Bosch HXA050D20N, tekst van de handleiding
Pagina's 15–28 van 40 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← pagina's 2–14verder op pagina 29 →
Pagina 15
Accessoires nl
6 Accessoires
Gebruik alleen originele accessoires. Deze zijn op het apparaat afgestemd.
Opmerking: De accessoires kunnen door hitte vervormen. De vervorming heeft geen invloed op de werking. De vervorming verdwijnt weer nadat de accessoires zijn afgekoeld.
De meegeleverde accessoires kunnen variëren afhankelijk van het type apparaat.
| Accessoires | Gebruik |
|---|---|
| Rooster | • Bakvormen • Ovenschalen • Vormen • Vlees, bijv. braad- of grillstukken • Diepvriesgerechten |
| Braadslede | • Vochtig gebak • Koekjes • Brood • Grote braadstukken • Diepvriesgerechten • Afdruipende vloeistof opvangen, bijv vet bij het grillen op het rooster. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 15)
6.1 Accessoires gebruiken
De accessoires op de juiste manier in de binnenruimte schuiven. Alleen zo kunt u de accessoires zonder kantelen ongeveer voor de helft er uit trekken.
- 1. De accessoires altijd tussen de beide geleidestangen van een inschuifhoogte plaatsen.
| Grillrooster | Het grillrooster met de open kant naar de apparaatdeur en de welving naar beneden in de oven schuiven. |
| Plaat bijv. braadslede of bakplaat | De plaat met de afschuining gericht naar de apparaatbedekking in de oven schuiven. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 15)
- 2. Het accessoire volledig inschuiven, zodat het accessoire de apparaatdeur niet raakt.
Opmerking: Haal de accessoires die u niet nodig hebt bij het gebruik uit de binnenruimte.
6.2 Meer accessoires
Meer accessoires kunt u kopen bij de servicedienst, in speciaalzaken of op het internet.
U vindt een uitgebreid aanbod voor uw apparaat in onze folders of op internet:
www.bosch-home.com
Voor de verschillende apparaten zijn specifieke accessoires beschikbaar. Geef bij de aankoop altijd de precieze aanduiding (E-nr.) van uw apparaat op.
Welke accessoires beschikbaar zijn voor uw apparaat, kunt u zien in de online-shop of navragen bij de klantenservice.
7 Voor het eerste gebruik
Stel de opties voor het eerste gebruik in. Reinig het apparaat en de accessoires.
7.1 Het apparaat reinigen voordat u het voor het eerst gebruikt
Voordat u voor het eerst gerechten klaarmaakt met het apparaat dient u de binnenruimte en de accessoires te reinigen.
- 1. De accessoires en de verpakkingsresten zoals piepschuimbolletjes uit de binnenruimte verwijderen.
- 2. Vóór het verwarmen de gladde oppervlakken in de binnenruimte af met een zachte, vochtige doek afvegen.
- 3. Zolang het apparaat opwarmt, de ruimte ventileren.
- 4. De verwarmingsmethode en de temperatuur instellen.
→ "De Bediening in essentie", Pagina 18
| Verwarmingsmethode | Boven- en onderwarmte |
|---|---|
| Temperatuur | Maximum |
| Tijdsduur | 1 uur |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 15)
- 5. Het apparaat na de aangegeven tijdsduur uitschakelen.
- 6. Wachten tot de binnenruimte is afgekoeld.
- 7. De gladde oppervlakken met zeepsop en een schoonmaakdoekje reinigen.
- 8. De accessoires met zeepsop en een schoonmaakdoekje of een zachte borstel reinigen.
Pagina 16
nl Kookgerei
8 Kookgerei
Deze aanwijzingen helpen u om energie te sparen en schade aan kookgerei te voorkomen.
8.1 Gebruik van kookgerei
De keuze en de positionering van het kookgerei beïnvloeden de veiligheid en energie-efficiëntie van uw apparaat.
→ "Energie besparen", Pagina 9
WAARSCHUWING ‒ Kans op brand!
Brandbare voorwerpen kunnen vuur vatten.
- Tussen het kookgerei en de brandbare voorwerpen een minimumafstand van 50 mm in acht nemen.
8.2 Geschikte pannen
- 1. Alleen pannen met geschikte diameter gebruiken. → "Geschikte pannen", Pagina 16
- 2. Ervoor zorgen dat de pan niet over de rand van de kookplaat uitsteekt.
Geschikte pannen
Alleen pannen met geschikte diameter gebruiken. De pan mag niet over de rand van de kookplaat uitsteken.
Opmerking: Bij gebruik van bepaald kookgerei kan er een tijdelijke, lichte vervorming van het RVS-kookvlak optreden. Dit is normaal en heeft geen invloed op de werking van het apparaat.
Geen vervormd kookgerei Vervormd kookgerei staat gebruiken. Gebruik uitslui- niet stabiel op de kooktend kookgerei met platte plaat en kan kantelen. en dikke bodem gebruiken.
Het kookgerei goed in het Het kookgerei kan om-midden boven de brander kantelen als het niet geplaatsen. centreerd op de brander staat.
Plaats het kookgerei correct op het rooster.
Het kookgerei kan omkantelen als u het direct op de brander zet.
| Brander/kookplaat | Maximale dia- Minimale diameter pannen- meter pannenbodem bodem |
| Sterke brander | 280 mm 240 mm |
| Normale brander | 240 mm 180 mm |
| Spaarbrander | 180 mm 120 mm |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 16)
9 Kookplaat bedienen
Hier wordt de bediening van uw kookplaat in essentie beschreven.
9.1 Branderonderdelen plaatsen
Hier komt u te weten hoe u de branderonderdelen correct plaatst.
Vereiste: Ervoor zorgen dat de branderonderdelen schoon en droog zijn.
- 1. De onderdelen van de brander goed passend en recht aanbrengen, anders kunnen zich tijdens de ontsteking of het gebruik storingen voordoen.
- 2. Het branderdeksel precies op de branderkop plaatsen.
9.2 Belangrijke aanwijzingen voor de gaskookplaat
Houd deze aanwijzingen aan bij het gebruik van uw kookplaat.
- Een licht fluitend geluid tijdens het gebruik van de brander is normaal.
- Geurvorming gedurende de eerste keren dat u de gaskookplaat gebruikt is normaal. Dit wijst niet op een risico of een fout. Het zal na verloop van tijd stoppen.
- Een oranjekleurige vlam is normaal. Dit wordt door stof in de lucht, overgelopen vloeistoffen etc. veroorzaakt.
- Als de vlam van de brander per ongeluk uit gaat, schakel dan de keuzeknop van de brander uit en wacht minstens 1 minuut voordat u de brander opnieuw ontsteekt.
- Enkele seconden na het uitschakelen kunt u geluiden, zoals een licht geklik uit de brander horen. Dit is niet ongebruikelijk, maar wijst erop dat de beveiliging is gedeactiveerd.
- Houd de elektrische vonkontstekingen schoon. Wanneer de elektrische vonkontstekingen verontreinigd zijn, dan wordt de ontsteker beschadigd. Reinig de elektrische vonkontstekingen regelmatig met een klein metaalvrij penseel. Zorg ervoor dat de elektrische vonkontstekingen niet worden blootgesteld aan harde stoten.
Pagina 17
Kookplaat bedienen nl
9.3 Kookplaat bedienen
De gasbrander kunt u als volgt ontsteken.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brand!
Ontsnappend gas kan in brand vliegen.
- Wanneer de brander na 15 seconden niet ontsteekt, zet de bedieningsknop dan op de nulstand en open de deur of het raam van de ruimte. Wacht minstens één minuut voordat u de brander opnieuw probeert te ontsteken.
- Als de vlam per ongeluk tijdens het gebruik uitgaat, de bedieningsknop op de nulstand draaien. Wacht minstens één minuut voordat u de brander opnieuw probeert te ontsteken.
LET OP!
De brander ontsteekt eventueel niet of de brandervlam is niet gelijkmatig.
- Ervoor zorgen dat de kookplaatbranders schoon en droog zijn.
- De branderkelk en het branderdeksel moeten exact op hun plaats zitten.
De brander kan per ongeluk doven.
- Als de vlam van de brander per ongeluk uitgaat, de keuzeknop van de brander uitschakelen en minstens 1 minuut wachten voordat u de brander opnieuw ontsteekt.
- 1. Open de bovenste afdekking van het fornuis. Deze afdekking moet open zijn zolang de kookplaat wordt gebruikt.
- 2. Geschikt kookgerei op de pannenhouder plaatsen. → "Geschikte pannen", Pagina 16
- 3. De keuzeschakelaar voor de gewenste brander indrukken en op de ontstekingsstand zetten.
- Het ontsteken begint.
- 4. De kookplaatschakelaar indrukken en gedurende ca. 1-3 seconden ingedrukt houden.
- Het gas begint naar buiten te stromen en de gasbrander gaat branden.
- De ontstekingsbeveiliging wordt zo geactiveerd. Als de gasvlam uit gaat, wordt de gastoevoer automatisch onderbroken door de ontstekingsbeveiliging.
- 5. Stel de gewenste vlamgrootte in.
Tussen uit en is de vlam niet stabiel. Daarom altijd een instelling tussen grote en kleine vlam kiezen.
- 6. Controleer of de vlam brandt.
Wanneer de vlam niet brandt, de stappen herhalen.
- 7. Voor het uitschakelen van de gasbrander:
‒ De kookplaatkeuzeschakelaar naar rechts op draaien.
9.4 Apparaat met de hand ontsteken
Opmerking: Bij een stroomuitval kunt u de brander ook met de hand ontsteken.
- 1. Geschikt kookgerei op de pannenhouder plaatsen.
- 2. De keuzeschakelaar van de gekozen brander indrukken en naar links in de gewenste kookstand draaien. De keuzeschakelaar ingedrukt houden.
- 3. De brander met een gasaansteker of een lucifer aansteken. De keuzeschakelaar na het ontsteken enkele seconden ingedrukt houden.
9.5 Insteladvies voor het koken
Hier krijgt u een overzicht van verschillende gerechten en de bijbehorende kookstanden.
Opmerkingen
- De bereidingstijd varieert afhankelijk van de soort, het gewicht, de dikte en de kwaliteit van de gerechten.
- Voor elke kookplaat de juiste pangrootte kiezen. De diameter van de bodem van de pan dient overeen te komen met de grootte van de kookplaat.
- Gebruik zo weinig mogelijk water bij de bereiding, zodat vitamines en mineralen behouden blijven.
- Gebruik zo weinig mogelijk water bij de bereiding, zodat vitamines en mineralen behouden blijven.
- Kies korte kooktijden zodat groente beetgaar en rijk aan voedingsstoffen blijft.
| Voorbeeld | Gerecht | Kookplaat | Kookstand |
|---|---|---|---|
| Smelten | Chocolade, boter, margarine | Spaarbrander | Kleine vlam |
| Opwarmen | Bouillon, groenteconserven | Normale brander | Kleine vlam |
| Opwarmen en warmhouden | Soep | Spaarbrander | Kleine vlam |
| Stomen* | Vis | Normale brander | Tussen grote en kleine vlam |
| Stomen* | Aardappels en overige groenten, vlees | Normale brander | Tussen grote en kleine vlam |
| Koken* | Rijst, groente, vleesgerechten (met saus) | Normale brander | grote vlam |
| Gebraad | Pannenkoeken, aardappels, schnitzels, vissticks | Grote brander** Wokbrander** | Tussen grote en kleine vlam Tussen grote en kleine vlam |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 17)
Opmerking:
Aanwijzingen
* Gebruikt u een pan met deksel, schakel dan naar een kleinere vlam zodra het gerecht begint te koken.
** Optioneel. Beschikbaar bij enkele apparaten. Afhankelijk van het apparaattype. (Voor het braden op de wokbrander adviseren wij u een wokpan te gebruiken.)
Pagina 18
nl De Bediening in essentie
10 De Bediening in essentie
10.1 Inschakelen van het apparaat
- De functiekeuzeknop op een stand buiten de nulstand draaien.
- Het apparaat is ingeschakeld.
10.2 Apparaat uitschakelen
- De functiekeuzeknop op de nulstand draaien.
- Het apparaat is uitgeschakeld.
10.3 Verwarmingsmethoden en temperatuur
- 1. Met de functiekeuzeknop de verwarmingsmethode instellen.
- 2. Met de temperatuurkeuzeknop de temperatuur of grillstand instellen.
- Na enkele seconden begint het apparaat op te warmen.
- 3. Schakel het apparaat uit wanneer het gerecht klaar is.
Tip: De meest geschikte verwarmingsmethode voor uw gerechten vindt u in de beschrijving van de verwarmingsmethoden.
Verwarmingsmethode wijzigen
U kunt de verwarmingsmethode altijd wijzigen.
- Met de functiekeuzeknop de gewenste verwarmingsmethode instellen.
Temperatuur wijzigen
U kunt de temperatuur altijd wijzigen.
- Met de temperatuurkeuzeknop de gewenste temperatuur instellen.
11 Reiniging en onderhoud
Reinig en onderhoud uw apparaat zorgvuldig om er voor te zorgen dat het lang goed blijft werken.
11.1 Reinigingsmiddelen
Gebruik geen ongeschikte reinigingsmiddelen, zodat de verschillende oppervlakken van het apparaat niet beschadigd raken.
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Binnendringend vocht kan een elektrische schok veroorzaken.
- Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken om het apparaat te reinigen.
LET OP!
Ongeschikte reinigingsmiddelen beschadigen de oppervlakken van het apparaat.
- Gebruik geen agressieve of schurende reinigingsmiddelen.
Geschikte schoonmaakmiddelen
Gebruik alleen geschikte reinigingsmiddelen voor de verschillende oppervlakken van uw apparaat.
- Gebruik geen sterk alcoholhoudende reinigingsmiddelen.
- Gebruik geen harde schuursponsjes of afwassponsjes.
- Gebruik geen speciale reinigingsmiddelen wanneer het apparaat nog warm is.
Gebruik van ovenreiniger in de warme binnenruimte leidt tot beschadiging van het email.
- Gebruik geen ovenreiniger in de warme binnenruimte.
- Vóór het opnieuw opwarmen de resten uit de binnenruimte en van de apparaatdeur volledig verwijderen.
Nieuwe vaatdoekjes bevatten resten van de productie.
- Nieuwe vaatdoekjes voor het gebruik grondig uitwassen.
Houd de handleiding aan voor het reinigen van het apparaat.
→ "Reiniging van het apparaat", Pagina 20
Apparaat
| Oppervlak | Geschikte schoonmaakmiddelen | Aanwijzingen |
|---|---|---|
| RVS | • Warm zeepsop • Speciale RVS-verzorgingsmiddelen voor warme oppervlakken | Om corrosie te voorkomen kalk-, vet-, zetmeel- en eiwitvlekken op roestvaststalen oppervlakken onmiddellijk verwijderen. Verzorgingsmiddel voor roestvaststaal dun aanbrengen. |
Pagina 19
Reiniging en onderhoud nl
| Oppervlak | Geschikte schoonmaakmiddelen | Aanwijzingen |
|---|---|---|
| Email, kunststof, gelakte of van zeefdruk voorziene oppervlakken bijv. bedieningspaneel | • Warm zeepsop | Gebruik geen glasreiniger of schraper voor vitrokeramische kookplaat. |
| Knoppen | • Warm zeepsop | Met een schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek nadrogen. Niet afnemen en niet schuren. |
| Gasbrander en pannendragers | • Warm zeepsop | Reinig de branderonderdelen en de pannendragers met een schoonmaakdoekje. Gebruik hierbij weinig water. Het water mag niet door de brandercomponenten in het binnenste van het apparaat komen. Niet in de vaatwasser reinigen. |
| Ovenlade | • Warm zeepsop | Met een schoonmaakdoekje reinigen. |
| Apparaatbedekking | ||
| Gebied | Geschikte schoonmaakmiddelen | Aanwijzingen |
| Ruiten van de deur | • Warm zeepsop | Gebruik geen schraper of rvs-schuursponsje. Tip: Voor een grondige reiniging de deurruiten demonteren. → "Apparaatdeur", Pagina 22 |
| Deurafscherming | • Van roestvaststaal: RVS-reiniger: • Van kunststof: Warm zeepsop | Gebruik geen glasreiniger of schraper voor vitrokeramische kookplaat. Tip: Verwijder voor een grondigere reiniging de afdekplaat van het deksel. → "Apparaatdeur", Pagina 22 |
| Deurgreep | • Warm zeepsop | Om hardnekkige verontreinigingen te vermijden, het ontkalkingsmiddel direct van de deurgreep verwijderen. |
| Deurafdichting | • Warm zeepsop | Niet afnemen en niet schuren. |
| Bovenste glasafdekking | • Glasreiniger | Met een zachte doek schoonmaken. Tip: Voor een grondige reiniging de glazen afdekplaat verwijderen. → "Bovenste afdekking", Pagina 25 |
| Kookplaat | ||
| Gebied | Geschikte schoonmaakmiddelen | Aanwijzingen |
| Geëmailleerde oppervlakken | • Warm zeepsop • Azijnwater • Ovenreiniger | Bij sterke verontreiniging inweken en een borstel of RVS-spiraalspons gebruiken. Om ervoor te zorgen dat de kookplaat nat het reinigen kan drogen, de apparaatbedekking open laten. Opmerkingen • Email wordt bij zeer hoge temperaturen ingebrand, waardoor er kleine kleurverschillen ontstaan. De werking van het apparaat wordt daardoor niet beïnvloed. • De smalle randen van de bakplaten kunnen niet volledig worden geëmailleerd en kunnen ruw zijn. De bescherming tegen corrosie blijft hierbij intact. • Door resten van voedingsmiddelen ontstaat er een witte afzetting op de emaille oppervlakken. Deze aanslag is niet schadelijk voor de gezondheid. De werking van het apparaat wordt daardoor niet beïnvloed. U kunt de aanslag met citroenzuur verwijderen. |
| Glazen kapje op de ovenlamp | • Warm zeepsop | Gebruik bij sterke verontreiniging ovenreiniger. |
Pagina 20
nl Reiniging en onderhoud
| Gebied | Geschikte schoonmaakmiddelen | Aanwijzingen |
|---|---|---|
| Rekjes | • Warm zeepsop | Bij sterke verontreiniging inweken en een borstel of RVS-spiraalspons. Tip: Voor het reinigen de rekjes verwijderen. → "Rekjes", Pagina 21 |
| Toebehoren | • Warm zeepsop • Ovenreiniger | Bij sterke verontreiniging inweken en een borstel of RVS-spiraalspons gebruiken. Geëmailleerde accessoires kunnen in de vaatwasser worden gedaan. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 20)
11.2 Reiniging van het apparaat
Reinig, om beschadiging van het apparaat te voorkomen, het apparaat uitsluitend zoals aangegeven en met geschikte reinigingsmiddelen.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik worden het apparaat en haar onderdelen die men kan aanraken heet.
- Wees voorzichtig om het aanraken van verwarmingselementen te voorkomen.
- Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit de buurt worden gehouden.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brand!
Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen in brand vliegen.
- Voor gebruik dient u de binnenruimte, de verwarmingselementen en de accessoires vrij te maken van grove verontreiniging.
Vereiste: Houd de aanwijzingen voor het gebruik van de reinigingsmiddelen aan.
→ "Reinigingsmiddelen", Pagina 18
- 1. Reinig het apparaat met warm zeepsop en een schoonmaakdoekje.
‒ Voor sommige oppervlakken kunt u alternatieve reinigingsmiddelen gebruiken.
→ "Geschikte schoonmaakmiddelen", Pagina 18
- 2. Drogen met een zachte doek.
11.3 Bedieningselementen reinigen
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Binnendringend vocht kan tot elektrische schokken leiden.
- De bedieningsknop er niet aftrekken voor het schoonmaken.
- Gebruik geen natte vaatdoekjes.
- 1. De informatie over de reinigingsmiddelen in acht nemen.
- 2. Met een vochtig vaatdoekje en heet zeepsop reinigen.
- 3. Met een zachte doek nadrogen.
11.4 Verkleuring van de branders
Na lang gebruik verkleuren de branderonderdelen van messing door natuurlijke oxidatie donker. De verkleuringen hebben geen invloed op het gebruik.
11.5 Pannenhouder met de hand reinigen
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Het apparaat wordt heet tijdens het gebruik.
- Het apparaat voor het schoonmaken laten afkoelen.
- 1. De pannenhouder voorzichtig verwijderen.
- 2. De pannenhouder in de afwasbak laten inweken.
- 3. De pannenhouder met een afwasborstel en afwasmiddel reinigen.
- 4. De pannenhouder met helder water afspoelen.
- 5. De pannenhouder met een theedoek afdrogen.
11.6 Reinigingsgel voor ingebrande verontreinigingen gebruiken
Voor hardnekkig ingebrand vuil kunt u in onze onlineshop, bij uw vakhandel of bij onze servicedienst een reinigingsgel bestellen.
- 1. De aanwijzingen op het reinigingsmiddel in acht nemen.
- 2. De pannenhouders en de branderonderdelen verwijderen.
- 3. LET OP!
De reinigingsgel leidt op branderonderdelen, de bedieningselementen en aluminium oppervlakken tot schade.
- De reinigingsgel alleen op de pannenhouder en roestvrijstalen oppervlakken gebruiken.
De reinigingsgel op de ingebrande verontreinigingen aanbrengen.
- 4. Zo nodig 's nachts laten inwerken.
11.7 Roestvrijstalen oppervlakken reinigen
- 1. De informatie over de reinigingsmiddelen in acht nemen.
- 2. Met een vaatdoekje en warm zeepsop in slijprichting reinigen.
- 3. Met een zachte doek nadrogen.
- 4. Het schoonmaakmiddel voor roestvrij staal heel dun opbrengen met een zachte doek.
Tip: Het schoonmaakmiddel voor roestvrij staal is verkrijgbaar bij de klantenservice of in de online-shop.
11.8 Brander reinigen
Na lang gebruik verkleuren de branderonderdelen van messing door natuurlijke oxidatie donker. De verkleuringen hebben geen invloed op het gebruik.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Het apparaat wordt heet tijdens het gebruik.
- Het apparaat voor het schoonmaken laten afkoelen.
Pagina 21
Reinigingsondersteuning nl
- 1. De pannenhouder voorzichtig verwijderen.
- 2. De branderonderdelen voorzichtig verwijderen.
- 3. De branderonderdelen met een afwasborstel en afwasmiddel reinigen.
- 4. De branderonderdelen met schoon water afspoelen.
- 5. De branderonderdelen voor het plaatsen volledig laten drogen, anders kunnen er storingen bij het ontsteken of tijdens het gebruik optreden.
11.9 Kookzone-knoppen reinigen
Reinig de kookzone-knoppen na het gebruik als er zich vuil of vlekken op bevinden.
Opmerking:
- Houd de aanwijzingen omtrent ongeschikte reinigingsmiddelen aan.
- Geen schraper voor de vitrokeramische kookplaat gebruiken.
- Gebruik geen reinigingsmiddel voor vitrokeramische kookplaten.
- De kookzone-knoppen niet verwijderen.
- 1. De kookzone-knoppen schoonmaken met warm zeepsop en een zachte doek.
- De doek goed uitwringen. De doek mag niet te nat zijn.
- Nieuwe vaatdoekjes voor het gebruik grondig uitwassen.
- 2. Met een zachte doek nadrogen.
12 Reinigingsondersteuning
De reinigingsondersteuning is een snel alternatief voor de reiniging van de binnenruimte tussendoor. De reinigingsondersteuning verdampt zeepsop en maakt op deze manier het vuil los. Zo kan vuil gemakkelijker worden verwijderd.
12.1 Reinigingsondersteuning instellen
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Door water in de hete binnenruimte kan hete waterdamp ontstaan.
- Nooit water in de hete binnenruimte gieten.
Vereiste: De binnenruimte dient volledig afgekoeld te zijn.
- 1. Verwijder de accessoires uit de binnenruimte.
- 2. Een druppel afwasmiddel met 0,4 l water mengen en in het midden op de bodem van de binnenruimte gieten.
Geen gedestilleerd water gebruiken.
- 3. Stel met de functiekeuzeknop de verwarmingsmethode Onderwarmte in.
- 4. Met de temperatuurknop 80 °C instellen.
- 5. Het apparaat 4 minuten inschakelen.
- 6. Na 4 minuten het apparaat uitschakelen en ca. 20 minuten laten afkoelen.
12.2 Binnenruimte na gebruik reinigen
LET OP!
Als de binnenruimte te lang vochtig blijft, ontstaat er corrosie.
- Na de reinigingsondersteuning de binnenruimte uitvegen en volledig laten drogen.
Vereiste: De binnenruimte is afgekoeld.
- 1. De deur van het apparaat openen en het restwater met een goed opnemende sponsdoek opnemen.
- 2. Gladde oppervlakken in de binnenruimte reinigen met een schoonmaakdoekje of zachte borstel. Verwijder hardnekkige resten met een schuursponsje van roestvrij staal.
- 3. Kalkranden verwijderen met een in azijn gedrenkte doek. Met schoon water afnemen en met een zachte doek ook onder de deurafdichting droogwrijven.
- 4. Als de binnenruimte voldoende is gereinigd: ‒ Om de binnenruimte te laten afkoelen, de deur van het apparaat in ca. 30° grendelstand ca. 1 uur openen
13 Rekjes
Om de rekjes en de binnenruimte grondig te reinigen kunnen deze worden verwijderd.
13.1 Rekjes verwijderen
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
De rekjes kunnen zeer heet zijn.
- Raak de rekjes nooit aan wanneer ze heet zijn.
- Laat het apparaat afkoelen.
- Houd kinderen op een veilige afstand.
- 1. Het rekje van onderen vasthouden en iets naar voren trekken. Trek de verlengingspennen onder in de rekjes uit de bevestigingsopeningen.
Pagina 22
nl Apparaatdeur
- 2. Aansluitend het complete rekje eerst naar beneden en vervolgens naar voren trekken en er uit nemen.
13.2 Rekjes inhangen
- 1. De beide haken boven het rekje in de bovenste gaten inbrengen.
- 2. LET OP!
Verkeerde montage:
- Beweeg het rekje nooit voordat de twee haken volledig in de bovenste gaten zijn geborgd. Anders kan de geëmailleerde laag beschadigd raken en breken.
- 3. Beide haken moeten volledig in de bovenste gaten zijn gehangen. Beweeg het rekje langzaam en voorzichtig naar beneden en hang het in de onderste gaten.
- 4. Beide rekjes aan de zijwanden van de oven inhangen.
Wanneer de rekjes op de juiste wijze gemonteerd zijn is de afstand tussen de twee bovenste inschuifhoogtes groter.
14 Apparaatdeur
Normaal gesproken is het voldoende wanneer u de buitenkant van de apparaatdeur reinigt. Wanneer de apparaatdeur van buiten en van binnen sterk is verontreinigd, dan kun u de apparaatdeur verwijderen en reinigen.
14.1 Deurscharnieren
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Wanneer de scharnieren niet geborgd zijn, kunnen ze met grote kracht dichtklappen.
- Zorg ervoor dat wanneer u de apparaatdeur opent dat de blokkeerhendels volledig gesloten of volledig geopend zijn.
Pagina 23
Apparaatdeur nl
- 1. De scharnieren van de ovendeur zijn alle voorzien van een blokkeerhendel. Wanneer de blokkeerhendels zijn dichtgeklapt dan is de ovendeur beveiligd.
Deze kan dan niet worden verwijderd.
- 2. Wanneer de blokkeerhendels voor het verwijderen van de ovendeur opengeklapt zijn dan zijn de scharnieren beveiligd.
De scharnieren kunnen niet dichtklappen.
14.2 Apparaatdeur verwijderen
- 1. De ovendeur volledig openen.
- 2. De blokkeerhendel op het linker en rechter scharnier opklappen.
- 3. De ovendeur tot de aanslag sluiten. Met beide handen links en rechts vastpakken. Nog wat verder sluiten en eruit trekken.
14.3 Deurruiten verwijderen
Voor een betere reiniging kunt u de ruiten van de ovendeur demonteren.
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Wanneer er krassen op het glas van de apparaatdeur zitten, kan dit barsten.
- Gebruik geen scherp of schurend reinigingsmiddel of scherpe metalen schraper voor het reinigen van het glas van de ovendeur omdat dit het oppervlak kan beschadigen.
De componenten in de apparaatdeur kunnen scherpe randen hebben.
- Gebruik handschoenen.
- 1. De ovendeur verwijderen.
→ "Apparaatdeur verwijderen", Pagina 23
- 2. Met de greep naar onderen op een doek leggen.
- 3. Voor het demonteren van de bovenste afdekking de ovendeur links en rechts met de vingers het lipje indrukken. De afdekking er uit trekken en verwijderen.
- 4. Bovenste ruit optillen en er uit trekken.
Pagina 24
nl Apparaatdeur
- 5. De ruit optillen en er uit trekken.
14.4 Deurruiten inbouwen
Let er bij het inbouwen op dat linksonder de tekst "right above" niet ondersteboven staat.
- 1. De ruit schuin naar achteren inschuiven.
- 2. De bovenste ruit vasthouden aan de beide grepen en schuin naar achteren inschuiven.
De ruit in de beide openingen aan de onderkant invoeren. Het gladde vlak van de ruit moet zich aan de buitenkant bevinden.
- 3. De afscherming op de bovenkant van de ovendeur plaatsen en aandrukken.
De lipjes moeten aan beide kanten goed vastzitten.
- 4. Ovendeur inhangen.
→ "Apparaatdeur inhangen", Pagina 24
Opmerking: De oven pas gebruiken als de ruiten correct zijn ingebouwd.
14.5 Apparaatdeur inhangen
De ovendeur in de omgekeerde volgorde weer inbrengen.
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
De ovendeur kan er onbedoeld uitvallen of een scharnier kan plotseling dichtklappen.
- In dit geval niet aan het scharnier vasthouden. Neem contact op met de klantenservice.
- 1. Let er bij het inhangen van de ovendeur op dat beide scharnieren in de openingsrichting worden ingevoerd.
- 2. De keep op het scharnier moet aan beide zijden inklikken.
- 3. Beide blokkeerhendels weer dichtklappen.
- 4. Apparaatdeur sluiten.
14.6 Extra veiligheidsmaatregelen voor de ovendeur
Om contact met de ovendeuren te voorkomen zijn extra veiligheidsinrichtingen beschikbaar. Deze dienen te worden aangebracht wanneer er kinderen in de buurt van de oven kunnen komen. U kunt deze speciale accessoires 11023590 via de servicedienst verkrijgen.
Pagina 25
Bovenste afdekking nl
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Bij langere baktijden kan de ovendeur erg heet worden.
- Houd kinderen in het oog wanneer de oven in gebruik is.
15 Bovenste afdekking
Voor het reinigen de bovenste afdekking verwijderen.
15.1 Bovenste afdekking eraf halen
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Een gekraste bovenste glazen afdekplaat kan breken of versplinteren.
- Gebruik geen schraper voor vitrokeramische kookplaat of schurende reinigingsmiddelen.
Vereiste: Voordat u de bovenste afdekking opent, moet u eerst eventueel gemorst vuil met een doek verwijderen.
- 1. Met beide handen de afdekking aan de zijkanten vasthouden en de afdekking naar boven trekken.
- 2. Gebruik voor het reinigen een glasreiniger.
Opmerking: Wanneer de scharnieren van de afdekking losraken, moet u op de letters op de scharnieren letten. Het scharnier met de letter R rechts en het scharnier met de letter L links monteren.
15.2 Bovenste afdekking inbouwen
- De bovenste afdekking na de reiniging in omgekeerde volgorde weer inbouwen.
Opmerking: Sluit de bovenste afdekking pas als de kookplaat is afgekoeld.
16 Storingen verhelpen
Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de klantenservice de informatie over het verhelpen van storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten.
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
- Alleen geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
- Bel de servicedienst als het apparaat defect is. → "Servicedienst", Pagina 27
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
- Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
- Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.
- Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, moet het ter vermijding van risico's worden vervangen door de fabrikant, de servicedienst of een andere gekwalificeerde persoon.
16.1 Functiestoringen
| Storing | Oorzaak en probleemoplossing |
|---|---|
| Apparaat werkt niet. | Netstekker van de stroomkabel is niet ingestoken. ▶ Apparaat aansluiten op het elektriciteitsnet. |
| De zekering in de zekeringenkast is in werking getreden. ▶ Controleer de zekering in de meterkast. | |
| Stroomvoorziening is uitgevallen. ▶ Controleer of de verlichting van de binnenruimte of andere apparaten functioneren. |
Pagina 26
nl Storingen verhelpen
| Storing | Oorzaak en probleemoplossing |
|---|---|
| In de keuken ruikt het naar gas. | Aansluiting van de gasfles lekt. 1. Ventileer de ruimte. 2. Controleer de aansluiting van de gasfles. |
| Gasleiding naar het apparaat lekt. 1. Ventileer de ruimte. 2. Bel het gasbedrijf. | |
| Brander ontsteekt niet. | Stroomvoorziening is uitgevallen. ▶ De brander met een gasaansteker of een lucifer aansteken. |
| Branderonderdelen zijn verkeerd gepositioneerd. 1. De branderonderdelen exact en recht plaatsen. 2. Zorg ervoor dat de nokken in de uitsparingen vastklikken. | |
| Branderonderdelen zijn nat. ▶ Droog de branderonderdelen zorgvuldig. | |
| Tussen de ontstekers en de brander bevinden zich voedingsresten of verontreinigingen. ▶ Reinig de tussenruimte tussen ontstekingsbougie en brander. | |
| Veiligheidsventiel van de gasleiding is gesloten. ▶ Open het veiligheidsventiel van de gasleiding. | |
| Gasfles is leeg. ▶ Gasfles vervangen. | |
| Er bevindt zich lucht in de gasleiding na eerste aansluiting of vervangen van de fles. 1. De bedieningsknop op 0 draaien. 2. De brander opnieuw ontsteken. 3. Herhaal indien nodig de ontsteking meerdere keren. | |
| Brander gaat na het ontsteken direct uit. | De bedieningsknop werd niet lang genoeg ingedrukt gehouden. 1. De bedieningsknop na het ontsteken enkele seconden ingedrukt houden. 2. Bedieningsknop stevig indrukken. |
| Openingen op de brander zijn verontreinigd. ▶ Openingen van de brander schoonmaken en drogen. | |
| Brandervlam is ongelijkmatig. | Branderonderdelen zijn verkeerd gepositioneerd. 1. De branderonderdelen exact en recht plaatsen. 2. Zorg ervoor dat de nokken in de uitsparingen vastklikken. |
| Openingen op de brander zijn verontreinigd. ▶ Openingen van de brander schoonmaken en drogen. | |
| Brandervlam gaat tijdens het gebruik uit. | Gasfles is leeg. ▶ Gasfles vervangen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 26)
16.2 Ovenlamp vervangen
Wanneer de verlichting in de oven is uitgevallen, vervang dan de ovenlamp.
Opmerking: Hittebestendige 230V-halogeenlampen van 25 watt, kunt u verkrijgen bij de klantenservice of in speciaalzaken. Gebruik uitsluitend deze lampen. Pak nieuwe halogeenlampen uitsluitend beet met een schone, droge doek. Hierdoor wordt de levensduur van de lamp verlengd.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik worden het apparaat en haar onderdelen die men kan aanraken heet.
- Wees voorzichtig om het aanraken van verwarmingselementen te voorkomen.
- Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit de buurt worden gehouden.
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Bij vervanging van de lamp staan de contacten van de lampfitting onder stroom.
- Zorg er vóór het vervangen van de lamp voor dat het apparaat is uitgeschakeld, om een mogelijke elektrische schok te voorkomen.
- Tevens de stekker uit het stopcontact halen of de zekering in de meterkast uitschakelen.
Vereisten
- Het apparaat moet zijn losgekoppeld van het elektriciteitsnet.
- De binnenruimte is afgekoeld.
- Een nieuwe halogeenlamp ter vervanging is beschikbaar.
- 1. Leg een theedoek in de binnenruimte om beschadiging te voorkomen.
- 2. Het glazen kapje er naar links uitdraaien.
Pagina 27
Transporteren en afvoeren nl
- 3. Trek de halogeenlamp zonder te draaien er uit.
- 4. De nieuwe halogeenlamp plaatsen en stevig in de fitting drukken.
Let op de stand van de pinnen van de halogeenlamp.
- 5. Afhankelijk van het type apparaat is het glazen kapje voorzien van een afdichtring. De afdichtring plaatsen.
- 6. Het glazen kapje erin schroeven.
- 7. Verwijder de theedoek uit de binnenruimte.
- 8. Sluit het apparaat aan op het elektriciteitsnet.
17 Transporteren en afvoeren
Hier krijgt u uitleg over de manier waarop u het apparaat voorbereidt voor transport. Daarnaast leggen we u uit hoe u oude apparaten dient af te voeren.
17.1 Afvoeren van uw oude apparaat
Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen opnieuw worden gebruikt.
- 1. De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken.
- 2. Het netsnoer doorknippen.
- 3. Voer het apparaat milieuvriendelijk af.
Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor kunt u informatie verkrijgen over de actuele afvoermethoden.
Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE).
De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.
17.2 Transporteren van het apparaat
Bewaar de originele verpakking van het apparaat. Transporteer het apparaat alleen in de originele verpakking. Let op de transportpijlen op de verpakking.
- 1. Bevestig alle beweegbare onderdelen in en op het apparaat met plakband, dat zonder sporen verwijderd kan worden.
- 2. Schuif alle toebehoren zoals de bakplaat met een dunne strook karton aan beide zijden in de vakken om beschadiging van het apparaat te voorkomen.
- 3. Leg karton of iets dergelijks tussen de voorzijde van de bakplaat en de achterzijde van de deur om te voorkomen dat de bakplaat tegen de binnenzijde van de glazen deur stoot.
- 4. Bevestig de deur en, indien aanwezig, de bovenste afdekking met plakband aan de zijden van het apparaat.
Wanneer de originele verpakking niet meer beschikbaar is
- 1. Om voldoende bescherming tegen eventuele transportschade te waarborgen, het apparaat in beschermende verpakking verpakken.
- 2. Het apparaat rechtop transporteren.
- 3. Houd het apparaat niet aan de deurgreep of aan aansluitingen op de achterzijde vast, omdat deze dan beschadigd kunnen raken.
- 4. Leg geen zware voorwerpen op het apparaat.
18 Servicedienst
Originele vervangende onderdelen die relevant zijn voor de werking in overeenstemming met de desbetreffende Ecodesign-verordening kunt u voor de duur van ten minste 10 jaar vanaf het moment van in de handel brengen van het apparaat binnen de Europese Economische Ruimte bij onze servicedienst verkrijgen. Opmerking: Het inschakelen van de servicedienst in het kader van de fabrieksgarantievoorwaarden is gratis.
Gedetailleerde informatie over de garantieperiode en garantievoorwaarden in uw land kunt u opvragen bij onze servicedienst, uw dealer of op onze website.
Als u contact opneemt met de servicedienst, hebt u het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) van het apparaat nodig.
De contactgegevens van de servicedienst vindt u in de meegeleverde servicedienstlijst of op onze website. Dit product bevat lichtbronnen van energieklasse G.
18.1 Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD)
Het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) vindt u op het typeplaatje van het apparaat. Het typeplaatje met de nummers vindt u wanneer u de apparaatdeur opent.
Pagina 28
nl Zo lukt het
Om uw apparaatgegevens en de servicedienst-telefoonnummers snel terug te kunnen vinden, kunt u de gegevens noteren.
19 Zo lukt het
Voor verschillende gerechten vindt u hier de bijpassende instellingen alsmede de beste accessoires en vormen. Wij hebben het advies optimaal op uw apparaat afgestemd.
Gedetailleerde baktabellen voor uw apparaat en tips voor het bakken met uw apparaat vindt u in de handleiding op het internet:
www.bosch-home.com
19.1 Aanwijzingen voor de bereiding
Houd deze informatie aan bij het bereiden van gerechten.
- Temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de hoeveelheid en het recept. Daarom zijn er instelbereiken aangegeven. Kies eerst de lagere waarde.
- De instelwaarden gelden voor producten die in de onverwarmde binnenruimte worden geplaatst. Schuif de accessoire pas na het voorverwarmen in de binnenruimte.
- Verwijder niet gebruikte accessoires uit de binnenruimte.
- Let erop dat u de accessoires op de juiste manier er in schuift.
19.2 Aanwijzingen voor het bakken
Gebruik bij het bakken de aangegeven inschuifhoogtes.
| Bakken op één niveau | Hoogte |
|---|---|
| rijzende deegwaren/gebak resp. vorm op het rooster | 2 |
| platte deegwaren/gebak resp. in bakblik | 2 - 3 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 28)
Opmerking: Voor een optimaal bereidingsresultaat raden wij u aan donkere bakvormen van metaal te gebruiken.
19.3 Aanwijzingen voor het braden en grillen
De instelwaarden gelden voor ongevuld vlees, braadklaar gevogelte en vlees en vis op koelkasttemperatuur, die in de onverwarmde binnenruimte worden geplaatst.
LET OP!
Zuurhoudende levensmiddelen kunnen het rooster beschadigen
- Leg zuurhoudende levensmiddelen zoals bijv. fruit of met zuurhoudende marinade gekruide grillproducten niet direct op het rooster.
- Hoe groter het gevogelte, het vlees of de vis, des te lager de temperatuur en des te langer de bereidingstijd.
- Keer gevogelte, vlees en vis na ca. 1/2 tot 2/3 van de opgegeven tijd.
- Voeg wat vloeistof toe aan het gevogelte in de vorm. Zorg ervoor dat de bodem van de vorm met ca. 1-2 cm vloeistof bedekt is.
- Let er bij het keren van gevogelte op dat eerst de borstzijde resp. de kant van het vel onder ligt.
- Keer ze met een grilltang. Wanneer u met een vork in het vlees prikt, verliest het sap en wordt het droog.
- Zout steaks pas na het grillen. Zout onttrekt water aan het vlees.
Instructie voor mensen met nikkelallergie
In zeldzame gevallen kunnen geringe sporen van nikkel worden overgedragen aan levensmiddelen.
19.4 Selectie van gerechten
| Voedingswaar | Accessoires / vormen | Inschuifhoogte | Verwarmings-methode | Temperatuur in °C / grillstand | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|---|---|
| Cake, eenvoudig | Krans- of rechthoekige vorm | 2 | 160-180 | 50-60 | |
| Vruchten- of kwarktaart met bodem van zandtaartdeeg | Springvorm Ø 26 cm | 2 | 160-180 | 70-90 | |
| Biscuittaart, 6 eieren | Springvorm Ø 28 cm | 2 | 160-180 | 35-45 | |
| Cakerol | Braadslede | 2 | 170-190¹ | 15-20 | |
| Zandtaartdeeggebak met vochtige bedekking 1 Het apparaat voorverwarmen. | Braadslede | 2 | 160-180 | 60-90 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 28)
2 In het begin vloeistof in de vorm doen, gebraad moet minstens voor 2/3 in vloeistof liggen
3 Het gerecht na 2/3 van de totale tijd keren.
4 De braadslede onder het rooster inschuiven.
5 Keer het voedsel niet. Bedek de bodem met water.