Bosch CSG656RB7, tekst van de handleiding
Pagina's 2–14 van 52 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← begin van de handleidingverder op pagina 15 →
Pagina 1: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 2
nl Veiligheid
Raadpleeg de Digitale Gebruikersgids voor meer informatie.
Inhoudsopgave
30 MONTAGEHANDLEIDING.................................. 48
30.1 Algemene montage-instructies......................... 48
GEBRUIKERSHANDLEIDING
- 1 Veiligheid.............................................................. 2
- 2 Materiële schade vermijden ................................ 5
- 3 Milieubescherming en besparing........................ 6
- 4 Uw apparaat leren kennen................................... 7
- 5 Functies................................................................ 9
- 6 Accessoires........................................................ 11
- 7 Voor het eerste gebruik ..................................... 13
- 8 De Bediening in essentie................................... 14
- 9 Snel voorverwarmen.......................................... 15
- 10 Tijdfuncties......................................................... 16
- 11 Stoom.................................................................. 17
- 12 Braadthermometer............................................. 20
- 13 Assist.................................................................. 22
- 14 Kinderslot ........................................................... 24
- 15 Sabbatinstelling ................................................. 24
- 16 Basisinstellingen ............................................... 24
- 17 Home Connect ................................................... 25
- 18 Reiniging en onderhoud.................................... 27
- 19 Reinigingsfunctie EcoClean.............................. 29
- 20 Reinigingsondersteuning.................................. 30
- 21 Ontkalken ........................................................... 31
- 22 Drogen ................................................................ 32
- 23 Rekjes ................................................................. 32
- 24 Apparaatdeur...................................................... 33
- 25 Storingen verhelpen .......................................... 36
- 26 Afvoeren ............................................................. 39
- 27 Servicedienst...................................................... 39
- 28 Conformiteitsverklaring..................................... 39
- 29 Zo lukt het........................................................... 40
1 Veiligheid
Neem de volgende veiligheidsvoorschriften in acht.
1.1 Algemene aanwijzingen
- Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door.
- Bewaar de gebruiksaanwijzing en de productinformatie voor later gebruik of voor volgende eigenaren.
- Sluit het apparaat in geval van transportschade niet aan.
1.2 Bestemming van het apparaat
Dit apparaat is alleen bestemd voor inbouw. Houd het speciale installatievoorschrift aan. Apparaten zonder stekker mogen alleen door geschoold personeel worden aangesloten. Bij schade door een verkeerde aansluiting kunt u geen aanspraak maken op garantie.
Gebruik het apparaat uitsluitend:
om voedsel en dranken te bereiden.
voor huishoudelijk gebruik en in gesloten ruimtes binnen de huiselijke omgeving. tot een hoogte van 2000 m boven zeeniveau.
1.3 Inperking van de gebruikers
Dit apparaat kan worden bediend door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met fysieke, sensorische of geestelijke beperkingen of met gebrekkige ervaring en/of kennis, indien zij onder toezicht staan of zijn geïnstrueerd in het veilige gebruik van het apparaat en de daaruit resulterende gevaren hebben begrepen.
Kinderen mogen niet met het apparaat spelen.
Pagina 3
Veiligheid nl
Reiniging en gebruikersonderhoud mogen niet worden uitgevoerd door kinderen, tenzij ze 15 jaar of ouder zijn en onder toezicht staan.
Zorg ervoor dat kinderen die jonger zijn dan 8 jaar niet bij het apparaat of de aansluitkabel kunnen komen.
1.4 Veiliger gebruik
Accessoires altijd op de juiste manier in de binnenruimte schuiven.
→ "Accessoires", Pagina 11
WAARSCHUWING ‒ Kans op brand!
Brandbare voorwerpen die in de binnenruimte worden bewaard kunnen vlam vatten.
- Bewaar nooit brandbare voorwerpen in de binnenruimte.
- Wanneer er rook wordt geproduceerd moet het apparaat worden uitgeschakeld of de stekker uit het stopcontact worden gehaald en moet de deur gesloten worden gehouden om eventueel optredende vlammen te doven.
Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen in brand vliegen.
- Voor gebruik dient u de binnenruimte, de verwarmingselementen en de accessoires vrij te maken van grove verontreiniging. Bij het openen van de apparaatdeur ontstaat er een luchtstroom. Het bakpapier kan dan de verwarmingselementen raken en vlam vatten.
- Plaats nooit bakpapier bij het voorverwarmen en tijdens het bereiden los op het accessoire.
- Bakpapier altijd op maat maken en verzwaren met een vorm.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik worden het apparaat en haar onderdelen die men kan aanraken heet.
- Wees voorzichtig om het aanraken van verwarmingselementen te voorkomen.
- Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit de buurt worden gehouden.
Accessoires of vormen worden zeer heet.
- Neem hete accessoires en vormen altijd met behulp van een pannenlap uit de binnenruimte.
In de hete binnenruimte kunnen alcoholdampen vlam vatten. De apparaatdeur kan openspringen. Er kunnen hete dampen en steekvlammen naar buiten treden.
- Gebruik slechts geringe hoeveelheden drank met een hoog alcoholpercentage.
- Geen alcoholhoudende dranken (≥ 15 % vol.) in onverdunde toestand (bijv. voor het opgieten of overgieten van gerechten) verhitten.
- Apparaatdeur voorzichtig openen.
De telescooprails worden heet bij het gebruik van het apparaat.
- Laat hete telescopische rails afkoelen voordat u deze aanraakt.
- Raak de telescopische rails uitsluitend aan met pannenlappen.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik worden de toegankelijke onderdelen heet.
- De hete onderdelen nooit aanraken.
- Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
Bij het openen van de apparaatdeur kan hete stoom vrijkomen. Stoom is afhankelijk van de temperatuur niet altijd zichtbaar.
- Apparaatdeur voorzichtig openen.
- Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
Door water in de hete binnenruimte kan hete waterdamp ontstaan.
- Nooit water in de hete binnenruimte gieten.
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Wanneer er krassen op het glas van de apparaatdeur zitten, kan dit barsten.
- Gebruik geen scherp of schurend reinigingsmiddel of scherpe metalen schraper voor het reinigen van het glas van de ovendeur omdat dit het oppervlak kan beschadigen.
Het apparaat en de delen ervan die aangeraakt kunnen worden kunnen scherpe randen hebben.
- Wees voorzichtig bij gebruik en reinigen.
- Draag indien mogelijk veiligheidshandschoenen.
Pagina 4
nl Veiligheid
Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur bewegen de scharnieren zich en kunnen ze klem komen te zitten.
- Kom niet met uw handen bij de scharnieren.
Bepaalde onderdelen in de apparaatdeur kunnen scherpe randen hebben.
- Draag veiligheidshandschoenen.
In de hete binnenruimte kunnen alcoholdampen vlam vatten en kan de apparaatdeur openspringen en er eventueel afvallen. De deurramen kunnen kapot gaan en versplinteren.
→ "Materiële schade vermijden", Pagina 5
- Gebruik slechts geringe hoeveelheden drank met een hoog alcoholpercentage.
- Geen alcoholhoudende dranken (≥ 15 % vol.) in onverdunde toestand (bijv. voor het opgieten of overgieten van gerechten) verhitten.
- Apparaatdeur voorzichtig openen.
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
- Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
- Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.
- Als het netsnoer van dit apparaat wordt beschadigd, moet het door geschoold vakpersoneel worden vervangen.
Een beschadigde isolatie van het netsnoer is gevaarlijk.
- Nooit het aansluitsnoer met hete apparaatonderdelen of warmtebronnen in contact brengen.
- Nooit het aansluitsnoer met scherpe punten of randen in contact brengen.
- Het aansluitsnoer nooit knikken, knellen of veranderen.
Binnendringend vocht kan een elektrische schok veroorzaken.
- Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken om het apparaat te reinigen. Een beschadigd apparaat of een beschadigd netsnoer is gevaarlijk.
- Nooit een beschadigd apparaat gebruiken.
- Nooit aan het netsnoer trekken, om het apparaat van het elektriciteitsnet te scheiden. Altijd aan de stekker van het netsnoer trekken.
- Wanneer het apparaat of het netsnoer is beschadigd, dan direct de stekker van het netsnoer uit het stopcontact halen of de zekering in de meterkast uitschakelen.
- Contact opnemen met de servicedienst. → Pagina 39
WAARSCHUWING ‒ Gevaar:
magnetisme!
In het bedieningspaneel of de bedieningselementen bevinden zich permanente magneten. Deze kunnen elektronische implantaten, zoals pacemakers, of insulinepompen beïnvloeden.
- Dragers van elektronische implantaten dienen een afstand van minstens 10 cm tot het bedieningspaneel aan te houden.
WAARSCHUWING ‒ Kans op verstikking!
Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal over het hoofd trekken en hierin verstrikt raken en stikken.
- Verpakkingsmateriaal uit de buurt van kinderen houden.
- Laat kinderen niet met verpakkingsmateriaal spelen.
Kinderen kunnen kleine onderdelen inademen of inslikken en hierdoor stikken.
- Kleine onderdelen uit de buurt van kinderen houden.
- Kinderen niet met kleine onderdelen laten spelen.
1.5 Stoom
Houd deze instructie aan wanneer een een stoomfunctie gebruikt.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Wanneer het apparaat de volgende keer wordt gebruikt kan het water in de tank sterk worden verhit.
- Na gebruik van de stoomfunctie moet de tank altijd worden leeggemaakt.
Er ontstaat hete damp in de binnenruimte.
- Tijdens het gebruik van de stoomfunctie mag u niet met uw handen in de binnenruimte komen.
Tijdens het uitnemen van de accessoires kan hete vloeistof over de rand stromen.
- Hete accessoires voorzichtig verwijderen, met de ovenwant.
Pagina 5
Materiële schade vermijden nl
WAARSCHUWING ‒ Kans op brand!
Door hete oppervlakken in de binnenruimte kunnen dampen van brandbare vloeistoffen vlam vatten (explosieve verbranding). De apparaatdeur kan openspringen. Er kunnen hete dampen en steekvlammen naar buiten treden.
- Doe geen ontvlambare vloeistoffen (bijv. alcoholhoudende dranken) in de watertank.
- Vul de watertank uitsluitend met water of de door ons aanbevolen ontkalkingsoplossing.
1.6 Braadthermometer
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Bij gebruik van een verkeerde braadthermometer kan de isolatie beschadigd raken.
- Gebruik alleen de braadthermometer die voor dit apparaat bestemd is.
1.7 Reinigingsfunctie
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
De buitenkant van het apparaat wordt zeer heet tijdens het reinigen.
- Nooit de apparaatdeur aanraken.
- Het apparaat laten afkoelen.
- Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
2 Materiële schade vermijden
2.1 Algemeen
LET OP!
Alcoholdampen kunnen in de hete binnenruimte ontvlammen en tot een permanente beschadiging van het apparaat leiden. Door de explosieve verbranding kan de apparaatdeur openspringen en er eventueel afvallen. De deurramen kunnen kapot gaan en versplinteren. Door de onderdruk die ontstaat kan de binnenruimte naar binnen sterk vervormen.
- Geen alcoholhoudende dranken (≥ 15 % vol.) in onverdunde toestand (bijv. voor het opgieten of overgieten van gerechten) verhitten.
Water op de bodem van de binnenruimte bij temperaturen boven de 120°C leidt tot schade aan het emaille.
- Geen programma starten wanneer zich water op de bodem van de binnenruimte bevindt.
- Voor gebruik het water van de bodem van de binnenruimte opnemen.
Als de temperatuur hoger is dan 50°C ontstaat er warmteophoping door voorwerpen op de bodem van de binnenruimte. De bak- en braadtijden kloppen niet meer en het email wordt beschadigd.
- Nooit toebehoren, bakpapier of folie, van welke soort dan ook op de bodem van de binnenruimte leggen.
- Uitsluitend een vorm op de bodem van de binnenruimte plaatsen wanneer een temperatuur van minder dan 50°C ingesteld is.
Door siliconenvormen, afdekkingen, accessoires of folie die silicone bevatten kan de baksensor beschadigd raken. Ook wanneer de baksensor niet wordt gebruikt, kan er schade ontstaan.
- Gebruik geen vormen van silicone of silicone-houdende, folie, afdekkingen of accessoires.
- Nooit voorwerpen van silicone in de binnenruimte bewaren.
Wanneer de hete binnenruimte water bevat, ontstaat er waterdamp. Door de temperatuurverandering kan er schade optreden.
- Giet nooit water in de hete binnenruimte.
- Zet nooit servies met water op de bodem van de binnenruimte.
Wanneer er langere tijd vocht aanwezig is in de binnenruimte ontstaat er corrosie.
- Laat na het gebruik de binnenruimte drogen.
- Geen vochtige levensmiddelen gedurende langere tijd in de gesloten binnenruimte bewaren.
- Geen eten in de binnenruimte bewaren.
Wanneer er wordt afgekoeld terwijl de apparaatdeur open staat, raken aangrenzende meubelfronten op den duur beschadigd.
- Na een bereiding met hoge temperaturen de binnenruimte alleen met gesloten deur laten afkoelen.
- Zorg ervoor dat er niets tussen de apparaatdeur beklemd raakt.
- Alleen na gebruik met veel vocht de binnenruimte met open deur laten drogen.
Vruchtensap dat van de bakplaat druppelt, laat vlekken achter die niet meer kunnen worden verwijderd.
- De bakplaat bij zeer vochtig vruchtengebak niet te overvloedig bedekken.
- Gebruik zo mogelijk de diepere braadslede.
Gebruik van ovenreiniger in de warme binnenruimte leidt tot beschadiging van het email.
- Gebruik nooit ovenreiniger in de warme binnenruimte.
- Vóór het opnieuw opwarmen de resten uit de binnenruimte en van de apparaatdeur volledig verwijderen.
Is de afdichting sterk vervuild, dan sluit de deur tijdens het gebruik niet meer goed. De aangrenzende meubelfronten kunnen dan beschadigd raken.
- Zorg ervoor dat de afdichting altijd schoon is.
- Nooit het apparaat met beschadigde afdichting of zonder afdichting gebruiken.
Pagina 6
nl Milieubescherming en besparing
Wanneer de apparaatdeur wordt gebruikt als vlak om iets op te zetten of te leggen kan de apparaatdeur beschadigd raken.
- Niets op de apparaatdeur zetten, er aan hangen of laten steunen.
- Geen vormen of accessoires op de apparaatdeur plaatsen.
Afhankelijk van het apparaattype kunnen de accessoires krassen veroorzaken op de ruit dan de apparaatdeur wanneer deze gesloten wordt.
- Accessoires altijd op de juiste manier in de binnenruimte leggen.
2.2 Stoom
Volg deze aanwijzingen op wanneer u de stoomfunctie gebruikt.
LET OP!
Vormen met roestplekken kunnen corrosie veroorzaken in de binnenruimte. De kleinste plekken kunnen al corrosie in de binnenruimte veroorzaken.
- Gebruik geen vormen die roestplekken vertonen. Door afdruipende vloeistof raakt de bodem van de binnenruimte vervuild.
- Plaats bij het stomen met een bak met gaatjes altijd de bakplaat, de braadslede of de bak zonder gaatjes eronder. Lekkende vloeistof wordt opgevangen.
Heet water in de watertank kan het stoomsysteem beschadigen.
- Vul de watertank uitsluitend met koud water. Water op de bodem van de binnenruimte bij temperaturen boven de 120°C leidt tot schade aan het emaille.
- Geen programma starten wanneer zich water op de bodem van de binnenruimte bevindt.
- Voor gebruik het water van de bodem van de binnenruimte opnemen.
Bij gebruik met de stoommethoden ontstaat veel waterdamp. Condens, dat zich in de lekgoot onder de binnenruimte verzamelt, kan overstromen en aangrenzende meubels beschadigen.
- Open tijdens het gebruik de apparaatdeur niet of zo weinig mogelijk.
Wanneer er kalkoplosmiddel op het bedieningspaneel of andere gevoelige oppervlakken terechtkomt raken deze beschadigd.
- Kalkoplossingsmiddel direct met water verwijderen. Wanneer de watertank in de vaatwasser wordt gereinigd veroorzaakt dit schade.
- De watertank niet reinigen in de vaatwasmachine.
- Reinig de watertank met een zachte doek en een in de handel gebruikelijk schoonmaakmiddel.
3 Milieubescherming en besparing
3.1 Afvoeren van de verpakking
De verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en kunnen worden hergebruikt.
- De afzonderlijke componenten op soort gescheiden afvoeren.
3.2 Energie besparen
Als u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt uw apparaat minder stroom.
Verwarm het apparaat alleen voor wanneer het recept of de insteladviezen dit aangeven.
- Wanneer u het apparaat niet voorverwarmt, dan bespaart u tot 20 % energie.
Gebruik donkere, zwart gelakte of geëmailleerde bakvormen.
- Deze bakvormen nemen de hitte bijzonder goed op.
Open de apparaatdeur tijdens de bereiding zo weinig mogelijk.
- De temperatuur in de binnenruimte blijft constant en het apparaat hoeft niet na te verwarmen.
Meerdere gerechten direct achter elkaar of parallel bakken.
- De binnenruimte is na de eerste keer bakken opgewarmd. Hierdoor is de baktijd voor het gebak dat vervolgens wordt gebakken korter.
Bij langere bereidingstijden het apparaat 10 minuten voor het einde van de bereidingstijd uitschakelen.
- De restwarmte is voldoende om het gerecht verder te bereiden.
Verwijder niet gebruikte accessoires uit de binnenruimte.
- Overtollige accessoires hoeven niet verwarmd te worden.
Laat diepgevroren producten vóór de bereiding ontdooien.
- Hierdoor wordt bespaard op de energie om het voedsel te ontdooien.
Opmerking:
Het apparaat verbruikt:
in netwerkgebonden stand-by max. 2 W in niet netwerkgebonden stand-by met ingeschakeld display max. 1 W in niet netwerkgebonden stand-by met uitgeschakeld display max. 0,5 W
Pagina 7
Uw apparaat leren kennen nl
4 Uw apparaat leren kennen
4.1 Bedieningspaneel
Via het bedieningsveld kunt u alle functies van uw apparaat instellen en informatie krijgen over de gebruikstoestand.
Opmerking: Afhankelijk van het apparaattype kunnen details op de afbeelding verschillen, bijv. de kleur en de vorm.
5
| 1 | Knoppen De toetsen links en rechts van het bedieningspaneel hebben een drukpunt. De toetsen dienen te worden ingedrukt. Bij apparaten zonder roestvrijstalen front zijn de toetsen eveneens touchvelden. |
| 2 | Touchvelden Touchvelden zijn aanraakgevoelige oppervlakken. Om een functie te kiezen, slechts licht op het betreffende veld drukken. |
| 3 | Touch-displays Op de touchdisplays ziet u actuele keuzemogelijkheden. Om een functie te kiezen, direct op het betreffende veld drukken. Afhankelijk van de keuze veranderen de tekstvelden. |
| 4 | Bedieningsring U kunt de bedieningsring onbegrensd naar links of rechts draaien. Licht op de bedieningsring drukken en in de gewenste richting bewegen. |
| 5 | Display Op het display ziet u actuele instelwaarden of teksten met aanwijzingen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 7)
4.2 Knoppen
Met de toetsen links en rechts aan het bedieningspaneel schakelt u uw apparaat of de werking in en uit.
| Toets | Functie | Gebruik |
|---|---|---|
| on/off | Apparaat in- of uitschakelen. | |
| start/stop | Kort indrukken: werking starten of onderbreken. Ca. 3 seconden ingedrukt houden: werking afbreken. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 7)
4.3 Touchvelden
Met de touchvelden selecteert u verschillende functies direct. Het touchveld van de actueel gekozen functie brandt rood.
| Touchveld | Functie | Gebruik |
|---|---|---|
| Menu | Functiekeuze-menu openen. → "Functies", Pagina 9 | |
| Timer | Wekker selecteren. | |
| Informatie | Extra informatie bij een functie of instelling laten weergeven. | |
| Kinderslot | Ca. 4 seconden ingedrukt houden: kinderslot activeren of deactiveren. | |
| Bedieningspaneel openen | Bedieningspaneel openen om de watertank te verwijderen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 7)
4.4 Touch-displays
De touchdisplays zijn zowel indicaties als bedieningselementen.
De touchdisplays zijn in meerdere tekstvelden onderverdeeld. De tekstvelden tonen u actuele keuzemogelijkheden en reeds uitgevoerde instellingen. Om een functie te kiezen, op het betreffende veld drukken.
De gekozen functie wordt aan de zijkant van het tekstveld gekenmerkt door een rode, verticale balk. De waarde hiervoor wordt op het display → Pagina 8 in het wit geaccentueerd.
Een kleine rode pijl aan de zijkant van het tekstveld geeft aan naar welke functie u terug kunt bladeren.
Pagina 8
nl Uw apparaat leren kennen
4.5 Bedieningsring
Met de bedieningsring wijzigt u de instelwaarden die op het display worden weergegeven en bladert u in de touchdisplays.
Wanneer u bij een instelling de minimale of maximale waarde heeft bereikt, blijft deze waarde op het display staan. Draai indien nodig de waarde met de bedieningsring opnieuw terug.
4.6 Display
Het display toont u de actuele instelwaarden op verschillende niveaus.
| Waarde op de voorgrond | De waarde op de voorgrond is in het wit geaccentueerd. U kunt de waarde met de bedieningsring direct wijzigen. Na het starten van een functie is de temperatuur of de stand op de voorgrond. |
| Waarde op de achtergrond | Waarden op de achtergrond zijn in het grijs weergegeven. Om de waarde met de bedieningsring te wijzigen, kiest u voordien de gewenste functie. |
| Vergroting | Zolang u met de bedieningsring een waarde wijzigt, wordt alleen deze waarde vergroot weergegeven. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 8)
Ringlijn
Aan de buitenkant van het display bevindt zich de ringlijn.
Symbolen
Op het display kunnen verschillende symbolen verschijnen.
- Positieweergave
Wanneer u een waarde wijzigt, toont de ringlijn u waar u zich in de keuzelijst bevindt. Afhankelijk van het instelgebied en de lengte van de keuzelijst is de ringlijn ononderbroken of verdeeld in segmenten.
- Voortgangsindicatie
Tijdens het gebruik toont de ringlijn de voortgang en wordt de ringlijn per seconde rood gevuld.
Bij een aflopende tijdsduur verdwijnt er elke seconde een segment van de ringlijn.
Temperatuurindicatie
De opwarmingslijn en de restwarmte-indicatie tonen u de temperatuur in de binnenruimte.
Door thermische traagheid kan de weergegeven temperatuur een beetje afwijken van de werkelijke temperatuur in de binnenruimte.
- Opwarmingslijn
Na het starten van de functie wordt de witte lijn onder de temperatuur rood gevuld naarmate de binnenruimte opgewarmd raakt. Wanneer u voorverwarmt, is het optimale tijdstip voor het inschuiven van de gerechten bereikt zodra de lijn geheel rood gevuld is.
Bij instelstanden, bijv. bij grillstanden, is de opwarmingslijn direct rood gevuld.
- Restwarmte-indicatie
Wanneer het apparaat uitgeschakeld is, geeft de ringlijn de restwarmte in de binnenruimte weer. Hoe geringer de restwarmte wordt, des te donkerder kleurt de ringlijn, en op een geven moment verdwijnt hij helemaal.
| Symbool | Naam | Gebruik |
|---|---|---|
| Home Connect | • Thuisnetwerk en Home Connectserver verbonden • Aantal lijnen toont signaalsterkte van het thuisnetwerk → "Home Connect ", Pagina 25 | |
| Thuisnetwerk | Thuisnetwerk niet verbonden → "Home Connect ", Pagina 25 | |
| Home Connect-server | Home Connect-server niet verbonden → "Home Connect ", Pagina 25 | |
| Start op afstand | Start op afstand geactiveerd → "Home Connect ", Pagina 25 | |
| Diagnose op afstand | Diagnose op afstand geactiveerd → "Home Connect ", Pagina 25 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 8)
4.7 Binnenruimte
Functies voor de binnenruimte vergemakkelijken het gebruik van uw apparaat.
Rekjes
U kunt accessoires op verschillende hoogtes in de rekjes in de binnenruimte plaatsen.
→ "Accessoires", Pagina 11
Uw apparaat heeft 3 inschuifhoogtes. De inschuifhoogtes worden van beneden naar boven geteld.
De rekjes zijn afhankelijk van het type apparaat op een of meerdere niveaus met telescooprails uitgerust.
Pagina 9
Functies nl
De accessoires kunt u, bijvoorbeeld om te reinigen, verwijderen.
→ "Rekjes", Pagina 32
Zelfreinigende oppervlakken
De zelfreinigende oppervlakken in de binnenruimte zijn voorzien van een laagje poreus, mat keramiek en hebben een ruw oppervlak. Wanneer het apparaat in gebruik is, nemen de zelfreinigende oppervlakken vetspetters van het bakken, braden of grillen op en breken ze af.
De volgende oppervlakken zijn zelfreinigend:
- Achterwand
- Plafond
- Zijwanden
Gebruik regelmatig de reinigingsfunctie zodat het reinigingsvermogen van de zelfreinigende oppervlakken behouden blijft en er geen schade ontstaat.
→ "Reinigingsfunctie 'EcoClean'", Pagina 29
Verlichting
Een of meerdere ovenlampen verlichten de binnenruimte.
Wanneer u de deur van het apparaat opent, gaat de verlichting in de binnenruimte aan. Blijft de deur langer dan 15 minuten open, dan gaat de verlichting weer uit. Bij de meeste functies schakelt de verlichting in zodra het gebruik wordt gestart. Als het gebruik wordt beëindigd, schakelt de verlichting uit.
Koelventilator
De koelventilator schakelt afhankelijk van de temperatuur van het apparaat in en uit. De warme lucht ontsnapt via de deur.
LET OP!
De ventilatiesleuven boven de deur van het apparaat niet afdekken. Het apparaat raakt oververhit.
- Ventilatiesleuven vrijhouden.
De koelventilator loopt een bepaalde tijd na, zodat het apparaat na gebruik sneller afkoelt.
Apparaatdeur
Wanneer u de apparaatdeur opent tijdens het gebruik, wordt de werking stopgezet. Sluit u de apparaatdeur, dan wordt de werking niet automatisch voortgezet.
Watertank
De watertank hebt u nodig voor de stoommethoden. De watertank bevindt zich achter het bedieningspaneel. → "Watertank vullen", Pagina 17
1 Tankdeksel
2
Opening voor het vullen en leegmaken
Handgreep voor het verwijderen en inschuiven van de watertank
3
5 Functies
Hier krijgt u een overzicht van de hoofd- en andere functies van uw apparaat.
Om het menu te openen op drukken.
| Functie | Gebruik |
|---|---|
| Verwar-mingsmethoden | Fijn afgestemde verwarmingsmethoden voor een optimale bereiding van uw gerechten kiezen. → "Verwarmingsmethoden", Pagina 10 |
| Assist | Geprogrammeerde, aanbevolen instellingen voor verschillende gerechten gebruiken. → "Assist", Pagina 22 |
| Stoom | Met stoommethoden gerechten behoedzaam bereiden. → " Stoom", Pagina 17 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 9)
Functie
Reinigen
Home Connect
Basisinstellingen
Gebruik
Reinigingsfunctie voor de binnenruimte kiezen.
→ "Reinigingsfunctie 'EcoClean'", Pagina 29 → "Reinigingsondersteuning", Pagina 30 → "Ontkalken", Pagina 31
De oven met een mobiel eindapparaat verbinden en op afstand bedienen. → "Home Connect ", Pagina 25
Basisinstellingen aanpassen. Basisinstellingen → Pagina 24
Pagina 10
nl Functies
5.1 Verwarmingsmethoden
Om altijd de passende verwarmingsmethode voor uw gerechten te kunnen bepalen, geven wij hier uitleg over de verschillen en toepassingen.
Aan de hand van de afzonderlijke symbolen ziet u om welke verwarmingsmethoden het gaat.
Wanneer u een verwarmingsmethode kiest, stelt het apparaat u een passende temperatuur of stand voor. U kunt de waarde overnemen of wijzigen in het weergegeven gebied.
Bij temperatuurinstellingen boven 275 °C en grillstand 3 verlaagt het apparaat de temperatuur na ca. 40 minuten tot ca. 275 °C resp. grillstand 1.
| Symbool | Verwarmingsmethode | Temperatuurbereik | Gebruik en werkwijze Eventuele extra functies |
|---|---|---|---|
| 4D hete lucht | 30 - 250 °C | Op één of meer niveaus bakken of braden. De ventilator verdeelt de warmte van het ronde verwarmingselement aan de achterkant gelijkmatig in de binnenruimte. | |
| Boven- en onderwarmte | 30 - 250 °C | Traditioneel bakken of braden op één niveau. De verwarmingsmethode is bijzonder geschikt voor gebak met vochtige bedekking. De warmte komt gelijkmatig van onderen en van boven. | |
| Hetelucht Eco | 30 - 250 °C | Gekozen gerechten zonder voorverwarmen op een niveau voorzichtig garen. De ventilator verdeelt de warmte van het ronde verwarmingselement aan de achterkant gelijkmatig in de binnenruimte. Het product wordt in fasen bereid met behulp van restwarmte. Het meest doeltreffend is de verwarmingsmodus tussen 125 - 250 °C. Houd de deur van het apparaat tijdens het bereiden gesloten. Deze verwarmingsmethode wordt voor het bepalen van het energieverbruik in de circulatieluchtmodus en de energieklasse gebruikt. | |
| Boven- en onderwarmte Eco | 30 - 250 °C | Gekozen gerechten voorzichtig garen. De warmte komt van boven en van onderen. Het meest doeltreffend is de verwarmingsmodus tussen 150-250 °C. Deze verwarmingsmethode wordt gebruikt voor het bepalen van het energieverbruik in de conventionele modus. | |
| Circulatiegrillen | 30 - 250 °C | Gevogelte, hele vis of grotere stukken vlees braden. Het grillelement en de ventilator schakelen afwisselend in en uit. De ventilator wervelt de hete lucht rond het gerecht. | |
| Grill, groot | Grillstanden: 1 = zwak 2 = gemiddeld 3 = sterk | Platte grillstukken, zoals steaks, worstjes of toast grillen. Gerechten gratineren. Het hele oppervlak onder de grill wordt heet. | |
| Grill, klein | Grillstanden: 1 = zwak 2 = gemiddeld 3 = sterk | Kleine hoeveelheden grillen, zoals steak, worstjes of toast. Kleine hoeveelheden gratineren. Het middelste oppervlak onder de grill wordt heet. | |
| Pizzastand | 30 - 250 °C | Pizza's of gerechten klaarmaken die warmte van onderen nodig hebben. Het onderste verwarmingselement en het ronde verwarmingselement aan de achterwand zijn ingeschakeld. | |
| Intensieve hitte | 30 - 250 °C | Gerechten met een knapperige bodem bereiden. De hitte komt van boven en bijzonder sterk van onderen. | |
| Langzaam garen | 70 - 120 °C | Kort aangebraden, mals vlees in open vormen voorzichtig en langzaam garen. De warmte komt bij een lage temperatuur gelijkmatig van boven en van onderen. | |
| Onderwarmte | 30 - 250 °C | Gerechten nabakken of au bain-marie bereiden. De warmte komt van onderen. | |
| Drogen | 30 - 80 °C | Kruiden, fruit of groente drogen. |
Pagina 11
Accessoires nl
| Symbool | Verwarmingsmethode | Temperatuurbereik | Gebruik en werkwijze Eventuele extra functies |
|---|---|---|---|
| Warm houden | 60 - 100 °C | Gegaarde gerechten warmhouden. | |
| Servies voorverwarmen | 30 - 70 °C | Servies voorverwarmen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 11)
5.2 Stoommethoden
Hier vindt u een overzicht van de stoommethoden en het gebruik ervan.
| Symbool | Verwarmingsmethode | Temperatuur | Gebruik |
|---|---|---|---|
| Stomen | 30 - 100 °C | Groente, vis en bijgerechten klaarmaken. Fruit uitpersen. Levensmiddelen blancheren. | |
| Regenereren | 80 - 180 °C | Bordgerechten en bakwaren behoedzaam opnieuw opwarmen. Door de toegevoerde stoom drogen de gerechten niet uit. | |
| Deeg-rijsstand | 30 - 50 °C | Laten rijzen van deeg, rijpen van yoghurt. Het deeg rijst duidelijk sneller dan bij kamertemperatuur. Het oppervlak van het deeg droogt niet uit. | |
| Ontdooien | 30 - 60 °C | Groente, vlees, vis en fruit behoedzaam ontdooien. Door de vochtigheid droogt u gerechten niet uit en vervormt u ze niet. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 11)
6 Accessoires
Gebruik alleen originele accessoires. Deze zijn op het apparaat afgestemd.
Opmerking: Wanneer de accessoires heet worden, kunnen deze vervormen. De vervorming heeft geen invloed op de werking. De vervorming verdwijnt weer nadat de accessoires zijn afgekoeld.
De meegeleverde accessoires kunnen variëren, afhankelijk van het type apparaat.
| Accessoires | Gebruik | |
|---|---|---|
| Rooster | Bakvormen Ovenschalen Vormen Vlees, bijv. braad- of grillstukken Diepvriesgerechten | |
| Braadslede | Vochtig gebak Gebak Brood Grote braadstukken Diepvriesgerechten Afdruipende vloeistof opvangen, bijv. vet bij het grillen op het rooster of water bij het gebruik met stoom. | |
| Stoombak zonder gaatjes, grootte S | Bereiden van: Rijst Peulvruchten Granen De stoomschaal op het rooster plaatsen. | |
| Stoombak met gaatjes, grootte S | De | Groente stomen. Kleinfruit uitpersen. Ontdooien. stoomschaal op het rooster plaatsen. |
Pagina 12
nl Accessoires
| Accessoires | Gebruik |
|---|---|
| Stoombak met gaatjes, grootte XL | Grote hoeveelheden stomen. |
| Braadthermometer | Nauwkeurig braden of garen. → "Braadthermometer", Pagina 20 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 12)
6.1 Aanwijzingen bij het toebehoren
Sommig toebehoren is alleen voor bepaalde functies geschikt.
Stoomschalen
De stoomschalen zijn voor de zuivere stoommethoden tot 120 °C geschikt.
Voor hogere temperaturen of andere verwarmingsmethoden zijn de stoomschalen niet geschikt. De schalen verkleuren en vervormen permanent.
6.2 Vergrendelingsfunctie
De vergrendelingsfunctie voorkomt dat de accessoires kantelen wanneer ze worden uitgetrokken.
U kunt het accessoire tot ongeveer de helft uittrekken, tot deze vastklikt. De kantelbeveiliging functioneert alleen wanneer u het accessoire op de juiste manier in de binnenruimte schuift.
6.3 Accessoire in de binnenruimte schuiven
Het accessoire altijd op de juiste manier in de binnenruimte schuiven. Alleen zo kan het accessoire zonder te kantelen tot ongeveer de helft worden uitgetrokken.
- 1. Het accessoire zo draaien, dat de pal zich aan de achterkant bevindt en naar beneden wijst.
- 2. De accessoires altijd tussen de beide geleidestangen van een inschuifhoogte plaatsen.
Rooster
Het rooster met de open kant naar de apparaatdeur en de welving naar beneden in de oven schuiven.
| Plaat bijv. braadslede of bakplaat | De plaat met de afschuining gericht naar de ovendeur in de oven schuiven. |
| Stoombak met gaatjes, grootte XL | |
| Om de accessoires bij inschuifhoogten met telescooprails te plaatsen, de telescooprails uittrekken. | |
| Rooster of plaat | De accessoires zo plaatsen dat de rand van de accessoires achter het lipje op de telescooprail zit. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 12)
3.
Opmerking: Volledig uitgetrokken klikken de telescooprails in. De telescooprails met een lichte druk terugschuiven in de binnenruimte.
- 4. Het toebehoren volledig inschuiven, zodat het de apparaatdeur niet raakt.
Pagina 13
Voor het eerste gebruik nl
Opmerking: Haal de accessoires die u niet nodig hebt bij het gebruik uit de binnenruimte.
Accessoires combineren
Om afdruipende vloeistof op te vangen, kunt u het rooster in combinatie met de braadslede gebruiken.
- 1. Plaats het rooster zo op de braadslede dat de beide afstandshouders achter op de rand van de braadslede liggen.
- 2. De braadslede tussen de beide geleidestangen van een inschuifhoogte schuiven. Het rooster ligt daarbij boven de bovenste geleidingsstang.
Rooster op braadslede
6.4 Meer accessoires
Meer accessoires kunt u kopen bij de servicedienst, in speciaalzaken of op het internet.
U vindt een uitgebreid aanbod voor uw apparaat in onze folders of op internet:
www.bosch-home.com
Voor de verschillende apparaten zijn specifieke accessoires beschikbaar. Geef bij de aankoop altijd de precieze aanduiding (E-nr.) van uw apparaat op.
Welke accessoires beschikbaar zijn voor uw apparaat, kunt u zien in de online-shop of navragen bij de klantenservice.
7 Voor het eerste gebruik
Stel de opties voor het eerste gebruik in. Kalibreer het apparaat. Reinig het apparaat en de accessoires.
7.1 Vóór het eerste gebruik
Informeer voor de eerste ingebruikneming bij uw waterbedrijf naar de waterhardheid van uw leidingwater. Om ervoor te zorgen dat het apparaat u er op het juiste moment aan kan herinneren dat u dient te ontkalken, dient u de juiste waterhardheid in te stellen.
LET OP!
Wanneer een verkeerde waterhardheid is ingesteld, dan kan het apparaat u niet tijdig aan het ontkalken herinneren.
- Waterhardheid correct instellen.
Schade aan het apparaat door gebruik van ongeschikte vloeistoffen.
- Gebruik geen gedistilleerd water, geen sterk chloridehoudend leidingwater (> 40 mg/l) of andere vloeistoffen.
- Gebruik uitsluitend vers, koud leidingwater, onthard water of mineraalwater zonder koolzuur.
Kans op functiestoringen bij het gebruik van gefilterd of gedemineraliseerd water. Het apparaat vraagt eventueel om na te vullen terwijl de watertank vol is, of de stoomfunctie wordt na ongeveer 2 minuten afgebroken.
- Meng gefilterd of gedemineraliseerd water eventueel met mineraalwater zonder koolzuur, in de verhouding één op één.
Tip: Gebruikt u mineraalwater, stel dan waterhardheid op “zeer hard“ in. Gebruikt u mineraalwater, gebruik dan uitsluitend mineraalwater zonder koolzuur.
Tip: Wanneer uw leidingwater sterk kalkhoudend is, adviseren wij u onthard water te gebruiken. Gebruikt u uitsluitend onthard water, stel dan het waterhardheidbereik in op "onthard".
| Instelling | Waterhardheid in mmol/ l | Duitse hardheid °dH | Franse hardheid °fH |
|---|---|---|---|
| 00 (onthard)¹ | - | - | - |
| 01 (zacht) | tot 1,5 | tot 8,4 | tot 15 |
| 02 (gemiddeld) | 1,5-2,5 | 8,4-14 | 15-25 |
| 03 (hard) | 2,5-3,8 | 14-21,3 | 25-38 |
| 04 (zeer hard)² | hoger dan 3,8 | hoger dan 21,3 | hoger dan 38 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 13)
1 Alleen instellen wanneer er uitsluitend onthard water wordt gebruikt.
2 Ook voor mineraalwater instellen. Uitsluitend mineraalwater zonder koolzuur gebruiken.
Pagina 14
nl De Bediening in essentie
7.2 Eerste keer in gebruik nemen
Na het aansluiten op het elektriciteitsnetwerk of na een langere stroomuitval dient u de instellingen voor de eerste ingebruikname van uw apparaat uit te voeren. Het kan enkele seconden duren tot op het display de instellingen verschijnen.
Opmerking: U kunt de instellingen ook met Home Connect uitvoeren. Als uw apparaat verbonden is, volg dan de aanwijzingen in de app.
- 1. Op het tekstveld van de gewenste instelling drukken.
Mogelijke instellingen:
- Taal
- Tijd
- Waterhardheid
- 2. De instelling indien nodig met de bedieningsring wijzigen.
- 3. Tot slot met "Instellingen afronden" bevestigen.
- Op het display verschijnt een melding dat het eerste gebruik is afgesloten.
- Het display toont de ingestelde tijd.
- 4. Om het apparaat vóór het eerste verwarmen te controleren, deur van het apparaat een keer openen en sluiten.
7.3 Het apparaat kalibreren en reinigen voor het eerste gebruik
Voordat u voor het eerst gerechten klaarmaakt met het apparaat dient u het te kalibreren en de binnenruimte en de accessoires te reinigen.
Opmerking: De kooktemperatuur van het water is afhankelijk van de luchtdruk. Bij het kalibreren stelt het apparaat zich tijdens het eerste stomen in op de drukverhoudingen op de plaats van opstelling.
Tijdens het kalibreren de apparaatdeur niet openen. Het kalibreren wordt anders afgebroken.
Vereiste: De binnenruimte is koud of op kamertemperatuur.
- 1. De productinformatie en het toebehoren uit de binnenruimte nemen. Verpakkingsresten, zoals korreltjes piepschuim en tape aan binnen- en buitenzijde van het apparaat verwijderen.
- 2. Gladde oppervlakken in de binnenruimte afnemen met een zachte, vochtige doek.
- 3. Het apparaat inschakelen met .
- 4. De watertank vullen.
→ "Watertank vullen", Pagina 17
- 5. Volgende instellingen uitvoeren:
| Verwarmingsmethode | Stomen |
|---|---|
| Temperatuur | 100 °C |
| Bereidingstijd | 30 minuten |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 14)
→ "De Bediening in essentie", Pagina 14
- 6. In werking stellen met .
‒ Zorg ervoor dat de keuken geventileerd is zolang het apparaat opwarmt.
- Het kalibreren start. Hierbij ontstaat veel stoom.
- Als de tijdsduur verstreken is, klinkt een signaal en op het display staat de tijdsduur op nul.
- 7. Het apparaat laten afkoelen en vervolgens de bodem van de binnenruimte goed laten drogen.
- 8. LET OP!
Water op de bodem van de binnenruimte bij temperaturen boven de 120°C leidt tot schade aan het emaille.
- Geen programma starten wanneer zich water op de bodem van de binnenruimte bevindt.
- Voor gebruik het water van de bodem van de binnenruimte opnemen.
Volgende instellingen uitvoeren:
| Verwarmingsmethode | 4D hetelucht |
|---|---|
| Temperatuur | maximaal |
| Bereidingstijd | 30 minuten |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 14)
→ "De Bediening in essentie", Pagina 14
- 9. In werking stellen met .
‒ Zorg ervoor dat de keuken geventileerd is zolang het apparaat opwarmt.
- Als de tijdsduur verstreken is, klinkt een signaal en op het display staat de tijdsduur op nul.
- 10. Het apparaat uitschakelen met .
- 11. Als het apparaat is afgekoeld, gladde oppervlakken in de binnenruimte met zeepsop en een schoonmaakdoekje reinigen.
- 12. De accessoires met zeepsop en een schoonmaakdoekje of een zachte borstel grondig reinigen.
- 13. De watertank legen en de binnenruimte drogen. → "Na elk gebruik met stoom", Pagina 19
Opmerking: Na een stroomuitval blijft de kalibrering behouden.
Om het apparaat na een verhuizing aan de nieuwe opstellingslocatie aan te passen, zet u de basisinstellingen naar de fabrieksinstelling terug. De eerste ingebruikneming en de kalibrering opnieuw uitvoeren.
8 De Bediening in essentie
8.1 Apparaat inschakelen
- Het apparaat inschakelen met .
- Op het display verschijnt het Bosch logo. Hierna verschijnen de verwarmingsmethoden.
8.2 Apparaat uitschakelen
Schakel het apparaat uit wanneer u het niet nodig heeft. Wanneer u het apparaat langere tijd niet bedient, gaat het automatisch uit.
- Het apparaat uitschakelen met .
- Het apparaat gaat uit. Lopende functies worden afgebroken.
- Op het display verschijnt de tijd of de restwarmte-indicatie.