Bosch HRA4720B0, tekst van de handleiding
Pagina's 19–33 van 36 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← pagina's 5–18verder op pagina 34 →
Pagina 19
Pyrolyse nl
| Gebied | Geschikte schoonmaakmiddelen | Aanwijzingen |
|---|---|---|
| Telescoopsysteem | • Warm zeepsop | Gebruik bij sterke verontreiniging een borstel. Om het smeervet niet te verwijderen, kunt u de telescooprails het beste in ingeschoven toestand reinigen. Niet in de vaatwasser reinigen. Tip: Voor het reinigen het telescoopsysteem verwijderen. → "Rekjes", Pagina 21 |
| Accessoires | • Warm zeepsop • Ovenreiniger | Bij sterke verontreiniging inweken en een borstel of RVS-spiraalspons. Geëmailleerde accessoires kunnen in de vaatwasser worden gedaan. |
| Waterreservoir | • Warm zeepsop | Met een zachte doek wassen en drogen. De waterschaal is geschikt voor de vaatwasser. Gebruik geen harde, metalen of scherpe voorwerpen of agressieve reinigingsmiddelen. → "Bereiding met stoom", Pagina 12 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 19)
14.2 Apparaat schoonmaken
Reinig om beschadiging van het apparaat te voorkomen het apparaat uitsluitend zoals aangegeven en met geschikte reinigingsmiddelen.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik worden het apparaat en haar onderdelen die men kan aanraken heet.
- Wees voorzichtig om het aanraken van verwarmingselementen te voorkomen.
- Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit de buurt worden gehouden.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brand!
Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen in brand vliegen.
- Voor gebruik dient u de binnenruimte, de verwarmingselementen en de accessoires vrij te maken van grove verontreiniging.
Vereiste: De instructies voor het gebruik van de reinigingsmiddelen aanhouden.
→ "Reinigingsmiddelen", Pagina 17
- 1. Het apparaat met warm zeepsop en een schoonmaakdoekje reinigen.
‒ Voor sommige oppervlakken kunt u alternatieve reinigingsmiddelen gebruiken.
→ "Geschikte schoonmaakmiddelen", Pagina 17
- 2. Drogen met een zachte doek.
15 Pyrolyse
Met de reinigingsfunctie Pyrolyse reinigt de binnenruimte zichzelf vrijwel automatisch.
Reinig de binnenruimte om de 2 tot 3 maanden met de reinigingsfunctie. U kunt de reinigingsfunctie desgewenst vaker gebruiken. De reinigingsfunctie heeft ca. 2,5 - 4,8 kilowattuur nodig.
15.1 Apparaat voor de reinigingsfunctie voorbereiden
Om een goed reinigingsresultaat te verkrijgen, dient u het apparaat zorgvuldig voor te bereiden.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brand!
Brandbare voorwerpen die in de binnenruimte worden bewaard kunnen vlam vatten.
- Bewaar nooit brandbare voorwerpen in de binnenruimte.
- Wanneer er rook wordt geproduceerd moet het apparaat worden uitgeschakeld of de stekker uit het stopcontact worden gehaald en moet de deur gesloten worden gehouden om eventueel optredende vlammen te doven.
Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen tijdens de reiniging vlam vatten.
- Verwijder altijd de grove verontreiniging uit de binnenruimte voordat de reiniging start.
- Toebehoren nooit meereinigen.
De buitenkant van het apparaat wordt zeer heet tijdens het reinigen.
- Nooit brandbare voorwerpen, zoals bijv. droogdoeken, aan de deurgreep hangen.
- Voorkant van het apparaat vrijhouden.
- Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn. Bij beschadigde deurafdichting ontsnapt grote hitte in het bereik van de deur.
- De dichting niet schuren en niet afnemen.
- Nooit het apparaat met beschadigde afdichting of zonder afdichting gebruiken.
- 1. Haal de toebehoren en vormen uit de binnenruimte.
- 2. De rekjes losmaken en uit de binnenruimte nemen. → "Rekjes", Pagina 21
- 3. Verwijder grove verontreiniging uit de binnenruimte.
- 4. De binnenkant van de apparaatdeur en de randoppervlakken bij de deurafdichting met zeepsop en een zachte doek reinigen.
De deurafdichting niet afnemen en niet schuren.
Pagina 20
nl Reinigingsondersteuning
Verwijder sterke verontreinigingen op de binnenruit met ovenreiniger.
- 5. Voorwerpen uit de binnenruimte halen. De binnenruimte moet leeg zijn.
15.2 Reinigingsfunctie instellen
Ventileer de keuken, zolang de reinigingsfunctie loopt.
WAARSCHUWING ‒ Kans op gevaar voor de gezondheid!
De reinigingsfunctie warmt de binnenruimte tot een heel hoge temperatuur op zodat resten van braden, grillen en bakken verbranden. Hierbij komen dampen vrij die tot irritaties van de slijmvliezen kunnen leiden.
- Tijdens de reinigingsfunctie de keuken grondig ventileren.
- Niet gedurende langere tijd in de ruimte verblijven.
- Kinderen en huisdieren uit de buurt houden.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
De binnenruimte wordt zeer heet tijdens het reinigen.
- Nooit de apparaatdeur openen.
- Het apparaat laten afkoelen.
- Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn. De buitenkant van het apparaat wordt zeer heet tijdens het reinigen.
- Nooit de apparaatdeur aanraken.
- Het apparaat laten afkoelen.
- Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
Opmerking: De ovenlamp brandt niet tijdens de reinigingsfunctie.
Vereiste: Het apparaat voor de reinigingsfunctie voorbereiden. → Pagina 19
- 1. Raak aan.
Op het display verschijnt de tijdsduur en brandt.
- 2. Stel in het instelbereik de reinigingsgraad in.
| Reinigingsgraad | Mate van reiniging | Tijdsduur in uren |
|---|---|---|
| 1 | Laag | Ca. 1:15 |
| 2 | Gemiddeld | Ca. 1:30 |
| 3 | Hoog | Ca. 2:00 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 20)
Kies bij hardnekkige of oudere verontreinigingen een hogere reinigingsgraad.
U kunt de tijdsduur niet wijzigen.
- 3. Raak aan.
- Na enkele seconden start de reinigingsfunctie en loopt de tijdsduur af.
- Voor uw veiligheid vergrendelt de apparaatdeur van de binnenruimte vanaf een bepaalde temperatuur. Op het display verschijnt .
- Als de reinigingsfunctie is beëindigd, klinkt een signaal en op het display staat de tijdsduur op nul.
- 4. Schakel het apparaat uit.
Als het apparaat voldoende is afgekoeld, ontgrendelt de apparaatdeur gaat gaat uit.
- 5. Het apparaat gebruiksklaar maken. → Pagina 20
15.3 Apparaat na de reinigingsfunctie gebruiksklaar maken
- 1. Laat het apparaat afkoelen.
- 2. Achtergebleven as in de binnenruimte en bij de apparaatdeur afnemen met een vochtig doekje.
- 3. Witte aanslag met citroenzuur verwijderen.
Opmerking: Witte aanslag op de emailvlakken kan door te grove verontreinigingen ontstaan. Deze levensmiddelresten zijn ongevaarlijk. De aanslag heeft geen nadelige invloed op de werking van het apparaat.
- 4. De rekjes inhangen.
→ "Rekjes", Pagina 21
16 Reinigingsondersteuning
De reinigingsondersteuning is een snel alternatief voor de reiniging van de binnenruimte tussendoor. De reinigingsondersteuning weekt verontreinigingen door het verdampen van zeepsop in. Verontreinigingen kunnen zo gemakkelijker worden verwijderd.
16.1 Reinigingshulp instellen
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Door water in de hete binnenruimte kan hete waterdamp ontstaan.
- Nooit water in de hete binnenruimte gieten.
Vereiste: De binnenruimte van de oven is volledig afgekoeld.
- 1. Verwijder de accessoires uit de binnenruimte.
- 2. 0,4 l water met een druppel afwasmiddel mengen en in het midden op de bodem van de binnenruimte gieten.
Geen gedestilleerd water gebruiken.
- 3. Sluit de apparaatdeur.
- 4. Raak tweemaal aan.
‒ Op het display verschijnt de tijdsduur en brandt.
- 5. Druk op .
- Op het display verschijnt de tijdsduur.
- Na enkele seconden begint het apparaat op te warmen en de tijdsduur verstrijkt.
- Nadat de reinigingshulp beëindigd is, klinkt er een signaal. Op het display wordt : weergegeven. Het apparaat uitschakelen.
Opmerking: Als de oven niet volledig is afgekoeld, knippert op het display. Wacht totdat de oven is afgekoeld en dooft.
16.2 Binnenruimte nareinigen
LET OP!
Wanneer er langere tijd vocht aanwezig is in de binnenruimte ontstaat er corrosie.
- Na de reinigingsondersteuning de binnenruimte uitvegen en volledig laten drogen.
Vereiste: De binnenruimte is afgekoeld.
- 1. De deur van het apparaat openen en het restwater met een goed opnemende sponsdoek opnemen.
Pagina 21
Rekjes nl
- 2. Reinig gladde oppervlakken in de binnenruimte met een schoonmaakdoekje of zachte borstel. Verwijder hardnekkige resten met een schuursponsje van roestvrij staal.
- 3. Verwijder kalkranden met een in azijn gedrenkte doek. Vervolgens met schoon water afnemen en droogwrijven met een zachte doek, ook onder de deurafdichting.
- 4. Wanneer u de binnenruimte voldoende heeft gereinigd:
‒ Om de binnenruimte te laten drogen, de deur van het apparaat in grendelstand ca. 30° ca. 1 uur open laten.
‒
Om de binnenruimte snel te drogen, het apparaat met een geopende deur ca. 5 minuten met 3D hetelucht en 50°C opwarmen.
16.3 Sterke verontreiniging verwijderen
Om bijzonder hardnekkig vuil te verwijderen, hebt u meerdere mogelijkheden.
- Laat het zeepsop enige tijd inwerken voordat u de reinigingshulp start.
- Wrijf de vervuilde plaatsen op de gladde oppervlakken in met afwasmiddel en dan de reinigingshulp starten.
- Start de functie opnieuw, nadat het interieur van het apparaat is afgekoeld.
17 Rekjes
Om de rekjes en de binnenruimte te reinigen of om de rekjes te wisselen, kunnen deze worden verwijderd.
17.1 Rekjes verwijderen
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
De rekjes worden heel heet
- Nooit de hete rekjes aanraken.
- Het apparaat altijd laten afkoelen.
- Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
- 1. Het rekje aan de voorkant licht optillen en losmaken .
- 2. Het rekje naar voren trekken en verwijderen.
17.2 Rekjes inhangen
Opmerkingen
- De rekjes passen alleen links of rechts.
- Let er bij beide telescooprails op dat deze naar voren uitgeschoven kunnen worden.
- 1. Het rekje in het midden van de achterste bus steken , tot het rekje aansluit op de wand van de binnenruimte en naar achteren drukken .
- 2. Het rekje in de voorste bus steken , tot het rekje aansluit op de wand van de binnenruimte en vervolgens naar beneden duwen .
3
4
17.3 Telescooprail verwijderen
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
De rekjes worden heel heet
- Nooit de hete rekjes aanraken.
- Het apparaat altijd laten afkoelen.
- Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
Opmerkingen
- Al naar gelang het apparaattype moet u bij apparaten met rekjes en telescooprails de basisinstellingen voor de telescooprails aanpassen.
→ "Basisinstellingen", Pagina 16
- Indien nodig kunt u alle niveaus met een telescooprail uitrusten.
Pagina 22
nl Rekjes
- 1. Achter de rail op PUSH drukken en de rail naar achteren schuiven.
- 2. PUSH ingedrukt houden en de rail naar buiten draaien .
- 3. De rail naar voren trekken tot de houder aan de achterkant losgekomen is.
- 4. De telescooprail verwijderen.
- 5. De telescooprail reinigen.
→ "Reinigingsmiddelen", Pagina 17
17.4 Telescooprail aanbrengen
Opmerking: De telescooprails passen alleen rechts of links. Let er bij het inbrengen op dat ze er naar voren kunnen worden uitgetrokken.
- 1. De telescooprails tussen de beide stangen plaatsen.
- 2. De houder achter tussen de onderste en bovenste stang invoeren.
- 3. PUSH ingedrukt houden en de telescooprail naar binnen zwenken, totdat de houder voor zich tussen de beide stangen bevindt .
‒ PUSH loslaten.
- De houder klikt in.
Pagina 23
Apparaatdeur nl
- 4. De telescooprails tot de aanslag er uit trekken, en weer inschuiven.
18 Apparaatdeur
Om ervoor te zorgen dat uw apparaat lang mooi blijft en goed blijft werken, kunt u de deur van het apparaat er uit halen en reinigen.
18.1 Apparaatdeur verwijderen
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Bepaalde onderdelen in de apparaatdeur kunnen scherpe randen hebben.
- Draag veiligheidshandschoenen.
Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur bewegen de scharnieren zich en kunnen ze klem komen te zitten.
- Kom niet met uw handen bij de scharnieren.
- 1. De apparaatdeur helemaal openen en in de richting van het apparaat drukken.
2.
•
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Wanneer de scharnieren niet beveiligd zijn, kunnen ze met grote kracht dichtklappen.
- Let erop dat de blokkeerhendels altijd helemaal dichtgeklapt zijn, resp. bij het verwijderen van de
| apparaatdeur helemaal De blokkeerhendel op het nier opklappen. | opengeklapt. linker en rechter schar- |
| Blokkeerhendel opgeklapt | Het scharnier is beveiligd en kan niet dichtklappen. |
| Blokkeerhendel dichtgeklapt | De apparaatdeur is beveiligd en kan niet worden verwijderd. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 23)
De blokkeerhendels zijn opgeklapt. De scharnieren zijn beveiligd en kunnen niet dichtklappen.
Pagina 24
nl Apparaatdeur
- 3. De apparaatdeur tot aan de aanslag sluiten . De apparaatdeur met beide handen links en rechts vastpakken en er naar boven uit trekken .
- 4. De apparaatdeur voorzichtig op en vlakke ondergrond leggen.
18.2 Apparaatdeur inhangen
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur bewegen de scharnieren zich en kunnen ze klem komen te zitten.
- Kom niet met uw handen bij de scharnieren. Wanneer de scharnieren niet beveiligd zijn, kunnen ze met grote kracht dichtklappen.
- Let erop dat de blokkeerhendels altijd helemaal dichtgeklapt zijn, resp. bij het verwijderen van de apparaatdeur helemaal opengeklapt.
- 1. Opmerking: Let erop dat u de apparaatdeur zonder weerstand op de scharnieren schuift. Wanneer u een weerstand merkt, controleer dan of u bij de juiste opening inschuift.
De apparaatdeur recht op de beide scharnieren schuiven. De deur van het apparaat tot aan de aanslag schuiven.
- 2. Met beide handen boven links en rechts op de deurafdekking drukken, om te controleren of de apparaatdeur tot de aanslag is ingeschoven.
- 3. De apparaatdeur helemaal openen.
- 4. De blokkeerhendel op linker en rechter scharnier dichtklappen.
- De blokkeerhendels zijn dichtgeklapt. De apparaatdeur is beveiligd en kan niet worden verwijderd.
- 5. De apparaatdeur sluiten.
18.3 Ruit van de deur verwijderen
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur bewegen de scharnieren zich en kunnen ze klem komen te zitten.
- Kom niet met uw handen bij de scharnieren. Bepaalde onderdelen in de apparaatdeur kunnen scherpe randen hebben.
- Draag veiligheidshandschoenen.
- 1. De apparaatdeur een beetje openen.
- 2. De deurafdekking links en rechts van buiten drukken , tot deze losklikt.
- 3. De deurafdekking verwijderen .
Pagina 25
Apparaatdeur nl
- 4. De deurafdekking reinigen.
→ "Geschikte schoonmaakmiddelen", Pagina 17
- 5. De linker en rechter schroef op de apparaatdeur losdraaien en verwijderen
- 6. Een vaatdoek die meerdere keren is samengevouwen tussen de apparaatdeur klemmen. De voorruit er naar boven uittrekken .
- 7. De voorruit met de greep naar onderen op een vlakke ondergrond leggen.
- 8. De tussenruit met één hand tegen het apparaat drukken en tegelijkertijd de linker en rechter houders naar boven drukken. De houders niet verwijderen.
- 9. De tussenruit uitnemen.
- 10. WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Wanneer er krassen op het glas van de apparaatdeur zitten, kan dit barsten.
- Gebruik geen scherp of schurend reinigingsmiddel of scherpe metalen schraper voor het reinigen van het glas van de ovendeur omdat dit het oppervlak kan beschadigen.
De gedemonteerde ruiten van beide zijden met glasreiniger en een zachte doek reinigen.
- 11. De apparaatdeur reinigen.
→ "Geschikte schoonmaakmiddelen", Pagina 17
- 12. De deurruiten drogen en weer inbouwen.
→ "Deurruiten aanbrengen", Pagina 25
18.4 Deurruiten aanbrengen
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur bewegen de scharnieren zich en kunnen ze klem komen te zitten.
- Kom niet met uw handen bij de scharnieren. Bepaalde onderdelen in de apparaatdeur kunnen scherpe randen hebben.
- Draag veiligheidshandschoenen.
- 1. De tussenruit draaien, totdat de pijl rechts boven is.
- 2. De tussenruit onder in de houder inbrengen en aan de bovenkant aandrukken en vasthouden.
- 3. De linker en rechter houder naar beneden drukken totdat de binnenruit is ingeklemd .
- 4. De voorste ruit onder in de linker en rechter houder inhangen .
- 5. De voorste ruit tegen het apparaat drukken, tot de linker en rechter haken tegenover de opname liggen .
- 6. De voorste ruit onder aandrukken , totdat deze hoorbaar vastklikt.
- 7. De apparaatdeur een beetje openen en de vaatdoek verwijderen.
- 8. De beide schroeven links en rechts op de apparaatdeur vastdraaien.
Pagina 26
nl Storingen verhelpen
, tot
- 9. De deurafdekking aanbrengen en aandrukken deze hoorbaar inklikt.
- 10. De apparaatdeur sluiten.
Opmerking: De binnenruimte pas gebruiken wanneer de ruiten naar behoren zijn ingebouwd.
19 Storingen verhelpen
Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de klantenservice de informatie over het verhelpen van storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten.
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
- Alleen geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
- Bel de servicedienst als het apparaat defect is.
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
- Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
- Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.
- Als het netsnoer van dit apparaat wordt beschadigd, moet het door geschoold vakpersoneel worden vervangen.
19.1 Functiestoringen
| Storing | Oorzaak en probleemoplossing |
|---|---|
| Apparaat werkt niet. | De zekering in de zekeringenkast is in werking getreden. ▶ Controleer de zekering in de meterkast. |
| Stroomvoorziening is uitgevallen. ▶ Controleer of de verlichting van de binnenruimte of andere apparaten functioneren. Fout van het elektronische systeem 1. Koppel het apparaat kort van het elektriciteitsnet door de zekering uit te schakelen. 2. Reset de basisinstellingen naar de fabrieksinstellingen. → "Basisinstellingen", Pagina 16 | |
| Het apparaat warmt niet op, op het display knippert de dubbele punt. | Demomodus is geactiveerd. 1. Haal de stroom kortstondig van het apparaat door de zekering in de meterkast uit en opnieuw in te schakelen. 2. Deactiveer de demomodus binnen 5 minuten door de basisinstelling in de waarde te wijzigen. → "Basisinstellingen", Pagina 16 |
| Apparaatdeur kan niet worden geopend, op het display brandt . | Kinderslot vergrendelt de apparaatdeur. ▶ Deactiveer het kinderslot met de toets . → "Kinderslot", Pagina 16 |
| Apparaatdeur kan niet worden geopend, op het display brandt . | Reinigingsfunctie vergrendelt de apparaatdeur. ▶ Het apparaat laten afkoelen tot op het display uitgaat. → "Pyrolyse ", Pagina 19 |
| Op het display knippert de tijd. | Stroomvoorziening is uitgevallen. ▶ Stel de tijd opnieuw in. |
| Tijd verschijnt niet op het display als het apparaat is uitgeschakeld. | Basisinstelling werd gewijzigd. ▶ Wijzig de basisinstelling voor de tijdindicatie. → "Basisinstellingen", Pagina 16 |
Pagina 27
Storingen verhelpen nl
| Storing | Oorzaak en probleemoplossing |
|---|---|
| Op het display brandt en het apparaat kan niet worden ingesteld. | Kinderslot is geactiveerd. ▶ Deactiveer het kinderslot met de toets . → "Kinderslot", Pagina 16 |
| Op het display knippert en het apparaat start niet. | Binnenruimte is te heet voor de gekozen modus. 1. Schakel het apparaat uit en laat het afkoelen. 2. Start de werking opnieuw. |
| Op het display verschijnt . | Maximale gebruiksduur is bereikt. Om een ongewilde permanente werking te vermijden, stopt het apparaat na meerdere uren automatisch met op te warmen als de instellingen onveranderd zijn. ▶ Schakel het apparaat uit. U kunt zo nodig opnieuw instellen. Tip: Om te voorkomen dat het apparaat ongewenst uitschakelt, bijv. bij zeer lange bereidingstijden, kunt u een tijdsduur instellen. → "Tijdfuncties", Pagina 13 |
| Op het display verschijnt een melding met , bijv. - . | Elektronicastoring 1. Druk op de toets . ‒ Indien nodig stelt u de tijd opnieuw in. • Als de storing eenmalig was, verdwijnt de foutmelding. 2. Als de foutmelding opnieuw verschijnt, neemt u contact op met de servicedienst. Geef de exacte foutmelding en het E-nr. van uw apparaat op. → "Servicedienst", Pagina 28 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 27)
19.2 Ovenlamp vervangen
Wanneer de verlichting in de oven is uitgevallen, vervang dan de ovenlamp.
Opmerking: Hittebestendige 230V-halogeenlampen, 40 watt, kunt u verkrijgen bij de servicedienst of in speciaalzaken. Gebruik uitsluitend originele lampen. Pak nieuwe halogeenlampen uitsluitend beet met een schone, droge doek. Hierdoor wordt de levensduur van de lamp verlengd.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik worden het apparaat en haar onderdelen die men kan aanraken heet.
- Wees voorzichtig om het aanraken van verwarmingselementen te voorkomen.
- Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit de buurt worden gehouden.
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Bij vervanging van de lamp staan de contacten van de lampfitting onder stroom.
- Zorg er vóór het vervangen van de lamp voor dat het apparaat is uitgeschakeld, om een mogelijke elektrische schok te voorkomen.
- Tevens de stekker uit het stopcontact halen of de zekering in de meterkast uitschakelen.
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
De glazen afdekking kan door externe invloeden reeds gebroken zijn of bij inbouw of uitbouw door te veel druk breken.
- Wees voorzichtig bij het inbouwen of uitbouwen van de glazen afdekking.
- Gebruik handschoenen of een theedoek.
Vereisten
- Het apparaat moet zijn losgekoppeld van het elektriciteitsnet.
- De binnenruimte is afgekoeld.
- Een nieuwe halogeenlamp ter vervanging is beschikbaar.
- 1. Leg een theedoek in de binnenruimte om beschadiging te voorkomen.
- 2. Draai het glazen kapje er naar links uit .
- 3. Trek de halogeenlamp zonder deze te draaien er uit .
- 4. Plaats de nieuwe halogeenlamp en duw deze stevig in de fitting.
Let op de stand van de pinnen van de halogeenlamp.
- 5. Afhankelijk van het type apparaat is het glazen kapje voorzien van een afdichtring. De afdichtring plaatsen.
- 6. Het glazen kapje erin schroeven.
- 7. Verwijder de theedoek uit de binnenruimte.
- 8. Sluit het apparaat aan op het elektriciteitsnet.
Pagina 28
nl Afvoeren
20 Afvoeren
20.1 Afvoeren van uw oude apparaat
Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen opnieuw worden gebruikt.
- 1. De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken.
- 2. Het netsnoer doorknippen.
- 3. Voer het apparaat milieuvriendelijk af.
Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor kunt u informatie verkrijgen over de actuele afvoermethoden.
Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE).
De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.
21 Servicedienst
Gedetailleerde informatie over de garantieperiode en garantievoorwaarden in uw land kunt u opvragen bij onze servicedienst, uw dealer of op onze website. Als u contact opneemt met de servicedienst, hebt u het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) van het apparaat nodig.
De contactgegevens van de servicedienst vindt u in de meegeleverde servicedienstlijst of op onze website. Dit product bevat lichtbronnen van energieklasse G.
21.1 Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD)
Het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) vindt u op het typeplaatje van het apparaat. Het typeplaatje met de nummers vindt u wanneer u de apparaatdeur opent.
Om uw apparaatgegevens en de servicedienst-telefoonnummers snel terug te kunnen vinden, kunt u de gegevens noteren.
22 Zo lukt het
Voor verschillende gerechten vindt u hier de bijpassende instellingen alsmede de beste accessoires en vormen. Wij hebben het advies optimaal op uw apparaat afgestemd.
22.1 Aanwijzingen voor de bereiding
Houd deze informatie aan bij het bereiden van gerechten.
- Temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de hoeveelheid en het recept. Daarom zijn er instelbereiken aangegeven. Probeer het eerst met de lagere waarden.
- De instelwaarden gelden voor producten die in de onverwarmde binnenruimte worden geplaatst. Schuif de accessoire pas na het voorverwarmen in de binnenruimte.
- Verwijder niet gebruikte accessoires uit de binnenruimte.
22.2 Aanwijzingen voor het bakken
Gebruik bij het bakken de aangegeven inschuifhoogtes.
| Bakken op één niveau | Hoogte |
|---|---|
| hoog gebak of vorm op het rooster | 2 |
| plat gebak resp. op bakplaat | 3 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 28)
| Bakken op twee niveaus | Hoogte |
|---|---|
| Braadslede | 3 |
| Bakplaat | 1 |
| Vormen op het rooster: | Hoogte |
| eerste rooster | 3 |
| tweede rooster | 1 |
| Bakken op drie niveaus | Hoogte |
| Bakplaat | 5 |
| Braadslede | 3 |
| Bakplaat | 1 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 28)
Opmerkingen
- Gebruik voor het bakken op meerdere niveaus hete lucht. Gebak dat gelijktijdig in de oven worden geplaatst, hoeft niet op hetzelfde moment klaar te zijn.
- Plaats de vormen naast elkaar of verspringend boven elkaar in de binnenruimte.
- Voor een optimaal bereidingsresultaat raden wij u aan donkere bakvormen van metaal te gebruiken.
Pagina 29
Zo lukt het nl
22.3 Aanwijzingen voor het braden en grillen
De instelwaarden gelden voor ongevuld vlees, braadklaar gevogelte en vlees en vis op koelkasttemperatuur, die in de onverwarmde binnenruimte worden geplaatst.
LET OP!
Zuurhoudende levensmiddelen kunnen het rooster beschadigen
- Leg zuurhoudende levensmiddelen zoals bijv. fruit of met zuurhoudende marinade gekruide grillproducten niet direct op het rooster.
- Hoe groter het gevogelte, het vlees of de vis, des te lager de temperatuur en des te langer de bereidingstijd.
- Keer gevogelte, vlees en vis na ca. 1/2 tot 2/3 van de opgegeven tijd.
- Voeg wat vloeistof toe aan het gevogelte in de vorm. De bodem van de vorm dient ca. 1-2 cm bedekt te zijn.
- Let er bij het keren van gevogelte op dat eerst de borstzijde resp. de kant van het vel onder ligt.
Instructie voor mensen met nikkelallergie
In zeldzame gevallen kunnen geringe sporen van nikkel worden overgedragen aan levensmiddelen.
Braden en grillen op het rooster
Het braden op het rooster is bijzonder geschikt voor groot gevogelte of meerdere stukken tegelijk
- Giet afhankelijk van de grootte en het soort product tot 1/2 liter water in de braadslede.
Van dit opgevangen braadvocht kunt u een saus bereiden. Er ontstaat dan ook minder rook en de binnenruimte wordt minder verontreinigd.
- Laat de deur van het apparaat tijdens het grillen gesloten.
Nooit met een geopende apparaatdeur grillen.
- Leg het te grillen stuk op het rooster. Plaats bovendien de braadslede, met de schuine kant naar de apparaatdeur, ten minste één inschuifhoogte eronder. Zo wordt afdruipend vet opgevangen.
Braden in vormen
Bij de bereiding in gesloten vormen blijft de binnenruimte schoner.
Houd de aanwijzingen van de fabrikant van de braadvorm aan. Vormen van glas zijn het meest geschikt.
Open vorm
- Gebruik een hoge braadvorm.
- De vorm op het rooster plaatsen.
- Wanneer u geen geschikte vorm heeft, kunt u de braadslede gebruiken.
Gesloten vorm
- De vorm op het rooster plaatsen.
- Vlees, gevogelte en vis kunnen ook in een gesloten braadslede knapperig worden. Gebruik daarvoor een braadslede met glazen deksel. Stel een hogere temperatuur in.
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Wanneer hete vormen van glas op een koude of natte ondergrond worden geplaatst, kan het glas barsten.
- Plaats hete glazen vormen op een droge onderzetter.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Bij het openen van het deksel na het bereiden kan zeer hete stoom ontsnappen. Stoom is afhankelijk van de temperatuur niet altijd zichtbaar.
- Til het deksel zo op, zodat de hete stoom weg van het lichaam kan ontsnappen.
- Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
22.4 Selectie van gerechten
| Voedingswaar | Accessoires / vormen | Inschuifhoogte | Verwarmings-methode | Temperatuur in °C / grillstand | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|---|---|
| Cake, fijn | Langwerpige bakvorm | 2 | 150-170 | 60-80 | |
| Cake, 2 niveaus | Langwerpige bakvorm | 3+1 | 140-150 | 70-85 | |
| Vruchten- of kwarktaart met bodem van zandtaartdeeg | Springvorm Ø 26 cm | 2 | 170-190 | 55-80 | |
| Biscuittaart, 3 eieren | Springvorm Ø 28 cm | 2 | 150-160¹ | 30-40 | |
| Cakerol | Bakplaat | 3 | 180-200¹ | 10-15 | |
| Zandtaartdeeggebak met vochtige bedekking | Braadslede | 2 | 160-180 | 55-95 | |
| Gebak van gistdeeg met vochtige bedekking 1 Het apparaat voorverwarmen. 2 Het gerecht na 1/2 - 2/3 van de totale | Braadslede tijd keren. | 3 | 180-200 | 30-55 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 29)
3 In het begin vloeistof in de vorm doen, gebraad moet minstens voor 2/3 in vloeistof liggen
4 Het gerecht na 2/3 van de totale tijd keren.
5 Keer het voedsel niet. Bedek de bodem met water.
6 De braadslede onder het rooster inschuiven.
Pagina 30
nl Zo lukt het
| Voedingswaar | Accessoires / vormen | Inschuifhoogte | Verwarmings-methode | Temperatuur in °C / grillstand | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|---|---|
| Muffins | Muffinplaat op het rooster | 2 | 170-190 | 20-40 | |
| Klein gebak van gistdeeg | Bakplaat | 3 | 150-170 | 20-30 | |
| Koekjes | Bakplaat | 3 | 140-160 | 15-25 | |
| Koekjes, 2 of 3 niveaus | Braadslede Bakplaat | 3+1 5+3+1 | 140-160 | 15-25 | |
| Brood, 1000 g (in rechthoekige vorm, op de plaat) | Braadslede Langwerpige bakvorm | 2 | 200-220 | 35-50 | |
| Pizza, vers | Bakplaat | 3 | 190-210 | 20-30 | |
| Pizza, vers, dunne bodem | Ronde pizzaplaat | 2 | 250-270¹ | 8-13 | |
| Quiche | Taartvorm | 2 | 190-210 | 25-35 | |
| Ovenschotel, hartig, gegaarde ingrediënten. | Ovenschaal | 2 | 200-220 | 30-60 | |
| Kip, 1,3 kg, ongevuld | Open vorm | 2 | 200-220 | 60-70 | |
| Kleine kipdelen, à 250 g | Open vorm | 3 | 220-230 | 30-35 | |
| Gans, niet gevuld, 3 kg | Open vorm | 2 | 1. 140 2. 160 | 1. 130-140 2. 50-60 | |
| Gebraden varkensvlees zonder zwoerd, bijv. halsstuk, 1,5 kg | Open vorm | 2 | 160-170 | 150-160 | |
| Runderfilet, medium, 1 kg | Rooster Braadslede | 3 | 210-220 | 40-50² | |
| Gestoofd rundvlees, 1,5 kg | Gesloten servies | 2 | 200-220 | 130-150³ | |
| Rosbief, medium, 1,5 kg | Rooster Braadslede | 3 | 200-220 | 60-70² | |
| Burger, 3-4 cm hoog | Rooster | 4 | 3 | 25-30⁴ | |
| Lamsbout zonder been, medium, 1,0 kg | Open vorm | 2 | 170-190 | 70-80⁵ | |
| Vis, gegrild, heel, 300 g, bijv. forel 1 Het apparaat voorverwarmen. 2 Het gerecht na 1/2 - 2/3 van de totale | Rooster tijd keren. | 2 | 160-180 | 20-30⁶ |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 30)
3 In het begin vloeistof in de vorm doen, gebraad moet minstens voor 2/3 in vloeistof liggen
4 Het gerecht na 2/3 van de totale tijd keren.
5 Keer het voedsel niet. Bedek de bodem met water.
6 De braadslede onder het rooster inschuiven.
22.5 Bereiding met stoom
Als u de bereiding met stoom gebruikt, ontstaat er stoom in de binnenruimte. Zo krijgt het levensmiddel een knapperige korst en een glanzend oppervlak. Bovendien wordt het levensmiddel zacht en sappig binnenin en zijn volume wordt slechts minimaal gereduceerd.
Insteladvies voor koken met stoom
Plaats de watertank altijd met de aanbevolen hoeveelheid water op het apparaat.
| Gerecht | Accessoires / vormen | Inschuifhoogte | Waterhoeveelheid in ml | Verwarmings-methode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Witbrood, 750 g | Bakplaat | 2 | 100 | 1. 220 2. 180 | 1. 15 2. 25-35 | |
| Brood, 1000 g (in rechthoekige vorm en op de plaat) | Bakplaat | 2 | 100 | 1. 220 2. 180 | 1. 15 2. 40-50 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 30)
1 Het apparaat, met de met water gevulde kom voorverwarmen.
Pagina 31
Zo lukt het nl
| Gerecht | Accessoires / vormen | Inschuifhoogte | Waterhoeveelheid in ml | Verwarmings-methode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Plat rond brood | Bakplaat | 3 | 150 | 230-240 | 20-30 | |
| Broodjes, vers | Bakplaat | 3 | 100 | 180-190 | 25-30 | |
| Afbakbroodjes of -stokbrood, voorgebakken¹ | Rooster | 3 | 100 | 190-200 | 8-10 | |
| Broodjes, zoet, vers¹ | Bakplaat | 3 | 100 | 190-200 | 10-15 | |
| Gebak van gistdeeg in de springvorm | Springvorm Ø 28 cm | 2 | 100 | 150-160 | 35-45 | |
| Broodvlecht/savarin | Bakplaat | 2 | 100 | 150-160 | 30-40 | |
| Klein gebak van gistdeeg | Bakplaat | 2 | 100 | 160-170 | 25-35 | |
| Diepvriespizza, dunne bodem, 1 stuks | Rooster | 2 | 100 | 190-200 | 15-20 | |
| Ovenschotel hartig, van gegaarde ingrediënten, hoogte max. 5 cm | Open vorm | 2 | 150 | 170-180 | 35-45 | |
| Kleine kipdelen, à 250 g | Open vorm | 2 | 150 | 220-230 | 30-40 | |
| Kip, 1,3 kg, ongevuld | Open vorm | 2 | 200 | 200-220 | 65-75 | |
| Gebraden varkensvlees (nek) 1,5 kg | Open vorm | 2 | 250 | 160-180 | 130-150 | |
| Vis, gebraden, heel 300 g, bijv. forel | Open vorm | 2 | 100 | 180-190 | 25-35 | |
| Pizza, gebakken, regenereren¹ | Rooster | 2 | 100 | 170-180 | 7-10 | |
| Broodjes, baguette, regenereren¹ | Rooster | 2 | 100 | 150-160 | 6-8 | |
| Ovenschotels, bijv. pasta, lasagne, aardappelgratin, 1 portie, regenereren | Open vorm | 2 | 100 | 150-160 | 15-20 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 31)
1 Het apparaat, met de met water gevulde kom voorverwarmen.
22.6 Yoghurt
Met uw apparaat kunt u ook zelf yoghurt maken.
Yoghurt maken
- 1. De accessoires en de rekjes uit de binnenruimte nemen.
- 2. De eerder voorbereide yoghurtmassa in kleine vormen gieten, bijv. in kopjes of kleine glazen.
- 3. De vormen met folie afdekken, bijv. met vershoudfolie.
- 4. Plaats de vormen op de bodem van de binnenruimte.
- 5. Stel het apparaat in overeenkomstig de instellingsaanbevelingen.
- 6. De yoghurt na de bereiding in de koelkast laten afkoelen.
Insteladvies voor yoghurt
| Voedingswaar | Accessoires / vormen | Inschuifhoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|---|---|
| Yoghurt | Portievormen | Bodem van de binnenruimte | 40-45 | 8-9 uur |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 31)
22.7 Testgerechten
Deze overzichten werden voor testinstituten gemaakt, om het testen van het apparaat conform EN 60350-1 te vergemakkelijken.
Bakken
Houd deze informatie aan bij het bereiden van testgerechten.
Algemene opmerkingen
- De instelwaarden gelden voor producten die in de onverwarmde binnenruimte worden geplaatst.
- Neem de aanwijzingen voor het voorverwarmen in de tabellen in acht. De instelwaarden gelden zonder snel voorverwarmen.
- Gebruik bij het bakken eerst de laagste opgegeven temperatuur.
Inschuifhoogtes
Inschuifhoogtes bij het bakken op twee niveaus: Opmerking: Gebak op bakplaten of in vormen die gelijktijdig in de oven worden geplaatst, hoeft niet op hetzelfde moment klaar te zijn.
- Braadslede, hoogte 3
Bakplaat: hoogte 1
Pagina 32
nl Montagehandleiding
- Vormen op het rooster eerste rooster: hoogte 3 tweede rooster: hoogte 1
Inschuifhoogtes bij het bakken op drie niveaus:
- Bakplaat: hoogte 5
Braadslede, hoogte 3
Bakplaat: hoogte 1
Bakken met twee springvormen:
Plaats de vormen naast elkaar of verspringend boven elkaar in de binnenruimte.
Insteladvies voor bakken
| Voedingswaar | Accessoires / vormen | Inschuifhoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|---|---|
| Spritsgebak | Bakplaat | 3 | 140-150¹ | 25-35 | |
| Spritsgebak | Bakplaat | 3 | 140-150¹ | 20-30 | |
| Sprits, 2 niveaus | Braadslede + Bakplaat | 3 + 1 | 140-150¹ | 25-35 | |
| Sprits, 3 niveaus | Braadslede + Bakplaat | 5 + 3 + 1 | 130-140¹ | 35-55 | |
| Kleine cakes | Bakplaat | 3 | 150¹ | 25-35 | |
| Kleine cakes | Bakplaat | 3 | 150¹ | 20-30 | |
| Kleine cakes, 2 niveaus | Braadslede + Bakplaat | 3 + 1 | 140¹ | 25-35 | |
| Small cakes, 3 niveaus | Braadslede + Bakplaat | 5 + 3 + 1 | 140¹ | 25-35 | |
| Biscuit | Springvorm Ø 26 cm | 2 | 160-170² | 25-35 | |
| Biscuit | Springvorm Ø 26 cm | 2 | 160-170 | 30-35 | |
| Biscuitgebak, 2 niveaus | Springvorm Ø 26 cm | 3 + 1 | 150-160² | 35-50 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 32)
| 1 Warm het apparaat 5 minuten voor. De functie snel voorverwarmen niet gebruiken. 2 Het apparaat voorverwarmen. De functie snel voorverwarmen niet gebruiken. | |||
| Insteladvies bij grillen | |||
| Voedingswaar | Accessoires / vor- Inschuif- Verwarmen hoogte mingsmethode | Temperatuur in °C / grillstand | Tijdsduur in min. |
| Toast bruinen | Rooster 5 | 3 | 5-6 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 32)
23 Montagehandleiding
Houd rekening met deze informatie bij de montage van het apparaat.
Pagina 33
Montagehandleiding nl
23.1 Algemene montage-instructies
Neem deze aanwijzingen in acht voordat u met het inbouwen van het apparaat begint.
- Alleen als de inbouw op deskundige wijze en conform dit installatievoorschrift wordt uitgevoerd, is de veiligheid bij het gebruik gegarandeerd. De monteur is aansprakelijk voor schade als gevolg van een verkeerde inbouw.
- Het apparaat na het uitpakken controleren. Niet aansluiten in geval van transportschade.
- Voor het eerste gebruik verpakkingsmateriaal en plakfolie verwijderen uit de binnenruimte en van de deur.
- Bij de inbouw van accessoires dient u zich te houden aan de beschrijving in de montagebladen.
- Inbouwmeubels dienen bestand te zijn tegen een temperatuur tot maximaal 95°C, aangrenzende meubelfronten tot 70°C.
- Het apparaat niet inbouwen achter een decor- of meubeldeur. Er bestaat gevaar van oververhitting.
- Voer uitsnijdingswerkzaamheden aan het meubel uit voordat het apparaat wordt geplaatst. Spanen verwijderen. Deze kunnen invloed hebben op de werking van elektrische componenten.
- De contactdoos van het apparaat dient zich in het gebied van het gearceerde vlak of buiten de inbouwruimte te bevinden.
Niet-bevestigde meubels moeten met een gebruikelijke, in de handel verkrijgbare montagebeugel aan de wand worden bevestigd.
- Draag werkhandschoenen ter voorkoming van snijwonden. Onderdelen die tijdens het inbouwen toegankelijk zijn, kunnen scherpe randen hebben.
- Maataanduidingen van de afbeeldingen in mm.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brand!
Het gebruik van een verlengd netsnoer en niet-toegestane adapters is gevaarlijk.
- Gebruik geen meervoudige stekkerdozen.
- Gebruik uitsluitend verlengkabels die zijn gecertificeerd, een minimale aderdiameter van 1,5 mm² hebben en die voldoen aan de geldende landelijke veiligheidsvereisten.
- Neem contact op met de service wanneer het netsnoer te kort is.
- Alleen door de fabrikant goedgekeurde adapters gebruiken.
LET OP!
Door het apparaat aan de deurgreep te dragen kan deze afbreken. De deurgreep houdt het gewicht van het apparaat niet.
- Het apparaat niet aan de deurgreep vasthouden of dragen.
23.2 Afmetingen van het apparaat
Hier vindt u de afmetingen van het apparaat.