Bosch HXN39AD21, tekst van de handleiding
Pagina's 2–14 van 44 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← begin van de handleidingverder op pagina 15 →
Pagina 1: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 2
nl Veiligheid
Raadpleeg de Digitale Gebruikersgids voor meer informatie.
Inhoudsopgave
GEBRUIKERSHANDLEIDING
- 1 Veiligheid............................................................. 2
- 2 Materiële schade vermijden ............................... 7
- 3 Milieubescherming en besparing....................... 8
- 4 PLAATSEN EN AANSLUITEN............................. 9
- 5 Uw apparaat leren kennen................................ 12
- 6 Accessoires....................................................... 15
- 7 Voor het eerste gebruik .................................... 16
- 8 Kookgerei .......................................................... 17
- 9 Kookplaat bedienen.......................................... 17
- 10 De Bediening in essentie..................................
- 11 Snel voorverwarmen.........................................
- 12 Tijdfuncties........................................................
- 13 Kinderslot ..........................................................
- 14 Reiniging en onderhoud...................................
- 15 Reinigingsondersteuning.................................
- 16 Rekjes ................................................................
- 17 Apparaatdeur.....................................................
- 18 Bovenste afdekking ..........................................
- 19 Storingen verhelpen .........................................
- 20 Transporteren en afvoeren...............................
- 21 Servicedienst.....................................................
- 22 Zo lukt het..........................................................
- 23 MONTAGEHANDLEIDING.................................
23.1 Algemene informatie......................................... 35
1 Veiligheid
Neem de volgende veiligheidsvoorschriften in acht.
2
1.1 Beoogd gebruik
Om het apparaat veilig en op de juiste manier te gebruiken dient u de aanwijzingen over het beoogd gebruik in acht te nemen.
Apparaatklasse: klasse 1
De afbeeldingen in deze handleiding dienen ter informatie.
LET OP! Neem de geldende voorschriften in acht en plaats het apparaat alleen in goed geventileerde ruimtes. Lees de instructies door voordat u het apparaat plaatst en gebruikt. Waarschuwing: het apparaat is uitsluitend bedoeld om te koken. Gebruik het apparaat niet voor andere doeleinden, zoals bijvoorbeeld het verwarmen van de ruimte.
Alleen een bevoegd vakman mag het apparaat aansluiten en het omschakelen naar een ander type gas uitvoeren.
De installatie van het apparaat almede de elektrische- en de gasaansluiting dienen volgens de gebruiksaanwijzing en de montagehandleiding te worden uitgevoerd.
Een verkeerde aansluiting en onjuiste instellingen kunnen leiden tot ernstige ongelukken en schade aan het toestel.
De fabrikant van het apparaat is niet aansprakelijk voor dergelijke schade.
De garantie van het apparaat komt te vervallen.
Apparaten zonder stekker mogen alleen door geschoold personeel worden aangesloten. Bij schade door een verkeerde aansluiting kunt u geen aanspraak maken op garantie.
Gebruik het apparaat uitsluitend als volgt: om voedsel en dranken te bereiden.
onder toezicht. Houd kortstondige kookprocessen ononderbroken in het oog.
voor huishoudelijk gebruik en in gesloten ruimtes binnen de huiselijke omgeving. tot een hoogte van 2000 m boven zeeniveau.
Gebruik het apparaat niet:
op boten of in voertuigen.
als kamerverwarming.
met een externe schakelklok of een afstandsbediening.
Pagina 3
Veiligheid nl
Neem voor de omschakeling naar een ander type gas contact op met de klantenservice. U kunt het apparaat niet met een timer of een afstandsbediening gebruiken.
Accessoires altijd op de juiste manier in de binnenruimte schuiven.
1.2 Inperking van de gebruikers
Dit apparaat kan worden bediend door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met fysieke, sensorische of geestelijke beperkingen of met gebrekkige ervaring en/of kennis, indien zij onder toezicht staan of zijn geïnstrueerd in het veilige gebruik van het apparaat en de daaruit resulterende gevaren hebben begrepen.
Kinderen mogen niet met het apparaat spelen.
Reiniging en gebruikersonderhoud mogen niet worden uitgevoerd door kinderen, tenzij ze 15 jaar of ouder zijn en onder toezicht staan.
Zorg ervoor dat kinderen die jonger zijn dan 8 jaar niet bij het apparaat of de aansluitkabel kunnen komen.
1.3 Veilig gebruik
WAARSCHUWING ‒ Kans op explosie!
Als er gas vrijkomt, kan dat leiden tot een explosie. HOE TE HANDELEN BIJ GASLUCHT OF STORINGEN AAN DE GASINSTALLATIE
- Direct de gastoevoer of het ventiel van de gasfles sluiten.
- Direct open vuur en sigaretten doven.
- Lichtschakelaars en apparaatschakelaars niet meer bedienen.
- Geen stekkers uit het stopcontact trekken.
- In huis geen (mobiele) telefoon gebruiken.
- Ramen openen en de ruimte goed ventileren.
- Telefonisch contact opnemen met de klantenservice of de gasmaatschappij.
Als er gas vrijkomt, kan dat leiden tot een explosie. Geringe gashoeveelheden kunnen zich gedurende een langere tijd ophopen en dan in brand vliegen.
- Veiligheidsventiel aan de gastoevoerleiding sluiten wanneer het apparaat langere tijd niet in gebruik is.
Als er gas vrijkomt, kan dat leiden tot een explosie. Wanneer de fles voor vloeibaar gas niet loodrecht staat, kan het vloeibare propaan/butaan in het apparaat terechtkomen. Er kunnen dan felle steekvlammen uit de branders komen. Onderdelen kunnen beschadigd en na verloop van tijd lek raken, waardoor er op een ongecontroleerde manier gas ontsnapt.
- Flessen voor vloeibaar gas altijd in een loodrechte stand gebruiken.
Als er gas vrijkomt, kan dat leiden tot een explosie. Wanneer de gasdruk in uw gasnet meer dan 20% hoger is dan de op het typeplaatje van het apparaat is aangegeven, dan kan een gaslek ontstaan.
- Gebruik u apparaat voor uw veiligheid absoluut met een geschikte gasregelaar.
- Indien u de gasdruk in uw gasverzorgings-gebied niet weet, kunt u dit bij uw plaatselijke gasleverancier navragen.
- De aansluiting, het onderhoud en de instelling van de gasregelaar moet worden uitgevoerd door een geautoriseerde vakkracht.
WAARSCHUWING ‒ Kans op vergiftiging!
Door het gebruik van het gaskooktoestel ontstaan er warmte, vocht en verbrandingsproducten in de opstellingsruimte.
- Let op voldoende ventilatie van de keuken, met name bij gebruik van het gaskooktoestel.
- Zorg bij intensief en langdurig gebruik van het apparaat voor extra ventilatie om de verbrandingsproducten veilig naar buiten te leiden. Stel bijvoorbeeld bij een bestaande mechanische ventilatie-inrichting een hogere vermogensstand in en zorg tegelijkertijd voor luchtverversing in de opstellingsruimte.
- Voor de installatie van de extra ventilatie-inrichting te rade gaan bij vakkundig personeel.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brand!
Het apparaat wordt heet.
- Nooit brandbare voorwerpen of spuitbussen bewaren in laden direct onder de kookplaat.
- Nooit brandbare voorwerpen, bijv. spuitbussen of reinigingsmiddelen onder het apparaat of in de onmiddellijke nabijheid opslaan of gebruiken.
Pagina 4
nl Veiligheid
Het kookvlak wordt erg heet.
- Nooit brandbare voorwerpen op het kookvlak of in de directe omgeving leggen.
- Nooit voorwerpen op het kookvlak bewaren.
Zonder toezicht koken op kookplaten met vet of olie kan gevaarlijk zijn en brand veroorzaken.
- Verlies hete oliën en vetten daarom nooit uit het oog.
- Nooit proberen om een vuur met water te blussen, maar het apparaat uitschakelen en dan de vlammen bijv. met een deksel of een blusdeken afdekken.
Als de kookplaat wordt afgedekt, kan dat ongelukken veroorzaken, bijvoorbeeld door oververhitting, in brand vliegen of ontploffende materialen.
- Dek de kookplaat niet af.
Het apparaat wordt erg heet. Textiel en andere voorwerpen kunnen in brand vliegen.
- Textiel, bijvoorbeeld kledingstukken of gordijnen uit de buurt van vlammen houden.
- Nooit boven de vlammen grijpen.
- Geen brandbare voorwerpen, bijvoorbeeld theedoeken of tijdschriften, op, naast of achter het apparaat leggen.
Ontsnappend gas kan in brand vliegen.
- Wanneer de brander na 15 seconden niet ontsteekt, zet de bedieningsknop dan op de nulstand en open de deur of het raam van de ruimte. Wacht minstens één minuut voordat u de brander opnieuw probeert te ontsteken.
- Als de vlam per ongeluk tijdens het gebruik uitgaat, de bedieningsknop op de nulstand draaien. Wacht minstens één minuut voordat u de brander opnieuw probeert te ontsteken.
Bij het openen van de apparaatdeur ontstaat er een luchtstroom. Het bakpapier kan dan de verwarmingselementen raken en vlam vatten.
- Plaats nooit bakpapier bij het voorverwarmen en tijdens het bereiden los op het accessoire.
- Bakpapier altijd op maat maken en verzwaren met een vorm.
In de binnenruimte bewaarde brandbare voorwerpen kunnen vlam vatten.
- Bewaar nooit brandbare materialen in de binnenruimte.
De achterkant van het toestel wordt zeer heet.
- Dit kan leiden tot beschadiging van de aansluitleidingen.
- Elektriciteits- en gasleidingen mogen niet met de achterkant van het toestel in aanraking komen.
Levensmiddelen kunnen vuur vatten.
- Er moet toezicht worden gehouden op het kookproces. Een korte procedure moet permanent worden gecontroleerd.
Gasbranders waar geen pan op staat, ontwikkelen tijdens het gebruik grote hitte. Een daarboven aangebrachte afzuigkap kan beschadigd raken of vlam vatten.
- Gasbranders uitsluitend gebruiken wanneer er kookgerei op staat.
Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen in brand vliegen.
- Voor gebruik dient u de binnenruimte, de verwarmingselementen en de accessoires vrij te maken van grove verontreiniging. Oververhitting van het apparaat kan een brand veroorzaken.
- Bouw het apparaat niet in achter een decor- of meubeldeur.
Het gebruik van een verlengd netsnoer en niet-toegestane adapters is gevaarlijk.
- Geen verlengsnoeren of meervoudige stopcontacten gebruiken.
- Alleen door de fabrikant goedgekeurde adapters en netsnoeren gebruiken.
- Wanneer het netsnoer te kort is en er geen langer netsnoer beschikbaar is, neem dan contact op met een elektrospeciaalzaak om de huisinstallatie aan te passen.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Toegankelijke delen kunnen tijdens het gebruik heet worden.
- Kleine kinderen moeten uit de buurt worden gehouden.
Kookplaatbeschermroosters kunnen tot ongevallen leiden.
- Nooit kookplaatbeschermroosters gebruiken.
Accessoires of vormen worden zeer heet.
- Neem hete accessoires en vormen altijd met behulp van een pannenlap uit de binnenruimte.
Wanneer er leeg kookgerei op ingeschakelde gasbranders staat, wordt dit zeer heet.
- Nooit leeg kookgerei verhitten.
Pagina 5
Veiligheid nl
Het apparaat wordt heet tijdens het gebruik.
- Het apparaat voor het schoonmaken laten afkoelen.
In de hete binnenruimte kunnen alcoholdampen vlam vatten.
- Gebruik slechts geringe hoeveelheden drank met een hoog alcoholpercentage.
- Open de apparaatdeur voorzichtig.
Tijdens het gebruik worden het apparaat en haar onderdelen die men kan aanraken heet.
- Wees voorzichtig om het aanraken van verwarmingselementen te voorkomen.
- Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit de buurt worden gehouden.
Toegankelijke plekken kunnen bij gebruik van de grill zeer heet zijn.
- Houd kinderen uit de buurt.
In de hete binnenruimte kunnen alcoholdampen vlam vatten. De apparaatdeur kan openspringen. Er kunnen hete dampen en steekvlammen naar buiten treden.
- Gebruik slechts geringe hoeveelheden drank met een hoog alcoholpercentage.
- Geen alcoholhoudende dranken (≥ 15 % vol.) in onverdunde toestand (bijv. voor het opgieten of overgieten van gerechten) verhitten.
- Apparaatdeur voorzichtig openen.
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
- Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
- Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.
- Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, moet het ter vermijding van risico's worden vervangen door de fabrikant, de servicedienst of een andere gekwalificeerde persoon.
Een beschadigd apparaat of een beschadigd netsnoer is gevaarlijk.
- Nooit een beschadigd apparaat gebruiken.
- Nooit een apparaat met gescheurd of gebroken oppervlak gebruiken.
- Nooit aan het netsnoer trekken, om het apparaat van het elektriciteitsnet te scheiden. Altijd aan de stekker van het netsnoer trekken.
- Wanneer het apparaat of het netsnoer is beschadigd, dan direct de stekker van het
netsnoer uit het stopcontact halen of de zekering in de meterkast uitschakelen en de gastoevoer sluiten.
- Contact opnemen met de servicedienst. → Pagina 31
Binnendringend vocht kan een elektrische schok veroorzaken.
- Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken om het apparaat te reinigen. Bij hete apparaatonderdelen kan de kabelisolatie van elektrische apparaten smelten.
- Zorg ervoor dat de aansluitkabel van elektrische apparaten nooit in contact komt met hete onderdelen van het apparaat.
Een beschadigde isolatie van het netsnoer is gevaarlijk.
- Nooit het aansluitsnoer met hete apparaatonderdelen of warmtebronnen in contact brengen.
- Nooit het aansluitsnoer met scherpe punten of randen in contact brengen.
- Het aansluitsnoer nooit knikken, knellen of veranderen.
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Storingen of beschadigingen aan het apparaat en ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
- Nooit een defect apparaat inschakelen.
- Als het apparaat defect is, haal dan de stekker uit het stopcontact of schakel de zekering in de meterkast uit, sluit de gastoevoer en bel de servicedienst.
- Alleen geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren en beschadigde gasleidingen vervangen.
Niet-passende groottes van het kookgerei, beschadigd of verkeerd gepositioneerd kookgerei kan ernstig letsel veroorzaken.
- De aanwijzingen voor het kookgerei in acht nemen.
Bij het inschakelen van de branders ontstaan vonken aan de ontstekers.
- Raak nooit de ontstekers aan terwijl de brander ontsteekt.
Een gekraste bovenste glazen afdekplaat kan breken of versplinteren.
- Gebruik geen schraper voor vitrokeramische kookplaat of schurende reinigingsmiddelen.
Pagina 6
nl Veiligheid
Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur bewegen de scharnieren zich en kunnen ze klem komen te zitten.
- Kom niet met uw handen bij de scharnieren.
Wanneer er krassen op het glas van de apparaatdeur zitten, kan dit barsten.
- Gebruik geen scherp of schurend reinigingsmiddel of scherpe metalen schraper voor het reinigen van het glas van de ovendeur omdat dit het oppervlak kan beschadigen.
Wordt er tegen de geopende apparaatdeur gestoten, dan kan dit leiden tot lichamelijk letsel.
- Houd de apparaatdeur tijdens gebruik en ook daarna gesloten.
Bepaalde onderdelen in de apparaatdeur kunnen scherpe randen hebben.
- Draag veiligheidshandschoenen.
Het apparaat en de delen ervan die aangeraakt kunnen worden kunnen scherpe randen hebben.
- Wees voorzichtig bij gebruik en reinigen.
- Draag indien mogelijk veiligheidshandschoenen.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik worden de toegankelijke onderdelen heet.
- De hete onderdelen nooit aanraken.
- Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
Bij het openen van de apparaatdeur kan hete stoom vrijkomen. Stoom is afhankelijk van de temperatuur niet altijd zichtbaar.
- Apparaatdeur voorzichtig openen.
- Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
Door water in de hete binnenruimte kan hete waterdamp ontstaan.
- Nooit water in de hete binnenruimte gieten.
WAARSCHUWING ‒ Kans op verstikking!
Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal over het hoofd trekken en hierin verstrikt raken en stikken.
- Verpakkingsmateriaal uit de buurt van kinderen houden.
- Laat kinderen niet met verpakkingsmateriaal spelen.
Kinderen kunnen kleine onderdelen inademen of inslikken en hierdoor stikken.
- Kleine onderdelen uit de buurt van kinderen houden.
- Kinderen niet met kleine onderdelen laten spelen.
WAARSCHUWING ‒ Kantelgevaar!
Wanneer u het apparaat onbevestigd op een sokkel plaatst, dan kan het van de sokkel glijden.
- Bevestig het apparaat stevig aan de sokkel.
- Waarschuwing: breng om het kantelen van het apparaat te verhinderen een compensatie-inrichting aan.
- Houd voor de montage de handleidingen aan.
1.4 Glazen afscherming
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
De glazen afscherming kan door de hitte barsten.
- Schakel vóór het sluiten van de afscherming alle branders uit.
- Wacht tot de oven afgekoeld is voordat u de glazen afdekplaat sluit.
- Voordat u de bovenste afdekking opent, moet u eerst gemorst vuil met een doek verwijderen en de afdekplaat drogen.
1.5 Schuiflade
WAARSCHUWING ‒ Kans op brand!
Het oppervlak van de schuiflade kan erg heet worden.
- Bewaar uitsluitend ovenaccessoires in de lade.
- Bewaar geen ontvlambare en brandbare voorwerpen in de lade in de plint.
Pagina 7
Materiële schade vermijden nl
1.6 Halogeenlamp
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
De lampen in de binnenruimte worden heel heet. Ook enige tijd na het uitschakelen bestaat er nog een risico van verbranding.
- Glazen kapje niet aanraken.
- Tijdens het schoonmaken contact met de huid vermijden.
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Bij vervanging van de lamp staan de contacten van de lampfitting onder spanning.
- Zorg er vóór het vervangen van de lamp voor dat het apparaat is uitgeschakeld, om een mogelijke elektrische schok te voorkomen.
2 Materiële schade vermijden
2.1 Ovenruimte
Houd bij gebruik van de oven de overeenkomstige aanwijzingen in acht.
LET OP!
Als de temperatuur hoger is dan 50°C ontstaat er warmteophoping door voorwerpen op de bodem van de binnenruimte. De bak- en braadtijden kloppen niet meer en het email wordt beschadigd.
- Nooit toebehoren, bakpapier of folie, van welke soort dan ook op de bodem van de binnenruimte leggen.
- Uitsluitend een vorm op de bodem van de binnenruimte plaatsen wanneer een temperatuur van minder dan 50°C ingesteld is.
Door aluminiumfolie aan de deurruit kunnen permanente verkleuringen ontstaan.
- Aluminiumfolie in de binnenruimte mag niet in contact komen met de deurruit.
Wanneer de hete binnenruimte water bevat, ontstaat er waterdamp. Door de temperatuurverandering kan er schade optreden.
- Giet nooit water in de hete binnenruimte.
- Zet nooit servies met water op de bodem van de binnenruimte.
Wanneer er langere tijd vocht aanwezig is in de binnenruimte ontstaat er corrosie.
- Laat na het gebruik de binnenruimte drogen.
- Geen vochtige levensmiddelen gedurende langere tijd in de gesloten binnenruimte bewaren.
- Geen eten in de binnenruimte bewaren.
Wanneer er wordt afgekoeld terwijl de apparaatdeur open staat, raken aangrenzende meubelfronten op den duur beschadigd.
- Na een bereiding met hoge temperaturen de binnenruimte alleen met gesloten deur laten afkoelen.
- Zorg ervoor dat er niets tussen de apparaatdeur beklemd raakt.
- Alleen na gebruik met veel vocht de binnenruimte met open deur laten drogen.
Vruchtensap dat van de bakplaat druppelt, laat vlekken achter die niet meer kunnen worden verwijderd.
- De bakplaat bij zeer vochtig vruchtengebak niet te overvloedig bedekken.
- Gebruik zo mogelijk de diepere braadslede.
Gebruik van ovenreiniger in de warme binnenruimte leidt tot beschadiging van het email.
- Gebruik nooit ovenreiniger in de warme binnenruimte.
- Vóór het opnieuw opwarmen de resten uit de binnenruimte en van de apparaatdeur volledig verwijderen.
Is de afdichting sterk vervuild, dan sluit de deur tijdens het gebruik niet meer goed. De aangrenzende meubelfronten kunnen dan beschadigd raken.
- Zorg ervoor dat de afdichting altijd schoon is.
- Nooit het apparaat met beschadigde afdichting of zonder afdichting gebruiken.
Wanneer de apparaatdeur wordt gebruikt als vlak om iets op te zetten of te leggen kan hij beschadigd raken.
- Niets op de open deur zetten of leggen en niet eraan hangen.
- Geen vormen of accessoires op de apparaatdeur plaatsen.
Wanneer u het apparaat aan de greep van de afdekking draagt of beweegt, dan kan de greep afbreken en schade aan de scharnieren veroorzaken. De greep van de afdekking is niet gemaakt voor het gewicht van het apparaat.
- Draag of beweeg het apparaat niet aan de greep van de afdekking.
Bij het grillen kunnen vanwege de hoge temperaturen de bakplaat of braadslede vervormen en bij het uitnemen de emaillelaag beschadigen.
- De bakplaat of braadslede bij het grillen niet boven hoogte 3 inschuiven.
- Boven hoogte 3 alleen direct op het rooster grillen.
2.2 Kookplaat met gas
Houd bij gebruik van het apparaat de overeenkomstige aanwijzingen in acht.
LET OP!
Hittestuwing kan het apparaat beschadigen.
- De roestvrijstalen plaat nooit afdekken, bijv. met aluminiumfolie of fornuisbeschermfolie.
- Alleen het voorgeschreven toebehoren gebruiken. Door hitte kan schade aan aangrenzende apparaten of meubelen ontstaan. Als het apparaat langere tijd wordt gebruikt, ontstaan hitte en vocht.
- Een venster openen of een naar de open lucht leidende dampafzuiging inschakelen.
Pagina 8
nl Milieubescherming en besparing
Hittestuwing kan het apparaat beschadigen.
- Geen braadsledes, pannen of grillstenen met meerdere branders tegelijkertijd warm maken.
Verkeerde positie van de bedieningsknop leidt tot functiestoringen.
- Als het apparaat niet in gebruik is, de bedieningsknop altijd op de nulstand draaien.
Aluminiumfolie en plastic bakken smelten vast aan de hete kookzones.
- Houd bij speciale bakken de informatie van de fabrikant aan.
- Gebruik geen beschermfolie op de kookplaat. De brander ontsteekt eventueel niet of de brandervlam is niet gelijkmatig.
- Ervoor zorgen dat de kookplaatbranders schoon en droog zijn.
- De branderkelk en het branderdeksel moeten exact op hun plaats zitten.
Voedsel kan overkoken.
- Overgelopen voedsel direct verwijderen.
- Gebruik voor gerechten met veel vloeistof hoge pannen.
- Zo voorkomt u het overkoken.
Binnendringende vloeistof kan schade aan het apparaat veroorzaken.
- De omgeving van het apparaat moet droog en schoon zijn.
- Houd het apparaat en de omgeving ervan na elke reiniging droog en schoon.
- Zorg ervoor dat zich op geen van de oppervlakken van het apparaat nog reinigingsmateriaal, reinigingsmiddel of waterresten bevinden.
De glazen afscherming kan barsten.
- Zorg ervoor dat de glazen afdekplaat niet gesloten is, bijv. door spelende kinderen, wanneer u de kookplaat in gebruik neemt.
De handgrepen of stelen van de pannen kunnen beschadigd raken.
- Plaats de pan precies op het midden van de pandrager van de brander.
- Daardoor wordt de warmte van de brandervlam optimaal aan de panbodem doorgegeven.
- De handgrepen of de stelen worden niet beschadigd en een hoge energiebesparing is gewaarborgd.
De bodems van de pannen kunnen beschadigd raken.
- Het op de kookplaat gebruikte kookgerei moet goed aansluiten.
- Gebruik alleen pannen met een vlakke bodem.
- Verhit geen lege pannen.
Wanneer er harde en puntige voorwerpen op de kookplaat vallen, kan deze beschadigd raken.
- Geen harde of puntige voorwerpen op de kookplaat laten vallen.
Het apparaat niet aan de gasbuis (collector) vasthouden of verplaatsen. Beschadigingen aan de gasbuis kunnen leiden tot gaslekken. De gasbuis is niet gemaakt voor het gewicht van het apparaat.
- Het apparaat niet aan de gasbuis vasthouden of verplaatsen.
Wanneer u etensresten of restvloeistoffen, welke onder de kookzones in de branderzitting binnendringen, met log of andere chemicaliën reinigt, dan kan dit bij de gascomponenten tot schade leiden.
- Wanneer u de etensresten of restvloeistoffen uit de branderzitting verwijdert, gebruik dan geen log of andere effectieve chemicaliën.
2.3 Lade
Houd de betreffende instructies aan wanneer u de lade gebruikt.
LET OP!
Leg geen hete voorwerpen in de lade in de plint. De lade in de plint kan beschadigd raken.
- Leg geen hete voorwerpen in de lade in de plint. Doe geen ovenaccessoires in de lade in de plint die hoger zijn dan de hoogte van de lade. Anders kan er schade aan het apparaat ontstaan.
- Doe geen ovenaccessoires in de lade in de plint die hoger zijn dan de hoogte van de lade.
3 Milieubescherming en besparing
3.1 Afvoeren van de verpakking
De verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en kunnen worden hergebruikt.
- De afzonderlijke componenten op soort gescheiden afvoeren.
3.2 Energie besparen
Als u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt het apparaat minder energie.
Het apparaat alleen voorverwarmen, wanneer het recept of de instellingsadviezen dat aangeven.
- Wanneer u het apparaat niet voorverwarmt, dan bespaart u tot wel 20% energie.
Gebruik donkere, zwart gelakte of geëmailleerde bakvormen.
- Deze bakvormen nemen de hitte bijzonder goed op.
Open de apparaatdeur tijdens de bereiding zo weinig mogelijk.
- De temperatuur in de binnenruimte blijft constant en het apparaat hoeft niet na te verwarmen.
Meerdere gerechten direct achter elkaar of parallel bakken.
- De binnenruimte is na de eerste keer bakken opgewarmd. Hierdoor is de baktijd voor het gebak dat vervolgens wordt gebakken korter.
Pagina 9
Plaatsen en aansluiten nl
Bij langere bereidingstijden het apparaat 10 minuten voor het einde van de bereidingstijd uitschakelen.
- De restwarmte is voldoende om het gerecht verder te bereiden.
Verwijder niet gebruikte accessoires uit de binnenruimte.
- Overtollige accessoires hoeven niet verwarmd te worden.
Laat diepgevroren producten vóór de bereiding ontdooien.
- Hierdoor wordt bespaard op de energie om het voedsel te ontdooien.
Opmerking:
Het apparaat verbruikt in de standby-stand:
max. 1 W bij apparaatvarianten met tijdsweergave op het display max. 0,5 W bij apparaatvarianten zonder tijdsweergave op het display
Energie besparen
Als u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt het apparaat minder energie.
Een brander kiezen die bij de grootte van de pan past. Het kookgerei gecentreerd plaatsen.
Tip: Fabrikanten van kookgerei geven vaak de bovendiameter van de pan aan. Die is dikwijls groter dan de bodemdiameter.
- Niet-passend kookgerei of niet volledig afgedekte kookzones verbruiken veel energie.
Pannen afsluiten met een passend deksel.
- Wanneer u zonder deksel kookt, heeft het apparaat aanzienlijk meer energie nodig.
Deksel zo min mogelijk oplichten.
- Wanneer u het deksel oplicht, ontsnapt er veel energie.
Glazen deksel gebruiken.
- Door het glazen deksel kunt u in de pan kijken zonder het deksel op te lichten.
Pannen met vlakke bodem gebruiken.
- Als de bodem niet vlak is, wordt het energieverbruik hoger.
Gebruik kookgerei dat past bij de hoeveelheid levensmiddel.
Groot kookgerei met weinig product heeft meer energie nodig om op te warmen.
Met weinig water koken.
- Hoe meer water er in het kookgerei zit, des te meer energie is er nodig om op te warmen.
Tijdig terugschakelen naar een lagere kookstand.
- Met een te hoge doorkookstand verspilt u energie.
4 Plaatsen en aansluiten
Waar en hoe u het apparaat het beste opstelt, komt u hier te weten. Bovendien komt u te weten hoe u het apparaat op het elektriciteitsnet aansluit.
4.1 Gasaansluiting
Alleen een erkende vakman of monteur van de servicedienst mag het apparaat overeenkomstig de in "Gasaansluiting en omschakelen naar een andere gassoort" aangegeven instructies installeren.
- De informatie over het instellen van uw apparaat vindt u op het typeplaatje op de achterzijde van het apparaat. Het door de fabriek ingestelde type gas is met een sterretje (*) gemarkeerd.
- Informeer voordat u het apparaat plaatst naar de lokale voedingsvoorwaarden omtrent gassoort en gasdruk en zorg ervoor dat de gasinstelling van het apparaat voldoet aan deze waarden.
- Dit apparaat overeenkomstig de geldende montagehandleiding aansluiten en installeren.
- Dit apparaat niet aansluiten op een rookgasafvoer van de verbrandingsproducten. Sluit het apparaat niet aan op een rookgasaansluiting. Houd alle ventilatievoorschriften aan.
- Voer de gasaansluiting uit middels een vaste, niet elastische aansluiting, zoals een gasbuis of veilig-heidsgasdarm.
- Wanneer een veiligheidsgasslang wordt gebruikt, zorg er dan voor dat de slang niet klem zit of wordt afgekneld. Houd de slang uit de buurt van hete oppervlakken.
- Bij vele apparaten kunt u de gasleiding aan de rechter, of linkerzijde op de gasbuis of de veiligheids-gasdarm aansluiten. Indien nodig kunt u de aansluitzijde wijzigen. De aansluiting moet over een vrijstaande en gemakkelijk toegankelijke afsluitingsvoorziening beschikken.
Nominale bedrijfsdruk van het apparaat
- De nominale bedrijfsdruk van het apparaat staat aangegeven op het typeplaatje aan de achterkant van het apparaat.
- Alle gegevens op het typeplaatje van uw apparaat hebben betrekking op deze drukwaarden.
- De fabrikant is niet verantwoordelijk voor resultaten, prestaties of enig risico dat voortvloeit uit het gebruik van dit apparaat bij afwijkende waarden.
WAARSCHUWING ‒ Kans op explosie!
Als er gas vrijkomt, kan dat leiden tot een explosie. Wanneer de gasdruk in uw gasnet meer dan 20% hoger is dan de op het typeplaatje van het apparaat is aangegeven, dan kan een gaslek ontstaan.
- Gebruik u apparaat voor uw veiligheid absoluut met een geschikte gasregelaar.
- Indien u de gasdruk in uw gasverzorgingsgebied niet weet, kunt u dit bij uw plaatselijke gasleverancier navragen.
- De aansluiting, het onderhoud en de instelling van de gasregelaar moet worden uitgevoerd door een geautoriseerde vakkracht.
Pagina 10
nl Plaatsen en aansluiten
Er kan een gaslek ontstaan. Wanneer u het apparaat na het realiseren van de gasaansluiting beweegt, dan kan een gaslek ontstaan.
- Beweeg het apparaat na het maken van de gasaansluiting niet meer.
- Wanneer u het apparaat beweegt, controleer dan de aansluitingen op lekdichtheid.
4.2 Elektrische aansluiting
De aansluiting van het apparaat moet worden uitgevoerd door geautoriseerde vakkrachten. Houd de voorschriften van het betreffende nutsbedrijf aan.
- Uw apparaat is ontworpen voor een netspanning van 220-240 V. Voor de aansluiting is een zekering van 16 A nodig.
- Wanneer de netspanning afneemt tot minder dan 180 V, functioneert het elektrische ontstekingssysteem niet meer.
- Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, moet het ter vermijding van risico's worden vervangen door de fabrikant, de servicedienst of een andere gekwalificeerde persoon.
- Wordt het apparaat verkeerd aangesloten, vervalt bij schade de aanspraak op de garantie.
Informatie over elektrische aansluiting door de klantenservice:
- Sluit het apparaat aan overeenkomstig de data op het typeplaatje.
- Sluit het apparaat uitsluitend aan op een elektrische aansluiting, welke voldoet aan de geldende bepalingen. De contactdoos moet goed toegankelijk zijn om het apparaat indien nodig van het lichtnet te kunnen scheiden.
- Er moet een meerpolige scheidingsinrichting aangebracht zijn.
- Sluit om veiligheidsredenen dit apparaat alleen op een geaarde aansluiting aan. Wanneer de randaarde-aansluiting niet aan de voorwaarden voldoet, is de bescherming tegen elektrische gevaren niet gegarandeerd.
- Gebruik een kabel van het type H 05 VV-F of gelijkwaardig om het apparaat aan te sluiten.
Informatie over elektrische aansluiting door de installateur:
- Wanneer een stekker na de installatie niet toegankelijk is, dan moet installatiezijdig een schakelaar voor alle polen worden aangebracht met een contactopening van minstens 3 mm. Bij aansluiting met een stekker is dit niet noodzakelijk wanneer de stekker voor de gebruiker toegankelijk is.
- Elektrische veiligheid: het fornuis is een apparaat van veiligheidsklasse I en mag alleen in combinatie met een geaarde aansluiting worden gebruikt.
- Gebruik een kabel van het type H 05 VV-F of gelijkwaardig om het apparaat aan te sluiten.
Belangrijke informatie over de elektrische aansluiting
Houd u aan de volgende instructies en zorg ervoor dat:
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Bij contact met onder spanning staande onderdelen bestaat er elektrocutiegevaar.
- De stekker alleen met droge handen vastnemen.
- De stekker tijdens het gebruik nooit uit het stopcontact trekken.
- Het netsnoer direct aan de stekker en nooit aan de kabel zelf uit het stopcontact trekken, omdat deze beschadigd kan raken.
- Stekker en stopcontact bij elkaar passen.
- De stekker altijd bereikbaar is.
- De doorsnede van de elektrische kabel groot genoeg is.
- Het netsnoer niet wordt geknikt, bekneld, gewijzigd of doorgesneden.
- De vervanging van het netsnoer, indien nodig alleen plaatsvindt door een vakkundig monteur. Een nieuw netsnoer is verkrijgbaar bij de servicedienst.
- U geen meervoudige stekkers of contactdozen en verlengkabels gebruikt.
- Het aardingssysteem volgens de voorschriften is geïnstalleerd.
er bij gebruik van een aardlekschakelaar alleen een type met het symbool wordt gebruikt. Alleen aardlekschakelaars met dit symbool voldoen aan de geldende voorschriften.
- De aansluitkabel niet in contact komt met warmtebronnen.
4.3 Toestel plaatsen
Plaats het apparaat op een vlakke ondergrond. Het apparaat nooit achter een decor- of meubeldeur plaatsen. Er bestaat gevaar van oververhitting.
Max
- Installeer het apparaat overeenkomstig de aangeven afmetingen.
- Voor de afstand tussen de bovenkant van het fornuis en de onderzijde van de afzuigkap moet u zich houden aan de instructies van de fabrikant van de afzuigkap.
- Zorg ervoor dat het apparaat na de plaatsing niet meer wordt verschoven.
- Met name de afstand van de extra krachtige brander of wokbrander tot de aangrenzende meubelfronten of de wand moet minstens 50 mm bedragen.
Hoogte tot de vloer van het apparaat instellen
Stel de hoogte tot de vloer overeenkomstig de functies van uw apparaat in.
Pagina 11
Plaatsen en aansluiten nl
Stel de hoogte van het apparaat in met vaste laden
Wanneer uw apparaat beschikt over vaste laden, stel dan de hoogte tot de vloer van uw apparaat als volgt in.
Opmerking:
Het apparaat is voorzien van stelvoeten. Daardoor kunt u uw apparaat ca. 15 mm van de vloer stellen.
- De voeten bevinden zich aan de voor- en achterzijde aan de onderkant van het apparaat.
- Stel de voeten hoger of lager, door de voeten met een steeksleutel te draaien, totdat het apparaat horizontaal staat.
Hoogte tot de vloer van het apparaat met uitneembare lade instellen
Wanneer uw apparaat geen stelvoeten heeft en uw lade uitneembaar is, stel dan de hoogte tot de vloer van uw apparaat als volgt in.
- 1. De plintlade uittrekken en er naar boven uittillen. Aan de onderkant bevinden zich binnenin voor en achter stelvoeten.
- 2. De stelvoeten zo nodig met een zeskantsleutel omhoog of omlaag draaien, tot het fornuis waterpas staat.
- 3. De plintlade weer inschuiven.
Aangrenzende meubels
Aangrenzende meubels dienen uit niet-brandbaar materiaal te bestaan. Aangrenzende voorzijden van meubels dienen tot minstens 90°C temperatuurbestendig te zijn.
Bevestiging aan de wand
Om te voorkomen dat het apparaat kantelt, dient u het met de meegeleverde haak aan de wand te bevestigen. Houd de handleiding aan om het apparaat aan de wand te bevestigen.
Pagina 12
nl Uw apparaat leren kennen
5 Uw apparaat leren kennen
5.1 Uw apparaat
Hier vindt u een overzicht van de onderdelen van uw apparaat.
Opmerking: Afhankelijk van het apparaattype kunnen details op de afbeelding verschillen, bijv. de kleur en de vorm.
1
| 2 3 4 5 6 7 | ||
| Toelichting | ||
| 1 | Bovenste afdekking¹ | |
| 2 | Vrijkomende stoom¹ | |
| 3 | Kookplaat | |
| 4 | Bedieningsvelden | |
| 5 | Koelventilator¹ | |
| 6 | Apparaatdeur | |
| 7 | Ovenlade¹ |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 12)
1 Afhankelijk van de apparaatuitvoering
5.2 Kookplaat
Hier ziet u een overzicht van de kookplaat.
Opmerking: Afhankelijk van het apparaattype kunnen details op de afbeelding verschillen, bijv. de kleur en de vorm.
1
- 3 2
| Vermogen kW | Brander/kookplaat | |
|---|---|---|
| 1 | 1,7 kW | Normale brander |
| 2 | 1 kW | Spaarbrander |
| 3 | 3 kW | Sterke brander |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 12)
5.3 Bedieningsvelden
Via het bedieningsveld kunt u alle functies van uw apparaat instellen en informatie krijgen over de gebruikstoestand.
Bedieningselementen
Via de bedieningselementen kunt u alle functies van uw apparaat instellen en informatie krijgen over de gebruikstoestand.
| Bedieningselement | Toelichting |
|---|---|
| Knoppen en display | De knoppen zijn aanrakingsgevoelige vlakken. Om een functie te kiezen, slechts licht op het betreffende veld drukken. Op het display zijn symbolen van actieve functies en de tijdfuncties te zien. → "Knoppen en display", Pagina 13 |
Pagina 13
Uw apparaat leren kennen nl
| Bedieningselement | Toelichting |
|---|---|
| Functiekeuzeknop | Met de functiekeuzeknop stelt u de verwarmingsmethoden en meer functies in. De functiekeuzeknop kunt u vanuit de nulstand naar rechts en links draai- en. Afhankelijk van het apparaattype is de functiekeuzeknop verzonken. Voor het vergrendelingen of ontgrendelingen in de nulstand op de functiekeuzeknop drukken. → "Verwarmingsmethoden en functies", Pagina 13 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 13)
| Bedieningselement | Toelichting |
|---|---|
| Temperatuurknop | Met de temperatuurknop stelt u de temperatuur voor de verwarmingsmethode in en kiest u instellingen voor andere functies. De temperatuurknop kunt u vanuit de nulstand naar rechts draaien tot aan de aanslag, niet verder. Afhankelijk van het apparaattype kan de temperatuurknop worden verzonken. Voor het vergrendelingen of ontgrendelingen in de nulstand op de temperatuurknop drukken. → "Temperatuur en instelstanden", Pagina 14 |
| Kookzone-knoppen | Met de 4 kookzoneknoppen stelt u het vermogen van de afzonderlijke kookzones in. Aan het symbool boven de betreffende knop kunt u zien welke kookzone ermee kan worden ingesteld. → "Gaskookplaatkeuzeschakelaar", Pagina 14 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 13)
Knoppen en display
Met de knoppen kunt u verschillende functies van uw apparaat instellen. Op het display ziet u de instellingen.
Als een functie actief is, brandt het desbetreffende symbool op de display. brandt alleen wanneer u de tijd wijzigt.
Symbool
| Functie | Gebruik |
|---|---|
| Kinderslot | Kinderslot activeren of deactiveren. |
| Tijdfuncties | Tijd , wekker , duur en einde selecteren. |
| Om de verschillende tijdfuncties te kiezen, meerdere keren op drukken. | |
| Min | Instelwaarden verlagen. |
| Plus | Instelwaarden verhogen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 13)
Verwarmingsmethoden en functies
Om altijd de passende verwarmingsmethode voor uw gerechten te kunnen bepalen, geven wij hier uitleg over de verschillen en toepassingen.
Symbool
| Verwarmingsmethode | Gebruik en werkwijze |
|---|---|
| 3D hetelucht | Op één of meer niveaus bakken of braden. |
| De ventilator verdeelt de warmte van het ronde verwarmingselement aan de achterkant gelijkmatig in de binnenruimte. |
Pagina 14
nl Uw apparaat leren kennen
| Symbool Verwarmingsmethode | Gebruik en werkwijze |
|---|---|
| Hetelucht zacht | Gekozen gerechten zonder voorverwarmen op een niveau voorzichtig garen. De ventilator verdeelt de warmte van het ronde verwarmingselement aan de achterkant gelijkmatig in de binnenruimte. Het product wordt in fasen bereid met behulp van restwarmte. Kies een temperatuur tussen 120 °C en 230 °C. Houd de deur van het apparaat tijdens het bereiden gesloten. Deze verwarmingsmethode wordt voor het bepalen van het energieverbruik in de circulatieluchtmodus en de energieklasse gebruikt. |
| Pizzastand | Pizza's of gerechten klaarmaken die warmte van onderen nodig hebben. Het onderste verwarmingselement en het ronde verwarmingselement aan de achterwand zijn ingeschakeld. |
| Onderwarmte | Gerechten nabakken of au bain-marie bereiden. De warmte komt van onderen. |
| Grill, groot | Platte grillstukken, zoals steaks, worstjes of toast grillen. Gerechten gratineren. Het hele oppervlak onder de grill wordt heet. |
| Circulatiegrillen | Gevogelte, hele vis of grotere stukken vlees braden. Het grillelement en de ventilator schakelen afwisselend in en uit. De ventilator wervelt de hete lucht rond het gerecht. |
| Boven- en onderwarmte | Traditioneel bakken of braden op één niveau. Deze manier van opwarmen is bijzonder geschikt voor gebak met vochtige bedekking. De warmte komt gelijkmatig van boven en van onderen. Deze verwarmingsmethode wordt gebruikt voor het bepalen van het energieverbruik in de conventionele modus. |
| Overige functies | |
| Hier vindt u een overzicht van bijkomende functies van uw apparaat. | |
| Symbool Functie | Gebruik |
| Snel verwarmen | De binnenruimte zonder accessoires snel voorverwarmen. → "Snel voorverwarmen", Pagina 19 |
| Ovenlamp | De binnenruimte zonder verwarming verlichten. → "Verlichting", Pagina 15 |
| Temperatuur en instelstanden | |
| Bij de verwarmingsmethoden en functies zijn er verschillende instellingen. Opmerking: Bij temperatuurinstellingen boven 250 °C verlaagt het apparaat de temperatuur na ca. 10 minuten tot ca. 240 °C. Als uw apparaat het verwarmingstype boven-/onderwarmte of onderwarmte heeft, vindt de temperatuurverlaging daar niet plaats. | |
| Symbool Functie | Gebruik |
| Nulstand | Het apparaat warmt niet op. |
| 50 - 275 Temperatuurbereik | De temperatuur in °C in de binnenruimte instellen. |
| 1, 2, 3 Grillstanden of I, II, III | De grillstanden afhankelijk van het type apparaat voor de grill, voor het groot vlak en de grill of voor het klein vlak instellen. 1 = zwak 2 = gemiddeld 3 = sterk |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 14)
Opwarmindicatie
Het apparaat geeft aan wanneer het opwarmt.
Wanneer het apparaat opwarmt, is op het display verlicht. In de verwarmingspauzes dooft het symbool. Wanneer u voorverwarmt, is het optimale tijdstip voor het inschuiven van het gerecht bereikt zodra het symbool de eerste keer dooft.
Opmerking: Door thermische traagheid kan de weergegeven temperatuur een beetje afwijken van de werkelijke temperatuur in de binnenruimte.
Gaskookplaatkeuzeschakelaar
Met de gaskookplaatkeuzeschakelaar wordt het verwarmingsvermogen van de kookplaten ingesteld.