naslaan.comZoekenAlle merken

Bosch HXR390I50N, tekst van de handleiding

Pagina's 2–14 van 44 · inhoud en begin van de handleiding · pdf

← begin van de handleidingverder op pagina 15 →

Pagina 1: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.

Pagina 2

nl Veiligheid

Raadpleeg de Digitale Gebruikersgids voor meer informatie.

Inhoudsopgave

GEBRUIKERSHANDLEIDING

23.1 Algemene informatie......................................... 34

1 Veiligheid

Neem de volgende veiligheidsvoorschriften in acht.

2

1.1 Beoogd gebruik

Om het apparaat veilig en op de juiste manier te gebruiken dient u de aanwijzingen over het beoogd gebruik in acht te nemen.

Apparaatklasse: klasse 1

De afbeeldingen in deze handleiding dienen ter informatie.

LET OP! Neem de geldende voorschriften in acht en plaats het apparaat alleen in goed geventileerde ruimtes. Lees de instructies door voordat u het apparaat plaatst en gebruikt. Waarschuwing: het apparaat is uitsluitend bedoeld om te koken. Gebruik het apparaat niet voor andere doeleinden, zoals bijvoorbeeld het verwarmen van de ruimte.

Alleen een bevoegd vakman mag het apparaat aansluiten en het omschakelen naar een ander type gas uitvoeren.

De installatie van het apparaat almede de elektrische- en de gasaansluiting dienen volgens de gebruiksaanwijzing en de montagehandleiding te worden uitgevoerd.

Een verkeerde aansluiting en onjuiste instellingen kunnen leiden tot ernstige ongelukken en schade aan het toestel.

De fabrikant van het apparaat is niet aansprakelijk voor dergelijke schade.

De garantie van het apparaat komt te vervallen.

Apparaten zonder stekker mogen alleen door geschoold personeel worden aangesloten. Bij schade door een verkeerde aansluiting kunt u geen aanspraak maken op garantie.

Gebruik het apparaat uitsluitend als volgt: om voedsel en dranken te bereiden.

onder toezicht. Houd kortstondige kookprocessen ononderbroken in het oog.

voor huishoudelijk gebruik en in gesloten ruimtes binnen de huiselijke omgeving. tot een hoogte van 2000 m boven zeeniveau.

Gebruik het apparaat niet:

op boten of in voertuigen.

als kamerverwarming.

met een externe schakelklok of een afstandsbediening.

Pagina 3

Veiligheid nl

Neem voor de omschakeling naar een ander type gas contact op met de klantenservice. U kunt het apparaat niet met een timer of een afstandsbediening gebruiken.

Accessoires altijd op de juiste manier in de binnenruimte schuiven.

1.2 Inperking van de gebruikers

Dit apparaat kan worden bediend door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met fysieke, sensorische of geestelijke beperkingen of met gebrekkige ervaring en/of kennis, indien zij onder toezicht staan of zijn geïnstrueerd in het veilige gebruik van het apparaat en de daaruit resulterende gevaren hebben begrepen.

Kinderen mogen niet met het apparaat spelen.

Reiniging en gebruikersonderhoud mogen niet worden uitgevoerd door kinderen, tenzij ze 15 jaar of ouder zijn en onder toezicht staan.

Zorg ervoor dat kinderen die jonger zijn dan 8 jaar niet bij het apparaat of de aansluitkabel kunnen komen.

1.3 Veilig gebruik

WAARSCHUWING ‒ Kans op explosie!

Als er gas vrijkomt, kan dat leiden tot een explosie. HOE TE HANDELEN BIJ GASLUCHT OF STORINGEN AAN DE GASINSTALLATIE

Als er gas vrijkomt, kan dat leiden tot een explosie. Geringe gashoeveelheden kunnen zich gedurende een langere tijd ophopen en dan in brand vliegen.

Als er gas vrijkomt, kan dat leiden tot een explosie. Wanneer de fles voor vloeibaar gas niet loodrecht staat, kan het vloeibare propaan/butaan in het apparaat terechtkomen. Er kunnen dan felle steekvlammen uit de branders komen. Onderdelen kunnen beschadigd en na verloop van tijd lek raken, waardoor er op een ongecontroleerde manier gas ontsnapt.

Als er gas vrijkomt, kan dat leiden tot een explosie. Wanneer de gasdruk in uw gasnet meer dan 20% hoger is dan de op het typeplaatje van het apparaat is aangegeven, dan kan een gaslek ontstaan.

WAARSCHUWING ‒ Kans op vergiftiging!

Door het gebruik van het gaskooktoestel ontstaan er warmte, vocht en verbrandingsproducten in de opstellingsruimte.

WAARSCHUWING ‒ Kans op brand!

Het apparaat wordt heet.

Pagina 4

nl Veiligheid

Het kookvlak wordt erg heet.

Zonder toezicht koken op kookplaten met vet of olie kan gevaarlijk zijn en brand veroorzaken.

Als de kookplaat wordt afgedekt, kan dat ongelukken veroorzaken, bijvoorbeeld door oververhitting, in brand vliegen of ontploffende materialen.

Het apparaat wordt erg heet. Textiel en andere voorwerpen kunnen in brand vliegen.

Ontsnappend gas kan in brand vliegen.

Bij het openen van de apparaatdeur ontstaat er een luchtstroom. Het bakpapier kan dan de verwarmingselementen raken en vlam vatten.

In de binnenruimte bewaarde brandbare voorwerpen kunnen vlam vatten.

De achterkant van het toestel wordt zeer heet.

Levensmiddelen kunnen vuur vatten.

Gasbranders waar geen pan op staat, ontwikkelen tijdens het gebruik grote hitte. Een daarboven aangebrachte afzuigkap kan beschadigd raken of vlam vatten.

Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen in brand vliegen.

Het gebruik van een verlengd netsnoer en niet-toegestane adapters is gevaarlijk.

WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!

Toegankelijke delen kunnen tijdens het gebruik heet worden.

Kookplaatbeschermroosters kunnen tot ongevallen leiden.

Accessoires of vormen worden zeer heet.

Wanneer er leeg kookgerei op ingeschakelde gasbranders staat, wordt dit zeer heet.

Pagina 5

Veiligheid nl

Het apparaat wordt heet tijdens het gebruik.

In de hete binnenruimte kunnen alcoholdampen vlam vatten.

Tijdens het gebruik worden het apparaat en haar onderdelen die men kan aanraken heet.

Toegankelijke plekken kunnen bij gebruik van de grill zeer heet zijn.

In de hete binnenruimte kunnen alcoholdampen vlam vatten. De apparaatdeur kan openspringen. Er kunnen hete dampen en steekvlammen naar buiten treden.

WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!

Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.

Een beschadigd apparaat of een beschadigd netsnoer is gevaarlijk.

netsnoer uit het stopcontact halen of de zekering in de meterkast uitschakelen en de gastoevoer sluiten.

Binnendringend vocht kan een elektrische schok veroorzaken.

Een beschadigde isolatie van het netsnoer is gevaarlijk.

WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!

Storingen of beschadigingen aan het apparaat en ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.

Niet-passende groottes van het kookgerei, beschadigd of verkeerd gepositioneerd kookgerei kan ernstig letsel veroorzaken.

Bij het inschakelen van de branders ontstaan vonken aan de ontstekers.

Een gekraste bovenste glazen afdekplaat kan breken of versplinteren.

Pagina 6

nl Veiligheid

Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur bewegen de scharnieren zich en kunnen ze klem komen te zitten.

Wanneer er krassen op het glas van de apparaatdeur zitten, kan dit barsten.

Wordt er tegen de geopende apparaatdeur gestoten, dan kan dit leiden tot lichamelijk letsel.

Bepaalde onderdelen in de apparaatdeur kunnen scherpe randen hebben.

Het apparaat en de delen ervan die aangeraakt kunnen worden kunnen scherpe randen hebben.

WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!

Tijdens het gebruik worden de toegankelijke onderdelen heet.

Bij het openen van de apparaatdeur kan hete stoom vrijkomen. Stoom is afhankelijk van de temperatuur niet altijd zichtbaar.

Door water in de hete binnenruimte kan hete waterdamp ontstaan.

WAARSCHUWING ‒ Kans op verstikking!

Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal over het hoofd trekken en hierin verstrikt raken en stikken.

Kinderen kunnen kleine onderdelen inademen of inslikken en hierdoor stikken.

WAARSCHUWING ‒ Kantelgevaar!

Wanneer u het apparaat onbevestigd op een sokkel plaatst, dan kan het van de sokkel glijden.

1.4 Glazen afscherming

WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!

De glazen afscherming kan door de hitte barsten.

1.5 Schuiflade

WAARSCHUWING ‒ Kans op brand!

Het oppervlak van de schuiflade kan erg heet worden.

Pagina 7

Materiële schade vermijden nl

1.6 Halogeenlamp

WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!

De lampen in de binnenruimte worden heel heet. Ook enige tijd na het uitschakelen bestaat er nog een risico van verbranding.

WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!

Bij vervanging van de lamp staan de contacten van de lampfitting onder spanning.

2 Materiële schade vermijden

2.1 Ovenruimte

Houd bij gebruik van de oven de overeenkomstige aanwijzingen in acht.

LET OP!

Als de temperatuur hoger is dan 50°C ontstaat er warmteophoping door voorwerpen op de bodem van de binnenruimte. De bak- en braadtijden kloppen niet meer en het email wordt beschadigd.

Door aluminiumfolie aan de deurruit kunnen permanente verkleuringen ontstaan.

Wanneer de hete binnenruimte water bevat, ontstaat er waterdamp. Door de temperatuurverandering kan er schade optreden.

Wanneer er langere tijd vocht aanwezig is in de binnenruimte ontstaat er corrosie.

Wanneer er wordt afgekoeld terwijl de apparaatdeur open staat, raken aangrenzende meubelfronten op den duur beschadigd.

Vruchtensap dat van de bakplaat druppelt, laat vlekken achter die niet meer kunnen worden verwijderd.

Gebruik van ovenreiniger in de warme binnenruimte leidt tot beschadiging van het email.

Is de afdichting sterk vervuild, dan sluit de deur tijdens het gebruik niet meer goed. De aangrenzende meubelfronten kunnen dan beschadigd raken.

Wanneer de apparaatdeur wordt gebruikt als vlak om iets op te zetten of te leggen kan hij beschadigd raken.

Wanneer u het apparaat aan de greep van de afdekking draagt of beweegt, dan kan de greep afbreken en schade aan de scharnieren veroorzaken. De greep van de afdekking is niet gemaakt voor het gewicht van het apparaat.

Bij het grillen kunnen vanwege de hoge temperaturen de bakplaat of braadslede vervormen en bij het uitnemen de emaillelaag beschadigen.

2.2 Kookplaat met gas

Houd bij gebruik van het apparaat de overeenkomstige aanwijzingen in acht.

LET OP!

Hittestuwing kan het apparaat beschadigen.

Pagina 8

nl Milieubescherming en besparing

Hittestuwing kan het apparaat beschadigen.

Verkeerde positie van de bedieningsknop leidt tot functiestoringen.

Aluminiumfolie en plastic bakken smelten vast aan de hete kookzones.

Voedsel kan overkoken.

Binnendringende vloeistof kan schade aan het apparaat veroorzaken.

De glazen afscherming kan barsten.

De handgrepen of stelen van de pannen kunnen beschadigd raken.

De bodems van de pannen kunnen beschadigd raken.

Wanneer er harde en puntige voorwerpen op de kookplaat vallen, kan deze beschadigd raken.

Het apparaat niet aan de gasbuis (collector) vasthouden of verplaatsen. Beschadigingen aan de gasbuis kunnen leiden tot gaslekken. De gasbuis is niet gemaakt voor het gewicht van het apparaat.

Wanneer u etensresten of restvloeistoffen, welke onder de kookzones in de branderzitting binnendringen, met log of andere chemicaliën reinigt, dan kan dit bij de gascomponenten tot schade leiden.

2.3 Lade

Houd de betreffende instructies aan wanneer u de lade gebruikt.

LET OP!

Leg geen hete voorwerpen in de lade in de plint. De lade in de plint kan beschadigd raken.

3 Milieubescherming en besparing

3.1 Afvoeren van de verpakking

De verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en kunnen worden hergebruikt.

3.2 Energie besparen

Als u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt het apparaat minder energie.

Het apparaat alleen voorverwarmen, wanneer het recept of de instellingsadviezen dat aangeven.

Gebruik donkere, zwart gelakte of geëmailleerde bakvormen.

Open de apparaatdeur tijdens de bereiding zo weinig mogelijk.

Meerdere gerechten direct achter elkaar of parallel bakken.

Pagina 9

Plaatsen en aansluiten nl

Bij langere bereidingstijden het apparaat 10 minuten voor het einde van de bereidingstijd uitschakelen.

Verwijder niet gebruikte accessoires uit de binnenruimte.

Laat diepgevroren producten vóór de bereiding ontdooien.

Opmerking:

Het apparaat verbruikt in de standby-stand:

max. 1 W bij apparaatvarianten met tijdsweergave op het display max. 0,5 W bij apparaatvarianten zonder tijdsweergave op het display

Energie besparen

Als u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt het apparaat minder energie.

Een brander kiezen die bij de grootte van de pan past. Het kookgerei gecentreerd plaatsen.

Tip: Fabrikanten van kookgerei geven vaak de bovendiameter van de pan aan. Die is dikwijls groter dan de bodemdiameter.

Pannen afsluiten met een passend deksel.

Deksel zo min mogelijk oplichten.

Glazen deksel gebruiken.

Pannen met vlakke bodem gebruiken.

Gebruik kookgerei dat past bij de hoeveelheid levensmiddel.

Groot kookgerei met weinig product heeft meer energie nodig om op te warmen.

Met weinig water koken.

Tijdig terugschakelen naar een lagere kookstand.

4 Plaatsen en aansluiten

Waar en hoe u het apparaat het beste opstelt, komt u hier te weten. Bovendien komt u te weten hoe u het apparaat op het elektriciteitsnet aansluit.

4.1 Gasaansluiting

Alleen een erkende vakman of monteur van de servicedienst mag het apparaat overeenkomstig de in "Gasaansluiting en omschakelen naar een andere gassoort" aangegeven instructies installeren.

Nominale bedrijfsdruk van het apparaat

WAARSCHUWING ‒ Kans op explosie!

Als er gas vrijkomt, kan dat leiden tot een explosie. Wanneer de gasdruk in uw gasnet meer dan 20% hoger is dan de op het typeplaatje van het apparaat is aangegeven, dan kan een gaslek ontstaan.

Pagina 10

nl Plaatsen en aansluiten

Er kan een gaslek ontstaan. Wanneer u het apparaat na het realiseren van de gasaansluiting beweegt, dan kan een gaslek ontstaan.

4.2 Elektrische aansluiting

De aansluiting van het apparaat moet worden uitgevoerd door geautoriseerde vakkrachten. Houd de voorschriften van het betreffende nutsbedrijf aan.

Informatie over elektrische aansluiting door de klantenservice:

Informatie over elektrische aansluiting door de installateur:

Belangrijke informatie over de elektrische aansluiting

Houd u aan de volgende instructies en zorg ervoor dat:

WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!

Bij contact met onder spanning staande onderdelen bestaat er elektrocutiegevaar.

er bij gebruik van een aardlekschakelaar alleen een type met het symbool wordt gebruikt. Alleen aardlekschakelaars met dit symbool voldoen aan de geldende voorschriften.

4.3 Toestel plaatsen

Plaats het apparaat op een vlakke ondergrond. Het apparaat nooit achter een decor- of meubeldeur plaatsen. Er bestaat gevaar van oververhitting.

Max

Hoogte tot de vloer van het apparaat instellen

Stel de hoogte tot de vloer overeenkomstig de functies van uw apparaat in.

Pagina 11

Plaatsen en aansluiten nl

Stel de hoogte van het apparaat in met vaste laden

Wanneer uw apparaat beschikt over vaste laden, stel dan de hoogte tot de vloer van uw apparaat als volgt in.

Opmerking:

Het apparaat is voorzien van stelvoeten. Daardoor kunt u uw apparaat ca. 15 mm van de vloer stellen.

Hoogte tot de vloer van het apparaat met uitneembare lade instellen

Wanneer uw apparaat geen stelvoeten heeft en uw lade uitneembaar is, stel dan de hoogte tot de vloer van uw apparaat als volgt in.

Aangrenzende meubels

Aangrenzende meubels dienen uit niet-brandbaar materiaal te bestaan. Aangrenzende voorzijden van meubels dienen tot minstens 90°C temperatuurbestendig te zijn.

Bevestiging aan de wand

Om te voorkomen dat het apparaat kantelt, dient u het met de meegeleverde haak aan de wand te bevestigen. Houd de handleiding aan om het apparaat aan de wand te bevestigen.

Pagina 12

nl Uw apparaat leren kennen

5 Uw apparaat leren kennen

5.1 Uw apparaat

Hier vindt u een overzicht van de onderdelen van uw apparaat.

Opmerking: Afhankelijk van het apparaattype kunnen details op de afbeelding verschillen, bijv. de kleur en de vorm.

2 3 4 5 6 7
Toelichting
1Bovenste afdekking¹
2Vrijkomende stoom¹
3Kookplaat
4Bedieningsvelden
5Koelventilator¹
6Apparaatdeur
7Ovenlade¹

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 12)

1 Afhankelijk van de apparaatuitvoering

5.2 Kookplaat

Hier ziet u een overzicht van de kookplaat.

Opmerking: Afhankelijk van het apparaattype kunnen details op de afbeelding verschillen, bijv. de kleur en de vorm.

Vermogen kWBrander/kookplaat
11 kWSpaarbrander
23,5 kWWokbrander
31,7 kWNormale brander

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 12)

5.3 Bedieningsvelden

Via het bedieningsveld kunt u alle functies van uw apparaat instellen en informatie krijgen over de gebruikstoestand.

Bedieningselementen

Via de bedieningselementen kunt u alle functies van uw apparaat instellen en informatie krijgen over de gebruikstoestand.

BedieningselementToelichting
Knoppen en displayDe knoppen zijn aanrakingsgevoelige vlakken. Om een functie te kiezen, slechts licht op het betreffende veld drukken.
Op het display zijn symbolen van actieve functies en de tijdfuncties te zien. → "Knoppen en display", Pagina 13

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 12)

Pagina 13

Uw apparaat leren kennen nl

BedieningselementToelichting
FunctiekeuzeknopMet de functiekeuzeknop stelt u de verwarmingsmethoden en meer functies in.
De functiekeuzeknop kunt u vanuit de nulstand naar rechts en links draai- en.
Afhankelijk van het apparaattype is de functiekeuzeknop verzonken. Voor het vergrendelingen of ontgrendelingen in de nulstand op de functiekeuzeknop drukken.
→ "Verwarmingsmethoden en functies", Pagina 13

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 13)

BedieningselementToelichting
TemperatuurknopMet de temperatuurknop stelt u de temperatuur voor de verwarmingsmethode in en kiest u instellingen voor andere functies.
De temperatuurknop kunt u vanuit de nulstand naar rechts draaien tot aan de aanslag, niet verder.
Afhankelijk van het apparaattype kan de temperatuurknop worden verzonken. Voor het vergrendelingen of ontgrendelingen in de nulstand op de temperatuurknop drukken.
→ "Temperatuur en instelstanden", Pagina 14
Kookzone-knoppenMet de 4 kookzoneknoppen stelt u het vermogen van de afzonderlijke kookzones in.
Aan het symbool boven de betreffende knop kunt u zien welke kookzone ermee kan worden ingesteld.
→ "Gaskookplaatkeuzeschakelaar", Pagina 14

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 13)

Knoppen en display

Met de knoppen kunt u verschillende functies van uw apparaat instellen. Op het display ziet u de instellingen.

Als een functie actief is, brandt het desbetreffende symbool op de display. brandt alleen wanneer u de tijd wijzigt.

Symbool

FunctieGebruik
KinderslotKinderslot activeren of deactiveren.
TijdfunctiesTijd , wekker , duur en einde selecteren.
Om de verschillende tijdfuncties te kiezen, meerdere keren op drukken.
MinInstelwaarden verlagen.
PlusInstelwaarden verhogen.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 13)

Verwarmingsmethoden en functies

Om altijd de passende verwarmingsmethode voor uw gerechten te kunnen bepalen, geven wij hier uitleg over de verschillen en toepassingen.

Symbool

VerwarmingsmethodeGebruik en werkwijze
3D heteluchtOp één of meer niveaus bakken of braden.
De ventilator verdeelt de warmte van het ronde verwarmingselement aan de achterkant gelijkmatig in de binnenruimte.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 13)

Pagina 14

nl Uw apparaat leren kennen

Symbool VerwarmingsmethodeGebruik en werkwijze
Hetelucht zachtGekozen gerechten zonder voorverwarmen op een niveau voorzichtig garen. De ventilator verdeelt de warmte van het ronde verwarmingselement aan de achterkant gelijkmatig in de binnenruimte. Het product wordt in fasen bereid met behulp van restwarmte.
Kies een temperatuur tussen 120 °C en 230 °C.
Houd de deur van het apparaat tijdens het bereiden gesloten.
Deze verwarmingsmethode wordt voor het bepalen van het energieverbruik in de circulatieluchtmodus en de energieklasse gebruikt.
PizzastandPizza's of gerechten klaarmaken die warmte van onderen nodig hebben. Het onderste verwarmingselement en het ronde verwarmingselement aan de achterwand zijn ingeschakeld.
OnderwarmteGerechten nabakken of au bain-marie bereiden. De warmte komt van onderen.
Grill, grootPlatte grillstukken, zoals steaks, worstjes of toast grillen. Gerechten gratineren. Het hele oppervlak onder de grill wordt heet.
CirculatiegrillenGevogelte, hele vis of grotere stukken vlees braden.
Het grillelement en de ventilator schakelen afwisselend in en uit. De ventilator wervelt de hete lucht rond het gerecht.
Boven- en onderwarmteTraditioneel bakken of braden op één niveau. Deze manier van opwarmen is bijzonder geschikt voor gebak met vochtige bedekking.
De warmte komt gelijkmatig van boven en van onderen.
Deze verwarmingsmethode wordt gebruikt voor het bepalen van het energieverbruik in de conventionele modus.
Overige functies
Hier vindt u een overzicht van bijkomende functies van uw apparaat.
Symbool FunctieGebruik
Snel verwarmenDe binnenruimte zonder accessoires snel voorverwarmen. → "Snel voorverwarmen", Pagina 19
OvenlampDe binnenruimte zonder verwarming verlichten. → "Verlichting", Pagina 15
Temperatuur en instelstanden
Bij de verwarmingsmethoden en functies zijn er verschillende instellingen.
Opmerking: Bij temperatuurinstellingen boven 250 °C verlaagt het apparaat de temperatuur na ca. 10 minuten tot ca. 240 °C. Als uw apparaat het verwarmingstype boven-/onderwarmte of onderwarmte heeft, vindt de temperatuurverlaging daar niet plaats.
Symbool FunctieGebruik
NulstandHet apparaat warmt niet op.
50 - 275 TemperatuurbereikDe temperatuur in °C in de binnenruimte instellen.
1, 2, 3 Grillstanden of
I, II, III
De grillstanden afhankelijk van het type apparaat voor de grill, voor het groot vlak en de grill of voor het klein vlak instellen.
1 = zwak
2 = gemiddeld
3 = sterk

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 14)

Opwarmindicatie

Het apparaat geeft aan wanneer het opwarmt.

Wanneer het apparaat opwarmt, is op het display verlicht. In de verwarmingspauzes dooft het symbool. Wanneer u voorverwarmt, is het optimale tijdstip voor het inschuiven van het gerecht bereikt zodra het symbool de eerste keer dooft.

Opmerking: Door thermische traagheid kan de weergegeven temperatuur een beetje afwijken van de werkelijke temperatuur in de binnenruimte.

Gaskookplaatkeuzeschakelaar

Met de gaskookplaatkeuzeschakelaar wordt het verwarmingsvermogen van de kookplaten ingesteld.

← begin van de handleidingverder op pagina 15 →Inhoud