Bosch BFR634GS1, tekst van de handleiding
Pagina's 29–40 van 100 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← pagina's 25–28verder op pagina 41 →
Pagina 29
Materiële schade vermijden nl
2 Materiële schade vermijden
2.1 Algemeen
LET OP!
Alcoholdampen kunnen in de hete binnenruimte ontvlammen en tot een permanente beschadiging van het apparaat leiden. Door de explosieve verbranding kan de apparaatdeur openspringen en er eventueel afvallen. De deurramen kunnen kapot gaan en versplinteren. Door de onderdruk die ontstaat kan de binnenruimte naar binnen sterk vervormen.
- Geen alcoholhoudende dranken (≥ 15 % vol.) in onverdunde toestand (bijv. voor het opgieten of overgieten van gerechten) verhitten.
Wanneer er langere tijd vocht aanwezig is in de binnenruimte ontstaat er corrosie.
- Veeg het condenswater na elk bereiding af.
- Geen vochtige levensmiddelen gedurende langere tijd in de gesloten binnenruimte bewaren.
- Geen eten in de binnenruimte bewaren.
Wanneer de apparaatdeur wordt gebruikt als vlak om iets op te zetten of te leggen kan de apparaatdeur beschadigd raken.
- Niets op de apparaatdeur zetten, er aan hangen of laten steunen.
Afhankelijk van het apparaattype kunnen de accessoires krassen veroorzaken op de ruit dan de apparaatdeur wanneer deze gesloten wordt.
- Accessoires altijd op de juiste manier in de binnenruimte leggen.
2.2 Magnetron
Volg deze aanwijzingen op wanneer u de magnetron gebruikt.
LET OP!
Als het metaal tegen de wand van de binnenruimte aan komt, ontstaan er vonken waardoor het apparaat beschadigd kan raken of de deurruit aan de binnenkant kan worden aangetast.
- Metalen voorwerpen, zoals een lepel in een glas, moeten minstens 2 cm van de wanden van de binnenruimte en de binnenkant van de deur verwijderd zijn.
Aluminium schalen in het apparaat kunnen vonken veroorzaken. Door de vonken die ontstaan wordt het apparaat beschadigd.
- Gebruik geen vormen van aluminium in het apparaat.
Het gebruik van het apparaat zonder gerechten in de binnenruimte leidt tot overbelasting.
- Start nooit de magnetron zonder dat er zich etenswaar in de binnenruimte bevindt. Alleen een korte serviestest vormt hierop een uitzondering.
De meervoudige bereiding van magnetron-popcorn direct na elkaar met een te hoog magnetronvermogen kan leiden tot beschadiging van de binnenruimte.
- Laat tussen de bereidingen het apparaat meerdere minuten afkoelen.
- Stel nooit een te hoog magnetronvermogen in.
- Gebruik maximaal 600 Watt.
- Het popcornzakje altijd op een glazen bord leggen.
3 Milieubescherming en besparing
3.1 Afvoeren van de verpakking
De verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en kunnen worden hergebruikt.
- De afzonderlijke componenten op soort gescheiden afvoeren.
3.2 Energie besparen
Als u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt uw apparaat minder stroom.
De tijd in stand-bystand verbergen.
- Het apparaat spaart energie in stand-by.
Opmerking:
Het apparaat verbruikt:
in gebruik met ingeschakeld display max. 1 W in gebruik met uitgeschakeld display max. 0,5 W
Pagina 30
nl Uw apparaat leren kennen
4 Uw apparaat leren kennen
4.1 Bedieningspaneel
Via het bedieningsveld kunt u alle functies van uw apparaat instellen en informatie krijgen over de gebruikstoestand.
Afhankelijk van het apparaattype kunnen details op de afbeelding verschillen, bijv. de kleur en de vorm.
Knoppen
Met de knoppen kiest u de verschillende functies direct.
| 1 | Knoppen De knoppen hebben een drukpunt. Druk op de knop voor het bedienen. |
| 2 | Touch-velden Met de touchvelden stelt u verschillende functies direct in. |
| 3 | Bedieningsring U kunt de bedieningsring onbegrensd naar links of rechts draaien. Druk licht op de bedieningsring en beweeg deze met de vinger in de gewenste richting. |
| 4 | Display Het display toont de actuele instelwaarde, selectiemogelijkheden en instructieteksten. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 30)
| Symbool | Knop | Gebruik |
|---|---|---|
| on/off | Apparaat in- of uitschakelen | |
| start/stop | Werking starten of onderbreken | |
| Touchvelden | ||
| Touch-velden zijn aanraakgevoelige oppervlakken. Om een functie te kiezen het betreffende veld selecteren. | ||
| Symbool | Touchveld | Gebruik |
| 90 | Magnetronvermogen | 90 Watt instellen |
| 180 | Magnetronvermogen | 180 Watt instellen |
| 360 | Magnetronvermogen | 360 Watt instellen |
| 600 | Magnetronvermogen | 600 Watt instellen |
| 900 | Magnetronvermogen | 900 Watt instellen |
| Tijdfuncties | Tijdfuncties kiezen | |
| Programma's | Programma kiezen | |
| Gewicht | Gewicht bij de programma's kiezen | |
| Informatie | Instructie laten weergeven, of door langer drukken (ca. 3 s) de basisinstellingen oproepen | |
| Automatische deuropening | Apparaatdeur openen | |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 30)
Opmerking: Wanneer brandt, tik dan op , om gedurende enkele seconden informatie weer te geven.
Het touchveld, waarvan u de waarde in het display kunt wijzigen, of welke in de voorgrond wordt weergegeven, gaat rood branden.
Bedieningsring
Met de bedieningsring wijzigt u de instelwaarden die op het display worden weergegeven.
Pagina 31
Voor het eerste gebruik nl
Bij de meeste keuzelijsten, bijv. programma's, begint na het laatste punt het eerste weer. Bij enkele keuzelijsten, bijv. tijdsduur, moet u de bedieningsring weer terugdraaien wanneer de minimale of maximale waarde bereikt is.
Display
Op het display ziet u de actuele instelwaarden of keuzemogelijkheden.
| Display | Beschrijving |
|---|---|
| Focus | De waarde in de focus kan direct worden veranderd, zonder dat u de waarde eerst te heeft geselecteerd. Nadat de werking is gestart, staat altijd de tijdsduur in de focus. |
| Vergroting | Zolang u de waarde in de focus met de bedieningsring verandert, wordt op het display alleen deze waarde vergroot weergegeven. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 31)
Ringlijn
Aan de buitenkant van het display bevindt zich de ringlijn.
Wanneer u een waarde wijzigt, toont de ringlijn u waar u zich in de keuzelijst bevindt.
Afhankelijk van het instelgebied en de lengte van de keuzelijst is de ringlijn ononderbroken of verdeeld in segmenten.
Bij gebruik van het apparaat geeft de ringlijn de voortgang weer en vult deze per seconde rood in. Na elke volle minuut vullen de segmenten zich weer van voren af aan. Bij een aflopende tijdsduur dooft elke seconde een segment.
4.2 Binnenruimte
Functies voor de binnenruimte vergemakkelijken het gebruik van uw apparaat.
Verlichting van de binnenruimte
Wanneer u de apparaatdeur opent, gaat de verlichting van de binnenruimte aan. Wanneer de apparaatdeur langer dan ca. 5 minuten is geopend, dan schakelt de verlichting van de binnenruimte weer uit.
Bij de meeste verwarmingsmethoden en functies is de verlichting van de binnenruimte aan als het programma loopt. Wanneer het gebruik eindigt, gaat de verlichting van de binnenruimte uit.
Koelventilator
De koelventilator wordt zo nodig in- en uitgeschakeld. Warme lucht komt vrij via de ventilatiesleuven boven de apparaatdeur.
LET OP!
Door het afdekken van de ventilatiesleuven raakt het apparaat oververhit.
- Dek de ventilatiesleuven niet af.
De koelventilator loopt een bepaalde tijd na, zodat de binnenruimte na gebruik sneller afkoelt. Wanneer het apparaat in de magnetronfunctie wordt gebruikt, blijft het apparaat koud, de koelventilator schakelt niettemin in. De koelventilator kan blijven draaien, ook wanneer het gebruik van de magnetron reeds is beëindigd.
Condenswater
Bij het bereiden kan in de binnenruimte en op de deur van het apparaat condensvorming optreden. Condens is normaal en heeft geen invloed op de werking van het apparaat. Veeg na het bereiden het condens af.
Automatische deuropener
Als u de automatische deuropening bedient, dan springt de apparaatdeur open. U kunt de apparaatdeur volledig met de hand openen.
Opmerkingen
- Bij een stroomuitval werkt de automatische deuropening niet. U kunt de deur met de hand openen.
- Als u de apparaatdeur tijdens het gebruik opent, wordt de werking onderbroken.
- Sluit u de apparaatdeur, dan wordt de werking niet automatisch voortgezet. Start de werking.
- Als het apparaat langere tijd is uitgeschakeld, dan gaat de apparaatdeur open met een vertraging.
5 Voor het eerste gebruik
Stel de opties voor het eerste gebruik in. Reinig het apparaat en de accessoires.
5.1 Eerste gebruik
Na het aansluiten op het elektriciteitsnetwerk of na een langere stroomuitval verschijnen de instellingen voor de eerste ingebruikname van uw apparaat.
Opmerkingen
- U kunt de instellingen op elk moment aanpassen in de basisinstellingen.
→ "Basisinstellingen", Pagina 36
- Open en sluit de apparaatdeur ten behoeve van de interne controle vóór het eerste gebruik en na elke stroomonderbreking eenmaal.
Taal instellen
- 1. Met de bedieningsring de taal instellen.
- 2. Druk op .
- Het display geeft de volgende instelling aan.
Tijd instellen
- 1. Met de bedieningsring de tijd instellen.
Pagina 32
nl De Bediening in essentie
- 2. Druk op .
- Op het display verschijnt een melding dat de eerste inbedrijfstelling is afgesloten.
Opmerking: In de → "Basisinstellingen", Pagina 36 legt u vast, of het display de tijd bij uitgeschakeld apparaat weergeeft of niet.
5.2 Het apparaat reinigen voordat u het voor het eerst gebruikt
Voordat u voor het eerst gerechten klaarmaakt met het apparaat dient u de binnenruimte en de accessoires te reinigen.
- 1. Zorg ervoor dat er zich in de binnenruimte geen verpakkingsresten, toebehoren of andere voorwerpen bevinden.
- 2. De gladde oppervlakken in de binnenruimte met een zachte, vochtige doek reinigen.
6 De Bediening in essentie
6.1 Apparaat inschakelen
- Schakel het apparaat in met .
- Alle touchvelden gaan rood branden. Het display geeft het Bosch logo weer en daarna het maximale magnetronvermogen.
- Het apparaat is klaar voor gebruik.
gaat rood branden.
6.2 Apparaat uitschakelen
- Schakel het apparaat uit met .
- Het apparaat breekt de lopende functies af.
- Het display geeft de tijd weer.
Opmerking: Schakel het apparaat uit wanneer u het niet nodig heeft. Wanneer er langere tijd niets wordt ingesteld, gaat het apparaat automatisch uit.
6.3 In werking stellen
- Start de werking met .
- Het display geeft de instellingen weer.
- De ringlijn verschijnt en toont het verloop van de tijdsduur.
Opmerking: Als u tijdens de werking de deur van de binnenruimte opent, dan onderbreekt het apparaat de werking en pauzeert het ingestelde tijdsverloop. Als u de werking opnieuw wilt starten, sluit dan de deur van het apparaat en druk op .
7 Magnetron
Met de magnetron kunt u bijzonder snel gerechten bereiden, verwarmen of ontdooien.
7.1 Vormen en accessoires die geschikt zijn voor de magnetron
Om uw gerechten gelijkmatig op te warmen en het apparaat niet te beschadigen, dient u geschikte vormen en accessoires te gebruiken.
Opmerking: Voordat u vormen voor de magnetron gebruikt dient u de informatie van de fabrikant in acht te nemen. Voer bij twijfel een serviestest uit.
6.4 Werking onderbreken
- 1. Druk op .
- Het apparaat onderbreekt de werking.
- 2. Druk op om alle instellingen te wissen.
Opmerking: Als u de apparaatdeur opent, onderbreekt het apparaat de werking. Na een onderbreking of het annuleren van de werking, kan de koelventilator verder lopen.
6.5 Functie instellen
Wanneer u het apparaat inschakelt, toont het display de ingestelde voorgestelde functie. U kunt de voorgestelde functie direct starten of een andere functie kiezen.
- 1. Druk op het veld van de gewenste functie.
- 2. Met de bedieningsring veranderen wat in de focus staat.
Voer nodig andere instellingen uit. Hiervoor het betreffende veld aanraken en met de bedieningsring de waarde wijzigen.
- 3. Druk op .
- Het programma wordt gestart.
Pagina 33
Magnetron nl
Geschikt voor de magnetron
| Vormen en accessoires | Toelichting |
|---|---|
| Vormen van hitte- en magnetronbestendig materiaal: • Glas • Glaskeramiek • Porselein • Temperatuurbestendige kunststof • Volledig geglaceerd keramiek zonder barsten | Deze materialen laten microgolven door. Microgolven beschadigen hittebestendige vormen niet. |
| Bestek van metaal | Opmerking: Om kookvertraging te voorkomen kunt u metalen bestek gebruiken, bijv. een lepel in een glas. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 33)
LET OP!
Als het metaal tegen de wand van de binnenruimte aan komt, ontstaan er vonken waardoor het apparaat beschadigd kan raken of de deurruit aan de binnenkant kan worden aangetast.
- Metalen voorwerpen, zoals een lepel in een glas, moeten minstens 2 cm van de wanden van de binnenruimte en de binnenkant van de deur verwijderd zijn.
Niet geschikt voor de magnetron
| Vormen en accessoires | Toelichting |
|---|---|
| Vormen van metaal | Metaal laat geen microgolven door. De gerechten warmen nauwelijks op. |
| Servies met goud- of zilverdecor | Microgolven kunnen gouddecor en zilverdecor beschadigen. Tip: Wanneer door de fabrikant wordt gegarandeerd dat de vorm geschikt is voor de magnetron, kunt u de vorm gebruiken. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 33)
7.2 Vormen testen op hun magnetronbestendigheid
Controleer m.b.v. een serviestest of vormen geschikt zijn voor de magnetron. Het apparaat mag alleen bij een serviestest met gebruik van de magnetronfunctie zonder gerechten worden gebruikt.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik worden de toegankelijke onderdelen heet.
- De hete onderdelen nooit aanraken.
- Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
- 1. De lege vorm in de binnenruimte plaatsen.
- 2. Het apparaat gedurende ½ - 1 minuut op het maximale magnetronvermogen instellen.
- 3. In werking stellen.
- 4. De vorm meerdere keren controleren:
- Wanneer de vorm koud of handwarm is, dan is deze geschikt voor de magnetron.
- Wanneer de vorm heet is of er vonken ontstaan, dan de serviestest afbreken. De vorm is dan niet geschikt voor de magnetron.
7.3 Magnetronvermogen
Hier vindt u een overzicht van de magnetronvermogens en het gebruik ervan.
| Magnetronvermogen in watt | Maximale tijdsduur | Gebruik |
|---|---|---|
| 90 W | 1:30 uur | Gevoelige gerechten ontdooien. |
| 180 W | 1:30 uur | Gerechten ontdooien en verder bereiden. |
| 360 W | 1:30 uur | Vlees en vis klaarmaken of gevoelige gerechten opwarmen. |
| 600 W | 1:30 uur | Gerechten verwarmen en bereiden. |
| 900 W | 30 minuten | Vloeistoffen verwarmen. Het maximale vermogen is niet bedoeld voor het verwarmen van gerechten. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 33)
Voorgestelde waarden
Bij elk magnetronvermogen stelt het apparaat een tijdsduur voor. U kunt de voorgestelde waarde overnemen of in het betreffende bereik wijzigen.
7.4 Magnetron instellen
Wanneer u het apparaat inschakelt, verschijnt als voorstel altijd de hoogste magnetron-stand op het display.
- 1. De veiligheidsaanwijzingen in acht nemen.
→ Pagina 27
- 2. De aanwijzingen voor het vermijden van materiële schade in acht nemen. → Pagina 29
Pagina 34
nl Programma's
- 3. De aanwijzingen voor magnetronbestendige vormen en accessoires in acht nemen. → Pagina 32
- 4. Druk op .
- Het apparaat is klaar voor gebruik. Het display geeft als voorgestelde waarde het maximale magnetronvermogen aan. Het magnetronvermogen kan altijd worden gewijzigd.
- 5. Druk op het veld van het gewenste magnetronvermogen.
- Op het display wordt het magnetronvermogen en een voorgestelde tijdsduur weergegeven.
gaat rood branden.
- 6. Stel de gewenste tijdsduur in met de bedieningsring.
- 7. Druk op .
- Het programma wordt gestart.
- Op het display loopt de tijdsduur af.
- Wanneer de tijdsduur is verstreken, klinkt er een geluidssignaal.
- 8. Druk op om het signaal voortijdig te beëindigen.
- 9. Schakel het apparaat uit met .
Opmerkingen
- Wanneer u op drukt, toont het display kortstondig de timerfunctie. Druk opnieuw op om de tijdsduur te verlengen.
- Wanneer u de apparaatdeur tussentijds opent, kan de koelventilator doorlopen.
7.5 Tijdsduur wijzigen
U kunt de tijdsduur altijd wijzigen.
- Wijzig de tijdsduur met de bedieningsring.
- De werking wordt voortgezet.
7.6 Magnetronvermogen wijzigen
U kunt het magnetronvermogen tijdens het gebruik wijzigen.
- Druk op het veld voor het gewenste magnetronvermogen.
- De tijdsduur blijft ongewijzigd.
- De werking wordt voortgezet.
Opmerking: Wanneer de ingestelde tijdsduur de maximale tijdsduur voor het magnetronvermogen van 900 W overschrijdt, dan reduceert het apparaat de tijdsduur automatisch. De werking wordt niet voortgezet. In werking stellen met .
8 Programma's
Met de programma's helpt u uw apparaat bij de bereiding van verschillende gerechten en kiest u automatisch de optimale instellingen.
8.1 Aanwijzingen bij de instellingen voor gerechten
Volg deze aanwijzingen op om een optimaal bereidingsresultaat te behalen.
- Gebruik alleen levensmiddelen van onberispelijke kwaliteit.
- Haal de levensmiddelen uit de verpakking en weeg de levensmiddelen af. Wanneer u het exacte gewicht op het apparaat niet kunt instellen, dan rondt u het gewicht naar boven af.
- Gebruik uitsluitend vormen voor magnetron geschikte vormen, bijv. van glas of keramiek.
- Zet de levensmiddelen in de onverwarmde binnenruimte.
Ontdooien
- Levensmiddelen vlak en verdeeld in porties bij -18°C invriezen en bewaren.
- Leg de diepvriesproducten op een ondiepe vorm, bijvoorbeeld een glazen of porseleinen bord.
- Het kan zijn dat levensmiddelen na beëindigen van het programma nog niet volledig zijn ontdooid. De levensmiddelen kunnen echter goed verder worden verwerkt.
- Bij het ontdooien van vlees of gevogelte ontstaat vloeistof. Verwijder bij het keren de vloeistof. Verder niet gebruiken of met andere levensmiddelen in contact laten komen.
- Gehakt dat al ontdooid is na het keren verwijderen.
- Gevogelte in zijn geheel eerst met de borstzijde en stukken gevogelte eerst met de kant van het vel op de vorm leggen.
Groente
- Verse groente: in stukken van gelijke grootte snijden. Voeg per 100 géén eetlepel water toe.
- Diepvriesgroente: alleen geblancheerde, niet voorgekookte groente is geschikt. Diepvriesgroente met roomsaus is niet geschikt. 1 tot 3 eetlepels water to-evoegen. Bij spinazie en rode kool geen water toevoegen.
Aardappelen
- Aardappels om te koken: snijd deze in stukken van gelijke grootte. Voeg per 100 g twee eetlepels water en een beetje zout toe.
- Aardappels in de schil: gebruik aardappels van geli-jke grootte. Wassen en meerdere gaatjes in de schil prikken. Nog vochtig in een vorm zonder water doen.
- Aardappels in de oven: aardappels van gelijke grootte gebruiken. Wassen, drogen en meerdere gaatjes in de schil prikken.
Rijst
- Gebruik geen zilvervliesrijs of rijst in kookzakjes.
- Twee tot twee en een half keer de hoeveelheid water bij de rijst doen.
Rusttijd
Sommige gerechten moeten na het einde van het programma nog even rusten in de binnenruimte.
| Gerecht | Rusttijd |
|---|---|
| Groente | ca. 5 minuten |
Pagina 35
Programma's nl
| Gerecht | Rusttijd |
|---|---|
| Aardappelen | ca. 5 minuten Eerst het water dat ontstaan is afgieten |
| Rijst | ca. 5-10 minuten |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 35)
8.2 Programma instellen
- 1. Druk op .
- Het apparaat is klaar voor gebruik.
- 2. Druk op .
- Het display toont het eerste programma.
- 3. Stel het gewenste programma in met de bedieningsring.
- 4. Druk op .
- Het display toont een voorgestelde waarde voor het gewicht.
- 5. Stel het gewenste gewicht in met de bedieningsring.
- 6. Druk op .
- Het programma wordt gestart.
- Op het display loopt de tijdsduur af.
- 7. Wanneer tijdens het programma aanwijzingen op het display worden getoond voor keren of omroeren:
‒ Open de apparaatdeur.
‒ Het gerecht verdelen, omroeren of keren. ‒ Sluit de apparaatdeur.
‒ Druk op .
Opmerking: Wanneer u het gerecht niet keert of omroert, loopt het programma toch normaal verder tot het einde.
De programma's berekenen de tijdsduur.
8.3 Programmatabel
Met de programma's kunt u heel eenvoudig gerechten klaarmaken. U kiest een programma en voert het gewicht van uw gerecht in. Het programma zorgt voor de optimale instelling.
Ontdooien
| Gerecht | Geschikte levensmiddelen | Gewichtsbereik in kg | Vormen/Toebehoren |
|---|---|---|---|
| Brood ontdooien¹ | Brood, heel, rond of langwerpig, brood in sneetjes, cake, gistgebak, vruchtengebak, taart zonder glazuur, slagroom of gelatine | 0,20 – 1,50 | Vlakke, open vorm Bodem van de binnenruimte |
| Vlees ontdooien¹ | Braadstukken, platte stukken vlees, gehakt, kip | 0,20 – 2,00 | Vlakke, open vorm Bodem van de binnenruimte |
| Vis ontdooien¹ | Hele vis, visfilet, viskotelet | 0,10 – 1,00 | Vlakke, open vorm Bodem van de binnenruimte |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 35)
| 1 Let op het keersignaal. | |||
| Bereiden | |||
| Gerecht | Geschikte levensmiddelen | Gewichtsbereik in kg | Vormen/Toebehoren |
| Groente, vers¹ | Bloemkool, broccoli, wortelen, koolrabi, prei, paprika, courgettes | 0,15 – 1,00 | Gesloten vorm Bodem van de binnenruimte |
| Groente, diepvries¹ | Bloemkool, broccoli, wortelen, koolrabi, rode kool, spinazie | 0,15 – 1,00 | Gesloten vorm Bodem van de binnenruimte |
| Gekookte aardappelen | Aardappels met of zonder schil, aardappelpartjes even groot | 0,20 – 1,00 | Gesloten vorm Bodem van de binnenruimte |
| Rijst¹ 1 Let op het roersignaal. | Rijst met lange korrel | 0,05 – 0,30 | Hoge, gesloten vorm Bodem van de binnenruimte |
Pagina 36
nl Wekker
9 Wekker
U kunt een timertijd vastleggen, waarbij er na afloop een signaal klinkt. U kunt een timertijd van maximaal 24 uur instellen.
De functie werkt onafhankelijk van de werking en andere tijdfuncties. Het timersignaal onderscheidt zich van andere signalen.
9.1 Timer instellen
- 1. Druk op .
- Het display geeft de timer weer.
- 2. Stel de timertijd in met de bedieningsring.
- 3. Druk op .
Na enkele seconden start de timer ook automatisch.
- De timertijd loopt af.
- Na korte tijd is het vorige display weer te zien.
- Het display geeft tevens een timer-symbool weer.
- Wanneer de timer-tijd is verstreken, klinkt een signaal.
- 4. Druk op om het signaal voortijdig te beëindigen.
9.2 Timer wijzigen
- 1. Druk op .
- Het display geeft de timer weer.
- 2. Wijzig de timertijd met de bedieningsring.
Opmerking: Loopt er een functie met ingestelde tijdsduur, dan staat de tijdsduur in de focus. U kunt de timer kiezen met . De timertijd staat dan enige tijd in de focus. U kunt de timertijd wijzigen.
9.3 Timer annuleren
- Timer-tijd resetten.
- Daarna brandt het symbool niet meer.
10 Basisinstellingen
U kunt de basisinstellingen van uw apparaat volgens uw wensen instellen.
10.1 Basisinstelling wijzigen
Vereiste: Het apparaat is uitgeschakeld.
- 1. Houd ca. 3 seconden ingedrukt.
- Op het display verschijnen aanwijzingen over de procedure.
- 2. Bevestig de aanwijzingen met .
- Op het display verschijnt de eerste instelling "Taal".
- 3. Wijzig indien gewenst de instelling met de bedieningsring.
- 4. Druk op .
- De volgende instelling verschijnt op het display en kan met de bedieningsring worden gewijzigd.
- 5. Doorloop de basisinstellingen met en wijzig indien nodig met de bedieningsring.
- 6. Om wijzigingen op te slaan, ca. 3 seconden ingedrukt houden.
- Op het display verschijnt een melding dat de instellingen zijn opgeslagen.
Opmerking: Na een stroomonderbreking blijven de ingevoerde wijzigingen van de basisinstellingen behouden.
10.2 Het wijzigen van de basisinstellingen afbreken
- Druk op .
- Alle wijzigingen werden verworpen en niet opgeslagen.
10.3 Overzicht van de basisinstellingen
Hier vindt u een overzicht van de basis- en fabrieksinstellingen. De basisinstellingen zijn afhankelijk van de uitrusting van uw apparaat.
Opmerkingen
- Wijzigingen van de instellingen van de taal, het toetssignaal en de display-helderheid hebben direct effect. Alle andere instellingen zijn pas actief wanneer u de instellingen opslaat.
- Uw wijzigingen van de basisinstellingen blijven ook na een stroomstoring bewaard. Alleen de instellingen voor het eerste gebruik moet u bij een stroomonderbreking opnieuw uitvoeren.
→ "Eerste gebruik", Pagina 31
| Basisinstellingen | Keuze |
|---|---|
| Taal | "Taal" instellen |
| Tijd | "Tijd " instellen |
| Geluidssignaal | Korte duur Gemiddelde duur¹ Lange duur |
| Toetssignaal | Uitgeschakeld¹ Ingeschakeld |
| Helderheid display | De helderheid van het display is in 5 stappen instelbaar Stand 3¹ |
| Tijdsweergave | Ingeschakeld¹ Uitgeschakeld |
| Nachtverduis-tering | Uitgeschakeld¹ Ingeschakeld (display verduistert tussen 22:00 en 6:00 uur) |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 36)
1 Fabrieksinstelling (kan afhankelijk van het apparaattype afwijken)
Pagina 37
Reiniging en onderhoud nl
| Basisinstellingen | Keuze |
|---|---|
| Demomodus | Uitgeschakeld ¹ Ingeschakeld (wordt alleen in de eerste 3 minuten na een reset of bij de eerste ingebruikneming weergegeven) |
| Fabrieksinstellingen | Resetten Niet resetten ¹ |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 37)
1 Fabrieksinstelling (kan afhankelijk van het apparaattype afwijken)
Opmerking: Wijzigingen aan de instellingen van de taal, het toetssignaal en de display-helderheid hebben direct effect. Alle andere gaan pas in nadat de instellingen zijn opgeslagen.
10.4 Tijd wijzigen
Vereiste: Het apparaat is uitgeschakeld.
- 1. Houd ca. 3 seconden ingedrukt.
- Op het display verschijnen aanwijzingen over de procedure.
- 2. Bevestig de aanwijzingen met .
- Op het display verschijnt de eerste instelling "Taal".
- 3. Druk op .
- De instelling voor de tijd verschijnt.
- 4. Wijzig de tijd met de bedieningsring.
- 5. Om wijzigingen op te slaan, ca. 3 seconden ingedrukt houden.
- Op het display verschijnt een melding dat de instellingen zijn opgeslagen.
11 Reiniging en onderhoud
Reinig en onderhoud uw apparaat zorgvuldig om er voor te zorgen dat het lang goed blijft werken.
11.1 Reinigingsmiddelen
Gebruik alleen geschikte reinigingsmiddelen.
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Binnendringend vocht kan een schok veroorzaken.
- Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken om het apparaat te reinigen.
LET OP!
Ongeschikte reinigingsmiddelen beschadigen de oppervlakken van het apparaat.
- Gebruik geen scherpe of schurende reinigingsmiddelen.
- Gebruik geen sterk alcoholhoudende reinigingsmiddelen.
- Gebruik geen harde schuursponsjes of afwassponsjes.
- Geen speciale reinigingsmiddelen gebruiken voor de warmtereiniging.
- Glasreinigers, schrapers of onderhoudsmiddelen voor roestvrij staal alleen gebruiken wanneer deze in de gebruiksaanwijzing voor het betreffende onderdeel worden aanbevolen.
Nieuwe vaatdoekjes bevatten resten van de productie.
- Nieuwe vaatdoekjes voor het gebruik grondig uitwassen.
In de verschillende reinigingshandleidingen kunt u lezen welke reinigingsmiddelen geschikt zijn voor de verschillende oppervlakken en onderdelen.
11.2 Apparaat reinigen
Maak het apparaat schoon zoals voorgeschreven, zodat de verschillende onderdelen en oppervlakken niet door een verkeerde reiniging of ongeschikte reinigingsmiddelen beschadigd raken.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brand!
Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen in brand vliegen.
- Voor gebruik dient u de binnenruimte, de verwarmingselementen en de accessoires vrij te maken van grove verontreiniging.
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Wanneer er krassen op het glas van de apparaatdeur zitten, kan dit barsten.
- Gebruik geen scherp of schurend reinigingsmiddel of scherpe metalen schraper voor het reinigen van het glas van de apparaatdeur omdat dit het oppervlak kan beschadigen.
- 1. De aanwijzingen voor de reinigingsmiddelen in acht nemen. → Pagina 37
- 2. De aanwijzingen voor de reiniging van de onderdelen en oppervlakken van het apparaat in acht nemen.
- 3. Indien niet anders vermeld:
‒ De verschillende onderdelen van het apparaat reinigen met warm zeepsop en een schoonmaakdoekje.
‒ Droog na met een zachte doek.
11.3 Binnenruimte reinigen
LET OP!
Ondeskundige reiniging kan de binnenruimte beschadigen.
- Gebruik geen ovenspray, geen schuurmiddelen of andere agressieve reinigingsproducten voor de oven.
- 1. De aanwijzingen voor de reinigingsmiddelen in acht nemen. → Pagina 37
- 2. Met warm zeepsop of azijnwater reinigen.
- 3. Gebruik bij sterke verontreiniging ovenreiniger. Ovenreiniger uitsluitend in een koude binnenruimte gebruiken.
Tip: Om onaangename geuren te verhelpen, een kopje water met een paar druppels citroensap gedurende 1 tot 2 minuten met maximaal magnetronvermogen verwarmen. Om kookvertraging te vermijden altijd een lepel er in plaatsen.
- 4. De binnenruimte met een zachte doek afnemen.
- 5. De binnenruimte met geopende deur laten drogen.
Pagina 38
nl Storingen verhelpen
11.4 Voorzijde van het apparaat reinigen
LET OP!
Ondeskundige reiniging kan de voorzijde van het apparaat beschadigen.
- Geen glasreiniger, metalen of glazen schraper gebruiken voor het schoonmaken.
- Om corrosie op RVS-fronten te vermijden, kalkvlekken, vetvlekken, zetmeelvlekken en eiwitvlekken onmiddellijk verwijderen.
- Bij RVS-oppervlakken speciale RVS-reinigingsmiddelen voor warme oppervlakken gebruiken.
- 1. De aanwijzingen voor de reinigingsmiddelen in acht nemen. → Pagina 37
- 2. De voorkant van het apparaat met heet zeepsop en een vaatdoek reinigen.
Opmerking: Geringe kleurverschillen op de voorzijde van het apparaat ontstaan door gebruik van verschillende materialen, zoals glas, kunststof en metaal.
- 3. Bij RVS-apparaatfronten het RVS-reinigingsmiddel heel dun opbrengen met een zachte doek.
Het RVS-reinigingsmiddel is verkrijgbaar bij de klantenservice of in de vakhandel.
- 4. Met een zachte doek nadrogen.
11.5 Bedieningspaneel reinigen
LET OP!
Ondeskundige reiniging kan het bedieningspaneel beschadigen.
- Het bedieningspaneel nooit nat afnemen.
- 1. De aanwijzingen voor de reinigingsmiddelen in acht nemen. → Pagina 37
- 2. Het bedieningspaneel met een microvezeldoek of een zachte, vochtige doek reinigen.
- 3. Met een zachte doek nadrogen.
11.6 Ruiten van de deur schoonmaken
LET OP!
Ondeskundige reiniging kan de deurruiten beschadigen.
- Geen schraper gebruiken.
- 1. De aanwijzingen voor de reinigingsmiddelen in acht nemen. → Pagina 37
- 2. Reinig de deurruiten met een vochtige vaatdoek een glasreiniger.
Opmerking: Donkere plekken bij de ruiten van de deur, lijkend op vegen, zijn lichtreflecties van de verlichting van de binnenruimte.
- 3. Met een zachte doek nadrogen.
11.7 Deurafdichting reinigen
LET OP!
Ondeskundige reiniging kan de deurafdichting beschadigen.
- Gebruik geen metalen schraper of schraper voor vitrokeramische kookplaat voor het reinigen.
- Geen schurende reinigingsmiddelen gebruiken.
- 1. De aanwijzingen voor de reinigingsmiddelen in acht nemen. → Pagina 37
- 2. Reinig de deurafdichting met heet zeepsop en een zachte vaatdoek.
- 3. Met een zachte doek nadrogen.
11.8 Reinigingsondersteuning
De reinigingsondersteuning is een snel alternatief voor de reiniging van de binnenruimte tussendoor. De reinigingsondersteuning weekt verontreinigingen door het verdampen van zeepsop in. Verontreinigingen kunnen vervolgens gemakkelijker worden verwijderd.
Reinigingsondersteuning instellen
- 1. Doe een paar druppels afwasmiddel in een kopje met water.
- 2. Doe er ook een lepel in, om kookvertraging te voorkomen.
- 3. Zet het kopje in het midden van de binnenruimte.
- 4. Magnetronvermogen op 600 W instellen.
- 5. Tijdsduur op 5 minuten instellen.
- 6. Magnetron starten.
- 7. Na het verstrijken van de tijdsduur de deur nog 3 minuten gesloten laten.
- 8. De binnenruimte met een zachte doek afnemen.
- 9. De binnenruimte met geopende deur laten drogen.
12 Storingen verhelpen
Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de klantenservice de informatie over het verhelpen van storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten.
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
- Alleen geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
- Bel de servicedienst als het apparaat defect is. → "Servicedienst", Pagina 40
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
- Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
- Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.
- Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, moet het ter vermijding van risico's worden vervangen door de fabrikant, de servicedienst of een andere gekwalificeerde persoon.
Pagina 39
Storingen verhelpen nl
12.1 Functiestoringen
| Storing | Oorzaak en probleemoplossing |
|---|---|
| Apparaat werkt niet. | Netstekker van de stroomkabel is niet ingestoken. ▶ Apparaat aansluiten op het elektriciteitsnet. |
| De zekering in de zekeringenkast is in werking getreden. ▶ Controleer de zekering in de meterkast. | |
| Stroomvoorziening is uitgevallen. ▶ Controleer of de verlichting van de binnenruimte of andere apparaten functioneren. Storing 1. Zekering in zekeringkast uitschakelen. 2. Zekering na ca. 10 seconden weer inschakelen. • Als de storing eenmalig was, verdwijnt de melding. 3. Verschijnt de melding opnieuw, neem dan contact op met de klantenservice. Geef tijdens het telefoongesprek de exacte foutmelding door. → "Servicedienst", Pagina 40 | |
| Apparaat kan niet worden gestart | Apparaatdeur is niet helemaal gesloten. ▶ Sluit de apparaatdeur. |
| Apparaat warmt niet op, op het display is het symbool verlicht | Demomodus is geactiveerd. 1. Haal de stroom van het apparaat door de zekering in de meterkast kort uit te schakelen. 2. Deactiveer de demo-modus binnen 3 minuten in de basisinstellingen. |
| De bedieningsring is uit het houder gevallen. | De bedieningsring werd ontgrendeld. 1. Leg de bedieningsring in de lagering op het bedieningspaneel. 2. Druk de bedieningsring in de lagering, zodat deze inklikt en gedraaid kan worden. |
| De bedieningsring draait niet meer soepel. | Er zit vuil onder de bedieningsring. De bedieningsring is afneembaar. Opmerking: Neem de bedieningsring niet te vaak af, zodat het lager stabiel blijft. 1. Om de bedieningsring los te maken, drukt u op de buitenste rand ervan. • De bedieningsring kantelt en kan gemakkelijk worden beetgepakt. 2. Trek de bedieningsring uit de houder. 3. De bedieningsring en het lager op het apparaat voorzichtig reinigen met zeepsop en een schoonmaakdoekje. Gebruik hiervoor geen scherpe of schurende middelen. Laat de bedieningsring niet weken. Reinig de bedieningsring niet in de vaatwasmachine. 4. Droog de bedieningsring met een zachte doek. |
| Verlichting van de binnenruimte werkt niet. | Verlichting van de binnenruimte is defect ▶ Neem contact op met de → "Servicedienst", Pagina 40. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 39)
12.2 Aanwijzingen op het display
| Storing | Oorzaak en probleemoplossing |
|---|---|
| Op het display wordt de foutmelding "Exxx" weergegeven | Er is een fout opgetreden. 1. Wanneer het display een foutmelding weergeeft, schakel dan het apparaat uit en weer aan. • Wanneer het display de foutmelding daarna niet meer weergeeft, dan was het een eenmalig probleem. 2. Wanneer het display de foutmelding weer of herhaaldelijk weergeeft, neem dan contact op met de klantenservice en geef aan wat de foutcode is. 3. Wanneer het display de foutcode E0532 weergeeft, open en sluit dan de apparaatdeur. 4. Wanneer het display de foutmelding E6501 weergeeft, schakel dan het apparaat uit en na 10 minuten weer aan. |
Pagina 40
nl Afvoeren
13 Afvoeren
13.1 Afvoeren van uw oude apparaat
Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen opnieuw worden gebruikt.
- 1. De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken.
- 2. Het netsnoer doorknippen.
- 3. Voer het apparaat milieuvriendelijk af.
Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor kunt u informatie verkrijgen over de actuele afvoermethoden.
Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE).
De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.
14 Servicedienst
Gedetailleerde informatie over de garantieperiode en garantievoorwaarden in uw land kunt u opvragen bij onze servicedienst, uw dealer of op onze website. Als u contact opneemt met de servicedienst, hebt u het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) van het apparaat nodig.
De contactgegevens van de servicedienst vindt u in de meegeleverde servicedienstlijst of op onze website. Dit product bevat lichtbronnen van de energieklasse E. De lichtbronnen zijn leverbaar als reserveonderdeel en mogen uitsluitend door een hiervoor getrainde monteur worden vervangen.
14.1 Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD)
Het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) vindt u op het typeplaatje van het apparaat. Het typeplaatje met de nummers vindt u wanneer u de apparaatdeur opent.
Om uw apparaatgegevens en de servicedienst-telefoonnummers snel terug te kunnen vinden, kunt u de gegevens noteren.
15 Zo lukt het
Voor verschillende gerechten vindt u hier de bijpassende instellingen alsmede de beste accessoires en vormen. Wij hebben het advies optimaal op uw apparaat afgestemd.
15.1 Zo kunt u het best te werk gaan
Hier vertellen we u hoe u als beste stap voor stap optimaal kunt profiteren van het insteladvies. U krijgt informatie over vele gerechten met informatie en tips, zoals hoe u het apparaat optimaal kunt gebruiken en instellen.
Tip
Aanwijzingen voor de bereiding
- De insteladviezen gelden altijd voor de koude en lege binnenruimte.
- De opgegeven tijden in de overzichten zijn richtwaarden. Ze zijn afhankelijk van de kwaliteit en de aard van de levensmiddelen.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Levensmiddelen met een vaste schil of pel kunnen tijdens, maar ook nog na het opwarmen, exploderen.
- Nooit eieren in de eierschaal koken of hardgekookte eieren in de eierschaal opwarmen.
- Nooit schaal- en kreeftachtige dieren koken.
- Bij spiegeleieren of eieren in een glas dient u eerst de dooier door te prikken.
- Bij levensmiddelen met een vaste schil of pel, bijv. appels, tomaten, aardappelen en worstjes, kan de
schil knappen. Prik voor het opwarmen gaatjes in de schil of vel.
- 1. Vóór het gebruik niet benodigde vormen uit de binnenruimte verwijderen.
- 2. Kies een gewenst gerecht uit de insteladviezen.
- 3. Doe het gerecht in een geschikte vorm.
- 4. Plaats de vorm in het midden op de bodem van de binnenruimte.
Zo kunnen de microgolven de gerechten van alle kanten bereiken.
- 5. Stel het apparaat in overeenkomstig het insteladvies.
Eerst de kortste tijdsduur instellen. Indien nodig de tijdsduur verlengen.
- 6. Gebruik pannenlappen wanneer u hete vormen uit de binnenruimte neemt.
15.2 Ontdooien, verwarmen en garen met de magnetron
Instellingsadviezen voor het ontdooien, verwarmen en koken met de magnetron.
De tijdsduur is afhankelijk van het servies en van de temperatuur, aard en hoeveelheid van het product. In de tabellen zijn bereiken aangegeven. Begin met de laagste waarde en stel zo nodig de volgende keer een hogere waarde in. Het kan zijn dat u andere hoeveelhe-