ATAG VA6011RF, tekst van de handleiding
Pagina's 17–43 van 44 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
Pagina 17
Gebruiksaanwijzing
Bestek en servies in de machine zetten
1 Sponzen, vaatdoekjes en alle voorwerpen die zich met water kunnen volzuigen, mogen niet in de afwasautomaat gereinigd worden.
| Voor machinaal afwassen is het volgende bestek/servies | |
|---|---|
| niet geschikt: | beperkt geschikt: |
| • bestek met heften van hout, hoorn, porselein of parelmoer • niet hittebestendige kunststof • ouder bestek met temperatuurgevoelige lijm • gelijmd servies of bestek • tin en koper • kristal • metaal dat kan roesten • houten planken • kunstnijverheidsartikelen | • Aardewerk alleen in de machine afwassen, als het van de aanduiding "geschikt voor de afwasautomaat" voorzien is. • Versieringen die op het glazuur zijn aangebracht kunnen door zeer vaak machinaal afwassen verbleken. • Zilver en aluminium kunnen bij machinaal afwassen verkleuren. Etensresten als eiwit, eigeel en mosterd veroorzaken vaak verkleuringen of vlekken op zilver. Zilver daarom altijd goed schoon spoelen, als het niet direct na gebruik wordt afgewassen. • Sommige glassoorten kunnen na vele malen machinaal afwassen dof worden. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 17)
- Voordat u het servies in de machine zet, moet u:
- grove etensresten verwijderen.
- pannen met ingebrande etensresten weken.
- Let bij het in de machine zetten van servies en bestek op het volgende:
- servies en bestek mogen de sproeiarmen niet blokkeren.
- hol serviesgoed zoals kopjes, glazen, pannen enz. met de opening naar beneden neerzetten, zodat zich in de openingen geen water kan verzamelen
- servies en bestek mogen niet in elkaar liggen of elkaar afdekken
- om beschadiging te voorkomen mogen glazen elkaar niet raken
- kleine voorwerpen (bijv. deksels) in de bestekkorf leggen
Pagina 18
Gebruiksaanwijzing
Bestek rangschikken
1 Lange, scherpe bestekdelen die in de bestekkorf staan, kunnen vooral voor kinderen gevaarlijk zijn (zie Aanwijzingen m.b.t. de veiligheid). Om ervoor te zorgen dat het water alle bestekdelen bereikt, moet u 0 1. het roostertje op de bestekkorf zetten
- 2. korte messen, vorken en lepels met het heft naar beneden in het roostertje van de bestekkorf zetten.
- 3. voor grotere bestekdelen, bijv. een garde, één helft van het roostertje weglaten.
Bij sommige modellen kunt u de bestekkorf openklappen.
1 Om ervoor te zorgen dat de bestekkorf bij het uit de machine nemen niet kan openklappen, moet u hem bij de tweedelige greep pakken.
0 1. Bestekkorf op tafel of aanrechtblad zetten.
- 2. De twee delen van de greep openklappen.
- 3. Bestek eruitnemen.
- 4. De twee delen van de greep weer dichtklappen.
Pagina 19
Gebruiksaanwijzing
Pannen, schalen en grote borden in de machine zetten
Groot en sterk verontreinigd servies in de onderste korf zetten.
Uw afwasautomaat beschikt over een van de volgende vier onderste korven:
Variant 1: Alle bordenrekken van de onderste korf zijn vast
Variant 2: De rechterbordenrekken van de onderste korf kunnen naar links worden neergeklapt
3 Om groter servies makkelijk in te kunnen ruimen, kunnen de beide rechterbordenrekken van de onderste korf naar links worden neergeklapt: 0 1. Rechter bordenrek aan de achterkant iets optillen.
- 2. Bordenrek naar links neerklappen.
Pagina 20
Gebruiksaanwijzing
3 Variant 3: De rechterbordenrekken van de onderste korf kunnen kruislings worden neergeklapt
Om groter servies makkelijk in te kunnen ruimen, kunnen de beide rechterbordenrekken van de onderste korf kruislings worden neergeklapt.
Variant 4: De beide achterste bordenrekken van de onderste korf kunnen kruislings worden neergeklapt
Om groter servies makkelijk in te kunnen ruimen, kunnen de beide achterste bordenrekken van de onderste korf kruislings worden neergeklapt
3
Pagina 21
Gebruiksaanwijzing
Kopjes, schoteltjes en glaswerk in de machine zetten
Klein, teer serviesgoed en lange, scherpe bestekdelen in de bovenste korf plaatsen.
- Servies op en onder de uitklapbare kopjesrekken versprongen neerzetten, zodat het water overal goed kan komen.
- U kunt de kopjesrekken omhoogklappen om hoog servies neer te zetten.
- Wijn-, champagne- en cognacglazen kunt u in de uitsparingen van de kopjesrekken zetten resp. hangen.
- Glazen, bekers enz. kunnen ook op de twee rijen spijltjes links in de bovenste korf worden gezet.
Pagina 22
Gebruiksaanwijzing
Bovenste korf in hoogte verstellen
| Maximale hoogte van het servies in de bovenste korf onderste korf | ||
|---|---|---|
| als de bovenste korf op de hoogste stand staat | 22 cm | 31 cm |
| als de bovenste korf op de laagste stand staat | 24 cm | 29 cm |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 22)
3 De hoogte kan ook versteld worden als de korven gevuld zijn.
Lager plaatsen van de bovenste korf:
0 1. Bovenste korf helemaal naar buiten trekken.
- 2. Bovenste korf zo ver mogelijk optillen en loodrecht laten zakken. De bovenste korf valt nu in de laagste stand.
Hoger plaatsen van de bovenste korf:
0 1. Bovenste korf helemaal naar buiten trekken.
- 2. Bovenste korf zo ver mogelijk optillen en loodrecht laten zakken. De bovenste korf valt nu in de hoogste stand.
Pagina 23
Gebruiksaanwijzing
Reinigingsmiddel doseren
1 Gebruik alleen reinigingsmiddelen voor afwasautomaten.
Doseer reinigingsmiddel:
- Vóór het begin van een programma (niet bij het programma voorspoelen). Reinigingsmiddel wordt tijdens het programma automatisch ingespoeld.
2 Let op de aanwijzingen m.b.t. doseren en bewaren op de verpakking van het reinigingsmiddel.
Het reservoir voor reinigingsmiddel bevindt zich aan de binnenzijde van de deur.
0 1. Als het deksel gesloten is: ontgrendelingsknop (1) indrukken.
Het deksel springt open.
- 2. Reinigingsmiddel in het reservoir voor reinigingsmiddel doen. Als doseerhulpje dienen de markeringslijnen:
“20” komt overeen met ca. 20 ml reinigingsmiddel, “30” komt overeen met ca. 30 ml reinigingsmiddel.
- 3. Deksel terugklappen en dichtdrukken, tot het dichtklikt.
3
Bij zeer sterk verontreinigd servies bovendien reinigingsmiddel in het extra vakje (2) doseren. Dit reinigingsmiddel werkt al tijdens het voorspoelen.
Pagina 24
Gebruiksaanwijzing
Gebruik van “3 in 1”/ Combi-vaatwastabletten
Algemene aanwijzingen
Dit product bestaat uit tabletten die tegelijkertijd fungeren als vaatwasmiddel, spoelhulp en zoutdosering.
0 1. Controleer voordat u deze producten gebruikt eerst of de hardheid van uw watertoevoer compatibel is met het gebruik van deze producten, zoals aangegeven op de gebruiksinstructies van de fabrikant van het vaatwasmiddel (op de productverpakking.
- 2. Deze producten moeten beslist gebruikt worden overeenkomstig de instructies van de fabrikant van het vaatwasmiddel.
1 Leg de tabletten niet in de vaatwasbak of het vaatwasrek, u verkrijgt dan een slechter wasresultaat. Leg de tabletten in het doseerbakje voor het vaatwasmiddel.
- 3. Als het eerste gebruik van “3-in 1” producten problemen geeft, neem dan contact op met de helplijn van de fabrikant van het vaatwasmiddel (het telefoonnummer staat vermeld op de productverpakking).
Speciaal advies
Bij het gebruik van combinatieproducten zijn de spoelhulp en zoutdosering niet langer van nut. Daarom kan het verstandig zijn om de spoelhulp uit te schakelen - denk eraan dat alleen sommige vaatwasmachines met deze functie zijn uitgerust - en de allerlaagste instelling voor waterhardheid te selecteren.
Raadpleeg voor meer informatie uw handleiding.
Als u besluit om over te gaan op het gebruik van een standaard vaatreinigingssysteem adviseren wij u om:
- zowel de zout- als de spoelhulpvakjes weer te vullen.
- de hoogste instelling voor waterhardheid te selecteren en drie normale wasbeurten zonder vaat te draaien.
- opnieuw de instelling voor waterhardheid te selecteren volgens de omstandigheden in uw woonplaats (zoals aangegeven in de gebruikershandleiding).
3 Bij klachten die direct verband houden met het gebruik van deze producten, kunnen wij niet aansprakelijk gesteld worden!
Pagina 25
Gebruiksaanwijzing
2 Compacte reinigingsmiddelen
Reinigingsmiddelen voor afwasmachines kunnen aan de hand van hun chemische samenstelling in twee types verdeeld worden:
- traditionele, alkalische reinigingsmiddelen met bijtende bestanddelen
- laagalkalische compacte reinigingsmiddelen met natuurlijke enzymen.
⁵⁰ °C-programma's in combinatie met compacte reinigingsmiddelen ontzien het milieu en uw servies, want deze programma's zijn speciaal afgestemd op de vuil oplossende eigenschappen van de enzymen in compacte reinigingsmiddelen. Daarom bereiken 50 °C-programma's in combinatie met compacte reinigingsmiddelen dezelfde reinigingsresultaten die anders alleen met 65 °C-programma's bereikt worden.
Reinigingstabletten
Reinigingstabletten van verschillende fabrikanten lossen niet even snel op. Daarom kunnen sommige reinigingstabletten in korte programma's niet hun volle reinigingswerking bereiken. Gebruik daarom bij reinigingstabletten programma's met voorspoelen.
3
Pagina 26
Gebruiksaanwijzing
Programma kiezen (programmatabel)
Kies aan de hand van deze tabel het geschikte programma:
| Soort servies | Groot servies en pannen | Klein servies | |||
|---|---|---|---|---|---|
| bovendien | - | - | - | met teer glaswerk | |
| Soort verontreiniging | • sterk verontreinigd • aangekoekte etensresten, vooral eiwit en zetmeel | • sterk verontreinigd | • normaal verontreinigd • aangekoekte etensresten | • normaal verontreinigd | • licht verontreinigd |
| bijzonder geschikt bij gebruik van compacte reinigingsmiddelen. | |||||
| Geschikt programma: | |||||
| 3) | |||||
| Programmaverloop ¹) | voorspoelen reinigen 2x spoelen naspoelen drogen | voorspoelen reinigen spoelen naspoelen drogen | voorspoelen reinigen spoelen naspoelen drogen | - reinigen spoelen naspoelen - | - reinigen spoelen naspoelen - |
| Verbruikswaarden: ²) | |||||
| Duur | 105 - 115 min. | 95 - 105 min. | 140 - 150 min. | 40 min. | 40 min. |
| Energie | 1,75 - 1,95 kWh | 1,35 - 1,55 kWh | 0,95 - 1,05 kWh | 0,85 kWh | 0,8 kWh |
| Water | 17 - 19 liter | 14 - 16 liter | 14 - 16 liter | 12 liter | 12 liter |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 26)
- 1) De verschillende programma-onderdelen klinken niet allemaal hetzelfde, omdat bij sommige onderdelen voor een beter reinigingsresultaat korte tijd krachtiger wordt afgewassen.
- 2) De verbruikswaarden zijn onder normomstandigheden bepaald. Ze zijn afhankelijk van de belading van de servieskorven. Afwijkingen zijn daarom in de praktijk mogelijk.
- 3) Testprogramma voor testinstituten
Pagina 27
Gebruiksaanwijzing
Afwasprogramma starten
0 1. Controleer of servies en bestek zodanig zijn opgesteld, dat de sproeiarmen vrij kunnen draaien.
- 2. Waterkraan geheel opendraaien.
- 3. Deur sluiten.
- 4. AAN/UIT-toets indrukken. De indicatie van de AAN/UIT-toets gaat branden.
- 5. Programmatoets van het gewenste programma indrukken (zie ”Programmatabel”). De programma-indicatie gaat branden. Eén of twee lampjes van de meervoudige indicatie knipperen. In deze tijd kunt u nog een ander programma kiezen. Na ongeveer 6 seconden begint het gekozen programma. In de meervoudige indicatie wordt aangegeven met welk deel van het programma de machine bezig is.
3
Als na de programmastart in de meervoudige indicatie het bovenste lampje en/of het middelste lampje knippert, moet u hoofdstuk ”Wat is er aan de hand als...” lezen.
Programma onderbreken/beëindigen
3
Onderbreek een lopend programma alleen als dat beslist noodzakelijk is. Na het weer sluiten van de machinedeur wordt de binnengestroomde lucht sterk verhit en verspreid. Daardoor kan water in de kuip terechtkomen en kan eventueel de beveiliging tegen wateroverlast in werking treden.
Programma onderbreken door de machinedeur te openen
1 Bij het openen van de deur kan hete damp naar buiten komen. Verbrandingsgevaar! Deur voorzichtig openen.
0 1. Machinedeur openen. Het programma stopt.
- 2. Lampjes in de meervoudige indicatie knipperen.
- 3. Deur sluiten. Het programma loopt verder.
Programma beëindigen
0 1. Toets van het lopende programma indrukken en zo lang ingedrukt houden tot de programma-indicatie van het lopende programma uitgaat.
- 2. Programmatoets loslaten, het programma is beëindigd.
Pagina 28
Gebruiksaanwijzing
Pauzefunctie
3
De pauzefunctie kan alleen vóór programma-onderdeel drogen I worden uitgevoerd. Als de pauzefunctie tijdens programma-onderdeel drogen I wordt uitgevoerd, wordt het programma beëindigd.
Met de pauzefunctie kan het programma korte tijd worden onderbroken:
0 1. AAN/UIT-toets indrukken. Het programma stopt.
- 2. Alle indicaties gaan uit.
- 3. Als het programma na korte tijd moet worden voortgezet, nogmaals AAN/UIT-toets indrukken. Het programma loopt verder.
2
Een programma niet te lang onderbreken omdat anders het afgekoelde water weer moet worden verwarmd, waardoor het energieverbruik stijgt.
Starttijdkeuze instellen of wijzigen
Met de starttijdkeuze kunt u instellen of het programma na 3, 6 of 9 uur moet beginnen.
0 1. Toets AAN/UIT indrukken.
- 2. Starttijdkeuze instellen: toets Y zo vaak indrukken, tot de indicatie naast het gewenste aantal uren gaat branden.
Starttijdkeuze wijzigen:
Zolang het programma nog niet begonnen is, kunt u door indrukken van toets Y de ingestelde starttijd nog wijzigen.
Starttijdkeuze annuleren:
Zolang het programma nog niet begonnen is, kunt u de starttijdkeuze annuleren. Druk toets Y zo vaak in tot geen van de drie urenindicaties meer brandt. Het gekozen programma begint direct.
- 3. Toets van het gewenste programma indrukken. De programma-indicatie gaat branden.
- 4. Na afloop van de ingestelde tijd begint het programma.
Pagina 29
Gebruiksaanwijzing
Beladingsherkenning – AUTOMATIC
Als u een programma start, terwijl er in de bovenste en/of onderste korf maar weinig servies staat, past een intelligente elektronica de hoeveelheid water en de duur van het programma aan de hoeveelheid servies aan. Daardoor kunt u ook weinig servies snel en economisch afwassen. Bij halve belading (6 standaardcouverts) bespaart u zo’n 2 liter water en 0,2 kWh stroom.
Afwasautomaat uitschakelen
Afwasautomaat pas uitschakelen, als in de indicatie van het programmaverloop L gaat branden.
0 1. Toets aan/uit M indrukken. De indicatie van de toets gaat uit.
1 Bij het openen van de deur, direct na beëindiging van het programma, kan hete stoom naar buiten komen. Daarom:
- 2. Deur voorzichtig openen.
Machine leeghalen
3
- Heet servies is zeer gevoelig. Daarom vóór het leeghalen laten afkoelen.
- Laat na beëindiging van het programma het servies nog ca. 15 minuten in de machine staan. Het droogt dan beter.
- Eerst de onderste korf leeghalen, dan de bovenste korf. Zo voorkomt u dat restwater van de bovenste korf op het servies in de onderste korf druppelt en watervlekken achterlaat.
Pagina 30
Gebruiksaanwijzing
Onderhoud en reiniging
1 In geen geval onderhoudsmiddelen voor meubels of agressieve reinigingsmiddelen gebruiken.
- Bedieningselementen van de afwasautomaat alleen met een zachte doek en schoon warm water schoonmaken.
- Kuip, deurafdichting en watertoevoer regelmatig controleren en eventueel schoonmaken.
Schoonmaken van de zeven
3 De zeven in de kuipbodem zijn in hoge mate zelfreinigend. Toch moet u de zeven af en toe controleren en eventueel schoonmaken.
Verontreinigde zeven hebben een nadelige invloed op het afwasresultaat.
0 1. Deur openen, onderste korf uit de machine nemen.
- 2. Het zeefsysteem van de afwasautomaat bestaat uit een grove/fijne zeef, microfilter en vlakke zeef. M.b.v. de greep van het microfilter het zeefsysteem ontgrendelen en uit de machine nemen.
- 3. Greep ongeveer een kwart slag linksom draaien en uitnemen.
- 4. Grove/fijne zeef (1/2) aan het oogje pakken en uit het microfilter (3) trekken.
- 5. Alle zeven onder stromend water grondig schoonmaken.
- 6. Vlakke zeef (4) uit de kuipbodem nemen en aan beide kanten grondig schoonmaken.
Pagina 31
Gebruiksaanwijzing
- 7. Vlakke zeef weer in de kuipbodem zetten.
- 8. Grove/fijne zeef in het microfilter zetten en in elkaar drukken.
- 9. Zeefcombinatie weer inzetten en door rechtsom draaien van de greep vergrendelen. Let erop dat de vlakke zeef niet boven de kuipbodem uitsteekt.
1 Zonder zeven mag de machine in geen geval gebruikt worden.
Wat is er aan de hand, als...
Aan de hand van onderstaande aanwijzingen kunt u kleine storingen aan het toestel zelf opheffen. Als u toch voor één van de hier vermelde storingen of vanwege foutieve bediening onze service-afdeling inschakelt, wordt dit bezoek ook tijdens de garantietermijn niet door onze garantiebepalingen gedekt.
Pagina 32
Gebruiksaanwijzing
...foutmeldingen worden aangegeven.
- Knippert in de meervoudige indicatie het bovenste lampje of het middelste lampje, dan kunt u de storing eventueel zelf opheffen. Na opheffen van de storing AAN/UIT-toets indrukken. Het programma loopt verder. Als de storing opnieuw wordt aangegeven, moet u contact opnemen met onze service-afdeling.
- Als in de meervoudige indicatie andere lampjes knipperen, contact opnemen met onze service-afdeling en opgeven welke lampjes knipperen.
| Storing: | Mogelijke oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| In de meervoudige indicatie knippert het bovenste lampje. Er wordt geen water toegevoerd. | Waterkraan is verstopt of verkalkt. | Waterkraan schoonmaken. |
| Zeef (indien aanwezig) in de slangkoppeling aan de waterkraan is verstopt. | Zeef in de slangkoppeling schoonmaken. | |
| Watertoevoerslang ligt niet goed. | Slang controleren. | |
| In de meervoudige indicatie knippert het middelste lampje. | De sifon is verstopt. | Sifon schoonmaken. |
| Waterafvoerslang ligt niet goed. | Slang controleren. | |
| In de meervoudige indicatie knipperen het bovenste en het middelste lampje. | De beveiliging tegen wateroverlast is in werking getreden. | Waterkraan dichtdraaien en contact opnemen met de service-afdeling. |
Pagina 33
Gebruiksaanwijzing
...er problemen zijn bij het gebruik van de afwasautomaat.
| Storing | Mogelijke oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Programma start niet. | Deur is niet goed gesloten. | Deur sluiten. |
| Stekker zit niet in het stopcontact. | Stekker in het stopcontact steken. | |
| Zekering in de huisinstallatie is niet in orde. | Zekering vervangen. | |
| Bij afwasautomaten met starttijdkeuze: Er is een starttijd ingesteld. | Als het servies direct moet worden afgewassen, starttijd annuleren. | |
| In de kuip zijn roestvlekken zichtbaar. | De kuip is van roestvrij edelstaal. Roestvlekken in de spoelruimte worden door roest van buitenaf veroorzaakt (roestdeeltjes in de waterleiding, van pannen, bestek etc.). Verwijder deze vlekken met een in de handel verkrijgbaar reinigingsmiddel voor edelstaal. | Alleen geschikt bestek en servies afwassen. |
| Deksel van het zoutreservoir stevig vastdraaien. | ||
| Fluitend geluid bij het afwassen. | Het fluiten kan geen kwaad. | Ander merk reinigingsmiddel gebruiken. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 33)
...het afwasresultaat niet bevredigend is.
Het servies wordt niet schoon.
- U hebt niet het juiste programma gekozen.
- Het servies is zodanig neergezet, dat het water niet overal kon komen. De servieskorven mogen niet overbeladen zijn.
- De zeven in de kuipbodem zijn niet schoon of verkeerd in de machine geplaatst.
- U hebt geen goed reinigingsmiddel gebruikt of te weinig gedoseerd.
- Bij kalkaanslag op het servies: het zoutreservoir is leeg of de wateronthardingsinstallatie is verkeerd ingesteld.
- Afvoerslang ligt niet goed.
Pagina 34
Gebruiksaanwijzing
Het servies wordt niet droog en glanst niet.
- U hebt geen goed glansmiddel gebruikt.
- Het glansmiddelreservoir is leeg.
Op glazen en servies zitten vegen, strepen, melkachtige vlekken of blauwachtige aanslag.
- Glansmiddeldosering lager instellen.
Op glazen en servies zitten opgedroogde waterdruppels.
- Glansmiddeldosering hoger instellen.
- Het reinigingsmiddel kan de oorzaak zijn. Neem contact op met de fabrikant van het reinigingsmiddel.
Technische gegevens
| capaciteit: | 12 standaardcouverts inclusief dienbestek |
|---|---|
| toelaatbare waterdruk: | 1-10 bar (=10-100 N/cm² = 0.1-1.0 MPa) |
| elektrische aansluiting: | Gegevens over de elektrische aansluiting vindt u op het typeplaatje aan de rechter binnenrand van de deur. |
| Afwasautomaten: vrijstaande toestellen | |
| afmetingen: | 850 x 600 x 600 (h x b x d in mm) |
| max. gewicht: | 54 kg |
| Geïntegreerde en onderbouwtoestellen | |
| afmetingen: | 820 – 880 x 596 x 570 (h x b x d in mm) |
| max. gewicht: | 50 kg |
| Volledig geïntegreerde toestellen | |
| afmetingen: | 820 – 880 x 596 x 546 - 550 (h x b x d in mm) |
| max. gewicht: | 50 kg |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 34)
; Dit toestel voldoet aan de volgende EU-richtlijnen:
- 73/23/EEG van 19.02.1973 – laagspanningsrichtlijn
- 89/336/EEG van 03.05.1989 (incl. wijzigingsrichtlijn 92/31/EEG) – EMC-richtlijn
Pagina 35
Gebruiksaanwijzing
Aanwijzingen voor testinstituten
De test volgens EN 60704 moet bij volle belading met het testprogramma (zie programmatabel) worden uitgevoerd.
De tests volgens EN 50242 moeten met vol zoutreservoir van de waterontharder, met vol voorraadreservoir voor glansmiddel en met het testprogramma (zie programmatabel) worden uitgevoerd.
| Volle belading: | Halve belading: | |
|---|---|---|
| 12 standaardcouverts incl. dienbestek | 6 standaardcouverts incl. dienbestek, elke tweede plek vrijlaten | |
| Dosering reinigingsmiddel: | 5 g + 25 g (type B) | 20 g (type B) |
| Glansmiddelinstelling: | 4 (type III) | 4 (type III) |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 35)
Beladingsvoorbeelden: bovenste korf
onderste korf met bestekkorf bestekkorf
Pagina 36
Opstel- en aansluitaanwijzing
OPSTEL- EN AANSLUITAANWIJZING
Opstellen van de afwasautomaat
- De afwasautomaat moet stabiel en waterpas op een vlakke vloer worden opgesteld.
- Schroefvoeten met de schroefsleutel uitdraaien om oneffenheden in de vloer te compenseren en de hoogte van het apparaat aan andere meubelen aan te passen :
- met een schroevendraaier
- Bij onderbouw- en integreerbare en volledig integreerbare afwasautomaten moeten de voeten met een schroevendraaier vooraan aan het toestel afgesteld worden.
- Afvoerslang, toevoerslang en aansluitsnoer moeten binnen de sokkeluitsparing achter vrij beweeglijk liggen, opdat de slangen en het snoer niet geknikt of platgedrukt worden.
- De afwasautomaat moet bovendien vast aan het doorlopende werkblad of aan de meubelen ernaast geschroefd worden. Deze maatregel is absoluut noodzakelijk, opdat de volgens de voorschriften vereiste kiepveiligheid gewaarborgd is.
Pagina 37
Opstel- en aansluitaanwijzing
3 Geïntegreerde afwasautomaten
(zie meegeleverd montagesjabloon)
De apparaatdeur kan worden voorzien van een keukenmeubeldeur met de volgende afmetingen:
| breedte: | 591 – 594 mm | |
| dikte: | 16 – 24 mm | |
| hoogte: (variabel) | afhankelijk van | – nishoogte – sokkelhoogte – aanpassing aan keukenmeubelen naast de afwasautomaat De precieze hoogtemaat moet op de plek van opstelling van de keukenmeubelen gemeten worden. |
| gewicht: | max. 8 kg |
Pagina 38
Opstel- en aansluitaanwijzing
Aansluiten van de afwasautomaat
Wateraansluiting
De machine is uitgerust met veiligheidsvoorzieningen die verhinderen dat spoelwater in het drinkwaternet kan terugstromen en voldoen aan de betreffende watertechnische veiligheidsvoorschriften.
- De afwasautomaat kan aan koud water en aan warm water tot max. 60 °C worden aangesloten.
- De afwasautomaat mag niet aan open heetwatertoestellen en doorstroomtoestellen worden aangesloten.
Toelaatbare waterdruk
| Minimaal toelaatbare waterdruk: 1 bar (=10 N/cm² =100 kPa) | Als de waterdruk lager dan 1 bar is, dient u uw installateur te raadplegen. |
| Maximaal toelaatbare waterdruk: 10 bar (=100 N/cm² =1 MPa) | Bij meer dan 10 bar waterdruk moet een reduceerventiel worden geïnstalleerd (verkrijgbaar bij de vakhandel) |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 38)
Toevoerslang aansluiten
1 De toevoerslang mag bij het aansluiten niet geknikt, platgedrukt of ineengestrengeld zijn.
0 Toevoerslang met de slangkoppeling (ISO 228-1:2000) aan een waterkraan met buitenschroefdraad (3/4") aansluiten. De moer van de slangkoppeling alleen met de hand aandraaien.
3
- Om de mogelijkheden om in de keuken water te tappen niet te beperken, adviseren wij u een extra waterkraan te installeren of aan de aanwezige kraan een aftakking te bouwen.
Pagina 39
Opstel- en aansluitaanwijzing
3 Het volgende hoofdstuk geldt alleen voor afwasautomaten die op de slangkoppeling naar de waterkraan een veiligheidsventiel hebben:
Toevoerslang met veiligheidsventiel
Na het aansluiten van de dubbelwandige toevoerslang bevindt het veiligheidsventiel zich direct bij de waterkraan. Daarom staat de toevoerslang alleen gedurende de watertoevoer onder druk. Gaat de toevoerslang daarbij lekken, dan onderbreekt het veiligheidsventiel de watertoevoer en schakelt de afvoerpomp van de afwasautomaat in.
1 Let bij het aanleggen van de toevoerslang op de volgende punten:
- de afstand tussen de onderkant van het veiligheidsventiel en het standvlak van de afwasautomaat moet ten minste 30 cm bedragen;
- in de dubbelwandige toevoerslang zit de elektrische leiding voor het veiligheidsventiel. Toevoerslang of veiligheidsventiel niet onder water dompelen;
- wanneer de toevoerslang of het veiligheidsventiel is beschadigd, onmiddellijk de stekker uit het stopcontact trekken;
- toevoerslang met veiligheidsventiel mag uitsluitend door een vakman/ klantenservice worden vervangen;
- toevoerslang zodanig aanleggen dat deze niet hoger ligt dan de onderkant van het veiligheidsventiel.
Pagina 40
Opstel- en aansluitaanwijzing
Waterafvoer
Afvoerslang
1 De afvoerslang mag niet geknikt, platgedrukt of ineengestrengeld zijn.
- Aansluiting van de afvoerslang:
- maximaal toelaatbare hoogte: 0,85 meter.
- minimaal vereiste hoogte 40 cm boven de onderkant van de machine.
Verlengslangen
- Verlengslangen zijn verkrijgbaar bij de vakhandel of onze service-afdeling. De binnendiameter van de verlengslangen moet 19 mm bedragen, opdat het functioneren van de machine niet gestoord wordt.
- Verlengslangen mogen maximaal 3 meter horizontaal liggen en de maximaal toelaatbare hoogte voor de aansluiting van de afvoerslang bedraagt dan 85 cm.
Sifonaansluiting
- De tuit van de afvoerslang (Ø 19 mm) past op alle gangbare types sifons. De buitendiameter van de sifonaansluiting moet minimaal 15 mm zijn.
- De afvoerslang moet met de meegeleverde slangklem aan de sifonaansluiting worden bevestigd.
Waterafvoer in een gootsteen (alleen mogelijk bij vrijstaande toestellen)
Als u de afvoerslang in een gootsteen wilt hangen, moet u een slanghouder gebruiken. Deze is te bestellen bij onze service-afdeling. 0 1. Slanghouder op de afvoerslang steken.
- 2. Zorg ervoor dat de afvoerslang niet van de gootsteenrand kan wegglijden. Als u een koord door het gat trekt, kunt u de houder aan de muur of aan de waterkraan bevestigen.
Pagina 41
Opstel- en aansluitaanwijzing
Beveiliging tegen wateroverlast
Ter voorkoming van schade door wateroverlast is de afwasautomaat uitgerust met een beveiliging tegen wateroverlast.
Bij storingen onderbreekt het veiligheidsventiel in het apparaat direct de watertoevoer en wordt de afvoerpomp ingeschakeld. Hierdoor kan het water niet naar buiten stromen of overlopen. Restwater dat zich in het apparaat bevindt wordt automatisch weggepompt.
1 De beveiliging tegen wateroverlast functioneert ook wanneer het apparaat is uitgeschakeld. Het apparaat moet echter wel zijn aangesloten op het elektriciteitsnet.
Elektrische aansluiting
1 Volgens de voorwaarden van de elektriciteitsbedrijven mag een vaste aansluiting aan het elektriciteitsnet alleen door een erkend elektroinstallateur worden uitgevoerd.
Bij de aansluiting moet aan de algemeen en plaatselijk geldende voorschriften van het elektriciteitsbedrijf strikt de hand worden gehouden. Na de inbouw mogen volgens EN 60335/DIN VDE 0700 spanning voerende onderdelen en geïsoleerde leidingen niet aanraakbaar zijn. Gegevens voor de elektrische aansluiting vindt u op het typeplaatje op de rechter binnenrand van de deur. Als het toestel omschakelbaar is uitgevoerd, dient u zich bovendien aan de aanwijzingen op het omschakelschema te houden dat zich in de snoeraansluitdoos bevindt. Controleer vóór het aansluiten, of de op het typeplaatje aangegeven netspanning en stroomsoort overeenkomen met netspanning en stroomsoort op de plaats van opstelling. Op het typeplaatje vindt u ook de vereiste zekering.
Om de afwasautomaat van het net te scheiden, stekker uit het stopcontact trekken.
Attentie: de stekker moet na opstelling van het apparaat bereikbaar blijven.
Is het toestel d.m.v. een vaste aansluiting met het net ver-bonden, dan moet het door maatregelen in de installatie met een inrichting die alle polen (N, L1) onderbreekt (bijv. aardlekschakelaar) met een contactopening van > 3 mm van het net worden gescheiden.
Pagina 42
Opstel- en aansluitaanwijzing
Aansluittechniek
Toevoer- en afvoerslang en aansluitsnoer moeten aan de zijkant van de machine worden aangesloten, omdat daarvoor achter het toestel geen plaats is.
Het hier gegeven voorbeeld van water- en elektrische installatie is slechts een richtlijn, omdat de situatie ter plaatse van opstelling (aanwezige aansluitingen, plaatselijke en algemeen geldende aansluitvoorschriften) maatgevend is.
2 aansluitstukken 45° of recht, dubbele uitwendig Ø 19 mm, lengte 30 mm waterkraan waterafvoer watertoevoer
aansluit-
water- aansluit- water- elektrische aansluiting toevoer snoer afvoer
snoer
Pagina 43
Klantenservice
KLANTENSERVICE
Als u vragen hebt waar deze gebruiksaanwijzing geen antwoord op geeft, kunt u contact opnemen met ATAG.
Belangrijk!
Houd bij het opgeven van een storing altijd het type nummer - en S-nummer van uw toestel bij de hand. Deze nummers vindt u op het typeplaatje (op de rechter binnenrand van de deur) en kunt u het beste hieronder en voorop deze gebruiksaanwijzing noteren.
Type Nummer .................................................................................................................................
S-No .................................................................................................................................
Aan de hand van deze nummers kan onze service-afdeling de juiste voorbereidingen treffen, zodat de machine bij het eerste bezoek van de servicetechnicus weer hersteld kan worden. Op deze manier hoeft u slechts één maal thuis te blijven.