • Gebruik geen chemische oplosmiddelen. • Beschadig of verwijder het typeplaatje aan de binnenkant van het apparaat niet. Dit is belangrijk voor de Technische Dienst. • Kabels of andere onderdelen niet afbreken, knikken of beschadigen. • Laat geen reinigingswater in de afvoergoot, de ventilatieroosters en elektrische delen terecht komen. | |
| • Apparaat leegmaken. • Trek de stekker uit. - Gebruik zachte poetsdoeken en een allesreiniger met een neutrale pH-waarde. - Gebruik in de binnenruimte van het apparaat enkel levensmiddelenvriendelijke reinigings- en onderhoudsproducten. Interieur: Buiten- en binnenkant van kunststof reinigen: • Onderdelen met lauwwarm water en een beetje afwasmiddel met de hand reinigen. • Afvoeropening reinigen: vuil met een dun hulpmiddeltje, bijv. een wattenstaafje, verwijderen. | 7 Storingen Uw apparaat is zo ontworpen en gebouwd, dat een veilige werking en lange levensduur gegarandeerd zijn. Mocht desondanks storing optreden, eerst controleren of de storing door een bedieningsfout werd veroorzaakt. In dit geval moeten wij de ontstane kosten ook in de garantieperiode in rekening brengen. Volgende storingen kunt u zelf verhelpen: Het apparaat functioneert niet. → Het apparaat is niet ingeschakeld. • Apparaat inschakelen. → De stekker zit niet goed in het stopcontact. • Stekker controleren. → De zekering in het stopcontact is niet in orde. • Zekering controleren. |
| Onderdelen: • Onderdelen met lauwwarm water en een beetje afwasmiddel met de hand reinigen. • Om schoon te maken de geleiders voor de halve glasplaten afnemen. Na het reinigen: • Apparaat en onderdelen droogwrijven. • Apparaat weer aansluiten en inschakelen. • Fast-Freeze inschakelen (zie 5.6.4) . Wanneer de temperatuur voldoende koud is: de levensmiddelen er weer in leggen. | De compressor blijft lopen. → De compressor schakelt bij een verminderde koudebehoefte over op een lager toerental. Hoewel de looptijd daardoor langer is, wordt energie bespaard. • Dat is bij energiebesparende modellen normaal. → Fast-Freeze is ingeschakeld. • Om de levensmiddelen snel af te koelen, draait de compressor langer. Dit is normaal. → Fast-Cool is ingeschakeld. • Om de levensmiddelen snel af te koelen, draait de compressor langer. Dit is normaal. De inverter knippert regelmatig om de 15 seconden*. → De inverter is met een foutdiagnose LED uitgevoerd. • Het knipperen is normaal. |
| 6.3 Technische Dienst Probeer eerst of u de storing zelf kunt verhelpen (zie Storingen). Mocht dit niet het geval zijn, neem dan contact op met de Technische Dienst. Het adres vindt u in het bijgevoegd overzicht. | Geluiden zijn te luid. → Op toerental gestuurde* compressoren kunnen naar aanleiding van de verschillende draaisnelheden verschillende geluiden veroorzaken. • Het geluid is normaal. Een borrelen en klateren → Dit geluid stamt van het koelmiddel, dat door het koelcircuit stroomt. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 13)
WAARSCHUWING • Het geluid is normaal.
Gevaar voor verwonding door onvakkundige reparatie!
Een zacht klikken
Reparaties en ingrepen aan het apparaat en de stroomaan-→ Het geluid ontstaat bij het automatisch in- en uitschakelen sluiting die niet uitdrukkelijk genoemd worden (zie Ondervan de koelaggregaat (de motor).
houd), uitsluitend door de Technische Dienst laten
- Het geluid is normaal.
uitvoeren.
Pagina 14
Afzetten
| Een brommend geluid. Kan voor korte tijd iets luider zijn, wanneer de koelaggregaat (de motor) inschakelt. → Bij ingeschakelde Fast-Freeze, nieuw opgeslagen levensmiddelen of na lang geopende deur wordt het koelvermogen automatisch verhoogd. • Het geluid is normaal. → Bij ingeschakelde Fast-Cool, nieuw opgeslagen levensmiddelen of na lang geopende deur wordt het koelvermogen automatisch verhoogd. • Het geluid is normaal. → De omgevingstemperatuur is te hoog. • Oplossing: (zie 1.2) Een lage bromtoon. → Het geluid ontstaat door luchtstromingsgeluiden van de | → De LED-verlichting is defect of de afdekking is beschadigd: |
| WAARSCHUWING Gevaar voor verwonding door een elektrische schok! Onder de afdekking bevinden zich stroomgeleidende delen. • LED-binnenverlichting uitsluitend door de Technische Dienst of daarvoor geschoold personeel laten vervangen of repareren. | |
| WAARSCHUWING Gevaar voor verwonding door laserstraling klasse 1M. • Kijk niet naar binnen als de afdekking open is. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 14)
ventilator.
- Het geluid is normaal.
Vibratiegeluiden. 8 Afzetten
→ Het apparaat staat niet stabiel op de grond. Daardoor worden aangrenzende meubels of voorwerpen door de 8.1 Apparaat uitschakelen lopende koelaggregaat in vibratie gezet.
- Flessen en containers uit elkaar zetten.
Aanwijzing
In de temperatuurdisplay wordt aangegeven: F0 tot F5.
Om het volledige apparaat uit te schakelen, moet u alleen → Het betreft een storing.
het vriesgedeelte uitschakelen.
- Contact opnemen met de Technische Dienst (zie Onderhoud).
8.1.1 Vriesgedeelte uitschakelen In de temperatuurdisplay wordt aangegeven: nA
→ De vriestemperatuur was door stroomuitval of een stroom- • Toets On/Off vriesgedeelte Fig. 2 (3)ca. 2 sec. indrukken. onderbreking in de afgelopen uren of dagen te hoog. Zodra • De temperatuurdisplays zijn uit. Het apparaat is uitgeschade stroomonderbreking voorbij is, werkt het apparaat weer keld.
verder met de laatste temperatuurinstelling.
- Toets Alarm Fig. 2 (1) indrukken. 8.1.2 Koelgedeelte uitschakelen
- In de temperatuurdisplay wordt voor ca. 60 s de warmste temperatuur aangegeven, die tijdens de stroomuitval werd Aanwijzing bereikt. Daarna geeft de elektronica weer de daadwerkelijke • Indien nodig kan het koelgedeelte apart worden uitgeschavriestemperatuur aan. keld.
- Aanduiding van de warmste temperatuur voortijdig wissen:
toets Alarm Fig. 2 (1) indrukken. • Toets On/Off koelgedeelte Fig. 2 (11) ca. 2 sec. indrukken.
- De kwaliteit van de levensmiddelen controleren. Bedorven • Het temperatuurdisplay koelgedeelte Fig. 2 (7) is uit. Het levensmiddelen niet meer nuttigen. Ontdooide levensmid- koelgedeelte is uitgeschakeld.
delen niet meer opnieuw invriezen.
Temperatuur is niet laag genoeg.
→ De deur is niet goed gesloten.
- Deur van het apparaat sluiten.
→ Niet voldoende be- en ontluchting.
- Luchtrooster schoonmaken.
→ De omgevingstemperatuur is te hoog.
- Oplossing: (zie 1.2) .
→ Het apparaat werd te vaak of te lang geopend.
- Afwachten of de benodigde temperatuur weer vanzelf wordt bereikt. Zo niet, contact opnemen met de Technische Dienst. (zie Onderhoud).
→ U heeft teveel nieuwe levensmiddelen zonder FastFreeze opgeslagen.
- Oplossing: (zie 5.6.4) → De temperatuur is verkeerd ingesteld.
- Stel de temperatuur lager in en controleer na 24 u.
→ Het apparaat staat te dicht bij een warmtebron.
- Oplossing: (zie In gebruik nemen).
→ Het apparaat werd niet juist in de nis ingebouwd.
- Controleer of het apparaat juist is ingebouwd en de deur goed sluit.
De binnenverlichting brandt niet.
→ Het apparaat is niet ingeschakeld.
- Apparaat inschakelen.
→ De deur was langer dan 15 min. open.
- De binnenverlichting schakelt bij geopende deur na ca. 15 min. automatisch uit.
8.2 Buiten werking stellen
- Apparaat leegmaken.
- Stekker uittrekken.
- Apparaat reinigen (zie 6.2) .
- Laat de deur wat open staan zodat er geen onaangename geuren kunnen ontstaan.
9 Apparaat afdanken
Het apparaat bevat nog waardevolle materialen en mag niet met het gewoon huis- of grofvuil worden meegegeven. Het recyclen van afgedankte apparaten moet vakkundig gebeuren overeenkomstig de plaatselijk geldende voorschriften en wetten.
Let erop dat bij het afvoeren van het afgedankte apparaat het koelmiddelcircuit niet wordt beschadigd, zodat het koelmiddel (informatie op het typeplaatje) of de olie erin niet ongewild vrijkomen.
- Apparaat onbruikbaar maken.
- Trek de stekker uit.
- Snijd het aansluitsnoer door.