naslaan.comZoekenAlle merken

Bosch GSV33VWEV, tekst van de handleiding

Vriezer · Bosch · 19 pagina's in het Nederlands · pdf: 48 pagina's, 0,8 MB

Handleiding openen (pdf) Bron: www.bosch-home.nl

Deze handleiding geldt ook voor: GSV29VWEV.

Storingen op pagina 40

Pagina 40

Vanaf de titel; het begin van pagina 40 staat in de pdf.

13 Storingen verhelpen

Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de klantenservice de informatie over het verhelpen van storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten.

WAARSCHUWING ‒

Kans op elektrische schok!

Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.

  • Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
  • Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.
  • Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, moet het ter vermijding van risico's worden vervangen door de fabrikant, de servicedienst of een andere gekwalificeerde persoon.
StoringOorzaak en probleemoplossing
Apparaat koelt niet, indicaties en verlichting branden.Het presentatielicht is ingeschakeld.
1. Houd de temperatuurinstelknop koelvak 9 tot 11 seconden ingedrukt, tot een akoestisch signaal klinkt.
2. Controleer na korte tijd of uw apparaat koelt.
De koelmachine schakelt vaker en langer in.Het apparaat is te vaak geopend.
▸ Open de apparaatdeur niet onnodig.
Externe ventilatieopeningen zijn afgedekt.
▸ Verwijder hindernissen vóór de externe ventilatieopeningen.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 40)

Pagina 41

Storingen verhelpen nl

StoringOorzaak en probleemoplossing
De koelmachine schakelt vaker en langer in.Geen storing. Moderne koelapparaten schakelen vaker in en hebben verschillende vermogensstanden om efficiënter te koelen.
▸ Verwijder hindernissen vóór de externe ventilatieopeningen.
▸ Stel het apparaat met de grootst mogelijke afstand tot verwarmingselementen, fornuis en andere warmtebronnen op. Vermijd langdurig direct zonlicht op het apparaat.
▸ Het vriesvak regelmatig ontdooien. Pagina 38
▸ Open de deur van het apparaat slechts zo kort als mogelijk is.
▸ Laat warme gerechten en dranken voordat deze in het apparaat worden geplaatst eerst afkoelen.
Het alarmsignaal is te horen.
Het deuralarm is ingeschakeld.
Deur van het apparaat is open.
▸ Sluit de deur van het apparaat.
Er klinkt een waarschuwingssignaal en het temperatuurdisplay knippert.
Temperatuuralarm is ingeschakeld.
Verschillende oorzaken zijn mogelijk.
▸ Druk op de temperatuurinsteltoets. Schakel het alarm uit.
Externe ventilatieopeningen zijn afgedekt.
▸ Verwijder hindernissen vóór de externe ventilatieopeningen.
Er zijn grotere hoeveelheden verse levensmiddelen ingeruimd.
▸ Overschrijd het vriesvermogen niet.
"Invriescapaciteit", Pagina 36
Temperatuur wijkt erg af van de instelling.Verschillende oorzaken zijn mogelijk.
1. Schakel het apparaat uit. Pagina 35
2. Schakel het apparaat na ca. 5 minuten opnieuw in. Pagina 35
▸ Als de temperatuur te hoog is, controleer dan de temperatuur na een paar uur opnieuw.
▸ Als de temperatuur te laag is, controleer de temperatuur dan de volgende dag opnieuw.
Het apparaat borrelt, zoemt of gorgelt of klikt.Geen storing. Een motor draait, bijv. koelaggregaat, ventilator. Er stroomt koudemiddel door de buizen. Mo-

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 41)

41

Pagina 42

nl Storingen verhelpen

StoringOorzaak en probleemoplossing
Het apparaat borrelt, zoemt of gorgelt of klikt.tor, schakelaars of magneetventielen schakelen in- of uit.
Geen handeling vereist.Geen handeling vereist.
Apparaat produceert geluiden.Het apparaat staat niet waterpas.
▸ Stel het apparaat horizontaal met behulp van een waterpas en de stelvoeten.
Apparaat is niet vrijstaand.
▸ Houd de minimum afstanden van het apparaat aan. Uitrustingsdelen wiebelen of klemmen.
▸ Controleer de uitneembare uitrustingsdelen en zet ze eventueel opnieuw in het apparaat.
Serviesgoed raakt elkaar.
▸ Zet het serviesgoed verder uit elkaar.
Supervriezen is ingeschakeld.
Geen handeling vereist.Geen handeling vereist.
13.1 Stroomuitval13.2 Apparaatzelftest uitvoe-

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 42)

Tijdens een stroomuitval stijgt de ren temperatuur in het apparaat, hierdoor Uw apparaat beschikt over een appaverkort de bewaartijd en de kwaliteit raatzelftest, welke storingen weervan de diepvriesproducten vermin- geeft, die uw service kan verhelpen. dert. 1. Het apparaat uitschakelen. Op onze website van uw apparaat Pagina 35 vindt in de technische gegevens de 2. Het apparaat na 5 minuten op-bewaartijd van de diepvriesproducten nieuw inschakelen. Pagina 35 in geval van een storing. 3. Houd binnen 10 seconden na het Opmerkingen inschakelen de temperatuurinstel-Het apparaat tijdens een stroomuit- toets gedurende 3 tot 5 seconden val zo weinig mogelijk openen en ingedrukt, tot −26 °C brandt op de geen andere levensmiddelen inrui- temperatuurindicatie.

men. De apparaatzelftest start wanneer De kwaliteit van de levensmiddelen de temperatuurindicaties na elkaar onmiddellijk na de stroomuitval gaan branden.

controleren. Wanneer na het einde van de ap-

Als na het einde van de apparaatzelftest 5 akoestische signalen

42

Pagina 43

klinken en "super" gedurende 10 seconden knippert, neem dan contact op met de service.

14 Opslaan en afvoeren

14.1 Apparaat buiten gebruik stellen

Pagina 35

De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.

Pagina 38

14.2 Afvoeren van uw oude apparaat

Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen opnieuw worden gebruikt.

WAARSCHUWING ‒

Kans op gevaar voor de gezondheid!

Kinderen kunnen zich in het apparaat opsluiten en in levensgevaar geraken.

WAARSCHUWING ‒

Brandgevaar!

Bij beschadiging van de leidingen kunnen brandbaar koudemiddel en

Opslaan en afvoeren nl

schadelijke gassen ontsnappen en ontsteken.

Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor kunt u informatie verkrijgen over de actuele afvoermethoden.

Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE).

De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.

15 Servicedienst

Originele vervangende onderdelen die relevant zijn voor de werking in overeenstemming met de desbetreffende Ecodesign-verordening kunt u voor de duur van ten minste 10 jaar vanaf het moment van in de handel brengen van het apparaat binnen de Europese Economische Ruimte bij onze servicedienst verkrijgen.

Opmerking: Het inschakelen van de servicedienst is in het kader van de plaatselijk geldende fabrieksgarantievoorwaarden gratis. De minimumduur

43

Pagina 44

nl Technische gegevens

van de garantie (fabrieksgarantie voor particuliere gebruikers) in de Europese Economische Ruimte bedraagt 2 jaar in overeenstemming met de geldende plaatselijke garantievoorwaarden. De garantievoorwaarden doen geen afbreuk aan eventuele andere rechten of claims die u op grond van het plaatselijke recht heeft.

Gedetailleerde informatie over de garantieduur en de garantievoorwaarden in uw land ontvangt u via de QRcode op het meegeleverde document over de servicecontacten en garantievoorwaarden, bij onze klantenservice, uw dealer of op onze website.

De contactgegevens van de klantenservice vindt u via de QR-code op het meegeleverde document over de servicecontacten en garantievoorwaarden of op onze website.

Meer informatie over uw model vindt u op het internet onder htps:// eprel.ec.europa.eu/ ¹. Dit webadres verwijst naar de officiële EU-productdatabank EPREL. Volg dan de aanwijzingen bij het zoeken naar het model op. De modelidentificatie bestaat uit het teken voor de slash van het E-nummer (E-Nr.) op het typeplaatje. Alternatief vindt u de modelidentificatie ook in de eerste regel van het EU-energielabel.

15.1 Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD)

Als u contact opneemt met de servicedienst, hebt u het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) nodig. Deze nummers vindt u op het typeplaatje van het apparaat.

"Apparaat", Fig. 1 / Pagina 34

Om uw apparaatgegevens en de servicedienst-telefoonnummers snel terug te kunnen vinden, kunt u de gegevens noteren.

16 Technische gegevens

Koudemiddel, netto inhoud en overige technische gegevens bevinden zich op het typeplaatje.

"Apparaat", Fig. 1 / Pagina 34

1 Geldt alleen voor landen in de Europese Economische Ruimte

44

Pagina's 1–25: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.

Pagina 26

nl Inhoudsopgave

U kunt online aanvullende informatie en uitleg vinden. Scan de QR-code op de titelpagina.

Inhoudsopgave

1 Veiligheid ................................... 27

1.1 Algemene aanwijzingen ........... 27 1.2 Bestemming van het apparaat ............................................... 27 1.3 Inperking van de gebruikers ... 27 1.4 Veiliger transport ....................... 27 1.5 Veilige installatie ........................ 28 1.6 Veilig gebruik ............................. 29 1.7 Beschadigd apparaat ............... 31

2 Het voorkomen van materiële schade ........................................ 32

3 Milieubescherming en besparing .............................................. 32

3.1 Afvoeren van de verpakking ... 32 3.2 Energie besparen ..................... 32

4 Opstellen en aansluiten ............ 32

4.1 Leveringsomvang ...................... 32 4.2 Criteria voor de opstellocatie ................................................. 33 4.3 Apparaat monteren ................... 33 4.4 Het apparaat voor het eerste gebruik voorbereiden ............... 33 4.5 Apparaat elektrisch aansluiten ................................................ 33

5 Uw apparaat leren kennen ........ 34

5.1 Apparaat ..................................... 34 5.2 Bedieningspaneel ..................... 34

6 Uitrusting ................................... 34

6.1 Klep van het vriesvak ............... 34 6.2 Accessoires ............................... 34

7 De Bediening in essentie .......... 35

7.1 Apparaat inschakelen .............. 35 7.2 Opmerkingen bij het gebruik .. 35 7.3 Machine uitschakelen .............. 35 7.4 Temperatuur instellen ............... 35

8 Extra functies ............................. 35

26

8.1 Supervriezen .............................. 35

9 Alarm .......................................... 36

9.1 Deuralarm ................................... 36 9.2 Temperatuuralarm .................... 36

10 Vriesvak ................................... 36

10.1 Invriescapaciteit ...................... 36 10.2 Vriesvakvolume volledig gebruiken ...................................... 37 10.3 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het vriesvak ............................................. 37 10.4 Tips voor het bevriezen van verse levensmiddelen ............ 37 10.5 Houdbaarheid van de diepvrieswaren bij −18 °C ............ 37 10.6 Ontdooimethodes voor diepvrieswaren ................................ 38

11 Ontdooien ................................ 38

11.1 Ontdooien in het vriesvak ..... 38

12 Reiniging en onderhoud ......... 39

12.1 Apparaat voorbereiden voor reiniging .................................... 39 12.2 Apparaat schoonmaken ........ 39 12.3 Onderdelen eruit halen .......... 39

13 Storingen verhelpen ............... 40

13.1 Stroomuitval ............................. 42 13.2 Apparaatzelftest uitvoeren .... 42

14 Opslaan en afvoeren .............. 43

14.1 Apparaat buiten gebruik stellen .............................................. 43 14.2 Afvoeren van uw oude apparaat ............................................ 43

15 Servicedienst .......................... 43

15.1 Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD) .......... 44

16 Technische gegevens ............ 44

Pagina 27

Veiligheid nl

1 Veiligheid

Neem de volgende veiligheidsvoorschriften in acht.

1.1 Algemene aanwijzingen

1.2 Bestemming van het apparaat

Dit apparaat is niet bestemd voor het gebruik als inbouwapparaat. Gebruik het apparaat uitsluitend:

om levensmiddelen te bevriezen en voor de bereiding van ijsblokjes.

voor huishoudelijk gebruik en in gesloten ruimtes binnen de huiselijke omgeving.

tot een hoogte van 2000 m boven zeeniveau.

1.3 Inperking van de gebruikers

Dit apparaat kan worden bediend door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met fysieke, sensorische of geestelijke beperkingen of met gebrekkige ervaring en/of kennis, indien zij onder toezicht staan of zijn geïnstrueerd in het veilige gebruik van het apparaat en de daaruit resulterende gevaren hebben begrepen. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen.

Reiniging en gebruikersonderhoud mogen niet worden uitgevoerd door kinderen indien deze niet onder toezicht staan.

Kinderen vanaf 3 jaar en jonger dan 8 jaar mogen de koelkast/ diepvriezer vullen en legen.

1.4 Veiliger transport

WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!

Het hoge gewicht van het apparaat kan bij het optillen letsels veroorzaken.

Pagina 28

nl Veiligheid

1.5 Veilige installatie

WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!

Ondeskundige installaties zijn gevaarlijk.

Een beschadigde isolatie van het netsnoer is gevaarlijk.

WAARSCHUWING ‒ Explosiegevaar!

Wanneer de ventilatieopeningen van het apparaat zijn gesloten, dan kan bij een lek van het koude circuit een brandbaar gas-luchtmengsel ontstaan.

WAARSCHUWING ‒ Brandgevaar!

Het gebruik van een verlengd netsnoer en niet-toegestane adapters is gevaarlijk.

Pagina 29

Veiligheid nl

Draagbare mobiele meervoudige stopcontacten of draagbare netvoedingen kunnen oververhit raken en tot brand leiden.

1.6 Veilig gebruik

WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!

Binnendringend vocht kan een elektrische schok veroorzaken.

WAARSCHUWING ‒ Kans op verstikking!

Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal over het hoofd trekken en hierin verstrikt raken en stikken.

Kinderen kunnen kleine onderdelen inademen of inslikken en hierdoor stikken.

WAARSCHUWING ‒ Explosiegevaar!

Door beschadiging van de koudemiddelkringloop kan brandbaar koudemiddel lekken en exploderen.

Producten met brandbare drijfgassen en explosieve stoffen kunnen exploderen, bijv. spuitbussen.

Pagina 30

nl Veiligheid

WAARSCHUWING ‒ Brandgevaar!

Elektrische apparaten binnenin het apparaat kunnen tot een brand leiden, bijv. verwarmingsapparaten of elektrische ijsbereiders.

WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!

Flessen of blikjes met koolzuurhoudende drank kunnen barsten.

Letsel aan de ogen door lekkend brandbaar koudemiddel en schadelijke gassen.

Het apparaat kan kantelen.

WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!

Onderdelen aan de achterkant van het apparaat worden tijdens het gebruik heet.

WAARSCHUWING ‒ Kans op koude-brandwonden!

Contact met diepvrieswaren en koude oppervlakken kan tot brandwonden door koude leiden.

VOORZICHTIG ‒ Kans op gevaar voor de gezondheid!

Houd de volgende aanwijzingen aan om verontreiniging van levensmiddelen te voorkomen.

30

Pagina 31

Veiligheid nl

1.7 Beschadigd apparaat

WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!

Een beschadigd apparaat of een beschadigd netsnoer is gevaarlijk.

Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.

WAARSCHUWING ‒ Brandgevaar!

Bij beschadiging van de leidingen kunnen brandbaar koudemiddel en schadelijke gassen ontsnappen en ontsteken.

Pagina 32

nl Het voorkomen van materiële schade

2 Het voorkomen van materiële schade

LET OP

Het kantelen van de apparaatwieltjes kan bij het verschuiven van het apparaat de vloer beschadigen.

Door het gebruik van het apparaat, de plint, laden of deuren als zitvlak of opstapje kan het apparaat beschadigd raken.

Wanneer u uitrustingsdelen en accessoires in de vaatwasser reinigt, kunnen deze vervormen of verkleuren.

3 Milieubescherming en besparing

3.1 Afvoeren van de verpakking

De verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en kunnen worden hergebruikt.

3.2 Energie besparen

Als u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt uw apparaat minder stroom.

Keuze van de opstellingslocatie

Stel het apparaat niet bloot aan direct zonlicht.

Plaats het apparaat zo ver mogelijk van radiatoren, fornuis en andere warmtebronnen:

De externe ventilatieopeningen nooit afdekken of blokkeren.

Energie besparen bij het gebruik.

Opmerking: De plaatsing van de uitrustingsonderdelen heeft geen invloed op het energieverbruik van het apparaat.

Open het apparaat slechts kort en sluit het zorgvuldig.

De binnenste ventilatieopeningen of de externe ventilatieopeningen nooit afdekken of blokkeren.

Transporteer gekoelde levensmiddelen in een koeltas en leg ze snel in het apparaat.

Warm voedsel en dranken eerst laten afkoelen, daarna in het apparaat plaatsen.

Laat altijd wat ruimte tussen de levensmiddelen en de achterwand. Ontdooi het vriesvak regelmatig.

4 Opstellen en aansluiten

4.1 Leveringsomvang

Controleer na het uitpakken alle onderdelen op transportschade en de volledigheid van de levering.

Neem bij klachten met uw dealer of onze servicedienst Pagina 43 contact op.

De levering bestaat uit: Vrijstaand apparaat

Pagina 33

Uitrusting en accessoires ¹ Montagemateriaal

Montagehandleiding

Gebruiksaanwijzing

Klantenservice overzicht

Garantiebijlage ²

Energielabel

Informatie over energieverbruik en geluiden

4.2 Criteria voor de opstellocatie

WAARSCHUWING ‒

Explosiegevaar!

Wanneer het apparaat in een te kleine ruimte staat, kan er bij een lek van het koudecircuit een brandbaar gasluchtmengsel ontstaan.

"Apparaat", Fig. 1 /

Pagina 34

Het gewicht van het apparaat kan afhankelijk van het model tot 70 bedragen.

De ondergrond moet stabiel genoeg zijn om het gewicht van het apparaat te dragen.

De ondergrond moet vlak zijn.

Dit apparaat is bedoeld voor gebruik bij omgevingstemperaturen van 10°C tot 43°C.

Het apparaat is volledig functioneel binnen de toegestane binnentemperatuur.

Wanneer u het apparaat gebruikt bij lagere kamertemperaturen, dan kunnen beschadigingen aan het appa-

1 Afhankelijk van de apparaatuitvoering

2 Niet in alle landen

Opstellen en aansluiten nl

raat tot een kamertemperatuur van 5°C worden uitgesloten.

Over-and-Under- en Side-by-Sideopstelling

Als u 2 koeltoestellen boven of naast elkaar wilt opstellen, moet u tussen de toestellen minimaal een tussenafstand van 150 mm aanhouden. Voor bepaalde toestellen is een opstelling zonder minimumafstand mogelijk. Neem hiervoor contact op met uw dealer of keukeninstallateur.

4.3 Apparaat monteren

4.4 Het apparaat voor het eerste gebruik voorbereiden

4.5 Apparaat elektrisch aansluiten

De aansluitgegevens van het apparaat staan op het typeplaatje. "Apparaat", Fig. 1 /

Pagina 34

Het apparaat is nu gereed voor gebruik.

33

Pagina 34

nl Uw apparaat leren kennen

5 Uw apparaat leren kennen

5.1 Apparaat

Hier vindt u een overzicht van de onderdelen van uw apparaat.

Fig. 1

Bedieningspaneel Pagina 34
Klep van het vriesvak Pagina 34
Typeplaatje Pagina 44
Vriesvaklegplateau
Diepvrieslade Pagina 40
Dooiwaterafvoergoot
Stelvoet
5.2 Bedieningspaneel

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 34)

Via het bedieningsveld kunt u alle functies van uw apparaat instellen en informatie krijgen over de gebruikstoestand.

Fig. 2

De temperatuurinsteltoets stelt de temperatuur van het vriesvak in.

super brandt, wanneer Supervriezen is ingeschakeld.

Toont de ingestelde temperatuur van het vriesvak in °C.

schakelt het apparaat in of uit.

6 Uitrusting

De uitrusting van uw apparaat is modelafhankelijk.

6.1 Klep van het vriesvak

Bewaar op het legplateau achter de klep van het vriesvak vaak gebruikte of kortstondig te bewaren levensmiddelen.

6.2 Accessoires

Gebruik alleen originele accessoires. Deze zijn op het apparaat afgestemd. De accessoires van het apparaat zijn afhankelijk van het model.

Koude-accu

Gebruik de koude-accu voor het tijdelijk koel houden van levensmiddelen, bijv. in een koeltas.

Tip: De koude-accu vertraagt bij het uitvallen van de stroom of bij een storing het verwarmen van de opgeslagen diepvrieswaren.

IJsblokjesschaal

Gebruik de ijsblokjesschaal om ijsblokjes te maken.

IJsblokjes maken

Gebruik voor het maken van ijsblokjes uitsluitend drinkwater.

Maak vastgevroren levensmiddelen met een stomp voorwerp los, bijv. met een steel van een houten lepel.

Pagina 35

7 De Bediening in essentie

7.1 Apparaat inschakelen

Het apparaat is nu gereed voor gebruik.

Het apparaat begint te koelen. Er weerklinkt een waarschuwingssignaal en de temperatuurindicatie knippert omdat het vriesvak nog te warm is.

De temperatuurindicatie brandt zodra de ingestelde temperatuur is bereikt.

7.2 Opmerkingen bij het gebruik

Wanneer u het apparaat heeft ingeschakeld, duurt het tot enkele uren voordat de ingestelde temperatuur wordt bereikt.

Plaats geen levensmiddelen in het apparaat voordat de ingestelde temperatuur is bereikt.

Let er bij het sluiten van de deur op dat de deur niet door product wordt geblokkeerd.

Wanneer u de deur sluit, kan een onderdruk ontstaan. De deur gaat dan alleen moeilijker open. Wacht een ogenblik tot de onderdruk wordt gecompenseerd.

De temperatuur in het apparaat varieert door de volgende condities:

De Bediening in essentie nl

7.3 Machine uitschakelen

indrukken.

7.4 Temperatuur instellen

Vriesvaktemperatuur instellen

De aanbevolen temperatuur in het vriesvak bedraagt −18 °C.

8 Extra functies

Kom te weten over welke instelbare extra functies uw apparaat beschikt.

8.1 Supervriezen

Bij het Supervriezen koelt het vriesvak zo koud mogelijk.

Schakel Supervriezen 4 tot 6 uur voor het inladen van een hoeveelheid levensmiddelen vanaf 2 kg in het vriesvak in.

Om het invriesvermogen te benutten, gebruikt u Supervriezen.

"Voorwaarden voor invriesvermogen", Pagina 37

Opmerking: Als Supervriezen is ingeschakeld, kan er meer geluid ontstaan.

Supervriezen inschakelen

Opmerking: Na ca. 60 uur schakelt het apparaat over op de normale werking.

Supervriezen uitschakelen

35

Pagina 36

nl Alarm

temperatuur op het temperatuurdisplay wordt weergegeven.

9 Alarm

9.1 Deuralarm

Als de deur van het apparaat langere tijd open staat wordt het deuralarm ingeschakeld.

Er klinkt een waarschuwingssignaal.

Deuralarm uitschakelen

9.2 Temperatuuralarm

Wanneer het te warm is in het vriesvak, wordt het temperatuuralarm geactiveerd.

Er klinkt een waarschuwingssignaal en het temperatuurdisplay knippert.

VOORZICHTIG ‒

Kans op gevaar voor de gezondheid!

Bij het ontdooien kunnen bacteriën zich vermeerderen en kunnen de diepvrieswaren bederven.

Het temperatuuralarm kan in de volgende gevallen inschakelen:

Het apparaat wordt in gebruik genomen.

Levensmiddelen pas in het apparaat inruimen wanneer de ingestelde temperatuur is bereikt.

Er worden grote hoeveelheden verse levensmiddelen ingeruimd.

Voor het in het apparaat inruimen van grote hoeveelheden levensmiddelen Supervriezen inschakelen.

De deur van het vriesvak is te lang geopend.

Controleer of het diepvriesproduct deels of geheel is ontdooid.

Temperatuuralarm uitschakelen

De temperatuurindicatie knippert, tot de ingestelde temperatuur weer is bereikt.

10 Vriesvak

In het vriesvak kunt u diepvrieswaren bewaren, levensmiddelen bevriezen en ijsblokjes maken.

De temperatuur is van −16 °C tot −26 °C instelbaar.

Langdurig bewaren van levensmiddelen moet op een temperatuur van – 18 °C of lager gebeuren.

Door het invriezen kunt u bederfelijke levensmiddelen gedurende lange tijd bewaren. De lage temperaturen vertragen of stoppen het bederven.

10.1 Invriescapaciteit

Het invriesvermogen geeft aan welke hoeveelheid levensmiddelen in hoeveel uur tot in de kern kan worden ingevroren.

Informatie over het invriesvermogen vindt u op het typeplaatje.

"Apparaat", Fig. 1 / Pagina 34

Pagina 37

Voorwaarden voor invriesvermogen

"Supervriezen inschakelen", Pagina 35

10.2 Vriesvakvolume volledig gebruiken

Kom te weten hoe u de maximale hoeveelheid diepvriesproducten in het vriesvak kunt doen.

10.3 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het vriesvak

Bewaar de levensmiddelen luchtdicht verpakt.

Breng in te vriezen levensmiddelen niet in aanraking met ingevroren levensmiddelen.

De levensmiddelen naast elkaar in de diepvriesladen leggen.

Voor een goede luchtcirculatie in het apparaat de diepvrieslade tot aan de aanslag inschuiven.

10.4 Tips voor het bevriezen van verse levensmiddelen

Alleen verse en onberispelijke levensmiddelen bevriezen.

Levensmiddelen per portie invriezen.

Vriesvak nl

Bereide levensmiddelen zijn beter geschikt dan rauw eetbare levensmiddelen.

Groente vóór het invriezen wassen, kleiner maken en blancheren.

Fruit vóór het invriezen wassen, ontpitten en eventueel schillen, eventueel suiker of ascorbinezuuroplossing toevoegen.

Voor het invriezen geschikte levensmiddelen zijn bijv. bakwaren, vis en zeevruchten, vlees, wild en gevogelte, eieren zonder schaal, kaas, boter, kwark, kant-en-klaargerechten en etensresten.

Voor het invriezen ongeschikte levensmiddelen zijn bijv. kropsla, radijsjes, eieren met schaal, druiven, rode appels en peren, yoghurt, zure room, crème fraîche en mayonaise.

Diepvrieswaren verpakken

Geschikt verpakkingsmateriaal en de juiste soort verpakking behouden in hoge mate de productkwaliteit en vermijden vriesbrand.

10.5 Houdbaarheid van de diepvrieswaren bij −18 °C

ProductBewaartijd
Vis, worst, klaargemaakte gerechten, brood en banketTot 6 maanden
Gevogelte, vleesTot 8 maanden

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 37)

37

Pagina 38

nl Ontdooien

ProductBewaartijd
Groente, fruitTot 12 maanden

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 38)

De erop gedrukte vrieskalender geeft de maximale bewaartijd in maanden aan bij een constante temperatuur van –18°C.

10.6 Ontdooimethodes voor diepvrieswaren

VOORZICHTIG ‒

Kans op gevaar voor de gezondheid!

Bij het ontdooien kunnen bacteriën zich vermeerderen en kunnen de diepvrieswaren bederven.

Dierlijke levensmiddelen in het koelvak ontdooien, bijv. vis, vlees, kaas en kwark.

Brood bij kamertemperatuur ontdooien.

Levensmiddelen voor directe consumptie in de magnetron, in de oven of op de kookplaat bereiden.

11 Ontdooien

11.1 Ontdooien in het vriesvak

Het diepvriesvak ontdooit niet automatisch. Een laag rijp in het vriesvak vermindert de afgifte van koude aan de diepvrieswaren en verhoogt het energieverbruik.

Vriesvak ontdooien

Het vriesvak regelmatig ontdooien.

38

"Supervriezen inschakelen", Pagina 35

De levensmiddelen bereiken hierdoor heel lage temperaturen en u kunt de levensmiddelen langer op kamertemperatuur bewaren.

Pagina 35

De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.

Fig. 3

Heet water, spatwater en stoom kunnen tot verbranding leiden.

Zet om het ontdooien te versnellen een pan met heet, niet kokend water op een panonderzetter in het vriesvak.

Verder lezen op pagina 39Inhoud

Meer handleidingen: Bosch vriezer