Bosch CMG8764B6, tekst van de handleiding
Pagina's 52–62 van 72 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← pagina's 42–51verder op pagina 63 →
Pagina 52
nl Voor u in onze kookstudio uitgetest.
Glanzende braadsledes van edelstaal of aluminium reflecteren de warmte als een spiegel en zijn daardoor niet zo geschikt. Het vlees gaart langzamer en wordt minder bruin. Houd een hogere temperatuur en/of langere bereidingstijd aan.
Houd u aan de aanwijzingen van de fabrikant van de braadvorm.
Open vorm
Gebruik voor het braden van vlees het beste een hoge vorm. Plaats de vorm op het rooster. Wanneer u geen geschikte vorm heeft, gebruikt u de braadslede.
Gesloten vorm
De binnenruimte blijft bij de bereiding in een gesloten vorm veel schoner. Let erop dat het deksel voor de pan past en goed sluit. Plaats de vorm op het rooster.
De afstand tussen het vlees en het deksel moet minstens 3 cm bedragen. Het vlees kan tijdens het garen uitzetten.
Bij het openen van het deksel na het garen, kan zeer hete stoom ontwijken. Til het deksel van achteren op, zodat de hete stoom van het lichaam af naar buiten gaat.
Voor het stoven, braadt u het vlees naar wens eerst aan. Voeg er voor het braadsap water, wijn, azijn of iets dergelijks aan toe. De bodem van de vorm dient ca 1-2 cm bedekt te zijn.
Tijdens het braden verdampt de vloeistof in de vorm. Voeg zo nodig voorzichtig wat vloeistof toe.
Vlees kan ook in een gesloten braadslede knapperig worden. Gebruik hiervoor een braadslede met glazen deksel en stel een hogere temperatuur in.
Braden in combinatie met microgolven
Bepaalde voedingsproducten kunnen in combinatie met microgolven worden bereid. Hierdoor wordt de bereidingstijd aanzienlijk verkort.
Anders dan bij het conventionele gebruik, wordt de gaarduur bij het braden in combinatie met microgolven bepaald door het totale gewicht.
Tip: Bij andere hoeveelheden dan in de insteltabellen zijn aangegeven, helpt de volgende vuistregel: bij een dubbele hoeveelheid kan de duur bijna worden verdubbeld.
Gebruik altijd een hitte- en magnetronbestendige vorm. Braadvormen van metaal en een Römertopf zijn alleen geschikt voor het braden zonder microgolven. Houd u aan de aanwijzingen voor de magnetronbestendige vorm. "De magnetron" op pagina 20
Attentie!
Als u een braadzak gebruikt, sluit deze dan niet af met metalen clips. Gebruik in plaats daarvan keukengaren. Gebruik voor rollades geen metalen spiezen. Hierdoor kan vonkvorming optreden.
Grillen
Laat de deur van het apparaat tijdens het grillen gesloten. Nooit met een geopende apparaatdeur grillen.
Schuif het rooster met het opschrift “Microwave” naar de apparaatdeur en de kromming naar beneden gericht op de aangegeven hoogte naar binnen. Plaats
bovendien de universele braadslede met de schuine kant naar de apparaatdeur ten minste één inschuifhoogte eronder. Uitdruipend vet wordt zo opgevangen.
Neem indien mogelijk grillstukken van ongeveer dezelfde dikte en gewicht. Zo worden ze gelijkmatig bruin en blijven ze lekker mals. Leg de te grillen stukken vlees rechtstreeks op het rooster.
Keer de grillstukken met een grilltang. Wanneer u met een vork in het vlees prikt, verliest het sap en wordt het droog.
Zout het vlees pas na het grillen. Zout onttrekt water aan het vlees.
Aanwijzingen
- Het grillelement wordt steeds weer in- en uitgeschakeld, dat is normaal. Hoe vaak dit gebeurt, is afhankelijk van de ingestelde grillstand.
- Bij het grillen kan rook ontstaan.
Braadthermometer
Met de braadthermometer kunt u exact garen. Lees de belangrijke instructies voor het gebruik van de braadthermometer na in het betreffende hoofdstuk. U vindt daar gegevens over het insteken van de braadthermometer, de mogelijke verwarmingsmethoden en verdere informatie.
"Braadthermometer" op pagina 23
Aanbevolen instelwaarden
In de tabel vindt u voor talrijke vleesgerechten de optimale verwarmingsmethode. Temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de hoeveelheid, kwaliteit en temperatuur van het levensmiddel. Daarom zijn er instelbereiken aangegeven. Probeer het eerst met de lagere waarden. Stel de oven indien nodig de volgende keer hoger in.
De instelwaarden gelden voor vlees op koelkasttemperatuur dat in de onverwarmde binnenruimte wordt geplaatst. Zo kunt u tot 20 procent energie sparen. De aangegeven bereidingstijden worden enkele minuten korter wanneer u voorverwarmt.
In de tabel vindt u gegevens voor stukken braadvlees met voorgesteld gewicht. Wanneer u een zwaar stuk wilt braden, gebruik dan in elk geval de lage temperatuur. Bij meerdere stukken oriënteert u zich aan het zwaarste stuk om de bereidingsduur te bepalen. De afzonderlijke stukken dienen ongeveer even groot te zijn.
In het algemeen geldt: hoe groter het braadvlees, des te lager de temperatuur en des te langer de bereidingstijd.
Braadvlees en grillvlees na ca. tot van de aangegeven tijd keren.
Indien u volgens eigen recept wilt bereiden dan oriënteert u zich aan soortgelijke gerechten.
Bijkomende informatie vindt u onder "Tips voor braden, stoven en grillen" na de insteltabel.
Niet gebruikte toebehoren verwijderen uit de binnenruimte. Zo krijgt u een optimaal bakresultaat en spaart u tot 20 procent energie.
Pagina 53
Voor u in onze kookstudio uitgetest. nl
| Gebruikte verwarmingsmethoden: | ■ | 7 Circulatiegrillen |
|---|---|---|
| ■ 4D hetelucht | ■ | • Grill, groot |
| ■ • Boven- en onderwarmte | ■ | • Magnetron |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 53)
| Gerecht Varkensvlees | Accessoires/vormen | Inschuifhoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C / grillstand | Magnetronvermogen in watt | Duur in min. |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Gebraden varkensvlees zonder zwoerd, bijv. halsstuk, 1,5 kg | Open vorm | 1 | 7 | 180-200 | - | 120-130 |
| Gebraden varkensvlees zonder zwoerd, bijv. halsstuk, 1,5 kg | Gesloten vorm | 1 | 7 | 180-200 | 180 | 40-50 |
| Gebraden varkensvlees met zwoerd, bijv. schouderstuk, 2 kg | Open vorm | 1 | 7 | 190-200 | - | 130-140 |
| Gebraden varkenslende, 1,5 kg | Open vorm | 1 | 7 | 220-230 | - | 70-80 |
| Gebraden varkenslende, 1,5 kg | Gesloten vorm | 1 | 7 | 230-240 | 90 | 50-60 |
| Varkenshaas, 400 g | Rooster | 2 | 7 | 220-230 | - | 20-25 |
| Casselerrib met been, 1 kg (incl. een beetje toegevoegd water) | Gesloten vorm | 1 | 7 | 210-220 | - | 60-80 |
| Casselerrib met been, 1 kg | Open vorm | 1 | - | 360 | 40-50 | |
| Varkenssteaks, 2 cm dik | Rooster | 3 | 2 | - | 16-20 | |
| Varkensmedaillons, 3 cm dik (5 min. voorverwarmen) | Rooster | 3 | 3* | - | 8-12 | |
| Rundvlees | ||||||
| Runderfilet, medium, 1 kg | Open vorm | 1 | 7 | 210-220 | - | 40-50 |
| Runderfilet, medium, 1 kg | Gesloten vorm | 1 | 180-200 | 90 | 30-40 | |
| Gestoofd rundvlees, 1,5 kg | Gesloten vorm | 1 | 7 | 200-220 | - | 130-140 |
| Rosbief, medium, 1,5 kg | Open vorm | 1 | 7 | 220-230 | - | 60-70 |
| Rosbief, medium, 1,5 kg | Open vorm | 1 | 240-260 | 180 | 30-40 | |
| Steak, 3 cm dik, medium | Rooster | 2 | 3 | - | 15-20 | |
| Burger, 3-4 cm hoog**** | Rooster | 2 | 3 | - | 20-30 | |
| Kalfsvlees | ||||||
| Gebraden kalfsvlees, 1,5 kg | Open vorm | 1 | 7 | 160-170 | - | 100-120 |
| Gebraden kalfsvlees, 1,5 kg | Gesloten vorm | 1 | 200-210 | 90 | 70-80 | |
| Kalfsschenkel, 1,5 kg | Open vorm | 1 | 200-210 | - | 100-110 | |
| Kalfsschenkel, 1,5 kg | Open vorm | 1 | 7 | 200-220 | 180 90 | 30 30-40 |
| Lamsvlees | ||||||
| Lamsbout zonder been, medium, 1,5 kg | Open vorm | 1 | 7 | 170-190 | - | 50-70 |
| Lamsbout zonder been, medium, 1,5 kg | Vorm gesloten | 1 | 240-260 | 360 180 | 30 35-40 | |
| Lamszadel met been** | Open vorm | 1 | 7 | 180-190 | - | 40-50 |
| Lamszadel met been** | Open vorm | 1 | 7 | 190-210 | 90 | 30-40 |
| Lamskotelet*** | Rooster | 2 | 3 | - | 12-18 | |
| Worsten | ||||||
| Grillworsten | Rooster | 2 | 3 | - | 10-20 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 53)
* voorverwarmen
** zonder keren
*** Braadslede op inschuifhoogte 1 eronder plaatsen
* na 2/3 van de totale tijd keren
Pagina 54
nl Voor u in onze kookstudio uitgetest.
| Gerecht Vleesgerechten | Accessoires/vormen Inschuif- Verwar- Temperatuur in Magnetron- Duur in hoogte mingsme- °C / grillstand vermogen in min. thode watt |
|---|---|
| Gehaktbrood, 1 kg | Open vorm 1 7 170-180 - 70-80 |
| Gebraden gehakt, 1 kg + 50 ml water Open vorm 1 7 170-190 360 30-40 * voorverwarmen ** zonder keren *** Braadslede op inschuifhoogte 1 eronder plaatsen * na 2/3 van de totale tijd keren | |
| Tips voor het braden, stoven en grillen | |
| De binnenruimte wordt erg vuil. | Bereid het product in een gesloten braadslede of gebruik het grillrooster. Wanner u het grillrooster gebruikt, behaalt u een optimaal braadresultaat. U kunt het grillrooster als speciaal toebehoren kopen. |
| Het braadvlees is te donker en de korst is op enkele plaatsen verbrand en/of het braadvlees is te droog. | Controleer de inschuifhoogte en de temperatuur. Kies de volgende keer een lagere temperatuur en verkort evt. de braadtijd. |
| De korst is te dun. | Verhoog de temperatuur of schakel na afloop van de braadtijd de grill even in. |
| Het braadvlees ziet er goed uit, maar de jus is aangebrand. | Neem de volgende keer kleiner braadgerei en voeg evt. meer vloeistof toe. |
| Het braadvlees ziet er goed uit, maar de jus is te licht en te waterig. | Neem de volgende keer groter braadgerei en voeg evt. minder vloeistof toe. |
| Bij het stoven brandt het vlees aan. | Het deksel moet goed op de braadvorm passen en goed sluiten. Reduceer de temperatuur en voeg zo nodig nog wat vloeistof toe tijdens het smoren. |
| Het vlees is niet doorbakken. | Snijd het vlees open. Bereid de jus in de braadvorm en leg vervolgens de braadstukken in de jus. Bereid het vlees verder alleen met microgolven. |
| Het grillproduct wordt te droog. | Het vlees pas na het grillen zouten. Zout onttrekt water aan het vlees. Steek tijdens het keren niet in het grillproduct. Gebruik een grilltang. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 54)
Vis
Uw apparaat biedt diverse verwarmingsmethoden voor het bereiden van vis. In de insteltabellen vindt u optimale instellingen voor vele gerechten.
Hele vis hoeft niet gekeerd te worden. Plaats de hele vis in de zwemstand, met de rugvin naar boven, in de binnenruimte. Een ingesneden aardappel of een kleine ovenvaste vorm in de buik van de vis zorgt voor stabiliteit.
U kunt herkennen dat de vis gaar is, wanneer de rugvin gemakkelijk loslaat.
Braden en grillen op het rooster
Schuif het rooster met het opschrift “Microwave” naar de apparaatdeur en de kromming naar beneden gericht op de aangegeven hoogte naar binnen. Plaats bovendien de universele braadslede met de schuine kant naar de apparaatdeur ten minste één inschuifhoogte eronder.
Giet afhankelijk van de grootte en de soort vis tot liter water in de braadslede. Vrijkomende vloeistof wordt opgevangen. Er ontstaat zo minder rook en de binnenruimte blijft schoner.
Laat de deur van het apparaat tijdens het grillen gesloten. Nooit met een geopende apparaatdeur grillen.
Neem indien mogelijk grillstukken van ongeveer dezelfde dikte en gewicht. Zo worden ze gelijkmatig bruin en blijven ze lekker mals. Leg de te grillen stukken vlees rechtstreeks op het rooster.
Keer de grillstukken met een grilltang. Wanneer u met een vork in de vis prikt, verliest hij sap en wordt hij droog.
Aanwijzingen
- Het grillelement wordt steeds weer in- en uitgeschakeld, dat is normaal. Hoe vaak dit gebeurt, is afhankelijk van de ingestelde grillstand.
- Bij het grillen kan rook ontstaan.
Braden en stomen in een vorm
Gebruik alleen vormen die geschikt zijn voor de werking oven. Controleer of de vorm in de binnenruimte past.
Glazen vormen zijn het meest geschikt. Zet hete vormen van glas op een droge onderzetter. Is de ondergrond nat of koud, dan kan het glas knappen.
Glanzende braadsledes van edelstaal of aluminium reflecteren de warmte als een spiegel en zijn daardoor niet zo geschikt. De vis gaart langzamer en wordt minder bruin. Houd een hogere temperatuur en/of langere bereidingstijd aan.
Houd u aan de aanwijzingen van de fabrikant van de braadvorm.
Pagina 55
Voor u in onze kookstudio uitgetest. nl
Open vorm
Gebruik voor het bereiden van hele vis het beste een hoge vorm. Plaats de vorm op het rooster. Wanneer u geen geschikte vorm heeft, gebruikt u de braadslede.
Gesloten vorm
De binnenruimte blijft bij de bereiding in een gesloten vorm veel schoner. Let erop dat het deksel voor de pan past en goed sluit. Plaats de vorm op het rooster.
Doe voor het stomen twee tot drie eetlepels vloeistof en wat citroensap in de vorm.
Bij het openen van het deksel na het garen, kan zeer hete stoom ontwijken. Til het deksel van achteren op, zodat de hete stoom van het lichaam af naar buiten gaat.
Vis kan ook in een gesloten braadslede knapperig worden. Gebruik hiervoor een braadslede met glazen deksel en stel een hogere temperatuur in.
Stoven met microgolven
U kunt vis ook met microgolven stoven.
Gebruik hiervoor een gesloten, magnetronbestendige vorm of dek de vorm af met een bord of speciaal magnetronfolie. Houd u aan de aanwijzingen voor de magnetronbestendige vorm. "De magnetron" op pagina 20
De smaak blijft grotendeels behouden en u kunt met minder zout en specerijen volstaan. Voeg bij hele vissen één tot drie eetlepels water of citroensap toe.
Laat de vis na het garen nog 2-3 minuten rusten voor een egale temperatuur.
Neem kant-en-klare gerechten voor het ontdooien uit de verpakking. In magnetronbestendige vormen gaart u sneller en gelijkmatiger.
Braadthermometer
Met de braadthermometer kunt u exact garen. Lees de belangrijke instructies voor het gebruik van de braadthermometer na in het betreffende hoofdstuk. U vindt daar gegevens over het insteken van de
braadthermometer, de mogelijke verwarmingsmethoden en verdere informatie. "Braadthermometer" op pagina 23
Aanbevolen instelwaarden
In de tabel vindt u voor visgerechten de optimale verwarmingsmethode. Temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de hoeveelheid, kwaliteit en temperatuur van het levensmiddel. Daarom zijn er instelbereiken aangegeven. Probeer het eerst met de lagere waarden. Stel de oven indien nodig de volgende keer hoger in.
De instelwaarden gelden voor vis op koelkasttemperatuur die in de onverwarmde binnenruimte wordt geplaatst. Zo kunt u tot 20 procent energie sparen. De aangegeven bereidingstijden worden enkele minuten korter wanneer u voorverwarmt.
In de tabel vindt u gegevens voor vis met voorgesteld gewicht. Wanneer u een zwaardere vis wilt bereiden, gebruik dan in elk geval de lage temperatuur. Bij meerdere vissen oriënteert u zich aan de zwaarste vis om de bereidingsduur te bepalen. De afzonderlijke vissen dienen ongeveer even groot te zijn.
In het algemeen geldt: hoe groter een vis, des te lager de temperatuur en des te langer de bereidingstijd.
Vis die niet in de zwemstand is na ca. tot van de aangegeven tijd keren.
Aanwijzing: Gebruik alleen bakpapier dat geschikt is voor de gekozen temperatuur. Knip het bakpapier altijd zodanig af dat het goed past.
Niet gebruikte toebehoren verwijderen uit de binnenruimte. Zo krijgt u een optimaal bakresultaat en spaart u tot 20 procent energie.
Gebruikte verwarmingsmethoden:
- 7 Circulatiegrillen
- • Grill, groot
- • Pizzastand
- • Magnetron
| Gerecht Vis | Accessoires/vormen | Inschuifhoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C / grillstand | Magnetronvermogen in watt | Duur in min. |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Vis, gegrild, heel 300 g, bijv. forel | Open vorm | 1 | 7 | 170-190 | - | 20-30 |
| Vis, gegrild, heel 300 g, bijv. forel | Rooster | 2 | 2 | 90 | 15-20 | |
| Vis, gestoofd, heel 300 g, bijv. forel | Vorm gesloten | 1 | - | 600 360 | 3 2-7 | |
| Vis, gegrild, heel 1,5 kg, bijv. zalm | Open vorm | 1 | 7 | 170-190 | - | 30-40 |
| Vis, gestoofd, heel 1,5 kg, bijv. zalm | Vorm gesloten | 1 | - | 600 360 | 10 10-15 | |
| Visfilets | ||||||
| Visfilet, ongepaneerd, gegrild | Rooster | 2 | 1* | - | 15-25 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 55)
* Voorverwarmen
** Braadslede op inschuifhoogte 1 eronder plaatsen
*** Tussentijds keren
Pagina 56
nl Voor u in onze kookstudio uitgetest.
| Gerecht | Accessoires/vormen | Inschuifhoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C / grillstand | Magnetronvermogen in watt | Duur in min. |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Visfilet, ongepaneerd, gestoofd, 400 g | Vorm gesloten | 1 | - | 600 360 | 4 5-15 | |
| Viskoteletten | ||||||
| Viskotelet, 3 cm dik** | Rooster | 2 | 3 | - | 18-22 | |
| Vis, diepvries | ||||||
| Vis, heel 300 g, bijv. forel | Vorm gesloten | 1 | - | 600 360 | 5 7-12 | |
| Visfilet, ongepaneerd | Gesloten vorm | 1 | 210-230 | - | 25-40 | |
| Visfilet, ongepaneerd, 400 g | Gesloten vorm | 1 | - | 600 | 10-15 | |
| Visfilet, gegratineerd | Rooster | 2 | 7 | 220-240 | - | 35-45 |
| Visfilet, gegratineerd, 400 g | Open vorm | 1 | 3 | 360 | 15-20 | |
| Vissticks*** | Bakplaat | 1 | 220-240 | - | 10-20 | |
| Visgerechten | ||||||
| Visterrine, 1000 g Terrinevorm * Voorverwarmen ** Braadslede op inschuifhoogte 1 eronder plaatsen *** Tussentijds keren | 1 | - | 360 | 20-25 | ||
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 56)
Groente en bijgerechten
Hier vindt u gegevens voor het bereiden van gegrilde groente, aardappels en diepvries-aardappelproducten.
Niet gebruikte toebehoren verwijderen uit de binnenruimte. Zo krijgt u een optimaal kookresultaat en spaart u energie.
Bereiden in combinatie met microgolven
Als u in combinatie met microgolven wilt garen, dient u altijd een gesloten magnetronbestendige vorm te gebruiken. Als u geen passende deksel voor uw vorm hebt, gebruikt u een bord of speciaal magnetronfolie. Houd u aan de aanwijzingen voor de magnetronbestendige vorm.
Platte voedingsproducten zijn sneller klaar dan hoge. Verdeel de voedingsproducten daarom zo vlak mogelijk in de vorm.
Graan schuimt sterk tijdens het koken. Gebruik voor alle graanproducten, waaronder bijvoorbeeld ook rijst, een hoge vorm met deksel.
De eigen smaak van de voedingsproducten blijft dan zoveel mogelijk behouden. Hierdoor kunt u met minder zout en specerijen volstaan.
Als u voor een voorbereide hoeveelheid voedingsproduct geen instelling vindt, verlengt of verkort u de gaartijd op basis van de volgende vuistregel: bij een dubbele hoeveelheid kan de duur bijna worden verdubbeld.
Tussentijds kunt u de voedingsproducten het beste twee tot drie maal keren of omroeren. Laat de voedingsproducten na het verhitten nog twee tot drie minuten rusten voor een egale temperatuur.
De voedingsproducten geven warmte aan de vorm af. Ook als er alleen microgolven worden gebruikt, kan de vorm daarom zeer heet worden.
Inschuifhoogtes
Gebruik de aangegeven inschuifhoogtes.
Bereiden op één niveau
Volg de opgaven in de tabel op.
Bereiden op twee niveaus
Gebruik 4Dhetelucht. Bakplaten die gelijktijdig in de oven worden geplaatst, hoeven niet op hetzelfde moment klaar te zijn.
- Braadslede: hoogte 3
- Bakplaat: hoogte 1
Toebehoren
Let erop dat u altijd geschikte toebehoren gebruikt en dit er goed om inschuift.
Rooster
Schuif het rooster met het opschrift “Microwave” naar de apparaatdeur en de kromming naar beneden gericht naar binnen. Plaats de vormen altijd op het rooster.
Braadslede of braadpan
De braadslede of de bakplaat er voorzichtig tot de aanslag inschuiven, met de afgeschuinde kant naar de deur van het apparaat.
Bakpapier
Gebruik alleen bakpapier dat geschikt is voor de gekozen temperatuur. Knip het bakpapier altijd zodanig af dat het goed past.
Pagina 57
Voor u in onze kookstudio uitgetest. nl
Aanbevolen instelwaarden
In de tabel vindt u voor diverse gerechten de optimale verwarmingsmethode. Temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de hoeveelheid, de vorm en de kwaliteit van de levensmiddelen. Daarom zijn er instelbereiken aangegeven. Probeer het eerst met de lagere waarden. Bij een lage temperatuur wordt het gerecht gelijkmatiger bruin. Stel de oven indien nodig de volgende keer hoger in.
De instelwaarden gelden voor producten die in de onverwarmde binnenruimte worden geplaatst. De
aangegeven tijden worden enkele minuten korter wanneer u voorverwarmt.
Indien u volgens eigen recept wilt bereiden dan oriënteert u zich aan soortgelijke gerechten in de tabel.
Gebruikte verwarmingsmethoden:
- 4D hetelucht
- • Boven- en onderwarmte
- 7 Circulatiegrillen
- • Grill, groot
- • Pizzastand
- • Magnetron
| Gerecht Groente, vers | Accessoires/vormen | Inschuifhoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C / grillstand | Magnetronvermogen in watt | Duur in min. |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Groente, vers, 250 g* | Gesloten vorm | 1 | - | 600 | 8-12 | |
| Groente, vers, 500 g* | Gesloten vorm | 1 | - | 600 | 10-15 | |
| Groente, diepvries | ||||||
| Spinazie, 450 g* | Gesloten vorm | 1 | - | 600 | 13-18 | |
| Gemengde groente, 250 g + 25 ml water* | Gesloten vorm | 1 | - | 600 | 10-14 | |
| Gemengde groente, 500 g + 25 ml water* | Gesloten vorm | 1 | - | 600 | 15-20 | |
| Groentegerechten | ||||||
| Gegrilde groente | Braadslede | 3 | 3 | - | 10-15 | |
| Aardappels | ||||||
| Gebakken aardappels, gehalveerd | Braadslede | 1 | 160-180 | - | 45-60 | |
| Gebakken aardappels, gehalveerd, 1 kg | Braadslede | 2 | 7 | 200-220 | 360 | 15-20 |
| Aardappels in de schil, heel, 250 g* | Gesloten vorm | 1 | - | 600 | 10-13 | |
| Gekookte aardappels, gekwart, 500 g* | Gesloten vorm | 1 | - | 600 | 12-15 | |
| Aardappelproducten, diepvries | ||||||
| Aardappel-rösti (tussentijds keren) | Braadslede | 2 | 200-220 | - | 20-30 | |
| Kartoffeltaschen, gevuld (tussentijds keren) | Braadslede | 2 | 190-210 | - | 15-25 | |
| Aardappelkroketten | Bakplaat | 1 | 200-220 | - | 15-25 | |
| Patates frites (tussentijds keren) | Bakplaat | 1 | 190-210 | - | 20-30 | |
| Frites, 500 g | Braadslede | 2 | 7 | 250-270 | 180 | 15-20 |
| Patates frites, 2 niveaus (tussentijds keren) | Braadslede + bakplaat | 3+1 | 200-220 | - | 30-40 | |
| Rijst | ||||||
| Rijst met lange korrel, 250 g + 500 ml water | Vorm gesloten | 1 | - | 600 180 | 7-9 13-16 | |
| Zilvervliesrijst, 250 g + 650 ml water | Vorm gesloten | 1 | - | 600 180 | 11-13 25-30 | |
| Risotto, 250 g + 900 ml water | Vorm gesloten | 1 | - | 600 180 | 12-14 22-27 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 57)
* tussentijds een tot twee keer doorroeren
Pagina 58
nl Voor u in onze kookstudio uitgetest.
| Gerecht Granen | Accessoires/vormen | Inschuifhoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C / grillstand | Magnetronvermogen in watt | Duur in min. |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Couscous, 250 g + 500 ml water | Gesloten vorm | 1 | - | 600 | 6-8 | |
| Gierst, heel, 250 g + 600 ml water | Vorm gesloten | 1 | - | 600 180 | 8-10 10-15 | |
| Polenta/maïsgriesmeel, 125 g + 500 ml water* | Gesloten vorm | 1 | - | 600 | 6-8 | |
| Gerst, 250 g + 750 ml water | Vorm gesloten | 1 | - | 600 180 | 11-13 15-20 | |
| Ei | ||||||
| Eiergelei van 2 eieren Gesloten vorm * tussentijds een tot twee keer doorroeren | 1 | - | 360 | 6-8 | ||
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 58)
Dessert
Met uw apparaat kunt u yoghurt en diverse desserts bereiden.
Gebruik voor de bereiding met microgolven altijd een hitte- en magnetronbestendige vorm. Houd u aan de aanwijzingen voor de magnetronbestendige vorm. "De magnetron" op pagina 20
Als u de vorm op het rooster plaatst, schuift u het rooster met het opschrift “Microwave” naar de apparaatdeur en de kromming naar beneden gericht naar binnen.
Yoghurt maken
Neem rekjes en accessoires uit de binnenruimte. De binnenruimte moet leeg zijn. De apparaatdeur niet openen tijdens het gebruik.
- 1. 1 Liter melk (3,5 % vet) op de kookplaat tot 90 °C verwarmen en vervolgens tot 40 °C laten afkoelen. Bij houdbare melk is het verwarmen tot 40 °C voldoende.
- 2. Hier 150 g yoghurt (koelkasttemperatuur) door roeren.
- 3. Hiermee koppen of kleine potjes vullen en afdekken met vershoudfolie.
- 4. De koppen of potjes vervolgens op de bodem van de binnenruimte zetten en instellen zoals aangegeven in de tabel.
- 5. De yoghurt na de bereiding in de koelkast laten afkoelen.
Pudding van puddingpoeder
Roer het puddingpoeder volgens de instructies op de verpakking met de melk en suiker in een hoge magnetronbestendige kom om. Instellen zoals aangegeven in de tabel.
Roer de melk goed door zodra deze opkomt. Herhaal dit twee tot drie keer.
Rijstepap klaarmaken
- 1. Rijst wegen en 4-voudige hoeveelheid melk toevoegen.
- 2. Vul een hoge, magnetronbestendige kom met de rijst en melk.
- 3. Stel het apparaat in zoals in de tabel is aangegeven.
- 4. Roer de melk goed door zodra deze opkomt en verlaag vervolgens het microgolfvermogen aan de hand van de tabel.
Roer de rijst tijdens het koken meerdere keren door.
Compote
Weeg de vruchten in een magnetronbestendige kom af en voeg per 100 géén eetlepel water toe. Voeg naar smaak suiker en kruiden toe. Dek de kom af en stel het apparaat in aan de hand van de tabel.
Roer tijdens het garen twee tot drie keer om.
Popcorn voor de magnetron
Gebruik een hittebestendige, vlakke glazen vorm, zoals het deksel van een ovenschaal. Gebruik geen porceleinen of sterk gewelfde schaal.
Leg de popcornzak met de gemarkeerde kant naar beneden gericht op de vorm. Instellen zoals aangegeven in de tabel. Afhankelijk van het product en de hoeveelheid moet de tijd mogelijk worden aangepast.
Verwijder de popcornzak na 1 minuut en schud deze om zodat de popcorn niet aanbrandt. Veeg de binnenruimte na de bereiding schoon.
Waarschuwing – Risico van verbranding!
De verpakking van luchtdicht verpakte levensmiddelen kan barsten. Houd u altijd aan de opgaven op de verpakking. Neem gerechten altijd met een pannenlap uit de binnenruimte.
Pagina 59
Voor u in onze kookstudio uitgetest. nl
Aanbevolen instelwaarden
Gebruikte verwarmingsmethoden:
- • Boven- en onderwarmte
- • Magnetron
| Gerecht Toebehoren/vormen | Inschuifhoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C | Magnetronvermogen in watt | Duur in min. |
|---|---|---|---|---|---|
| Pudding van puddingpoeder* Gesloten vorm | 1 | - | 600 | 5-8 | |
| Yoghurt Portievormen | Bodem binnenruimte | 40-45 | - | 8-9h | |
| Rijstepap, 125 g + 500 ml melk* Vorm gesloten | 1 | - | 600 180 | 10 20-25 | |
| Vruchtencompote, 500 g Gesloten vorm | 1 | - | 600 | 9-12 | |
| Popcorn voor de magnetron, Open vorm 1 zak à 100 g** * tussentijds een tot twee keer doorroeren ** gesloten zak op de vorm plaatsen | 1 | - | 600 | 4-6 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 59)
Eco-verwarmingsmethoden
Hetelucht Eco en boven- en onderwarmte Eco zijn intelligente verwarmingsmethoden voor het gezond bereiden van vlees, vis en gebak. Het apparaat regelt de energietoevoer in de binnenruimte optimaal.Het product wordt in fases bereid met behulp van restwarmte. Zo blijft het sappiger en wordt het minder bruin. Afhankelijk van de bereiding en het product kan energie worden bespaard. Als u tijdens het bereiden vroegtijdig de ovendeur opent of door het voorverwarmen verdwijnt dit effect.
Gebruik alleen de originele accessoires die bij uw apparaat horen. Deze zijn optimaal op de binnenruimte en de functies afgestemd.Niet gebruikte accessoires verwijderen uit de binnenruimte.
Plaats de gerechten in de onverwarmde, lege binnenruimte. Kies een temperatuur bij hete lucht Eco tussen 125-275 °C en bij boven-/onderwarmte Eco tussen 150-250 °C. Houd de deur van het apparaat tijdens de bereiding gesloten. Gebruik slechts één niveau.
De verwarmingsmethode wordt voor het bepalen van het energieverbruik in de circulatieluchtmodus en de energie-efficiëntieklasse gebruikt. De verwarmingsmethode boven-/onderwarmte Eco wordt voor het bepalen van het energieverbruik in de conventionele modus gebruikt.
Toebehoren
Let erop dat u altijd geschikte toebehoren gebruikt en dit er goed om inschuift.
Rooster
Schuif het rooster met het opschrift “Microwave” naar de apparaatdeur en de kromming naar beneden gericht naar binnen. Plaats de vormen altijd op het rooster.
Braadslede of braadpan
De braadslede of de bakplaat er voorzichtig tot de aanslag inschuiven, met de afgeschuinde kant naar de deur van het apparaat.
Bakvormen en vormen
Het meest geschikt zijn donkere metalen bakvormen. Hierdoor kunt u tot 35 procent energie sparen.
Vormen van edelstaal of aluminium reflecteren de warmte als een spiegel. Niet-reflecterende vormen van email, hittebestendig glas of gecoat, drukgegoten aluminium is beter geschikt.
Lichte vormen, keramische vormen of vormen van glas verlengen de baktijd en het gebak bruint niet gelijkmatig.
Bakpapier
Gebruik alleen bakpapier dat geschikt is voor de gekozen temperatuur. Knip het bakpapier altijd zodanig af dat het goed past.
Aanbevolen instelwaarden
Hier vindt u gegevens voor verschillende gerechten. Temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de hoeveelheid en de kwaliteit van het deeg. Daarom zijn er instelbereiken aangegeven. Probeer het eerst met de lagere waarden. Bij een lage temperatuur wordt het gerecht gelijkmatiger bruin. Stel de oven indien nodig de volgende keer hoger in.
Aanwijzing: De baktijden kunnen niet door hogere temperaturen worden ingekort. Gebak of klein gebak zou dan alleen van buiten gaar, maar van binnen niet goed doorgebakken zijn.
Pagina 60
nl Voor u in onze kookstudio uitgetest.
Gebruikte verwarmingsmethoden:
- • Hetelucht Eco
- • Boven- en onderwarmte Eco
| Gerecht Gebak in vormen | Toebehoren/vormen | Inschuifhoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C | Duur in min. |
|---|---|---|---|---|---|
| Cake in de vorm | Krans/rechthoekige vorm | 1 | 140-160 | 60-80 | |
| Taartbodem van roerdeeg | Taartbodemvorm | 1 | 140-160 | 20-40 | |
| Biscuitbodem, 2 eieren | Taartbodemvorm | 1 | 150-170 | 20-30 | |
| Biscuittaart, 3 eieren | Springvorm Ø 26 cm | 1 | 160-170 | 25-35 | |
| Biscuittaart, 6 eieren | Springvorm Ø 28 cm | 1 | 150-160 | 50-60 | |
| Gistdeegtulband | Tulbandvorm | 1 | 150-160 | 65-75 | |
| Gebak op de plaat | |||||
| Cake met droge bedekking | Bakplaat | 1 | 160-180 | 20-40 | |
| Zandtaartdeeggebak met droge bedekking | Bakplaat | 1 | 170-180 | 25-35 | |
| Broodvlecht, gistdeegkrans | Bakplaat | 1 | 150-160 | 35-45 | |
| Gistdeeggebak met droge bedekking | Bakplaat | 1 | 150-170 | 20-35 | |
| Klein gebak | |||||
| Muffins | Muffinplaat | 2 | 160-180 | 15-30 | |
| Small cakes | Bakplaat | 1 | 150-160 | 25-35 | |
| Bladerdeeggebak | Bakplaat | 2 | 170-190 | 25-50 | |
| Branddeeggebak, bijv. soesjes | Bakplaat | 1 | 200-220 | 35-45 | |
| Koekjes | Bakplaat | 2 | 140-160 | 15-30 | |
| Sprits | Bakplaat | 2 | 140-150 | 25-40 | |
| Klein gebak van gistdeeg | Bakplaat | 1 | 150-160 | 30-40 | |
| Brood & broodjes | |||||
| Gemengd brood, 1,5 kg | Langwerpige bakvorm | 1 | 200-210 | 35-45 | |
| Plat rond brood | Braadslede | 1 | 250-270 | 15-20 | |
| Broodjes, zoet, vers | Bakplaat | 1 | 170-190 | 15-20 | |
| Broodjes, vers | Bakplaat | 1 | 180-200 | 25-35 | |
| Vlees | |||||
| Gebraden varkensvlees zonder zwoerd, bijv. halsstuk, 1,5 kg | Open vorm | 1 | 180-190 | 120-140 | |
| Gestoofd rundvlees, 1,5 kg | Gesloten vorm | 1 | 200-220 | 140-160 | |
| Gebraden kalfsvlees, 1,5 kg | Open vorm | 1 | 170-180 | 110-130 | |
| Vis | |||||
| Vis, gestoofd, heel 300 g, bijv. forel | Gesloten vorm | 1 | 190-210 | 25-35 | |
| Vis, gestoofd, heel 1,5 kg, bijv. zalm | Gesloten vorm | 1 | 190-210 | 45-55 | |
| Visfilet, ongepaneerd, gestoofd | Gesloten vorm | 1 | 190-210 | 15-35 |
Pagina 61
Voor u in onze kookstudio uitgetest. nl
Acrylamide in levensmiddelen bijv. patates frites, aardappelchips, toast, broodjes,
| brood of fijne bakwaren (koekjes, taaitaai, speculaas). Acrylamide ontstaat vooral bij met hoge verhitting klaargemaakte graan- en aardappelproducten, zoals | |
| Tips voor een acrylamidearme bereiding van gerechten | |
| Algemeen | ■ Zo kort mogelijke bereidingstijden aanhouden. ■ Gerechten goudgeel, niet te donker laten worden. ■ Grote, dikke gerechten bevatten minder acrylamide. |
| Bakken | Met boven- en onderwarmte, max. 200 °C. Met hete lucht max. 180 °C. |
| Koekjes | Met boven- en onderwarmte, max. 190 °C. Met hete lucht max. 170 °C. Ei of eigeel vermindert de vorming van acrylamide. |
| Oven-frites | Gelijkmatig en in één laag over de plaat verdelen. Minstens 400g per plaat bakken, zodat de aardappels niet uitdrogen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 61)
Langzaam garen
Langzaam garen is garen bij lage temperatuur. Het wordt daarom ook garen bij lage temperatuur genoemd.
Het langzaam garen is ideaal voor alle fijne stukken vlees (bijv. malse delen van het rund, kalf, varken, lam en gevogelte), die rosé of à point (medium) gegaard moeten worden. Het vlees blijft zeer sappig, mals en zacht.
U heeft veel speelruimte bij de menuplanning, want langzaam gegaard vlees kan probleemloos worden warmgehouden. Tijdens het garen hoeft u het vlees niet te keren. Houd de deur van het apparaat gesloten om een gelijkmatig bereidingsklimaat te krijgen.
Gebruik uitsluitend vers en hygiënisch perfect vlees zonder bot. Verwijder pezen en vetranden zorgvuldig. Vet ontwikkelt bij het langzaam garen een sterke eigen smaak. U kunt ook gekruid of gemarineerd vlees gebruiken. Gebruik geen ontdooid vlees.
Het vlees kan direct na het langzaam garen in stukken worden gesneden. Het hoeft niet te rusten. Door de speciale bereidingsmethode ziet het vlees er rosé uit maar het is niet rauw of niet gaar genoeg.
Aanwijzing: Een starttijdvoorkeuze met eindtijd is bij de verwarmingsmethode langzaam garen niet mogelijk.
Vormen
Gebruik een vlakke vorm, bijv. een serveerplaat van porselein of glas. Plaats de vorm voor het voorverwarmen ook in de binnenruimte.
Plaats de open vorm altijd op hoogte 1 op het rooster.
Bijkomende informatie vindt u onder "Tips voor langzaam garen", na de insteltabel.
Uw apparaat beschikt over de verwarmingsmethode langzaam garen. Start de werking alleen wanneer de binnenruimte geheel is afgekoeld. Laat de binnenruimte met de vorm ca. 10 minuten goed doorwarmen.
Braad het vlees op de kookplaat even zeer heet en lang genoeg aan alle kanten, ook de uiteinden. Doe het onmiddellijk in de voorverwarmde vorm. De vorm met het vlees weer in de binnenruimte plaatsen en langzaam garen.
Aanbevolen instelwaarden
De temperatuur en de tijdsduur voor langzaam garen zijn afhankelijk van de grootte, dikte en kwaliteit van het vlees. Daarom zijn er instelbereiken aangegeven.
Gebruikte verwarmingsmethode:
- • Langzaam garen
| Gerecht Gevogelte | Vormen | Inschuifhoogte | Verwar-mingsmethode | Aanbraadduur in min. | Temperatuur in °C | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Eendenborst, rosé, à 300 g | Open vorm | 1 | 6-8 | 95* | 45-60 | |
| Kipfilet, à 200 g, doorbakken | Open vorm | 1 | 4 | 120* | 45-60 | |
| Kalkoenfilet, zonder been, 1 kg, doorbakken | Open vorm | 1 | 6-8 | 120* | 100-130 | |
| Varkensvlees | ||||||
| Gebraden varkenslende, 5-6 cm dik, 1,5 kg | Open vorm | 1 | 6-8 | 85* | 130-180 | |
| Varkenshaas, heel | Open vorm | 1 | 4-6 | 85* | 45-70 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 61)
* voorverwarmen
Pagina 62
nl Voor u in onze kookstudio uitgetest.
| Gerecht Rundvlees | Vormen | Inschuif- Verwarhoogte mingsmethode | Aanbraadduur in min. | Temperatuur in °C | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|---|---|
| Gebraden rundvlees (heupstuk), 6- 7 cm dik, 1,5 kg, doorbakken | Open vorm | 1 | 6-8 | 100* | 150-190 |
| Runderfilet, 1 kg | Open vorm | 1 | 4-6 | 85* | 90-120 |
| Rosbief, 5-6 cm dik | Open vorm | 1 | 6-8 | 85* | 120-180 |
| Rundermedaillons/rumpsteak, 4 cm dik | Open vorm | 1 | 4 | 85* | 40-60 |
| Kalfsvlees | |||||
| Gebraden kalfsvlees, 4-5 cm dik, 1,5 kg | Open vorm | 1 | 6-8 | 85* | 100-130 |
| Gebraden kalfsvlees, 7-10 cm dik, 1,5 kg | Open vorm | 1 | 6-8 | 85* | 150-210 |
| Kalfsfilet, heel, 800 g | Open vorm | 1 | 4-6 | 85* | 70-120 |
| Kalfsmedaillons, 4 cm dik | Open vorm | 1 | 4 | 80* | 40-60 |
| Lamsvlees | |||||
| Lamszadels, zonder been, à 200 g | Open vorm | 1 | 4 | 85* | 30-45 |
| Lamsbout zonder been, medium, 1 kg ingebonden * voorverwarmen | Open vorm | 1 | 6-8 | 95* | 120-180 |
| Tips voor het langzaam garen | |||||
| Eendenborst langzaam garen. | Leg de eendenborst koud in de pan en braad eerst de huidzijde aan. Na het langzaam garen gedurende 3 tot 5 minuten knapperig grillen. | ||||
| Het langzaam gegaarde vlees is niet zo heet als vlees dat op de gebruikelijke manier is gebraden. | Om ervoor te zorgen dat het gebraden vlees niet te snel afkoelt, kunt u de borden van te voren opwarmen en de sauzen zeer heet opdienen. | ||||
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 62)
Drogen
Met 4D-hetelucht kunt u uitstekend drogen. Bij deze soort conservering worden aromastoffen door het onttrekken van water geconcentreerd.
Gebruik uitsluitend fruit, groente en kruiden zonder gebreken en was deze grondig. Bedek de braadslede en het rooster met bak- of perkamentpapier. Laat de vruchten goed afdruipen en maak ze droog.
Snij ze eventueel in even grote stukken of dunnen plakjes. Leg ongeschild fruit op de schaal met de snijvlakken naar boven. Let erop dat zowel fruit als paddenstoelen niet op elkaar liggen.
Rasp de groente en blancheer het vervolgens. Laat de geblancheerde groente afdruipen en verdeel het gelijkmatig over het rooster.
Droog kruiden met de steel. Leg de kruiden gelijkmatig in kleine hoopjes op het rooster.
Gebruik de volgende inschuifhoogtes voor het drogen:
- 1 rooster: hoogte 2
- 2 roosters: hoogte 3+1
Fruit en groente met veel vocht enkele malen keren. Het gedroogde gerecht direct na het drogen losmaken van het papier.
Aanbevolen instelwaarden
In de tabel vindt u de instellingen voor het drogen van verschillende levensmiddelen. Temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de soort, vochtigheid, rijpheid en dikte van de te drogen levensmiddelen. Hoe langer u de te drogen levensmiddelen laat drogen, des te beter zijn ze geconserveerd. Hoe dunner men snijdt, des te sneller is het einde van de droogtijd bereikt en des te aromatischer blijft het gedroogde levensmiddel. Daarom zijn er instelbereiken aangegeven.
Indien u nog meer levensmiddelen wilt drogen, dan oriënteert u zich aan soortgelijke levensmiddelen in de tabel.