Bosch HXN39AD21, tekst van de handleiding
Pagina's 15–28 van 44 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← pagina's 2–14verder op pagina 29 →
Pagina 15
Accessoires nl
| Stand | Functie | Toelichting |
|---|---|---|
| Nulstand | De kookplaat is uitgeschakeld. | |
| Ontstekingspositie | Alle ontstekers ontsteken tegelijk. | |
| Instelgebied | Grote vlam = hoogste stand Kleine vlam = laagste stand |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 15)
Aan het einde van het instelgebied bevindt zich een aanslag. De gaskookplaatkeuzeschakelaar niet verder dan de aanslag draaien.
5.4 Binnenruimte
Functies voor de binnenruimte vergemakkelijken het gebruik van uw apparaat.
Rekjes
U kunt accessoires op verschillende hoogtes in de rekjes in de binnenruimte plaatsen.
De binnenruimte heeft 5 inschuifhoogtes. De inschuifhoogtes worden van beneden naar boven geteld. U kunt de rekjes verwijderen, bijv. om te reinigen. → "Rekjes", Pagina 25
Zelfreinigende oppervlakken
De achterwand in de binnenruimte is zelfreinigend. De zelfreinigende oppervlakken in de binnenruimte zijn voorzien van een laagje poreus, mat keramiek en hebben een ruw oppervlak. Wanneer het apparaat in ge-
bruik is, nemen de zelfreinigende oppervlakken vetspetters van het bakken, braden of grillen op en breken ze af.
Als de zelfreinigende oppervlakken zich tijdens het gebruik niet meer voldoende reinigen, warm de binnenruimte dan gericht op.
→ "Zelfreinigende oppervlakken in de binnenruimte schoonmaken", Pagina 23
Verlichting
De ovenlamp verlicht de binnenruimte.
Bij de meeste verwarmingsmethoden en functies is de verlichting aan als het programma loopt. Als u de werking met de functiekeuzeschakelaar beëindigt, schakelt de verlichting uit.
Met de stand ovenlamp aan de functiekeuzeschakelaar kunt u de verlichting zonder verwarming inschakelen.
Koelventilator
De koelventilator schakelt afhankelijk van de temperatuur van het apparaat in en uit. De warme lucht ontsnapt via de deur.
LET OP!
De ventilatiesleuven boven de deur van het apparaat niet afdekken. Het apparaat raakt oververhit.
- De ventilatiesleuven vrijhouden.
De koelventilator loopt een bepaalde tijd na, zodat het apparaat na gebruik sneller afkoelt.
Apparaatdeur
Wanneer u de apparaatdeur opent tijdens het gebruik, wordt de werking voortgezet.
Condenswater
Bij het bereiden kan in de binnenruimte en op de deur van het apparaat condensvorming optreden. Condens is normaal en heeft geen invloed op de werking van het apparaat. Veeg na het bereiden het condens af.
6 Accessoires
Gebruik alleen originele accessoires. Deze zijn op het apparaat afgestemd.
Opmerking: De accessoires kunnen door hitte vervormen. De vervorming heeft geen invloed op de werking. De vervorming verdwijnt weer nadat de accessoires zijn afgekoeld.
De meegeleverde accessoires kunnen variëren afhankelijk van het type apparaat.
Pagina 16
nl Voor het eerste gebruik
| Accessoires | Gebruik |
|---|---|
| Rooster | • Bakvormen • Ovenschalen • Vormen • Vlees, bijv. braad- of grillstukken • Diepvriesgerechten |
| Braadslede | • Vochtig gebak • Koekjes • Brood • Grote braadstukken • Diepvriesgerechten • Afdruipende vloeistof opvangen, bijv vet bij het grillen op het rooster. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 16)
6.1 Accessoires gebruiken
De accessoires op de juiste manier in de binnenruimte schuiven. Alleen zo kunt u de accessoires zonder kantelen ongeveer voor de helft er uit trekken.
- 1. De accessoires altijd tussen de beide geleidestangen van een inschuifhoogte plaatsen.
| Grillrooster | Het grillrooster met de open kant naar de apparaatdeur en de welving naar beneden in de oven schuiven. |
| Plaat bijv. braadslede of bakplaat | De plaat met de afschuining gericht naar de apparaatbedekking in de oven schuiven. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 16)
- 2. Het accessoire volledig inschuiven, zodat het accessoire de apparaatdeur niet raakt.
Opmerking: Haal de accessoires die u niet nodig hebt bij het gebruik uit de binnenruimte.
6.2 Meer accessoires
Meer accessoires kunt u kopen bij de servicedienst, in speciaalzaken of op het internet.
U vindt een uitgebreid aanbod voor uw apparaat in onze folders of op internet:
www.bosch-home.com
Voor de verschillende apparaten zijn specifieke accessoires beschikbaar. Geef bij de aankoop altijd de precieze aanduiding (E-nr.) van uw apparaat op.
Welke accessoires beschikbaar zijn voor uw apparaat, kunt u zien in de online-shop of navragen bij de klantenservice.
7 Voor het eerste gebruik
Stel de opties voor het eerste gebruik in. Reinig het apparaat en de accessoires.
7.1 Eerste gebruik
U moet instellingen voor de eerste ingebruikname uitvoeren voordat u uw apparaat kunt gebruiken.
Tijd instellen
Na het aansluiten van het apparaat of na een stroomonderbreking knippert de tijd op het display. De tijd start bij "12:00" uur. De actuele tijd instellen.
Vereiste: De functiekeuzeknop dient in de nulstand te staan.
- 1. Stel de tijd in met of .
- 2. Druk op .
- Het display toont de ingestelde tijd.
7.2 Het apparaat reinigen voordat u het voor het eerst gebruikt
Voordat u voor het eerst gerechten klaarmaakt met het apparaat dient u de binnenruimte en de accessoires te reinigen.
- 1. De accessoires en de verpakkingsresten zoals piepschuimbolletjes uit de binnenruimte verwijderen.
- 2. Vóór het verwarmen de gladde oppervlakken in de binnenruimte af met een zachte, vochtige doek afvegen.
- 3. Zolang het apparaat opwarmt, de ruimte ventileren.
- 4. De verwarmingsmethode en de temperatuur instellen.
→ "De Bediening in essentie", Pagina 19
| Verwarmingsmethode | 3D‑hetelucht |
|---|---|
| Temperatuur | Maximum |
| Tijdsduur | 1 uur |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 16)
- 5. Het apparaat na de aangegeven tijdsduur uitschakelen.
- 6. Wachten tot de binnenruimte is afgekoeld.
- 7. De gladde oppervlakken met zeepsop en een schoonmaakdoekje reinigen.
- 8. De accessoires met zeepsop en een schoonmaakdoekje of een zachte borstel reinigen.
Pagina 17
Kookgerei nl
8 Kookgerei
Deze aanwijzingen helpen u om energie te sparen en schade aan kookgerei te voorkomen.
8.1 Gebruik van kookgerei
De keuze en de positionering van het kookgerei beïnvloeden de veiligheid en energie-efficiëntie van uw apparaat.
→ "Energie besparen", Pagina 9
WAARSCHUWING ‒ Kans op brand!
Brandbare voorwerpen kunnen vuur vatten.
- Tussen het kookgerei en de brandbare voorwerpen een minimumafstand van 50 mm in acht nemen.
8.2 Geschikte pannen
- 1. Alleen pannen met geschikte diameter gebruiken. → "Geschikte pannen", Pagina 17
- 2. Ervoor zorgen dat de pan niet over de rand van de kookplaat uitsteekt.
Geschikte pannen
Alleen pannen met geschikte diameter gebruiken. De pan mag niet over de rand van de kookplaat uitsteken.
Opmerking: Bij gebruik van bepaald kookgerei kan er een tijdelijke, lichte vervorming van het RVS-kookvlak optreden. Dit is normaal en heeft geen invloed op de werking van het apparaat.
Geen vervormd kookgerei Vervormd kookgerei staat gebruiken. Gebruik uitslui- niet stabiel op de kooktend kookgerei met platte plaat en kan kantelen. en dikke bodem gebruiken.
Het kookgerei goed in het Het kookgerei kan om-midden boven de brander kantelen als het niet geplaatsen. centreerd op de brander staat.
Plaats het kookgerei correct op het rooster.
Het kookgerei kan omkantelen als u het direct op de brander zet.
| Brander/kookplaat | Maximale dia- Minimale diameter pannen- meter pannenbodem bodem |
| Sterke brander | 280 mm 240 mm |
| Normale brander | 240 mm 180 mm |
| Spaarbrander | 180 mm 120 mm |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 17)
9 Kookplaat bedienen
Hier wordt de bediening van uw kookplaat in essentie beschreven.
9.1 Branderonderdelen plaatsen
Hier komt u te weten hoe u de branderonderdelen correct plaatst.
Vereiste: Ervoor zorgen dat de branderonderdelen schoon en droog zijn.
- 1. De onderdelen van de brander goed passend en recht aanbrengen, anders kunnen zich tijdens de ontsteking of het gebruik storingen voordoen.
- 2. Het branderdeksel precies op de branderkop plaatsen.
9.2 Belangrijke aanwijzingen voor de gaskookplaat
Houd deze aanwijzingen aan bij het gebruik van uw kookplaat.
- Een licht fluitend geluid tijdens het gebruik van de brander is normaal.
- Geurvorming gedurende de eerste keren dat u de gaskookplaat gebruikt is normaal. Dit wijst niet op een risico of een fout. Het zal na verloop van tijd stoppen.
- Een oranjekleurige vlam is normaal. Dit wordt door stof in de lucht, overgelopen vloeistoffen etc. veroorzaakt.
- Als de vlam van de brander per ongeluk uit gaat, schakel dan de keuzeknop van de brander uit en wacht minstens 1 minuut voordat u de brander opnieuw ontsteekt.
- Enkele seconden na het uitschakelen kunt u geluiden, zoals een licht geklik uit de brander horen. Dit is niet ongebruikelijk, maar wijst erop dat de beveiliging is gedeactiveerd.
- Houd de elektrische vonkontstekingen schoon. Wanneer de elektrische vonkontstekingen verontreinigd zijn, dan wordt de ontsteker beschadigd. Reinig de elektrische vonkontstekingen regelmatig met een klein metaalvrij penseel. Zorg ervoor dat de elektrische vonkontstekingen niet worden blootgesteld aan harde stoten.
Pagina 18
nl Kookplaat bedienen
9.3 Kookplaat bedienen
De gasbrander kunt u als volgt ontsteken.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brand!
Ontsnappend gas kan in brand vliegen.
- Wanneer de brander na 15 seconden niet ontsteekt, zet de bedieningsknop dan op de nulstand en open de deur of het raam van de ruimte. Wacht minstens één minuut voordat u de brander opnieuw probeert te ontsteken.
- Als de vlam per ongeluk tijdens het gebruik uitgaat, de bedieningsknop op de nulstand draaien. Wacht minstens één minuut voordat u de brander opnieuw probeert te ontsteken.
LET OP!
De brander ontsteekt eventueel niet of de brandervlam is niet gelijkmatig.
- Ervoor zorgen dat de kookplaatbranders schoon en droog zijn.
- De branderkelk en het branderdeksel moeten exact op hun plaats zitten.
De brander kan per ongeluk doven.
- Als de vlam van de brander per ongeluk uitgaat, de keuzeknop van de brander uitschakelen en minstens 1 minuut wachten voordat u de brander opnieuw ontsteekt.
- 1. Open de bovenste afdekking van het fornuis. Deze afdekking moet open zijn zolang de kookplaat wordt gebruikt.
- 2. Geschikt kookgerei op de pannenhouder plaatsen. → "Geschikte pannen", Pagina 17
- 3. De keuzeschakelaar voor de gewenste brander indrukken en op de ontstekingsstand zetten.
- Het ontsteken begint.
- 4. De kookplaatschakelaar indrukken en gedurende ca. 1-3 seconden ingedrukt houden.
- Het gas begint naar buiten te stromen en de gasbrander gaat branden.
- De ontstekingsbeveiliging wordt zo geactiveerd. Als de gasvlam uit gaat, wordt de gastoevoer automatisch onderbroken door de ontstekingsbeveiliging.
- 5. Stel de gewenste vlamgrootte in.
Tussen uit en is de vlam niet stabiel. Daarom altijd een instelling tussen grote en kleine vlam kiezen.
- 6. Controleer of de vlam brandt.
Wanneer de vlam niet brandt, de stappen herhalen.
- 7. Voor het uitschakelen van de gasbrander:
‒ De kookplaatkeuzeschakelaar naar rechts op draaien.
9.4 Apparaat met de hand ontsteken
Opmerking: Bij een stroomuitval kunt u de brander ook met de hand ontsteken.
- 1. Geschikt kookgerei op de pannenhouder plaatsen.
- 2. De keuzeschakelaar van de gekozen brander indrukken en naar links in de gewenste kookstand draaien. De keuzeschakelaar ingedrukt houden.
- 3. De brander met een gasaansteker of een lucifer aansteken. De keuzeschakelaar na het ontsteken enkele seconden ingedrukt houden.
9.5 Insteladvies voor het koken
Hier krijgt u een overzicht van verschillende gerechten en de bijbehorende kookstanden.
Opmerkingen
- De bereidingstijd varieert afhankelijk van de soort, het gewicht, de dikte en de kwaliteit van de gerechten.
- Voor elke kookplaat de juiste pangrootte kiezen. De diameter van de bodem van de pan dient overeen te komen met de grootte van de kookplaat.
- Gebruik zo weinig mogelijk water bij de bereiding, zodat vitamines en mineralen behouden blijven.
- Gebruik zo weinig mogelijk water bij de bereiding, zodat vitamines en mineralen behouden blijven.
- Kies korte kooktijden zodat groente beetgaar en rijk aan voedingsstoffen blijft.
| Voorbeeld | Gerecht | Kookplaat | Kookstand |
|---|---|---|---|
| Smelten | Chocolade, boter, margarine | Spaarbrander | Kleine vlam |
| Opwarmen | Bouillon, groenteconserven | Normale brander | Kleine vlam |
| Opwarmen en warmhouden | Soep | Spaarbrander | Kleine vlam |
| Stomen* | Vis | Normale brander | Tussen grote en kleine vlam |
| Stomen* | Aardappels en overige groenten, vlees | Normale brander | Tussen grote en kleine vlam |
| Koken* | Rijst, groente, vleesgerechten (met saus) | Normale brander | grote vlam |
| Gebraad | Pannenkoeken, aardappels, schnitzels, vissticks | Grote brander** Wokbrander** | Tussen grote en kleine vlam Tussen grote en kleine vlam |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 18)
Opmerking:
Aanwijzingen
* Gebruikt u een pan met deksel, schakel dan naar een kleinere vlam zodra het gerecht begint te koken.
** Optioneel. Beschikbaar bij enkele apparaten. Afhankelijk van het apparaattype. (Voor het braden op de wokbrander adviseren wij u een wokpan te gebruiken.)
Pagina 19
De Bediening in essentie nl
10 De Bediening in essentie
10.1 Inschakelen van het apparaat
- De functiekeuzeknop op een stand buiten de nulstand draaien.
- Het apparaat is ingeschakeld.
10.2 Apparaat uitschakelen
- De functiekeuzeknop op de nulstand draaien.
- Het apparaat is uitgeschakeld.
10.3 Verwarmingsmethoden en temperatuur
- 1. Met de functiekeuzeknop de verwarmingsmethode instellen.
- 2. Met de temperatuurkeuzeknop de temperatuur of grillstand instellen.
- Na enkele seconden begint het apparaat op te warmen.
- 3. Schakel het apparaat uit wanneer het gerecht klaar is.
Tips
- De meest geschikte verwarmingsmethode voor uw gerechten vindt u in de beschrijving van de verwarmingsmethoden.
- U kunt op het apparaat ook de tijdsduur en het einde van de werking instellen.
→ "Tijdfuncties", Pagina 19
Verwarmingsmethode wijzigen
U kunt de verwarmingsmethode altijd wijzigen.
- Met de functiekeuzeknop de gewenste verwarmingsmethode instellen.
Temperatuur wijzigen
U kunt de temperatuur altijd wijzigen.
- Met de temperatuurkeuzeknop de gewenste temperatuur instellen.
11 Snel voorverwarmen
Om tijd te sparen, kunt u met de functie snel voorverwarmen de opwarmingsduur verkorten.
Gebruik snel voorverwarmen alleen bij ingestelde temperaturen van boven de 100 °C.
Na het snel voorverwarmen het best volgende verwarmingsmethoden gebruiken:
3D‑hetelucht
- Boven- en onderwarmte
11.1 Snelvoorverwarming instellen
Om een gelijkmatig bereidingsresultaat te krijgen, de gerechten pas na het snel voorverwarmen in de binnenruimte plaatsen.
- 1. Snel voorverwarmen met de functiekeuzeknop instellen.
- 2. De gewenste temperatuur met de temperatuurknop instellen.
- Na enkele seconden start het snel voorverwarmen.
- Als het snel voorverwarmen eindigt, klinkt een signaal en dooft de indicatie voor voorverwarmen.
- 3. Een geschikte verwarmingsmethode met de functiekeuzeknop instellen.
- 4. Het gerecht in de binnenruimte plaatsen.
12 Tijdfuncties
Uw apparaat beschikt over verschillende tijdfuncties waarmee u de werking kunt sturen.
12.1 Overzicht van de tijdfuncties
Met de toets de verschillend tijdfuncties kiezen.
| Tijdfunctie | Gebruik |
|---|---|
| Timer | De timer kan onafhankelijk van de werking worden ingesteld. Hij beïnvloedt het apparaat niet. |
| Tijdsduur | Wanneer voor de werking een tijdsduur werd ingesteld, dan houdt het apparaat na het verstrijken van de tijdsduur automatisch op met verwarmen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 19)
| Tijdfunctie | Gebruik |
|---|---|
| Einde | Voor de tijdsduur kan men een tijd instellen, waarop de werking eindigt. Het apparaat start automatisch zodat de werking op het gewenste tijdstip eindigt. |
| Tijd | Tijd instellen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 19)
12.2 Timer instellen
De timer loopt onafhankelijk van de werking. De timer kan bij in- of uitgeschakeld apparaat worden ingesteld tot maximaal 23 uur en 59 minuten worden ingesteld. De timer heeft een eigen signaal zodat men kan horen of de timer of een tijdsduur is verstreken.
Opmerking: De time en een tijdsduur kunnen niet tegelijk lopen. Wanneer er al een tijdsduur is ingesteld, dan kan de timer niet worden ingesteld.
Pagina 20
nl Tijdfuncties
- 1. zo vaak indrukken tot op het display is gemarkeerd.
- 2. Stel de timertijd in met de knop of .
| Knop | Aanbevolen waarde |
|---|---|
| 5 minuten | |
| 10 minuten |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 20)
Tot 10 minuten kan de timertijd worden ingesteld in stappen van 30 seconden. Daarna worden de tijdstappen groter, naarmate de waarde hoger is.
- Na enkele seconden start de timer en loopt de timertijd af.
- Wanneer de timertijd is verstreken, klinkt een signaal en op het display staat de timertijd op nul.
- 3. Na het verstrijken van de timertijd:
‒ Druk op een willekeurige toets om de timer uit te schakelen.
Timer wijzigen
De timertijd kan te allen tijde worden gewijzigd. Vereiste: Op het display is gemarkeerd.
- De timertijd met de toets of wijzigen.
- Na enkele seconden wordt de wijziging door het apparaat overgenomen.
Timer afbreken
De timertijd kan te allen tijden worden afgebroken. Vereiste: Op het display is gemarkeerd.
- De timertijd met de toets weer op nul zetten.
- Na enkele seconden wordt de wijziging door het apparaat overgenomen en gaat uit.
12.3 Tijdsduur instellen
De tijdsduur voor de werking kan tot maximaal 23 uur en 59 minuten worden ingesteld.
Vereiste: Een verwarmingsmethode en een temperatuur of stand zijn ingesteld.
- 1. zo vaak indrukken tot op het display is gemarkeerd.
- 2. Met de toets of de tijdsduur instellen.
| Extra programma | Aanbevolen waarde |
|---|---|
| 10 minuten | |
| 30 minuten |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 20)
De tijdsduur kan tot een uur worden ingesteld in stappen van een minuut, daarna in stappen van 5 minuten.
- Na enkele seconden begint het apparaat op te warmen en de duur verstrijkt.
- Als de tijdsduur verstreken is, klinkt een signaal en op het display staat de tijdsduur op nul.
- 3. Wanneer de tijdsduur afgelopen is:
‒ Druk op een willekeurige knop om het signaal voortijdig te beëindigen.
‒ Om opnieuw een tijdsduur in te stellen, op de knop drukken.
‒ Schakel het apparaat uit wanneer het gerecht klaar is.
Tijdsduur wijzigen
De tijdsduur kan te allen tijde worden gewijzigd. Vereiste: Op het display is gemarkeerd.
- De tijdsduur met de knop of wijzigen.
- Na enkele seconden wordt de wijziging door het apparaat overgenomen.
Tijdsduur afbreken
De tijdsduur kan te allen tijde worden afgebroken. Vereiste: Op het display is gemarkeerd.
- De tijdsduur met de knop weer op nul zetten.
- Na enkele seconden neemt het apparaat de wijziging over en wordt zonder tijdsduur verder opgewarmd.
12.4 Einde instellen
Het tijdstip waarop de tijdsduur afloopt, kan tot 23 uur en 59 minuten worden verschoven.
Opmerkingen
- Bij verwarmingsmethoden met grillfunctie kan het einde niet worden ingesteld.
- Om een goed bereidingsresultaat te verkrijgen, het einde niet meer verschuiven als de werking eenmaal is gestart.
- Om te voorkomen dat levensmiddelen bederven, dient u ze niet te lang in de binnenruimte te laten staan.
Vereisten
- Een verwarmingsmethode en een temperatuur of stand zijn ingesteld.
- Er is een tijdsduur ingesteld.
- 1. zo vaak indrukken tot op het display is gemarkeerd.
- 2. Druk op knop of .
- Op het display wordt het berekende einde weergegeven.
- 3. Het einde met de knop of verschuiven.
- Na enkele seconden neemt het apparaat de instelling over en het display toont het ingestelde einde.
- Als de berekende starttijd is bereikt, begint het apparaat op te warmen en de tijdsduur verstrijkt.
- Als de tijdsduur verstreken is, klinkt een signaal en op het display staat de tijdsduur op nul.
- 4. Wanneer de tijdsduur afgelopen is:
‒ Druk op een willekeurige knop om het signaal voortijdig te beëindigen.
‒ Om opnieuw een tijdsduur in te stellen, op de knop drukken.
‒ Schakel het apparaat uit wanneer het gerecht klaar is.
Eindtijd veranderen
Om een goed bereidingsresultaat te verkrijgen, kan het ingestelde einde alleen worden gewijzigd als de werking start en de tijdsduur verstrijkt.
Vereiste: Op het display is gemarkeerd.
- Het einde met de knop of verschuiven.
- Na enkele seconden wordt de wijziging door het apparaat overgenomen.
Einde afbreken
Het ingestelde einde kan te allen tijde worden gewist. Vereiste: Op het display is gemarkeerd.
Pagina 21
Kinderslot nl
- Het einde met de knop naar de actuele tijd plus ingestelde tijdsduur terugzetten.
- Na enkele seconden neemt het apparaat de wijziging over en begint het apparaat op te warmen. De tijdsduur loopt af.
12.5 Tijd instellen
Na het aansluiten van het apparaat of na een stroomonderbreking knippert de tijd op het display. De tijd start bij "12:00" uur. De actuele tijd instellen.
Vereiste: De functiekeuzeknop dient in de nulstand te staan.
- 1. Stel de tijd in met of .
- 2. Druk op .
- Het display toont de ingestelde tijd.
13 Kinderslot
Het apparaat beveiligen, zodat kinderen het niet per ongeluk inschakelen of instellingen wijzigen.
Opmerking: Na een stroomonderbreking is het kinderslot niet meer actief.
13.1 Kinderslot activeren en deactiveren
Vereiste: De functiekeuzeknop dient in de nulstand te staan.
- Om het kinderslot te activeren, de toets ingedrukt houden tot op het display verschijnt.
‒ Om het kinderslot te deactiveren, de toets ingedrukt houden tot op het display dooft.
14 Reiniging en onderhoud
Reinig en onderhoud uw apparaat zorgvuldig om er voor te zorgen dat het lang goed blijft werken.
14.1 Reinigingsmiddelen
Gebruik geen ongeschikte reinigingsmiddelen, zodat de verschillende oppervlakken van het apparaat niet beschadigd raken.
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Binnendringend vocht kan een elektrische schok veroorzaken.
- Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken om het apparaat te reinigen.
LET OP!
Ongeschikte reinigingsmiddelen beschadigen de oppervlakken van het apparaat.
- Gebruik geen agressieve of schurende reinigingsmiddelen.
Geschikte schoonmaakmiddelen
Gebruik alleen geschikte reinigingsmiddelen voor de verschillende oppervlakken van uw apparaat.
- Gebruik geen sterk alcoholhoudende reinigingsmiddelen.
- Gebruik geen harde schuursponsjes of afwassponsjes.
- Gebruik geen speciale reinigingsmiddelen wanneer het apparaat nog warm is.
Gebruik van ovenreiniger in de warme binnenruimte leidt tot beschadiging van het email.
- Gebruik geen ovenreiniger in de warme binnenruimte.
- Vóór het opnieuw opwarmen de resten uit de binnenruimte en van de apparaatdeur volledig verwijderen.
Nieuwe vaatdoekjes bevatten resten van de productie.
- Nieuwe vaatdoekjes voor het gebruik grondig uitwassen.
Houd de handleiding aan voor het reinigen van het apparaat.
→ "Reiniging van het apparaat", Pagina 23
Apparaat
| Oppervlak | Geschikte schoonmaakmiddelen | Aanwijzingen |
|---|---|---|
| RVS | • Warm zeepsop • Speciale RVS-verzorgingsmiddelen voor warme oppervlakken | Om corrosie te voorkomen kalk-, vet-, zetmeel- en eiwitvlekken op roestvaststalen oppervlakken onmiddellijk verwijderen. Verzorgingsmiddel voor roestvaststaal dun aanbrengen. |
Pagina 22
nl Reiniging en onderhoud
| Oppervlak | Geschikte schoonmaakmiddelen | Aanwijzingen |
|---|---|---|
| Email, kunststof, gelakte of van zeefdruk voorziene oppervlakken bijv. bedieningspaneel | • Warm zeepsop | Gebruik geen glasreiniger of schraper voor vitrokeramische kookplaat. |
| Knoppen | • Warm zeepsop | Met een schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek nadrogen. Niet afnemen en niet schuren. |
| Gasbrander en pannendragers | • Warm zeepsop | Reinig de branderonderdelen en de pannendragers met een schoonmaakdoekje. Gebruik hierbij weinig water. Het water mag niet door de brandercomponenten in het binnenste van het apparaat komen. Niet in de vaatwasser reinigen. |
| Ovenlade | • Warm zeepsop | Met een schoonmaakdoekje reinigen. |
| Apparaatbedekking | ||
| Gebied | Geschikte schoonmaakmiddelen | Aanwijzingen |
| Ruiten van de deur | • Warm zeepsop | Gebruik geen schraper of rvs-schuursponsje. Tip: Voor een grondige reiniging de deurruiten demonteren. → "Apparaatdeur", Pagina 25 |
| Deurafscherming | • Van roestvaststaal: RVS-reiniger: • Van kunststof: Warm zeepsop | Gebruik geen glasreiniger of schraper voor vitrokeramische kookplaat. Tip: Verwijder voor een grondigere reiniging de afdekplaat van het deksel. → "Apparaatdeur", Pagina 25 |
| Deurgreep | • Warm zeepsop | Om hardnekkige verontreinigingen te vermijden, het ontkalkingsmiddel direct van de deurgreep verwijderen. |
| Deurafdichting | • Warm zeepsop | Niet afnemen en niet schuren. |
| Bovenste glasafdekking | • Glasreiniger | Met een zachte doek schoonmaken. Tip: Voor een grondige reiniging de glazen afdekplaat verwijderen. → "Bovenste afdekking", Pagina 28 |
| Kookplaat | ||
| Gebied | Geschikte schoonmaakmiddelen | Aanwijzingen |
| Geëmailleerde oppervlakken | • Warm zeepsop • Azijnwater • Ovenreiniger | Bij sterke verontreiniging inweken en een borstel of RVS-spiraalspons gebruiken. Om ervoor te zorgen dat de kookplaat nat het reinigen kan drogen, de apparaatbedekking open laten. Opmerkingen • Email wordt bij zeer hoge temperaturen ingebrand, waardoor er kleine kleurverschillen ontstaan. De werking van het apparaat wordt daardoor niet beïnvloed. • De smalle randen van de bakplaten kunnen niet volledig worden geëmailleerd en kunnen ruw zijn. De bescherming tegen corrosie blijft hierbij intact. • Door resten van voedingsmiddelen ontstaat er een witte afzetting op de emaille oppervlakken. Deze aanslag is niet schadelijk voor de gezondheid. De werking van het apparaat wordt daardoor niet beïnvloed. U kunt de aanslag met citroenzuur verwijderen. |
| Zelfreinigende oppervlakken | - | Handleiding voor de zelfreinigende oppervlakken aanhouden. → "Zelfreinigende oppervlakken in de binnenruimte schoonmaken", Pagina 23 |
| Glazen kapje op de ovenlamp | • Warm zeepsop | Gebruik bij sterke verontreiniging ovenreiniger. |
Pagina 23
Reiniging en onderhoud nl
| Gebied | Geschikte schoonmaakmiddelen | Aanwijzingen |
|---|---|---|
| Rekjes | • Warm zeepsop | Bij sterke verontreiniging inweken en een borstel of RVS-spiraalspons. Tip: Voor het reinigen de rekjes verwijderen. → "Rekjes", Pagina 25 |
| Toebehoren | • Warm zeepsop • Ovenreiniger | Bij sterke verontreiniging inweken en een borstel of RVS-spiraalspons gebruiken. Geëmailleerde accessoires kunnen in de vaatwasser worden gedaan. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 23)
14.2 Reiniging van het apparaat
Reinig, om beschadiging van het apparaat te voorkomen, het apparaat uitsluitend zoals aangegeven en met geschikte reinigingsmiddelen.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik worden het apparaat en haar onderdelen die men kan aanraken heet.
- Wees voorzichtig om het aanraken van verwarmingselementen te voorkomen.
- Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit de buurt worden gehouden.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brand!
Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen in brand vliegen.
- Voor gebruik dient u de binnenruimte, de verwarmingselementen en de accessoires vrij te maken van grove verontreiniging.
Vereiste: Houd de aanwijzingen voor het gebruik van de reinigingsmiddelen aan.
→ "Reinigingsmiddelen", Pagina 21
- 1. Reinig het apparaat met warm zeepsop en een schoonmaakdoekje.
‒ Voor sommige oppervlakken kunt u alternatieve reinigingsmiddelen gebruiken.
→ "Geschikte schoonmaakmiddelen", Pagina 21
- 2. Drogen met een zachte doek.
14.3 Bedieningselementen reinigen
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Binnendringend vocht kan tot elektrische schokken leiden.
- De bedieningsknop er niet aftrekken voor het schoonmaken.
- Gebruik geen natte vaatdoekjes.
- 1. De informatie over de reinigingsmiddelen in acht nemen.
- 2. Met een vochtig vaatdoekje en heet zeepsop reinigen.
- 3. Met een zachte doek nadrogen.
14.4 Zelfreinigende oppervlakken in de binnenruimte schoonmaken
De achterwand in de binnenruimte is zelfreinigend. De zelfreinigende oppervlakken zijn voorzien van een laagje poreus, mat keramiek en hebben een ruw oppervlak. Wanneer het apparaat in gebruik is, nemen de zelfreinigende oppervlakken vetspetters van het bakken, braden of grillen op en breken ze af. Wanneer de zelfreini-
gende oppervlakken zich tijdens het gebruik niet meer voldoende reinigen, warm de binnenruimte dan gericht op.
LET OP!
Als de zelfreinigende oppervlakken niet regelmatig worden gereinigd, kan dit leiden tot schade aan de oppervlakken.
- Als op de zelfreinigende oppervlakken donkere vlekken zichtbaar zijn, de ovenruimte opwarmen.
- Geen ovenreiniger of schurende reinigingsmiddelen gebruiken. Wanneer er per ongeluk ovenreiniger op de zelfreinigende oppervlakken terechtkomt, direct afdeppen met water en een vaatdoekje. Niet wrijven.
- 1. Haal de accessoires en vormen uit de binnenruimte.
- 2. De rekjes losmaken en uit de binnenruimte nemen. → "Rekjes", Pagina 25
- 3. Grove verontreinigingen met een heet sopje en een zachte doek reinigen:
- van de gladde emaille oppervlakken
- van de binnenkant van de apparaatafdekking
- van de glazen afscherming van de ovenlamp Zo voorkomt u hardnekkige vlekken.
- 4. Voorwerpen uit de binnenruimte verwijderen. De binnenruimte moet leeg zijn.
- 5. 3D-heteluchtfunctie met de functiekeuzeknop instellen.
- 6. Stel de maximale temperatuur in met de temperatuurknop.
- Na enkele seconden begint het apparaat op te warmen.
- 7. Het apparaat na 1 uur uitschakelen.
- 8. Wanneer het apparaat afdoende is afgekoeld, de binnenruimte met een vochtige doek afnemen. Opmerking: Op de zelfreinigende oppervlakken kunnen er roodachtige vlekken ontstaan. Dat is geen roest, maar het zijn resten van gerechten die zout bevatten. Voedingsbestanddelen zoals suiker en eiwit worden door de oppervlaktecoating niet afgebroken en kunnen aan het oppervlak vastplakken. Deze vlekken zijn niet schadelijk voor de gezondheid en hebben geen invloed op het reinigende vermogen van de zelfreinigende oppervlakken.
- 9. De rekjes inhangen.
→ "Rekjes", Pagina 25
14.5 Verkleuring van de branders
Na lang gebruik verkleuren de branderonderdelen van messing door natuurlijke oxidatie donker. De verkleuringen hebben geen invloed op het gebruik.
Pagina 24
nl Reinigingsondersteuning
14.6 Pannenhouder met de hand reinigen
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Het apparaat wordt heet tijdens het gebruik.
- Het apparaat voor het schoonmaken laten afkoelen.
- 1. De pannenhouder voorzichtig verwijderen.
- 2. De pannenhouder in de afwasbak laten inweken.
- 3. De pannenhouder met een afwasborstel en afwasmiddel reinigen.
- 4. De pannenhouder met helder water afspoelen.
- 5. De pannenhouder met een theedoek afdrogen.
14.7 Reinigingsgel voor ingebrande verontreinigingen gebruiken
Voor hardnekkig ingebrand vuil kunt u in onze onlineshop, bij uw vakhandel of bij onze servicedienst een reinigingsgel bestellen.
- 1. De aanwijzingen op het reinigingsmiddel in acht nemen.
- 2. De pannenhouders en de branderonderdelen verwijderen.
- 3. LET OP!
De reinigingsgel leidt op branderonderdelen, de bedieningselementen en aluminium oppervlakken tot schade.
- De reinigingsgel alleen op de pannenhouder en roestvrijstalen oppervlakken gebruiken.
De reinigingsgel op de ingebrande verontreinigingen aanbrengen.
- 4. Zo nodig 's nachts laten inwerken.
14.8 Roestvrijstalen oppervlakken reinigen
- 1. De informatie over de reinigingsmiddelen in acht nemen.
- 2. Met een vaatdoekje en warm zeepsop in slijprichting reinigen.
- 3. Met een zachte doek nadrogen.
- 4. Het schoonmaakmiddel voor roestvrij staal heel dun opbrengen met een zachte doek.
Tip: Het schoonmaakmiddel voor roestvrij staal is verkrijgbaar bij de klantenservice of in de online-shop.
14.9 Brander reinigen
Na lang gebruik verkleuren de branderonderdelen van messing door natuurlijke oxidatie donker. De verkleuringen hebben geen invloed op het gebruik.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Het apparaat wordt heet tijdens het gebruik.
- Het apparaat voor het schoonmaken laten afkoelen.
- 1. De pannenhouder voorzichtig verwijderen.
- 2. De branderonderdelen voorzichtig verwijderen.
- 3. De branderonderdelen met een afwasborstel en afwasmiddel reinigen.
- 4. De branderonderdelen met schoon water afspoelen.
- 5. De branderonderdelen voor het plaatsen volledig laten drogen, anders kunnen er storingen bij het ontsteken of tijdens het gebruik optreden.
14.10 Kookzone-knoppen reinigen
Reinig de kookzone-knoppen na het gebruik als er zich vuil of vlekken op bevinden.
Opmerking:
- Houd de aanwijzingen omtrent ongeschikte reinigingsmiddelen aan.
- Geen schraper voor de vitrokeramische kookplaat gebruiken.
- Gebruik geen reinigingsmiddel voor vitrokeramische kookplaten.
- De kookzone-knoppen niet verwijderen.
- 1. De kookzone-knoppen schoonmaken met warm zeepsop en een zachte doek.
- De doek goed uitwringen. De doek mag niet te nat zijn.
- Nieuwe vaatdoekjes voor het gebruik grondig uitwassen.
- 2. Met een zachte doek nadrogen.
15 Reinigingsondersteuning
De reinigingsondersteuning is een snel alternatief voor de reiniging van de binnenruimte tussendoor. De reinigingsondersteuning verdampt zeepsop en maakt op deze manier het vuil los. Zo kan vuil gemakkelijker worden verwijderd.
15.1 Reinigingsondersteuning instellen
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Door water in de hete binnenruimte kan hete waterdamp ontstaan.
- Nooit water in de hete binnenruimte gieten.
Vereiste: De binnenruimte dient volledig afgekoeld te zijn.
- 1. Verwijder de accessoires uit de binnenruimte.
- 2. Een druppel afwasmiddel met 0,4 l water mengen en in het midden op de bodem van de binnenruimte gieten.
Geen gedestilleerd water gebruiken.
- 3. Stel met de functiekeuzeknop de verwarmingsmethode Onderwarmte in.
- 4. Met de temperatuurknop 80 °C instellen.
- 5. zo vaak indrukken tot op het display is gemarkeerd.
- 6. De duur met of op 4 minuten instellen.
- Na enkele seconden begint het apparaat op te warmen en de duur verstrijkt.
- Als de tijdsduur verstreken is, klinkt een signaal en op het display staat de tijdsduur op nul.
- 7. Schakel het apparaat uit en laat het ca. 20 minuten afkoelen.
15.2 Binnenruimte na gebruik reinigen
LET OP!
Als de binnenruimte te lang vochtig blijft, ontstaat er corrosie.
- Na de reinigingsondersteuning de binnenruimte uitvegen en volledig laten drogen.
Pagina 25
Rekjes nl
Vereiste: De binnenruimte is afgekoeld.
- 1. De deur van het apparaat openen en het restwater met een goed opnemende sponsdoek opnemen.
- 2. Gladde oppervlakken in de binnenruimte reinigen met een schoonmaakdoekje of zachte borstel. Verwijder hardnekkige resten met een schuursponsje van roestvrij staal.
- 3. Kalkranden verwijderen met een in azijn gedrenkte doek. Met schoon water afnemen en met een zachte doek ook onder de deurafdichting droogwrijven.
- 4. Als de binnenruimte voldoende is gereinigd: ‒ Om de binnenruimte te laten afkoelen, de deur van het apparaat in ca. 30° grendelstand ca. 1 uur openen.
‒ Om de binnenruimte sneller te drogen, het apparaat met geopende deur ca. 5 minuten met 3D-hetelucht en 50 °C opwarmen.
16 Rekjes
Om de rekjes en de binnenruimte grondig te reinigen kunnen deze worden verwijderd.
16.1 Rekjes verwijderen
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
De rekjes kunnen zeer heet zijn.
- Raak de rekjes nooit aan wanneer ze heet zijn.
- Laat het apparaat afkoelen.
- Houd kinderen op een veilige afstand.
- 1. Het rekje aan de voorkant naar boven tillen en losmaken.
- 2. Daarna het hele rekje naar voren drukken en verwijderen.
17 Apparaatdeur
Normaal gesproken is het voldoende wanneer u de buitenkant van de apparaatdeur reinigt. Wanneer de apparaatdeur van buiten en van binnen sterk is verontreinigd, dan kun u de apparaatdeur verwijderen en reinigen.
16.2 Rekjes inhangen
- 1. Het rekje eerst in de achterste bus steken, iets naar achteren drukken
- 2. en in de voorste bus steken.
De rekjes passen links en rechts. De inschuifhoogten 1 en 2 bevinden zich onder, de inschuifhoogten 3, 4 en 5 boven.
Pagina 26
nl Apparaatdeur
17.1 Deurscharnieren
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Wanneer de scharnieren niet geborgd zijn, kunnen ze met grote kracht dichtklappen.
- Zorg ervoor dat wanneer u de apparaatdeur opent dat de blokkeerhendels volledig gesloten of volledig geopend zijn.
- 1. De scharnieren van de ovendeur zijn alle voorzien van een blokkeerhendel. Wanneer de blokkeerhendels zijn dichtgeklapt dan is de ovendeur beveiligd.
Deze kan dan niet worden verwijderd.
- 2. Wanneer de blokkeerhendels voor het verwijderen van de ovendeur opengeklapt zijn dan zijn de scharnieren beveiligd.
De scharnieren kunnen niet dichtklappen.
17.2 Apparaatdeur verwijderen
- 1. De ovendeur volledig openen.
- 2. De blokkeerhendel op het linker en rechter scharnier opklappen.
- 3. De ovendeur tot de aanslag sluiten. Met beide handen links en rechts vastpakken. Nog wat verder sluiten en eruit trekken.
17.3 Deurruiten verwijderen
Voor een betere reiniging kunt u de ruiten van de ovendeur demonteren.
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Wanneer er krassen op het glas van de apparaatdeur zitten, kan dit barsten.
- Gebruik geen scherp of schurend reinigingsmiddel of scherpe metalen schraper voor het reinigen van het glas van de ovendeur omdat dit het oppervlak kan beschadigen.
De componenten in de apparaatdeur kunnen scherpe randen hebben.
- Gebruik handschoenen.
- 1. De ovendeur verwijderen.
→ "Apparaatdeur verwijderen", Pagina 26
- 2. Met de greep naar onderen op een doek leggen.
- 3. Voor het demonteren van de bovenste afdekking de ovendeur links en rechts met de vingers het lipje indrukken. De afdekking er uit trekken en verwijderen.
- 4. Bovenste ruit optillen en er uit trekken.
Pagina 27
Apparaatdeur nl
- 5. De ruit optillen en er uit trekken.
17.4 Deurruiten inbouwen
Let er bij het inbouwen op dat linksonder de tekst "right above" niet ondersteboven staat.
- 1. De ruit schuin naar achteren inschuiven.
- 2. De bovenste ruit vasthouden aan de beide grepen en schuin naar achteren inschuiven.
De ruit in de beide openingen aan de onderkant invoeren. Het gladde vlak van de ruit moet zich aan de buitenkant bevinden.
- 3. De afscherming op de bovenkant van de ovendeur plaatsen en aandrukken.
De lipjes moeten aan beide kanten goed vastzitten.
- 4. Ovendeur inhangen.
→ "Apparaatdeur inhangen", Pagina 27
Opmerking: De oven pas gebruiken als de ruiten correct zijn ingebouwd.
17.5 Apparaatdeur inhangen
De ovendeur in de omgekeerde volgorde weer inbrengen.
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
De ovendeur kan er onbedoeld uitvallen of een scharnier kan plotseling dichtklappen.
- In dit geval niet aan het scharnier vasthouden. Neem contact op met de klantenservice.
- 1. Let er bij het inhangen van de ovendeur op dat beide scharnieren in de openingsrichting worden ingevoerd.
- 2. De keep op het scharnier moet aan beide zijden inklikken.
- 3. Beide blokkeerhendels weer dichtklappen.
- 4. Apparaatdeur sluiten.
17.6 Extra veiligheidsmaatregelen voor de ovendeur
Om contact met de ovendeuren te voorkomen zijn extra veiligheidsinrichtingen beschikbaar. Deze dienen te worden aangebracht wanneer er kinderen in de buurt van de oven kunnen komen. U kunt deze speciale accessoires 11023590 via de servicedienst verkrijgen.
Pagina 28
nl Bovenste afdekking
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Bij langere baktijden kan de ovendeur erg heet worden.
- Houd kinderen in het oog wanneer de oven in gebruik is.
18 Bovenste afdekking
Voor het reinigen de bovenste afdekking verwijderen.
18.1 Bovenste afdekking eraf halen
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Een gekraste bovenste glazen afdekplaat kan breken of versplinteren.
- Gebruik geen schraper voor vitrokeramische kookplaat of schurende reinigingsmiddelen.
Vereiste: Voordat u de bovenste afdekking opent, moet u eerst eventueel gemorst vuil met een doek verwijderen.
- 1. Met beide handen de afdekking aan de zijkanten vasthouden en de afdekking naar boven trekken.
- 2. Gebruik voor het reinigen een glasreiniger.
Opmerking: Wanneer de scharnieren van de afdekking losraken, moet u op de letters op de scharnieren letten. Het scharnier met de letter R rechts en het scharnier met de letter L links monteren.
18.2 Bovenste afdekking inbouwen
- De bovenste afdekking na de reiniging in omgekeerde volgorde weer inbouwen.
Opmerking: Sluit de bovenste afdekking pas als de kookplaat is afgekoeld.
19 Storingen verhelpen
Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de klantenservice de informatie over het verhelpen van storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten.
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
- Alleen geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
- Bel de servicedienst als het apparaat defect is. → "Servicedienst", Pagina 31
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
- Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
- Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.
- Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, moet het ter vermijding van risico's worden vervangen door de fabrikant, de servicedienst of een andere gekwalificeerde persoon.
19.1 Functiestoringen
| Storing | Oorzaak en probleemoplossing |
|---|---|
| Apparaat werkt niet. | Netstekker van de stroomkabel is niet ingestoken. ▶ Apparaat aansluiten op het elektriciteitsnet. |
| De zekering in de zekeringenkast is in werking getreden. ▶ Controleer de zekering in de meterkast. | |
| Stroomvoorziening is uitgevallen. ▶ Controleer of de verlichting van de binnenruimte of andere apparaten functioneren. |