naslaan.comZoekenAlle merken

Bosch HXA050D20N, tekst van de handleiding

Pagina's 15–28 van 40 · inhoud en begin van de handleiding · pdf

← pagina's 2–14verder op pagina 29 →

Pagina 15

Accessoires nl

6 Accessoires

Gebruik alleen originele accessoires. Deze zijn op het apparaat afgestemd.

Opmerking: De accessoires kunnen door hitte vervormen. De vervorming heeft geen invloed op de werking. De vervorming verdwijnt weer nadat de accessoires zijn afgekoeld.

De meegeleverde accessoires kunnen variëren afhankelijk van het type apparaat.

AccessoiresGebruik
Rooster• Bakvormen
• Ovenschalen
• Vormen
• Vlees, bijv. braad- of grillstukken
• Diepvriesgerechten
Braadslede• Vochtig gebak
• Koekjes
• Brood
• Grote braadstukken
• Diepvriesgerechten
• Afdruipende vloeistof opvangen, bijv vet bij het grillen op het rooster.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 15)

6.1 Accessoires gebruiken

De accessoires op de juiste manier in de binnenruimte schuiven. Alleen zo kunt u de accessoires zonder kantelen ongeveer voor de helft er uit trekken.

GrillroosterHet grillrooster met de open kant naar de apparaatdeur en de welving naar beneden in de oven schuiven.
Plaat bijv. braadslede of bakplaatDe plaat met de afschuining gericht naar de apparaatbedekking in de oven schuiven.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 15)

Opmerking: Haal de accessoires die u niet nodig hebt bij het gebruik uit de binnenruimte.

6.2 Meer accessoires

Meer accessoires kunt u kopen bij de servicedienst, in speciaalzaken of op het internet.

U vindt een uitgebreid aanbod voor uw apparaat in onze folders of op internet:

www.bosch-home.com

Voor de verschillende apparaten zijn specifieke accessoires beschikbaar. Geef bij de aankoop altijd de precieze aanduiding (E-nr.) van uw apparaat op.

Welke accessoires beschikbaar zijn voor uw apparaat, kunt u zien in de online-shop of navragen bij de klantenservice.

7 Voor het eerste gebruik

Stel de opties voor het eerste gebruik in. Reinig het apparaat en de accessoires.

7.1 Het apparaat reinigen voordat u het voor het eerst gebruikt

Voordat u voor het eerst gerechten klaarmaakt met het apparaat dient u de binnenruimte en de accessoires te reinigen.

→ "De Bediening in essentie", Pagina 18

VerwarmingsmethodeBoven- en onderwarmte
TemperatuurMaximum
Tijdsduur1 uur

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 15)

Pagina 16

nl Kookgerei

8 Kookgerei

Deze aanwijzingen helpen u om energie te sparen en schade aan kookgerei te voorkomen.

8.1 Gebruik van kookgerei

De keuze en de positionering van het kookgerei beïnvloeden de veiligheid en energie-efficiëntie van uw apparaat.

→ "Energie besparen", Pagina 9

WAARSCHUWING ‒ Kans op brand!

Brandbare voorwerpen kunnen vuur vatten.

8.2 Geschikte pannen

Geschikte pannen

Alleen pannen met geschikte diameter gebruiken. De pan mag niet over de rand van de kookplaat uitsteken.

Opmerking: Bij gebruik van bepaald kookgerei kan er een tijdelijke, lichte vervorming van het RVS-kookvlak optreden. Dit is normaal en heeft geen invloed op de werking van het apparaat.

Geen vervormd kookgerei Vervormd kookgerei staat gebruiken. Gebruik uitslui- niet stabiel op de kooktend kookgerei met platte plaat en kan kantelen. en dikke bodem gebruiken.

Het kookgerei goed in het Het kookgerei kan om-midden boven de brander kantelen als het niet geplaatsen. centreerd op de brander staat.

Plaats het kookgerei correct op het rooster.

Het kookgerei kan omkantelen als u het direct op de brander zet.

Brander/kookplaatMaximale dia- Minimale diameter pannen- meter pannenbodem bodem
Sterke brander280 mm 240 mm
Normale brander240 mm 180 mm
Spaarbrander180 mm 120 mm

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 16)

9 Kookplaat bedienen

Hier wordt de bediening van uw kookplaat in essentie beschreven.

9.1 Branderonderdelen plaatsen

Hier komt u te weten hoe u de branderonderdelen correct plaatst.

Vereiste: Ervoor zorgen dat de branderonderdelen schoon en droog zijn.

9.2 Belangrijke aanwijzingen voor de gaskookplaat

Houd deze aanwijzingen aan bij het gebruik van uw kookplaat.

Pagina 17

Kookplaat bedienen nl

9.3 Kookplaat bedienen

De gasbrander kunt u als volgt ontsteken.

WAARSCHUWING ‒ Kans op brand!

Ontsnappend gas kan in brand vliegen.

LET OP!

De brander ontsteekt eventueel niet of de brandervlam is niet gelijkmatig.

De brander kan per ongeluk doven.

Tussen uit en is de vlam niet stabiel. Daarom altijd een instelling tussen grote en kleine vlam kiezen.

Wanneer de vlam niet brandt, de stappen herhalen.

‒ De kookplaatkeuzeschakelaar naar rechts op draaien.

9.4 Apparaat met de hand ontsteken

Opmerking: Bij een stroomuitval kunt u de brander ook met de hand ontsteken.

9.5 Insteladvies voor het koken

Hier krijgt u een overzicht van verschillende gerechten en de bijbehorende kookstanden.

Opmerkingen

VoorbeeldGerechtKookplaatKookstand
SmeltenChocolade, boter, margarineSpaarbranderKleine vlam
OpwarmenBouillon, groenteconservenNormale branderKleine vlam
Opwarmen en warmhoudenSoepSpaarbranderKleine vlam
Stomen*VisNormale branderTussen grote en kleine vlam
Stomen*Aardappels en overige groenten, vleesNormale branderTussen grote en kleine vlam
Koken*Rijst, groente, vleesgerechten (met saus)Normale brandergrote vlam
GebraadPannenkoeken, aardappels, schnitzels, vissticksGrote brander** Wokbrander**Tussen grote en kleine vlam Tussen grote en kleine vlam

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 17)

Opmerking:

Aanwijzingen

* Gebruikt u een pan met deksel, schakel dan naar een kleinere vlam zodra het gerecht begint te koken.

** Optioneel. Beschikbaar bij enkele apparaten. Afhankelijk van het apparaattype. (Voor het braden op de wokbrander adviseren wij u een wokpan te gebruiken.)

Pagina 18

nl De Bediening in essentie

10 De Bediening in essentie

10.1 Inschakelen van het apparaat

10.2 Apparaat uitschakelen

10.3 Verwarmingsmethoden en temperatuur

Tip: De meest geschikte verwarmingsmethode voor uw gerechten vindt u in de beschrijving van de verwarmingsmethoden.

Verwarmingsmethode wijzigen

U kunt de verwarmingsmethode altijd wijzigen.

Temperatuur wijzigen

U kunt de temperatuur altijd wijzigen.

11 Reiniging en onderhoud

Reinig en onderhoud uw apparaat zorgvuldig om er voor te zorgen dat het lang goed blijft werken.

11.1 Reinigingsmiddelen

Gebruik geen ongeschikte reinigingsmiddelen, zodat de verschillende oppervlakken van het apparaat niet beschadigd raken.

WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!

Binnendringend vocht kan een elektrische schok veroorzaken.

LET OP!

Ongeschikte reinigingsmiddelen beschadigen de oppervlakken van het apparaat.

Geschikte schoonmaakmiddelen

Gebruik alleen geschikte reinigingsmiddelen voor de verschillende oppervlakken van uw apparaat.

Gebruik van ovenreiniger in de warme binnenruimte leidt tot beschadiging van het email.

Nieuwe vaatdoekjes bevatten resten van de productie.

Houd de handleiding aan voor het reinigen van het apparaat.

→ "Reiniging van het apparaat", Pagina 20

Apparaat

OppervlakGeschikte schoonmaakmiddelenAanwijzingen
RVS• Warm zeepsop
• Speciale RVS-verzorgingsmiddelen voor warme oppervlakken
Om corrosie te voorkomen kalk-, vet-, zetmeel- en eiwitvlekken op roestvaststalen oppervlakken onmiddellijk verwijderen.
Verzorgingsmiddel voor roestvaststaal dun aanbrengen.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 18)

Pagina 19

Reiniging en onderhoud nl

OppervlakGeschikte schoonmaakmiddelenAanwijzingen
Email, kunststof, gelakte of van zeefdruk voorziene oppervlakken bijv. bedieningspaneel• Warm zeepsopGebruik geen glasreiniger of schraper voor vitrokeramische kookplaat.
Knoppen• Warm zeepsopMet een schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek nadrogen.
Niet afnemen en niet schuren.
Gasbrander en pannendragers• Warm zeepsopReinig de branderonderdelen en de pannendragers met een schoonmaakdoekje.
Gebruik hierbij weinig water. Het water mag niet door de brandercomponenten in het binnenste van het apparaat komen. Niet in de vaatwasser reinigen.
Ovenlade• Warm zeepsopMet een schoonmaakdoekje reinigen.
Apparaatbedekking
GebiedGeschikte schoonmaakmiddelenAanwijzingen
Ruiten van de deur• Warm zeepsopGebruik geen schraper of rvs-schuursponsje.
Tip: Voor een grondige reiniging de deurruiten demonteren. → "Apparaatdeur", Pagina 22
Deurafscherming• Van roestvaststaal: RVS-reiniger:
• Van kunststof:
Warm zeepsop
Gebruik geen glasreiniger of schraper voor vitrokeramische kookplaat.
Tip: Verwijder voor een grondigere reiniging de afdekplaat van het deksel.
→ "Apparaatdeur", Pagina 22
Deurgreep• Warm zeepsopOm hardnekkige verontreinigingen te vermijden, het ontkalkingsmiddel direct van de deurgreep verwijderen.
Deurafdichting• Warm zeepsopNiet afnemen en niet schuren.
Bovenste glasafdekking• GlasreinigerMet een zachte doek schoonmaken.
Tip: Voor een grondige reiniging de glazen afdekplaat verwijderen. → "Bovenste afdekking", Pagina 25
Kookplaat
GebiedGeschikte schoonmaakmiddelenAanwijzingen
Geëmailleerde oppervlakken• Warm zeepsop
• Azijnwater
• Ovenreiniger
Bij sterke verontreiniging inweken en een borstel of RVS-spiraalspons gebruiken.
Om ervoor te zorgen dat de kookplaat nat het reinigen kan drogen, de apparaatbedekking open laten.
Opmerkingen
• Email wordt bij zeer hoge temperaturen ingebrand, waardoor er kleine kleurverschillen ontstaan. De werking van het apparaat wordt daardoor niet beïnvloed.
• De smalle randen van de bakplaten kunnen niet volledig worden geëmailleerd en kunnen ruw zijn. De bescherming tegen corrosie blijft hierbij intact.
• Door resten van voedingsmiddelen ontstaat er een witte afzetting op de emaille oppervlakken. Deze aanslag is niet schadelijk voor de gezondheid. De werking van het apparaat wordt daardoor niet beïnvloed. U kunt de aanslag met citroenzuur verwijderen.
Glazen kapje op de ovenlamp• Warm zeepsopGebruik bij sterke verontreiniging ovenreiniger.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 19)

Pagina 20

nl Reiniging en onderhoud

GebiedGeschikte schoonmaakmiddelenAanwijzingen
Rekjes• Warm zeepsopBij sterke verontreiniging inweken en een borstel of RVS-spiraalspons.
Tip: Voor het reinigen de rekjes verwijderen.
→ "Rekjes", Pagina 21
Toebehoren• Warm zeepsop
• Ovenreiniger
Bij sterke verontreiniging inweken en een borstel of RVS-spiraalspons gebruiken.
Geëmailleerde accessoires kunnen in de vaatwasser worden gedaan.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 20)

11.2 Reiniging van het apparaat

Reinig, om beschadiging van het apparaat te voorkomen, het apparaat uitsluitend zoals aangegeven en met geschikte reinigingsmiddelen.

WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!

Tijdens het gebruik worden het apparaat en haar onderdelen die men kan aanraken heet.

WAARSCHUWING ‒ Kans op brand!

Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen in brand vliegen.

Vereiste: Houd de aanwijzingen voor het gebruik van de reinigingsmiddelen aan.

→ "Reinigingsmiddelen", Pagina 18

‒ Voor sommige oppervlakken kunt u alternatieve reinigingsmiddelen gebruiken.

→ "Geschikte schoonmaakmiddelen", Pagina 18

11.3 Bedieningselementen reinigen

WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!

Binnendringend vocht kan tot elektrische schokken leiden.

11.4 Verkleuring van de branders

Na lang gebruik verkleuren de branderonderdelen van messing door natuurlijke oxidatie donker. De verkleuringen hebben geen invloed op het gebruik.

11.5 Pannenhouder met de hand reinigen

WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!

Het apparaat wordt heet tijdens het gebruik.

11.6 Reinigingsgel voor ingebrande verontreinigingen gebruiken

Voor hardnekkig ingebrand vuil kunt u in onze onlineshop, bij uw vakhandel of bij onze servicedienst een reinigingsgel bestellen.

De reinigingsgel leidt op branderonderdelen, de bedieningselementen en aluminium oppervlakken tot schade.

De reinigingsgel op de ingebrande verontreinigingen aanbrengen.

11.7 Roestvrijstalen oppervlakken reinigen

Tip: Het schoonmaakmiddel voor roestvrij staal is verkrijgbaar bij de klantenservice of in de online-shop.

11.8 Brander reinigen

Na lang gebruik verkleuren de branderonderdelen van messing door natuurlijke oxidatie donker. De verkleuringen hebben geen invloed op het gebruik.

WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!

Het apparaat wordt heet tijdens het gebruik.

Pagina 21

Reinigingsondersteuning nl

11.9 Kookzone-knoppen reinigen

Reinig de kookzone-knoppen na het gebruik als er zich vuil of vlekken op bevinden.

Opmerking:

12 Reinigingsondersteuning

De reinigingsondersteuning is een snel alternatief voor de reiniging van de binnenruimte tussendoor. De reinigingsondersteuning verdampt zeepsop en maakt op deze manier het vuil los. Zo kan vuil gemakkelijker worden verwijderd.

12.1 Reinigingsondersteuning instellen

WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!

Door water in de hete binnenruimte kan hete waterdamp ontstaan.

Vereiste: De binnenruimte dient volledig afgekoeld te zijn.

Geen gedestilleerd water gebruiken.

12.2 Binnenruimte na gebruik reinigen

LET OP!

Als de binnenruimte te lang vochtig blijft, ontstaat er corrosie.

Vereiste: De binnenruimte is afgekoeld.

13 Rekjes

Om de rekjes en de binnenruimte grondig te reinigen kunnen deze worden verwijderd.

13.1 Rekjes verwijderen

WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!

De rekjes kunnen zeer heet zijn.

Pagina 22

nl Apparaatdeur

13.2 Rekjes inhangen

Verkeerde montage:

Wanneer de rekjes op de juiste wijze gemonteerd zijn is de afstand tussen de twee bovenste inschuifhoogtes groter.

14 Apparaatdeur

Normaal gesproken is het voldoende wanneer u de buitenkant van de apparaatdeur reinigt. Wanneer de apparaatdeur van buiten en van binnen sterk is verontreinigd, dan kun u de apparaatdeur verwijderen en reinigen.

14.1 Deurscharnieren

WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!

Wanneer de scharnieren niet geborgd zijn, kunnen ze met grote kracht dichtklappen.

Pagina 23

Apparaatdeur nl

Deze kan dan niet worden verwijderd.

De scharnieren kunnen niet dichtklappen.

14.2 Apparaatdeur verwijderen

14.3 Deurruiten verwijderen

Voor een betere reiniging kunt u de ruiten van de ovendeur demonteren.

WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!

Wanneer er krassen op het glas van de apparaatdeur zitten, kan dit barsten.

De componenten in de apparaatdeur kunnen scherpe randen hebben.

→ "Apparaatdeur verwijderen", Pagina 23

Pagina 24

nl Apparaatdeur

14.4 Deurruiten inbouwen

Let er bij het inbouwen op dat linksonder de tekst "right above" niet ondersteboven staat.

De ruit in de beide openingen aan de onderkant invoeren. Het gladde vlak van de ruit moet zich aan de buitenkant bevinden.

De lipjes moeten aan beide kanten goed vastzitten.

→ "Apparaatdeur inhangen", Pagina 24

Opmerking: De oven pas gebruiken als de ruiten correct zijn ingebouwd.

14.5 Apparaatdeur inhangen

De ovendeur in de omgekeerde volgorde weer inbrengen.

WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!

De ovendeur kan er onbedoeld uitvallen of een scharnier kan plotseling dichtklappen.

14.6 Extra veiligheidsmaatregelen voor de ovendeur

Om contact met de ovendeuren te voorkomen zijn extra veiligheidsinrichtingen beschikbaar. Deze dienen te worden aangebracht wanneer er kinderen in de buurt van de oven kunnen komen. U kunt deze speciale accessoires 11023590 via de servicedienst verkrijgen.

Pagina 25

Bovenste afdekking nl

WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!

Bij langere baktijden kan de ovendeur erg heet worden.

15 Bovenste afdekking

Voor het reinigen de bovenste afdekking verwijderen.

15.1 Bovenste afdekking eraf halen

WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!

Een gekraste bovenste glazen afdekplaat kan breken of versplinteren.

Vereiste: Voordat u de bovenste afdekking opent, moet u eerst eventueel gemorst vuil met een doek verwijderen.

Opmerking: Wanneer de scharnieren van de afdekking losraken, moet u op de letters op de scharnieren letten. Het scharnier met de letter R rechts en het scharnier met de letter L links monteren.

15.2 Bovenste afdekking inbouwen

Opmerking: Sluit de bovenste afdekking pas als de kookplaat is afgekoeld.

16 Storingen verhelpen

Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de klantenservice de informatie over het verhelpen van storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten.

WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!

Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.

WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!

Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.

16.1 Functiestoringen

StoringOorzaak en probleemoplossing
Apparaat werkt niet.Netstekker van de stroomkabel is niet ingestoken.
▶ Apparaat aansluiten op het elektriciteitsnet.
De zekering in de zekeringenkast is in werking getreden.
▶ Controleer de zekering in de meterkast.
Stroomvoorziening is uitgevallen.
▶ Controleer of de verlichting van de binnenruimte of andere apparaten functioneren.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 25)

Pagina 26

nl Storingen verhelpen

StoringOorzaak en probleemoplossing
In de keuken ruikt het naar gas.Aansluiting van de gasfles lekt.
1. Ventileer de ruimte.
2. Controleer de aansluiting van de gasfles.
Gasleiding naar het apparaat lekt.
1. Ventileer de ruimte.
2. Bel het gasbedrijf.
Brander ontsteekt niet.Stroomvoorziening is uitgevallen.
▶ De brander met een gasaansteker of een lucifer aansteken.
Branderonderdelen zijn verkeerd gepositioneerd.
1. De branderonderdelen exact en recht plaatsen.
2. Zorg ervoor dat de nokken in de uitsparingen vastklikken.
Branderonderdelen zijn nat.
▶ Droog de branderonderdelen zorgvuldig.
Tussen de ontstekers en de brander bevinden zich voedingsresten of verontreinigingen.
▶ Reinig de tussenruimte tussen ontstekingsbougie en brander.
Veiligheidsventiel van de gasleiding is gesloten.
▶ Open het veiligheidsventiel van de gasleiding.
Gasfles is leeg.
▶ Gasfles vervangen.
Er bevindt zich lucht in de gasleiding na eerste aansluiting of vervangen van de fles.
1. De bedieningsknop op 0 draaien.
2. De brander opnieuw ontsteken.
3. Herhaal indien nodig de ontsteking meerdere keren.
Brander gaat na het ontsteken direct uit.De bedieningsknop werd niet lang genoeg ingedrukt gehouden.
1. De bedieningsknop na het ontsteken enkele seconden ingedrukt houden.
2. Bedieningsknop stevig indrukken.
Openingen op de brander zijn verontreinigd.
▶ Openingen van de brander schoonmaken en drogen.
Brandervlam is ongelijkmatig.Branderonderdelen zijn verkeerd gepositioneerd.
1. De branderonderdelen exact en recht plaatsen.
2. Zorg ervoor dat de nokken in de uitsparingen vastklikken.
Openingen op de brander zijn verontreinigd.
▶ Openingen van de brander schoonmaken en drogen.
Brandervlam gaat tijdens het gebruik uit.Gasfles is leeg.
▶ Gasfles vervangen.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 26)

16.2 Ovenlamp vervangen

Wanneer de verlichting in de oven is uitgevallen, vervang dan de ovenlamp.

Opmerking: Hittebestendige 230V-halogeenlampen van 25 watt, kunt u verkrijgen bij de klantenservice of in speciaalzaken. Gebruik uitsluitend deze lampen. Pak nieuwe halogeenlampen uitsluitend beet met een schone, droge doek. Hierdoor wordt de levensduur van de lamp verlengd.

WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!

Tijdens het gebruik worden het apparaat en haar onderdelen die men kan aanraken heet.

WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!

Bij vervanging van de lamp staan de contacten van de lampfitting onder stroom.

Vereisten

Pagina 27

Transporteren en afvoeren nl

Let op de stand van de pinnen van de halogeenlamp.

17 Transporteren en afvoeren

Hier krijgt u uitleg over de manier waarop u het apparaat voorbereidt voor transport. Daarnaast leggen we u uit hoe u oude apparaten dient af te voeren.

17.1 Afvoeren van uw oude apparaat

Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen opnieuw worden gebruikt.

Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor kunt u informatie verkrijgen over de actuele afvoermethoden.

Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE).

De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.

17.2 Transporteren van het apparaat

Bewaar de originele verpakking van het apparaat. Transporteer het apparaat alleen in de originele verpakking. Let op de transportpijlen op de verpakking.

Wanneer de originele verpakking niet meer beschikbaar is

18 Servicedienst

Originele vervangende onderdelen die relevant zijn voor de werking in overeenstemming met de desbetreffende Ecodesign-verordening kunt u voor de duur van ten minste 10 jaar vanaf het moment van in de handel brengen van het apparaat binnen de Europese Economische Ruimte bij onze servicedienst verkrijgen. Opmerking: Het inschakelen van de servicedienst in het kader van de fabrieksgarantievoorwaarden is gratis.

Gedetailleerde informatie over de garantieperiode en garantievoorwaarden in uw land kunt u opvragen bij onze servicedienst, uw dealer of op onze website.

Als u contact opneemt met de servicedienst, hebt u het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) van het apparaat nodig.

De contactgegevens van de servicedienst vindt u in de meegeleverde servicedienstlijst of op onze website. Dit product bevat lichtbronnen van energieklasse G.

18.1 Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD)

Het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) vindt u op het typeplaatje van het apparaat. Het typeplaatje met de nummers vindt u wanneer u de apparaatdeur opent.

Pagina 28

nl Zo lukt het

Om uw apparaatgegevens en de servicedienst-telefoonnummers snel terug te kunnen vinden, kunt u de gegevens noteren.

19 Zo lukt het

Voor verschillende gerechten vindt u hier de bijpassende instellingen alsmede de beste accessoires en vormen. Wij hebben het advies optimaal op uw apparaat afgestemd.

Gedetailleerde baktabellen voor uw apparaat en tips voor het bakken met uw apparaat vindt u in de handleiding op het internet:

www.bosch-home.com

19.1 Aanwijzingen voor de bereiding

Houd deze informatie aan bij het bereiden van gerechten.

19.2 Aanwijzingen voor het bakken

Gebruik bij het bakken de aangegeven inschuifhoogtes.

Bakken op één niveauHoogte
rijzende deegwaren/gebak resp. vorm op het rooster2
platte deegwaren/gebak resp. in bakblik2 - 3

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 28)

Opmerking: Voor een optimaal bereidingsresultaat raden wij u aan donkere bakvormen van metaal te gebruiken.

19.3 Aanwijzingen voor het braden en grillen

De instelwaarden gelden voor ongevuld vlees, braadklaar gevogelte en vlees en vis op koelkasttemperatuur, die in de onverwarmde binnenruimte worden geplaatst.

LET OP!

Zuurhoudende levensmiddelen kunnen het rooster beschadigen

Instructie voor mensen met nikkelallergie

In zeldzame gevallen kunnen geringe sporen van nikkel worden overgedragen aan levensmiddelen.

19.4 Selectie van gerechten

VoedingswaarAccessoires / vormenInschuifhoogteVerwarmings-methodeTemperatuur in °C / grillstandTijdsduur in min.
Cake, eenvoudigKrans- of rechthoekige vorm2160-18050-60
Vruchten- of kwarktaart met bodem van zandtaartdeegSpringvorm Ø 26 cm2160-18070-90
Biscuittaart, 6 eierenSpringvorm Ø 28 cm2160-18035-45
CakerolBraadslede2170-190¹15-20
Zandtaartdeeggebak met vochtige bedekking
1 Het apparaat voorverwarmen.
Braadslede2160-18060-90

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 28)

2 In het begin vloeistof in de vorm doen, gebraad moet minstens voor 2/3 in vloeistof liggen

3 Het gerecht na 2/3 van de totale tijd keren.

4 De braadslede onder het rooster inschuiven.

5 Keer het voedsel niet. Bedek de bodem met water.

← pagina's 2–14verder op pagina 29 →Inhoud