Bosch HCE748123, tekst van de handleiding
Pagina's 14–24 van 32 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← pagina's 3–13verder op pagina 25 →
Pagina 14
| Doorkookstand | Doorkookduur in minuten | |
|---|---|---|
| Koken, stomen, stoven | ||
| Rijst (met dubbele hoeveelheid water) Rijstepap Aardappels in de schil Gekookte aardappels Deegwaren, pasta Eenpansgerecht, soepen Groente Groente, diepvries Garen in de snelkookpan | 2-3 2-3 4-5 4-5 6-7* 3.-4. 2.-3. 3.-4. 4.-5. | 15-30 25-35 25-30 15-25 6-10 15-60 10-20 7-20 - |
| Sudderen | ||
| Rollades Stoofvlees Goulash | 4-5 4-5 3.-4. | 50-60 60-100 50-60 |
| Braden** | ||
| Schitzel, on/gepaneerd Schnitzel, diepvries Kotelet, on/gepaneerd Steak (3 cm dik) Borst van gevogelte (2 cm dik) Borst van gevogelte, diepvries Vis en visfilet, ongepaneerd Vis en visfilet, gepaneerd Vis en visfilet, gepaneerd en diepvries, bijv. vissticks Scampis en garnalen Pangerechten, diepvries Pannenkoeken Omelet Spiegelei | 6-7 6-7 6-7 7-8 5-6 5-6 5-6 6-7 6-7 7-8 6-7 6-7 3.-4. 5-6 | 6-10 8-12 8-12 8-12 10-20 10-30 8-20 8-20 8-12 4-10 6-10 ononderbroken ononderbroken 3-6 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 14)
Frituren Frituren (150-200g per portie ononderbroken in 1-2 liter olie frituren**)
Diepvriesproducten, bijv. frites, chicken nuggets 8-9
Kroketten 7-8 het ene portie na het Gehaktballetjes: 7-8 andere frituren Vlees, bijv. kipstukken 6-7
Vis, gepaneerd of in bierdeeg 6-7
Groente, paddestoelen, gepaneerd of in bierdeeg 6-7
Klein gebak, bijv. beignets, Berliner bollen, fruit in bierdeeg 4-5
* Doorkoken zonder deksel
** Zonder deksel
Functie Powerboost
Met de functie Powerboost kan het voedsel sneller worden verwarmd dan wanneer de vermogensstand wordt gebruikt.
Alle kookzones zijn voorzien van deze functie.
Inschakelen
De kookplaat moet ingeschakeld zijn, maar er moet een kookzone in gebruik zijn.
- 1. Kies de gewenste kookzone.
- 2. Kies de vermogensstand .
- 3. Vervolgens drukt u op het symbool .
Op het display is het symbool verlicht. De Powerboostfunctie is ingeschakeld.
Aanwijzing: Wordt er een kookzone ingeschakeld terwijl de Powerboost-functie geactiveerd is, dan knipperen en op het display van de kookzone. Vervolgens wordt de vermogensstand automatisch geregeld. De Powerboostfunctie wordt gedeactiveerd.
Uitschakelen
De kookzone kiezen en op het symbool drukken. De indicatie verdwijnt en de kookzone keert terug in vermogensstand . De Powerboost-functie is gedeactiveerd.
Aanwijzing: Onder bepaalde omstandigheden kan de Powerboost functie automatisch uitgeschakeld worden om de elektronische onderdelen aan de binnenzijde van de plaat te beschermen.
Timer
U kunt de timer op twee verschillende manieren gebruiken:
- Een kookzone moet automatisch uitschakelen.
- Als kookwekker.
Een kookzone moet automatisch uitschakelen
Voer een tijdsduur voor de gewenste kookzone in. De kookzone schakelt na afloop van de tijdsduur automatisch uit. U kunt een tijdsduur tot 99 minuten instellen.
- 1. De kookzone kiezen en de kookstand instellen.
- 2. Symbool 0 aanraken.
In de timer-indicatie verschijnt min. Boven de kookstandindicatie is verlicht voor de tijdsduur.
Pagina 15
- 3. Het symbool of bij de timer aanraken. De voorgestelde waarde wordt weergegeven. Het symbool = 30 m
Het symbool = 10 minuten
In het hoofdstuk Basisinstellingen kunt u nalezen hoe u de timer activeert.
U kunt de automatische timer voor een kookzone uitschakelen of de tijdsduur veranderen. Hiervoor het symbool 0 zo vaak aanraken tot boven de betreffende kookstandindicatie helder verlicht is. Met het symbool of de tijdsduur veranderen of naar min terugzetten.
Kookwekker
De wekker is onafhankelijk van alle andere instellingen op de kookplaat. Hij functioneert als een normale kookwekker. Als de ingestelde tijd verstreken is, klinkt er een signaal. U kunt een tijdsduur instellen tot 99 minuten.
- 4. Het symbool of weer aanraken tot de gewenste tijdsduur in de timer-indicatie verschijnt.
Na enkele seconden loopt de tijdsduur af.
Na afloop van de tijdsduur schakelt de kookzone uit. Er klinkt een signaal. In de timer-indicatie is min tien seconden verlicht. is helder verlicht. Symbool 0 aanraken. De indicaties en het geluidssignaal verdwijnen.
Tijdsduur corrigeren of wissen: het symbool 0 zo vaak aanraken tot boven de betreffende kookstandindicatie helder verlicht is. Met het symbool of de tijdsduur veranderen of op min zetten.
Tijdsduur voor een andere kookzone instellen:
Het symbool 0 zo vaak aanraken tot boven de betreffende kookstand-indicatie helder verlicht is. De tijdsduur instellen.
Tijdsduur voor meerdere kookzones laten weergeven: het symbool 0 zo vaak aanraken tot boven de gewenste kookstandindicatie helder verlicht is. De resterende tijd voor deze kookzone wordt weergegeven.
Automatische timer
Met deze functie kunt u vooraf een tijdsduur voor alle kookzones instellen. Na het inschakelen van een kookzone loopt de vooraf ingestelde kookzone af. Na afloop van de tijdsduur schakelt de kookzone automatisch uit.
- 1. Het symbool 0 zo vaak aanraken tot voor de wekker verlicht is.
In de timerindicatie verschijnt min.
- 2. Het symbool of aanraken.
De voorgestelde waarde wordt weergegeven. Het symbool : 10 minuten.
Het symbool : 05 minuten.
- 3. Met het symbool of de looptijd instellen.
Na afloop van de ingestelde tijd hoort u een signaal. In de timer-indicatie verschijnt min. is helder verlicht. Na 10 seconden verdwijnt de indicatie.
Looptijd corrigeren of wissen:
het symbool 0 zo vaak aanraken tot verlicht is.
Met het symbool of de tijd veranderen of op zetten.
Automatische uitschakeling
Is een kookzone lange tijd in gebruik en heeft u de instelling niet veranderd, dan wordt de automatische uitschakeling geactiveerd.
Het verwarmen van de kookzone wordt onderbroken. In de kookstandindicatie knipperen afwisselend en .
Het verwarmen blijft onderbroken tot u een willekeurig symbool aanraakt. De indicatie verdwijnt. U kunt opnieuw instellen.
Het tijdstip waarop de uitschakeling actief wordt, is afhankelijk van de ingestelde kookstand (1 tot 10 uur).
Basisinstellingen voor de kookplaat
Uw apparaat heeft verschillende basisinstellingen, die u altijd aan uw wensen kunt aanpassen.
Indicatie Functie Mogelijkheden
| Automatisch kinderslot Na het uitschakelen wordt de kookplaat altijd geblokkeerd. | = nee* = ja |
| Geluidssignaal Korte toon die bevestigt dat er een symbool is aangeraakt of een lange toon die aangeeft dat de kookplaat verkeerd is bediend. | = alle geluidssignalen uitgeschakeld = bevestigingssignaal uitgeschakeld, signaal verkeerde bediening ingeschakeld = alle geluidssignalen ingeschakeld* |
| Automatische timer Alle kookzones schakelen na een vooraf ingestelde tijds- - duur uit. | = uitgeschakeld* = tijdsduur waarna de kookzones worden uitgeschakeld |
| Tijdsduur van het timer-einde signaal Het signaal geeft aan dat de tijd verstreken is of een kookzone automatisch is uitgeschakeld. | = 10 seconden* = 30 seconden = 1 minuut |
| Power-Management-functie Begrenst het totale vermogen van de kookplaat. Er zijn .- 18 standen. Bij elke stand naar beneden neemt het vermogen van de kookplaat met 500 W af. | = 1000 W laagste stand = 1500-9000 W = 9500 W hoogste stand* |
| Terugzetten naar de basisinstellingen Zet alle wijzigingen direct terug naar de basisinstellingen | = nee* = ja |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 15)
* Basisinstelling
Pagina 16
Basisinstellingen wijzigen
De kookplaat dient uitgeschakeld te zijn.
In de tabel kunt u nalezen bij welke functies u de basisinstelling kunt veranderen.
- 1. De kookplaat met de hoofdschakelaar inschakelen.
- 2. In de volgende 10 seconden het symbool ca.
4 seconden lang aanraken. In de kookstandindicatie rechts van het symbool knipperen en afwisselend. In de timer-indicatie is de verlicht. Dit is de basisinstelling.
- 3. Het symbool zo vaak aanraken tot de indicatie voor de gewenste functie verschijnt, bijv. en .
In de timer-indicatie wordt hiervoor de basisinstelling weergegeven.
- 4. Met het symbool of rechts naast het symbool de basisinstelling veranderen.
De instelling verschijnt in de timer-indicatie.
- 5. Het symbool 4 seconden lang aanraken, tot de indicatie verdwijnt.
De verandering wordt opgeslagen.
Oven instellen
U heeft verschillende mogelijkheden om de oven in te stellen. Hier geven wij u uitleg over de manier waarop u de gewenste verwarmingsmethode en temperatuur of grillstand instelt. U kunt voor uw gerecht de tijdsduur en eindtijd instellen. Lees hierover het hoofdstuk Tijdfuncties instellen na.
Verwarmingsmethode en temperatuur
Het voorbeeld in de afbeelding: Boven- en onderwarmte bij 190 °C.
- 1. Met de functiekeuzeknop de verwarmingsmethode instellen.
- 2. Met de temperatuurkeuzeknop de temperatuur of de grillstand instellen.
De oven begint op te warmen.
Oven uitschakelen.
Functiekeuzeknop op de nulstand draaien.
Instellingen veranderen
U kunt de verwarmingsmethode en temperatuur of grillstand op elk moment met de daarvoor bestemde keuzeknop veranderen.
Snelvoorverwarming
Met de snelvoorverwarming bereikt de oven de ingestelde temperatuur bijzonder snel.
Gebruik de snelvoorverwarming bij een ingestelde temperatuur boven 100 °C. Geschikt zijn de verwarmingsmethoden:
- 3Dhetelucht
- Boven- en onderwarmte
- Pizzastand 6
Om een gelijkmatig resultaat te krijgen, doet u het gerecht pas in de binnenruimte wanneer het snel voorverwarmen beëindigd is.
- 1. Verwarmingsmethode en temperatuur instellen.
- 2. De toets indrukken.
Op het display is het symbool verlicht. De oven begint op te warmen.
Het snel voorverwarmen is beëindigd
Er klinkt een signaal. Het symbool op het display verdwijnt. Zet uw gerecht in de oven.
Snelvoorverwarming afbreken
De toets indrukken. Het symbool op het display verdwijnt.
Tijdfuncties instellen
Uw oven heeft verschillende tijdfuncties. Met de toets 0 vraagt u het menu op en gaat u van de ene naar de andere functie. Zolang u kunt instellen zijn alle symbolen verlicht. Aan de haakjes [ ] kunt u zien bij welke tijdfunctie u zich bevindt. Een al ingestelde tijdfunctie kunt u direct met de toets of veranderen, wanneer het tijdsymbool tussen haakjes staat.
Kookwekker
U kunt de wekker gebruiken als een kookwekker. Hij loopt onafhankelijk van de oven. De wekker heeft een eigen signaal. Zo hoort u of de wekker of een tijdsduur afgelopen is.
- 1. De toets 0 eenmaal indrukken.
Op het display zijn de tijdsymbolen verlicht, de haakjes staan om de .
- 2. Met de toets of de wekkertijd instellen. Voorgestelde waarde toets = 10 minuten. Voorgestelde waarde toets = 5 minuten.
Na enige seconden wordt de ingestelde tijd overgenomen. De wekker start. Op het display is het symbool [ ] verlicht en kunt u het verloop van de wekkertijd aflezen. De andere tijdsymbolen verdwijnen.
Pagina 17
De wekkertijd is afgelopen
Er klinkt een signaal. Op het display staat 00:00. Met de toets 0 de wekker uitschakelen.
Wekkertijd veranderen
Met de toets of de wekkertijd veranderen. Na enkele seconden wordt de verandering overgenomen.
Wekkertijd wissen
Met de toets de wekkertijd weer op 00:00 zetten. Na enkele seconden wordt de verandering overgenomen. De wekker is uitgeschakeld.
Tijdinstellingen opvragen
Wanneer er meerdere tijdfuncties zijn ingesteld, zijn de bijbehorende symbolen op het display verlicht. Het symbool van de tijdfunctie op de voorgrond staat tussen haakjes. Om Kookwekker , Tijdsduur , Eindtijd of Tijd 0 op te vragen, de toets 0 zo vaak indrukken tot de haakjes om het betreffende symbool staan. De waarde hiervoor verschijnt enkele seconden op het display.
Tijdsduur
U kunt de bereidingstijd van uw gerecht instellen. Wanneer de tijdsduur afgelopen is, wordt de oven automatisch uitgeschakeld. Zo hoeft u geen andere werkzaamheden te onderbreken om de oven uit te schakelen. De bereidingstijd wordt niet ongewild overschreden.
Het voorbeeld in de afbeelding: tijdsduur 45 minuten.
- 1. Met de functiekeuzeknop de verwarmingsmethode instellen.
- 2. Met de temperatuurkeuzeknop de temperatuur of de grillstand instellen.
- 3. De toets 0 twee keer indrukken.
Op het display staat 00:00. De tijdsymbolen zijn verlicht, de haakjes staan om de .
- 4. Met de toets of de tijdsduur instellen. Voorgestelde waarde toets = 30 minuten. Voorgestelde waarde toets = 10 minuten.
Na enkele seconden start de oven. Op het display kunt u het verloop van de tijdsduur aflezen en is het symbool [ ] verlicht. De andere tijdsymbolen verdwijnen.
De tijdsduur is afgelopen
Er klinkt een signaal. De oven warmt niet meer op. Op het display staat 00:00. De toets 0 indrukken. Met de toets of kunt u opnieuw een tijdsduur instellen. Of de toets 0 twee keer
indrukken en de functiekeuzeknop op de nulstand draaien. De oven is uitgeschakeld.
Tijdsduur veranderen
Met de toets of de tijdsduur veranderen. Na enkele seconden wordt de verandering overgenomen. Wanneer de wekker ingesteld is, drukt u eerst op de toets 0.
Tijdsduur wissen
Met de toets de tijdsduur weer op 00:00 zetten. Na enkele seconden wordt de verandering overgenomen. De tijdsduur is gewist. Wanneer de wekker ingesteld is, drukt u eerst op de toets 0.
Tijdinstellingen opvragen
Wanneer er meerdere tijdfuncties zijn ingesteld, zijn de bijbehorende symbolen op het display verlicht. Het symbool van de tijdfunctie op de voorgrond staat tussen haakjes. Om Kookwekker , Tijdsduur , Eindtijd of Tijd 0 op te vragen, de toets 0 zo vaak indrukken tot de haakjes om het betreffende symbool staan. De waarde hiervoor verschijnt enkele seconden op het display.
Eindtijd
U kunt het tijdstip waarop uw gerecht klaar moet zijn wijzigen. De oven start automatisch en is klaar op het gewenste tijdstip. U kunt het gerecht bijv. 's morgens in de binnenruimte zetten en zo instellen dat het 's middags klaar is.
Let erop dat levensmiddelen niet te lang in de binnenruimte staan en bederven.
Het voorbeeld in de afbeelding: Het is 10:30 uur, de tijdsduur is 45 minuten en de oven moet om 12:30 uur klaar zijn.
- 1. Functiekeuzeknop instellen.
- 2. Temperatuurkeuzeknop instellen.
- 3. De toets 0 twee keer indrukken.
- 4. Met de toets of de tijdsduur instellen.
- 5. De toets 0 indrukken.
De haakjes staan om . Het tijdstip waarop het gerecht klaar is verschijnt.
- 6. Met de toets of de eindtijd op een later tijdstip zetten.
Na enkele seconden neemt de oven de instellingen over en schakelt in de wachtstand. Op het display staat het tijdstip waarop het gerecht klaar is en het symbool staat tussen haakjes. De symbolen en 0 verdwijnen. Wanneer de oven start, kunt u het verloop van de tijdsduur aflezen en het symbool staat tussen haakjes. Het symbool verdwijnt.
Pagina 18
De tijdsduur is afgelopen
Er klinkt een signaal. De oven warmt niet meer op. Op het display staat 00:00. De toets 0 indrukken. Met de toets of kunt u opnieuw een tijdsduur instellen. Of de toets 0 twee keer indrukken en de functiekeuzeknop op de nulstand draaien. De oven is uitgeschakeld.
Eindtijd veranderen
Met de toets of de eindtijd veranderen. Na enkele seconden wordt de verandering overgenomen. Wanneer de wekker ingesteld is, drukt u eerst twee keer op de toets 0. Verander de eindtijd niet wanneer de tijdsduur al afloopt. Het bereidingsresultaat zou dan niet meer kloppen.
Eindtijd wissen
Met de toets de eindtijd naar de actuele tijd terugzetten. Na enkele seconden wordt de verandering overgenomen. De oven start. Wanneer de wekker ingesteld is, drukt u eerst twee keer op de toets 0.
Tijdinstellingen opvragen
Wanneer er meerdere tijdfuncties zijn ingesteld, zijn de bijbehorende symbolen op het display verlicht. Het symbool van de tijdfunctie op de voorgrond staat tussen haakjes.
Om Kookwekker , Tijdsduur , Eindtijd of Tijd 0 op te vragen, de toets 0 zo vaak indrukken tot de haakjes om het
betreffende symbool staan. De waarde hiervoor verschijnt enkele seconden op het display.
Tijd
Na de aansluiting of na een stroomonderbreking knipperen op het display het symbool 0 en vier nullen. Stel de tijd in.
- 1. De toets 0 indrukken.
Op het display verschijnt de tijd 12:00. De tijdsymbolen zijn verlicht, de haakjes staan om 0.
- 2. Met de toets of de tijd instellen.
Na enkele seconden wordt de ingestelde tijd overgenomen.
Tijd wijzigen
Er mag geen andere tijdfunctie zijn ingesteld.
- 1. De toets 0 vier keer indrukken.
Op het display zijn de tijdsymbolen verlicht, de haakjes staan om de 0.
- 2. Met de toets of de tijd veranderen.
Na enige seconden wordt de ingestelde tijd overgenomen.
Kinderslot
Om te voorkomen dat kinderen per ongeluk de oven inschakelen, is deze voorzien van een kinderslot.
De oven reageert op geen enkele instelling. U kunt de kookwekker en de tijd ook instellen wanneer het kinderslot is ingeschakeld.
Wanneer de verwarmingsmethode en temperatuur of grillstand zijn ingesteld, wordt het verwarmen door het kinderslot onderbroken.
Kinderslot inschakelen
Er mag geen tijdsduur of eindtijd zijn ingesteld.
De toets ca. vier seconden lang indrukken.
Op het display verschijnt het symbool . Het kinderslot is ingeschakeld.
Kinderslot uitschakelen
De toets ca. vier seconden lang indrukken.
Het symbool verdwijnt van het display. Het kinderslot is uitgeschakeld.
Onderhoud en reiniging
Wanneer u de kookplaat en de oven goed verzorgt en schoonmaakt, blijven ze lang mooi en intact. Hieronder leggen wij u uit hoe u beide op de juiste manier verzorgt en schoonmaakt.
Aanwijzingen
- Geringe kleurverschillen op de voorzijde van de oven zijn het gevolg van het gebruik van verschillende materialen, zoals glas, kunststof en metaal.
- Schaduwen op de ruit van de deur, die eruit zien als strepen, zijn lichtreflexen van de ovenlamp.
- Het email wordt ingebrand op zeer hoge temperaturen. Hierdoor kunnen er kleine kleurverschillen ontstaan. Dit is normaal en heeft geen nadelige invloed op de werking. De smalle randen van de bakplaten kunnen niet volledig worden geëmailleerd. Ze kunnen daarom ruw zijn. De bescherming tegen corrosie blijft hierbij intact.
Schoonmaakmiddelen
Om te voorkomen dat de verschillende oppervlakken door verkeerde schoonmaakmiddelen beschadigd worden, dient u
zich te houden aan de volgende aanwijzingen. Gebruik
voor de kookplaat
- geen onverdunde middelen voor de vaatwas of reinigingsmiddelen voor de vaatwasmachine.
- geen schuurmiddelen, geen krassende sponzen.
- geen agressieve reinigingsmiddelen, zoals ovensprays of middelen om vlekken te verwijderen
- geen hogedrukreinigers of stoomstraalapparaten.
Gebruik
voor de oven
- geen scherpe of schurende reinigingsmiddelen
- geen sterk alcoholhoudende reinigingsmiddelen
- geen harde schuur- of schoonmaaksponsjes
- geen hogedrukreinigers of stoomstraalapparaten.
Was nieuwe vaatdoekjes voor het gebruik goed uit.
Geëmailleerde en geglazuurde oppervlakken
18
Reinig deze met een vochtige doek en wat afwasmiddel. Droog met een zachte doek af.
Pagina 19
Elektrische kook- Reinig deze met de harde kant van een schuursponsje en met wat vloeibaar schuurmiddel. Schakel na het
| plaat | reinigen de kookplaat kort in om deze te laten drogen. Vochtige kookplaten gaan op den duur roesten. Smeer er vervolgens een onderhoudsmiddel op. Overgekookte vloeistoffen en etensresten moeten altijd direct worden verwijderd. |
| Metalen ring van de elektrische kookplaat | De metalen ring kan op den duur verkleuren. Het is mogelijk om de oorspronkelijke kleur te herstellen. Maak de ring schoon met de harde kant van een schuurspons en met wat vloeibaar schuurmiddel. Let hierbij op dat de aangrenzende oppervlakken niet afgeschuurd worden. De oppervlakken kunnen anders beschadigd raken. |
| Knoppen | Reinig deze met een vochtige doek en wat afwasmiddel. Droog met een zachte doek af. |
| Deurglas | Dit kan met een glasreiniger worden gereinigd. Gebruik geen agressieve reinigingsmiddelen of schrapers. Deze kunnen het glasoppervlak bekrassen en beschadigen. |
| Afdichting | Reinig deze met een vochtige doek en wat afwasmiddel. Droog met een zachte doek af. |
| Binnenruimte van de oven | Reinig deze met warm water of met azijn verdund water. Wanneer de oven erg vuil is: Gebruik een ovenreiniger. Deze mag alleen op afgekoelde oppervlakken worden gebruikt. |
| Glazen kapje op de ovenlamp | Reinig deze met een vochtige doek en wat afwasmiddel. Droog met een zachte doek af. |
| Kinderbeveiliging (optie) | Indien een kinderbeveiliging op de ovendeur is aangebracht, moet deze voor het reinigen worden verwijderd. Laat alle kunststofonderdelen in warm zeepsop weken en was deze met een spons af. Droog met een zachte doek af. Bij sterke vervuiling functioneert de kinderbeveiliging niet meer goed. |
| Schuiflade | Reinig deze met een vochtige doek en wat afwasmiddel. Droog met een zachte doek af. |
| Toebehoren | Laat deze in warm zeepsop inweken. Reinig deze met een borstel of spons. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 19)
Zelfreinigende oppervlakken in de binnenruimte schoonmaken
De achterwand in de oven is voorzien van een laagje zeer poreus keramiek. Spetters van het bakken en braden worden hiervan opgezogen en afgebroken terwijl de oven in gebruik is. Hoe hoger de temperatuur en hoe langer de oven wordt gebruikt, des te beter het resultaat.
Wanneer er ook na herhaald gebruik nog vuil zichtbaar is, gaat u als volgt te werk:
- 1. Bodem, plafond en zijwanden van de binnenruimte zorgvuldig schoonmaken.
- 2. 3D-hetelucht instellen.
- 3. De lege, gesloten oven gedurende ongeveer 2 uur op maximale temperatuur houden.
De keramiekbedekking wordt geregenereerd. Bruinachtige of witachtige resten kunt u, wanneer de binnenruimte afgekoeld is, met water of een zachte doek verwijderen.
Een lichte verkleuring van het keramiek heeft geen invloed op de zelfreiniging.
Attentie!
- Gebruik nooit schurende schoonmaakmiddelen. Deze veroorzaken krassen op de hoogporeuze laag of vernietigen hem.
- Behandel de keramiekbedekking nooit met ovenreiniger. Komt hier per ongeluk ovenreiniger op, verwijder deze dan direct met een spons en voldoende water.
Bodem, plafond en zijwanden van de binnenruimte schoonmaken
Gebruik hiervoor een schoonmaakdoekje en heet zeepsop of water met azijn.
Bij sterke vervuiling een schuursponsje van roestvrij staal of ovenreiniger gebruiken. Alleen gebruiken in de onverwarmde oven. De zelfreinigende oppervlakken nooit behandelen met een schuursponsje of ovenreiniger.
Inschuifrails verwijderen en bevestigen
U kunt de rails voor het reinigen verwijderen. De oven dient afgekoeld te zijn.
Inschuifrails verwijderen
- 1. Rail voor optillen
- 2. en uit de geleiders nemen (Afbeelding A).
- 3. Hierna de hele rail naar voren trekken
- 4. en verwijderen (Afbeelding B).
Maak de rails schoon met zeepsop en een schoonmaaksponsje. Gebruik bij hardnekkig vuil een borstel.
Inhangroosters bevestigen
- 1. Inhangrooster eerst in de achterste bus plaatsen, iets naar achteren drukken (Afbeelding A)
- 2. en vervolgens in de voorste bus plaatsen (Afbeelding B).
De inschuifrails passen links en rechts. Let erop dat evenals in afbeelding B hoogte 1 en 2 beneden is en hoogte 3, 4 en 5 boven.
Ovendeur verwijderen en inbrengen
Om de deurruiten schoon te maken en te demonteren, kunt u de ovendeur verwijderen.
Pagina 20
De scharnieren van de ovendeur zijn alle voorzien van een blokkeerhendel. Wanneer de blokkeerhendels zijn dichtgeklapt (Afbeelding A), is de ovendeur beveiligd. Hij kan niet worden verwijderd. Wanneer de blokkeerhendels voor het verwijderen van de ovendeur opengeklapt zijn (B), zijn de scharnieren beveiligd. Ze kunnen niet dichtklappen.
Risico van letsel!
Wanneer de scharnieren niet beveiligd zijn, klappen ze met grote kracht dicht. Let erop dat de blokkeerhendels altijd helemaal dichtgeklapt zijn, en bij het verwijderen van de ovendeur helemaal opengeklapt.
Deur verwijderen
- 1. Ovendeur helemaal openen.
- 2. Beide blokkeerhendels links en rechts openklappen (Afbeelding A).
- 3. Ovendeur tot de aanslag sluiten. Met beide handen links en rechts vastpakken. Nog wat verder sluiten en uitnemen (Afbeelding B).
Deur inbrengen
De ovendeur in de omgekeerde volgorde weer inbrengen.
- 1. Let er bij het inbrengen van de ovendeur op dat beide scharnieren recht in de opening worden geleid (Afbeelding A).
- 2. De keep op het scharnier dient aan beide kanten in te klikken (Afbeelding B).
- 3. Beide blokkeerhendels weer dichtklappen (Afbeelding C). Ovendeur sluiten.
Risico van letsel!
Wanneer de ovendeur er per ongeluk uitvalt of een scharnier dichtklapt, het scharnier niet met uw hand aanraken. Neem contact op met de klantenservice.
Deurruiten verwijderen en inbrengen
Om gemakkelijker schoon te maken kunt u de ruiten van de ovendeur uitnemen.
Verwijderen
- 1. Ovendeur verwijderen en met de handgreep naar beneden op een doek leggen.
- 2. De afscherming bovenaan de ovendeur afnemen. Hiervoor links en rechts het lipje met de vingers indrukken (Afbeelding A).
- 3. Bovenste ruit optillen en naar buiten trekken (Afbeelding B).
- 4. Ruit optillen en naar buiten trekken (Afbeelding C).
Reinig de ruiten met glasreiniger en een zachte doek.
Risico van letsel!
Wanneer er krassen op het glas van de apparaatdeur zitten, kan dit springen. Geen schraper, scherpe of schurende schoonmaakmiddelen gebruiken.
Inbrengen
Let er bij het inbrengen op dat “right above“ linksonder ondersteboven staat.
- 1. De ruit schuin naar achteren inschuiven (Afbeelding A).
Pagina 21
- 2. Bovenste ruit schuin naar achteren in de beide houders schuiven. Het grote vlak moet zich aan de buitenkant bevinden. (Afbeelding B).
- 3. De afscherming plaatsen en aandrukken.
- 4. Ovendeur inbrengen.
Gebruik de oven pas weer wanneer de ruiten naar behoren zijn ingezet.
Wat te doen bij storingen?
Storingen worden vaak veroorzaakt door een kleinigheid. Raadpleeg de volgende tabel voordat u contact opneemt met de servicedienst. Wellicht kunt u zelf de storing verhelpen.
Oven
Storingstabel
Wanneer een gerecht niet goed gelukt is, lees hier dan het hoofdstuk Voor u in onze kookstudio getest op na. Hier vindt u vele tips en aanwijzingen voor het koken.
Storing
Mogelijke oor- Oplossing / aanwijzing zaak
De oven functio- De zekering is Kijk in de meterkast na of neert niet. defect. de zekering in orde is.
De stroom is uit- Controleer of het keukengevallen. licht of andere keukenapparaten functioneren.
| Op het display knippert 0 en nullen. | De stroom is uit- Stel de tijd opnieuw in. gevallen. |
| De oven warmt niet op. | Er zit stof op de Draai de schakelaars meercontacten. dere keren heen en weer. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 21)
Foutmeldingen
Wanneer op het display een foutmelding met verschijnt, drukt u op de toets 0. De melding verdwijnt. Een ingestelde tijdfunctie wordt gewist. Wanneer de foutmelding weer verschijnt, neem dan contact op met de klantenservice.
Bij de volgende foutmelding kunt u het probleem zelf oplossen.
Foutmelding
Mogelijke oor- Oplossing/aanwijzing zaak
Er is een toets Druk alle toetsen afzonder-te lang inge- lijk in. Controleer of er een drukt of bedekt. toets klem zit of bedekt of vervuild is.
Kans op een elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk. Reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door technici die zijn geïnstrueerd door de klantenservice.
Kookplaat
| Storing | Mogelijke oorzaak | Oplossing/aanwijzing |
|---|---|---|
| Het apparaat werkt niet | De zekering is defect. | Kijk in de meterkast na of de zekering in orde is. |
| De stroom is uitgevallen. | Controleer of het keukenlicht of andere keukenapparaten functioneren. | |
| knippert | Het bedieningspaneel is vochtig of er ligt een voorwerp op. | Droog het bedieningspaneel of verwijder het voorwerp. |
| + cijfer + cijfer + cijfer of / | Storing van de elektronica. | Schakel het toestel altijd via de zekering of de veiligheidsschakelaar in de meterkast uit en na 30 seconden weer in. Neem contact op met de klantenservice wanneer de indicatie weer verschijnt. |
| De elektronica is oververhit, waardoor de betreffende kookzone is uitgeschakeld. | Wacht tot de elektronica voldoende afgekoeld is. Raak een willekeurig symbool van deze kookzone aan. De tekst op het display wordt gewist*. | |
| De elektronica is oververhit, waardoor de betreffende kookzone is uitgeschakeld. | Wacht tot de elektronica voldoende afgekoeld is. Raak vervolgens een willekeurig symbool op het bedieningspaneel aan.* | |
| De kookzone is te lang in gebruik geweest en is daarom uitgeschakeld. | U kunt de kookzone direct weer inschakelen. | |
| Verkeerde aansluiting | Het toestel moet door een erkend vakman aangesloten worden. | |
| / | De kookzone is oververhit geraakt en ter beveiliging is de kookplaat uitgeschakeld | Wacht tot de kookzone voldoende afgekoeld is. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 21)
* Plaats geen hete pannen tegen of op het bedieningspaneel
Normaal geluid tijdens de werking van het apparaat
De technologie van het verwarmen door inductie is gebaseerd op het ontstaan van elektromagnetische velden die ervoor
21
Pagina 22
zorgen dat de warmte rechtstreeks op de bodem van de pan wordt voortgebracht. De pannen kunnen, afhankelijk van hun bouw, geluiden of trillingen voortbrengen, zoals hieronder worden genoemd:
Een diep gezoem zoals in een transformator
Dit geluid ontstaat tijdens het koken op een hoge vermogensstand. De oorzaak daarvan is de hoeveelheid energie die de kookplaat aan de pan overdraagt. Het geluid verdwijnt of vermindert zodra de vermogensstand wordt verlaagd.
Een laag fluitend geluid
Dit geluid ontstaat als de pan leeg is. Het geluid verdwijnt zodra er water of voedsel in de pan wordt gedaan.
Knisperen
Dit geluid doet zich voor bij pannen die bestaan uit lagen van verschillende materialen. Het geluid komt door de trillingen die ontstaan op de verbindingsvlakken van de verschillende materialen. Dit geluid is afkomstig van de pan. De hoeveelheid voedsel en de bereidingswijze kunnen variëren.
Hoge fluitende geluiden
De geluiden ontstaan met name in pannen die bestaan uit lagen van verschillende materialen, zodra deze worden aangezet op de hoogste stand en op twee kookzones tegelijk. Deze fluitende geluiden verdwijnen of worden minder zodra het vermogen wordt verlaagd.
Geluid van de ventilator
Voor een goed gebruik van het elektronische systeem moet de kookplaat op een gecontroleerde temperatuur werken. Daartoe is de kookplaat voorzien van een ventilator die steeds als de temperatuur wordt vastgesteld door middel van de verschillende vermogensstanden gaat werken. De ventilator kan ook door inertie werken, nadat de kookplaat is uitgezet, als de gedetecteerde temperatuur nog te hoog is.
Geluiden op de maat, vergelijkbaar met de wijzers van een klok
Dit geluid treedt enkel op wanneer 3 of meer kookzones in werking zijn en verdwijnt of vermindert wanneer een kookzone uitgeschakeld wordt.
De omschreven geluiden zijn normaal en maken deel uit van de inductietechnologie en duiden niet op een storing.
Ovenlamp aan het plafond vervangen
Als de ovenlamp is uitgevallen, moet deze worden vervangen. Temperatuurbestendige reservelampen, 40 watt, kunt u krijgen bij de klantenservice of uw speciaalzaak. Gebruik uitsluitend originele lampen.
Kans op een elektrische schok!
Zekering in de meterkast uitschakelen.
- 1. Theedoek in de onverwarmde oven leggen, om schade te voorkomen.
- 2. Glazen afscherming eruit halen door de schroeven naar links te draaien.
- 3. Lamp vervangen door een van hetzelfde type.
- 4. Glazen afscherming er weer inschroeven.
- 5. Theedoek eruit nemen en de zekering inschakelen.
Glazen afscherming
Als de glazen afscherming beschadigd is, dient hij te worden vervangen. Passende glazen afschermingen zijn verkrijgbaar bij de klantenservice. Vermeld a.u.b. het productnummer (Enr.) en het fabricagenummer (FD-nr.) van uw apparaat.
Servicedienst
Wanneer uw apparaat gerepareerd moet worden, staat onze servicedienst voor u klaar. Wij vinden altijd een passende oplossing, ook om onnodig bezoek van een technicus te voorkomen.
Enummer en FDnummer
Geef aan de klantenservice altijd het productnummer (E-nr.) en het fabricagenummer (FD-nr.) van uw apparaat op, zodat wij u goed van dienst kunnen zijn. Het typeplaatje met de nummers vindt u rechts, aan de zijkant van de ovendeur. Om niet te lang te hoeven zoeken wanneer u de klantenservice nodig heeft, kunt u hier direct de gegevens van uw apparaat en het telefoonnummer van de servicedienst invullen.
Enr. FD-nr.
Servicedienst
Let erop dat het bezoek van een technicus van de servicedienst in het geval van een verkeerde bediening ook tijdens de garantietijd kosten met zich meebrengt.
De contactgegevens in alle landen vindt u in de bijgesloten lijst met Servicedienstadressen.
22
Verzoek om reparatie en advies bij storingen NL 088 424 4010
Vertrouw op de competentie van de producent. Zo bent u er zeker van dat de reparatie wordt uitgevoerd door geschoolde onderhoudstechnici, die beschikken over de originele onderdelen voor uw huishoudelijke apparaten.
Dit apparaat voldoet aan de norm EN 55011 resp. CISPR 11. Het is een product van groep 2, klasse B.
Groep 2 betekent dat er een hoge frequentie wordt geproduceerd om kookgerei te verwarmen. Klasse B houdt in dat het apparaat geschikt is voor huishoudelijk gebruik.
Pagina 23
Energie en milieutips
Hier krijgt u tips over de manier waarop u bij het bakken en braden in de oven en bij het koken op de kookplaat energie bespaart en het apparaat op de juiste manier afvoert.
Energie besparen met de oven
- De oven alleen voorverwarmen als dit in het recept of in de tabellen van de gebruiksaanwijzing is opgegeven.
- Gebruik donkere, zwart gelakte of geëmailleerde bakvormen. Deze nemen de hitte bijzonder goed op.
- Open de ovendeur tijdens het garen, bakken of braden zo weinig mogelijk.
- Meerdere taarten of cakes kunt u het beste na elkaar bakken. De oven is dan nog warm. Daardoor is de baktijd voor het tweede gerecht korter. U kunt ook 2 rechthoekige bakvormen naast elkaar in de oven plaatsen.
- Bij langere bereidingstijden kunt u de oven 10 minuten voor het einde van de bereidingstijd uitzetten en de restwarmte gebruiken voor het afbakken.
Energie besparen met de kookplaat
- Gebruik pannen met dikke, egale bodems. Niet-egale bodems verhogen het energieverbruik.
- De diameter van de bodem van de pan dient overeen te komen met de grootte van de kookzone. Vooral te kleine pannen op de kookzone zorgen voor energieverlies. Let op: de fabrikanten geven vaak de diameter van de bovenkant van de pan aan. Deze is meestal groter dan de diameter van de pannenbodem.
- Gebruik voor kleine hoeveelheden een kleine pan. Een grote, slechts weinig gevulde pan heeft veel energie nodig.
- Sluit de pannen altijd af met een passend deksel. Wanneer u kookt zonder deksel heeft u vier maal meer energie nodig.
- Kook met weinig water. Dit bespaart energie. Bij groente blijven vitamines en mineralen behouden.
- Schakel tijdig terug naar een lagere kookstand.
Milieuvriendelijk afvoeren
Voer de verpakking op een milieuvriendelijke manier af.
Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE).
De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.
Voor u in onze kookstudio uitgetest.
Hier vindt u een keur aan gerechten en de daarbij behorende optimale instellingen. Wij laten u zien welke verwarmingsmethode en temperatuur het meest geschikt is voor uw gerecht. U krijgt informatie over de juiste toebehoren en de hoogte waarop ze ingeschoven dienen te worden. U krijgt tips over de te gebruiken vormen en de bereiding.
Aanwijzingen
- De tabel geldt altijd voor producten die in de onverwarmde en lege binnenruimte worden geplaatst.
Alleen voorverwarmen wanneer dit in de tabel wordt aangegeven. Leg pas na het voorverwarmen bakpapier op de toebehoren.
- De aangegeven tijden in de tabellen zijn richtwaarden. Ze zijn afhankelijk van de kwaliteit en de aard van de levensmiddelen.
- Maak gebruik van de meegeleverde toebehoren. Bij de klantenservice of in de vakhandel kunt u toebehoren of extra toebehoren kopen.
Verwijder voor het gebruik alle toebehoren en vormen die u niet nodig heeft uit de binnenruimte.
- Gebruik altijd een pannenlap wanneer u hete toebehoren of vormen uit de oven neemt.
Inschuifhoogtes bij het bakken op 2 niveaus
- Braadslede: hoogte
- Bakplaat: hoogte
Inschuifhoogtes bij het bakken op 3 niveaus
- Bakplaat: hoogte 5
- Braadslede: hoogte
- Bakplaat: hoogte
Bakplaten die gelijktijdig in de oven worden gedaan, hoeven niet op hetzelfde moment klaar te zijn.
In de tabellen vindt u talrijke voorstellen voor uw gerechten.
Wanneer u met 3 rechthoekige bakvormen tegelijk bakt, zet deze dan zoals op de afbeelding aangegeven op het rooster.
Gebak
Bakken op één niveau
Met boven en onderwarmte lukt het gebak het beste.
Wanneer u met 3D-hetelucht bakt, dient u de volgende inschuifhoogtes voor de toebehoren te gebruiken:
- Gebak in vormen: hoogte
- Gebak op de plaat: hoogte
Bakken op meerdere niveaus
Gebruik 3Dhetelucht .
Bakvormen
Het meest geschikt zijn donkere metalen bakvormen.
Bij lichte bakvormen van dunwandig metaal of glazen vormen is de baktijd langer en wordt het gebak niet zo gelijkmatig bruin.
Wanneer u siliconen vormen wilt gebruiken, raadpleeg dan de informatie en de recepten van de fabrikant. Vormen van silicone zijn vaak kleiner dan normale vormen. De deegvormen en receptgegevens kunnen afwijken.
Pagina 24
Tabellen
In de tabellen vindt u voor de verschillende soorten gebak de optimale verwarmingsmethode. Temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de hoeveelheid en de kwaliteit van het deeg. In de tabellen zijn bereiken aangegeven. Probeer het eerst met de laagste waarde. Een lage temperatuur zorgt ervoor dat het
gerecht gelijkmatiger bruin wordt. Stel de oven indien nodig de volgende keer hoger in.
De baktijden worden 5 tot 10 minuten korter wanneer u voorverwarmt.
Bijkomende informatie vindt u onder Tips voor het bakken na de tabellen.
| Gebak in vormen Vorm | Hoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in minuten |
|---|---|---|---|---|
| Cake, eenvoudig Krans/rechthoekige vorm 3 cakevormen | 2 | 160-180 | 40-50 | |
| 3+1 | 140-160 | 60-80 | ||
| Cake, fijn Krans/rechthoekige vorm | 2 | 150-170 | 60-70 | |
| Taartbodem, roerdeeg Vorm vruchtentaartbodem | 2 | 150-170 | 20-30 | |
| Vruchtentaart fijn, roerdeeg Springvorm/tulbandvorm | 2 | 160-180 | 50-60 | |
| Biscuittaart Springvorm | 2 | 160-180 | 30-40 | |
| Bodem zandtaartdeeg met rand Springvorm | 1 | 170-190 | 25-35 | |
| Vruchten- of kwarktaart, bodem van Springvorm zandtaartdeeg* | 1 | 170-190 | 70-90 | |
| Zwitserse vruchtentaart Pizzaplaat | 1 | 220-240 | 35-45 | |
| Hartig gebak (bijv. quiche/uientaart)* Springvorm | 1 | 180-200 | 50-60 | |
| Pizza, dunne bodem met weinig bedek- Pizzaplaat 1 king (voorverwarmen) * Gebak ca. 20 minuten in de uitgeschakelde, gesloten oven laten afkoelen. | 250-270 | 10-15 | ||
| Gebak op de plaat Toebehoren | Hoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in minuten |
| Roer of gistdeeg met droge bedekking Bakplaat Braadslede + bakplaat | 2 | 170-190 | 20-30 | |
| 3+1 | 150-170 | 35-45 | ||
| Roer- of gistdeeg met vochtige bedek- Braadslede king, vruchten Braadslede + bakplaat | 3 | 160-180 | 40-50 | |
| 3+1 | 150-170 | 50-60 | ||
| Zwitserse vruchtentaart Braadslede | 2 | 210-230 | 40-50 | |
| Biscuitrol (voorverwarmen) Bakplaat | 2 | 190-210 | 15-20 | |
| Broodvlecht van 500 g bloem Bakplaat | 2 | 160-180 | 30-40 | |
| Kerststol van 500 g bloem Bakplaat | 3 | 160-180 | 60-70 | |
| Kerststol van 1 kg bloem Bakplaat | 3 | 150-170 | 90-100 | |
| Strudel, zoet Braadslede | 2 | 180-200 | 55-65 | |
| Börek Braadslede | 2 | 180-200 | 40-50 | |
| Pizza Bakplaat Braadslede + bakplaat | 2 | 220-240 | 15-25 | |
| 3+1 | 180-200 | 35-45 | ||
| Klein gebak Toebehoren | Hoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in minuten |
| Koekjes Bakplaat | 3 | 140-160 | 15-25 | |
| Braadslede + bakplaat | 3+1 | 130-150 | 25-35 | |
| 2 bakplaten + braadslede | 5+3+1 | 130-150 | 30-40 | |
| Sprits (voorverwarmen) Bakplaat | 3 | 140-150 | 30-40 | |
| Bakplaat | 3 | 140-150 | 30-40 | |
| Braadslede + bakplaat | 3+1 | 140-150 | 30-45 | |
| 2 bakplaten + braadslede | 5+3+1 | 130-140 | 35-50 | |
| Bitterkoekjes Bakplaat | 2 | 110-130 | 30-40 | |
| Braadslede + bakplaat | 3+1 | 100-120 | 35-45 | |
| 2 bakplaten + braadslede | 5+3+1 | 100-120 | 40-50 | |