Bosch HSG636ES1, tekst van de handleiding
Pagina's 15–26 van 48 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← pagina's 2–14verder op pagina 27 →
Pagina 15
Tijdfuncties nl
10 Tijdfuncties
Uw apparaat beschikt over verschillende tijdfuncties waarmee u de werking kunt sturen.
10.1 Overzicht van de tijdfuncties
Bij de werking kunt u duur en einde instellen. De wekker kan onafhankelijk van de werking worden ingesteld.
| Tijdfunctie | Gebruik |
|---|---|
| Timer | De wekker kunt u onafhankelijk van de werking instellen. Hij beïnvloedt het apparaat niet. |
| Tijdsduur | Wanneer u voor de werking een tijdsduur instelt, houdt het apparaat na het verstrijken van de tijdsduur automatisch op met verwarmen. |
| Einde | Voor de duur kunt u een tijd instellen waarop de werking eindigt. Het apparaat start automatisch zodat de werking op het gewenste tijdstip klaar is. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 15)
10.2 Timer instellen
De timer loopt onafhankelijk van de werking. U kunt de timer bij ingeschakeld en uitgeschakeld apparaat tot 23 uur en 59 minuten instellen. De timer heeft een eigen signaal, zodat u hoort of de timer of een tijdsduur eindigt.
- 1. Op drukken.
- Het symbool is rood verlicht.
- 2. De wekkertijd instellen met de bedieningsring.
- 3. De wekker met starten.
Na enkele seconden start de wekker ook automatisch.
- De wekkertijd loopt af.
- Wanneer het apparaat uitgeschakeld is, blijft de wekker op het display staan.
- Als het apparaat is ingeschakeld, staan de instellingen van de lopende werking op het display. Om de wekkertijd enkele seconden weer te geven, op drukken.
- Als de wekkertijd is verstreken, klinkt er een signaal. Het rode symbool verdwijnt.
- 4. Wanneer de timertijd is verstreken:
‒ Om het signaal voortijdig te beëindigen op een willekeurig touchveld drukken.
‒ Om opnieuw een wekkertijd in te stellen op drukken en de wekkertijd met de bedieningsring instellen.
Wekker wijzigen
U kunt de wekkertijd altijd wijzigen.
- 1. Op drukken.
- 2. De wekkertijd met de bedieningsring wijzigen.
- 3. Met bevestigen.
Wekker afbreken
U kunt de wekkertijd altijd afbreken.
- 1. Op drukken.
- 2. De wekkertijd met de bedieningsring op nul terugzetten.
- 3. Met bevestigen.
- Het rode symbool verdwijnt.
10.3 Tijdsduur instellen
De duur voor de werking kunt u tot 23 uur en 59 minuten instellen.
Vereiste: Een werking en een temperatuur of stand zijn ingesteld.
- 1. Op "Tijdsduur" drukken.
- 2. Met de bedieningsring de tijdsduur instellen.
| Draairichting | Voorgestelde waarde |
|---|---|
| Links | 10 minuten |
| Rechts | 30 minuten |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 15)
De tijdsduur kan tot een uur worden ingesteld in stappen van een minuut, daarna in stappen van 5 minuten. De eindtijd wordt automatisch berekend.
- 3. In werking stellen met .
- Het apparaat begint op te warmen en de tijdsduur loopt af.
- Wanneer de tijd is verstreken, klinkt er een geluidssignaal. Op het display staat de tijdsduur op nul.
- 4. Wanneer de tijdsduur afgelopen is:
‒ Om het signaal voortijdig te beëindigen op een willekeurig touchveld drukken.
‒ Om opnieuw een tijdsduur in te stellen op "Tijdsduur" drukken en de tijdsduur met de bedieningsring instellen.
‒ Om de werking zonder tijdsduur voor te zetten, met starten.
‒ Als het gerecht klaar is, het apparaat met uitschakelen.
Tijdsduur wijzigen
U kunt de duur altijd wijzigen.
- 1. Op drukken.
- 2. De tijdsduur met de bedieningsring wijzigen.
- De wijziging wordt direct overgenomen.
Tijdsduur afbreken
U kunt de duur altijd afbreken.
- 1. Op "Tijdsduur" drukken.
- 2. De tijdsduur met de bedieningsring op nul terugzetten.
- De wijziging wordt direct overgenomen.
- Het apparaat zet de functie zonder tijdsduur voort.
10.4 Einde instellen
Het tijdstip waarop de tijdsduur afloopt, kunt u tot 23 uur en 59 minuten verschuiven.
Opmerkingen
- Om een goed bereidingsresultaat te verkrijgen, wijzigt u het einde niet meer als de werking eenmaal is gestart.
- Om te voorkomen dat levensmiddelen bederven, dient u ze niet te lang in de binnenruimte te laten staan.
Pagina 16
nl Stoom
Vereisten
- Een werking en een temperatuur of stand zijn ingesteld.
- Er is een tijdsduur ingesteld.
- 1. Op "Einde" drukken.
- 2. Het einde met de bedieningsring verplaatsen. Het einde kan na het starten niet meer worden gewijzigd.
- 3. In werking stellen met .
- Het display toont de starttijd. Het apparaat bevindt zich in de wachtstand.
- Als de starttijd is bereikt, begint het apparaat op te warmen en de tijdsduur loopt af.
- Wanneer de tijd is verstreken, klinkt er een geluidssignaal. Op het display staat de tijdsduur op nul.
- 4. Wanneer de tijdsduur afgelopen is:
‒ Om het signaal voortijdig te beëindigen op een willekeurig touchveld drukken.
‒ Om opnieuw een tijdsduur in te stellen op "Tijdsduur" drukken en de tijdsduur met de bedieningsring instellen.
‒ Om de werking zonder tijdsduur voor te zetten, met starten.
‒ Als het gerecht klaar is, het apparaat met uitschakelen.
Einde afbreken
U kunt het ingestelde einde en de duur altijd wissen.
- 1. De werking met onderbreken.
- 2. Om de werking zonder tijdsduur en einde voort te zetten, met starten.
11 Stoom
Met stoom bereidt u gerechten op een bijzonder efficiënte manier. U kunt de stoommethoden gebruiken of bij enkele verwarmingsmethoden de stoomondersteuning inschakelen.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Bij het openen van de apparaatdeur kan hete stoom vrijkomen. Stoom is afhankelijk van de temperatuur niet altijd zichtbaar.
- Apparaatdeur voorzichtig openen.
- Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
11.1 Watertank vullen
WAARSCHUWING ‒ Kans op brand!
Door hete oppervlakken in de binnenruimte kunnen dampen van brandbare vloeistoffen vlam vatten (explosieve verbranding). De apparaatdeur kan openspringen. Er kunnen hete dampen en steekvlammen naar buiten treden.
- Doe geen ontvlambare vloeistoffen (bijv. alcoholhoudende dranken) in de watertank.
- Vul de watertank uitsluitend met water of de door ons aanbevolen ontkalkingsoplossing.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik van het apparaat kan de watertank heet worden.
- Heeft u het apparaat zojuist gebruikt, wacht dan tot de watertank is afgekoeld.
- Neem de watertank uit de tankschacht.
Vereiste: De waterhardheid is correct ingesteld. → "Vóór het eerste gebruik", Pagina 12
- 1. Druk op .
- Het bedieningspaneel wordt automatisch naar voren geschoven.
- 2. Het bedieningspaneel met beide handen naar voren trekken en vervolgens naar boven schuiven tot het vergrendelt .
- 3. De watertank optillen en uit de tankschacht nemen .
- 4. Het deksel aan de watertank langs de afdichting aandrukken zodat er geen water meer uit de watertank kan lopen.
- 5. Het water tot aan de markering "max" in de watertank vullen.
Pagina 17
Stoom nl
- 6. De gevulde watertank plaatsen . Er hierbij op letten dat de watertank aan de houders vastklikt.
- 7. Het bedieningspaneel langzaam naar onderen schuiven, dan naar achteren drukken tot het bedieningspaneel volledig is gesloten.
11.2 Stoommethoden
Er staan verschillende stoommethoden ter beschikking waarbij hete stoom gerechten op een efficiënte wijze bereidt.
Stomen
Tijdens de bereiding met stoom worden de gerechten omsloten door hete waterdamp, zodat de voedingsstoffen in de levensmiddelen behouden blijven. De vorm, de kleur en het typische aroma van de gerechten blijven bij deze bereidingsmethode intact.
Regenereren
Met regenereren warmt u al klaargemaakte gerechten op een efficiënte manier op of bakt u gerechten van de vorige dag op.
Deegrijsstand
Met de deegrijsstand rijst het deeg duidelijk sneller dan bij kamertemperatuur en het droogt niet uit.
Ontdooien
Met de ontdooistand ontdooit u diepvriesproducten.
Verwarmingsmethode met stoom instellen Opmerking:
Neem de gegevens over de verwarmingsmethoden met stoom in acht:
→ "Stoommethoden", Pagina 17
- Bij de verwarmingsmethoden met stoom is altijd een tijdsduur nodig.
Bij de verwarmingsmethode stomen start de tijdsduur pas als de binnenruimte is opgewarmd.
Vereiste: De watertank is gevuld.
→ "Watertank vullen", Pagina 16
- 1. Op drukken.
- 2. Op "Stoom" drukken.
- 3. Op de gewenste verwarmingsmethode stomen drukken.
- De temperatuur is wit gemarkeerd.
- 4. De temperatuur met de bedieningsring instellen.
- 5. Op "Tijdsduur" drukken.
- 6. Met de bedieningsring de tijdsduur instellen.
- 7. In werking stellen met .
Opmerking: Als de watertank tijdens het bedrijf leegloopt, verschijnt op het display een aanwijzing. De werking wordt onderbroken.
→ "Watertank vullen", Pagina 16
- Het apparaat begint op te warmen en de tijdsduur loopt af.
- Wanneer de tijd is verstreken, klinkt er een geluidssignaal. Op het display staat de tijdsduur op nul.
- 8. Wanneer de tijdsduur afgelopen is:
‒ Om het signaal voortijdig te beëindigen op een willekeurig touchveld drukken.
‒ Om opnieuw een tijdsduur in te stellen op "Tijdsduur" drukken en de tijdsduur met de bedieningsring instellen.
‒ Als het gerecht klaar is, het apparaat met uitschakelen.
- 9. De watertank legen en de binnenruimte drogen. → "Na elk gebruik met stoom", Pagina 18
Verwarmingsmethode wijzigen
Verandert u de verwarmingsmethode, dan worden ook de andere instellingen teruggezet.
- 1. De werking met onderbreken.
- 2. Op "Stoom" drukken.
- 3. Druk op de gewenste verwarmingsmethode.
- Op het display verschijnt de bijbehorende voorgestelde temperatuur.
Temperatuur wijzigen
Na het starten van de werking kunt u de temperatuur direct wijzigen.
- De temperatuur wijzigen met de bedieningsring.
- De temperatuur wordt direct overgenomen.
Tijdsduur wijzigen
U kunt de duur altijd wijzigen.
- 1. Op drukken.
- 2. De tijdsduur met de bedieningsring wijzigen.
- De wijziging wordt direct overgenomen.
11.3 Bereiding met stoom
Bij het bereiden met stoom brengt het apparaat met verschillende tussenpozen stoom in de binnenruimte. Hierdoor krijgt het gerecht een knapperige korst en een glanzend oppervlak. Vlees wordt van binnen zacht, mals en verliest slechts weinig volume.
Geschikte verwarmingsmethoden met stoomtoevoer
Voor de werking met stoomondersteuning zijn slechts bepaalde verwarmingsmethoden geschikt.
Bij deze verwarmingsmethoden kunt u er stoom bij inschakelen:
4D hetelucht
- Boven- en onderwarmte
- Circulatiegrillen
- Warmhouden
Stoomtoevoer instellen
Vereiste: De watertank is gevuld.
→ "Watertank vullen", Pagina 16
- 1. Kies de functie "Verwarmingsmethoden".
- 2. Druk op een geschikte verwarmingsmethode.
- De temperatuur is wit gemarkeerd.
- 3. Stel de temperatuur in met de bedieningsring.
Pagina 18
nl Stoom
- 4. Druk op "Toevoer van stoom".
- 5. Stel de stoomstand in met de bedieningsring.
| Stoomstand | Toevoer van stoom |
|---|---|
| 0 | geen |
| 01 | gering |
| 02 | gemiddeld |
| 03 | sterk |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 18)
- 6. Start de werking .
Opmerking: Als de watertank tijdens het bedrijf leegloopt, verschijnt op het display een aanwijzing. De werking wordt zonder gebruik van stoom voortgezet.
→ "Watertank vullen", Pagina 16
- Het apparaat begint op te warmen.
- Op het display staat de tijd, hoelang het programma al loopt en de instellingen.
- 7. Schakel het apparaat uit met wanneer het gerecht klaar is.
- 8. Leeg de watertank en droog de binnenruimte. → "Na elk gebruik met stoom", Pagina 18
Stoomstand wijzigen
U kunt de stoomstand altijd wijzigen.
- 1. Op "Toevoer van stoom" drukken.
- 2. De stoomstand met de bedieningsring wijzigen.
- De wijziging wordt direct overgenomen.
Temperatuur wijzigen
Na het starten van de werking kunt u de temperatuur direct wijzigen.
- De temperatuur wijzigen met de bedieningsring.
- De temperatuur wordt direct overgenomen.
Verwarmingsmethode wijzigen
Verandert u de verwarmingsmethode, dan worden ook de andere instellingen teruggezet.
- 1. De werking met onderbreken.
- 2. Op "Verwarmingsmethoden" drukken.
- 3. Druk op de gewenste verwarmingsmethode.
- Op het display verschijnt de bijbehorende voorgestelde temperatuur.
11.4 Na elk gebruik met stoom
Na elke bereiding met stoom pompt het apparaat het restwater terug in de watertank. Leeg en droog aansluitend de watertank en de bereidingsruimte.
Watertank legen
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik van het apparaat kan de watertank heet worden.
- Heeft u het apparaat zojuist gebruikt, wacht dan tot de watertank is afgekoeld.
- Neem de watertank uit de tankschacht.
LET OP!
Het drogen van de watertank in de hete binnenruimte leidt tot beschadiging van de watertank.
- De watertank niet drogen in de hete binnenruimte. Wanneer de watertank in de vaatwasser wordt gereinigd veroorzaakt dit schade.
- De watertank niet reinigen in de vaatwasmachine.
- Reinig de watertank met een zachte doek en een in de handel gebruikelijk schoonmaakmiddel.
- 1. Het bedieningspaneel met openen.
- 2. De watertank eruit nemen.
- 3. Het deksel van de watertank voorzichtig verwijderen.
- 4. De watertank legen, met een afwasmiddel reinigen en met schoon water grondig uitspoelen.
- 5. Alle onderdelen drogen met een zachte doek.
- 6. De afdichting van het deksel droog wrijven.
- 7. Laat de watertank drogen met geopend deksel.
- 8. Het deksel op de watertank plaatsen en aandrukken.
- 9. De watertank inzetten en bedieningspaneel sluiten.
Lekgoot droogmaken
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Het apparaat wordt heet tijdens het gebruik.
- Het apparaat voor het schoonmaken laten afkoelen.
Vereiste: De binnenruimte is afgekoeld.
- 1. De apparaatdeur openen.
- 2. Opmerking:
De lekgoot bevindt zich onder de binnenruimte.
Het water in de lekgoot met een sponsdoekje opzuigen en voorzichtig opnemen.
Binnenruimte drogen
Droog de ovenruimte na elk gebruik met stoom.
- De ovenruimte met de hand drogen of de functie "Drogen" gebruiken.
→ "Drogen", Pagina 28
Pagina 19
Braadthermometer nl
12 Braadthermometer
U kunt uw gerechten heel nauwkeurig garen door er een braadthermometer in te steken en een kerntemperatuur in te stellen. Zodra de ingestelde kerntemperatuur in het product is bereikt, houdt het apparaat automatisch op te werken.
12.1 Geschikte verwarmingsmethoden met braadthermometer
Voor het gebruik met de braadthermometer zijn alleen bepaalde verwarmingsmethoden geschikt.
Wanneer de braadthermometer in de binnenruimte is geplaatst, staan de volgende verwarmingsmethoden ter beschikking.
4D hetelucht
- Boven- en onderwarmte
- Hetelucht Eco
- Boven-/onderwarmte Eco
- Circulatiegrillen
- Pizzastand
- Stomen
- Regenereren
12.2 Braadthermometer in het vlees steken
Gebruik de meegeleverde braadthermometer of bestel een geschikte braadthermometer via onze servicedienst.
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Bij gebruik van een verkeerde braadthermometer kan de isolatie beschadigd raken.
- Gebruik alleen de braadthermometer die voor dit apparaat bestemd is.
LET OP!
Anders kan de braadthermometer beschadigd raken.
- Het snoer van de braadthermometer niet inklemmen.
- Om te voorkomen dat de braadthermometer beschadigd raakt door een te intensieve hitte, moet de afstand tussen grillelement en braadthermometer enkele centimeters bedragen. Het vlees kan tijdens de bereiding uitzetten.
- 1. De braadthermometer in het gerecht steken. De braadthermometer heeft drie meetpunten. Zorg ervoor dat minstens het middelste meetpunt in het gerecht steekt.
| Dunne vleesstukken | Steek de braadthermometer opzij in de dikste plaats van het vlees. |
| Dikke vleesstukken | Steek de thermometer van boven schuin tot de aanslag in het vlees. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 19)
| Gevogelte | De braadthermometer in de dikste plaats van de gevogelteborst steken tot de aanslag. Steek de braadthermometer schuin of in de lengte in het gevogelte, afhankelijk van de vorm. Het gevogelte draaien en met de borstzijde naar beneden op het rooster leggen. |
| Vis | Bij hele vis de braadthermometer achter de kop in de richting van de ruggengraat tot de aanslag insteken. De vis zonder hem te keren in de zwemstand op het rooster plaatsen, bijv. met een halve aardappel als steun. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 19)
- 2. Het product samen met de braadthermometer in de binnenruimte plaatsen.
- 3. De aansluiting van de braadthermometer in de linkerbus in de binnenruimte steken.
Opmerkingen
- Verwijdert u de braadthermometer tijdens het gebruik, dan worden alle instellingen gereset.
- Wilt u het product keren, verwijder de braadthermometer dan niet. Controleer na het keren van het product of de braadthermometer nog goed in het gerecht zit.
12.3 Braadthermometer instellen
De braadthermometer meet de temperatuur in het binnenste van het product tussen 30°C en 99°C.
Vereisten
- Het product met de braadthermometer staat in de binnenruimte.
- De braadthermometer is in de binnenruimte gestoken.
- 1. Druk op de gewenste verwarmingsmethode.
- De temperatuur van de binnenruimte is wit gemarkeerd.
- 2. De temperatuur van de binnenruimte met de bedieningsring instellen.
De temperatuur van de binnenruimte minstens 10°C hoger instellen dan de kerntemperatuur.
De temperatuur van de binnenruimte niet hoger instellen dan 250°C.
Pagina 20
nl Braadthermometer
- 3. Op "Kerntemperatuur" drukken.
- De kerntemperatuur is wit gemarkeerd.
- 4. De kerntemperatuur met de bedieningsring instellen.
- 5. Bij sommige verwarmingsmethoden kunt u de toevoer van stoom instellen.
→ " Stoom", Pagina 16
- 6. In werking stellen met .
- Het apparaat begint op te warmen.
- Op het display staat de tijd, hoelang het programma al loopt en de kerntemperatuur.
- Links staat de actuele kerntemperatuur in het product, rechts staat de ingestelde, bijv. 15°C|75°C. De actuele kerntemperatuur verschijnt pas vanaf ca. 10°C. De opwarmlijn geeft ook de kerntemperatuur aan.
- Als het gerecht klaar is, weerklinkt een signaal. Het apparaat warmt niet meer op. Op het display is de actuele kerntemperatuur gelijk aan de ingestelde kerntemperatuur, bijv. 75°C|75°C.
- 7. WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
De binnenruimte, accessoires en braadthermometer worden zeer heet.
- Neem hete accessoires en de braadthermometer altijd met behulp van een pannenlap uit de binnenruimte.
Als de kerntemperatuur is bereikt:
‒ Het apparaat uitschakelen met .
‒ Neem de braadthermometer uit de aansluiting in de binnenruimte.
‒ Neem de braadthermometer uit het product en uit de binnenruimte.
Tip: U kunt de braadthermometer ook met een andere functie gebruiken. Zodra de braadthermometer is ingestoken, staan alleen nog de met braadthermometer mogelijke functies ter beschikking.
Temperatuur wijzigen
- 1. Na het starten van de werking is de kerntemperatuur wit gemarkeerd. U kunt de kerntemperatuur direct met de bedieningsring wijzigen.
- 2. Om de temperatuur van de binnenruimte te veranderen, op "Temperatuur" drukken en de temperatuur van de binnenruimte wijzigen met de bedieningsring.
Verwarmingsmethode wijzigen
Verandert u de verwarmingsmethode, dan worden ook de andere instellingen teruggezet.
- 1. De werking met onderbreken.
- 2. Op "Verwarmingsmethoden" drukken.
- 3. Druk op de gewenste verwarmingsmethode.
- Op het display verschijnt de bijbehorende voorgestelde temperatuur.
12.4 Kerntemperatuur van verschillende levensmiddelen
Hier vindt u richtwaarden voor kerntemperaturen van verschillende levensmiddelen.
De richtwaarden hangen af van de kwaliteit en de soort levensmiddelen. Gebruik geen diepvriesproducten.
| Gevogelte | Kerntemperatuur in °C |
|---|---|
| Kip | 80 - 85 |
| Kipfilet | 75 - 80 |
| Eend | 80 - 85 |
| Eendenborst, rosé | 55 - 60 |
| Kalkoen | 80 - 85 |
| Kalkoenfilet | 80 - 85 |
| Gans | 80 - 90 |
| Varkensvlees | Kerntemperatuur in °C |
| Varkensnek | 85 - 90 |
| Varkensfilet, rosé | 62 - 70 |
| Varkensrug, doorbakken | 72 - 80 |
| Rundvlees | Kerntemperatuur in °C |
| Rosbief of rundvlees, kort gebakken | 45 - 52 |
| Rosbief of runderfilet, rosé | 55 - 62 |
| Runderfilet of rosbief, doorbakken | 65 - 75 |
| Kalfsvlees | Kerntemperatuur in °C |
| Gebraden kalfsvlees of schouderstuk, mager | 75 - 80 |
| Gebraden kalfsvlees, schouder | 75 - 80 |
| Kalfsschenkel | 85 - 90 |
| Lamsvlees | Kerntemperatuur in °C |
| Lamsbout, rosé | 60 - 65 |
| Lamsbout, doorbakken | 70 - 80 |
| Lamsrug, rosé | 55 - 60 |
| Vis | Kerntemperatuur in °C |
| Vis, heel | 65 - 70 |
| Visfilet | 60 - 65 |
| Diversen | Kerntemperatuur in °C |
| Gebraden gehakt, alle vleessoorten | 80 - 90 |
| Gerechten opwarmen, regenereren | 65 - 75 |
Pagina 21
Assist nl
13 Assist
Met de functie "Assist" helpt u uw apparaat bij de bereiding van verschillende gerechten en kiest u automatisch de optimale instellingen.
13.1 Vormen
Het bereidingsresultaat is afhankelijk van de kwaliteit en de grootte van de vorm.
Gebruik een hittebestendige vorm, die geschikt is voor temperaturen tot 300°C. Vormen van glas of glaskeramiek zijn het meest geschikt. Braadstukken moeten de bodem van de vorm voor ca. 2/3 bedekken.
Vormen van het volgende materiaal zijn niet geschikt:
- Licht gekleurd, glanzend aluminium
- Niet geglazuurde klei
- Kunststof of kunststof grepen
13.2 Instellingen van de gerechten
Om de gerechten optimaal te bereiden, gebruikt het apparaat verschillende instellingen.
Opmerking: Het bereidingsresultaat is afhankelijk van de kwaliteit en de aard van de levensmiddelen. Gebruik verse levensmiddelen, het best op koelkasttemperatuur. Diepvriesgerechten direct uit het diepvriesvak gebruiken.
Tips en aanwijzingen bij de instellingen
Als u een gerecht instelt, geeft het display voor dit gerecht relevante informatie weer, bijv.:
- Geschikte inschuifhoogte
- Geschikte accessoires of vormen
- Toevoegen van vloeistof
- Tijdstip voor het keren of omroeren Zodra dit tijdstip bereikt is, klinkt er een signaal.
Druk op"Tip" of om de informatie op te roepen. Sommige aanwijzingen verschijnen automatisch.
Programma's
Bij programma's zijn het optimale verwarmingstype, de temperatuur en de duur vast vooringesteld.
Om een optimaal bereidingsresultaat te bereiken, moet u bijkomend het gewicht instellen. Indien niet anders aangegeven, stelt u het totale gewicht van uw gerecht in. Het gewicht kunt u alleen in het daarvoor bestemde bereik instellen.
Insteladvies
Bij insteladviezen is de optimale verwarmingsmethode vast vooringesteld. Het display toont de verwarmingsmethode.
De vooringestelde temperatuur en de duur kunt u aanpassen.
Braadthermometer
Bij sommige gerechten kunt u de braadthermometer gebruiken.
Als de braadthermometer is ingebracht, kunt u enkel gerechten selecteren die met de braadthermometer mogelijk zijn. Bij elk gerecht krijgt u adviezen over de verwarmingsmethode, de temperatuur en de kerntem-
peratuur. De temperatuur en de kerntemperatuur kunt u aanpassen.
→ "Braadthermometer", Pagina 19
Baksensor
Sommige gerechten bakt het apparaat automatisch met baksensor.
Op het display verschijnt . U hoeft verder geen instellingen in te voeren.
Neem de informatie over de baksensor in acht. → "Gerechten met baksensor", Pagina 22
Stoomgerechten
Bij sommige gerechten wordt automatisch de stoomfunctie geactiveerd.
Neem de informatie over de stoomfunctie in acht. → " Stoom", Pagina 16
13.3 Overzicht van de gerechten
Welke gerechten ter beschikking staan, ziet u aan het apparaat als u de functie oproept.
De gerechten zijn in categorieën en eten ingedeeld.
| Categorie | Gerechten |
|---|---|
| Brood, gebak | Gebak Klein gebak Koekjes Brood, broodjes Hartig gebak, pizza, quiche |
| Ovenschotels, soufflés | Ovenschotel, hartig, vers, gegaarde ingrediënten Lasagne, vers Gegratineerde aardappels, rauwe ingrediënten, vlak Ovenschotel, zoet, vers Soufflé in portievormen |
| Diepvriesproducten | Pizza Ovenschotels Aardappelproducten Vlees, gevogelte Groente |
| Gevogelte | Kip Eend, gans Kalkoen |
| Vlees | Varkensvlees Rundvlees Kalfsvlees Lamsvlees Wildbraad Vleesgerechten |
| Vis | Vis, heel Visfilets Visgerechten Zeevruchten |
Pagina 22
nl Assist
| Categorie | Gerechten |
|---|---|
| Bijgerechten, groente | Groente Aardappelen Rijst Granen Peulvruchten Pasta, balletjes eieren |
| Desserts, compote | Desserts, compote |
| Inmaken, uitpersen, ontsmetten | Inmaken Uitpersen Flesjes ontsmetten |
| Regenereren, opbakken | Groente Menu Gebak Bijgerechten |
| Gerechten ontdooien | Fruit, groente |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 22)
13.4 Gerechten met baksensor
Als u een gerecht selecteert dat voor de baksensor geschikt is, regelt het apparaat het bakproces volledig automatisch.
De baksensor bewaakt het bakproces in de binnenruimte en het apparaat regelt de instellingen automatisch.
Volgende gerechten bakt het apparaat automatisch met baksensor.
| Categorie | Gerechten |
|---|---|
| Brood, gebak | Gebak • Gebak in vormen • Gebak op de plaat (Vruchten)taart/taart Klein gebak • Bladerdeeggebak • Muffins • Gistdeeggebak Hartig gebak, pizza, quiche • Hartig gebak, quiche • Pizza • Flammkuchen |
| Diepvriesproducten | Aardappelproducten • Aardappelproducten |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 22)
Geschikte bakvormen
Om een optimaal bakresultaat te bereiken, gebruikt u donkere bakvormen van metaal.
LET OP!
Door siliconenvormen, afdekkingen, accessoires of folie die silicone bevatten kan de baksensor beschadigd raken. Ook wanneer de baksensor niet wordt gebruikt, kan er schade ontstaan.
- Gebruik geen vormen van silicone of silicone-houdende, folie, afdekkingen of accessoires.
- Nooit voorwerpen van silicone in de binnenruimte bewaren.
13.5 Gerecht instellen
Uw apparaat biedt u vele verschillende gerechten aan. Met de bedieningsring kunt u in de verschillende keuzelijsten bladeren.
Opmerking: Na de start kunt u het gerecht en de instellingen ervan niet meer veranderen of onderbreken.
Vereiste: Om de functie te starten, moet de binnenruimte afgekoeld zijn.
- 1. Op drukken.
- 2. Op "Assist" drukken.
- 3. Op de gewenste categorie drukken.
- 4. Op het gewenste eten drukken.
- 5. Op het gewenste gerecht drukken.
- Op het display verschijnen de instellingen bij het gerecht.
- Bij gerechten met baksensorfunctie verschijnen geen instellingen, er verschijnt een aanwijzing op de baksensor.
- 6. Indien nodig de instellingen aanpassen.
‒ Bij sommige gerechten kunt u de temperatuur en de tijdsduur aanpassen, bij sommige in de plaats hiervan het gewicht. Bij de baksensorfunctie regelt het apparaat de instellingen automatisch. ‒ Bij sommige gerechten kunt u bijkomend het einde verplaatsen.
→ "Einde instellen", Pagina 15
- 7. Om informatie over toebehoren en inschuifhoogte te verkrijgen, op "Tip" drukken.
- 8. In werking stellen met .
Opmerking: Open tijdens het gebruik met baksensor de apparaatdeur niet. Het bakresultaat zou niet meer kloppen en de baksensorfunctie wordt afgebroken.
- Het apparaat begint op te warmen en de tijdsduur loopt af.
- Bij het gebruik met baksensor wordt geen tijdsduur weergegeven. Op het display staat de tijd hoe lang het apparaat al in werking is.
- Als het gerecht klaar is, weerklinkt een signaal. Het apparaat warmt niet meer op.
- 9. Wanneer de tijdsduur afgelopen is:
‒ Om het signaal voortijdig te beëindigen op een willekeurig touchveld drukken.
‒ Bij sommige gerechten kunt u indien gewenst nagaren.
→ "Nagaren", Pagina 22 ‒ Als het gerecht klaar is, het apparaat uitschakelen met .
Nagaren
Bij sommige gerechten biedt het apparaat na het verstrijken van de bereidingsduur de functie nagaren aan. U kunt zo vaak nagaren als u wilt.
- 1. Als u niet wilt nagaren, op "Beëindigen" drukken en het apparaat met uitschakelen.
- 2. Om het gerecht na te garen, op "Nagaren" drukken.
- Op het display verschijnt een tijdsduur.
- 3. Indien nodig de duur met de bedieningsring wijzigen.
- 4. In werking stellen met .
- Het apparaat begint op te warmen en de tijdsduur loopt af.
Pagina 23
Kinderslot nl
- Wanneer de tijd is verstreken, klinkt er een geluidssignaal. Het apparaat warmt niet meer op. De aanwijzing voor het nagaren verschijnt opnieuw.
- 5. Wanneer de tijdsduur afgelopen is:
| ‒ | Om het signaal voortijdig te beëindigen op een willekeurig touchveld drukken. |
| ‒ | Als u opnieuw wilt nagaren, op "Nagaren" drukken. |
| ‒ | Als het gerecht klaar is, op "Beëindigen" drukken en het apparaat met uitschakelen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 23)
14 Kinderslot
Beveilig uw apparaat, zodat kinderen het niet per ongeluk inschakelen of instellingen eraan kunnen wijzigen.
14.1 Kinderslot activeren en deactiveren
U kunt het kinderslot activeren en deactiveren terwijl het apparaat in- of uitgeschakeld is.
- 1. Om het kinderslot te activeren, ca. 4 seconden ingedrukt houden.
- Op het display verschijnt een aanwijzing ter bevestiging.
- Het bedieningspaneel is geblokkeerd. Het apparaat kan alleen met worden uitgeschakeld.
- Als het apparaat is ingeschakeld, brandt . Als het apparaat is uitgeschakeld, brandt niet.
- 2. Om het kinderslot te deactiveren, ca. 4 seconden ingedrukt houden.
- Op het display verschijnt een aanwijzing ter bevestiging.
15 Sabbatinstelling
Met de sabbatinstelling kunt u een tijdsduur tot 74 uur instellen. Gerechten kunnen tussen 85 °C en 140 °C met boven- en onderwarmte worden warmgehouden zonder dat u het apparaat hoeft in of uit te schakelen.
15.1 Sabbatinstelling starten
Opmerkingen
- Wanneer u de apparaatdeur tijdens gebruik opent, houdt het apparaat op met verwarmen. Wanneer u de apparaatdeur sluit, verwarmt het apparaat verder.
- Na de start kunt u de sabbatinstelling niet meer wijzigen of onderbreken.
Vereisten
- De sabbatinstelling is in de basisinstellingen geactiveerd.
→ "Basisinstellingen", Pagina 23
- De functie "Verwarmingsmethoden" is gekozen.
- 1. Druk op "Sabbatinstelling".
Is de verwarmingsmethode niet te zien in de touchdisplays, blader dan met de bedieningsring door de keuzelijst.
- De temperatuur is wit gemarkeerd.
- 2. Stel de temperatuur in met de bedieningsring.
- 3. Druk op "Tijdsduur".
- 4. Stel de tijdsduur in met de bedieningsring.
Het einde kan niet worden verplaatst.
- 5. Start de werking met .
- Het apparaat begint op te warmen en de tijdsduur loopt af.
- 6. Wanneer de tijdsduur is verstreken, klinkt er een geluidssignaal. De tijdsduur staat op nul. Het apparaat houdt op met verwarmen en reageert weer zoals buiten de sabbatinstelling gebruikelijk is.
‒ Schakel het apparaat uit met .
Na ca. 10 tot 20 minuten schakelt het apparaat automatisch uit.
16 Basisinstellingen
U kunt uw apparaat instellen volgens uw behoeften.
16.1 Overzicht van de basisinstellingen
Hier vindt u een overzicht van de basis- en fabrieksinstellingen. De basisinstellingen zijn afhankelijk van de uitvoering van uw apparaat.
| Basisinstelling | Keuze |
|---|---|
| Taal | Zie de keuze op het apparaat. |
| Tijd 1 Fabrieksinstelling (kan type afwijken) | Tijd in 24 uursformaat. afhankelijk van het apparaat- |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 23)
| Basisinstelling | Keuze |
|---|---|
| Waterhardheid → "Vóór het eerste gebruik", Pagina 12 | 00 (onthard) 01 (zacht) 02 (gemiddeld) 03 (hard) 04 (zeer hard)¹ |
| Fabrieksinstelling | Terugzetten Niet resetten¹ |
| Geluidssignaal | Korte duur (30 seconden) Gemiddelde duur (1 minuut)¹ Lange duur (5 minuten) |
| Volume 1 Fabrieksinstelling (kan type afwijken) | 5 standen afhankelijk van het apparaat- |
Pagina 24
nl Reiniging en onderhoud
| Basisinstelling | Keuze |
|---|---|
| Toetssignaal | Ingeschakeld Uitgeschakeld (geluid bij blijft)¹ |
| Helderheid display | 5 standen |
| Tijdsweergave | Uit Digitaal¹ Analoog |
| Verlichting | In gebruik uit In gebruik aan¹ |
| Werking na inschakelen | Hoofdmenu Verwarmingsmethoden¹ Stoom Assist |
| Nachtverduistering | Uitgeschakeld¹ Ingeschakeld |
| Merklogo | Indicaties¹ Niet weergeven |
| Nalooptijdventilator | Aanbevolen¹ Minimaal |
| Telescoopsysteem | Niet achteraf aangebracht (bij rekjes en 1-voudig uit- treksysteem) ¹ Achteraf aangebracht (bij 2‑ en 3‑voudig uittreksysteem) |
| Sabbatinstelling 1 Fabrieksinstelling (kan type afwijken) | Ingeschakeld Uitgeschakeld¹ afhankelijk van het apparaat- |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 24)
16.2 Basisinstellingen wijzigen
Vereiste: Het apparaat is ingeschakeld.
- 1. Op drukken.
- 2. Op "Basisinstellingen" drukken.
- 3. Op de gewenste basisinstelling drukken en met de bedieningsring wijzigen.
Welke basisinstelling is gekozen, geeft de rode balk aan de zijkant van het tekstveld aan. Op het display staat de bijbehorende waarde.
- 4. De basisinstellingen met "Overige instellingen" doorlopen en indien nodig met de bedieningsring wijzigen.
- 5. Om de wijzigingen op te slaan, op drukken en met "Opslaan" bevestigen.
Opmerking: Na een stroomonderbreking blijven de ingevoerde wijzigingen van de basisinstellingen behouden.
Het wijzigen van de basisinstellingen afbreken
- Op drukken en met "Niet opslaan" bevestigen.
- Alle wijzigingen werden verworpen en niet opgeslagen.
16.3 Tijd instellen
Vereiste: Het apparaat is ingeschakeld.
- 1. Op drukken.
- 2. Op "Basisinstellingen" drukken.
- 3. Op "Tijd" drukken.
- 4. De tijd wijzigen met de bedieningsring.
- 5. Om de wijzigingen op te slaan, op met "Opslaan" bevestigen.
drukken en
17 Reiniging en onderhoud
Reinig en onderhoud uw apparaat zorgvuldig om er voor te zorgen dat het lang goed blijft werken.
17.1 Reinigingsmiddelen
Gebruik om de verschillende oppervlakken van het apparaat niet te beschadigen geen ongeschikte reinigingsmiddelen.
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Binnendringend vocht kan een elektrische schok veroorzaken.
- Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken om het apparaat te reinigen.
LET OP!
Ongeschikte reinigingsmiddelen beschadigen de oppervlakken van het apparaat.
- Geen scherpe of schurende reinigingsmiddelen gebruiken.
Geschikte schoonmaakmiddelen
Gebruik alleen geschikte schoonmaakmiddelen voor de verschillende oppervlakken van uw apparaat.
- Geen sterk alcoholhoudende reinigingsmiddelen gebruiken.
- Geen harde schuursponsjes of afwassponsjes gebruiken.
- Geen speciale reinigingsmiddelen gebruiken voor de warmtereiniging.
Gebruik van ovenreiniger in de warme binnenruimte leidt tot beschadiging van het email.
- Gebruik nooit ovenreiniger in de warme binnenruimte.
- Vóór het opnieuw opwarmen de resten uit de binnenruimte en van de apparaatdeur volledig verwijderen.
Nieuwe vaatdoekjes bevatten resten van de productie.
- Nieuwe vaatdoekjes voor het gebruik grondig uitwassen.
Houd de handleiding aan bij het reinigen van het apparaat.
→ "Apparaat schoonmaken", Pagina 26
Pagina 25
Reiniging en onderhoud nl
Voorzijde van het apparaat
| Oppervlak | Geschikte schoonmaakmiddelen | Aanwijzingen |
|---|---|---|
| RVS | • Warm zeepsop • Speciale RVS-verzorgingsmiddelen voor warme oppervlakken | Om corrosie te voorkomen kalk-, vet-, zetmeel- en eiwitvlekken op roestvrijstalen oppervlakken onmiddellijk verwijderen. Verzorgingsmiddel voor roestvaststaal dun aanbrengen. |
| Kunststof of gelakte oppervlakken bijv. bedieningspaneel | • Warm zeepsop | Gebruik geen glasreiniger of schraper. Om vlekken die niet meer verwijderd kunnen worden te voorkomen, het ontkalkingsmiddel dat op het oppervlak terechtkomt direct verwijderen. |
| Apparaatdeur | ||
| Gebied | Geschikte schoonmaakmiddelen | Aanwijzingen |
| Ruiten van de deur | • Warm zeepsop | Gebruik geen schraper of rvs-schuursponsje gebruiken. Tip: Voor een grondige reiniging de deurruiten demonteren. → "Apparaatdeur", Pagina 29 |
| Deurafscherming | • Van roestvaststaal: RVS-reiniger • Van kunststof: Warm zeepsop | Gebruik geen glasreiniger of schraper. Geen schoonmaakmiddelen voor roestvrij staal gebruiken. Tip: Voor een grondige reiniging de deurafscherming verwijderen. → "Apparaatdeur", Pagina 29 |
| Roestvrijstalen binnenlijst van de deur | RVS-reiniger | Verkleuringen kunnen verwijderd worden met reinigingsmiddelen voor roestvrij staal. Geen schoonmaakmiddelen voor roestvrij staal gebruiken. |
| Deurgreep | • Warm zeepsop | Om vlekken die niet meer verwijderd kunnen worden te voorkomen, het ontkalkingsmiddel dat op het oppervlak terechtkomt direct verwijderen. |
| Deurafdichting | • Warm zeepsop | Niet afnemen en niet schuren. |
| Binnenruimte | ||
| Gebied | Geschikte schoonmaakmiddelen | Aanwijzingen |
| Emaillen oppervlakken | • Warm zeepsop • Azijnwater • Ovenreiniger | Gebruik bij sterke verontreiniging een borstel of RVS-spiraalspons. Om de binnenruimte na het reinigen te drogen de deur van het apparaat open laten. Opmerkingen • Email wordt bij zeer hoge temperaturen ingebrand, waardoor er kleine kleurverschillen ontstaan. De werking van het apparaat wordt niet beïnvloed.De werking van het apparaat wordt niet beïnvloed. • De smalle randen van de bakplaten kunnen niet volledig worden geëmailleerd en kunnen ruw zijn. De bescherming tegen corrosie blijft hierbij intact. • Door resten van levensmiddelen ontstaat er een witte afzetting op de emaillen oppervlakken. Deze aanslag is niet schadelijk voor de gezondheid. De werking van het apparaat wordt niet beïnvloed.De werking van het apparaat wordt niet beïnvloed. U kunt de aanslag met citroenzuur verwijderen. |
| Zelfreinigende oppervlakken | - | Handleiding voor de zelfreinigende oppervlakken aanhouden. → "Zelfreinigende oppervlakken in de binnenruimte reinigen", Pagina 26 |
| Glazen kapje van de ovenlamp | • Warm zeepsop | Gebruik bij sterke verontreiniging ovenreiniger. |
| Rekjes | • Warm zeepsop | Gebruik bij sterke verontreiniging een borstel of RVS-spiraalspons. Opmerking: Voor een grondige reiniging de rekjes verwijderen. → "Rekjes", Pagina 28 |
Pagina 26
nl Reiniging en onderhoud
| Gebied | Geschikte schoonmaakmiddelen | Aanwijzingen |
|---|---|---|
| Accessoires | • Warm zeepsop • Ovenreiniger | Gebruik bij sterke verontreiniging een borstel of RVS-spiraalspons. Geëmailleerde accessoires kunnen in de vaatwasser worden gedaan. Gebruik op stoompannen van RVS geen RVS-sponsjes. Verontreinigingen op stoompannen vormen door levensmiddelen die zetmeel bevatten (bijv. rijst) verwijderen met azijnwater. |
| Watertank | • Warm zeepsop | Om na de reiniging resten schoonmaakmiddel te verwijderen met schoon water grondig naspoelen. Om de watertank na de reiniging te drogen, de watertank met geopend deksel laten drogen. Afdichting op het deksel goed drogen. Niet in de vaatwasser reinigen. |
| Braadthermometer | • Warm zeepsop | Gebruik bij sterke verontreiniging een borstel. Niet in de vaatwasser reinigen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 26)
17.2 Apparaat schoonmaken
Reinig om beschadiging van het apparaat te voorkomen het apparaat uitsluitend zoals aangegeven en met geschikte reinigingsmiddelen.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik worden het apparaat en haar onderdelen die men kan aanraken heet.
- Wees voorzichtig om het aanraken van verwarmingselementen te voorkomen.
- Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit de buurt worden gehouden.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brand!
Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen in brand vliegen.
- Voor gebruik dient u de binnenruimte, de verwarmingselementen en de accessoires vrij te maken van grove verontreiniging.
Vereiste: De instructies voor het gebruik van de reinigingsmiddelen aanhouden.
→ "Reinigingsmiddelen", Pagina 24
- 1. Het apparaat met warm zeepsop en een schoonmaakdoekje reinigen.
‒ Voor sommige oppervlakken kunt u alternatieve reinigingsmiddelen gebruiken.
→ "Geschikte schoonmaakmiddelen", Pagina 24
- 2. Drogen met een zachte doek.
17.3 Zelfreinigende oppervlakken in de binnenruimte reinigen
De achterwand in de binnenruimte is zelfreinigend. De zelfreinigende oppervlakken in de binnenruimte zijn voorzien van een laagje poreus, mat keramiek en hebben een ruw oppervlak. Wanneer het apparaat in gebruik is, nemen de zelfreinigende oppervlakken spetters van het bakken, braden of grillen op en breken ze
af. Wanneer de zelfreinigende oppervlakken zich tijdens het gebruik niet meer voldoende reinigen, warm de binnenruimte dan gericht op.
LET OP!
Als de zelfreinigende oppervlakken niet regelmatig worden gereinigd, kan dit leiden tot schade aan de oppervlakken.
- Als op de zelfreinigende oppervlakken donkere vlekken zichtbaar zijn, de ovenruimte opwarmen.
- Geen ovenreiniger of schurende reinigingsmiddelen gebruiken. Wanneer er per ongeluk ovenreiniger op de zelfreinigende oppervlakken terechtkomt, direct afdeppen met water en een vaatdoekje. Niet wrijven.
- 1. Haal de accessoires en vormen uit de binnenruimte.
- 2. De rekjes losmaken en uit de binnenruimte nemen. → "Rekjes", Pagina 28
- 3. Grove verontreinigingen met zeepsop en een zachte doek verwijderen:
- van de gladde emaillen oppervlakken
- van de apparaatdeur binnen
- van de glazen afdekplaat van de ovenlamp Zo voorkomt u niet verwijderbare vlekken.
- 4. Voorwerpen uit de binnenruimte halen. De binnenruimte moet leeg zijn.
- 5. Verwarmingsmethode 4D-hete lucht instellen.
- 6. Maximale temperatuur instellen.
- 7. In werking stellen.
- 8. Na 1 uur het apparaat uitschakelen.
- 9. Wanneer het apparaat goed is afgekoeld, de binnenruimte met een vochtige doek afnemen.
Opmerking: Op de zelfreinigende oppervlakken kunnen vlekken ontstaan. Resten van suikers en eiwitten in levensmiddelen worden niet afgebroken en blijven hechten aan de oppervlakken. Roodachtige vlekken zijn resten van zouthoudende levensmiddelen, de vlekken zijn geen roest. De vlekken zijn niet gevaarlijk voor de gezondheid. De vlekken hebben geen invloed op het reinigende vermogen van de zelfreinigende oppervlakken.
- 10. De rekjes inhangen.
→ "Rekjes", Pagina 28