Bosch HXA050D20N, tekst van de handleiding
Pagina's 29–38 van 40 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
Pagina 29
Zo lukt het nl
| Voedingswaar | Accessoires / vormen | Inschuifhoogte | Verwarmings-methode | Temperatuur in °C / grillstand | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|---|---|
| Muffins | Muffinplaat op het rooster | 2 | 170-190 | 20-40 | |
| Klein gebak | Braadslede | 3 | 160-180 | 25-35 | |
| Koekjes | Braadslede | 3 | 140-160 | 20-30 | |
| Brood, 1000 g, in rechthoekige vorm en op de plaat | Braadslede of Langwerpige bakvorm | 2 | 200-220 | 35-50 | |
| Pizza, vers | Braadslede | 2 | 190-210 | 20-30 | |
| Pizza, vers, dunne bodem | Braadslede | 2 | 250-270¹ | 15-25 | |
| Quiche, Zwitserse taart | Taartvorm | 1 | 210-230 | 40-50 | |
| Ovenschotel, pittig, vers, gegaarde ingrediënten | Ovenschaal | 2 | 200-220 | 30-60 | |
| Kip, 1,3 kg, ongevuld | Open vorm | 2 | 200-220 | 60-80 | |
| Kleine kipdelen, à 250 g | Open vorm | 2 | 210-230 | 40-50 | |
| Gans, niet gevuld, 3 kg | Open vorm | 2 | 200-220 | 120-140 | |
| Gebraden varkensvlees zonder zwoerd, bijv. halsstuk, 1,5 kg | Open vorm | 2 | 210-230 | 140-160 | |
| Runderfilet, medium, 1 kg | Open vorm | 3 | 210-220 | 45-55 | |
| Gestoofd rundvlees, 1,5 kg | Gesloten servies | 2 | 210-220 | 90-100² | |
| Rosbief, medium, 1,5 kg | Open vorm | 2 | 210-220 | 60-70 | |
| Hamburger, 3-4 cm hoog | Rooster | 4 | 3³ | 25-30⁴ | |
| Lamsbout zonder been, medium, 1,5 kg | Open vorm | 2 | 200-210 | 70-80⁵ | |
| Vis, gegrild, heel 300 g, bijv. forel 1 Het apparaat voorverwarmen. | Rooster | 2 | 2 | 20-25⁴ |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 29)
2 In het begin vloeistof in de vorm doen, gebraad moet minstens voor 2/3 in vloeistof liggen
3 Het gerecht na 2/3 van de totale tijd keren.
4 De braadslede onder het rooster inschuiven.
5 Keer het voedsel niet. Bedek de bodem met water.
19.5 Yoghurt
Met uw apparaat kunt u ook zelf yoghurt maken.
Yoghurt maken
- 1. De accessoires en de rekjes uit de binnenruimte nemen.
- 2. 1 liter melk met 3,5 % vetgehalte op 90°C verwarmen op de kookplaat en tot 40°C laten afkoelen. Houdbare melk slechts tot 40°C opwarmen.
- 3. 30 g yoghurt op koelkasttemperatuur door de melk roeren.
- 4. De massa in kleinere vormen gieten, bijv. in kopjes of kleine glazen met deksel.
- 5. De vormen met folie afdekken, bijv. met vershoudfolie.
- 6. Plaats de vormen op de bodem van de binnenruimte.
- 7. Stel het apparaat in overeenkomstig het insteladvies.
- 8. De yoghurt na de bereiding in de koelkast laten afkoelen.
Yoghurt
| Gerecht | Accessoires / vormen | Inschuifhoogte | Verwar-mingsmethode / Functie | Temperatuur in °C | Tijdsduur, minuten |
|---|---|---|---|---|---|
| Yoghurt | Kopje / glas | Bodem van de binnenruimte | - | 4-5 uur |
Pagina 30
nl Montagehandleiding
19.6 Testgerechten
Deze overzichten werden voor testinstituten gemaakt, om het testen van het apparaat conform EN 60350-1 te vergemakkelijken.
Bakken
Houd deze informatie aan bij het bereiden van testgerechten.
Algemene aanwijzingen
- De instelwaarden gelden voor producten die in de onverwarmde binnenruimte worden geplaatst.
- Neem de aanwijzingen voor het voorverwarmen in de tabellen in acht. De instelwaarden gelden zonder snel voorverwarmen.
- Gebruik bij het bakken eerst de laagste opgegeven temperatuur.
Inschuifhoogtes
Inschuifhoogtes bij het bakken op één niveau:
- Braadslede/bakplaat, hoogte 3
- Vormen op het rooster: hoogte 2
Bakken met twee springvormen:
Wanneer uw apparaat op meerdere niveaus kan bereiden, plaats dan de vormen naast elkaar of verspringend boven elkaar in de binnenruimte.
Bakken
| Gerecht | Accessoires / vormen | Inschuifhoogte | Verwarmings-methode | Temperatuur in °C | Tijdsduur, minuten |
|---|---|---|---|---|---|
| Spritskoekjes | Braadslede | 3 | 140-150 | 30-40 | |
| Koekjes | Braadslede | 3 | 150¹ | 25-35 | |
| Biscuitgebak | Springvorm Ø 26 cm | 2 | 160-170² | 30-40 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 30)
| 1 Warm het apparaat 5 minuten voor. Gebruik bij apparaten met de functie 'snel voorverwarmen' deze functie niet om voor te verwarmen. 2 Het apparaat voorverwarmen. Gebruik bij apparaten met de functie 'snel voorverwarmen' deze functie niet om voor te verwarmen. | |||
| Grillen | |||
| Voedingswaar Accessoires / vormen | Inschuif- Verwarhoogte mingsmethode | Temperatuur in °C / grillstand | Tijdsduur in min. |
| Toast bruinen Rooster | 5 | 3 | 0,2-1,5 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 30)
20 Montagehandleiding
De montagehandleiding bevat instructies voor de gasaansluiting en voor de module van de gasconversie.
Opmerking: Alleen voor de servicedienst.
20.1 Algemene informatie
De omschakeling van uw apparaat op een ander type gas mag alleen door geautoriseerd vakpersoneel en overeenkomstig de aanwijzingen in deze handleiding gebeuren. Een verkeerde aansluiting en verkeerde instellingen kunnen schade aan het apparaat veroorzaken. De fabrikant van het apparaat kan niet aansprakelijk worden gesteld voor foute aansluitingen en foute instellingen.
Pagina 31
Montagehandleiding nl
- Draag werkhandschoenen ter voorkoming van snijwonden. Onderdelen die toegankelijk zijn, kunnen scherpe randen hebben.
- Het apparaat nooit achter een decor- of meubeldeur plaatsen. Er bestaat gevaar van oververhitting.
- Dit apparaat nooit in boten of voertuigen installeren.
- Houd symbolen op het typeplaatje nauwgezet aan. Als voor uw land geen symbool voorhanden is, neem dan bij de instellingen de technische richtlijnen in acht die in uw land van toepassing zijn.
- Voordat u het apparaat opstelt, dient u zich over het type gas en de gasdruk van het lokale gasnet te informeren. Controleer vóór het gebruik van het apparaat of alle instellingen juist werden uitgevoerd.
- Plaatselijke en nationale richtlijnen en voorschriften moeten in acht worden genomen.
- De informatie over het instellen van het apparaat vindt u op het typeplaatje op de achterzijde van het apparaat. Het door de fabriek ingestelde type gas is met een sterretje (*) gemarkeerd.
- Na de omschakeling van het apparaat naar een ander type gas moet het ingestelde type gas op het typeplaatje worden vermeld.
- Gebruik hiervoor het gasomschakelingsetiket.
- De markering van de gassoort op het etiket vindt plaats met (*).
- Het etiket, waarop de gasomschakeling met een ster (*) is aangegeven, op de voorgeschreven plek op het typeplaatje plakken.
- De aan het apparaat uitgevoerde wijzigingen en het type aansluiting spelen voor het correcte en veilige gebruik van het apparaat een belangrijke rol.
- Sluit voor aanvang van alle werkzaamheden altijd de stroomtoevoer en de gastoevoer af.
- Na werkzaamheden aan de gasaansluiting altijd de lekdichtheid van de aansluiting controleren. De fabrikant aanvaardt geen verantwoordelijkheid voor een gaslek bij een gemanipuleerde gasaansluiting.
WAARSCHUWING ‒ Kans op explosie!
Er kan een gaslek ontstaan. Wanneer u het apparaat na het realiseren van de gasaansluiting beweegt, dan kan een gaslek ontstaan.
- Beweeg het apparaat na het maken van de gasaansluiting niet meer.
- Wanneer u het apparaat beweegt, controleer dan de aansluitingen op lekdichtheid.
LET OP!
Het apparaat niet aan de gasbuis (collector) vasthouden of verplaatsen. Beschadigingen aan de gasbuis kunnen leiden tot gaslekken. De gasbuis is niet gemaakt voor het gewicht van het apparaat.
- Het apparaat niet aan de gasbuis vasthouden of verplaatsen.
20.2 Apparaatinformatie
Voer de instellingen af fabriek voor type gas/gasdruk alsook de na de gasomschakeling geldige instellingen voor type gas/gasdruk in de volgende tabel in.
| E-nr. | FD |
|---|---|
| Telefoonnummer service | |
| Gastype / Gasdruk De gegevens vindt u op het typeplaatje. | |
| Gastype / Gasdruk De gegevens na de omschakeling van het gastype |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 31)
20.3 De kant van de gasaansluiting kiezen
De gasaansluiting van vele apparaten kunt u rechts of links realiseren. Indien nodig kunt u de aansluitzijde wijzigen.
Vereisten
- De hoofdgasleiding afsluiten.
- De gasaansluiting aan de niet gebruikte zijde met een blinde plug afsluiten.
- 1. De nieuwe afdichting in de blindstop plaatsen. Let erop dat de afdichting correct is aangebracht.
Pagina 32
nl Montagehandleiding
- 2. Opmerking: Gebruik voor het aansluiten van het apparaat een momentsleutel.
Het gasaansluitstuk op het apparaat met steeksleutel SW22 vasthouden en de blindstop met SW24 steeksleutel aan het aansluitstuk bevestigen.
20-25 Nm
- 3. Voer na wijziging van de aansluitzijde een dichtheidscontrole uit. Meer informatie vindt u in het hoofdstuk "Lekdichtheid- en functiecontrole" → Pagina 37.
20.4 Gasaansluiting
Deze aanwijzingen gelden alleen wanneer het apparaat wordt geïnstalleerd in landen, welke op het typeplaatje zijn vermeld.
Wanneer het apparaat in een land wordt geplaatst en gebruikt, dat niet op het typeplaatje is vermeld, raadpleeg dan een installatie- en montagehandleiding, welke de noodzakelijke informatie voor de aansluitvoorwaarden voor het apparaat in het betreffende land bevat.
Opmerking: Gebruik voor het aansluiten van het apparaat een momentsleutel.
Aardgasaansluiting (NG)
Wanneer u aardgas (NG) gebruikt, realiseer dan de gasaansluiting via een gasleiding of een veiligheidsgasslang met aan beide uiteinden een schroefdraadverbinding.
Aansluittypen:
*G½: EN ISO 228 G½ (TS EN ISO 228 G½)
*R½: EN 10226 R½ (TS 61-210 EN 10226 R½)
WAARSCHUWING ‒ Kans op explosie!
Er kan een gaslek optreden als gevolg van een beschadigd aansluitstuk.
- Nooit bij de aansluiting van de gasbuis of de veiligheidsgasslang het gasaansluitstuk op het apparaat vastdraaien met steeksleutel SW22. Het aansluitstuk kan beschadigd raken.
Aansluiting volgens EN ISO 228-1 G½ (TS EN ISO 228-1 G½ )
- 1. Plaats de nieuwe afdichting in het aansluitstuk. Let erop dat de afdichting correct is aangebracht.
- 2. Het gasaansluitstuk van het apparaat met steeksleutel SW22 vasthouden en het verbindingsstuk met steeksleutel SW24 in het aansluitstuk plaatsen.
- 3. De nieuwe afdichting in de gasbuis of de veiligheidsgasslang plaatsen. Let erop dat de afdichting correct is aangebracht.
- 4. Het verbindingsstuk met steeksleutel SW24 vasthouden en de schroefdraadaansluiting van de gasbuis of de veiligheidsgasslang met steeksleutel SW24 op het verbindingsstuk bevestigen en vastdraaien.
- 5. De afsluiter voor de gasaansluiting openen. Dichtheidscontrole → Pagina 37 uitvoeren.
Aansluiting volgens EN 10226-1 R½ (TS 61-210 EN 10226-1 R½)
- 1. Plaats de nieuwe afdichting in het aansluitstuk. Let erop dat de afdichting correct is aangebracht.
- 2. Het gasaansluitstuk van het apparaat met steeksleutel SW22 vasthouden en het verbindingsstuk met steeksleutel SW24 in het aansluitstuk plaatsen.
Pagina 33
Montagehandleiding nl
- 3. Het verbindingsstuk met steeksleutel SW24 vasthouden en de schroefdraadaansluiting van de gasbuis of de veiligheidsgasslang met steeksleutel SW24 op het verbindingsstuk bevestigen en vastdraaien.
- 4. De afsluiter voor de gasaansluiting openen. Dichtheidscontrole → Pagina 37 uitvoeren.
Aansluiting voor vloeibaar gas (LPG)
Wanneer uw vloeibaar gas (LPG) gebruikt, realiseer dan de gasaansluiting via een gasslang of een vaste verbinding.
Houd de landspecifieke richtlijnen aan.
Houd het volgende aan wanneer u een gasslang gebruikt:
- Gebruik een veiligheidsgasslang of een kunststof slang met een diameter van 8 of 10 mm.
- Bevestig de slang op de gasaansluiting met een toegelaten aansluitinrichting, bijv. een slangklem.
- De slang dient kort en volledig dicht te zijn. De lengte van de slang mag max. 1,5 m bedragen. Houd de geldende richtlijnen aan.
- Vervang de gasslang eenmaal per jaar.
Aansluiting met de gasslang
- 1. Plaats de nieuwe afdichting in het aansluitstuk. Let erop dat de afdichting correct is aangebracht.
- 2. Het gasaansluitstuk van het apparaat met steeksleutel SW22 vasthouden en het verbindingsstuk met steeksleutel SW24 in het aansluitstuk plaatsen.
- 3. De veiligheidsgasslang aanbrengen en goed vastzetten met een schroefverbinding of een klem.
- 4. De afsluiter voor de gasaansluiting openen. Dichtheidscontrole → Pagina 37 uitvoeren.
20.5 Omschakelen naar een ander gastype
U kunt de gassoort omschakelen, welke voor het apparaat is ingesteld.
Opmerking: Meer informatie over de voor het apparaat geschikte typen gas en de bijbehorende gaskoppen vindt u in het hoofdstuk "Technische gegevens - Gas" → Pagina 37. Op de koppen bevinden zich getallen die de diameter aangeven.
Omschakelen naar een ander gastype
- Het gasaansluitdeel vervangen.
- De branderkoppen vervangen.
- Al naar de gasinstelling af fabriek, de bypass-nozz-les van de branderkraan vervangen of vastdraaien.
Na de omschakeling
- Voer na de omschakeling van het type gas een dichtheidscontrole uit. Meer informatie vindt u in het hoofdstuk "Lekdichtheid- en functiecontrole" → Pagina 37.
- Na de omschakeling op een ander type gas moet het brandgedrag worden gecontroleerd. Meer informatie vindt u in hoofdstuk ""Correcte werking van de branders controleren" → Pagina 37".
- Het opnieuw ingestelde gastype en de nieuwe gasdruk invoeren in de tabel. Meer informatie kunt u vinden in hoofdstuk "Apparaatinformatie" → Pagina 31.
LET OP!
Markeer na de omschakeling naar een ander type gas het ingestelde type gas op het typeplaatje.
- Breng na de omschakeling van de gassoort het etiket met de aanduiding van de gassoort en de ster aan op de daarvoor bedoelde plek op het typeplaatje aan.
Onderdelen voor de omschakeling op een ander gastype
Hiernaast worden de onderdelen vermeld, welke u voor de beschreven gasomschakeling nodig heeft.
Opmerking:
De meegeleverde accessoires kunnen variëren afhankelijk van het type apparaat.
- Het gasaansluitstuk kan afhankelijk van het gastype en de richtlijnen per land variëren
- Bepaal in de tabel "Technische gegevens – Gas" → Pagina 37 de juiste nozzle-diameter.
Pagina 34
nl Montagehandleiding
- Gebruik altijd een nieuwe afdichting.
(*) Realiseer nooit een gasaansluiting zonder deze onderdelen.
| Toelichting | |
|---|---|
| Bypass-kop | |
| Branderkop | |
| (*) Afdichting | |
| (*) Aansluitstuk voor aardgas (NG: G20, G25) • TS 61-210 EN 10226 R½ • EN 10226 R½ | |
| (*) Aansluitstuk voor aardgas (NG: G20, G25) • TS EN ISO 228 G½ • EN ISO 228 G½ | |
| (*) Aansluitstuk voor vloeibaar gas (LPG: G30, G31) | |
| Aansluitstuk | |
| Blindstop (afsluitstuk) | |
| Fornuisbranderkop | vervangen |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 34)
- 1. Zet knoppen op het bedieningspaneel uit.
- 2. De afsluiter voor de gasaansluiting sluiten.
- 3. Het pannenrooster of de pandragers en de branderonderdelen verwijderen.
- 4. De fornuisbranderkoppen met steeksleutel 7 verwijderen.
- 5. De branderkoppen uit de tabel kiezen. Meer informatie vindt u in hoofdstuk "Technische gegevens – Gas" → Pagina 37.
‒ Bouw nieuwe koppen in de betreffende branders in.
- 6. Controleer de koppen op dichtheid na het vervangen. Meer informatie vindt u in het hoofdstuk "Lekdichtheid- en functiecontrole" → Pagina 37.
Bypass-koppen instellen of vervangen (kleine stand van de brander)
Via de bypass-koppen kunt u de minimale vlamhoogte van de brander instellen.
Vereisten
- Sluit de gasafsluiter.
- Maak het apparaat stroomloos.
- 1. Zet knoppen op het bedieningspaneel uit.
- 2. Verwijder de knoppen afzonderlijk door ze dicht tegen het bedieningspaneel vast te houden en iets naar voren uit te trekken.
Omschakeling van aardgas naar vloeibaar gas
Wanneer het apparaat bij levering in fabrieksinstelling op aardgas (NG: G20, G25) was ingesteld en nu voor het eerst naar vloeibaar gas (LPG: G30, G31) wordt omgeschakeld:
- 1. Om toegang tot de bypass-koppen te krijgen, het bedieningspaneel demonteren. Meer informatie vindt u in hoofdstuk "Bedieningspaneel demonteren" → Pagina 35.
- 2. De bypass-koppen tot de aanslag vastdraaien.
- 3. Aansluitend de stappen in hoofdstuk "Bedieningspaneel inbouwen" → Pagina 36 uitvoeren.
Omschakeling van vloeibaar gas naar aardgas
Wanneer u het apparaat wilt omschakelen van vloeibaar gas (LPG: G30, G31) naar aardgas (NG: G20, G25) of wanneer u deze omschakeling al heeft uitgevoerd en ongedaan maakt, dan:
- 1. Alle bypass-koppen in het apparaat vervangen. Meer informatie vindt u in hoofdstuk "Bedieningspaneel demonteren" → Pagina 35.
- 2. Daarna de stappen in hoofdstuk "Bypass-koppen vervangen" → Pagina 36 link uitvoeren.
- 3. Aansluitend de stappen in hoofdstuk "Bedieningspaneel inbouwen" → Pagina 36 uitvoeren.
Pagina 35
Montagehandleiding nl
Bedieningspaneel demonteren
- 1. Als het apparaat een bovenste afdekking bezig, deze verwijderen.
‒ Hiervoor de afschermplaat openen, met beide handen aan de zijkanten vasthouden en naar boven trekken. Zorg ervoor dat u de scharnieren niet kwijt raakt.
- 2. Het pannenrooster of de pandragers en de branderonderdelen verwijderen.
- 3. Wanneer er branderaansluitschroeven op de kookplaat aanwezig zijn, deze alle verwijderen.
- 4. Verwijder de twee schroeven (T20) rechts- en linksvoor op de kookplaat. De kunststof onderdelen die zich daaronder bevinden niet verwijderen.
- 5. Opmerking: Raak de onderkant van de kookplaat niet aan met voorwerpen, zodat er geen krassen komen op de matglazen plaat.
De kookplaat aan de voorkant vastpakken en max. 30° naar boven draaien. Borg de kookplaat met de profielrail, door deze loodrecht op de voorste branderbevestiging te plaatsen.
- 6. De kunststof afschermingen aan de linker- en rechterkant van de frontprofielen afnemen. Zorg ervoor dat u afdekkingen niet beschadigd of bekrast. De schroeven die zich daaronder bevinden (T20) eruit draaien.
Pagina 36
nl Montagehandleiding
- 7. Opmerking: De hieronder genoemde schroeven verwijderen, zodat de schakelaar en de elektronicacomponenten niet beschadigd worden.
De vier schroeven (M4) die te zien zijn na afname van de schakelaars (T15) aan het bedieningspaneel verwijderen.
- 8. Opmerking: Om bij de bypass-kop aan de rechterzijde te komen, de plaat iets naar rechts draaien. Om bij de bypass-kop aan de linkerzijde te komen, de plaat iets naar links draaien. Let erop dat de leidingen niet beschadigd worden en de verbindingen niet losraken.
Het paneel met beide handen vasthouden en langzaam naar boven trekken. Het paneel uit de bevestigingsnokken nemen. Daarna het paneel voorzichtig naar voren toe verwijderen. Zorg ervoor dat de leidingen niet beschadigd worden en de verbindingen niet losraken.
Bypass-koppen vervangen
- 1. De bypass-koppen met een platte schroevendraaier (nr. 2) er uit draaien. De bypass-koppen verwijderen.
- 2. Kies de passende nieuwe bypass-koppen uit de tabel. Meer informatie vindt u in hoofdstuk "Technische gegevens – Gas" → Pagina 37.
- 3. Ga na of de dichtingen van de bypass-koppen correct geplaatst zijn en goed functioneren. Alleen bypass-koppen gebruiken met afdichtingen die volledig intact zijn.
- 4. De nieuwe bypass-koppen inbrengen en goed vastdraaien. Controleer of alle bypass-koppen op de juiste kranen zijn bevestigd.
- 5. In deze fase absoluut een dichtheidscontrole uitvoeren. Meer informatie vindt u in het hoofdstuk "Lekdichtheid- en functiecontrole" → Pagina 37.
Bedieningspaneel monteren
De montage in omgekeerde volgorde uitvoeren.
- 1. Het voorpaneel met beide handen vasthouden en voorzichtig inbrengen. Zorg ervoor dat de kabels niet beschadigd zijn en de aansluitingen niet losraken. Iets naar onderen bewegen en in het frontpaneel plaatsen.
- 2. Plaats de schroeven (T15) (M4), welke van het bedieningspaneel werden verwijderd.
- 3. De schroeven (T20) die aan de rechter- en linkerkant uit de frontprofielen zijn gehaald weer inbrengen en vastdraaien. Breng de kunststof afschermingen weer aan.
- 4. De kookplaat voorzichtig inbrengen. Zorg ervoor dat de kunststof onderdelen die onder de schroeven moeten blijven niet naar beneden vallen. Draai de twee schroeven (T20) rechts- en linksvoor weer op de kookplaat er in. Wanneer brander-aansluitschroeven aanwezig zijn, deze alle in de kookplaat draai- en.
- 5. De branderonderdelen aan de hand van hun grootte op de juiste plaats zetten. De vonkontstekers in de betreffende openingen naast de branderonderdelen insteken. De geëmailleerde branderdeksels midden op de juiste brandervoeten plaatsen en daarbij op de grootte letten.
‒ Het pannendragerrooster en de pandragers plaatsen. Zorg ervoor dat u de pandrager met 80 mm spanwijdte op de hulpbrander plaatst.
- 6. Indien het apparaat is voorzien van een afschermplaat, deze loodrecht aan beide kanten vasthouden en langzaam weer in de bevestiging plaatsen.
- 7. De knoppen voorzichtig inzetten.
‒ Controleer in deze fase beslist de werking van de gasbrander. Meer informatie vindt u in hoofdstuk ""Correcte werking van de branders controleren" → Pagina 37".
- 8. Controleren of het toestel goed werkt.
Pagina 37
Montagehandleiding nl
20.6 Controleren op dichtheid en werking
De dichtheidscontrole dient door twee personen te worden uitgevoerd.
WAARSCHUWING ‒ Kans op explosie!
Vonken, vlammen of open vuur kunnen tijdens de dichtheids- en functiecontrole tot explosies leiden.
- Zorg ervoor dat er geen vonken ontstaan.
- Gebruik geen vlam of open vuur.
- Controleer de dichtheid uitsluitend met hiervoor geschikt schuim.
In geval van een gaslek
- De afsluiter sluiten.
- De betreffende locatie afdoende ventileren.
- Controleer de gas- en kopaansluitingen en verbindingen nogmaals.
- Herhaal de dichtheidscontrole → Pagina 37.
De gasaansluiting controleren
- 1. De afsluiter voor de gasaansluiting openen.
- 2. Breng een geschikt schuim aan rondom de gasaansluiting.
- Wanneer op het schuimige oppervlak verstrooiing en belletjes optreden, die wijzen op het lekken van gas, volg dan de instructies in hoofdstuk "Bij gaslekkage" → Pagina 37 op.
- 3. Dezelfde instructies opvolgen bij het deel dat met een blinde plug is afgesloten.
Controleer de koppen van de fornuisbranders
Controleer de dichtheid bij elke kop.
- 1. De afsluiter voor de gasaansluiting openen.
- 2. Dek voor de controle het gat van de branderkop voorzichtig af met uw vinger of een speciaal apparaat.
- 3. Breng een geschikt schuim aan op de kop.
- 4. Druk op de branderknop en draai de knop linksom. Zo komt er gas naar de kop.
- Wanneer op het schuimige oppervlak verstrooiing en belletjes optreden, die wijzen op het lekken van gas, volg dan de instructies in hoofdstuk "Bij gaslekkage" → Pagina 37 op.
Bypass-koppen controleren
Controleer de dichtheid bij elke bypass-kop.
- 1. De afsluiter voor de gasaansluiting openen.
- 2. Dek voor de controle het gat van de branderkop voorzichtig af met uw vinger of een speciaal apparaat.
- 3. Breng een geschikt schuim aan op de bypass-kop van de te controleren brander.
- 4. Druk op de kraanspil en draai deze linksom. Zo komt er gas naar de kop.
- Wanneer op het schuimige oppervlak verstrooiing en belletjes optreden, die wijzen op het lekken van gas, volg dan de instructies in hoofdstuk "Bij gaslekkage" → Pagina 37 op.
20.7 Controleer het juiste brandgedrag
Controleer het brandgedrag en de roetvorming na de omschakeling op een ander type gas voor elke brander. Wanneer er een probleem is, vergelijk dan de kopwaarde met de waarden in de tabel.
Controleer het juiste brandgedrag van de fornuisbrander
- 1. Ontsteek de gasfornuisbranders overeenkomstig de instructies in de gebruikershandleiding.
→ "Kookplaat bedienen", Pagina 16
- 2. Zet de gasfornuisknop op de kleine vlam. Controleer of het vlamveiligheidssysteem in werking is, door de vlam 1 minuut lang op de stand "kleine vlam" te houden.
- 3. Controleer het juiste brandgedrag bij grote vlam en bij kleine vlam.
- De vlam moet gelijkmatig en constant branden.
- 4. Draai de branderknop snel heen en weer tussen grote vlam en kleine vlam. Dit meerdere keren herhalen.
- De gasvlam mag niet flakkeren en niet uitgaan.
20.8 Technische gegevens - Gas
De verschillende gastypen en overeenkomstige waarden zijn opgenomen in een lijst.
Daar waar op de GAD type-onderzoek certificaten van KIWA de toestel categorie “I2EK” wordt vermeld is bedoeld:
Dit toestel is afgesteld voor de toestelcategorie K (I2K) en is geschikt voor het gebruik van G en G+ distributiegassen volgens de specificaties zoals die zijn weergegeven in de NTA 8837:2012 Annex D met een Wob-be-index van 43,46 – 45,3 MJ/m³ (droog, 0 °C, bovenwaarde) of 41,23 – 42,98 (droog, 15 °C, bovenwaarde).
Dit toestel kan daarnaast worden omgebouwd en/of opnieuw worden afgeregeld voor de toestelcategorie E (I2E)
Dit houdt derhalve in dat het toestel: “geschikt is voor
G+-gas en H-gas, dan wel aantoonbaar geschikt is voor G+-gas en aantoonbaar geschikt is te maken voor H-gas” in de zin van het “Besluit van 10 mei 2016 tot wijziging van het Besluit gastoestellen….”
Aanwijzingen bij enkele typen gas
Houd de volgende aanwijzingen aan bij de typen gas welke in de tabel voor enkele branders zijn aangegeven.
| Type gas | Toelichting |
|---|---|
| G20/25 (20/25 mbar) | Voor Frankrijk en België |
| G2.350 (13 mbar) | Voor Polen |
| G30 (50 mbar) | De klantenservice moet de koppenset HEZ353110 bestellen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 37)
Waarden voor de hulpbranderkop
Houd de volgende aanwijzingen aan bij de typen gas welke in de tabel voor enkele branders zijn aangegeven.
Pagina 38
nl Montagehandleiding
| G20/ G25 | G20 | G20 | G25 | G25 | G25.3 | G30/ G31 | G30 | G30 | G27 | G2.350 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Gasdruk (mbar) | 20/25 | 20 | 25 | 20 | 25 | 25 | 28-30 /37 | 50 | 37 | 20 | 13 |
| Kop (mm) | 0,72 | 0,72 | 0,68 | 0,77 | 0,72 | 0,72 | 0,50 | 0,43 | 0,47 | 0,77 | 1,00 |
| Bypass-kop¹ (mm) | 0,52/0, 5 | 0,52/ 0,5 | 0,52/ 0,5 | 0,52/ 0,5 | 0,52/ 05 | 0,52/ 0,5 | 0,32/ 0,3 | 0,32/ 0,3 | 0,32/ 0,3 | 0,52/ 0,5 | 0,52/ 0,5 |
| Ingangsvermogen max. (kW) | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 |
| Ingangsvermogen min. (kW) | ≤0,55 | ≤0,55 | ≤0,55 | ≤0,55 | ≤0,55 | ≤0,55 | ≤0,55 | ≤0,55 | ≤0,55 | ≤0,55 | ≤0,55 |
| Gasverbruik bij 15 °C en 1013 mbar m³/h | 0,095/ 0,111 | 0,095 | 0,095 | 0,111 | 0,111 | 0,108 | - | - | - | 0,116 | 0,132 |
| Gasverbruik bij 15°C en 1013 mbar g/h | - | - | - | - | - | - | 73/71 | 73 | 73 | - | - |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 38)
| 1 Gebruik de in de set meegeleverde bypass-kop | met de | overeenkomstige diameter. | ||||
| Waarden voor de normale branderkop | ||||||
| Houd de volgende aanwijzingen aan bij de typen | gas welke in de | tabel voor enkele branders | zijn aangegeven. | |||
| G20/ G20 G20 G25 | G25 | G25 | G25.3 G30/G31 G30 | G30 | G27 | G2.350 |
| Gasdruk (mbar) 20/25 20 25 | 20 | 25 | 25 28-30/3 50 7 | 37 | 20 | 13 |
| Kop (mm) 0,97 0,97 0,91 | 1 | 0,94 | 0,94 0,65 0,58 | 0,62 | 1 | 1,31 |
| Bypass-kop¹ (mm) 0,6/0,5 0,6/0, 0,6/0, 8 58 58 | 0,6/0, 58 | 0,6/0, 58 | 0,6/0, 0,4/0,38 0,4/0, 58 38 | 0,4/0, 38 | 0,6/0, 58 | 0,6/0, 58 |
| Ingangsvermogen 1,75 1,75 1,75 max. (kW) | 1,75 | 1,75 | 1,75 1,75 1,75 | 1,75 | 1,75 | 1,75 |
| Ingangsvermogen ≤0,9 ≤0,9 ≤0,9 min. (kW) | ≤0,9 | ≤0,9 | ≤0,9 ≤0,9 ≤0,9 | ≤0,9 | ≤0,9 | ≤0,9 |
| Gasverbruik bij 15 °C 0,167/ 0,167 0,167 en 1013 mbar m³/h 0,194 | 0,194 | 0,194 | 0,190 - - | - | 0,203 | 0,225 |
| Gasverbruik bij 15°C - - - en 1013 mbar g/h | - | - | - 127/125 127 | 127 | - | - |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 38)
| 1 Gebruik de in de set meegeleverde bypass-kop met de overeenkomstige | diameter. | ||||
| Waarden voor de sterke branderkop | |||||
| Houd de volgende aanwijzingen aan bij de | typen gas welke in de tabel voor enkele branders | zijn aangegeven. | |||
| G20/ G20 G25 | G20 G25 G25 G25.3 | G30/ G30 G31 | G30 | G27 | G2.350 |
| Gasdruk (mbar) 20/25 20 | 25 20 25 25 | 28-30/ 50 37 | 37 | 20 | 13 |
| Kop (mm) 1,16 1,16 | 1,10 1,34 1,26 1,26 | 0,85 0,75 | 0,80 | 1,38 | 1,65 |
| Bypass-kop¹ (mm) 0,78/0, 0,78/ 75 0,75 | 0,78/ 0,78/ 0,78/ 0,78/ 0,75 0,75 0,75 0,75 | 0,49/0, 0,49/ 46 0,46 | 0,49/ 0,46 | 0,78/ 0,75 | 0,78/ 0,75 |
| Ingangsvermogen 3 3 max. (kW) | 3 3 3 3 | 3 3 | 3 | 3 | 3 |
| Ingangsvermogen min. ≤1,3 ≤1,3 (kW) | ≤1,3 ≤1,3 ≤1,3 ≤1,3 | ≤1,3 ≤1,3 | ≤1,3 | ≤1,3 | ≤1,3 |
| Gasverbruik bij 15 °C 0,285/ 0,285 en 1013 mbar m³/h 0,332 | 0,285 0,332 0,332 0,325 | - - | - | 0,348 | 0,397 |
| Gasverbruik bij 15°C - - en 1013 mbar g/h | - - - - | 218/21 218 4 | 218 | - | - |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 38)
1 Gebruik de in de set meegeleverde bypass-kop met de overeenkomstige diameter.