naslaan.comZoekenAlle merken

Bosch GSN58AW30, tekst van de handleiding

Vriezer · Bosch · 20 pagina's in het Nederlands · pdf: 102 pagina's, 2,4 MB

Handleiding openen (pdf) Bron: www.bosch-home.nl

Deze handleiding geldt ook voor: GSN58AW41.

Storingen op pagina 94

Pagina 94

Vanaf de titel; het begin van pagina 94 staat in de pdf.

Kleine storingen zelf verhelpen

Voordat u de hulp van de Servicedienst inroept:

Controleer eerst of u aan de hand van de volgende punten de storing kunt verhelpen. Als u om een monteur vraagt, en het blijkt dat hij alleen maar een advies (bijv. over de bediening of het onderhoud van het apparaat) hoeft te geven om de storing te verhelpen, dan moet u, ook in de garantietijd, de volledige kosten van dat bezoek betalen!

StoringEventuele oorzaakOplossing
De temperatuur wijkt erg af van de instelling.In sommige gevallen is het voldoende om het apparaat gedurende 5 minuten uit te schakelen.
Als de temperatuur te warm is: na enkele uren controleren of de temperatuur de temperatuurinstelling genaderd is.
Als de temperatuur te koud is: de volgende dag de temperatuur nogmaals controleren.
Geen enkele indicatie brandt.Stroomuitval; de zekering is uitgeschakeld; de stekker zit niet goed in het stopcontact.Stekker in het stopcontact steken. Controleer of er stroom is. Controleer de zekeringen.
Er is een alarmsignaal te horen; de indicatie „Alarm” brandt.
In de diepvriesruimte is het te warm! Gevaar voor de diepvrieswaren!
Om het alarmsignaal uit te schakelen de alarmtoets indrukken. Afb. /5
De deur is geopend.Deur sluiten.
De be- en ontluchtingsopeningen zijn afgedekt.Afdekking verwijderen.
Er werden te veel levensmiddelen in één keer ingeladen om in te vriezen.Max. invriescapacitiet niet overschrijden.
Als de storing is verholpen gaat het alarmindicatie na een tijdje uit.
Het apparaat koelt niet, de temperatuurindicatie en de verlichting branden.Het presentatielicht is ingeschakeld.Apparaat-zelftest starten (zie het hoofdstuk „Zelftest apparaat”).
Na afloop van het programma schakelt het apparaat weer over op het normale gebruik.
Automatisch supervriezen schakelt niet in.Het apparaat beslist zelfstandig of het automatische supervriezen nodig is en schakelt deze functie automatisch in of uit.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 94)

Pagina 95

nl

StoringEventuele oorzaakOplossing
De deur van de diepvriesruimte stond te lang open; de temperatuur wordt niet meer bereikt.Er zit zo veel ijs op de verdamper dat het NoFrost-systeem niet meer volautomatisch ontdooit.Om de verdamper te ontdooien: de laden met diepvrieswaren eruit halen en goed geïsoleerd op een koele plaats bewaren.
Apparaat uitschakelen en van de wand wegschuiven. Deur van het apparat open laten.
Na ca. 20 minuten begint het dooiwater in de dooiwateropvanschaal aan de achterwand van het apparaat te lopen. Afb.
Om te voorkomen dat de dooiwateropvangschaal overloopt:
het dooiwater met een spons opnemen. Als er geen dooiwater meer in de opvangschaal loopt, is de verdamper ontdooid. Binnenkant van de diepvriesruimte schoonmaken. Het apparaat weer in werking stellen.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 95)

Zelftest apparaat

Het apparaat beschikt over een automatisch zelftestprogramma dat de oorzaken van storingen aangeeft die alleen door de Servicedienst verholpen kunnen worden.

Zelftest starten

Het zelftestprogramma start.

Terwijl de zelftest wordt uitgevoerd, klinkt er een lang geluidssignaal.

Wanneer de zelftest is afgelopen en er tweemaal een geluidssignaal klinkt, is uw apparaat in orde.

Als de super-toets 10 seconden knippert en er 5 geluidssignalen klinken, is er sprake van een fout. Neem contact op met de klantenservice.

Zelftest apparaat beëindigen

Na afloop van het programma schakelt het apparaat weer over op het normale gebruik.

Pagina 96

nl

Klantenservice

Adres en telefoonnummer van de Servicedienst in uw omgeving kunt u vinden in het telefoonboek of in de meegeleverde brochure met service-adressen. Geef aan de servicedienst het productnummer (E-Nr.) en het serienummer (FD-Nr.) van het apparaat op.

U vindt deze gegevens op het typeplaatje. Afb.

Door vermelding van het fabricaat- en productnummer kunt u onnodige voorrijdkosten vermijden. Zo bespaart u zich de daarmee verbonden meerkosten.

Verzoek om reparatie en advies bij storingen

De contactgegevens in alle landen vindt u in de bijgesloten lijst met

Servicedienstadressen.

Pagina's 1–3: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.

Pagina 4

nl Inhoud

Veiligheidsbepalingen en waarschuwingen ............................. 78

Aanwijzingen over de afvoer .............. 81

Omvang van de levering .................... 82

De juiste plaats ..................................... 82

Let op de omgevingstemperatuur en de beluchting .................................. 83

Apparaat aansluiten ............................ 83

Kennismaking met het apparaat ....... 84

Inschakelen van het apparaat ........... 85

Instellen van de temperatuur ............. 85

Alarmfuncties ........................................ 86

Netto-inhoud .......................................... 86

De diepvriesruimte ............................... 87

Maximale invriescapaciteit ................. 87

Invriezen en opslaan ........................... 88

Verse levensmiddelen invriezen ....... 88

Supervriezen ......................................... 89

Ontdooien van diepvrieswaren ......... 90

Uitvoering .............................................. 90

Apparaat uitschakelen en buiten werking stellen ..................................... 91

Ontdooien .............................................. 91

Schoonmaken van het apparaat ...... 92

Verlichting (LED) .................................. 92

Energie besparen ................................ 93

Bedrijfsgeluiden ................................... 93

Kleine storingen zelf verhelpen ......... 94

Zelftest apparaat .................................. 95

Klantenservice ...................................... 96

Pagina's 5–77: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.

Pagina 78

nl

nl Inhoud

Veiligheidsbepalingen en waarschuwingen

Voordat u het apparaat in gebruik neemt

Lees de gebruiksaanwijzing en het installatievoorschrift nauwkeurig door. U vindt daarin belangrijke informatie over plaatsing, gebruik en onderhoud van het apparaat.

De fabrikant aanvaardt geen aansprakelijkheid als de aanwijzingen en waarschuwingen in de gebruiksaanwijzing niet in acht worden genomen.

Bewaar de gebruiksaanwijzing en het montagevoorschrift voor later gebruik of voor een eventuele latere bezitter.

Technische veiligheid

Brandgevaar

Door de leidingen van het koelcircuit stroomt een kleine hoeveelheid milieuvriendelijk, maar brandbaar koelmiddel (R600a). Dit is niet schadelijk voor de ozonlaag en verhoogt het broeikaseffect niet.

Vrijkomend koelmiddel kan echter oogletsel veroorzaken of vlam vatten.

Bij beschadiging

Hoe meer koelmiddel het apparaat bevat, des te groter moet de ruimte zijn waarin het apparaat wordt opgesteld.

In een te kleine ruimte kan bij een lek een ontvlambaar mengsel van gas en lucht ontstaan.

Per 8 g koelmiddel moet het vertrek minstens 1 m³ groot zijn. De hoeveelheid koelmiddel in uw apparaat vindt u op het typeplaatje aan de binnenkant van het apparaat.

Bij het opstellen van het apparaat erop letten dat het aansluitsnoer niet wordt afgeklemd of beschadigd.

Pagina 79

Als de aansluitkabel van het apparaat beschadigd raakt, moet deze worden vervangen door de fabrikant, de servicedienst of een andere gekwalificeerde persoon.

Onvakkundige installatie en reparaties kunnen groot gevaar opleveren voor de gebruiker van het apparaat.

Reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door de fabrikant, de klantenservice of een andere gekwalificeerde persoon.

Er mogen alleen originele onderdelen van de fabrikant gebruikt worden. Alleen bij deze onderdelen garandeert de fabrikant dat ze aan de veiligheidseisen voldoen.

Gebruik geen meervoudige stopcontacten, verlengsnoeren of adapters.

Brandgevaar

Draagbare meervoudige stopcontacten of draagbare netvoedingen kunnen oververhit raken en tot brand leiden.

Plaats geen draagbare meervoudige stopcontacten of draagbare netvoedingen achter het apparaat.

nl

Bij het gebruik

Explosiegevaar!

De hete stoom kan in de elektrische onderdelen terechtkomen en kortsluiting veroorzaken. Gevaar voor elektrische schokken!

Explosiegevaar!

U kunt hierdoor de koelleidingen beschadigen.Koelmiddel dat naar buiten spuit kan vlam vatten of tot oogletsel leiden.

Explosiegevaar!

Pagina 80

nl

Kwetsbaar zijn kinderen/ personen met lichamelijke, geestelijke of zintuigelijke beperkingen, evenals personen die onvoldoende kennis hebben over de veilige bediening van het apparaat.

Zorg ervoor dat kinderen en kwetsbare personen begrijpen wat de gevaren zijn.

Een voor de veiligheid verantwoordelijke persoon moet toezicht houden op kinderen en kwetsbare personen bij het apparaat of hen instrueren.

Alleen kinderen vanaf 8 jaar het apparaat laten gebruiken.

Bij reiniging en onderhoud toezicht houden op kinderen.

Laat kinderen nooit met het apparaat spelen.

Kans op vrieswonden!

Kans op vrieswonden!

Pagina 81

nl

Kinderen in het huishouden

Verstikkingsgevaar door opvouwbare kartonnen dozen en folie!

Algemene bepalingen

Het apparaat is geschikt

Het koelcircuit is op dichtheid gecontroleerd.

Dit apparaat voldoet aan de geldende veiligheidsbepalingen voor elektrische apparatuur en het is radio-ontstoord.

Dit apparaat is bestemd voor gebruik tot op hoogten van maximaal 2.000 meter boven zeeniveau.

Aanwijzingen over de afvoer

Afvoeren van de verpakking van uw nieuwe apparaat

De verpakking beschermt uw apparaat tegen transportschade. De gebruikte materialen zijn onschadelijk voor het milieu en kunnen opnieuw worden gebruikt. Help daarom mee en zorg dat de verpakking milieuvriendelijk wordt afgevoerd.

U kunt bij uw leverancier of bij de reinigingsdienst in uw gemeente informeren hoe u uw oude apparaat en het verpakkingsmateriaal van het nieuwe apparaat kunt (laten) afvoeren voor een milieuvriendelijke verwerking.

Afvoeren van uw oude apparaat

Oude apparaten zijn geen waardeloos afval! Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen worden teruggewonnen.

Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE).

De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.

Pagina 82

nl

m Waarschuwing

Bij afgedankte apparaten

Koelapparaten bevatten koelmiddel en in de isolatie gas. Die zorgvuldig moeten worden afgevoerd. Met het oog op een doelmatige en milieuvriendelijke afvoer mogen de leidingen van het koelcircuit tot het moment van transport niet beschadigd worden.

Omvang van de levering

Controleer na het uitpakken alle onderdelen op eventuele transportschade.

Voor klachten kunt u terecht bij de winkel waar u het apparaat hebt aangeschaft of bij onze klantenservice.

De levering bestaat uit de volgende onderdelen:

De juiste plaats

Elke droge, goed te ventileren ruimte is geschikt. Het apparaat niet in de zon of naast een fornuis, verwarmingsradiator of een andere warmte bron plaatsen. Is plaatsing naast een warmtebron niet te vermijden, maak dan gebruik van een isolerende plaat of neem de volgende minimumafstanden tot de warmtebron in acht:

De vloer op de plaats van opstelling mag niet meegeven, vloer eventueel verstevigen. Eventuele oneffenheden in de vloer opheffen door er iets onder te leggen.

Afstand tot de wand

Afb.

Het apparaat heeft geen wandafstand aan de zijkant nodig. De laden en legplateaus kunnen desondanks volledig worden uitgeschoven.

Deuraanslag wisselen

(indien nodig)

Indien nodig: Wij raden u aan de deurophanging door de Servicedienst te laten verwisselen. De kosten voor het verwisselen van de deuraanslag kunt u opvragen bij de Servicedienst in uw regio.

Pagina 83

nl

m Waarschuwing

Tijdens het verwisselen van de deurophanging mag het apparaat niet op het elektriciteitsnet zijn aangesloten. Eerst de stekker uit het stopcontact trekken. Leg voldoende zacht materiaal op de grond, om te voorkomen dat de achterkant van het apparaat beschadigd raakt. Het apparaat voorzichtig op zijn rug leggen.

Aanwijzing

Wanneer het apparaat op de rug wordt gelegd, mag de wandafstandhouder niet gemonteerd zijn.

Let op de omgevingstemperatuur en de beluchting

Omgevingstemperatuur

Het apparaat is voor een bepaalde klimaatklasse geconstrueerd. Afhankelijk van de klimaatklasse kan het apparaat bij de volgende omgevingstemperaturen gebruikt worden.

De klimaatklasse staat op het typeplaatje, afb. .

KlimaatklasseToelaatbare omgevingstemperatuur
SN+10 °C tot 32 °C
N+16 °C tot 32 °C
ST+16 °C tot 38 °C
T+16 °C tot 43 °C

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 83)

Aanwijzing

Het apparaat is volledig functioneel binnen de binnentemperatuurgrenzen van de aangegeven klimaatklasse. Wanneer een apparaat uit klimaatklasse SN wordt gebruikt bij een lagere binnentemperatuur, kunnen beschadigingen aan het apparaat worden uitgesloten tot een temperatuur van +5 °C.

Beluchting

Afb.

De lucht aan de achterzijde van het apparaat wordt warm. De verwarmde lucht moet ongehinderd afgevoerd kunnen worden. Anders moet de koelmachine meer presteren. Waardoor het energieverbruik toeneemt. De be en ontluchtingsopeningen mogen dan ook nooit worden afgedekt!

Apparaat aansluiten

Na het plaatsen van het apparaat moet u minimaal 1 uur wachten voordat u het apparaat in gebruik neemt. Tijdens het transport kan het gebeuren dat de olie van de compressor in het koelsysteem terecht komt.

Vóór het eerste gebruik de binnenruimte van het apparaat schoonmaken (zie hoofdstuk „Schoonmaken van het apparaat”).

Pagina 84

nl

Elektrische aansluiting

Het stopcontact moet zich in de buurt van het apparaat bevinden en ook na het opstellen van het apparaat goed bereikbaar zijn.

m Waarschuwing

Gevaar voor een elektrische schok!

Gebruik, indien het aansluitsnoer niet lang genoeg is, in geen geval meervoudige stopcontacten of verlengsnoeren. Neem in plaats daarvan contact op met de klantenservice voor alternatieve oplossingen.

Het apparaat voldoet aan beschermklasse I. Sluit het apparaat aan op een volgens de voorschriften geïnstalleerd 220–240 V/50 Hz wisselstroomstopcontact met aardleiding. Het stopcontact moet zijn beveiligd met een zekering van 10 A tot 16 A.

Controleer bij apparaten die in niet Europese landen worden gebruikt of de aansluitspanning en de stroomsoort overeenkomen met de waarden van uw elektriciteitsnet. U vindt deze gegevens op het typeplaatje, afb. .

m Waarschuwing

Het apparaat mag in geen geval worden aangesloten op elektronische energiebesparingsstekkers.

Voor onze apparaten kunnen netvoedingsinverters en sinusinverters worden gebruikt. Netvoedingsinverters worden gebruikt bij fotovoltaïsche installaties die rechtstreeks zijn aangesloten op het openbare elektriciteitsnet. Bij losstaande systemen (bijv. op schepen of in berghutten) die geen rechtstreekse aansluiting op het openbare elektriciteitsnet hebben, moet een sinusinverter worden gebruikt.

Kennismaking met het apparaat

De laatste bladzijde met de afbeeldingen uitklappen. Deze gebruiksaanwijzing is op meer dan één type van toepassing.

De uitrusting van de modellen kan variëren.

Kleine afwijkingen in de afbeeldingen zijn mogelijk.

Afb.

* Niet bij alle modellen.

1–5Bedieningselementen
6Verlichting (LED)
7NoFrost-systeem
8*Klep van het vriesvak
9Glasplaat
10*IJsbereider/ijsblokjesreservoir
11Diepvrieslade (klein)
12Diepvrieslade (groot)
13Schroefvoetjes
14Deurontluchting

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 84)

Pagina 85

nl

Bedieningselementen

Afb.

Om het hele apparaat in en uit te schakelen.

Om het supervriessysteem in en uit te schakelen.

Brandt alleen als het supervriessysteem is ingeschakeld.

Met deze toets wordt de gewenste temperatuur ingesteld.

Geeft de ingestelde temperatuur van de diepvriesruimte aan.

Om het alarmsignaal uit te schakelen (zie hoofdstuk „Alarm function”).

Inschakelen van het apparaat

Afb.

Het apparaat met de insteltoets 1 inschakelen.

Er is een alarmsignaal te horen. De temperatuurindicatie 4 knippert en de alarmtoets 5 brandt.

Druk de alarmtoets 5 in. Het alarmsignaal wordt uitgeschakeld.

Zodra de vriesruimte de ingestelde temperatuur heeft bereikt, gaat temperatuurindicatie 4 branden.

Aanwijzingen bij het gebruik

Instellen van de temperatuur

Afb.

Diepvriesruimte

De temperatuur is instelbaar van -16 °C tot -26 °C.

Temperatuur-insteltoets 3 net zo vaak indrukken tot de gewenste temperatuur in de diepvriesruimte is ingesteld.

De laatst ingestelde waarde wordt in het geheugen opgeslagen. De ingestelde temperatuur wordt aangegeven op de temperatuurindicatie 4.

Pagina 86

nl

Alarmfuncties

Afb.

Deuralarm

Er wordt een alarmsignaal ingeschakeld als de deur van het apparaat langere tijd openstaat. Door de deur te sluiten wordt het alarmsignaal uitgeschakeld.

Ontdooialarm

Na indrukken van de toets alarm 5, geeft de temperatuurindicatie gedurende vijf seconden de warmste temperatuur aan die in de diepvriesruimte heeft geheerst. Hierna wordt deze waarde gewist.

Indicatie 4 geeft zonder te knipperen de ingestelde temperatuur in de diepvriesruimte aan.

Vanaf dit moment wordt de warmste temperatuur opnieuw bepaald en in het geheugen opgeslagen.

Temperatuuralarm

Het temperatuuralarm wordt ingeschakeld als het in de diepvriesruimte te warm is waardoor de diepvrieswaren kunnen ontdooien.

De temperatuurindicatie 4 knippert en de alarmtoets 5 brandt.

Zonder gevaar voor de diepvrieswaren kan het alarm automatisch inschakelen:

Stroomuitval-alarm

Afb.

Het stroomuitval-alarm wordt ingeschakeld als het door het uitvallen van de stroom in het apparaat te warm wordt en de levensmiddelen gevaar lopen.

De alarmtoets 5 brandt en „PI” verschijnt op de temperatuurindicatie 4.

Attentie!

Half of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen. Pas na het koken of braden tot een kant-en-klaargerecht kunnen ze opnieuw worden ingevroren.

De maximale bewaartijd niet meer ten volle benutten.

Alarm uitschakelen

Afb.

De alarm-toets 5 indrukken om het alarmsignaal uit te schakelen.

Netto-inhoud

De gegevens over de netto-inhoud vindt u op het typeplaatje in uw apparaat. Afb.

Vriesvermogen volledig benutten

Om de maximale hoeveelheid diepvrieswaren in te ruimen, kunnen alle uitrustingsonderdelen worden verwijderd. De levensmiddelen kunnen dan rechtstreeks op de legplateaus en op de bodem van de vriesruimte worden gestapeld.

Pagina 87

nl

Aanwijzing

Alleen geldig voor de typen KG GSUU37A, KG GSUU39A en KG GSUU41A (zie veld “Type” op typeplaatje):

Om de op het typeplaatje vermelde waarden aan te houden, moet het bovenste uitrustingsonderdeel in het apparaat blijven.

Onderdelen eruit halen

Afb.

De diepvriesruimte

De diepvriesruimte gebruiken

Aanwijzing

Let erop dat de deur van het diepvriesruimte goed gesloten is! Bij een open deur ontdooien de diepvrieswaren. In de diepvriesruimte vormt zich veel ijs. Bovendien:

energieverspilling door te hoog stroomverbruik!

Maximale invriescapaciteit

Gegevens over de maximale invriescapaciteit binnen 24 uur vindt u op het typeplaatje. Afb.

Voorwaarden voor max. invriesvermogen

Aanwijzing

De ventilatiesleuf aan de achterwand niet met diepvrieswaren afdekken.

Pagina 88

nl

Invriezen en opslaan

Inkopen van diepvriesproducten

Attentie bij het inruimen

Aanwijzing

De vers in te vriezen levensmiddelen mogen niet met de al ingevroren levensmiddelen in aanraking komen. Eventueel de door en door bevroren levensmiddelen in de diepvriesladen omstapelen.

88 Kleinere hoeveelheden levensmiddelen invriezen

In het hoofdstuk Automatisch supervriezen leest u hoe u kleinere hoeveelheden levensmiddelen op de snelste manier in kunt vriezen.

Verse levensmiddelen invriezen

Gebruik uitsluitend verse levensmiddelen.

Om de voedingswaarde, het aroma en de kleur zo goed mogelijk te behouden, dient groente geblancheerd te worden voordat het wordt ingevroren. Bij aubergines, paprika’s, courgettes en asperges is blancheren niet noodzakelijk.

Literatuur over invriezen en blancheren vindt u in de boekhandel.

Aanwijzing

Al ingevroren levensmiddelen mogen niet met de nog in te vriezen levensmiddelen in aanraking komen.

Bakwaren, vis en zeevruchten, vlees, wild, gevogelte, groente, fruit, kruiden, gepelde eieren, melkproducten zoals kaas, boter en kwark, bereide gerechten en kliekjes zoals soep, eenpansgerechten, gaar vlees en gare vis, aardappelgerechten, ovenschotels en zoete toetjes.

Groentesoorten die meestal rauw worden gegeten, zoals kropsla en radijsjes, ongepelde eieren, wijndruiven, hele appels, peren en perziken, hardgekookte eieren, yoghurt, dikke zure melk, zure room, crème fraîche en mayonaise.

Pagina 89

nl

Diepvrieswaren verpakken

De levensmiddelen luchtdicht verpakken zodat ze niet uitdrogen of hun smaak verliezen.

Voor verpakking geschikt: Kunststof-, polyetheen- en aluminiumfolie, diepvriesdozen. Deze producten zijn in de handel verkrijgbaar.

Niet geschikt voor verpakking: Inpakpapier, perkamentpapier, cellofaan, afvalzakken en gebruikte boodschappentasjes.

Als sluiting geschikt: elastiekjes, clips van kunststof, touwtjes, koudebestendig plakband e.d.

Zakjes en wrapfolie van polyethyleen (PE) kunt u sealen met een folie-sealer.

Houdbaarheid van de diepvrieswaren

De houdbaarheid is afhankelijk van het soort levensmiddelen.

Op een temperatuur van -18 °C:

tot 6 maanden.

tot 8 maanden.

tot 12 maanden.

Supervriezen

Levensmiddelen dienen zo snel mogelijk tot in de kern te bevriezen, om vitaminen, voedingswaarde, uiterlijk en smaak te behouden.

Het apparaat werkt na inschakeling van het supervriezen continu. De temperaturen van de diepvriescompartimenten liggen duidelijk lager dan tijdens de normale werking.

Supervriezen inschakelen

Afhankelijk van de in te vriezen hoeveelheid levensmiddelen kunt u het supervriezen op verschillende manieren gebruiken.

Aanwijzing

Als het supervriezen is ingeschakeld, kunnen de bedrijfsgeluiden toenemen en de toets Super licht op, afb. /2.

Automatisch supervriezen

Kleinere hoeveelheden levensmiddelen bevriezen het snelst als u ze als volgt invriest:

Het automatisch supervriezen schakelt bij het invriezen van warme levensmiddelen automatisch in.

Handmatig supervriezen

Vries grote hoeveelheden levensmiddelen bij voorkeur in in het bovenste vak. Daar worden ze heel snel en daardoor voorzichtig ingevroren.

Schakel enkele uren voordat u verse levensmiddelen invriest het supervriezen in, om een ongewenste temperatuurstijging te voorkomen.

Pagina 90

nl

Als u het max. invriesvermogen wilt gebruiken, dient u 24 uur vóór het invriezen van de verse waar het supervriezen in te schakelen.

Toets Super 2 indrukken.

Is supervriezen ingeschakeld, dan licht de toets op.

Supervriezen uitschakelen

Afb.

Toets Super 2 indrukken.

Het supervriezen is nu uitgeschakeld.

Na afloop van het supervriezen schakelt het apparaat automatisch over op de normale werking.

Ontdooien van diepvrieswaren

Afhankelijk van soort en bereidingswijze van de levensmiddelen kunt u kiezen uit de volgende mogelijkheden:

m Attentie

Half of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen. Pas na het koken of braden tot een kant-en-klaargerecht kunnen ze opnieuw worden ingevroren. De maximale bewaartijd wordt hierdoor bekort.

90 Uitvoering

(niet bij alle modellen)

Diepvrieslade (groot)

Afb. /12

Voor het bewaren van grote diepvrieswaren, bijv. kalkoenen, eenden en ganzen.

IJsbereider

Afb.

Gebruik voor het maken van ijsblokjes uitsluitend drinkwater.

Aanwijzing

Een te hoog drinkwaterpeil kan een nadelige invloed hebben op de werking van de ijsbereider. De ijsblokjes kunnen niet afzonderlijk worden losgemaakt uit het ijsbakje. Wanneer het drinkwaterpeil te hoog is, stroomt het water in het voorraadbakje en vriezen de ijsblokjes aan elkaar.

Pagina 91

nl

Diepvrieskalender

Om kwaliteitsvermindering van de diepvriesproducten te voorkomen, dient u de opslagduur niet te overschrijden. De bewaartijd is afhankelijk van het soort levensmiddelen. De cijfers bij de symbolen geven in maanden de toelaatbare bewaartijd voor de diepvrieswaren aan. Neem bij gewone diepvriesproducten de productie- of houdbaarheidsdatum in acht.

Koude-accu

De koude-accu vertraagt bij het uitvallen van de stroom of bij een storing het verwarmen van de opgeslagen diepvrieswaren. De langste opslagtijd wordt bereikt wanneer u het koude-accu in het bovenste vak op de levensmiddelen legt.

Om ruimte te besparen kan de accu in het vak in de deur bewaard worden.

De koude-accu kan ook voor het tijdelijk koelhouden van levensmiddelen (bijv. in een koeltas) eruit genomen worden.

IJsbakje

Afb.

Apparaat uitschakelen en buiten werking stellen

Apparaat uitschakelen

Afb.

Toets Aan/Uit 1 indrukken.

De temperatuurindicatie 4 gaat uit en de koelmachine wordt uitgeschakeld.

Buiten werking stellen van het apparaat

Als u het apparaat langere tijd niet gebruikt:

uitschakelen.

Ontdooien

Diepvriesruimte

Door het volledig automatische NoFrost-systeem blijft de vriesruimte ijsvrij. Ontdooien is overbodig.

Pagina 92

nl

Schoonmaken van het apparaat

m Attentie

Op de metalen oppervlakken kan corrosie ontstaan.

Ze kunnen vervormen!

Aanwijzing

Ca. 4 uur voor het reinigen de supervriesfunctie inschakelen, zodat de levensmiddelen een zeer lage temperatuur bereiken en daardoor langere tijd op omgevingstemperatuur bewaard kunnen worden.

Ga als volgt te werk:

Uitvoering

Voor het reinigen kunnen alle variabele onderdelen van het apparaat worden verwijderd (zie hoofdstuk Uitvoering).

IJsbereider reinigen

Reinig de ijsbereider regelmatig. Zo voorkomt u dat oude ijsblokjes krimpen, slecht smaken of aan elkaar plakken.

Verlichting (LED)

Het apparaat is voorzien van een onderhoudsvrije LED verlichting.

Reparaties aan deze verlichting mogen alleen door de Servicedienst of een erkend vakman worden uitgevoerd.

Pagina 93

nl

Energie besparen

Gebruik eventueel een isolatieplaat.

Wandafstandhouder monteren om de geplande energieopname van het apparaat te bereiken (zie montagehandleiding). Een kleinere afstand tot de muur heeft geen nadelige invloed op de werking van het apparaat. Het energieverbruik kan dan iets hoger worden.

Bedrijfsgeluiden

Heel normale geluiden

Aanwijzing

Als het supervriezen is ingeschakeld, kunnen de bedrijfsgeluiden toenemen.

Brommen

De motoren lopen (bijv. koelaggregaten, ventilator).

Borrelen, zoemen of gorgelen

Koelmiddel stroomt door de buizen.

Klikgeluiden

Motor, schakelaar of magneetventielen schakelen in/uit.

Knakkende geluiden

Het automatische ontdooisysteem treedt in werking.

Voorkomen van geluiden

Het apparaat staat niet waterpas

Het apparaat met behulp van een waterpas stellen. Gebruik hiervoor de schroefvoetjes of leg iets onder het apparaat.

Het apparaat staat tegen een ander meubel of apparaat

Het apparaat van het meubel of apparaat ernaast wegschuiven.

Reservoirs of draagplateaus wiebelen of klemmen

Controleer de delen die eruit gehaald kunnen worden en zet ze eventueel opnieuw in het apparaat.

Pagina 94: zie Storingen hierboven.

Pagina 95: zie hierboven.

Pagina 96: zie hierboven.

Inhoud

Meer handleidingen: Bosch vriezer