ATAG KS8178BF, tekst van de handleiding
Koelkast · ATAG · 12 pagina's in het Nederlands · pdf: 14 pagina's, 1,0 MB
Storingen op pagina 10
Pagina 10
Storingen - problemen?
Uw apparaat is zo geconstrueerd en gefabriceerd, dat de een storingsvrije werking en een lange levensduur gewaarborgd zijn. Treedt er desondanks tijdens het gebruik toch een storing op, controleert u dan of de storing niet wordt veroorzaakt door een bedieningsfout. In dat geval worden de gemaakte kosten u ook tijdens de garantieperiode in rekening gebracht.
De volgende storingen kunt u door controle van de mogelijke oorzaken zelf verhelpen:
Storing - mogelijke oorzaak en oplossing Apparaat werkt niet, het display is uit
- Is het apparaat op de juiste wijze ingeschakeld? - Zit de stekker goed in het stopcontact?
- Is de (groeps-)zekering van het stopcontact in orde?
Binnenverlichting brandt niet
- Is het koelgedeelte ingeschakeld?
- Is de deur langer dan 15 min. open geweest? - De gloeilamp is defect.
Netspanning
Let op! om persoonlijk letsel en materiële schade te voorkomen, reparaties en het vervangen van de LEDbinnenverlichting alleen door de klantendienst laten uitvoeren.
Voorzichtig - laserstraling klasse 1M. Als de afdekkap geopend is, dan de verlichting niet direct met optische instrumenten bekijken.
Geluiden zijn te hard
- Staat het apparaat op een stevige ondergrond, worden meubels/voorwerpen naast het apparaat door het werkende koelcompressor aan het trillen gebracht?
Evt. flessen en ander vaatwerk van elkaar halen.
- Normaal zijn: stromingsgeluiden, borrelende of kabbelende geluiden, deze zijn afkomstig van het koudemiddel dat door het koelcircuit stroomt.
Een zacht klikken, dit ontstaat telkens wanneer de koelcompressor (de motor) automatisch in- of uitschakelt.
Het brommen van de motor. Het brommen van de motor wordt korte tijd iets luider als het de compressor wordt ingeschakeld. Bij ingeschakelde Fast-Freeze, vers geplaatste levensmiddelen of nadat de deur langere tijd open heeft gestaan, wordt het koelvermogen automatisch hoger. Er ontstaat een diepe bromtoon door stromingsgeluiden van de lucht door de ventilator.
Alarm klinkt, de temperatuur is niet laag genoeg
- Zijn er te grote hoeveelheden verse levensmiddelen ingelegd zonder het inschakelen van Fast-Freeze? (zie paragraaf “Fast-Freeze”) - Sluit de deur van het apparaat goed?
- Is de ventilatie voldoende?
Evt. ventilatieroosters vrijmaken.
- Is de omgevingstemperatuur te hoog? (zie paragraaf “Bestemmingen”) - Is het apparaat te vaak of te lang geopend geweest? - Wacht eventueel om te zien of de vereiste temperatuur zich niet vanzelf herstelt.
verschijnt in het display
- Er is een netuitval/een stroomonderbreking opgetreden, te werk gaan volgens paragraaf “Netstoring-/FrostControl - displaymelding”.
De compressor draait lang
- Dat is bij energiebesparende modellen vanuit het oogpunt van hun werking in orde. De toerentalgeregelde* compressor schakelt bij geringe koudebehoefte terug naar een lager toerental. Ondanks dat hierdoor de draaitijd wordt verhoogd, tot nagenoeg duurloop, wordt er toch energie bespaard .
Klantendienst en typeplaatje
Als geen van de eerder genoemde oorzaken aanwezig is en u de storing niet zelf kunt oplossen of als er in de temperatuurdisplay een “F0” tot “F5” verschijnt, dan betekent dit dat: er is een storing aanwezig. Wendt u zich in dit geval tot uw dichtstbijzijnde klantendienst (zie lijst in bijlage). Geef deze displaymelding door, evenals
typeaanduiding van het apparaat 1 Index/servicenummer 2, Serienummer 3
van het typeplaatje. Dit maakt snelle en doelgerichte service mogelijke. Het typeplaatje bevindt zich aan de binnen in het apparaat links.
Laat het apparaat gesloten totdat de klantendienst bij u aanwezig is , om verder koudeverlies te voorkomen.
10 * afhankelijk van model en uitvoering
Pagina 11
Inbouwvoorschrift
mm
Inbouwvoorschriften en maten
W Inbouwmaten controleren:
| A | C | D |
|---|---|---|
| 1769,5 | 523 | 1772-1788 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 11)
| W | Keukenmeubel en eventueel kastdeuren met waterpas en winkelhaak stellen. Indien nodig door ondervullen stellen. De tussenvloer en zijwanden van het keukenmeubel moeten haaks op elkaar staan. |
| W | Het koel-/vriesapparaat inbouwen in stabiele keukenmeubels . |
| W | De oppervlaktemaat voor de ventilatieopeningen beslist aanhouden: |
| - | De diepte van de ventilatieschacht aan de achterzijde van het keukenmeubel moet ten minste 38 mm zijn. |
| - | Als oppervlaktemaat voor de ventilatieopeningen in de keukenplint en bovenin de keukenmeubelombouw is min. 200 cm² noodzakelijk.Principieel geldt: hoe groter de oppervlaktemaat van de ventilatieopeningen, hoe zuiniger het apparaat werkt. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 11)
Vóór aanvang van de montage:
W Netsnoerhouder van de achterkant verwijderen.
W Netsnoer met behulp van een touw doorvoeren.
Bewaar de inbouwvoorschriften zorgvuldig en geef deze eventueel door aan de volgende eigenaar.
De gebruiksaanwijzing is geldig voor meerdere modellen; afwijkingen zijn dus mogelijk.
Voor het inbouwen heeft u het volgende aanvullende gereedschap nodig: Schroevendraaier Torx®15, 20, 25, 30, schaar, accuschroevendraaier
Deurdraairichting veranderen
Als dat nodig is kunt u de deurscharnieren verzetten, indien dit niet nodig is kunt u de handleiding verder volgen die gegeven worden na Bevestiging in de keukenkast
W Voor het vereenvoudigen van de montage het apparaat 3/4 in de inbouwnis schuiven
NL
X
Y
Z
W
W
W
W
Afdekdelen 1, 2 34en 5 verwijderen.
Bovenste scharnierpen 6uit de deur van het koelgedeelte 7 schroeven. Let op: Zet de deur van het koelgedeelte vast zodat deze er niet uitvalt.
Deur van koelgedeelte 7licht naar voren laten kantelen en naar boven toe eruit tillen.
Middelste scharnierpen 8losschroeven.
Let op: Zet de deur van het vriesgedeelte vast zodat deze er niet uitvalt
Deur van vriesgedeelte 9eruit tillen
Bovenste scharnierblok bl en middelste bm losschroeven en op de tegenoverliggende zijde weer vastschroeven met dezelfde schroeven.
Onderste scharnierpen bn met onderlegring bo overzetten. Deur van vriesgedeelte 9weer monteren:
aan de onderzijde op scharnierpen bn en onderlegring bo plaatsen, detail Z. De middelste scharnierpen 8 door het middelste scharnierblok bm in de deurlagering steken en vastschroeven, detail Y
Deur van koelgedeelte 7weer monteren:
in het midden op de scharnierpen 8 plaatsen, detail Y. De bovenste scharnierpen 6 door het buitenste gat in het scharnierblok bl in het deurlager van de deur van het koelgedeelte 7 steken en vastschroeven, detail X Afdekdelen weer op de tegenovergestelde zijde 180° gedraaid aanbrengen
* afhankelijk van model en uitvoering 11
Pagina 12
Bevestigingsdelen en hun toepassing op het apparaat staan in het overzicht
Bevestiging in de keukenkast
W Alle bevestigingsdelen* zijn meegeleverd met het apparaat. W Apparaat 3/4 in het keukenmeubel schuiven
W
-
W
W
W
W
W
-
-
W
W
Afdichtstrip cl aan de handgreepzijde vlak |◀ met de zijwand van het apparaat monteren: in de penopname schuiven en vasthaken in de sleufgaten
Afdekstrip cm aan de handgreepzijde, vlak met 21 het front op de apparaatzijwand plakken: Beschermfolie eraf trekken en afdichtstrip opplakken. indien nodig afdichtstrip aan de onderzijde afkorten op nishoogte. De afdichtstrip precies onder het bevestigingshoekstuk cn plakken.
Afdekkap 2 verwijderen
Bij de eerste montage: Afdekkap 3 van het middelste scharnierblok
bm verwijderen
Bevestigingshoekstuk cn met schroeven co vastschroeven
Apparaat in de inbouwnis schuiven. Let op het netsnoer!
Apparaat in de diepte stellen:
De voorkant van de scharnierblokken cq en cr en het bevstigingshoekstuk cn vlak met de voorkant van de vloer van het meubel en de zijwand van het keukenmeubel uitlijnen.
Apparaat in hoogte stellen: via de stelbouten cr in de scharnierblokken
cp en cq
Die Stelbout cs in het middelste scharnierblok bm tegen de meubelzijwand draaien. Let op: de stelbout cs voorzichtig naar de gewenste positie draaien, om schade aan de meubelwand te vermijden
* afhankelijk van model en uitvoering
Pagina 13
NL
W
-
W
W
W
-
W
W
-
-
Apparaat met spaanplaatschroeven ct/cu in de de nis bevestigen/vastzetten
Boven doorhet bevestigingshoekstuk cn, daarbij moet het apparaat tegen de meubelwand aan drukken. 27
In het midden met bevestigingsgat cs met schroef cu
Onder door stelbout cr in schar-
nierblok cp en cq.
Let er op dat alle schroefverbin- 25 dingen goed vast zitten! 24
Indien nodig, de afdichtstrip cl door verschuiven parallel met het kastplafond afstellen - deze mag niet uitsteken.
de
Zijdeel van het bevestigingshoekstuk
cn einklappen
Afdekkap 2weer vastklikken
Alle gaten metstoppen dl en 5 af- 2 sluiten
Op het middelstescharnierblok bm afdekkap 3 vastklikken 3
Deurkoppeldeel dm, afhankelijk van de handgreephoogte en deurdeling, met 33 schroef dn monteren.
Bij geheel geopende deur de koppelrail d do inschuiven en met schroeven op de meubeldeur dp vastschroeven.
Afstand d ten opzichte van de buitenrand van de meubeldeur aanhouden, d = wanddikte van het keukenmeu- 34 32 bel.
Deurkoppeling zo afstellen dat de meubeldeur aan de handgreepzijde niet tegen het kastframe aankomt (ca. 1 mm afstand).
- Bij grote of gedeelde deuren naar behoefte een extra deurkoppeling monteren!
______________________________________________ De fabrikant werkt voortdurend aan de verdere ontwikkeling van alle types en modellen. Daarom vragen wij uw begrip voor het feit, dat we ons veranderingen in vorm, uitrustingen techniek moeten voorbehouden .
* afhankelijk van model en uitvoering 13
Pagina 1: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 2
Het apparaat in vogelvlucht
Bedienings- en controle-elementen, Afb. A1 Vriesgedeelte
1 Alarm-uit-toets voor waarschuwingssignaal
2 Fast-Freeze-toets, met LED-waarschuwingslampje, lampje aan = ingeschakelde functie
3 Hoofd aan/uit-toets apparaat
4 Insteltoetsen voor temperatuur: linker toets = warmer, rechter toets = kouder, aanbevolen instelling: -18 °C
5 Temperatuur- en insteldisplay
Koelgedeelte
6 Temperatuur- en insteldisplay
7 Kinderbeveiliging (indicator voor koel- en vriesdeel)
8 Insteltoetsen voor temperatuur: linker toets = warmer, rechter toets = kouder, aanbevolen instelling: 5 °C
9 Uit-toets koelgedeelte bl Fast-Cool-toets, met LED-waarschuwingslampje, lampje aan = ingeschakelde functie
Luchtvochtigheidinstelling in de Climat-Freshbox-schuiflade, Afb. A2: Schuifdeel naar links = droog-, naar rechts = vochtig opslagklimaat
Typeplaatje, Afb. A3
1 Typeaanduiding van het apparaat
2 Servicenummer
3 Serienummer
4 Vriesvermogen in kg/24 uur
Overzicht apparaat en uitrusting, Afb. A Koelgedeelte, ca. 5 °C
1 Bedienings- en controle-elementen
2 Boter- en kaasvak
3 Ventilator
4 Verplaatsbare schappen
5 Eiervak*
6 Deelbare en onderschuifbare* schap
7 LED-verlichting
8 Bergvak voor hoge flessen en dranken
9 Rek met glasplaat
Climat-Freshbox-gedeelte, net boven 0 °C bl Dooiwaterafvoer
bm Schuiflade voor droge of verpakte levensmiddelen bn Schuiflade met regelbare luchtvochtigheid
bo Typeplaatje
Vriesgedeelte, ca. -18 °C
bp Koudeaccu* bq Invriesblad,
br Schuiflade met info-systeem*
2 * afhankelijk van model en uitvoering
Pagina 3
NL
Bewaar de gebruiksaanwijzing zorgvuldig en geef deze eventueel door aan de volgende eigenaar.
De gebruiksaanwijzing is geldig voor meerdere modellen, afwijkingen zijn dus mogelijk.
Inhoudsopgave
Het apparaat in vogelvlucht ................................................2 Bestemmingen ....................................................................3 Tips voor het besparen van energie ...................................3 Veiligheidsvoorschriften en waarschuwingen ......................3 Afvalverwerking/Recycling ..................................................3 Technische veiligheid ..........................................................3 Veiligheid tijdens het gebruik ..............................................3 Inbouw- en ventilatievoorschriften .......................................4 Aansluiten ...........................................................................4 In gebruik nemen en controle-elementen ............................4 In- en uitschakelen .............................................................4 De temperatuur instellen ....................................................4 Temperatuurdisplay ...........................................................5 Alarm - waarschuwingssignaal ...........................................5 Fast-Cool ..........................................................................5 Netstoring-/”FrostControl”-displaymelding .........................5 Aanvullende functies ...........................................................5 Koelgedeelte .......................................................................6 Indelen van de levensmiddelen ...........................................6 Aanwijzingen voor het koelen .............................................6 Uitrusting veranderen ..........................................................6 Climat-Freshbox-gedeelte ..................................................6 Richtwaarden voor de bewaarduur .....................................7 Vriesgedeelte ......................................................................7 Fast-Freeze .........................................................................7 Invriezen met Fast-Freeze ...................................................7 Aanwijzingen voor het invriezen en het bewaren .................7 Het Info-System* .................................................................8 Het invriesblad ....................................................................8 De koudeaccu’s .................................................................8 VarioSpace* ........................................................................8 Ontdooien, reinigen ............................................................9 Aanwijzingen voor het ontdooien ........................................9 Reinigen .............................................................................9 Storingen - problemen? ....................................................10 Klantendienst en typeplaatje .............................................10 Inbouwvoorschrift ............................................................11 Deurdraairichting veranderen ...........................................11 Bevestiging en montage ...................................................12
Bestemmingen
- Het apparaat is bestemd voor het koelen, invriezen en bewaren van levensmiddelen en voor het maken van ijs. Het apparaat is ontworpen voor huishoudelijk gebruik. Bij een andere toepassing kan een probleemloze werking niet worden gegarandeerd.
- Het apparaat is, afhankelijk van de klimaatklasse, geschikt voor het gebruik binnen gelimiteerde omgevingstemperaturen. Deze mogen niet worden onder- of overschreden! De voor uw apparaat geldende klimaatklasse is op het typeplaatje aangegeven. De betekenis:
| Klimaatklasse | voor omgevingstemperaturen van |
|---|---|
| SN | +10 °C tot +32 °C |
| N | +16 °C tot +32 °C |
| ST | +18° C tot +38 °C |
| T | +18 °C tot +43 °C |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 3)
- Het koudemiddelcircuit is gecontroleerd op lekkages. - Het apparaat voldoet in ingebouwde toestand aan de van toepassing zijnde veiligheidsvoorschriften en de EG-richtlijnen 73/23/EWG en 89/336/EWG.
Veiligheidsvoorschriften en waarschuwingen
Afvalverwerking/Recycling
De verpakking is samengesteld uit herbruikbare materialen.
- Golfkarton/Karton - Gevormde delen van geschuimd polystyreen - Folies uit polyetheen - Spanbanden uit polypropeen
- Verpakkingsmateriaal is geen speelgoed voor kinderen - verstikkingsgevaar door folie!
- Breng het verpakkingsmateriaal naar een officieel inzamelpunt.
Het afgedankte apparaat: bevat nog waardevolle materialen en moet gescheiden van het huishoudelijk afval worden afgevoerd naar een recyclingbedrijf.
- Maak een afgedankt apparaat onbruikbaar. Trek de stekker uit het stopcontact, snijd het netsnoer door en maak de deursluiting onbruikbaar, zodat kinderen zich niet kunnen insluiten.
- Let er op dat het koelcircuit van het afgedankte apparaat tijdens het transport niet wordt beschadigd.
- Nadere informatie over het gebruikte koudemiddel vindt u op het typeplaatje.
- De afvalverwerking/recycling van afgedankte apparaten moet vakkundig en volgens de lokaal geldende voorschriften en wetgeving plaatsvinden.
Technische veiligheid
- Om persoonlijk letsel en materiële schade te voorkomen, het apparaat alleen verpakt transporteren en met twee personen plaatsen.
- Het gebruikte koudemiddel R 600a is milieuvriendelijk, maar brandbaar.
- Leidingen van het koelcircuit niet beschadigen. Eruit spuitend koudemiddel kan oogletsel veroorzaken of ontbranden.
- Wanneer er koudemiddel vrijkomt, open vuur of ontstekingsbronnen in de nabijheid van het lekpunt verwijderen, stekker uit het stopcontact trekken en de ruimte goed ventileren.
- Neem bij beschadiging van het apparaat onmiddellijk - vóór het aansluiten - contact op met de leverancier.
- Om een veilig gebruik te waarborgen, het apparaat alleen volgens de informatie in de gebruiksaanwijzing monteren en aansluiten.
- Koppel het apparaat bij een storing los van de netspanning. Netstekker uit het stopcontact trekken (hierbij niet aan het netsnoer trekken) of zekering uitschakelen resp. uitdraaien.
- Reparaties en ingrepen aan het apparaat alleen door de klantendienst laten uitvoeren, anders kunnen er aanzienlijke gevaren voor de gebruiker ontstaan. Dit geldt eveneens voor het vervangen van het netsnoer.
Veiligheid tijdens het gebruik
- Bewaar geen explosieve stoffen of spuitbussen met brandbare drijfgassen, zoals butaan, propaan, pentaan enz., in het apparaat. Eventueel vrijkomende gassen kunnen door elektrische onderdelen worden ontstoken. U herkent dergelijke spuitbussen aan de opgedrukte vermelding van de inhoud of aan een vlamsymbool.
- Producten met een hoog alcoholpercentage alleen goed afgesloten en rechtop bewaren.
- Gebruik binnenin het apparaat nooit open vuur of ontstekingsbronnen.
- Geen elektrische apparaten binnenin het apparaat gebruiken (bijv. stoomreiniger, verwarmingsapparatuur).
- Plint, schuifladen, deuren enz. niet misbruiken als opstap of om op te leunen.
- Dit apparaat is niet bedoeld voor personen (ook kinderen) met fysieke, sensorische of mentale gebreken of personen,
* afhankelijk van model en uitvoering 3
Pagina 4
die niet over voldoende ervaring en kennis beschikken, tenzij zij door een persoon die voor hun veiligheid verantwoordelijk is, in het gebruik van het apparaat worden geïnstrueerd of die aanvankelijk toezicht uitoefent. Kinderen mogen niet zonder toezicht achterblijven om te voorkomen dat ze met het apparaat spelen.
- Voorkom langdurig huidcontact met koude oppervlakken of de te koelen/in te vriezen levensmiddelen. Dit kan leiden tot pijn, een verdooft gevoel en bevriezingen. Bij langdurig huidcontact beschermingsmaatregelen treffen, bijv. handschoenen dragen.
- Consumptieijs, vooral waterijsjes of ijsblokjes, niet direct na het uit het apparaat nemen en te koud consumeren. Door de lage temperaturen bestaat er “verbrandingsgevaar”.
- Consumeer geen levensmiddelen die over de houdbaarheidsdatum heen zijn, u kunt hierdoor een voedselvergiftiging oplopen.
Inbouw- en ventilatievoorschriften
- Let er bij het plaatsen/inbouwen op dat de leidingen van het koelcircuit niet beschadigd worden.
- De oppervlaktematen van de ventilatieopeningen mogen niet worden gewijzigd. Zorg altijd voor een goede aan- en afvoer van ventilatielucht!
- Binnen de ruimte waarin uw apparaat moet worden geplaatst moet volgens de norm EN 378 per 8 g koudemiddelmassa R 600a een volume van 1 m³ beschikbaar zijn, zodat er in geval van een lekkage in het koelcircuit geen ontvlambaar gas-luchtmengsel in de plaatsingsruimte van het apparaat kan ontstaan. De opgave van de hoeveelheid koudemiddel vindt u op het typeplaatje binnenin het apparaat.
- Volg de aanwijzingen uit de inbouwvoorschriften op.
- Na de inbouw: alle transportbeveiligingsonderdelen verwijderen, - Plakband en afstandshouders* van de schappen trekken en deze op de gewenste inschuifhoogten plaatsen.
- Alle beschermfolie wegtrekken: van de sierstrips en schuifladenfronten.
Aansluiten
Stroomsoort (wisselstroom) en spanning op de plaatsingslocatie moeten overeenkomen met de gegevens op het typeplaatje. Deze bevindt zich op de linker binnenwand van het apparaat, afb. A.
- Het apparaat alleen op een volgens de voorschriften geïnstalleerd randaardestopcontact aansluiten.
- Het stopcontact moet d.m.v. een zekering van 10 A of zwaarder beveiligd zijn, buiten de achterzijde van het apparaat liggen en goed toegankelijk zijn.
- Het apparaat niet - aansluiten op spanningsomvormers, - in combinatie met zogenaamde energiebesparingsstekkers gebruiken - hierdoor kan de elektronica worden beschadigd, - samen met andere apparaten aansluiten op een verlengsnoer - gevaar voor oververhitting.
- Bij het losnemen van het netsnoer van de achterzijde van het apparaat de kabelhouder verwijderen - anders ontstaan er trillingsgeluiden!
Tips voor het besparen van energie
- Zorg ervoor dat de ventilatieopeningen volledig vrij blijven.
- Open de deur van het apparaat zo kort mogelijk.
- Leg de levensmiddelen gesorteerd in het apparaat. De aangegeven bewaarduur niet overschrijden.
- Alle levensmiddelen goed verpakt en afgedekt bewaren; rijpvorming wordt zo voorkomen.
- Laat warme gerechten eerst tot kamertemperatuur afkoelen, voordat u deze in het apparaat legt.
- Laat diepvriesproducten ontdooien in de koelruimte.
- Houd de deur van het apparaat bij een storing gesloten. Hierdoor wordt het koudeverlies vertraagd. De kwaliteit van de diepvriesproducten blijft zo langer bewaard.
In gebruik nemen en controle-elementen
Het wordt aanbevolen het apparaat vóór het in gebruik nemen te reinigen, zie daarvoor het hoofdstuk “Reinigen”.
Neem het apparaat ca. 2 uur vóór de eerste vulling met diepvriesproducten in gebruik. Plaats de diepvriesproducten pas nadat er een temperatuur van ten minste -18 °C wordt aangegeven.
In- en uitschakelen
Met de hoofd-aan/uit-toets 3schakelt u altijd het complete apparaat in of uit, vries- en koelgedeelte.
W
-
-
W
W
Inschakelen: aan/uit-toets 3 indrukken, zodat de temperatuurdisplays branden/knipperen.
Koelgedeelte met Climat-Freshbox-gedeelte: de binnenverlichting brandt bij geopende deur.
Vriesgedeelte: bij het in gebruik nemen en bij een warm apparaat worden in het display van het vriesgedeelte strepen weergegeven, totdat er een temperatuur onder 0 °C is bereikt.
Uitschakelen: Hoofd-aan/uit-toets 3 ca. één seconde indrukken, zodat de temperatuurdisplays uit zijn.
Wilt u alleen het koel- /Climat-Freshbox-gedeelte uitschakelen (vriesgedeelte blijft ingeschakeld - geschikt voor bijv. vakantietijd), dan moet u de aan/uit-toets 9indrukken, zodat de temperatuurdisplay van het koelgedeelte 6 en de binnenverlichting uit zijn. De temperatuurdisplay van het vriesgedeelte 5 moet branden.
Temperatuur instellen
Het apparaat is seriematig ingesteld voor normaal gebruik, voor het koelgedeelte wordt +5 °C en voor het vriesgedeelte -18 °C aanbevolen.
Temperatuur verlagen/kouder: Betreffende “-”-insteltoets indrukken, links voor koelgedeelte: 8, rechts voor vriesge-
deelte: 4.
Temperatuur verhogen/warmer: betreffende “+”-insteltoets indrukken.
- Tijdens het instellen wordt de instelwaarde knipperend weergegeven.
- Bij de eerste keer indrukken van de temperatuur-insteltoets verschijnt in de display de op dat moment actuele laatste instelwaarde (= gewenste waarde).
- Door het vervolgens steeds kort indrukken verandert de instelwaarde in stappen van 1 °C; door het langer ingedrukt houden gaat dit doorlopend.
- Ca. 5 sec. na de laatste bediening van de toetsen schakelt de elektronica automatisch om en wordt de werkelijke vries- resp. koeltemperatuur (= actuele waarde) weergegeven. De temperatuur is instelbaar in het
W koelgedeelte: van 9 °C tot 4 °C, in het W vriesgedeelte: van -16 °C tot -26 °C.
Het bereiken van de laagste temperatuur is afhankelijk van de plaatsingslocatie en bij hoge omgevingstemperatuur niet in alle gevallen bereikbaar.
W In het Climat-Freshbox-gedeelte wordt de temperatuur automatisch geregeld, tussen 0 en 3 °C.
Als u het hier warmer of kouder wilt hebben, bijv. voor het bewaren van vis, dan kunt u de insteltemperatuur voor het Climat-Freshbox-gedeelte veranderen. Meer informatie hierover kunt u vinden in de paragraaf “aanvullende functies”.
4 * afhankelijk van model en uitvoering
Pagina 5
NL
Temperatuurdisplay
Tijdens normaal gebruik worden:
- de gemiddelde koelruimtetemperatuur 6 en
- de warmste diepvriesproducttemperatuur 5 weergegeven.
De display knippert, als u
- de temperatuurinstelling verandert of - de temperatuur meerdere graden is opgelopen, als aanwijzing voor een koudeverlies. Bijv. bij het in het apparaat leggen van verse “warme” levensmiddelen evenals bij het uitnemen en uitsorteren van diepvriesgoed, door de instromende warme lucht kan de temperatuur korte tijd oplopen. Na het beëindigen van het in het apparaat leggen of uitsorteren regelt de elektronica de temperatuur automatisch naar de laatste instelling. Een korte verhoging van de temperatuur heeft geen invloed op de diepvriesproducten.
W Wordt er in de display een “F 0” tot “F 5” weergegeven, dan is er een storing in het apparaat opgetreden. Neem dan contact op met uw klantendienst en geef deze displaymelding door. Dit maakt een snelle en doelgerichte serviceverlening mogelijke.
Alarm - waarschuwingssignaal
Het waarschuwingssignaal helpt u bij het beschermen van de bewaarde diepvriesproducten en het besparen van energie.
W Het waarschuwingssignaal stopt na het indrukken van de
alarm-uit-toets 1,
- automatisch, als de toereikende koude bewaartemperatuur weer is bereikt of - de deur wordt gesloten.
Deuralarm (voor koel-/Climat-Freshbox- en vriesgedeelte) - Dit signaal hoort u als de deur langer dan ca. 60 sec. geopend is.
Het waarschuwingssignaal is te horen zolang de deur geopend is. Na het sluiten van de deur is de alarm-functie automatisch weer klaar voor gebruik.
Temperatuuralarm (voor vriesgedeelte) - Dit signaal hoort u altijd als de diepvriestemperatuur niet koud genoeg is (afhankelijk van de temperatuurinstelling). - Tegelijkertijd knippert de temperatuurdisplay.
De oorzaak hiervan kan zijn - het in het apparaat leggen van warme verse levensmiddelen, - het uitsorteren en uitnemen van diepvriesproducten, waarbij teveel warme ruimtelucht ingestroomd is.
De temperatuurdisplay knippert totdat de alarmsituatie is beëindigd. Daarna schakelt deze om van knipperen naar het doorlopend branden. Daarmee is het waarschuwingssignaal weer klaar voor gebruik.
Fast-Cool
Met Fast-Cool schakelt u het koelgedeelte naar het hoogste koelvermogen.
Dit wordt vooral aanbevolen als u grote hoeveelheden levensmiddelen, dranken, vers bereid gebak of gerechten zo snel mogelijk wilt laten afkoelen.
W Inschakelen: Fast-Cool-toets bl kort indrukken, zodat het lampje in de toets gaat branden.
De koeltemperatuur zakt naar de koudste waarde.
Opmerking: “Fast-Cool” geeft een iets hoger energieverbruik. Echter, na ca. 6 uur schakelt de elektronica automatisch terug naar het energiesparende normale gebruik.
Indien nodig kunt u “Fast-Cool” ook eerder uitschakelen. W Uitschakelen: opnieuw kort indrukken, zodat het lampje in de toets weer uit is.
Netstoring-/”FrostControl”-displaymelding
Verschijnt de displaymelding “nA”, dan betekent dit dat: De vriestemperatuur is door een netstoring of een stroomonderbreking gedurende de laatste uren of dagen te hoog (te warm) geweest.
W Als u tijdens de nA-displaymelding de alarm-uit-toets 1 indrukt, dan verschijnt in de display de hoogste (warmste) temperatuur, die is opgetreden tijdens de netstoring. Afhankelijk van de opwarming of zelfs ontdooiing moet de kwaliteit van de levensmiddelen worden gecontroleerd en over het verdere gebruik worden beslist!
- Deze “warmste temperatuur” wordt ca. één minuut lang weergegeven. Daarna geeft de elektronica weer de werkelijk aanwezige vriestemperatuur aan. Door het herhaald drukken op de alarm-uit-toets wordt de “warmste temperatuur”-weergave voortijdig gewist.
Na beëindiging van de stroomonderbreking werkt het apparaat verder met de laatste temperatuurinstelling.
Aanvullende functies
Via de instelmodus kunt u de kinderbeveiliging gebruiken, de lichtsterkte van de display* veranderen en de temperatuur in het Climat-Freshbox-gedeelte iets kouder of warmer instellen.
Instelmodus activeren:
W Fast-Freeze-toets ca. 5 sec indrukken - de Fast-Freeze-toets knippert - het display toont c voor kinderbeveiliging. Opmerking: de betreffende te veranderen waarde knippert. W Door het indrukken van de “+”/”-”-toets de gewenste functie kiezen; c = kinderbeveiliging, h = lichtsterkte of b = Climat-Freshbox-temperatuur.
W Vervolgens door kort indrukken van de Fast-Freeze-toets de functie kiezen/bevestigen:
- Bij c = kinderbeveiliging door indrukken van de “+”/”-”-toets c1 = kinderbeveiliging aan of c0 = kinderbeveiliging uit kiezen en met de Fast-Freeze-toets bevestigen.
Brandt symbool 6 dan is de kinderbeveiliging actief.
- Bij h = lichtsterkte door indrukken van de “+”/”-”-toets h1= minimale tot h5 = maximale lichtsterkte kiezen en met de Fast-Freeze-toets bevestigen.
- Bij b = Climat-Freshbox-temperatuur door indrukken van de “+”/”-”-toets tussen b1= koudste tot b9 = warmste niveauwaarde kiezen en met de Fast-Freeze-toets bevestigen. De veranderde Climat-Freshbox-temperatuur zal zich langzaam instellen op de nieuwe waarde.
Opmerking: b5 = fabrieksinstelling. Bij het veranderen richting kouder, b4 tot b1, kunnen temperaturen onder het vriespunt worden bereikt en kunnen de levensmiddelen in het Climat-Freshbox-deel licht bevriezen.
Instelmodus verlaten:
W Door het indrukken van de aan/uit-toets kunt u de instelmodus beëindigen; na 2 min. schakelt de elektronica automatisch om.
- Het normale regelbedrijf is weer actief.
* afhankelijk van model en uitvoering 5
Pagina 6
Koelgedeelte
Indelen van de levensmiddelen
In het bovenste voorgedeelte en in de deur is het het warmst.
Aanwijzingen voor het koelen
- Levensmiddelen zodanig bewaren, dat de lucht goed kan circuleren, dus niet te dicht op elkaar stapelen. Ventilatieluchtspleten* in de achterwand niet afdekken - dit is belangrijk voor de koelprestatie!
- Levensmiddelen die makkelijk reuk of smaak geven of aannemen, evenals vloeistoffen, altijd in gesloten bakken of afgedekt bewaren.
Uitrusting veranderen
W Het conservenopbergvak* kunt u verzetten en alle deuropbergvakken zijn uitneembaar voor het reinigen: Opbergvakken omhoogschuiven, naar voren uitnemen en in omgekeerde volgorde weer plaatsen.
W Door verschuiven van de flessenhouder en conservenhouder kunt u ervoor zorgen dat flessen niet omvallen bij het openen van de deur daarbij altijd het dragend kunststofdeel vastpakken ! Voor het reinigen kan de houder worden verwijderd: de voorste rand van de houder naar voren trekken en uit de vergrendeling trekken.
3
| W | De schappen/glasplaten* kunt u afhankelijk van de hoogte van de te koelen producten verzetten: |
| - | Glasplaat optillen, uitsparing over de dragers trekken en hoger of lager weer inschuiven. |
| - | De glasplaten* zijn tegen onbedoeld uittrekken beveiligd door uittrekstops. |
| - | De korte* glasplaat bovenin, altijd voor de ventilator, onder het vriesvak* schuiven. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 6)
W Gebruik het voorste gedeelte van de vloer van het koelgedeelte alleen voor het tijdelijk plaatsen van koelproducten, bijv. als u de kast herinricht of de inhoud uitsorteert. Dit vergemakkelijkt het gebruik. Laat de koelproducten daar echter niet staan, omdat het anders bij het sluiten van de deur naar achter kan worden geschoven of kan omvallen.
W Het plaatsen van hoge bakken of vaatwerk is mogelijk door de halve glasplaten: Meegeleverde schapdragers, op de gewenste hoogte rechts en links op de draagnoppen vastklikken, let daarbij op rechter (R) en linker (L) deel! De glasplaten 1/2 inschuiven. De glasplaat 2 met aanslagrand moet achteraan liggen!
1
Climat-Freshbox-gedeelte
Het Climat-Freshbox-gedeelte maakt voor verschillende verse levensmiddelen een tot wel driemaal zo lange bewaartijd mogelijk bij gelijkblijvende kwaliteit, in vergelijking tot het gebruikelijke koelen. Smaak, versheid, genots- en voedingswaarde (vitaminegehalte, C- en B-groepen) blijven in hoge mate behouden. De automatisch geregelde bewaartemperatuur constant net boven 0 °C en de zich instellende luchtvochtigheid, maakt optimale bewaarcondities mogelijk voor de verschillende levensmiddelen.
De bovenste schuiflade, is geschikt voor het bewaren van droge of verpakte levensmiddelen (bijv. melkproducten, vlees, vis, worst). Hier ontstaat een relatief droog opslagklimaat.
De verstelbare schuiflade, is bij “vocht”-instelling geschikt voor het bewaren van sla, groente en fruit. Bij goed gevulde schuiflade ontstaat er een dauwvers klimaat, met een luchtvochtigheid tot max. 90 %.
Afhankelijk van de behoefte kunt u dit vak naar keuze gebruiken met droog of vochtig klimaat.
Vochtigheid instellen,
- “droog”: klein vochtigheidssymbool - schuifdeel naar links schuiven. Hier levensmiddelen leggen die geschikt zijn voor het droog bewaren.
- “vochtig”: hoge relatieve luchtvochtigheid van max. 90 %, groot vochtigheidssymbool - schuifdeel geheel naar rechts schuiven. Geschikt voor onverpakt te bewaren levensmiddelen met een hoge eigen vochtigheid, bijv. bladsla.
Opmerkingen
- De luchtvochtigheid in het vak is afhankelijk van het vochtgehalte van de hierin gelegde koelproducten en van het aantal keren dat de deur wordt geopend.
- Let bij het kopen op de “versheid” van de levensmiddelen. De versheid en de kwaliteit zijn bepalend voor de bewaarduur.
- Onverpakte dierlijke en plantaardige levensmiddelen gescheiden bewaren, sorteren en in de schuifladen rangschikken. Als deze uit ruimtebehoefte samen moeten worden bewaard, bewaar deze dan verpakt! Verschillende vleessoorten niet direct met elkaar in aanraking brengen, altijd door verpakking scheiden; een voortijdig bederven door het overdragen van ziektekiemen wordt zo voorkomen.
- Let er op dat eiwitrijke levensmiddelen sneller bederven. D.w.z. schaal- en weekdieren bederven sneller dan vis, vis sneller dan vlees.
- Levensmiddelen enige tijd voor het consumeren uit de vakken halen. Pas bij kamertemperatuur ontplooien aroma en smaak zich, de genotswaarde wordt daardoor verhoogd.
- Niet in Climat-Freshbox-gedeelte horen: koudegevoelige groenten zoals komkommers, paprika’s, aubergines, avocado’s, halfrijpe tomaten, bonen, zucchini en alle koudegevoelige zuidvruchten.
6 * afhankelijk van model en uitvoering
Pagina 7
NL
Richtwaarden voor de bewaarduur voor enkele levensmiddelen in het Climat-Freshbox-gedeelte:
| Bij “droog” bewaren | |
| Boter | tot 30 dagen |
| Kaas, zacht | tot 30 dagen |
| Melk, vers | tot 7 dagen |
| Worst, gesneden vleeswaren Vis | tot 7 dagen tot 4 dagen |
| Schaaldieren | tot 3 dagen |
| Gevogelte | tot 5 dagen |
| Varkensvlees | |
| in grotere porties kleingesneden | tot 7 dagen tot 5 dagen |
| Rundvlees | tot 7 dagen |
| Wild | tot 7 dagen |
| Bij “vochtig” bewaren Groenten, sla | |
| Artisjokken | tot 21 dagen |
| Bleekselderij | tot 30 dagen |
| Bloemkool | tot 21 dagen |
| Broccoli | tot 14 dagen |
| Witlof/Brussels lof Chinese kool | tot 30 dagen tot 14 dagen |
| IJsbergsla, andijvie, veldsla Erwten | tot 21 dagen tot 10 dagen |
| Venkel | tot 21 dagen |
| Groene kool | tot 14 dagen |
| Wortels/penen | tot 150 dagen |
| Knoflook | tot 180 dagen |
| Koolrabi | tot 14 dagen |
| Kropkool | tot 180 dagen |
| Kropsla | tot 10 dagen |
| Keukenkruiden | tot 30 dagen |
| Look/prei | tot 60 dagen |
| Sla-uien | tot 7 dagen |
| Paddenstoelen/champignons | tot 7 dagen |
| Radicchiosla | tot 21 dagen |
| Radijsjes | tot 14 dagen |
| Spruitjes | tot 30 dagen |
| Asperges | tot 14 dagen |
| Spinazie | tot 7 dagen |
| Savooiekool | tot 60 dagen |
| Fruit | |
| Abrikozen | tot 14 dagen |
| Appels | tot 180 dagen |
| Peren | tot 120 dagen |
| Bramen | tot 8 dagen |
| Dadels (vers) | tot 60 dagen |
| Aardbeien | tot 5 dagen |
| Vijgen (vers) | tot 7 dagen |
| Bosbessen | tot 14 dagen |
| Frambozen | tot 5 dagen |
| Aalbessen | tot 21 dagen |
| Kersen | tot 14 dagen |
| Kiwi | tot 120 dagen |
| Perziken | tot 30 dagen |
| Pruimen | tot 21 dagen |
| Kweeperen | tot 90 dagen |
| Rabarber | tot 21 dagen |
| Kruisbessen | tot 21 dagen |
| Wijndruiven | tot 90 dagen |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 7)
Vriesgedeelte
Fast-Freeze
De verse levensmiddelen moeten zo snel mogelijk tot in de kern worden diepgevroren en al bewaarde bevroren producten worden voorzien van een “koudereserve”. Dit is mogelijk met de Fast-Freeze-voorziening. Hierdoor blijven de voedingswaarde, het uiterlijk en de smaak van de ingevroren levensmiddelen het best behouden.
- U kunt maximaal het aantal kg verse levensmiddelen binnen 24 uur invriezen, dat is aangegeven op het typeplaatje bij “invriescapaciteit” ... kg/24h”, afb. A3, Pos. 4. De maximale hoeveelheid diepvriesproducten verschilt afhankelijk van het model en de klimaatklasse.
Invriezen met Fast-Freeze
- Kort op de Fast-Freeze-toets 2 drukken, zodat de LED in de toets gaat branden.
De invriestemperatuur daalt, het apparaat werkt met de grootste mogelijke koudecapaciteit.
- Bij een kleine in te vriezen hoeveelheid ca. 6 uur wachten/voor-vriezen. Dat is normaal gesproken voldoende. Bij de maximale hoeveelheid, zie typeplaatje bij invriescapaciteit, ca. 24 uur wachten.
- Daarna de verse levensmiddelen plaatsen, bij voorkeur in de bovenste vakken.
- Fast-Freeze schakelt zichzelf automatisch uit. Naar behoefte, afhankelijk van de geplaatste hoeveelheid, op z’n vroegst na 30 en op z’n laatst na 60 uur. Het invriesproces is beëindigd - de Fast-Freeze-LED is uit - het apparaat werkt weer in het energiebesparende normale bedrijf.
Opmerking: Fast-Freeze moet u niet inschakelen:
- bij het plaatsen van al bevroren diepvriesproducten, - bij het invriezen van niet meer dan ca. 2 kg verse levensmiddelen per dag.
Aanwijzingen voor het invriezen en het bewaren
- Geschikt voor het invriezen zijn: vlees, wild, gevogelte, verse vis, groente, fruit, zuivelproducten, brood, bakwaren, kant-en-klare gerechten.
Niet geschikt zijn: kropsla, radijsjes, wijndruiven, hele appels en bessen, vet vlees.
- Geschikt als verpakkingsmateriaal zijn in de handel verkrijgbare diepvrieszakken, herbruikbare bakken van kunststof, metaal en aluminium.
- Vers in te vriezen levensmiddelen niet in contact laten komen met al bevroren levensmiddelen. De verpakkingen altijd droog in het apparaat plaatsen, zodat ze niet aan elkaar vastvriezen.
- Op de verpakkingen steeds de datum en de inhoud schrijven en de aanbevolen bewaarduur van de bevroren producten niet overschrijden, zo wordt kwaliteitsverlies voorkomen.
- Levensmiddelen die u zelf invriest steeds per portie voor de omvang van uw huishouding verpakken. Om ze snel tot op de kern te laten bevriezen moet u de volgende hoeveelheden per verpakking niet overschrijden:
- fruit, groente tot 1 kg, - vlees tot 2,5 kg.
- Groenten na het wassen en het in porties verdelen blancheren (2-3 minuten in kokend water dompelen, daarna eruit halen en snel in koud water laten afkoelen. Als u met een stomer of magnetron blancheert, volg dan de betreffende aanwijzingen op).
- Verse levensmiddelen en geblancheerde groenten vóór het invriezen niet zouten of kruiden. Andere gerechten slechts licht zouten en kruiden. De smaakintensiteit van verschillende kruiden verandert.
- Flessen en dozen met koolzuurhoudende dranken niet laten bevriezen. Ze kunnen anders uit elkaar spatten. Bij het snel afkoelen van dranken de flessen binnen één uur weer uit het vriesgedeelte halen!
- Het bewaren: De individuele schuifladen en de schappen kunnen worden beladen met max. 25 kg diepvriesproducten.
* afhankelijk van model en uitvoering 7
Verder lezen op pagina 8Inhoud