Bosch HGD745222N, tekst van de handleiding
Pagina's 42–53 van 64 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← pagina's 32–41verder op pagina 54 →
Pagina 42
Voor het eerste gebruik
Hier vindt u alles wat u moet doen voordat u voor het eerst gerechten klaarmaakt met de oven. Lees eerst het hoofdstuk Veiligheidsvoorschriften.
De tijd programmeren
Na de aansluiting knipperen op het indicatiepaneel het symbool 0 en vier nullen. De tijd instellen.
- 1. Druk op de toets 0.
Op de indicator wordt de tijd : getoond.
- 2. Stel de tijd in met de toetsen of .
Na enkele seconden wordt de geprogrammeerde tijd weergegeven.
De oven opwarmen
Om de geur van het nieuwe te verwijderen, warmt u de lege, gesloten oven op. Ideaal hiervoor is een uur bij Boven- en onderwarmte op 240 °C. Let erop dat zich geen verpakkingsresten in de binnenruimte bevinden.
Ventileer de keuken zolang de oven opwarmt.
- 1. Met de functiekeuzeknop Boven- en onderwarmte instellen.
- 2. Met de temperatuurkeuzeknop 240 °C instellen.
Na een uur de oven uitschakelen. Hiervoor de functiekeuzeknop op de nulstand draaien.
Toebehoren reinigen
Reinig de toebehoren voor het eerste gebruik grondig met warm zeepsop en een zacht schoonmaakdoekje.
Kookplaat instellen
Uw kookplaat is voorzien van vier gasbranders. Hier kunt u nalezen hoe u de gasbranders aansteekt en de kookplaat instelt.
Reinigen van de branderkelk en het branderdeksel
Reinig het branderdeksel (1) en het branderdeksel (2) met water en afwasmiddel. Droog deze onderdelen goed af.
Plaats de branderkelk en het deksel weer op de branderkom
- (5) . Let erop dat de ontsteking (3) en de vlambeveiligingspin
- (4) niet worden beschadigd.
De sproeier (6) moet droog en schoon zijn. Plaats het branderdeksel altijd exact op de branderkelk.
Gasbrander ontsteken
Plaats het branderdeksel altijd exact op de branderkelk. De openingen op de branderkelk moeten altijd vrij zijn. Alle onderdelen dienen droog te zijn.
- 1. Open de bovenste afdekking van het fornuis. Deze moet tijdens het gebruik van het fornuis altijd geopend zijn.
- 2. Draai de schakelaar van de gewenste brander naar links in de ontstekingsstand 8. Het ontsteken begint.
- 3. Druk de kookzoneknop helemaal in en houd deze 1-3 seconden ingedrukt. Er begint gas naar buiten te stromen en de gasbrander gaat branden.
De ontstekingsbeveiliging is geactiveerd. Als de gasvlam uitgaat, wordt de gastoevoer automatisch onderbroken door de ontstekingsbeveiliging.
- 4. Stel de gewenste vlamgrootte in. Tussen de instelling Uit en de instelling is de vlam niet stabiel. U moet daarom altijd een instelling tussen de grote en de kleine vlam kiezen.
- 5. Als de vlam weer uitgaat, herhaalt u de procedure vanaf stap
2.
- 6. Om de bereiding te beëindigen de kookzoneknop naar rechts in de stand Uit draaien.
De kookzoneknop mag niet langer dan 15 seconden in de ontstekingsstand blijven. Wanneer de brander na 15 seconden nog niet ontstoken is, moet u minstens 1 minuut wachten. Herhaal vervolgens de ontstekingsprocedure.
Attentie!!
Wanneer u kort na het uitschakelen van een nog warme gasbrander aan de kookzoneknop draait, stroomt er gas uit. Draait u de kookzoneknop niet in de ontstekingsstand 8, dan wordt de gastoevoer na 60 seconden onderbroken.
De gasbrander ontsteekt niet.
Bij stroomuitval of bij vochtige bougies kunt u de gasbrander met een gasaansteker of lucifer ontsteken.
Pagina 43
Tabel - koken
Kies voor elke kookzone de juiste pangrootte. De diameter van de pannenbodem moet met de grootte van de kookzone overeenstemmen.
De kooktijden zijn afhankelijk van de soort, het gewicht en de kwaliteit van de gerechten. Daarom zijn afwijkingen mogelijk.De
optimale bereidingstijd kunt u op basis van uw eigen ervaring bepalen.
Bereid de gerechten met zo weinig mogelijk water, zodat de vitamines en mineralen behouden blijven. Kies korte kooktijden, zodat de groenten stevig blijven en meer voedingswaarde hebben.
| Voorbeeld | Gerecht | Kookzone Kookstand |
|---|---|---|
| Smelten | Chocolade, boter, margarine | Spaarbrander kleine vlam |
| Verwarmen | Bouillon, groenteconserven | Normale brander kleine vlam Elektrische kookplaat** 1-2 |
| Verwarmen en warm houden | Soepen | Spaarbrander kleine vlam Elektrische kookplaat** 1-2 |
| Stomen* | Vis | Normale brander tussen grote en kleine vlam Elektrische kookplaat** 3-4 |
| Stomen* | Aardappels en overige groenten, vlees | Normale brander tussen grote en kleine vlam Elektrische kookplaat** 3-4 |
| Koken* | Rijst, groente, vleesgerechten (met saus) | Normale brander grote vlam Elektrische kookplaat** 5-6 |
| Braden | Pannenkoeken, aardappels, schnitzels, vissticks | Sterke brander** tussen grote en kleine vlam Wokbrander** |
| * Wanneer u een pan met deksel gebruikt, schakel dan naar een kleinere vlam zodra het eten begint te koken. ** Optioneel. Beschikbaar bij enkele apparaten, afhankelijk van het apparaattype. (We raden u aan een wokpan te gebruiken als u op de wokbrander gaat bakken.) | ||
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 43)
Geschikte pannen
| Brander/elektrische kookplaat | Minimale pandiameter | Maximale pandiameter |
|---|---|---|
| Elektrische kookplaat* | 14,5 cm | 14,5 cm |
| Wokbrander** 3,6 kW | 24 cm | 28 cm |
| Extra krachtige brander 3 kW | 24 cm | 28 cm |
| Normale brander 1,7 kW | 18 cm | 24 cm |
| Spaarbrander 1 kW | 12 cm | 18 cm |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 43)
* Optie (voor modellen met elektrische kookplaat)
** Optie (voor modellen met wokbrander)
Waarschuwingen voor het gebruik
Onderstaande raadgevingen helpen u energie te besparen en schade vermijden aan de pannen:
Gebruik pannen met een geschikte maat voor elke brander.
Gebruik geen kleine pannen op grote branders. De vlam mag de zijkanten van de pan niet raken.
Gebruik geen vervormde pannen die onstabiel staan op de kookplaat. De pannen zouden kunnen kantelen.
Gebruik altijd pannen met een vlakke en dikke bodem.
Kook niet zonder deksel of met verschoven deksel. Een deel van de energie gaat verloren.
Plaats potten en pannen altijd midden boven de brander anders kunnen deze kantelen.
Plaats de pannen op de roosters, nooit rechtstreeks op de brander.
Controleer voor gebruik of de roosters en de branderdeksels op de juiste wijze zijn geplaatst.
Pagina 44
Hanteer de pannen voorzichtig op de kookplaat.
Stoot niet tegen de kookplaat aan, noch plaats hierop te hoge gewichten.
Gebruik geen twee branders of warmtebronnen voor één pan.
Vermijd het gebruik van grillplaten, kookpotten van aardewerk, enz. gedurende lange tijd op het maximumvermogen.
De oven programmeren
Er bestaan verschillende manieren om de oven te programmeren. Hieronder wordt de programmering van het verhittingstype en de temperatuur of het grillniveau beschreven. Met de oven kan de kooktijd (duur) en de eindtijd van elk gerecht geprogrammeerd worden. Raadpleeg voor nadere informatie het hoofdstuk De tijdfuncties programmeren.
Aanwijzing: Het wordt aanbevolen de oven altijd voor te verwarmen alvorens het voedsel in de oven te doen, om overmatige condensatie op het glas te vermijden.
Verwarmingsmethode en temperatuur
Het voorbeeld in de afbeelding: boven- en onderwarmte bij 190°C .
- 1. Met de functiekeuzeknop stelt u de verwarmingsmethode in.
- 2. Met de temperatuurknop stelt u de temperatuur of grillstand in.
De oven wordt opgewarmd.
Oven uitschakelen.
Functiekeuzeknop op de nulstand draaien.
Instellingen veranderen
U kunt de verwarmingsmethode en temperatuur of grillstand op elk moment met de daarvoor bestemde keuzeknop veranderen.
Snel verwarmen
Met de functie snel verwarmen bereikt de oven zeer snel de geprogrammeerde temperatuur.
Het snel verwarmen moet gebruikt worden voor temperaturen hoger dan 100 ºC. Onderstaande verhittingstypes zijn geschikt:
- Hete lucht 3D
- Boven- en onderwarmte
Voor een gelijkmatig resultaat mag het voedsel pas in de oven worden gedaan als het snel verwarmen is afgelopen.
- 1. Selecteer het verhittingstype en de temperatuur.
- 2. Druk kort op de toets .
Op het indicatiepaneel is het symbool verlicht. De oven begint te verwarmen.
Einde van het snel verwarmen
Er klinkt een signaal. Het symbool verdwijnt van het indicatiepaneel. Plaats het voedsel in de oven.
Snel verwarmen annuleren
Druk op de toets . Het symbool verdwijnt van het indicatiepaneel.
Pagina 45
Programmeren van de tijdfuncties
Deze oven heeft verschillende tijdfuncties. Met de toets 0 wordt het menu geopend en kan men van de ene naar de andere functie verspringen. De tijdsymbolen blijven verlicht terwijl de instellingen worden ingevoerd. De haakjes [ ] geven de geselecteerde tijdfunctie aan. Een reeds geprogrammeerde tijdfunctie kan rechtstreeks worden gewijzigd met de toetsen of , mits het symbool van de tijd tussen haakjes staat [ ].
- 3. Druk tweemaal op de toets 0.
Op het indicatiepaneel verschijnt : . De tijdsymbolen lichten op, de haakjes staan bij .
Kookwekker
De werking van de kookwekker is niet afhankelijk van de werking van de oven. De kookwekker heeft een eigen signaal. Op die manier kan men herkennen of de tijdsduur van de kookwekker is verstreken of dat de oven automatisch is uitgeschakeld (duur van de bereidingstijd).
- 1. Druk een keer op de toets 0.
Op het indicatiepaneel zijn de symbolen van de tijd verlicht en de haakjes staan nu naast .
- 2. Programmeren van de tijd van de kookwekker met de toetsen of .
Voorgestelde waarde voor de toets = 10 minuten Voorgestelde waarde voor de toets = 5 minuten
Na enkele seconden verschijnt de geprogrammeerde tijdsduur. De tijd van de kookwekker begint te lopen. Op het indicatiepaneel is het symbool [ ] verlicht en de tijdsduur loopt zichtbaar af. De overige symbolen gaan uit.
- 4. Programmeer de duur van de kooktijd met de toetsen of .
Voorgestelde waarde van de toets = 30 minuten Voorgestelde waarde van de toets = 10 minuten
De tijd van de kookwekker is verstreken
Er klinkt een signaal. Op het indicatiepaneel verschijnt : . Schakel de kookwekker uit met de toets 0.
Veranderen van de tijd van de kookwekker
Veranderen van de tijd van de kookwekker met de toetsen of . Na enkele seconden verschijnt de gewijzigde tijdsduur.
Annuleren van de tijd van de kookwekker
Stel de tijd van de kookwekker in op : met de toets . De gewijzigde tijd wordt na enkele seconden getoond. De kookwekker wordt uitgeschakeld.
De tijdinstellingen opvragen
Indien verschillende tijdfuncties geprogrammeerd zijn, lichten op het indicatiepaneel de overeenstemmende symbolen op. Het symbool van de belangrijkste tijdfunctie staat tussen haakjes.
Druk, voor het raadplegen van de kookwekker , de duur van de bereidingstijd , de eindtijd of de tijd 0, verschillende keren op de toets 0 tot de haakjes het gewenste symbool aangeven. De overeenstemmende waarde wordt gedurende enkele seconden op het indicatiepaneel getoond.
Duur van de kooktijd
Met de oven kan de duur van de kooktijd voor elk gerecht worden geprogrammeerd. Na het verstrijken van de kooktijd gaat de oven automatisch uit. Zo wordt vermeden dat andere taken moeten worden onderbroken om de oven uit te schakelen of dat de kooktijd per ongeluk overschreden wordt.
Voorbeeld van de afbeelding: duur van de kooktijd van 45 minuten.
- 1. Kies het verhittingstype met de functieknop.
- 2. Kies met de temperatuurknop de temperatuur of het grillniveau.
Na enkele seconden wordt de oven ingeschakeld. Op het indicatiepaneel wordt het verloop van de kooktijd getoond en licht het symbool [ ] op. De overige tijdsymbolen gaan uit.
De kooktijd is verstreken
Er klinkt een signaal. De oven verwarmt niet meer. Op het indicatiepaneel verschijnt : . Druk op de toets 0. Programmeer een nieuwe kooktijd met de toetsen of . Of druk tweemaal op de toets 0 en zet de functieknop in de nulstand. De oven is uitgeschakeld.
Wijzigen van de duur van de bereidingstijd
Wijzig de duur van de bereidingstijd met de toetsen of . Na enkele seconden verschijnt de gewijzigde tijdsduur. Als de kookwekker geprogrammeerd is, druk dan eerst op de toets 0.
Annuleren van de kooktijd
Stel de kooktijd in op : met de toets . De gewijzigde tijd wordt na enkele seconden getoond. De tijd is geannuleerd. Indien de kookwekker geprogrammeerd is, druk dan vooraf op de toets 0.
De tijdinstellingen opvragen
Indien verschillende tijdfuncties geprogrammeerd zijn, lichten op het indicatiepaneel de overeenstemmende symbolen op. Het symbool van de belangrijkste tijdfunctie staat tussen haakjes.
Druk, voor het raadplegen van de kookwekker , de duur van de bereidingstijd , de eindtijd of de tijd 0, verschillende keren op de toets 0 tot de haakjes het gewenste symbool aangeven. De overeenstemmende waarde wordt gedurende enkele seconden op het indicatiepaneel getoond.
Pagina 46
Eindtijd
Met de oven kan men het tijdstip programmeren waarop het gerecht klaar moet zijn. De oven wordt automatisch ingeschakeld en gaat uit op het geprogrammeerde tijdstip. Men kan het voedsel bijvoorbeeld 's morgens in de oven zetten en de oven programmeren zodat het gerecht tussen de middag klaar is.
Pas wel op dat het voedsel niet bederft doordat het te lang in de oven staat.
Voorbeeld van de afbeelding: het is 10.30 u., de kooktijd bedraagt 45 minuten en de oven moet uitgeschakeld worden om 12.30 u.
- 1. Stel de functieknop in.
- 2. Stel de temperatuurknop in.
- 3. Druk tweemaal op de toets 0.
- 4. Programmeer de duur van de kooktijd met de toetsen of .
- 5. Druk op de toets 0.
De haakjes staan bij . Het tijdstip waarop het gerecht klaar is wordt getoond.
De kooktijd is verstreken
Er klinkt een signaal. De oven verwarmt niet meer. Op het indicatiepaneel verschijnt : . Druk op de toets 0. Programmeer een nieuwe kooktijd met de toetsen of . Of druk tweemaal op de toets 0 en zet de functieknop in de nulstand. De oven is uitgeschakeld.
Wijzigen van de eindtijd
Wijzig de eindtijd met de toetsen of . De gewijzigde tijd wordt na enkele seconden getoond. Indien de kookwekker geprogrammeerd is, druk dan vooraf tweemaal op de toets 0. Wijzig de eindtijd niet als de kooktijd eenmaal is ingegaan. Het eindresultaat kan anders variëren.
Annuleren van de eindtijd
Zet de eindtijd weer gelijk met het huidige tijdstip met toets . De gewijzigde tijd wordt na enkele seconden getoond. De oven wordt ingeschakeld. Indien de kookwekker geprogrammeerd is, druk dan vooraf tweemaal op de toets 0.
De tijdinstellingen opvragen
Indien verschillende tijdfuncties geprogrammeerd zijn, lichten op het indicatiepaneel de overeenstemmende symbolen op. Het symbool van de belangrijkste tijdfunctie staat tussen haakjes.
Druk, voor het raadplegen van de kookwekker , de duur van de bereidingstijd , de eindtijd of de tijd 0, verschillende keren op de toets 0 tot de haakjes het gewenste symbool aangeven. De overeenstemmende waarde wordt gedurende enkele seconden op het indicatiepaneel getoond.
Tijd
- 6. Stel de eindtijd in met de toetsen of .
De oven toont de geprogrammeerde tijd na enkele seconden en blijft afgesteld in de wachtstand. Op het indicatiepaneel wordt het tijdstip waarop het voedsel klaar is getoond en het symbool verschijnt tussen haakjes. De symbolen en 0 worden uitgeschakeld. Wanneer de oven wordt ingeschakeld, wordt het verloop van de kooktijd getoond en verschijnt het symbool tussen haakjes. Het symbool wordt uitgeschakeld.
Na de aansluiting of na stroomuitval knipperen op het indicatiepaneel het symbool 0 en vier nullen. De tijd instellen.
- 1. Druk op de toets 0.
Op het indicatiepaneel wordt de tijd : getoond.
- 2. Stel de tijd in met de toetsen of .
Na enkele seconden wordt de geprogrammeerde tijd weergegeven.
De tijd wijzigen
Er mag geen andere tijdfunctie geprogrammeerd zijn.
- 1. Druk viermaal op de toets 0.
Op het indicatiepaneel lichten de tijdsymbolen op, de haakjes staan bij 0.
- 2. Wijzig de tijd met de toetsen of .
De geprogrammeerde tijd wordt na enkele seconden getoond.
Tijdsweergave uit
U kunt ervoor kiezen de tijd niet meer weer te geven. Lees hierover het hoofdstuk Basisinstellingen veranderen na.
Kinderslot
De oven beschikt over een kinderslot om te vermijden dat kinderen deze per ongeluk kunnen inschakelen.
De oven reageert op geen enkele instelling. De kookwekker en de tijd kunnen worden geprogrammeerd met geactiveerd kinderslot.
Wanneer het verhittingstype en de temperatuur of het grillniveau geprogrammeerd zijn, onderbreekt het kinderslot de verhitting.
Activeren van het kinderslot
Er mag geen enkele duur van de bereidingstijd noch eindtijd geprogrammeerd zijn.
Druk de toets gedurende ca. vier seconden in.
Op het indicatiepaneel verschijnt het symbool . Het kinderslot is geactiveerd.
Deactiveren van het kinderslot
Druk de toets gedurende ca. vier seconden in.
Het symbool van het indicatiepaneel wordt uitgeschakeld. Het kinderslot is gedeactiveerd.
Pagina 47
De basisinstellingen wijzigen
Deze oven is voorzien van verschillende basisinstellingen. Deze instellingen kunnen worden aangepast aan de behoeften van de gebruiker.
| Basisinstellingen | Selectie | Selectie | Selectie |
|---|---|---|---|
| • Tijdsindicator | altijd* | enkel met de toets 0 | - |
| • Duur van het signaal na het beëindigen van de kooktijd of de tijd van de kookwekker | ca. 10 s. | ca. 2 min. | ca 5 min. |
| • Wachttijd tot een instelling toegepast wordt | ca. 2 s. | ca. 5 s.* | ca. 10 s. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 47)
* Fabrieksinstelling
Er mag geen andere tijdfunctie geprogrammeerd zijn.
- 1. Druk de toets 0 gedurende ca. 4 seconden in.
Op het indicatiepaneel wordt de huidige basisinstelling voor de tijd getoond, bv. voor de selectie .
- 2. Wijzig de basisinstelling met de toetsen of .
- 3. Bevestig met de toets 0.
Op het indicatiepaneel verschijnt onderstaande basisinstelling. Met de toets 0 kunnen alle niveaus bereikt worden en met de toetsen of kan de instelling gewijzigd worden.
- 4. Druk, om te beëindigen, toets 0 gedurende ca. 4 seconden in.
Alle basisinstellingen zijn toegepast.
De basisinstellingen kunnen op elk moment opnieuw gewijzigd worden.
Onderhoud en reiniging
Wanneer u de kookplaat en de oven goed verzorgt en schoonmaakt, blijven ze lang mooi en intact. Hieronder leggen wij u uit hoe u beide op de juiste manier verzorgt en schoonmaakt.
Aanwijzingen
- Geringe kleurverschillen op de voorzijde van de oven zijn het gevolg van het gebruik van verschillende materialen, zoals glas, kunststof en metaal.
- Schaduwen op de ruit van de deur, die eruit zien als strepen, zijn lichtreflexen van de ovenlamp.
- Het email wordt ingebrand op zeer hoge temperaturen. Hierdoor kunnen er kleine kleurverschillen ontstaan. Dit is normaal en heeft geen nadelige invloed op de werking. De smalle randen van de bakplaten kunnen niet volledig worden geëmailleerd. Ze kunnen daarom ruw zijn. De bescherming tegen corrosie blijft hierbij intact.
Schoonmaakmiddelen
Om te voorkomen dat de verschillende oppervlakken door verkeerde reinigingsmiddelen beschadigd raken, moet u zich aan het volgende houden.
Gebruik bij de reiniging van de kookplaat
- geen onverdund afwasmiddel of reinigingsmiddelen voor de vaatwasmachine,
- geen schuursponsjes,
- geen agressieve reinigingsmiddelen zoals ovensprays of middelen om vlekken te verwijderen,
- geen hogedrukreiniger of stoomstraler.
- Reinig losse onderdelen niet in de vaatwasmachine.
Gebruik bij de reiniging van de oven
- geen scherpe of schurende reinigingsmiddelen,
- geen reinigingsmiddelen met een hoog alcoholpercentage,
- geen schuursponsjes,
- geen hogedrukreiniger of stoomstraler.
- Reinig losse onderdelen niet in de vaatwasmachine.
Was nieuwe sponsen voor het eerste gebruik goed uit.
| Zone | Schoonmaakmiddelen |
|---|---|
| Roestvrijstalen oppervlakken* (afhankelijk van het type apparaat) | Warm zeepsop: Met een schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek nadrogen. Veeg bij roestvrijstalen oppervlakken altijd in de slijprichting. Anders kunnen er krassen ontstaan. Kalk, vet, zetmeel en eiwitvlekken onmiddellijk verwijderen. Onder zulke vlekken kan corrosie ontstaan. Bij de servicedienst of in de vakhandel zijn speciale schoonmaakmiddelen verkrijgbaar die geschikt zijn voor warme oppervlakken van roestvrij staal. Eeen beetje schoonmaakmiddel dun opbrengen met een zachte doek. |
| Geëmailleerde, gelakte, kunststof- en zeefdruk-oppervlakken* (afhankelijk van het type apparaat) | Warm zeepsop: Met een schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek nadrogen. Geen glasreiniger, metalen of glazen schraper gebruiken voor het schoonmaken. |
| Bedieningspaneel | Warm zeepsop: Met een schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek nadrogen. Geen glasreiniger, metalen of glazen schraper gebruiken voor het schoonmaken. |
| Bovenste glazen afscherming* (afhankelijk van het type apparaat) | Glasreiniger: Met een zachte doek schoonmaken. U kunt de bovenste glazen afscherming afnemen om hem schoon te maken. Houd u aan de aanwijzingen in het hoofdstuk Bovenste glazen afscherming! |
| Draaiknoppen Niet afnemen! | Warm zeepsop: Met een schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek nadrogen. |
| Omlijsting van de kookplaat | Warm zeepsop: Niet schoonmaken met een schraper, citroen of azijn. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 47)
* Optioneel (beschikbaar voor enkele apparaten, afhankelijk van het apparaattype.)
Pagina 48
| Zone | Schoonmaakmiddelen |
|---|---|
| Gaskookplaat en pannenhouders* (afhankelijk van het type apparaat) | Warm zeepsop. Weinig water gebruiken, het mag niet door de branderonderdelen in het toestel komen. Overgelopen voedsel en etensresten direct verwijderen. U kunt de pannenhouders afnemen. |
| Pannenhouders van gietijzer*: Niet afwassen in de vaatwasmachine. | |
| Gasbranders* (afhankelijk van het type apparaat) | Branderkop en deksel verwijderen, schoonmaken met warm zeepsop. Niet in de vaatwasmachine reinigen. De gasuitlaatopeningen moeten altijd vrij zijn. Ontstekingskaarsen: kleine zachte borstel. De gasbranders functioneren alleen wanneer de ontstekingskaarsen droog zijn. Alle onderdelen goed drogen. Let er bij het terugplaatsen op dat ze precies goed zitten. De branderdeksels zijn zwart geëmailleerd. In de loop van de tijd verandert de kleur. Dit heeft geen invloed op de werking. |
| Elektrische kookzone* (afhankelijk van het type apparaat) | Schuurmiddelen of reinigingsponzen. De kookplaat hierna kort opwarmen, zodat hij droogt. Vochtige platen roesten in de loop van de tijd. Ten slotte een schoonmaakmiddel aanbrengen. Overgelopen voedsel en etensresten direct verwijderen. |
| Ring op de kookplaat* (afhankelijk van het type apparaat) | Geel- tot blauwkleurige plekken op de ring van de kookplaat met een schoonmaakmiddel voor staal verwijderen. Gebruik hiervoor geen krassende of schurende middelen. |
| Kookplaat van glaskeramiek* (afhankelijk van het type apparaat) | Verzorging: beschermings- en onderhoudsmiddelen voor glaskeramiek. Reiniging: schoonmaakmiddelen die geschikt zijn voor glaskeramiek. De aanwijzingen voor het schoonmaken op de verpakking in acht nemen. |
| • Schraper tegen sterke vervuiling: Ontgrendelen en alleen met het schrapermesje reinigen. Let op, het mes is heel scherp. Risico van letsel. Na het reinigen weer sluiten. Beschadigde messen direct vervangen. | |
| Glazen kookplaat* (afhankelijk van het type apparaat) | Verzorging: beschermings- en onderhoudsmiddelen voor het glas Reinging: schoonmaakmiddelen voor het glas. De aanwijzingen voor het schoonmaken op de verpakking in acht nemen. |
| • Schraper tegen sterke vervuiling: Ontgrendelen en alleen met het schrapermesje reinigen. Let op, het mes is heel scherp. Risico van letsel. Na het reinigen weer sluiten. Beschadigde messen direct vervangen. | |
| Deurruit | Glasreiniger: Met een zachte doek schoonmaken. Gebruik geen schrapermesjes. De deur kan worden afgenomen om hem gemakkelijk schoon te maken. Houd u hierbij aan de aanwijzingen in het hoofdstuk Ovendeur verwijderen en inbrengen! |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 48)
* Optioneel (beschikbaar voor enkele apparaten, afhankelijk van het apparaattype.)
48
| Zone | Schoonmaakmiddelen |
|---|---|
| Kinderslot* (afhankelijk van het type apparaat) | Warm zeepsop: Met een schoonmaakdoekje reinigen. Indien een kinderslot op de ovendeur is aangebracht, moet dit voor het reinigen worden verwijderd. Bij sterke verontreiniging functioneert het kinderslot niet goed meer. |
| Afdichting Niet afnemen! | Warm zeepsop: Met een schoonmaakdoekje reinigen. Niet schuren. |
| Kookzone | Warm zeepsop of water met azijn: Met een schoonmaakdoekje reinigen. Bij sterke verontreiniging een schuursponsje van roestvrij staal of ovenreiniger gebruiken. Alleen gebruiken in de onverwarmde binnenruimte. |
| • Bij zelfreinigende oppervlakken de zelfreinigingsfunctie gebruiken. Neem hierbij de aanwijzingen van het hoofdstuk Zelfreiniging in acht! Attentie! Gebruik nooit schoonmaakmiddelen voor zelfreinigende oppervlakken. | |
| Glazen kapje op de ovenlamp | Warm zeepsop: Met een schoonmaakdoekje reinigen. |
| Telescooprail | Warm zeepsop: Met een schoonmaakdoekje of borstel schoonmaken. U kunt de rekjes afnemen om ze schoon te maken. Neem hierbij de aanwijzingen in het hoofdstuk Rekjes verwijderen en inbrengen in acht! |
| Telescooprails* (afhankelijk van het type apparaat) Warm zeepsop: Met een schoonmaakdoekje of borstel schoonmaken. Verwijder het smeervet niet van de uitschuifrails. U kunt ze het beste reinigen wanneer ze ingeschoven zijn. Niet laten weken, in de vaatwasmachine schoonmaken of bij de zelfreiniging meereinigen. Dit kan invloed hebben op de werking van de rekjes en ze kunnen hierdoor beschadigd raken. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 48)
* Optioneel (beschikbaar voor enkele apparaten, afhankelijk van het apparaattype.)
Pagina 49
| Zone | Schoonmaakmiddelen |
|---|---|
| Toebehoren | Warm zeepsop: Laten weken en met schoonmaakdoekje of een borstel schoonmaken. |
| Aluminium bakplaat*: (afhankelijk van het type apparaat) Met een zachte doek nadrogen. Niet in de vaatwasmachine reinigen. Gebruik in geen geval ovenreiniger. Om krassen te vermijden mogen de metalen oppervlakken nooit met een mes of soortgelijk scherp voorwerp in aanraking komen. Ongeschikt zijn agressieve schoonmaakmiddelen, schuursponsjes en grove reinigingsdoeken. Anders kunnen er krassen ontstaan. | |
| Draaispit* (afhankelijk van het type apparaat) Warm zeepsop: Met een schoonmaakdoekje of borstel schoonmaken. Niet afwassen in de vaatwasmachine. | |
| Braadthermometer* (afhankelijk van het type apparaat) Warm zeepsop: Met een schoonmaakdoekje of borstel schoonmaken. Niet afwassen in de vaatwasmachine. | |
| Ovenlade* (afhankelijk van het type apparaat) | Warm zeepsop: Met een schoonmaakdoekje reinigen. |
| * Optioneel (beschikbaar voor enkele apparaten, afhankelijk van het apparaattype.) | |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 49)
Bovenste glasafdekking
Voordat u de bovenste afdekking opent, moet u eerst eventueel gemorst vuil met een doek verwijderen.
Voor de reiniging kan het beste een glasreiniger worden gebruikt
Verwijder de bovenste afdekking voor de reiniging. Houd de afdekking aan weerszijden vast en trek deze naar boven.
Indien de scharnieren van de afdekking losraken, moet u op de letters op de scharnieren letten. Het scharnier met de letter R moet rechts, het scharnier met de letter L moet links worden gemonteerd.
Monteer na het reinigen de bovenste afdekking weer in omgekeerde volgorde.
Sluit de bovenste afdekking pas als de kookplaat is afgekoeld.
Inschuifrails verwijderen en bevestigen
U kunt de rails voor het reinigen verwijderen. De oven dient afgekoeld te zijn.
Inschuifrails verwijderen
- 1. Rail voor optillen
- 2. en uit de geleiders nemen (Afbeelding A).
- 3. Hierna de hele rail naar voren trekken
- 4. en verwijderen (Afbeelding B).
$ %
Maak de rails schoon met zeepsop en een schoonmaaksponsje. Gebruik bij hardnekkig vuil een borstel.
Inhangroosters bevestigen
- 1. Inhangrooster eerst in de achterste bus plaatsen, iets naar achteren drukken (Afbeelding A)
- 2. en vervolgens in de voorste bus plaatsen (Afbeelding B).
$ %
De inhangroosters passen alleen links of rechts. Let erop dat evenals in afbeelding B hoogte 1 en 2 beneden is en hoogte 3, 4 en 5 boven. De uitschuifbare rail moet naar voren kunnen worden uitgetrokken.
Ovendeur verwijderen en inbrengen
Om de deurruiten schoon te maken en te demonteren, kunt u de ovendeur verwijderen.
De scharnieren van de ovendeur zijn alle voorzien van een blokkeerhendel. Wanneer de blokkeerhendels zijn dichtgeklapt (Afbeelding A), is de ovendeur beveiligd. Hij kan niet worden verwijderd. Wanneer de blokkeerhendels voor het verwijderen van de ovendeur opengeklapt zijn (B), zijn de scharnieren beveiligd. Ze kunnen niet dichtklappen.
$ %
Risico van letsel!
Wanneer de scharnieren niet beveiligd zijn, klappen ze met grote kracht dicht. Let erop dat de blokkeerhendels altijd helemaal dichtgeklapt zijn, en bij het verwijderen van de ovendeur helemaal opengeklapt.
Pagina 50
Deur verwijderen
- 1. Ovendeur helemaal openen.
- 2. Beide blokkeerhendels links en rechts openklappen (Afbeelding A).
- 3. Ovendeur tot de aanslag sluiten. Met beide handen links en rechts vastpakken. Nog wat verder sluiten en uitnemen (Afbeelding B).
$ %
Deur inbrengen
De ovendeur in de omgekeerde volgorde weer inbrengen.
- 1. Let er bij het inbrengen van de ovendeur op dat beide scharnieren recht in de opening worden geleid (Afbeelding A).
- 2. De keep op het scharnier dient aan beide kanten in te klikken (Afbeelding B).
$ %
- 3. Beide blokkeerhendels weer dichtklappen (Afbeelding C). Ovendeur sluiten.
&
Risico van letsel!
Wanneer de ovendeur er per ongeluk uitvalt of een scharnier dichtklapt, het scharnier niet met uw hand aanraken. Neem contact op met de klantenservice.
Deurruiten verwijderen en inbrengen
Om gemakkelijker schoon te maken kunt u de ruiten van de ovendeur uitnemen.
Verwijderen
- 1. Ovendeur verwijderen en met de handgreep naar beneden op een doek leggen.
- 2. De afscherming bovenaan de ovendeur afnemen. Hiervoor links en rechts het lipje met de vingers indrukken (Afbeelding A).
- 3. Bovenste ruit optillen en naar buiten trekken (Afbeelding B).
$ %
- 4. Ruit optillen en naar buiten trekken (Afbeelding C).
&
Reinig de ruiten met glasreiniger en een zachte doek.
Risico van letsel!
Wanneer er krassen op het glas van de apparaatdeur zitten, kan dit springen. Geen schraper, scherpe of schurende schoonmaakmiddelen gebruiken.
Inbrengen
Let er bij het inbrengen op dat “right above“ linksonder ondersteboven staat.
- 1. De ruit schuin naar achteren inschuiven (Afbeelding A).
- 2. Bovenste ruit schuin naar achteren in de beide houders schuiven. Het grote vlak moet zich aan de buitenkant bevinden. (Afbeelding B).
$ %
- 3. De afscherming plaatsen en aandrukken.
- 4. Ovendeur inbrengen.
Gebruik de oven pas weer wanneer de ruiten naar behoren zijn ingezet.
Pagina 51
Wat te doen bij storingen?
Storingen worden vaak veroorzaakt door een kleinigheid. Raadpleeg de volgende tabel voordat u contact opneemt met de servicedienst. Wellicht kunt u zelf de storing verhelpen.
Storingstabel
Wanneer een gerecht niet goed gelukt is, lees hier dan het hoofdstuk Voor u in onze kookstudio getest op na. Hier vindt u vele tips en aanwijzingen voor het koken.
Kans op een elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk. Reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door technici die zijn geïnstrueerd door de klantenservice.
Storing Mogelijke oor- Oplossing/aanwijzing zaak
De oven functio- De zekering is Kijk in de meterkast na of neert niet. defect. de zekering in orde is.
De stroom is uit- Controleer of het keukengevallen. licht of andere keukenapparaten functioneren.
| De tijdsindicatie knippert. | De stroom is uit- Stel de tijd opnieuw in. gevallen. |
| De oven warmt niet op. | Er zit stof op de Draai de schakelaars meercontacten. dere keren heen en weer. |
| De gasbrander ontsteekt niet. | Stroomonder- Steek de gasbranders aan breking of voch- met een gasaansteker of tige een lucifer. ontstekingskaarsen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 51)
Foutberichten
Wanneer op het indicatiepaneel een foutbericht met verschijnt, druk dan op de toets 0. Het bericht verdwijnt. De ingestelde tijdfunctie wordt gewist. Indien het foutbericht niet verdwijnt, waarschuw dan de technische dienst.
Onderstaande foutberichten kunnen verholpen worden door de gebruiker.
Foutbericht
| Mogelijke oorzaak | Oplossing/aanbevelingen |
| Een toets is te lang ingedrukt of is vastgelopen. | Druk alle toetsen één voor één in. Controleer of een toets vastgelopen, bedekt of vuil is. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 51)
Gevaar voor elektrische schokken!
Onjuist uitgevoerde reparaties zijn gevaarlijk. Reparaties mogen alleen worden uitgevoerd door behoorlijk opgeleid personeel van de Technische Dienst.
Ovenlamp aan het plafond vervangen
Als de ovenlamp is uitgevallen, moet deze worden vervangen. Temperatuurbestendige reservelampen, 40 watt, kunt u krijgen bij de klantenservice of uw speciaalzaak. Gebruik uitsluitend originele lampen.
Kans op een elektrische schok!
Zekering in de meterkast uitschakelen.
- 1. Theedoek in de onverwarmde oven leggen, om schade te voorkomen.
- 2. Glazen afscherming eruit halen door de schroeven naar links te draaien.
- 3. Lamp vervangen door een van hetzelfde type.
- 4. Glazen afscherming er weer inschroeven.
- 5. Theedoek eruit nemen en de zekering inschakelen.
Glazen afscherming
Als de glazen afscherming beschadigd is, dient hij te worden vervangen. Passende glazen afschermingen zijn verkrijgbaar bij de klantenservice. Vermeld a.u.b. het productnummer (Enr.) en het fabricagenummer (FD-nr.) van uw apparaat.
Pagina 52
Servicedienst
Wanneer uw apparaat gerepareerd moet worden, staat onze servicedienst voor u klaar. Wij vinden altijd een passende oplossing, ook om onnodig bezoek van een technicus te voorkomen.
Enummer en FDnummer
Geef aan de klantenservice altijd het productnummer (E-nr.) en het fabricagenummer (FD-nr.) van uw apparaat op, zodat wij u goed van dienst kunnen zijn. Het typeplaatje met de nummers vindt u aan de zijkant van de ovendeur. Om niet te lang te hoeven zoeken wanneer u de klantenservice nodig heeft, kunt u hier direct de gegevens van uw apparaat en het telefoonnummer van de servicedienst invullen.
Enr. FDnr.
Energie en milieutips
Hier krijgt u tips over de manier waarop u bij het bakken en braden in de oven en bij het koken op de kookplaat energie bespaart en het apparaat op de juiste manier afvoert.
Energie besparen met de oven
- De oven alleen voorverwarmen als dit in het recept of in de tabellen van de gebruiksaanwijzing is opgegeven.
- Gebruik donkere, zwart gelakte of geëmailleerde bakvormen. Deze nemen de hitte bijzonder goed op.
- Open de ovendeur tijdens het garen, bakken of braden zo weinig mogelijk.
- Meerdere taarten of cakes kunt u het beste na elkaar bakken. De oven is dan nog warm. Daardoor is de baktijd voor het tweede gerecht korter. U kunt ook 2 rechthoekige bakvormen naast elkaar in de oven plaatsen.
- Bij langere bereidingstijden kunt u de oven 10 minuten voor het einde van de bereidingstijd uitzetten en de restwarmte gebruiken voor het afbakken.
Energie besparen met de gas-kookplaat
- Kies altijd een pan die de juiste grootte heeft voor uw gerechten. Een grote, slechts weinig gevulde pan heeft veel energie nodig.
- Sluit de pan altijd af met een passend deksel.
- De gasvlam moet altijd contact met de bodem van de pan hebben.
Milieuvriendelijk afvoeren
Voer de verpakking op een milieuvriendelijke manier af.
Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE).
De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.
Servicedienst
Let erop dat het bezoek van een technicus van de servicedienst in het geval van een verkeerde bediening ook tijdens de garantietijd kosten met zich meebrengt.
De contactgegevens in alle landen vindt u in de bijgesloten lijst met Servicedienstadressen.
Verzoek om reparatie en advies bij storingen NL 088 424 4010
Vertrouw op de competentie van de fabrikant. Dan bent u ervan verzekerd dat de reparatie wordt uitgevoerd door ervaren technici die gebruikmaken van de originele reserveonderdelen voor uw apparaat.
Pagina 53
Voor u in onze kookstudio uitgetest.
Hier vindt u een keur aan gerechten en de daarbij behorende optimale instellingen. Wij laten u zien welke verwarmingsmethode en temperatuur het meest geschikt is voor uw gerecht. U krijgt informatie over de juiste toebehoren en de hoogte waarop ze ingeschoven dienen te worden. U krijgt tips over de te gebruiken vormen en de bereiding.
Aanwijzingen
- De tabel geldt altijd voor producten die in de onverwarmde en lege binnenruimte worden geplaatst.
Alleen voorverwarmen wanneer dit in de tabel wordt aangegeven. Leg pas na het voorverwarmen bakpapier op de toebehoren.
- De aangegeven tijden in de tabellen zijn richtwaarden. Ze zijn afhankelijk van de kwaliteit en de aard van de levensmiddelen.
- Maak gebruik van de meegeleverde toebehoren. Bij de klantenservice of in de vakhandel kunt u toebehoren of extra toebehoren kopen.
Verwijder voor het gebruik alle toebehoren en vormen die u niet nodig heeft uit de binnenruimte.
- Gebruik altijd een pannenlap wanneer u hete toebehoren of vormen uit de oven neemt.
Gebak
Bakken op één niveau
Met boven en onderwarmte lukt het gebak het beste.
Wanneer u met 3D-hetelucht bakt, dient u de volgende inschuifhoogtes voor de toebehoren te gebruiken:
- Gebak in vormen: hoogte
- Gebak op de plaat: hoogte
Bakken op meerdere niveaus
Gebruik 3Dhetelucht .
Inschuifhoogtes bij het bakken op 2 niveaus
- Braadslede: hoogte
- Bakplaat: hoogte
Inschuifhoogtes bij het bakken op 3 niveaus
- Bakplaat: hoogte 5
- Braadslede: hoogte
- Bakplaat: hoogte
Bakplaten die gelijktijdig in de oven worden gedaan, hoeven niet op hetzelfde moment klaar te zijn.
In de tabellen vindt u talrijke voorstellen voor uw gerechten.
Wanneer u met 3 rechthoekige bakvormen tegelijk bakt, zet deze dan zoals op de afbeelding aangegeven op het rooster.
Bakvormen
Het meest geschikt zijn donkere metalen bakvormen.
Bij lichte bakvormen van dunwandig metaal of glazen vormen is de baktijd langer en wordt het gebak niet zo gelijkmatig bruin.
Wanneer u siliconen vormen wilt gebruiken, raadpleeg dan de informatie en de recepten van de fabrikant. Vormen van silicone zijn vaak kleiner dan normale vormen. De deegvormen en receptgegevens kunnen afwijken.
Tabellen
In de tabellen vindt u voor de verschillende soorten gebak de optimale verwarmingsmethode. Temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de hoeveelheid en de kwaliteit van het deeg. In de tabellen zijn bereiken aangegeven. Probeer het eerst met de laagste waarde. Een lage temperatuur zorgt ervoor dat het gerecht gelijkmatiger bruin wordt. Stel de oven indien nodig de volgende keer hoger in.
De baktijden worden 5 tot 10 minuten korter wanneer u voorverwarmt.
Bijkomende informatie vindt u onder Tips voor het bakken na de tabellen.
| Gebak in vormen | Vorm | Hoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in minuten |
|---|---|---|---|---|---|
| Cake, eenvoudig | Krans/rechthoekige vorm | 2 | 160-180 | 40-50 | |
| 3 cakevormen | 3+1 | 140-160 | 60-80 | ||
| Cake, fijn | Krans/rechthoekige vorm | 2 | 150-170 | 60-70 | |
| Taartbodem, roerdeeg | Vorm vruchtentaartbodem | 2 | 150-170 | 20-30 | |
| Vruchtentaart fijn, roerdeeg | Springvorm/tulbandvorm | 2 | 160-180 | 50-60 | |
| Biscuittaart | Springvorm | 2 | 160-180 | 30-40 | |
| Bodem zandtaartdeeg met rand | Springvorm | 1 | 170-190 | 25-35 | |
| Vruchten- of kwarktaart, bodem van zandtaartdeeg* | Springvorm | 1 | 170-190 | 70-90 | |
| Zwitserse vruchtentaart | Pizzaplaat | 1 | 220-240 | 35-45 | |
| Hartig gebak (bijv. quiche/uientaart)* | Springvorm | 1 | 180-200 | 50-60 | |
| Pizza, dunne bodem met weinig bedekking (voorverwarmen) | Pizzaplaat | 1 | 250-270 | 10-15 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 53)
* Gebak ca. 20 minuten in de uitgeschakelde, gesloten oven laten afkoelen.