Bosch HBF133BR0, tekst van de handleiding
Pagina's 5–19 van 28 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← pagina's 1–4verder op pagina 20 →
Pagina 5
Milieubescherming en besparing nl
Vruchtensap dat van de bakplaat druppelt, laat vlekken achter die niet meer kunnen worden verwijderd.
- De bakplaat bij zeer vochtig vruchtengebak niet te overvloedig bedekken.
- Gebruik zo mogelijk de diepere braadslede.
Gebruik van ovenreiniger in de warme binnenruimte leidt tot beschadiging van het email.
- Gebruik nooit ovenreiniger in de warme binnenruimte.
- Vóór het opnieuw opwarmen de resten uit de binnenruimte en van de apparaatdeur volledig verwijderen. Is de afdichting sterk vervuild, dan sluit de deur tijdens het gebruik niet meer goed. De aangrenzende meubelfronten kunnen dan beschadigd raken.
- Zorg ervoor dat de afdichting altijd schoon is.
- Nooit het apparaat met beschadigde afdichting of zonder afdichting gebruiken.
Wanneer de apparaatdeur wordt gebruikt als vlak om iets op te zetten of te leggen kan de apparaatdeur beschadigd raken.
- Niets op de apparaatdeur zetten, er aan hangen of laten steunen.
- Geen vormen of accessoires op de apparaatdeur plaatsen.
Door aluminiumfolie aan de deurruit kunnen permanente verkleuringen ontstaan.
- Aluminiumfolie in de binnenruimte mag niet in contact komen met de deurruit.
3 Milieubescherming en besparing
3.1 Afvoeren van de verpakking
De verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en kunnen worden hergebruikt.
- De afzonderlijke componenten op soort gescheiden afvoeren.
3.2 Energie besparen
Als u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt uw apparaat minder stroom.
Het apparaat alleen voorverwarmen, wanneer het recept of de instellingsadviezen dat aangeven.
Wanneer u het apparaat niet voorverwarmt, dan bespaart u tot wel 20% energie.
Gebruik donkere, zwart gelakte of geëmailleerde bakvormen.
Deze bakvormen nemen de hitte bijzonder goed op.
Open de apparaatdeur tijdens de bereiding zo weinig mogelijk.
De temperatuur in de binnenruimte blijft constant en het apparaat hoeft niet na te verwarmen.
Meerdere gerechten direct achter elkaar of parallel bakken.
De binnenruimte is na de eerste keer bakken opgewarmd. Hierdoor is de baktijd voor het gebak dat vervolgens wordt gebakken korter.
4 Uw apparaat leren kennen
4.1 Bedieningsvelden
Via het bedieningsveld kunt u alle functies van uw apparaat instellen en informatie krijgen over de gebruikstoestand.
Bedieningselementen
Via de bedieningselementen kunt u alle functies van uw apparaat instellen en informatie krijgen over de gebruikstoestand.
Afhankelijk van het apparaattype kunnen details op de afbeelding verschillen, bijv. de kleur en de vorm.
Bij langere bereidingstijden het apparaat 10 minuten voor het einde van de bereidingstijd uitschakelen. De restwarmte is voldoende om het gerecht verder te bereiden.
Verwijder niet gebruikte accessoires uit de binnenruimte.
Overtollige accessoires hoeven niet verwarmd te worden.
Laat diepgevroren producten vóór de bereiding ontdooi- en.
Hierdoor wordt bespaard op de energie om het voedsel te ontdooien.
Opmerking: Volgens de richtlijn 2023/826 eisen inzake ecologisch ontwerp is er bij dit apparaat in uitgeschakelde toestand sprake van een andere toestand. Deze wordt hierna als spaarstand aangeduid.
Ook wanneer de hoofdfunctie niet actief is, heeft het apparaat energie nodig voor:
Detectie van de bediening van de sensortoetsen Bewaking van de deuropening
Bewerking van de tijd (zonder display) Per definitie is er dus noch sprake van een "Uit", nog van een "standby-stand", en daarom wordt de aanduiding spaarstand gebruikt. Voor de meting van de spaarstand moet de norm EN IEC 60350-1:2023 worden gebruikt.
Pagina 6
nl Uw apparaat leren kennen
Functiekeuzeknop
Met de functiekeuzeknop stelt u de verwarmingsmethoden en meer functies in.
De functiekeuzeknop kunt u vanuit de nulstand naar rechts en links draaien.
Afhankelijk van het apparaattype is de functiekeuzeknop verzonken. Voor het vergrendelingen of ontgrendelingen in de nulstand op de functiekeuzeknop drukken.
"Verwarmingsmethoden en functies", Pagina 6
1 Knoppen en display
De knoppen zijn aanrakingsgevoelige vlakken. Om een functie te kiezen, slechts licht op het betreffende veld drukken.
Op het display zijn symbolen van actieve functies en de tijdfuncties te zien.
"Knoppen en display", Pagina 6
Temperatuurknop
Met de temperatuurknop stelt u de temperatuur voor de verwarmingsmethode in en kiest u instellingen voor andere functies.
De temperatuurknop kunt u vanuit de nulstand naar rechts draaien tot aan de aanslag, niet verder. Afhankelijk van het apparaattype kan de temperatuurknop worden verzonken. Voor het vergrendelingen of ontgrendelingen in de nulstand op de temperatuurknop drukken.
"Temperatuur en instelstanden", Pagina 7
Knoppen en display
Met de knoppen kunt u verschillende functies van uw apparaat instellen. Op het display ziet u de instellingen. Als een functie actief is, brandt het desbetreffende symbool op de display. brandt alleen wanneer u de tijd wijzigt.
| Symbool | Functie | Gebruik |
|---|---|---|
| Kinderslot | Kinderslot activeren of deactiveren. | |
| Tijdfuncties | Tijd , wekker , duur en einde selecteren. Om de verschillende tijdfuncties te kiezen, meerdere keren op drukken. | |
| Min Plus | Instelwaarden verlagen. Instelwaarden verhogen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 6)
Verwarmingsmethoden en functies
Om altijd de passende verwarmingsmethode voor uw gerechten te kunnen bepalen, geven wij hier uitleg over de verschillen en toepassingen.
| Symbool | Verwarmingsmethode | Gebruik en werkwijze |
|---|---|---|
| 3D hetelucht | Op één of meer niveaus bakken of braden. De ventilator verdeelt de warmte van het ronde verwarmingselement aan de achterkant gelijkmatig in de binnenruimte. | |
| Hetelucht zacht | Gekozen gerechten zonder voorverwarmen op een niveau voorzichtig garen. De ventilator verdeelt de warmte van het ronde verwarmingselement aan de achterkant gelijkmatig in de binnenruimte. Het product wordt in fasen bereid met behulp van restwarmte. Kies een temperatuur tussen 120 °C en 230 °C. Deze verwarmingsmethode wordt voor het bepalen van het energieverbruik in de circulatieluchtmodus en de energieklasse gebruikt. | |
| Grill, groot | Platte grillstukken, zoals steaks, worstjes of toast grillen. Gerechten gratineren. Het hele oppervlak onder de grill wordt heet. | |
| Circulatiegrillen | Gevogelte, hele vis of grotere stukken vlees braden. Het grillelement en de ventilator schakelen afwisselend in en uit. De ventilator wervelt de hete lucht rond het gerecht. | |
| Boven- en onderwarmte | Traditioneel bakken of braden op één niveau. Deze manier van opwarmen is bijzonder geschikt voor gebak met vochtige bedekking. De warmte komt gelijkmatig van boven en van onderen. |
Pagina 7
Uw apparaat leren kennen nl
| Symbool | Verwarmingsmethode | Gebruik en werkwijze |
|---|---|---|
| Deze verwarmingsmethode wordt gebruikt voor het bepalen van het energieverbruik in de conventionele modus. | ||
| Overige functies | ||
| Hier vindt u | een overzicht van bijkomende functies van uw apparaat. | |
| Symbool | Functie | Gebruik |
| Snel verwarmen | De binnenruimte zonder accessoires snel voorverwarmen. "Snel voorverwarmen", Pagina 10 | |
| Ovenlamp | De binnenruimte zonder verwarming verlichten. "Verlichting", Pagina 7 | |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 7)
Temperatuur en instelstanden
Bij de verwarmingsmethoden en functies zijn er verschillende instellingen.
Opmerking: Bij temperatuurinstellingen boven 250 °C verlaagt het apparaat de temperatuur na ca. 10 minuten tot ca. 240 °C.
| Symbool | Functie | Gebruik |
|---|---|---|
| Nulstand | Het apparaat warmt niet op. | |
| 50 - 275 | Temperatuurbereik | De temperatuur in °C in de binnenruimte instellen. |
| 1, 2, 3 of I, II, III | Grillstanden | De grillstanden afhankelijk van het type apparaat voor de grill, voor het groot vlak en de grill of voor het klein vlak instellen. 1 = zwak 2 = gemiddeld 3 = sterk |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 7)
Opwarmindicatie
Het apparaat geeft aan wanneer het opwarmt.
Wanneer het apparaat opwarmt, is op het display verlicht. In de verwarmingspauzes dooft het symbool. Wanneer u voorverwarmt, is het optimale tijdstip voor het inschuiven van het gerecht bereikt zodra het symbool de eerste keer dooft.
Opmerking: Door thermische traagheid kan de weergegeven temperatuur een beetje afwijken van de werkelijke temperatuur in de binnenruimte.
U kunt de rekjes verwijderen, bijv. om te reinigen. "Rekjes", Pagina 14
4.2 Binnenruimte
Functies voor de binnenruimte vergemakkelijken het gebruik van uw apparaat.
Rekjes
U kunt accessoires op verschillende hoogtes in de rekjes in de binnenruimte schuiven.
De binnenruimte heeft 5 inschuifhoogtes. De inschuifhoogtes worden van beneden naar boven geteld.
Zelfreinigende oppervlakken
De achterwand in de binnenruimte is zelfreinigend. De zelfreinigende oppervlakken in de binnenruimte zijn voorzien van een laagje poreus, mat keramiek en hebben een ruw oppervlak. Wanneer het apparaat in gebruik is, nemen de zelfreinigende oppervlakken vetspetters van het bakken, braden of grillen op en breken ze af.
Als de zelfreinigende oppervlakken zich tijdens het gebruik niet meer voldoende reinigen, warm de binnenruimte dan gericht op.
"Zelfreinigende oppervlakken in de binnenruimte schoonmaken", Pagina 13
Verlichting
De ovenlamp verlicht de binnenruimte.
Pagina 8
nl Uw apparaat leren kennen
Bij de meeste verwarmingsmethoden en functies is de verlichting aan als het programma loopt. Als u de werking met de functiekeuzeschakelaar beëindigt, schakelt de verlichting uit.
Met de stand ovenlamp aan de functiekeuzeschakelaar kunt u de verlichting zonder verwarming inschakelen.
Apparaatdeur
Wanneer u de apparaatdeur opent tijdens het gebruik, wordt de werking voortgezet.
Koelventilator
De koelventilator schakelt afhankelijk van de temperatuur van het apparaat in en uit. De warme lucht ontsnapt via de deur.
LET OP
De ventilatiesleuven boven de deur van het apparaat niet afdekken.
Het apparaat raakt oververhit.
- De ventilatiesleuven vrijhouden.
De koelventilator loopt een bepaalde tijd na, zodat het apparaat na gebruik sneller afkoelt.
Condenswater
Bij het bereiden kan in de binnenruimte en op de deur van het apparaat condensvorming optreden. Condens is normaal en heeft geen invloed op de werking van het apparaat. Veeg na het bereiden het condens af.
4.3 Accessoires
Gebruik alleen originele accessoires. Deze zijn op het apparaat afgestemd.
Opmerking: De accessoires kunnen door hitte vervormen. De vervorming heeft geen invloed op de werking. De vervorming verdwijnt weer nadat de accessoires zijn afgekoeld.
De meegeleverde accessoires kunnen variëren afhankelijk van het type apparaat.
| Accessoires | Gebruik |
|---|---|
| Rooster | Bakvormen Ovenschalen Vormen Vlees, bijv. braad- of grillstukken Diepvriesgerechten |
| Braadslede | Vochtig gebak Koekjes Brood Grote braadstukken Diepvriesgerechten Afdruipende vloeistof opvangen, bijv vet bij het grillen op het rooster. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 8)
Vergrendelingsfunctie
De vergrendelingsfunctie voorkomt dat de accessoires kantelen wanneer ze worden uitgetrokken.
U kunt het accessoire tot ongeveer de helft uittrekken, tot deze vastklikt. De kantelbeveiliging functioneert alleen wanneer u het accessoire op de juiste manier in de binnenruimte schuift.
Accessoire in de binnenruimte schuiven
Het toebehoren altijd op de juiste manier in de binnenruimte schuiven. Alleen zo kan het accessoire zonder te kantelen tot ongeveer de helft worden uitgetrokken.
- 1. Het accessoire zo draaien, dat de pal zich aan de achterkant bevindt en naar beneden wijst.
- 2. De accessoire altijd tussen de beide geleidestangen van een inschuifhoogte plaatsen.
Rooster
Het rooster met de open kant naar de apparaatdeur en de welving naar beneden in de oven schuiven.
Plaat De plaat met de afschuining gericht bijv. braad- naar de ovendeur in de oven schuislede of ven.
bakplaat
- 3. Het toebehoren er volledig inschuiven, zodat het de apparaatdeur niet raakt.
Opmerking: Haal de accessoires die u niet nodig hebt bij het gebruik uit de binnenruimte.
Pagina 9
Voor het eerste gebruik nl
Accessoires combineren
Om afdruipende vloeistof op te vangen, kunt u het rooster in combinatie met de braadslede gebruiken.
- 1. Plaats het rooster zo op de braadslede dat de beide afstandshouders achter op de rand van de braadslede liggen.
- 2. De braadslede tussen de beide geleidestangen van een inschuifhoogte schuiven. Het rooster ligt daarbij boven de bovenste geleidingsstang.
Rooster op braadslede
Meer accessoires
Meer accessoires kunt u kopen bij de servicedienst, in speciaalzaken of op het internet.
U vindt een uitgebreid aanbod voor uw apparaat in onze folders of op internet:
www.bosch-home.com
Voor de verschillende apparaten zijn specifieke accessoires beschikbaar. Geef bij de aankoop altijd de precieze aanduiding (E-nr.) van uw apparaat op.
Welke accessoires beschikbaar zijn voor uw apparaat, kunt u zien in de online-shop of navragen bij de klantenservice.
5 Voor het eerste gebruik
Stel de opties voor het eerste gebruik in. Reinig het apparaat en de accessoires.
5.1 Eerste gebruik
Stel de opties voor het eerste gebruik in.
5.2 Het apparaat reinigen voordat u het voor het eerst gebruikt
Voordat u voor het eerst gerechten klaarmaakt met het apparaat dient u de binnenruimte en de accessoires te reinigen.
- 1. De accessoires en de verpakkingsresten zoals piepschuimbolletjes uit de binnenruimte verwijderen.
- 2. Vóór het verwarmen de gladde oppervlakken in de binnenruimte af met een zachte, vochtige doek afvegen.
- 3. Zolang het apparaat opwarmt, de ruimte ventileren.
- 4. De verwarmingsmethode en de temperatuur instellen. "De Bediening in essentie", Pagina 9
| Verwarmingsmethode | 3D‑hetelucht |
|---|---|
| Temperatuur | Maximum |
| Tijdsduur | 1 uur |
| Het apparaat na len. | de aangegeven tijdsduur uitschake- |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 9)
5.
- 6. Wachten tot de binnenruimte is afgekoeld.
- 7. De gladde oppervlakken met zeepsop en een schoonmaakdoekje reinigen.
- 8. De accessoires met zeepsop en een schoonmaakdoekje of een zachte borstel reinigen.
6 De Bediening in essentie
6.1 Inschakelen van het apparaat
- De functiekeuzeknop op een stand buiten de nulstand draaien.
Het apparaat is ingeschakeld.
6.2 Apparaat uitschakelen
- De functiekeuzeknop op de nulstand draaien. Het apparaat is uitgeschakeld.
6.3 Verwarmingsmethoden en temperatuur
- 1. Met de functiekeuzeknop de verwarmingsmethode instellen.
- 2. Met de temperatuurkeuzeknop de temperatuur of grillstand instellen.
Na enkele seconden begint het apparaat op te warmen.
- 3. Schakel het apparaat uit wanneer het gerecht klaar is.
Tips
De meest geschikte verwarmingsmethode voor uw gerechten vindt u in de beschrijving van de verwarmingsmethoden.
U kunt op het apparaat ook de tijdsduur en het einde van de werking instellen.
"Tijdfuncties", Pagina 10
Verwarmingsmethode wijzigen
U kunt de verwarmingsmethode altijd wijzigen.
- Met de functiekeuzeknop de gewenste verwarmingsmethode instellen.
Temperatuur wijzigen
U kunt de temperatuur altijd wijzigen.
- Met de temperatuurkeuzeknop de gewenste temperatuur instellen.
Pagina 10
nl Snel voorverwarmen
7 Snel voorverwarmen
Om tijd te sparen, kunt u met de functie snel voorverwarmen de opwarmingsduur verkorten.
Gebruik snel voorverwarmen alleen bij ingestelde temperaturen van boven de 100 °C.
Na het snel voorverwarmen het best volgende verwarmingsmethoden gebruiken:
3D‑hetelucht
Boven- en onderwarmte
7.1 Snelvoorverwarming instellen
Om een gelijkmatig bereidingsresultaat te krijgen, de gerechten pas na het snel voorverwarmen in de binnenruimte plaatsen.
- 1. Snel voorverwarmen met de functiekeuzeknop instellen.
- 2. De gewenste temperatuur met de temperatuurknop instellen.
Na enkele seconden start het snel voorverwarmen. Als het snel voorverwarmen eindigt, klinkt een signaal en dooft de indicatie voor voorverwarmen.
- 3. Een geschikte verwarmingsmethode met de functiekeuzeknop instellen.
- 4. Het gerecht in de binnenruimte plaatsen.
8 Tijdfuncties
Uw apparaat beschikt over verschillende tijdfuncties waarmee u de werking kunt sturen.
8.1 Overzicht van de tijdfuncties
Met de toets de verschillend tijdfuncties kiezen.
| Tijdfunctie | Gebruik |
|---|---|
| Timer | De timer kan onafhankelijk van de werking worden ingesteld. Hij beïnvloedt het apparaat niet. |
| Tijdsduur | Wanneer voor de werking een tijdsduur werd ingesteld, dan houdt het apparaat na het verstrijken van de tijdsduur automatisch op met verwarmen. |
| Einde | Voor de tijdsduur kan men een tijd instellen, waarop de werking eindigt. Het apparaat start automatisch zodat de werking op het gewenste tijdstip eindigt. |
| Tijd | Tijd instellen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 10)
8.2 Timer instellen
De timer loopt onafhankelijk van de werking. De timer kan bij in- of uitgeschakeld apparaat worden ingesteld tot maximaal 23 uur en 59 minuten worden ingesteld. De timer heeft een eigen signaal zodat men kan horen of de timer of een tijdsduur is verstreken.
Opmerking: De time en een tijdsduur kunnen niet tegelijk lopen. Wanneer er al een tijdsduur is ingesteld, dan kan de timer niet worden ingesteld.
- 1. zo vaak indrukken tot op het display is gemarkeerd.
- 2. Stel de timertijd in met de knop of .
Knop
Aanbevolen waarde
5 minuten
Knop
Aanbevolen waarde
10 minuten
Tot 10 minuten kan de timertijd worden ingesteld in stappen van 30 seconden. Daarna worden de tijdstappen groter, naarmate de waarde hoger is. Na enkele seconden start de timer en loopt de timertijd af.
Wanneer de timertijd is verstreken, klinkt een signaal en op het display staat de timertijd op nul.
- 3. Na het verstrijken van de timertijd:
- Druk op een willekeurige toets om de timer uit te schakelen.
Timer wijzigen
De timertijd kan te allen tijde worden gewijzigd.
Vereiste: Op het display is gemarkeerd.
- De timertijd met de toets of wijzigen.
Na enkele seconden wordt de wijziging door het apparaat overgenomen.
Timer afbreken
De timertijd kan te allen tijden worden afgebroken.
Vereiste: Op het display is gemarkeerd.
- De timertijd met de toets weer op nul zetten. Na enkele seconden wordt de wijziging door het apparaat overgenomen en gaat uit.
8.3 Tijdsduur instellen
De tijdsduur voor de werking kan tot maximaal 23 uur en 59 minuten worden ingesteld.
Vereiste: Een verwarmingsmethode en een temperatuur of stand zijn ingesteld.
- 1. zo vaak indrukken tot op het display is gemarkeerd.
- 2. Met de toets of de tijdsduur instellen.
Extra programma
Aanbevolen waarde
10 minuten
Pagina 11
Kinderslot nl
Extra programma
Aanbevolen waarde
30 minuten
De tijdsduur kan tot een uur worden ingesteld in stappen van een minuut, daarna in stappen van 5 minuten.
Na enkele seconden begint het apparaat op te warmen en de duur verstrijkt.
Als de tijdsduur verstreken is, klinkt een signaal en op het display staat de tijdsduur op nul.
- 3. Wanneer de tijdsduur afgelopen is:
- Druk op een willekeurige knop om het signaal voortijdig te beëindigen.
- Om opnieuw een tijdsduur in te stellen, op de knop drukken.
- Schakel het apparaat uit wanneer het gerecht klaar is.
Tijdsduur wijzigen
De tijdsduur kan te allen tijde worden gewijzigd.
Vereiste: Op het display is gemarkeerd.
- De tijdsduur met de knop of wijzigen.
Na enkele seconden wordt de wijziging door het apparaat overgenomen.
Tijdsduur afbreken
De tijdsduur kan te allen tijde worden afgebroken.
Vereiste: Op het display is gemarkeerd.
- De tijdsduur met de knop weer op nul zetten. Na enkele seconden neemt het apparaat de wijziging over en wordt zonder tijdsduur verder opgewarmd.
8.4 Einde instellen
Het tijdstip waarop de tijdsduur afloopt, kan tot 23 uur en 59 minuten worden verschoven.
Opmerkingen
Bij verwarmingsmethoden met grillfunctie kan het einde niet worden ingesteld.
Om een goed bereidingsresultaat te verkrijgen, het einde niet meer verschuiven als de werking eenmaal is gestart.
Om te voorkomen dat levensmiddelen bederven, dient u ze niet te lang in de binnenruimte te laten staan.
Vereisten
Een verwarmingsmethode en een temperatuur of stand zijn ingesteld.
Er is een tijdsduur ingesteld.
- 1. zo vaak indrukken tot op het display is gemarkeerd.
- 2. Druk op knop of .
Op het display wordt het berekende einde weergegeven.
- 3. Het einde met de knop of verschuiven.
Na enkele seconden neemt het apparaat de instelling over en het display toont het ingestelde einde. Als de berekende starttijd is bereikt, begint het apparaat op te warmen en de tijdsduur verstrijkt.
Als de tijdsduur verstreken is, klinkt een signaal en op het display staat de tijdsduur op nul.
- 4. Wanneer de tijdsduur afgelopen is:
- Druk op een willekeurige knop om het signaal voortijdig te beëindigen.
- Om opnieuw een tijdsduur in te stellen, op de knop drukken.
- Schakel het apparaat uit wanneer het gerecht klaar is.
Eindtijd veranderen
Om een goed bereidingsresultaat te verkrijgen, kan het ingestelde einde alleen worden gewijzigd als de werking start en de tijdsduur verstrijkt.
Vereiste: Op het display is gemarkeerd.
- Het einde met de knop of verschuiven.
Na enkele seconden wordt de wijziging door het apparaat overgenomen.
Einde afbreken
Het ingestelde einde kan te allen tijde worden gewist.
Vereiste: Op het display is gemarkeerd.
- Het einde met de knop naar de actuele tijd plus ingestelde tijdsduur terugzetten.
Na enkele seconden neemt het apparaat de wijziging over en begint het apparaat op te warmen. De tijdsduur loopt af.
8.5 Tijd instellen
Na het aansluiten van het apparaat of na een stroomonderbreking knippert de tijd op het display. De tijd start bij "12:00" uur. De actuele tijd instellen.
te
Vereiste: De functiekeuzeknop dient in de nulstand staan.
- 1. Stel de tijd in met of .
- 2. Druk op .
Het display toont de ingestelde tijd.
9 Kinderslot
Het apparaat beveiligen, zodat kinderen het niet per ongeluk inschakelen of instellingen wijzigen.
Opmerking: Na een stroomonderbreking is het kinderslot niet meer actief.
9.1 Kinderslot activeren en deactiveren
Vereiste: De functiekeuzeknop dient in de nulstand te staan.
- Om het kinderslot te activeren, de toets ingedrukt houden tot op het display verschijnt.
- Om het kinderslot te deactiveren, de toets ingedrukt houden tot op het display dooft.
Pagina 12
nl Reiniging en onderhoud
10 Reiniging en onderhoud
10.1 Reinigingsmiddelen
Gebruik geen ongeschikte reinigingsmiddelen, zodat de verschillende oppervlakken van het apparaat niet beschadigd raken.
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Binnendringend vocht kan een elektrische schok veroorzaken.
- Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken om het apparaat te reinigen.
LET OP
Ongeschikte reinigingsmiddelen beschadigen de oppervlakken van het apparaat.
- Gebruik geen agressieve of schurende reinigingsmiddelen.
- Gebruik geen sterk alcoholhoudende reinigingsmiddelen.
- Gebruik geen harde schuursponsjes of afwassponsjes.
- Gebruik geen speciale reinigingsmiddelen wanneer het apparaat nog warm is.
Gebruik van ovenreiniger in de warme binnenruimte leidt tot beschadiging van het email.
- Gebruik geen ovenreiniger in de warme binnenruimte.
- Vóór het opnieuw opwarmen de resten uit de binnenruimte en van de apparaatdeur volledig verwijderen. Nieuwe vaatdoekjes bevatten resten van de productie.
- Nieuwe vaatdoekjes voor het gebruik grondig uitwassen.
Geschikte schoonmaakmiddelen
Gebruik alleen geschikte reinigingsmiddelen voor de verschillende oppervlakken van uw apparaat. Houd de handleiding aan voor het reinigen van het apparaat.
"Reiniging van het apparaat", Pagina 13
Apparaat
| Oppervlak Geschikte schoonmaakmiddelen | Aanwijzingen |
|---|---|
| RVS Warm zeepsop Speciale RVS-verzorgingsmiddelen voor warme oppervlakken | Om corrosie te voorkomen kalk-, vet-, zetmeel- en eiwitvlekken op roestvaststalen oppervlakken onmiddellijk verwijderen. Verzorgingsmiddel voor roestvaststaal dun aanbrengen. |
| Email, kunststof, Warm zeepsop gelakte of van zeefdruk voorziene oppervlakken bijv. bedieningspaneel | Gebruik geen glasreiniger of schraper voor vitrokeramische kookplaat. |
| Knoppen Warm zeepsop | Met een schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek nadrogen. Niet afnemen en niet schuren. |
| Apparaatbedekking | |
| Gebied Geschikte schoonmaakmiddelen | Aanwijzingen |
| Ruiten van de Warm zeepsop deur | Gebruik geen schraper of rvs-schuursponsje. Tip: Voor een grondige reiniging de deurruiten demonteren. "Apparaatdeur", Pagina 15 |
| Deurafscherming Van roestvaststaal: RVS-reiniger: Van kunststof: Warm zeepsop | Gebruik geen glasreiniger of schraper voor vitrokeramische kookplaat. Tip: Verwijder voor een grondigere reiniging de afdekplaat van het deksel. "Apparaatdeur", Pagina 15 |
| Deurgreep Warm zeepsop | Om hardnekkige verontreinigingen te vermijden, het ontkalkingsmiddel direct van de deurgreep verwijderen. |
| Deurafdichting Warm zeepsop | Niet afnemen en niet schuren. |
Pagina 13
Reiniging en onderhoud nl
Kookplaat
| Gebied | Geschikte schoonmaakmiddelen | Aanwijzingen |
|---|---|---|
| Geëmailleerde oppervlakken | Warm zeepsop Azijnwater Ovenreiniger | Bij sterke verontreiniging inweken en een borstel of RVS-spiraalspons gebruiken. Om ervoor te zorgen dat de kookplaat nat het reinigen kan drogen, de apparaatbedekking open laten. Opmerkingen Email wordt bij zeer hoge temperaturen ingebrand, waardoor er kleine kleurverschillen ontstaan. De werking van het apparaat wordt daardoor niet beïnvloed. De smalle randen van de bakplaten kunnen niet volledig worden geëmailleerd en kunnen ruw zijn. De bescherming tegen corrosie blijft hierbij intact. Door resten van voedingsmiddelen ontstaat er een witte afzetting op de emaille oppervlakken. Deze aanslag is niet schadelijk voor de gezondheid. De werking van het apparaat wordt daardoor niet beïnvloed. U kunt de aanslag met citroenzuur verwijderen. |
| Zelfreinigende oppervlakken | - | Handleiding voor de zelfreinigende oppervlakken aanhouden. "Zelfreinigende oppervlakken in de binnenruimte schoonmaken", Pagina 13 |
| Glazen kapje op de ovenlamp | Warm zeepsop | Gebruik bij sterke verontreiniging ovenreiniger. |
| Rekjes | Warm zeepsop | Bij sterke verontreiniging inweken en een borstel of RVS-spiraalspons. Tip: Voor het reinigen de rekjes verwijderen. "Rekjes", Pagina 14 |
| Toebehoren | Warm zeepsop Ovenreiniger | Bij sterke verontreiniging inweken en een borstel of RVS-spiraalspons gebruiken. Geëmailleerde accessoires kunnen in de vaatwasser worden gedaan. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 13)
10.2 Reiniging van het apparaat
Reinig, om beschadiging van het apparaat te voorkomen, het apparaat uitsluitend zoals aangegeven en met geschikte reinigingsmiddelen.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik worden het apparaat en haar onderdelen die men kan aanraken heet.
- Wees voorzichtig om het aanraken van verwarmingselementen te voorkomen.
- Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit de buurt worden gehouden.
WAARSCHUWING ‒ Brandgevaar!
Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen in brand vliegen.
- Voor gebruik dient u de binnenruimte, de verwarmingselementen en de accessoires vrij te maken van grove verontreiniging.
Vereiste: Houd de aanwijzingen voor het gebruik van de reinigingsmiddelen aan.
"Reinigingsmiddelen", Pagina 12
- 1. Reinig het apparaat met warm zeepsop en een schoonmaakdoekje.
- Voor sommige oppervlakken kunt u alternatieve reinigingsmiddelen gebruiken.
"Geschikte schoonmaakmiddelen", Pagina 12
- 2. Drogen met een zachte doek.
10.3 Bedieningselementen reinigen
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Binnendringend vocht kan tot elektrische schokken leiden.
- De bedieningsknop er niet aftrekken voor het schoonmaken.
- Gebruik geen natte vaatdoekjes.
- 1. De informatie over de reinigingsmiddelen in acht nemen.
- 2. Met een vochtig vaatdoekje en heet zeepsop reinigen.
- 3. Met een zachte doek nadrogen.
10.4 Zelfreinigende oppervlakken in de binnenruimte schoonmaken
De achterwand in de binnenruimte is zelfreinigend. De zelfreinigende oppervlakken zijn voorzien van een laagje poreus, mat keramiek en hebben een ruw oppervlak. Wanneer het apparaat in gebruik is, nemen de zelfreinigende oppervlakken vetspetters van het bakken, braden of grillen op en breken ze af. Wanneer de zelfreinigende oppervlakken zich tijdens het gebruik niet meer voldoende reinigen, warm de binnenruimte dan gericht op.
LET OP
Als de zelfreinigende oppervlakken niet regelmatig worden gereinigd, kan dit leiden tot schade aan de oppervlakken.
- Als op de zelfreinigende oppervlakken donkere vlekken zichtbaar zijn, de ovenruimte opwarmen.
13
Pagina 14
nl Rekjes
- Geen ovenreiniger of schurende reinigingsmiddelen gebruiken. Wanneer er per ongeluk ovenreiniger op de zelfreinigende oppervlakken terechtkomt, direct afdeppen met water en een vaatdoekje. Niet wrijven.
- 1. Haal de accessoires en vormen uit de binnenruimte.
- 2. De rekjes losmaken en uit de binnenruimte nemen. "Rekjes", Pagina 14
- 3. Grove verontreinigingen met een heet sopje en een zachte doek reinigen:
- van de gladde emaille oppervlakken
- van de binnenkant van de apparaatafdekking
- van de glazen afscherming van de ovenlamp Zo voorkomt u hardnekkige vlekken.
- 4. Voorwerpen uit de binnenruimte verwijderen. De binnenruimte moet leeg zijn.
- 5. 3D-heteluchtfunctie met de functiekeuzeknop instellen.
- 6. Stel de maximale temperatuur in met de temperatuurknop.
Na enkele seconden begint het apparaat op te warmen.
- 7. Het apparaat na 1 uur uitschakelen.
- 8. Wanneer het apparaat afdoende is afgekoeld, de binnenruimte met een vochtige doek afnemen.
Opmerking: Op de zelfreinigende oppervlakken kunnen er roodachtige vlekken ontstaan. Dat is geen roest, maar het zijn resten van gerechten die zout bevatten. Voedingsbestanddelen zoals suiker en eiwit worden door de oppervlaktecoating niet afgebroken en kunnen aan het oppervlak vastplakken. Deze vlekken zijn niet schadelijk voor de gezondheid en hebben geen invloed op het reinigende vermogen van de zelfreinigende oppervlakken.
- 9. De rekjes inhangen.
"Rekjes", Pagina 14
10.5 Roestvrijstalen oppervlakken reinigen
- 1. De informatie over de reinigingsmiddelen in acht nemen.
- 2. Met een vaatdoekje en warm zeepsop in slijprichting reinigen.
- 3. Met een zachte doek nadrogen.
- 4. Het schoonmaakmiddel voor roestvrij staal heel dun opbrengen met een zachte doek.
Tip: Het schoonmaakmiddel voor roestvrij staal is verkrijgbaar bij de klantenservice of in de online-shop.
11 Rekjes
Om de rekjes en de binnenruimte grondig te reinigen kunnen deze worden verwijderd.
11.1 Rekjes verwijderen
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
De rekjes kunnen zeer heet zijn.
- Raak de rekjes nooit aan wanneer ze heet zijn.
- Laat het apparaat afkoelen.
- Houd kinderen op een veilige afstand.
- 1. Het rekje aan de voorkant naar boven tillen en losmaken.
- 2. Daarna het hele rekje naar voren drukken en verwijderen.
11.2 Rekjes inhangen
- 1. Het rekje eerst in de achterste bus steken, iets naar achteren drukken
Pagina 15
Apparaatdeur nl
- 2. en in de voorste bus steken. De rekjes passen links en rechts. De inschuifhoogten 1 en 2 bevinden zich onder, de inschuifhoogten 3, 4 en 5 boven.
12 Apparaatdeur
Normaal gesproken is het voldoende wanneer u de buitenkant van de apparaatdeur reinigt. Wanneer de apparaatdeur van buiten en van binnen sterk is verontreinigd, dan kun u de apparaatdeur verwijderen en reinigen.
12.1 Deurscharnieren
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Wanneer de scharnieren niet geborgd zijn, kunnen ze met grote kracht dichtklappen.
- Zorg ervoor dat wanneer u de apparaatdeur opent dat de blokkeerhendels volledig gesloten of volledig geopend zijn.
- 1. De scharnieren van de ovendeur zijn alle voorzien van een blokkeerhendel. Wanneer de blokkeerhendels zijn dichtgeklapt dan is de ovendeur beveiligd.
Deze kan dan niet worden verwijderd.
- 2. Wanneer de blokkeerhendels voor het verwijderen van de ovendeur opengeklapt zijn dan zijn de scharnieren beveiligd.
De scharnieren kunnen niet dichtklappen.
12.2 Apparaatdeur verwijderen
- 1. De ovendeur volledig openen.
- 2. De blokkeerhendel op het linker en rechter scharnier opklappen.
Pagina 16
nl Apparaatdeur
- 3. De ovendeur tot de aanslag sluiten. Met beide handen links en rechts vastpakken. Nog wat verder sluiten en eruit trekken.
12.3 Deurruiten verwijderen
Voor een betere reiniging kunt u de ruiten van de ovendeur demonteren.
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Wanneer er krassen op het glas van de apparaatdeur zitten, kan dit barsten.
- Gebruik geen scherp of schurend reinigingsmiddel of scherpe metalen schraper voor het reinigen van het glas van de ovendeur omdat dit het oppervlak kan beschadigen.
De componenten in de apparaatdeur kunnen scherpe randen hebben.
- Gebruik handschoenen.
- 1. De ovendeur verwijderen.
"Apparaatdeur verwijderen", Pagina 15
- 2. Met de greep naar onderen op een doek leggen.
- 3. Voor het demonteren van de bovenste afdekking de ovendeur links en rechts met de vingers het lipje indrukken. De afdekking er uit trekken en verwijderen.
- 4. Bovenste ruit optillen en er uit trekken.
- 5. De ruit optillen en er uit trekken.
12.4 Deurruiten inbouwen
Let er bij het inbouwen op dat linksonder de tekst "right above" niet ondersteboven staat.
- 1. De ruit schuin naar achteren inschuiven.
Pagina 17
Storingen verhelpen nl
- 2. De bovenste ruit vasthouden aan de beide grepen en schuin naar achteren inschuiven.
De ruit in de beide openingen aan de onderkant invoeren. Het gladde vlak van de ruit moet zich aan de buitenkant bevinden.
- 3. De afscherming op de bovenkant van de ovendeur plaatsen en aandrukken.
De lipjes moeten aan beide kanten goed vastzitten.
- 4. Ovendeur inhangen.
"Apparaatdeur inhangen", Pagina 17
Opmerking: De oven pas gebruiken als de ruiten correct zijn ingebouwd.
- 2. De keep op het scharnier moet aan beide zijden inklikken.
- 3. Beide blokkeerhendels weer dichtklappen.
12.5 Apparaatdeur inhangen
De ovendeur in de omgekeerde volgorde weer inbrengen.
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
De ovendeur kan er onbedoeld uitvallen of een scharnier kan plotseling dichtklappen.
- In dit geval niet aan het scharnier vasthouden. Neem contact op met de klantenservice.
- 1. Let er bij het inhangen van de ovendeur op dat beide scharnieren in de openingsrichting worden ingevoerd.
- 4. Apparaatdeur sluiten.
12.6 Extra veiligheidsmaatregelen voor de ovendeur
Om contact met de ovendeuren te voorkomen zijn extra veiligheidsinrichtingen beschikbaar. Deze dienen te worden aangebracht wanneer er kinderen in de buurt van de oven kunnen komen. U kunt deze speciale accessoires 11023590 via de servicedienst verkrijgen.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Bij langere baktijden kan de ovendeur erg heet worden.
- Houd kinderen in het oog wanneer de oven in gebruik is.
13 Storingen verhelpen
Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de klantenservice de informatie over het verhelpen van storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten.
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
- Alleen geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
- Bel de servicedienst als het apparaat defect is.
"Servicedienst", Pagina 19
17
Pagina 18
nl Storingen verhelpen
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
- Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
- Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.
- Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, moet het ter vermijding van risico's worden vervangen door de fabrikant, de servicedienst of een andere gekwalificeerde persoon.
13.1 Functiestoringen
| Storing | Oorzaak en probleemoplossing |
|---|---|
| Apparaat werkt niet. | Netstekker van de stroomkabel is niet ingestoken. ▸ Apparaat aansluiten op het elektriciteitsnet. |
| De zekering in de zekeringenkast is in werking getreden. ▸ Controleer de zekering in de meterkast. | |
| Stroomvoorziening is uitgevallen. ▸ Controleer of de verlichting van de binnenruimte of andere apparaten functioneren. | |
| Het apparaat schakelt na het verstrijken van een tijdsduur niet volledig uit. | Na het verstrijken van een tijdsduur houdt het apparaat op met verwarmen. Ovenlamp en koelventilator schakelen niet uit. Bij verwarmingsmethoden met circulatielucht blijft de ventilator in de achterwand van het apparaat draaien. ▸ De functiekeuzeknop op de nulstand draaien. Het apparaat is uitgeschakeld. Ovenlamp en ventilator in de achterwand zijn uitgeschakeld. De koelventilator schakelt automatisch uit, zodra het apparaat is afgekoeld. |
| Op het display knippert de tijd. | Stroomvoorziening is uitgevallen. ▸ Tijd opnieuw instellen. "Tijd instelen", Pagina 11 |
| Op het display brandt en het apparaat kan niet worden ingesteld. | Kinderbeveiliging is geactiveerd. ▸ Het kinderslot met deactiveren. "Kinderslot", Pagina 11 |
| Op het display verschijnt een melding met , bijv. - . | Storing in de elektronica 1. indrukken. ▸ Stel eventueel de tijd opnieuw in. Als de storing eenmalig was, verdwijnt de foutmelding. 2. Neem contact op met de klantenservice wanneer de foutmelding weer verschijnt. Vermeld de exacte foutmelding en het E-Nr. van uw apparaat volledig. "Servicedienst", Pagina 19 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 18)
13.2 Ovenlamp vervangen
Wanneer de verlichting in de oven is uitgevallen, vervang dan de ovenlamp.
Opmerking: Hittebestendige 230V-halogeenlampen, 40 - 43 watt, kunt u verkrijgen bij de servicedienst of in speciaalzaken. Gebruik alleen deze lampen. Pak nieuwe halogeenlampen alleen met een schone, droge doek vast. Hierdoor wordt de levensduur van de lamp verlengd.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik worden het apparaat en haar onderdelen die men kan aanraken heet.
- Wees voorzichtig om het aanraken van verwarmingselementen te voorkomen.
- Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit de buurt worden gehouden.
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Bij vervanging van de lamp staan de contacten van de lampfitting onder spanning.
- Zorg er vóór het vervangen van de lamp voor dat het apparaat is uitgeschakeld, om een mogelijke elektrische schok te voorkomen.
- Tevens de stekker uit het stopcontact halen of de zekering in de meterkast uitschakelen.
Vereisten
Het apparaat is losgekoppeld van het stroomnet. De binnenruimte is afgekoeld.
Een nieuwe halogeenlamp ter vervanging is beschikbaar.
- 1. Om schade te vermijden een theedoek in de binnenruimte leggen.
- 2. De glazen afscherming naar links draaien.
Pagina 19
Transporteren en afvoeren nl
- 3. Trek de halogeenlamp zonder te draaien er uit.
- 4. De nieuwe halogeenlamp plaatsen en stevig in de fitting drukken.
Let op de stand van de pinnen van de halogeenlamp.
- 5. Afhankelijk van het type apparaat is het glazen kapje voorzien van een afdichtring. De afdichtring plaatsen.
- 6. Het glazen kapje erin schroeven.
- 7. De theedoek uit de binnenruimte verwijderen.
- 8. Het apparaat op het stroomnet aansluiten.
14 Transporteren en afvoeren
Hier krijgt u uitleg over de manier waarop u het apparaat voorbereidt voor transport. Daarnaast leggen we u uit hoe u oude apparaten dient af te voeren.
14.1 Afvoeren van uw oude apparaat
Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen opnieuw worden gebruikt.
- 1. De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken.
- 2. Het netsnoer doorknippen.
- 3. Voer het apparaat milieuvriendelijk af.
Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor kunt u informatie verkrijgen over de actuele afvoermethoden.
Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE).
De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.
14.2 Transporteren van het apparaat
Bewaar de originele verpakking van het apparaat. Transporteer het apparaat alleen in de originele verpakking. Let op de transportpijlen op de verpakking.
- 1. Bevestig alle beweegbare onderdelen in en op het apparaat met plakband, dat zonder sporen verwijderd kan worden.
- 2. Schuif alle toebehoren zoals de bakplaat met een dunne strook karton aan beide zijden in de vakken om beschadiging van het apparaat te voorkomen.
- 3. Leg karton of iets dergelijks tussen de voorzijde van de bakplaat en de achterzijde van de deur om te voorkomen dat de bakplaat tegen de binnenzijde van de glazen deur stoot.
- 4. Bevestig de deur en, indien aanwezig, de bovenste afdekking met plakband aan de zijden van het apparaat.
Wanneer de originele verpakking niet meer beschikbaar is
- 1. Om voldoende bescherming tegen eventuele transportschade te waarborgen, het apparaat in beschermende verpakking verpakken.
- 2. Het apparaat rechtop transporteren.
- 3. Houd het apparaat niet aan de deurgreep of aan aansluitingen op de achterzijde vast, omdat deze dan beschadigd kunnen raken.
- 4. Leg geen zware voorwerpen op het apparaat.
15 Servicedienst
Originele vervangende onderdelen die relevant zijn voor de werking in overeenstemming met de desbetreffende Ecodesign-verordening kunt u voor de duur van ten minste 10 jaar vanaf het moment van in de handel brengen van het apparaat binnen de Europese Economische Ruimte bij onze servicedienst verkrijgen.
Daarnaast kunt u bij onze klantenservice andere functierelevante en op voorraad liggende originele reserveonderdelen verkrijgen tot 15 jaar na het op de markt brengen van uw apparaat.
Voor meer informatie kunt u met onze klantenservice contact opnemen.
Opmerking: Het inschakelen van de servicedienst in het kader van de fabrieksgarantievoorwaarden is gratis.
Gedetailleerde informatie over de garantieduur en de garantievoorwaarden in uw land ontvangt u via de QRcode op het meegeleverde document over de servicecontacten en garantievoorwaarden, bij onze klantenservice, uw dealer of op onze website.
De contactgegevens van de klantenservice vindt u via de QR-code op het meegeleverde document over de servicecontacten en garantievoorwaarden of op onze website.
Dit product bevat lichtbronnen van energieklasse G.