Bosch HMG836NS1, tekst van de handleiding
Pagina's 40–49 van 60 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← pagina's 30–39verder op pagina 50 →
Pagina 40
nl Voor u in onze kookstudio uitgetest.
7 Circulatiegrillen
| Gebruikte verwarmingsmethoden: | ■ |
|---|---|
| ■ 4D hetelucht | ■ |
| ■ • Boven- en onderwarmte |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 40)
- Pizzastand
| Gerecht | Toebehoren/vormen | Inschuifhoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C | Magnetronvermogen in watt | Duur in min. |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Ovenschotel, hartig, gegaarde ingrediënten | Ovenschaal | 2 | 200-220 | - | 30-50 | |
| Ovenschotel, hartig, gegaarde ingrediënten | Ovenschaal | 2 | 150-170 | 360 | 20-30 | |
| Ovenschotel, zoet | Ovenschaal | 2 | 170-190 | - | 40-60 | |
| Ovenschotel, zoet | Ovenschaal | 2 | 150-170 | 360 | 20-30 | |
| Lasagne, vers, 1 kg | Ovenschaal | 2 | 160-180 | - | 50-60 | |
| Lasagne, vers, 1 kg | Ovenschaal | 2 | 180-200 | 360 | 20-30 | |
| Lasagne, diepvries, 400 g | Rooster | 2 | 190-210 | - | 30-35 | |
| Lasagne, diepvries, 400 g | Open vorm | 2 | 200-210 | 180 | 20-25 | |
| Aardappelgratin, rauwe ingrediënten, 4 cm hoog | Ovenschaal | 2 | 160-190 | - | 50-70 | |
| Aardappelgratin, rauwe ingrediënten, 4 cm hoog | Ovenschaal | 2 | 7 | 170-190 | 360 | 20-25 |
| Aardappelgratin, rauwe ingrediënten, 4 cm hoog, 2 niveaus | Ovenschaal | 3+1 | 150-170 | - | 60-80 | |
| Soufflé | Ovenschaal | 2 | 160-180* | - | 35-45 | |
| Soufflé * voorverwarmen | Portievormen | 2 | 170-190 | - | 65-75 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 40)
Gevogelte
Uw apparaat biedt talrijke verwarmingsmethoden voor het bereiden van gevogelte. In de insteltabellen vindt u optimale instellingen voor enkele gerechten.
Braden op het rooster
Het braden op het rooster is bijzonder geschikt voor groot gevogelte of meerdere stukken tegelijk.
Schuif het rooster met het opschrift “Microwave” naar de apparaatdeur en de kromming naar beneden gericht op de aangegeven hoogte naar binnen. Plaats de universele braadslede met de schuine kant naar de apparaatdeur gericht op de inschuifhoogte eronder.
Giet afhankelijk van de grootte en het soort gevogelte tot liter water in de braadslede. Uitdruipend vet wordt zo opgevangen. Uit dit braadvocht kunt u een saus bereiden. Bovendien ontstaat zo minder rook en blijft de binnenruimte schoner.
Braden in vormen
Gebruik alleen vormen die geschikt zijn voor de bakoven. Controleer of de vorm in de binnenruimte past.
Glazen vormen zijn het meest geschikt. Zet hete vormen van glas op een droge onderzetter. Is de ondergrond nat of koud, dan kan het glas knappen.
Glanzende braadsledes van edelstaal of aluminium reflecteren de warmte als een spiegel en zijn daardoor niet zo geschikt. Het gevogelte gaart langzamer en wordt minder bruin. Houd een hogere temperatuur en/ of langere bereidingstijd aan.
Houd u aan de aanwijzingen van de fabrikant van de braadvorm.
Open vorm
Gebruik voor het braden van gevogelte het beste een hoge vorm. Plaats de vorm op het rooster. Wanneer u geen geschikte vorm heeft, gebruikt u de braadslede.
Gesloten vorm
De binnenruimte blijft bij de bereiding in een gesloten vorm veel schoner. Let erop dat het deksel voor de pan past en goed sluit. Plaats de vorm op het rooster.
Bij het openen van het deksel na het garen, kan zeer hete stoom ontwijken. Til het deksel van achteren op, zodat de hete stoom van het lichaam af naar buiten gaat.
Gevogelte kan ook in een gesloten braadslede knapperig worden. Gebruik hiervoor een braadslede met glazen deksel en stel een hogere temperatuur in.
Braden in combinatie met microgolven
Gevogelte kunt u bijzonder goed in combinatie met microgolven bereiden. De bereidingstijd wordt hierdoor aanzienlijk verkort.
Anders dan bij het conventionele gebruik, wordt de gaarduur bij het braden in combinatie met microgolven bepaald door het totale gewicht.
Tip: Bij andere hoeveelheden dan in de insteltabellen zijn aangegeven, helpt de volgende vuistregel: bij een dubbele hoeveelheid kan de duur bijna worden verdubbeld.
Pagina 41
Voor u in onze kookstudio uitgetest. nl
Gebruik altijd een hitte- en magnetronbestendige vorm. Braadvormen van metaal en een Römertopf zijn alleen geschikt voor het braden zonder microgolven. Houd u aan de aanwijzingen voor de magnetronbestendige vorm. "De magnetron" op pagina 20
Grillen
Laat de deur van het apparaat tijdens het grillen gesloten. Nooit met een geopende apparaatdeur grillen.
Schuif het rooster met het opschrift “Microwave” naar de apparaatdeur en de kromming naar beneden gericht op de aangegeven hoogte naar binnen. Plaats bovendien de universele braadslede met de schuine kant naar de apparaatdeur ten minste één inschuifhoogte eronder. Uitdruipend vet wordt zo opgevangen.
Neem indien mogelijk grillstukken van ongeveer dezelfde dikte en gewicht. Zo worden ze gelijkmatig bruin en blijven ze lekker mals. Leg de te grillen stukken vlees rechtstreeks op het rooster.
Keer de grillstukken met een grilltang. Wanneer u met een vork in het vlees prikt, verliest het sap en wordt het droog.
Aanwijzingen
- Het grillelement wordt steeds weer in- en uitgeschakeld, dat is normaal. Hoe vaak dit gebeurt, is afhankelijk van de ingestelde grillstand.
- Bij het grillen kan rook ontstaan.
Aanbevolen instelwaarden
In de tabel vindt u voor het gevogelte de optimale verwarmingsmethode. Temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de hoeveelheid, kwaliteit en temperatuur van het levensmiddel. Daarom zijn er instelbereiken aangegeven. Probeer het eerst met de lagere waarden. Stel de oven indien nodig de volgende keer hoger in.
De instelwaarden gelden voor ongevuld, braadklaar gevogelte op koelkasttemperatuur dat in de
onverwarmde binnenruimte wordt geplaatst. Zo kunt u tot 20 procent energie sparen. De aangegeven bereidingstijden worden enkele minuten korter wanneer u voorverwarmt.
In de tabel vindt u gegevens voor gevogelte met voorgesteld gewicht. Wanneer u zwaarder gevogelte wilt bereiden, gebruik dan in elk geval de lage temperatuur. Bij meerdere stukken oriënteert u zich aan het zwaarste stuk om de bereidingsduur te bepalen. De afzonderlijke stukken dienen ongeveer even groot te zijn.
In het algemeen geldt: hoe groter het gevogelte, des te lager de temperatuur en des te langer de bereidingstijd.
Gevogelte na ca. tot van de aangegeven tijd keren.
Aanwijzing: Gebruik alleen bakpapier dat geschikt is voor de gekozen temperatuur. Knip het bakpapier altijd zodanig af dat het goed past.
Tips
- Prik bij eend of gans het vel onder de vleugels in. Zo kan het vet weglopen.
- Snij bij eendenborst de huid in. Keer de eendenborst niet.
- Let er bij het keren van gevogelte op dat eerst de borstzijde resp. de huidzijde onder is.
- Gevogelte wordt bijzonder knapperig bruin als u het tegen het einde van de bereidingstijd bestrijkt met boter, zout water of sinaasappelsap.
Niet gebruikte toebehoren verwijderen uit de binnenruimte. Zo krijgt u een optimaal bakresultaat en spaart u tot 20 procent energie.
Gebruikte verwarmingsmethoden:
- 4D hetelucht
- • Boven- en onderwarmte
- 7 Circulatiegrillen
- • Grill, groot
- • Pizzastand
| Gerecht Kip | Accessoires/vormen | Inschuifhoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C / grillstand | Magnetronvermogen in watt | Duur in min. |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Kip, 1 kg | Rooster | 2 | 7 | 200-220 | - | 60-70 |
| Kip, 1 kg | Gesloten vorm | 2 | 7 | 230-250 | 360 | 25-35 |
| Kipfilet, à 150 g (grillen) | Rooster | 4 | 3* | - | 15-20 | |
| Kipfilet, 2 stuks à 150 g (grillen) | Open vorm | 2 | 7 | 190-210 | 180 | 25-30 |
| Kleine kipdelen, à 250 g | Rooster | 3 | 7 | 220-230 | - | 30-35 |
| Kleine kipdelen, 4 stuks à 250 g | Open vorm | 2 | 7 | 190-210 | 360 | 20-30 |
| Kipsticks, nuggets, diepvries | Braadslede | 3 | 190-210 | - | 20-25 | |
| Kipsticks, nuggets, diepvries, 250 g | Braadslede | 2 | 7 | 190-210 | 360 | 10-15 |
| Poularde, 1,5 kg | Rooster | 2 | 7 | 200-220 | - | 70-90 |
| Poularde, 1,5 kg | Vorm gesloten | 2 | 7 | 210-230 | 360 180 | 30 15-25 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 41)
* 5 min voorverwarmen
Pagina 42
nl Voor u in onze kookstudio uitgetest.
| Gerecht Eend & gans | Accessoires/vormen | Inschuifhoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C / grillstand | Magnetronvermogen in watt | Duur in min. |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Eend, 2 kg | Rooster | 2 | 7 | 180-200 | - | 90-110 |
| Eend, 2 kg | Rooster | 2 | 7 | 170-190 | 180 | 60-80 |
| Eendenborst, à 300 g | Rooster | 3 | 7 | 230-250 | - | 25-30 |
| Gans, 3 kg | Rooster | 2 | 7 | 160-180 | - | 120-150 |
| Gans, 3 kg | Rooster | 2 | 7 | 170-190 | 180 | 80-90 |
| Ganzenbouten, à 350 g | Rooster | 2 | 7 | 210-230 | - | 40-50 |
| Ganzenbouten, à 350 g | Rooster | 2 | 7 | 170-190 | 180 | 30-40 |
| Kalkoen | ||||||
| Kalkoen, 2,5 kg | Rooster | 2 | 7 | 180-200 | - | 70-90 |
| Kalkoen, 2,5 kg | Rooster | 2 | 170-190 | 180 | 60-80 | |
| Kalkoenfilet, zonder been, 1 kg | Gesloten vorm | 2 | 240-260 | - | 80-100 | |
| Kalkoendij, met been, 1 kg | Rooster | 2 | 7 | 180-200 | - | 80-100 |
| Kalkoendij, met been, 1 kg * 5 min voorverwarmen | Gesloten vorm | 2 | 7 | 210-230 | 360 | 45-50 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 42)
Vlees
Uw apparaat biedt talrijke verwarmingsmethoden voor het bereiden van vlees. In de insteltabellen vindt u optimale instellingen voor vele gerechten.
Braden en stoven
Bestrijk mager vlees naar wens met vet of leg er reepjes spek op.
Snij een zwoerd kruisgewijs in. Let er bij het keren van braadvlees op dat eerst de zwoerd onder is.
Als het braadvlees klaar is, moet het nog 10 minuten in de uitgeschakelde, gesloten binnenruimte blijven liggen. Zo kan het vleessap zich beter verdelen. Wikkel het braadvlees evt. in aluminiumfolie. Bij de opgegeven bereidingstijd is de aanbevolen rusttijd niet inbegrepen.
Braden op het rooster
Op het rooster wordt vlees van alle kanten bijzonder knapperig.
Giet afhankelijk van de grootte en het type van het stuk vlees tot liter water in de universele braadslede. Uitdruipend vet en braadsappen worden zo opgevangen. Uit dit braadvocht kunt u een saus bereiden. Bovendien ontstaat zo minder rook en blijft de binnenruimte schoner.
Schuif het rooster met het opschrift “Microwave” naar de apparaatdeur en de kromming naar beneden gericht op de aangegeven hoogte naar binnen. Plaats de universele braadslede met de schuine kant naar de apparaatdeur gericht op de inschuifhoogte eronder.
Braden en stoven in een vorm
Het braden en stoven in een vorm is comfortabeler. U kunt het braadvlees met de vorm eenvoudiger uit de binnenruimte nemen en de saus direct in de vorm bereiden.
Gebruik alleen vormen die geschikt zijn voor de werking oven. Controleer of de vorm in de binnenruimte past.
Glazen vormen zijn het meest geschikt. Zet hete vormen van glas op een droge onderzetter. Is de ondergrond nat of koud, dan kan het glas knappen.
Voeg aan mager vlees een beetje vloeistof toe. In glazen vormen moet de bodem van de vorm ca. cm hoog bedekt zijn.
De hoeveelheid vloeistof is afhankelijk van het soort vlees en het materiaal van de vormen en of u een deksel gebruikt. Wanneer u vlees in geëmailleerde of donkere braadvormen klaarmaakt, is er wat meer vloeistof nodig dan in glazen vormen.
Tijdens het braden verdampt de vloeistof in de vorm. Voeg zo nodig voorzichtig wat vloeistof toe.
Glanzende braadsledes van edelstaal of aluminium reflecteren de warmte als een spiegel en zijn daardoor niet zo geschikt. Het vlees gaart langzamer en wordt minder bruin. Houd een hogere temperatuur en/of langere bereidingstijd aan.
Houd u aan de aanwijzingen van de fabrikant van de braadvorm.
Open vorm
Gebruik voor het braden van vlees het beste een hoge vorm. Plaats de vorm op het rooster. Wanneer u geen geschikte vorm heeft, gebruikt u de braadslede.
Gesloten vorm
De binnenruimte blijft bij de bereiding in een gesloten vorm veel schoner. Let erop dat het deksel voor de pan past en goed sluit. Plaats de vorm op het rooster.
De afstand tussen het vlees en het deksel moet minstens 3 cm bedragen. Het vlees kan tijdens het garen uitzetten.
Bij het openen van het deksel na het garen, kan zeer hete stoom ontwijken. Til het deksel van achteren op, zodat de hete stoom van het lichaam af naar buiten gaat.
Pagina 43
Voor u in onze kookstudio uitgetest. nl
Voor het stoven, braadt u het vlees naar wens eerst aan. Voeg er voor het braadsap water, wijn, azijn of iets dergelijks aan toe. De bodem van de vorm dient ca 1-2 cm bedekt te zijn.
Tijdens het braden verdampt de vloeistof in de vorm. Voeg zo nodig voorzichtig wat vloeistof toe.
Vlees kan ook in een gesloten braadslede knapperig worden. Gebruik hiervoor een braadslede met glazen deksel en stel een hogere temperatuur in.
Braden in combinatie met microgolven
Bepaalde voedingsproducten kunnen in combinatie met microgolven worden bereid. Hierdoor wordt de bereidingstijd aanzienlijk verkort.
Anders dan bij het conventionele gebruik, wordt de gaarduur bij het braden in combinatie met microgolven bepaald door het totale gewicht.
Tip: Bij andere hoeveelheden dan in de insteltabellen zijn aangegeven, helpt de volgende vuistregel: bij een dubbele hoeveelheid kan de duur bijna worden verdubbeld.
Gebruik altijd een hitte- en magnetronbestendige vorm. Braadvormen van metaal en een Römertopf zijn alleen geschikt voor het braden zonder microgolven. Houd u aan de aanwijzingen voor de magnetronbestendige vorm. "De magnetron" op pagina 20
Attentie!
Als u een braadzak gebruikt, sluit deze dan niet af met metalen clips. Gebruik in plaats daarvan keukengaren. Gebruik voor rollades geen metalen spiezen. Hierdoor kan vonkvorming optreden.
Grillen
Laat de deur van het apparaat tijdens het grillen gesloten. Nooit met een geopende apparaatdeur grillen.
Schuif het rooster met het opschrift “Microwave” naar de apparaatdeur en de kromming naar beneden gericht op de aangegeven hoogte naar binnen. Plaats bovendien de universele braadslede met de schuine kant naar de apparaatdeur ten minste één inschuifhoogte eronder. Uitdruipend vet wordt zo opgevangen.
Neem indien mogelijk grillstukken van ongeveer dezelfde dikte en gewicht. Zo worden ze gelijkmatig bruin en blijven ze lekker mals. Leg de te grillen stukken vlees rechtstreeks op het rooster.
Keer de grillstukken met een grilltang. Wanneer u met een vork in het vlees prikt, verliest het sap en wordt het droog.
Zout het vlees pas na het grillen. Zout onttrekt water aan het vlees.
Aanwijzingen
- Het grillelement wordt steeds weer in- en uitgeschakeld, dat is normaal. Hoe vaak dit gebeurt, is afhankelijk van de ingestelde grillstand.
- Bij het grillen kan rook ontstaan.
Aanbevolen instelwaarden
In de tabel vindt u voor talrijke vleesgerechten de optimale verwarmingsmethode. Temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de hoeveelheid, kwaliteit en temperatuur van het levensmiddel. Daarom zijn er instelbereiken aangegeven. Probeer het eerst met de lagere waarden. Stel de oven indien nodig de volgende keer hoger in.
De instelwaarden gelden voor vlees op koelkasttemperatuur dat in de onverwarmde binnenruimte wordt geplaatst. Zo kunt u tot 20 procent energie sparen. De aangegeven bereidingstijden worden enkele minuten korter wanneer u voorverwarmt.
In de tabel vindt u gegevens voor stukken braadvlees met voorgesteld gewicht. Wanneer u een zwaar stuk wilt braden, gebruik dan in elk geval de lage temperatuur. Bij meerdere stukken oriënteert u zich aan het zwaarste stuk om de bereidingsduur te bepalen. De afzonderlijke stukken dienen ongeveer even groot te zijn.
In het algemeen geldt: hoe groter het braadvlees, des te lager de temperatuur en des te langer de bereidingstijd.
Braadvlees en grillvlees na ca. tot van de aangegeven tijd keren.
Indien u volgens eigen recept wilt bereiden dan oriënteert u zich aan soortgelijke gerechten.
Bijkomende informatie vindt u onder "Tips voor braden, stoven en grillen" na de insteltabel.
Niet gebruikte toebehoren verwijderen uit de binnenruimte. Zo krijgt u een optimaal bakresultaat en spaart u tot 20 procent energie.
Gebruikte verwarmingsmethoden:
- 4D hetelucht
- • Boven- en onderwarmte
- 7 Circulatiegrillen
- • Grill, groot
- • Magnetron
| Gerecht Varkensvlees | Accessoires/vormen | Inschuifhoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C / grillstand | Magnetronvermogen in watt | Duur in min. |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Gebraden varkensvlees zonder zwoerd, bijv. halsstuk, 1,5 kg | Open vorm | 2 | 7 | 180-190 | - | 110-130 |
| Gebraden varkensvlees zonder zwoerd, bijv. halsstuk, 1,5 kg | Gesloten vorm | 2 | 220-240 | 360 | 55-65 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 43)
* voorverwarmen
** zonder keren
Pagina 44
nl Voor u in onze kookstudio uitgetest.
| Gerecht | Accessoires/vormen | Inschuifhoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C / grillstand | Magnetronvermogen in watt | Duur in min. |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Gebraden varkensvlees met zwoerd, bijv. schouderstuk, 2 kg | Rooster | 2 | 7 | 190-200 | - | 130-140 |
| Gebraden varkenslende, 1,5 kg | Open vorm | 2 | 7 | 220-230 | - | 70-80 |
| Gebraden varkenslende, 1,5 kg | Gesloten vorm | 2 | 7 | 230-240 | 90 | 50-60 |
| Varkenshaas, 400 g | Rooster | 3 | 7 | 220-230 | - | 20-25 |
| Casselerrib met been, 1 kg (incl. een beetje toegevoegd water) | Gesloten vorm | 2 | 7 | 210-230 | - | 70-90 |
| Casselerrib met been, 1 kg | Open vorm | 2 | - | 360 | 40-50 | |
| Varkenssteaks, 2 cm dik | Rooster | 5 | 2 | - | 16-20 | |
| Varkensmedaillons, 3 cm dik (5 min. voorverwarmen) | Rooster | 5 | 3* | - | 8-12 | |
| Rundvlees | ||||||
| Runderfilet, medium, 1 kg | Rooster | 2 | 7 | 210-220 | - | 40-50 |
| Runderfilet, medium, 1 kg | Gesloten vorm | 2 | 240-260 | 90 | 30-40 | |
| Gestoofd rundvlees, 1,5 kg | Gesloten vorm | 2 | 7 | 200-220 | - | 130-160 |
| Rosbief, medium, 1,5 kg | Rooster | 2 | 7 | 220-230 | - | 60-70 |
| Rosbief, medium, 1,5 kg | Open vorm | 2 | 240-260 | 180 | 30-40 | |
| Steak, 3 cm dik, medium (niet voorverwarmen) | Rooster | 3 | 3 | - | 15-20 | |
| Burger, 3-4 cm hoog | Rooster | 4 | 3 | - | 25-30 | |
| Kalfsvlees | ||||||
| Gebraden kalfsvlees, 1,5 kg | Open vorm | 2 | 7 | 160-170 | - | 100-120 |
| Gebraden kalfsvlees, 1,5 kg | Gesloten vorm | 2 | 200-210 | 90 | 70-80 | |
| Kalfsschenkel, 1,5 kg | Open vorm | 2 | 200-210 | - | 100-120 | |
| Kalfsschenkel, 1,5 kg | Open vorm | 2 | 7 | 200-220 | 180 90 | 30 30-40 |
| Lamsvlees | ||||||
| Lamsbout zonder been, medium, 1,5 kg | Open vorm | 2 | 7 | 170-190 | - | 50-80 |
| Lamsbout zonder been, medium, 1,5 kg | Vorm gesloten | 2 | 240-260 | 360 180 | 30 35-40 | |
| Lamszadel met been** | Rooster | 2 | 7 | 180-190 | - | 40-50 |
| Lamszadel met been, 1 kg** | Open vorm | 2 | 7 | 190-210 | 90 | 30-40 |
| Lamskotelet | Rooster | 3 | 3 | - | 12-16 | |
| Grillworsten | Rooster | 4 | 3 | - | 10-15 | |
| Vleesgerechten | ||||||
| Gehaktbrood, 1 kg | Open vorm | 2 | 7 | 170-180 | - | 60-70 |
| Gebraden gehakt, 1 kg + 20 ml water * voorverwarmen ** zonder keren | Open vorm | 2 | 7 | 170-190 | 360 | 30-40 |
Pagina 45
Voor u in onze kookstudio uitgetest. nl
| Tips voor het braden, stoven en grillen | |
|---|---|
| De binnenruimte wordt erg vuil. | Bereid het product in een gesloten braadslede of gebruik het grillrooster. Wanner u het grillrooster gebruikt, behaalt u een optimaal braadresultaat. U kunt het grillrooster als speciaal toebehoren kopen. |
| Het braadvlees is te donker en de korst is op enkele plaatsen verbrand en/of het braadvlees is te droog. | Controleer de inschuifhoogte en de temperatuur. Kies de volgende keer een lagere temperatuur en verkort evt. de braadtijd. |
| De korst is te dun. | Verhoog de temperatuur of schakel na afloop van de braadtijd de grill even in. |
| Het braadvlees ziet er goed uit, maar de jus is aangebrand. | Neem de volgende keer kleiner braadgerei en voeg evt. meer vloeistof toe. |
| Het braadvlees ziet er goed uit, maar de jus is te licht en te waterig. | Neem de volgende keer groter braadgerei en voeg evt. minder vloeistof toe. |
| Bij het stoven brandt het vlees aan. | Het deksel moet goed op de braadvorm passen en goed sluiten. Reduceer de temperatuur en voeg zo nodig nog wat vloeistof toe tijdens het smoren. |
| Het vlees is niet doorbakken. | Snijd het vlees open. Bereid de jus in de braadvorm en leg vervolgens de braadstukken in de jus. Bereid het vlees verder alleen met microgolven. |
| Het grillproduct wordt te droog. | Het vlees pas na het grillen zouten. Zout onttrekt water aan het vlees. Steek tijdens het keren niet in het grillproduct. Gebruik een grilltang. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 45)
Vis
Uw apparaat biedt diverse verwarmingsmethoden voor het bereiden van vis. In de insteltabellen vindt u optimale instellingen voor vele gerechten.
Hele vis hoeft niet gekeerd te worden. Plaats de hele vis in de zwemstand, met de rugvin naar boven, in de binnenruimte. Een ingesneden aardappel of een kleine ovenvaste vorm in de buik van de vis zorgt voor stabiliteit.
U kunt herkennen dat de vis gaar is, wanneer de rugvin gemakkelijk loslaat.
Braden en grillen op het rooster
Schuif het rooster met het opschrift “Microwave” naar de apparaatdeur en de kromming naar beneden gericht op de aangegeven hoogte naar binnen. Plaats bovendien de universele braadslede met de schuine kant naar de apparaatdeur ten minste één inschuifhoogte eronder.
Giet afhankelijk van de grootte en de soort vis tot liter water in de braadslede. Vrijkomende vloeistof wordt opgevangen. Er ontstaat zo minder rook en de binnenruimte blijft schoner.
Laat de deur van het apparaat tijdens het grillen gesloten. Nooit met een geopende apparaatdeur grillen.
Neem indien mogelijk grillstukken van ongeveer dezelfde dikte en gewicht. Zo worden ze gelijkmatig bruin en blijven ze lekker mals. Leg de te grillen stukken vlees rechtstreeks op het rooster.
Keer de grillstukken met een grilltang. Wanneer u met een vork in de vis prikt, verliest hij sap en wordt hij droog.
Aanwijzingen
- Het grillelement wordt steeds weer in- en uitgeschakeld, dat is normaal. Hoe vaak dit gebeurt, is afhankelijk van de ingestelde grillstand.
- Bij het grillen kan rook ontstaan.
Braden en stomen in een vorm
Gebruik alleen vormen die geschikt zijn voor de werking oven. Controleer of de vorm in de binnenruimte past.
Glazen vormen zijn het meest geschikt. Zet hete vormen van glas op een droge onderzetter. Is de ondergrond nat of koud, dan kan het glas knappen.
Glanzende braadsledes van edelstaal of aluminium reflecteren de warmte als een spiegel en zijn daardoor niet zo geschikt. De vis gaart langzamer en wordt minder bruin. Houd een hogere temperatuur en/of langere bereidingstijd aan.
Houd u aan de aanwijzingen van de fabrikant van de braadvorm.
Open vorm
Gebruik voor het bereiden van hele vis het beste een hoge vorm. Plaats de vorm op het rooster. Wanneer u geen geschikte vorm heeft, gebruikt u de braadslede.
Gesloten vorm
De binnenruimte blijft bij de bereiding in een gesloten vorm veel schoner. Let erop dat het deksel voor de pan past en goed sluit. Plaats de vorm op het rooster.
Doe voor het stomen twee tot drie eetlepels vloeistof en wat citroensap in de vorm.
Bij het openen van het deksel na het garen, kan zeer hete stoom ontwijken. Til het deksel van achteren op, zodat de hete stoom van het lichaam af naar buiten gaat.
Vis kan ook in een gesloten braadslede knapperig worden. Gebruik hiervoor een braadslede met glazen deksel en stel een hogere temperatuur in.
Stoven met microgolven
U kunt vis ook met microgolven stoven.
Gebruik hiervoor een gesloten, magnetronbestendige vorm of dek de vorm af met een bord of speciaal magnetronfolie. Houd u aan de aanwijzingen voor de magnetronbestendige vorm. "De magnetron" op pagina 20
Pagina 46
nl Voor u in onze kookstudio uitgetest.
De smaak blijft grotendeels behouden en u kunt met minder zout en specerijen volstaan. Voeg bij hele vissen één tot drie eetlepels water of citroensap toe.
Laat de vis na het garen nog 2-3 minuten rusten voor een egale temperatuur.
Neem kant-en-klare gerechten voor het ontdooien uit de verpakking. In magnetronbestendige vormen gaart u sneller en gelijkmatiger.
Aanbevolen instelwaarden
In de tabel vindt u voor visgerechten de optimale verwarmingsmethode. Temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de hoeveelheid, kwaliteit en temperatuur van het levensmiddel. Daarom zijn er instelbereiken aangegeven. Probeer het eerst met de lagere waarden. Stel de oven indien nodig de volgende keer hoger in.
De instelwaarden gelden voor vis op koelkasttemperatuur die in de onverwarmde binnenruimte wordt geplaatst. Zo kunt u tot 20 procent energie sparen. De aangegeven bereidingstijden worden enkele minuten korter wanneer u voorverwarmt.
In de tabel vindt u gegevens voor vis met voorgesteld gewicht. Wanneer u een zwaardere vis wilt bereiden, gebruik dan in elk geval de lage temperatuur. Bij meerdere vissen oriënteert u zich aan de zwaarste vis om de bereidingsduur te bepalen. De afzonderlijke vissen dienen ongeveer even groot te zijn.
In het algemeen geldt: hoe groter een vis, des te lager de temperatuur en des te langer de bereidingstijd.
Vis die niet in de zwemstand is na ca. tot van de aangegeven tijd keren.
Aanwijzing: Gebruik alleen bakpapier dat geschikt is voor de gekozen temperatuur. Knip het bakpapier altijd zodanig af dat het goed past.
Niet gebruikte toebehoren verwijderen uit de binnenruimte. Zo krijgt u een optimaal bakresultaat en spaart u tot 20 procent energie.
Gebruikte verwarmingsmethoden:
- • Boven- en onderwarmte
- 7 Circulatiegrillen
- • Grill, groot
- • Magnetron
| Gerecht Vis | Toebehoren/vormen | Inschuifhoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C / grillstand | Magnetronvermogen in watt | Duur in min. |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Vis, gegrild, heel 300 g, bijv. forel | Rooster | 2 | 7 | 170-190 | - | 20-30 |
| Vis, gegrild, heel 300 g, bijv. forel | Rooster | 3 | 2 | 90 | 15-20 | |
| Vis, gestoofd, heel 300 g, bijv. forel | Vorm gesloten | 2 | - | 600 360 | 3 2-7 | |
| Vis, gegrild, heel 1,5 kg, bijv. zalm | Rooster | 2 | 7 | 170-190 | - | 30-40 |
| Vis, gegrild, heel 1,5 kg, bijv. zalm | Open vorm | 2 | 7 | 230-250 | 360 | 30-40 |
| Vis, gestoofd, heel 1,5 kg, bijv. zalm | Vorm gesloten | 2 | - | 600 360 | 10 10-15 | |
| Visfilets | ||||||
| Visfilet, ongepaneerd, gegrild | Rooster | 4 | 1* | - | 15-25 | |
| Visfilet, ongepaneerd, gestoofd, 400 g | Vorm gesloten | 2 | - | 600 360 | 4 5-15 | |
| Viskoteletten | ||||||
| Viskotelet, 3 cm dik** | Rooster | 4 | 3 | - | 10-20 | |
| Vis, diepvries | ||||||
| Vis, heel 300 g, bijv. forel | Vorm gesloten | 2 | - | 600 360 | 5 7-12 | |
| Visfilet, ongepaneerd | Gesloten vorm | 2 | 210-230 | - | 20-30 | |
| Visfilet, ongepaneerd, 400 g | Gesloten vorm | 2 | - | 600 | 10-15 | |
| Visfilet, gegratineerd | Rooster | 2 | 7 | 200-220 | - | 45-60 |
| Visfilet, gegratineerd, 400 g | Open vorm | 2 | 3 | 360 | 15-20 | |
| Vissticks (tussentijds keren) | Braadslede | 3 | 200-220 | - | 20-30 | |
| Visgerechten | ||||||
| Visterrine, 1000 g Terrinevorm * voorverwarmen ** Braadslede op inschuifhoogte 2 eronder plaatsen | 2 | - | 360 | 20-25 | ||
Pagina 47
Voor u in onze kookstudio uitgetest. nl
Groente en bijgerechten
Hier vindt u gegevens voor het bereiden van gegrilde groente, aardappels en diepvries-aardappelproducten.
Niet gebruikte toebehoren verwijderen uit de binnenruimte. Zo krijgt u een optimaal kookresultaat en spaart u energie.
Bereiden in combinatie met microgolven
Als u in combinatie met microgolven wilt garen, dient u altijd een gesloten magnetronbestendige vorm te gebruiken. Als u geen passende deksel voor uw vorm hebt, gebruikt u een bord of speciaal magnetronfolie. Houd u aan de aanwijzingen voor de magnetronbestendige vorm.
Platte voedingsproducten zijn sneller klaar dan hoge. Verdeel de voedingsproducten daarom zo vlak mogelijk in de vorm.
Graan schuimt sterk tijdens het koken. Gebruik voor alle graanproducten, waaronder bijvoorbeeld ook rijst, een hoge vorm met deksel.
De eigen smaak van de voedingsproducten blijft dan zoveel mogelijk behouden. Hierdoor kunt u met minder zout en specerijen volstaan.
Als u voor een voorbereide hoeveelheid voedingsproduct geen instelling vindt, verlengt of verkort u de gaartijd op basis van de volgende vuistregel: bij een dubbele hoeveelheid kan de duur bijna worden verdubbeld.
Tussentijds kunt u de voedingsproducten het beste twee tot drie maal keren of omroeren. Laat de voedingsproducten na het verhitten nog twee tot drie minuten rusten voor een egale temperatuur.
De voedingsproducten geven warmte aan de vorm af. Ook als er alleen microgolven worden gebruikt, kan de vorm daarom zeer heet worden.
Inschuifhoogtes
Gebruik de aangegeven inschuifhoogtes.
Bereiden op één niveau
Volg de opgaven in de tabel op.
Bereiden op twee niveaus
Gebruik 4Dhetelucht. Bakplaten die gelijktijdig in de
oven worden geplaatst, hoeven niet op hetzelfde moment klaar te zijn.
- Braadslede: hoogte 3
- Bakplaat: hoogte 1
Toebehoren
Let erop dat u altijd geschikte toebehoren gebruikt en dit er goed om inschuift.
Rooster
Schuif het rooster met het opschrift “Microwave” naar de apparaatdeur en de kromming naar beneden gericht naar binnen. Plaats de vormen altijd op het rooster.
Braadslede of braadpan
De braadslede of de bakplaat er voorzichtig tot de aanslag inschuiven, met de afgeschuinde kant naar de deur van het apparaat.
Bakpapier
Gebruik alleen bakpapier dat geschikt is voor de gekozen temperatuur. Knip het bakpapier altijd zodanig af dat het goed past.
Aanbevolen instelwaarden
In de tabel vindt u voor diverse gerechten de optimale verwarmingsmethode. Temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de hoeveelheid, de vorm en de kwaliteit van de levensmiddelen. Daarom zijn er instelbereiken aangegeven. Probeer het eerst met de lagere waarden. Bij een lage temperatuur wordt het gerecht gelijkmatiger bruin. Stel de oven indien nodig de volgende keer hoger in.
De instelwaarden gelden voor producten die in de onverwarmde binnenruimte worden geplaatst. De aangegeven tijden worden enkele minuten korter wanneer u voorverwarmt.
Indien u volgens eigen recept wilt bereiden dan oriënteert u zich aan soortgelijke gerechten in de tabel.
Gebruikte verwarmingsmethoden:
- 4D hetelucht
- 7 Circulatiegrillen
- • Grill, groot
- • Pizzastand
- • Magnetron
| Gerecht Groente, vers | Accessoires/vormen | Inschuifhoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C / grillstand | Magnetronvermogen in watt | Duur in min. |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Groente, vers, 250 g* | Gesloten vorm | 2 | - | 600 | 6-10 | |
| Groente, vers, 500 g* | Gesloten vorm | 2 | - | 600 | 10-15 | |
| Groente, diepvries | ||||||
| Spinazie, 450 g* | Gesloten vorm | 2 | - | 600 | 11-16 | |
| Gemengde groente, 250 g + 25 ml water* | Gesloten vorm | 2 | - | 600 | 8-12 | |
| Gemengde groente, 500 g + 25 ml water* | Gesloten vorm | 2 | - | 600 | 13-18 | |
| Groentegerechten | ||||||
| Gegrilde groente | Braadslede | 5 | 3 | - | 10-15 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 47)
* tussentijds een tot twee keer doorroeren
Pagina 48
nl Voor u in onze kookstudio uitgetest.
| Gerecht Aardappels | Accessoires/vormen | Inschuifhoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C / grillstand | Magnetronvermogen in watt | Duur in min. |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Gebakken aardappels, gehalveerd | Braadslede | 3 | 160-180 | - | 45-60 | |
| Gebakken aardappels, gehalveerd, 1 kg | Braadslede | 3 | 7 | 200-220 | 360 | 15-20 |
| Aardappels in de schil, heel, 250 g* | Gesloten vorm | 2 | - | 600 | 6-11 | |
| Gekookte aardappels, gekwart, 500 g* | Gesloten vorm | 2 | - | 600 | 12-15 | |
| Aardappelproducten, diepvries | ||||||
| Aardappel-rösti | Braadslede | 3 | 200-220 | - | 25-35 | |
| Kartoffeltaschen, gevuld | Braadslede | 3 | 190-210 | - | 20-30 | |
| Kroketten | Braadslede | 3 | 200-220 | - | 25-35 | |
| Frites | Braadslede | 3 | 190-210 | - | 25-35 | |
| Frites, 500 g | Braadslede | 3 | 7 | 250-270 | 180 | 15-20 |
| Frites, 2 niveaus | Braadslede + bakplaat | 3+1 | 190-210 | - | 30-40 | |
| Rijst | ||||||
| Rijst met lange korrel, 250 g + 500 ml water | Vorm gesloten | 2 | - | 600 180 | 7-9 13-16 | |
| Zilvervliesrijst, 250 g + 650 ml water | Vorm gesloten | 2 | - | 600 180 | 11-13 25-30 | |
| Risotto, 250 g + 900 ml water | Vorm gesloten | 2 | - | 600 180 | 12-14 22-27 | |
| Granen | ||||||
| Couscous, 250 g + 500 ml water | Gesloten vorm | 2 | - | 600 | 6-8 | |
| Gierst, heel, 250 g + 600 ml water | Vorm gesloten | 2 | - | 600 180 | 8-10 5-10 | |
| Polenta/maïsgriesmeel, 125 g + 500 ml water* | Gesloten vorm | 1 | - | 600 | 6-8 | |
| Gerst, 250 g + 750 ml water | Vorm gesloten | 2 | - | 600 180 | 11-13 15-20 | |
| Ei | ||||||
| Eiergelei van 2 eieren * tussentijds een tot twee keer doorroeren | Gesloten vorm | 2 | - | 360 | 6-8 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 48)
Dessert
Met uw apparaat kunt u yoghurt en diverse desserts bereiden.
Gebruik voor de bereiding met microgolven altijd een hitte- en magnetronbestendige vorm. Houd u aan de aanwijzingen voor de magnetronbestendige vorm. "De magnetron" op pagina 20
Als u de vorm op het rooster plaatst, schuift u het rooster met het opschrift “Microwave” naar de apparaatdeur en de kromming naar beneden gericht naar binnen.
Yoghurt maken
Neem rekjes en accessoires uit de binnenruimte. De binnenruimte moet leeg zijn. De apparaatdeur niet openen tijdens het gebruik.
- 1. 1 Liter melk (3,5 % vet) op de kookplaat tot 90 °C verwarmen en vervolgens tot 40 °C laten afkoelen. Bij houdbare melk is het verwarmen tot 40 °C voldoende.
- 2. Hier 150 g yoghurt (koelkasttemperatuur) door roeren.
- 3. Hiermee koppen of kleine potjes vullen en afdekken met vershoudfolie.
- 4. De koppen of potjes vervolgens op de bodem van de binnenruimte zetten en instellen zoals aangegeven in de tabel.
- 5. De yoghurt na de bereiding in de koelkast laten afkoelen.
Pagina 49
Voor u in onze kookstudio uitgetest. nl
Pudding van puddingpoeder
Roer het puddingpoeder volgens de instructies op de verpakking met de melk en suiker in een hoge magnetronbestendige kom om. Instellen zoals aangegeven in de tabel.
Roer de melk goed door zodra deze opkomt. Herhaal dit twee tot drie keer.
Rijstepap klaarmaken
- 1. Rijst wegen en 4-voudige hoeveelheid melk toevoegen.
- 2. Vul een hoge, magnetronbestendige kom met de rijst en melk.
- 3. Stel het apparaat in zoals in de tabel is aangegeven.
- 4. Roer de melk goed door zodra deze opkomt en verlaag vervolgens het microgolfvermogen aan de hand van de tabel.
Roer de rijst tijdens het koken meerdere keren door.
Compote
Weeg de vruchten in een magnetronbestendige kom af en voeg per 100 géén eetlepel water toe. Voeg naar smaak suiker en kruiden toe. Dek de kom af en stel het apparaat in aan de hand van de tabel.
Roer tijdens het garen twee tot drie keer om.
Popcorn voor de magnetron
Gebruik een hittebestendige, vlakke glazen vorm, zoals het deksel van een ovenschaal. Gebruik geen porceleinen of sterk gewelfde schaal.
Leg de popcornzak met de gemarkeerde kant naar beneden gericht op de vorm. Instellen zoals aangegeven in de tabel. Afhankelijk van het product en de hoeveelheid moet de tijd mogelijk worden aangepast.
Verwijder de popcornzak na 1 minuut en schud deze om zodat de popcorn niet aanbrandt. Veeg de binnenruimte na de bereiding schoon.
Waarschuwing – Risico van verbranding!
De verpakking van luchtdicht verpakte levensmiddelen kan barsten. Houd u altijd aan de opgaven op de verpakking. Neem gerechten altijd met een pannenlap uit de binnenruimte.
Aanbevolen instelwaarden
Gebruikte verwarmingsmethoden:
- 4D hetelucht
- • Magnetron
| Gerecht Toebehoren/vormen | Inschuifhoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C / bereidingsstand | Magnetronvermogen in watt | Duur in min. |
|---|---|---|---|---|---|
| Pudding van puddingpoeder* Gesloten vorm | 2 | - | 600 | 5-8 | |
| Yoghurt Portievormen | Bodem binnenruimte | 40-45 | - | 8-9h | |
| Rijstepap, 125 g + 500 ml Vorm gesloten melk* | 2 | - | 600 180 | 10 20-25 | |
| Vruchtencompote, 500 g Gesloten vorm | 2 | - | 600 | 9-12 | |
| Popcorn voor de magnetron, Open vorm 1 zak à 100 g** * tussentijds een tot twee keer doorroeren ** gesloten zak op de vorm plaatsen | 2 | - | 600 | 4-6 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 49)
Eco-verwarmingsmethoden
Hetelucht Eco en boven- en onderwarmte Eco zijn intelligente verwarmingsmethoden voor het gezond bereiden van vlees, vis en gebak. Het apparaat regelt de energietoevoer in de binnenruimte optimaal.Het product wordt in fases bereid met behulp van restwarmte. Zo blijft het sappiger en wordt het minder bruin. Afhankelijk van de bereiding en het product kan energie worden bespaard. Als u tijdens het bereiden vroegtijdig de ovendeur opent of door het voorverwarmen verdwijnt dit effect.
Gebruik alleen de originele accessoires die bij uw apparaat horen. Deze zijn optimaal op de binnenruimte en de functies afgestemd.Niet gebruikte accessoires verwijderen uit de binnenruimte.
Plaats de gerechten in de onverwarmde, lege binnenruimte. Kies een temperatuur bij hete lucht Eco tussen 125-275 °C en bij boven-/onderwarmte Eco tussen 150-250 °C. Houd de deur van het apparaat
tijdens de bereiding gesloten. Gebruik slechts één niveau.
De verwarmingsmethode wordt voor het bepalen van het energieverbruik in de circulatieluchtmodus en de energie-efficiëntieklasse gebruikt. De verwarmingsmethode boven-/onderwarmte Eco wordt voor het bepalen van het energieverbruik in de conventionele modus gebruikt.
Toebehoren
Let erop dat u altijd geschikte toebehoren gebruikt en dit er goed om inschuift.
Rooster
Schuif het rooster met het opschrift “Microwave” naar de apparaatdeur en de kromming naar beneden gericht naar binnen. Plaats de vormen altijd op het rooster.