Bosch HXR390I50N, tekst van de handleiding
Pagina's 29–41 van 44 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← pagina's 15–28verder op pagina 42 →
Pagina 29
Storingen verhelpen nl
| Storing | Oorzaak en probleemoplossing |
|---|---|
| Brander ontsteekt niet. | Branderonderdelen zijn verkeerd gepositioneerd. 1. De branderonderdelen exact en recht plaatsen. 2. Zorg ervoor dat de nokken in de uitsparingen vastklikken. |
| Branderonderdelen zijn nat. ▶ Droog de branderonderdelen zorgvuldig. | |
| Tussen de ontstekers en de brander bevinden zich voedingsresten of verontreinigingen. ▶ Reinig de tussenruimte tussen ontstekingsbougie en brander. | |
| Veiligheidsventiel van de gasleiding is gesloten. ▶ Open het veiligheidsventiel van de gasleiding. | |
| Gasfles is leeg. ▶ Gasfles vervangen. | |
| Er bevindt zich lucht in de gasleiding na eerste aansluiting of vervangen van de fles. 1. De bedieningsknop op 0 draaien. 2. De brander opnieuw ontsteken. 3. Herhaal indien nodig de ontsteking meerdere keren. | |
| Brander gaat na het ontsteken direct uit. | De bedieningsknop werd niet lang genoeg ingedrukt gehouden. 1. De bedieningsknop na het ontsteken enkele seconden ingedrukt houden. 2. Bedieningsknop stevig indrukken. |
| Openingen op de brander zijn verontreinigd. ▶ Openingen van de brander schoonmaken en drogen. | |
| Brandervlam is ongelijkmatig. | Branderonderdelen zijn verkeerd gepositioneerd. 1. De branderonderdelen exact en recht plaatsen. 2. Zorg ervoor dat de nokken in de uitsparingen vastklikken. |
| Openingen op de brander zijn verontreinigd. ▶ Openingen van de brander schoonmaken en drogen. | |
| Brandervlam gaat tijdens het gebruik uit. | Gasfles is leeg. ▶ Gasfles vervangen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 29)
19.2 Ovenlamp vervangen
Wanneer de verlichting in de oven is uitgevallen, vervang dan de ovenlamp.
Opmerking: Hittebestendige 230V-halogeenlampen van 25 watt, kunt u verkrijgen bij de klantenservice of in speciaalzaken. Gebruik uitsluitend deze lampen. Pak nieuwe halogeenlampen uitsluitend beet met een schone, droge doek. Hierdoor wordt de levensduur van de lamp verlengd.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik worden het apparaat en haar onderdelen die men kan aanraken heet.
- Wees voorzichtig om het aanraken van verwarmingselementen te voorkomen.
- Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit de buurt worden gehouden.
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Bij vervanging van de lamp staan de contacten van de lampfitting onder stroom.
- Zorg er vóór het vervangen van de lamp voor dat het apparaat is uitgeschakeld, om een mogelijke elektrische schok te voorkomen.
- Tevens de stekker uit het stopcontact halen of de zekering in de meterkast uitschakelen.
Vereisten
- Het apparaat moet zijn losgekoppeld van het elektriciteitsnet.
- De binnenruimte is afgekoeld.
- Een nieuwe halogeenlamp ter vervanging is beschikbaar.
- 1. Leg een theedoek in de binnenruimte om beschadiging te voorkomen.
- 2. Het glazen kapje er naar links uitdraaien.
- 3. Trek de halogeenlamp zonder te draaien er uit.
- 4. De nieuwe halogeenlamp plaatsen en stevig in de fitting drukken.
Let op de stand van de pinnen van de halogeenlamp.
- 5. Afhankelijk van het type apparaat is het glazen kapje voorzien van een afdichtring. De afdichtring plaatsen.
- 6. Het glazen kapje erin schroeven.
Pagina 30
nl Transporteren en afvoeren
- 7. Verwijder de theedoek uit de binnenruimte.
- 8. Sluit het apparaat aan op het elektriciteitsnet.
20 Transporteren en afvoeren
Hier krijgt u uitleg over de manier waarop u het apparaat voorbereidt voor transport. Daarnaast leggen we u uit hoe u oude apparaten dient af te voeren.
20.1 Afvoeren van uw oude apparaat
Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen opnieuw worden gebruikt.
- 1. De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken.
- 2. Het netsnoer doorknippen.
- 3. Voer het apparaat milieuvriendelijk af.
Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor kunt u informatie verkrijgen over de actuele afvoermethoden.
Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE).
De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.
20.2 Transporteren van het apparaat
Bewaar de originele verpakking van het apparaat. Transporteer het apparaat alleen in de originele verpakking. Let op de transportpijlen op de verpakking.
- 1. Bevestig alle beweegbare onderdelen in en op het apparaat met plakband, dat zonder sporen verwijderd kan worden.
- 2. Schuif alle toebehoren zoals de bakplaat met een dunne strook karton aan beide zijden in de vakken om beschadiging van het apparaat te voorkomen.
- 3. Leg karton of iets dergelijks tussen de voorzijde van de bakplaat en de achterzijde van de deur om te voorkomen dat de bakplaat tegen de binnenzijde van de glazen deur stoot.
- 4. Bevestig de deur en, indien aanwezig, de bovenste afdekking met plakband aan de zijden van het apparaat.
Wanneer de originele verpakking niet meer beschikbaar is
- 1. Om voldoende bescherming tegen eventuele transportschade te waarborgen, het apparaat in beschermende verpakking verpakken.
- 2. Het apparaat rechtop transporteren.
- 3. Houd het apparaat niet aan de deurgreep of aan aansluitingen op de achterzijde vast, omdat deze dan beschadigd kunnen raken.
- 4. Leg geen zware voorwerpen op het apparaat.
21 Servicedienst
Originele vervangende onderdelen die relevant zijn voor de werking in overeenstemming met de desbetreffende Ecodesign-verordening kunt u voor de duur van ten minste 10 jaar vanaf het moment van in de handel brengen van het apparaat binnen de Europese Economische Ruimte bij onze servicedienst verkrijgen. Opmerking: Het inschakelen van de servicedienst in het kader van de fabrieksgarantievoorwaarden is gratis.
Gedetailleerde informatie over de garantieperiode en garantievoorwaarden in uw land kunt u opvragen bij onze servicedienst, uw dealer of op onze website. Als u contact opneemt met de servicedienst, hebt u het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) van het apparaat nodig.
De contactgegevens van de servicedienst vindt u in de meegeleverde servicedienstlijst of op onze website.
Dit product bevat lichtbronnen van energieklasse G.
21.1 Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD)
Het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) vindt u op het typeplaatje van het apparaat. Het typeplaatje met de nummers vindt u wanneer u de apparaatdeur opent.
Om uw apparaatgegevens en de servicedienst-telefoonnummers snel terug te kunnen vinden, kunt u de gegevens noteren.
22 Zo lukt het
Voor verschillende gerechten vindt u hier de bijpassende instellingen alsmede de beste accessoires en vormen. Wij hebben het advies optimaal op uw apparaat afgestemd.
Gedetailleerde baktabellen voor uw apparaat en tips voor het bakken met uw apparaat vindt u in de handleiding op het internet:
www.bosch-home.com
Pagina 31
Zo lukt het nl
22.1 Aanwijzingen voor de bereiding
Houd deze informatie aan bij het bereiden van gerechten.
- Temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de hoeveelheid en het recept. Daarom zijn er instelbereiken aangegeven. Kies eerst de lagere waarde.
- De instelwaarden gelden voor producten die in de onverwarmde binnenruimte worden geplaatst. Schuif de accessoire pas na het voorverwarmen in de binnenruimte.
- Verwijder niet gebruikte accessoires uit de binnenruimte.
- Let erop dat u de accessoires op de juiste manier er in schuift.
22.2 Aanwijzingen voor het bakken
Gebruik bij het bakken de aangegeven inschuifhoogtes.
| Bakken op één niveau | Hoogte |
|---|---|
| rijzende deegwaren/gebak resp. vorm op het rooster | 2 |
| platte deegwaren/gebak resp. in bakblik | 2 - 3 |
| Bakken op meerdere niveaus | Hoogte |
| Braadslede Bakplaat | 3 1 |
| Vormen op het rooster: eerste rooster tweede rooster | Hoogte 3 1 |
| Bakken op drie niveaus | Hoogte |
| Bakblikken Braadslede Bakblikken | 5 3 1 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 31)
Opmerkingen
- Gebruik voor het bakken op meerdere niveaus hete lucht. Gerechten die gelijktijdig in de oven worden geplaatst, hoeven niet op hetzelfde moment klaar te zijn.
In een dergelijk geval kunt u het product dat klaar is uit de oven halen en het andere bakblik verder laten bereiden. Indien nodig kunt u de positie en richting van de bakblikken wijzigen.
- Plaats de vormen naast elkaar of verspringend boven elkaar in de binnenruimte. Door de gerechten gelijktijdig te bereiden, kunt u energie besparen.
- Voor een optimaal bereidingsresultaat raden wij u aan donkere bakvormen van metaal te gebruiken.
22.3 Aanwijzingen voor het braden en grillen
De instelwaarden gelden voor ongevuld vlees, braadklaar gevogelte en vlees en vis op koelkasttemperatuur, die in de onverwarmde binnenruimte worden geplaatst.
LET OP!
Zuurhoudende levensmiddelen kunnen het rooster beschadigen
- Leg zuurhoudende levensmiddelen zoals bijv. fruit of met zuurhoudende marinade gekruide grillproducten niet direct op het rooster.
- Hoe groter het gevogelte, het vlees of de vis, des te lager de temperatuur en des te langer de bereidingstijd.
- Keer gevogelte, vlees en vis na ca. 1/2 tot 2/3 van de opgegeven tijd.
- Voeg wat vloeistof toe aan het gevogelte in de vorm. Zorg ervoor dat de bodem van de vorm met ca. 1-2 cm vloeistof bedekt is.
- Let er bij het keren van gevogelte op dat eerst de borstzijde resp. de kant van het vel onder ligt.
- Keer ze met een grilltang. Wanneer u met een vork in het vlees prikt, verliest het sap en wordt het droog.
- Zout steaks pas na het grillen. Zout onttrekt water aan het vlees.
Instructie voor mensen met nikkelallergie
In zeldzame gevallen kunnen geringe sporen van nikkel worden overgedragen aan levensmiddelen.
22.4 Selectie van gerechten
| Voedingswaar | Accessoires / vormen | Inschuifhoogte | Verwarmings-methode | Temperatuur in °C / grillstand | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|---|---|
| Cake, eenvoudig | Krans- of rechthoekige vorm | 2 | 160-180 | 50-60 | |
| Cake, eenvoudig, 2 niveaus 1 Het apparaat voorverwarmen. | Krans- of rechthoekige vorm | 3+1 | 140-160 | 60-80 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 31)
2 In het begin vloeistof in de vorm doen, gebraad moet minstens voor 2/3 in vloeistof liggen
3 Het gerecht na 2/3 van de totale tijd keren.
4 De braadslede onder het rooster inschuiven.
5 Keer het voedsel niet. Bedek de bodem met water.
Pagina 32
nl Zo lukt het
| Voedingswaar | Accessoires / vormen | Inschuifhoogte | Verwarmings-methode | Temperatuur in °C / grillstand | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|---|---|
| Vruchten- of kwarktaart met bodem van zandtaartdeeg | Springvorm Ø 26 cm | 2 | 160-180 | 70-90 | |
| Biscuittaart, 6 eieren | Springvorm Ø 28 cm | 2 | 160-170 | 35-45 | |
| Cakerol | Braadslede | 2 | 170-190¹ | 15-20 | |
| Zandtaartdeeggebak met vochtige bedekking | Braadslede | 2 | 160-180 | 60-90 | |
| Muffins | Muffinplaat op het rooster | 2 | 170-190 | 20-40 | |
| Klein gebak | Braadslede | 3 | 150-170 | 25-35 | |
| Koekjes | Braadslede | 3 | 140-160 | 20-30 | |
| Koekjes, 2 niveaus | Braadslede + Bakplaat | 3+1 | 130-150 | 25-35 | |
| Koekjes, 3 niveaus | 2x Bakplaat + Braadslede | 5+3+1 | 130-150 | 30-40 | |
| Brood, 1000 g, in rechthoekige vorm en op de plaat | Braadslede of Langwerpige bakvorm | 2 | 200-220 | 35-50 | |
| Pizza, vers | Braadslede | 3 | 170-190 | 20-30 | |
| Pizza, vers, dunne bodem | Braadslede | 2 | 250-270¹ | 15-25 | |
| Quiche, Zwitserse taart | Taartvorm | 2 | 190-210 | 35-45 | |
| Ovenschotel, pittig, vers, gegaarde ingrediënten | Ovenschaal | 2 | 200-220 | 30-60 | |
| Kip, 1,3 kg, ongevuld | Open vorm | 2 | 200-220 | 60-70 | |
| Kleine kipdelen, à 250 g | Open vorm | 3 | 220-230 | 30-35 | |
| Gans, niet gevuld, 3 kg | Open vorm | 2 | 170-190 | 120-140 | |
| Gebraden varkensvlees zonder zwoerd, bijv. halsstuk, 1,5 kg | Open vorm | 1 | 180-200 | 140-160 | |
| Runderfilet, medium, 1 kg | Open vorm | 3 | 210-220 | 45-55 | |
| Gestoofd rundvlees, 1,5 kg | Gesloten servies | 2 | 200-220 | 100-120² | |
| Rosbief, medium, 1,5 kg | Open vorm | 2 | 200-220 | 60-70 | |
| Hamburger, 3-4 cm hoog | Rooster | 4 | 3³ | 25-30⁴ | |
| Lamsbout zonder been, medium, 1,5 kg | Open vorm | 2 | 170-190 | 70-80⁵ | |
| Vis, gegrild, heel 300 g, bijv. forel 1 Het apparaat voorverwarmen. | Rooster | 2 | 2 | 20-25⁴ |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 32)
2 In het begin vloeistof in de vorm doen, gebraad moet minstens voor 2/3 in vloeistof liggen
3 Het gerecht na 2/3 van de totale tijd keren.
4 De braadslede onder het rooster inschuiven.
5 Keer het voedsel niet. Bedek de bodem met water.
22.5 Yoghurt
Met uw apparaat kunt u ook zelf yoghurt maken.
Yoghurt maken
- 1. De accessoires en de rekjes uit de binnenruimte nemen.
- 2. 1 liter melk met 3,5 % vetgehalte op 90°C verwarmen op de kookplaat en tot 40°C laten afkoelen. Houdbare melk slechts tot 40°C opwarmen.
- 3. 30 g yoghurt op koelkasttemperatuur door de melk roeren.
- 4. De massa in kleinere vormen gieten, bijv. in kopjes of kleine glazen met deksel.
- 5. De vormen met folie afdekken, bijv. met vershoudfolie.
- 6. Plaats de vormen op de bodem van de binnenruimte.
- 7. Stel het apparaat in overeenkomstig het insteladvies.
Pagina 33
Zo lukt het nl
- 8. De yoghurt na de bereiding in de koelkast laten afkoelen.
Yoghurt
| Gerecht | Accessoires / vormen | Inschuifhoogte | Verwar-mingsmethode / Functie | Temperatuur in °C | Tijdsduur, minuten |
|---|---|---|---|---|---|
| Yoghurt | Kopje / glas | Bodem van de binnenruimte | - | 4-5 uur |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 33)
22.6 Testgerechten
Deze overzichten werden voor testinstituten gemaakt, om het testen van het apparaat conform EN 60350-1 te vergemakkelijken.
Bakken
Houd deze informatie aan bij het bereiden van testgerechten.
Algemene aanwijzingen
- De instelwaarden gelden voor producten die in de onverwarmde binnenruimte worden geplaatst.
- Neem de aanwijzingen voor het voorverwarmen in de tabellen in acht. De instelwaarden gelden zonder snel voorverwarmen.
- Gebruik bij het bakken eerst de laagste opgegeven temperatuur.
Inschuifhoogtes
Inschuifhoogtes bij het bakken op één niveau:
- Braadslede/bakplaat, hoogte 3
- Vormen op het rooster: hoogte 2
Opmerking: Gebak op bakblikken of in vormen die gelijktijdig in de oven worden geplaatst, hoeft niet op hetzelfde moment klaar te zijn.
Inschuifhoogtes bij het bakken op twee niveaus:
- Braadslede: hoogte 3
Bakplaat: hoogte 1
- Vormen op het rooster: eerste rooster: hoogte 3 tweede rooster: hoogte 1
Inschuifhoogtes bij het bakken op drie niveaus:
- Bakplaat: hoogte 5
Braadslede: hoogte 3
Bakplaat: hoogte 1
Bakken met twee springvormen:
Wanneer uw apparaat op meerdere niveaus kan bereiden, plaats dan de vormen naast elkaar of verspringend boven elkaar in de binnenruimte.
Bakken
| Gerecht | Accessoires / vormen | Inschuifhoogte | Verwarmings-methode | Temperatuur in °C | Tijdsduur, minuten |
|---|---|---|---|---|---|
| Spritskoekjes | Braadslede | 3 | 140-150 | 30-40 | |
| Spritskoekjes | Braadslede | 3 | 140-150 | 30-40 | |
| Sprits, 2 niveaus | Braadslede + Bakplaat | 3+1 | 140-150¹ | 30-45 | |
| Sprits, 3 niveaus | 2x Bakplaat + Braadslede | 5+3+1 | 130-140¹ | 40-55 | |
| Koekjes | Braadslede | 3 | 150¹ | 25-35 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 33)
1 Warm het apparaat 5 minuten voor. Gebruik bij apparaten met de functie 'snel voorverwarmen' deze functie niet om voor te verwarmen.
2 Het apparaat voorverwarmen. Gebruik bij apparaten met de functie 'snel voorverwarmen' deze functie niet om voor te verwarmen.
Pagina 34
nl Montagehandleiding
| Gerecht | Accessoires / vormen | Inschuifhoogte | Verwarmings-methode | Temperatuur in °C | Tijdsduur, minuten |
|---|---|---|---|---|---|
| Koekjes | Braadslede | 3 | 150¹ | 25-35 | |
| Koekjes, 2 niveaus | Braadslede + Bakplaat | 3+1 | 150¹ | 25-35 | |
| Koekjes, 3 niveaus | 2x Bakplaat + Braadslede | 5+3+1 | 140¹ | 35-45 | |
| Biscuitgebak | Springvorm Ø 26 cm | 2 | 160-170² | 30-40 | |
| Biscuitgebak | Springvorm Ø 26 cm | 2 | 170 | 30-40 | |
| Biscuitgebak, 2 niveaus | Springvorm Ø 26 cm | 3+1 | 150-160² | 30-45 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 34)
| 1 Warm het apparaat 5 minuten voor. Gebruik bij apparaten met de functie 'snel voorverwarmen' deze functie niet om voor te verwarmen. 2 Het apparaat voorverwarmen. Gebruik bij apparaten met de functie 'snel voorverwarmen' deze functie niet om voor te verwarmen. | |||
| Grillen | |||
| Voedingswaar Accessoires / vormen | Inschuif- Verwarhoogte mingsmethode | Temperatuur in °C / grillstand | Tijdsduur in min. |
| Toast bruinen Rooster | 5 | 3 | 0,2-1,5 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 34)
23 Montagehandleiding
De montagehandleiding bevat instructies voor de gasaansluiting en voor de module van de gasconversie.
Opmerking: Alleen voor de servicedienst.
23.1 Algemene informatie
De omschakeling van uw apparaat op een ander type gas mag alleen door geautoriseerd vakpersoneel en overeenkomstig de aanwijzingen in deze handleiding gebeuren. Een verkeerde aansluiting en verkeerde instellingen kunnen schade aan het apparaat veroorzaken. De fabrikant van het apparaat kan niet aansprakelijk worden gesteld voor foute aansluitingen en foute instellingen.
- Draag werkhandschoenen ter voorkoming van snijwonden. Onderdelen die toegankelijk zijn, kunnen scherpe randen hebben.
- Het apparaat nooit achter een decor- of meubeldeur plaatsen. Er bestaat gevaar van oververhitting.
- Dit apparaat nooit in boten of voertuigen installeren.
- Houd symbolen op het typeplaatje nauwgezet aan. Als voor uw land geen symbool voorhanden is, neem dan bij de instellingen de technische richtlijnen in acht die in uw land van toepassing zijn.
- Voordat u het apparaat opstelt, dient u zich over het type gas en de gasdruk van het lokale gasnet te informeren. Controleer vóór het gebruik van het apparaat of alle instellingen juist werden uitgevoerd.
- Plaatselijke en nationale richtlijnen en voorschriften moeten in acht worden genomen.
- De informatie over het instellen van het apparaat vindt u op het typeplaatje op de achterzijde van het apparaat. Het door de fabriek ingestelde type gas is met een sterretje (*) gemarkeerd.
Pagina 35
Montagehandleiding nl
- Na de omschakeling van het apparaat naar een ander type gas moet het ingestelde type gas op het typeplaatje worden vermeld.
- Gebruik hiervoor het gasomschakelingsetiket.
- De markering van de gassoort op het etiket vindt plaats met (*).
- Het etiket, waarop de gasomschakeling met een ster (*) is aangegeven, op de voorgeschreven plek op het typeplaatje plakken.
- De aan het apparaat uitgevoerde wijzigingen en het type aansluiting spelen voor het correcte en veilige gebruik van het apparaat een belangrijke rol.
- Sluit voor aanvang van alle werkzaamheden altijd de stroomtoevoer en de gastoevoer af.
- Na werkzaamheden aan de gasaansluiting altijd de lekdichtheid van de aansluiting controleren. De fabrikant aanvaardt geen verantwoordelijkheid voor een gaslek bij een gemanipuleerde gasaansluiting.
WAARSCHUWING ‒ Kans op explosie!
Er kan een gaslek ontstaan. Wanneer u het apparaat na het realiseren van de gasaansluiting beweegt, dan kan een gaslek ontstaan.
- Beweeg het apparaat na het maken van de gasaansluiting niet meer.
- Wanneer u het apparaat beweegt, controleer dan de aansluitingen op lekdichtheid.
LET OP!
Het apparaat niet aan de gasbuis (collector) vasthouden of verplaatsen. Beschadigingen aan de gasbuis kunnen leiden tot gaslekken. De gasbuis is niet gemaakt voor het gewicht van het apparaat.
- Het apparaat niet aan de gasbuis vasthouden of verplaatsen.
23.2 Apparaatinformatie
Voer de instellingen af fabriek voor type gas/gasdruk alsook de na de gasomschakeling geldige instellingen voor type gas/gasdruk in de volgende tabel in.
| E-nr. | FD |
|---|---|
| Telefoonnummer service | |
| Gastype / Gasdruk De gegevens vindt u op het typeplaatje. | |
| Gastype / Gasdruk De gegevens na de omschakeling van het gastype |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 35)
23.3 De kant van de gasaansluiting kiezen
De gasaansluiting van vele apparaten kunt u rechts of links realiseren. Indien nodig kunt u de aansluitzijde wijzigen.
Vereisten
- De hoofdgasleiding afsluiten.
- De gasaansluiting aan de niet gebruikte zijde met een blinde plug afsluiten.
- 1. De nieuwe afdichting in de blindstop plaatsen. Let erop dat de afdichting correct is aangebracht.
- 2. Opmerking: Gebruik voor het aansluiten van het apparaat een momentsleutel.
Het gasaansluitstuk op het apparaat met steeksleutel SW22 vasthouden en de blindstop met SW24 steeksleutel aan het aansluitstuk bevestigen.
20-25 Nm
- 3. Voer na wijziging van de aansluitzijde een dichtheidscontrole uit. Meer informatie vindt u in het hoofdstuk "Lekdichtheid- en functiecontrole" → Pagina 40.
23.4 Gasaansluiting
Deze aanwijzingen gelden alleen wanneer het apparaat wordt geïnstalleerd in landen, welke op het typeplaatje zijn vermeld.
Wanneer het apparaat in een land wordt geplaatst en gebruikt, dat niet op het typeplaatje is vermeld, raadpleeg dan een installatie- en montagehandleiding, welke de noodzakelijke informatie voor de aansluitvoorwaarden voor het apparaat in het betreffende land bevat.
Opmerking: Gebruik voor het aansluiten van het apparaat een momentsleutel.
Aardgasaansluiting (NG)
Wanneer u aardgas (NG) gebruikt, realiseer dan de gasaansluiting via een gasleiding of een veiligheidsgasslang met aan beide uiteinden een schroefdraadverbinding.
Aansluittypen:
*G½: EN ISO 228 G½ (TS EN ISO 228 G½)
*R½: EN 10226 R½ (TS 61-210 EN 10226 R½)
WAARSCHUWING ‒ Kans op explosie!
Er kan een gaslek optreden als gevolg van een beschadigd aansluitstuk.
- Nooit bij de aansluiting van de gasbuis of de veiligheidsgasslang het gasaansluitstuk op het apparaat vastdraaien met steeksleutel SW22. Het aansluitstuk kan beschadigd raken.
Pagina 36
nl Montagehandleiding
Aansluiting volgens EN ISO 228-1 G½ (TS EN ISO 228-1 G½ )
- 1. Plaats de nieuwe afdichting in het aansluitstuk. Let erop dat de afdichting correct is aangebracht.
- 2. Het gasaansluitstuk van het apparaat met steeksleutel SW22 vasthouden en het verbindingsstuk met steeksleutel SW24 in het aansluitstuk plaatsen.
- 3. De nieuwe afdichting in de gasbuis of de veiligheidsgasslang plaatsen. Let erop dat de afdichting correct is aangebracht.
- 4. Het verbindingsstuk met steeksleutel SW24 vasthouden en de schroefdraadaansluiting van de gasbuis of de veiligheidsgasslang met steeksleutel SW24 op het verbindingsstuk bevestigen en vastdraaien.
- 5. De afsluiter voor de gasaansluiting openen. Dichtheidscontrole → Pagina 40 uitvoeren.
Aansluiting volgens EN 10226-1 R½ (TS 61-210 EN 10226-1 R½)
- 1. Plaats de nieuwe afdichting in het aansluitstuk. Let erop dat de afdichting correct is aangebracht.
- 2. Het gasaansluitstuk van het apparaat met steeksleutel SW22 vasthouden en het verbindingsstuk met steeksleutel SW24 in het aansluitstuk plaatsen.
- 3. Het verbindingsstuk met steeksleutel SW24 vasthouden en de schroefdraadaansluiting van de gasbuis of de veiligheidsgasslang met steeksleutel SW24 op het verbindingsstuk bevestigen en vastdraaien.
- 4. De afsluiter voor de gasaansluiting openen. Dichtheidscontrole → Pagina 40 uitvoeren.
Aansluiting voor vloeibaar gas (LPG)
Wanneer uw vloeibaar gas (LPG) gebruikt, realiseer dan de gasaansluiting via een gasslang of een vaste verbinding.
Houd de landspecifieke richtlijnen aan.
Houd het volgende aan wanneer u een gasslang gebruikt:
- Gebruik een veiligheidsgasslang of een kunststof slang met een diameter van 8 of 10 mm.
- Bevestig de slang op de gasaansluiting met een toegelaten aansluitinrichting, bijv. een slangklem.
- De slang dient kort en volledig dicht te zijn. De lengte van de slang mag max. 1,5 m bedragen. Houd de geldende richtlijnen aan.
- Vervang de gasslang eenmaal per jaar.
Aansluiting met de gasslang
- 1. Plaats de nieuwe afdichting in het aansluitstuk. Let erop dat de afdichting correct is aangebracht.
- 2. Het gasaansluitstuk van het apparaat met steeksleutel SW22 vasthouden en het verbindingsstuk met steeksleutel SW24 in het aansluitstuk plaatsen.
Pagina 37
Montagehandleiding nl
- 3. De veiligheidsgasslang aanbrengen en goed vastzetten met een schroefverbinding of een klem.
- 4. De afsluiter voor de gasaansluiting openen. Dichtheidscontrole → Pagina 40 uitvoeren.
23.5 Omschakelen naar een ander gastype
U kunt de gassoort omschakelen, welke voor het apparaat is ingesteld.
Opmerking: Meer informatie over de voor het apparaat geschikte typen gas en de bijbehorende gaskoppen vindt u in het hoofdstuk "Technische gegevens - Gas" → Pagina 41. Op de koppen bevinden zich getallen die de diameter aangeven.
Omschakelen naar een ander gastype
- Het gasaansluitdeel vervangen.
- De branderkoppen vervangen.
- Al naar de gasinstelling af fabriek, de bypass-nozz-les van de branderkraan vervangen of vastdraaien.
Na de omschakeling
- Voer na de omschakeling van het type gas een dichtheidscontrole uit. Meer informatie vindt u in het hoofdstuk "Lekdichtheid- en functiecontrole" → Pagina 40.
- Na de omschakeling op een ander type gas moet het brandgedrag worden gecontroleerd. Meer informatie vindt u in hoofdstuk ""Correcte werking van de branders controleren" → Pagina 41".
- Het opnieuw ingestelde gastype en de nieuwe gasdruk invoeren in de tabel. Meer informatie kunt u vinden in hoofdstuk "Apparaatinformatie" → Pagina 35.
LET OP!
Markeer na de omschakeling naar een ander type gas het ingestelde type gas op het typeplaatje.
- Breng na de omschakeling van de gassoort het etiket met de aanduiding van de gassoort en de ster aan op de daarvoor bedoelde plek op het typeplaatje aan.
Onderdelen voor de omschakeling op een ander gastype
Hiernaast worden de onderdelen vermeld, welke u voor de beschreven gasomschakeling nodig heeft.
Opmerking:
De meegeleverde accessoires kunnen variëren afhankelijk van het type apparaat.
- Het gasaansluitstuk kan afhankelijk van het gastype en de richtlijnen per land variëren
- Bepaal in de tabel "Technische gegevens – Gas" → Pagina 41 de juiste nozzle-diameter.
- Gebruik altijd een nieuwe afdichting.
(*) Realiseer nooit een gasaansluiting zonder deze onderdelen.
| Toelichting | |
|---|---|
| Bypass-kop | |
| Branderkop | |
| (*) Afdichting | |
| (*) Aansluitstuk voor aardgas (NG: G20, G25) • TS 61-210 EN 10226 R½ • EN 10226 R½ | |
| (*) Aansluitstuk voor aardgas (NG: G20, G25) • TS EN ISO 228 G½ • EN ISO 228 G½ | |
| (*) Aansluitstuk voor vloeibaar gas (LPG: G30, G31) | |
| Aansluitstuk | |
| Blindstop (afsluitstuk) | |
| Fornuisbranderkop | vervangen |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 37)
- 1. Zet knoppen op het bedieningspaneel uit.
- 2. De afsluiter voor de gasaansluiting sluiten.
- 3. Het pannenrooster of de pandragers en de branderonderdelen verwijderen.
- 4. De fornuisbranderkoppen met steeksleutel 7 verwijderen.
Pagina 38
nl Montagehandleiding
- 5. Beschikt uw apparaat over een wokbrander met toegang vanaf de zijkant, verwijder de branderkop dan zoals hieronder afgebeeld.
- 7 7
- 6. De branderkoppen uit de tabel kiezen. Meer informatie vindt u in hoofdstuk "Technische gegevens – Gas" → Pagina 41.
‒ Bouw nieuwe koppen in de betreffende branders in.
- 7. Controleer de koppen op dichtheid na het vervangen. Meer informatie vindt u in het hoofdstuk "Lekdichtheid- en functiecontrole" → Pagina 40.
Bypass-koppen instellen of vervangen (kleine stand van de brander)
Via de bypass-koppen kunt u de minimale vlamhoogte van de brander instellen.
Vereisten
- Sluit de gasafsluiter.
- Maak het apparaat stroomloos.
- 1. Zet knoppen op het bedieningspaneel uit.
- 2. Verwijder de knoppen afzonderlijk door ze dicht tegen het bedieningspaneel vast te houden en iets naar voren uit te trekken.
Omschakeling van aardgas naar vloeibaar gas
Wanneer het apparaat bij levering in fabrieksinstelling op aardgas (NG: G20, G25) was ingesteld en nu voor het eerst naar vloeibaar gas (LPG: G30, G31) wordt omgeschakeld:
- 1. Om toegang tot de bypass-koppen te krijgen, het bedieningspaneel demonteren. Meer informatie vindt u in hoofdstuk "Bedieningspaneel demonteren" → Pagina 38.
- 2. De bypass-koppen tot de aanslag vastdraaien.
- 3. Aansluitend de stappen in hoofdstuk "Bedieningspaneel inbouwen" → Pagina 40 uitvoeren.
Omschakeling van vloeibaar gas naar aardgas
Wanneer u het apparaat wilt omschakelen van vloeibaar gas (LPG: G30, G31) naar aardgas (NG: G20, G25) of wanneer u deze omschakeling al heeft uitgevoerd en ongedaan maakt, dan:
- 1. Alle bypass-koppen in het apparaat vervangen. Meer informatie vindt u in hoofdstuk "Bedieningspaneel demonteren" → Pagina 38.
- 2. Daarna de stappen in hoofdstuk "Bypass-koppen vervangen" → Pagina 40 link uitvoeren.
- 3. Aansluitend de stappen in hoofdstuk "Bedieningspaneel inbouwen" → Pagina 40 uitvoeren.
Bedieningspaneel demonteren
- 1. Als het apparaat een bovenste afdekking bezig, deze verwijderen.
‒ Hiervoor de afschermplaat openen, met beide handen aan de zijkanten vasthouden en naar boven trekken. Zorg ervoor dat u de scharnieren niet kwijt raakt.
- 2. Het pannenrooster of de pandragers en de branderonderdelen verwijderen.
Pagina 39
Montagehandleiding nl
- 3. Opmerking: De 4 schroeven (M4) op de wokbrander verwijderen.
Wanneer er branderaansluitschroeven op de kookplaat aanwezig zijn, deze alle verwijderen.
- 4. Verwijder de twee schroeven (T20) rechts- en linksvoor op de kookplaat. De kunststof onderdelen die zich daaronder bevinden niet verwijderen.
- 5. Opmerking: Raak de onderkant van de kookplaat niet aan met voorwerpen, zodat er geen krassen komen op de matglazen plaat.
De kookplaat aan de voorkant vastpakken en max. 30° naar boven draaien. Borg de kookplaat met de profielrail, door deze loodrecht op de voorste branderbevestiging te plaatsen.
- 6. De kunststof afschermingen aan de linker- en rechterkant van de frontprofielen afnemen. Zorg ervoor dat u afdekkingen niet beschadigd of bekrast. De schroeven die zich daaronder bevinden (T20) eruit draaien.
- 7. Opmerking: De hieronder genoemde schroeven verwijderen, zodat de schakelaar en de elektronicacomponenten niet beschadigd worden.
De vier schroeven (M4) die te zien zijn na afname van de schakelaars (T15) aan het bedieningspaneel verwijderen.
- 8. Opmerking: Om bij de bypass-kop aan de rechterzijde te komen, de plaat iets naar rechts draaien. Om bij de bypass-kop aan de linkerzijde te komen, de plaat iets naar links draaien. Let erop dat de leidingen niet beschadigd worden en de verbindingen niet losraken.
Het paneel met beide handen vasthouden en langzaam naar boven trekken. Het paneel uit de bevestigingsnokken nemen. Daarna het paneel voorzichtig naar voren toe verwijderen. Zorg ervoor dat de leidingen niet beschadigd worden en de verbindingen niet losraken.
Pagina 40
nl Montagehandleiding
Bypass-koppen vervangen
- 1. De bypass-koppen met een platte schroevendraaier (nr. 2) er uit draaien. De bypass-koppen verwijderen.
- 2. Kies de passende nieuwe bypass-koppen uit de tabel. Meer informatie vindt u in hoofdstuk "Technische gegevens – Gas" → Pagina 41.
- 3. Ga na of de dichtingen van de bypass-koppen correct geplaatst zijn en goed functioneren. Alleen bypass-koppen gebruiken met afdichtingen die volledig intact zijn.
- 4. De nieuwe bypass-koppen inbrengen en goed vastdraaien. Controleer of alle bypass-koppen op de juiste kranen zijn bevestigd.
- 5. In deze fase absoluut een dichtheidscontrole uitvoeren. Meer informatie vindt u in het hoofdstuk "Lekdichtheid- en functiecontrole" → Pagina 40.
Bedieningspaneel monteren
De montage in omgekeerde volgorde uitvoeren.
- 1. Het voorpaneel met beide handen vasthouden en voorzichtig inbrengen. Zorg ervoor dat de kabels niet beschadigd zijn en de aansluitingen niet losraken. Iets naar onderen bewegen en in het frontpaneel plaatsen.
- 2. Plaats de schroeven (T15) (M4), welke van het bedieningspaneel werden verwijderd.
- 3. De schroeven (T20) die aan de rechter- en linkerkant uit de frontprofielen zijn gehaald weer inbrengen en vastdraaien. Breng de kunststof afschermingen weer aan.
- 4. De kookplaat voorzichtig inbrengen. Zorg ervoor dat de kunststof onderdelen die onder de schroeven moeten blijven niet naar beneden vallen. Draai de twee schroeven (T20) rechts- en linksvoor weer op de kookplaat er in. Wanneer brander-aansluitschroeven aanwezig zijn, deze alle in de kookplaat draai- en.
- 5. De branderonderdelen aan de hand van hun grootte op de juiste plaats zetten. De vonkontstekers in de betreffende openingen naast de branderonderdelen insteken. De geëmailleerde branderdeksels midden op de juiste brandervoeten plaatsen en daarbij op de grootte letten.
‒ Wanneer er een wokbrander aanwezig is, de 4 (M4) schroeven inschroeven, welke van de wokbrander werden verwijderd.
‒ Het pannendragerrooster en de pandragers plaatsen. Zorg ervoor dat u de pandrager met 80 mm spanwijdte op de hulpbrander plaatst.
- 6. Indien het apparaat is voorzien van een afschermplaat, deze loodrecht aan beide kanten vasthouden en langzaam weer in de bevestiging plaatsen.
- 7. De knoppen voorzichtig inzetten.
‒ Controleer in deze fase beslist de werking van de gasbrander. Meer informatie vindt u in hoofdstuk ""Correcte werking van de branders controleren" → Pagina 41".
- 8. Controleren of het toestel goed werkt.
23.6 Controleren op dichtheid en werking
De dichtheidscontrole dient door twee personen te worden uitgevoerd.
WAARSCHUWING ‒ Kans op explosie!
Vonken, vlammen of open vuur kunnen tijdens de dichtheids- en functiecontrole tot explosies leiden.
- Zorg ervoor dat er geen vonken ontstaan.
- Gebruik geen vlam of open vuur.
- Controleer de dichtheid uitsluitend met hiervoor geschikt schuim.
In geval van een gaslek
- De afsluiter sluiten.
- De betreffende locatie afdoende ventileren.
- Controleer de gas- en kopaansluitingen en verbindingen nogmaals.
- Herhaal de dichtheidscontrole → Pagina 40.
De gasaansluiting controleren
- 1. De afsluiter voor de gasaansluiting openen.
- 2. Breng een geschikt schuim aan rondom de gasaansluiting.
- Wanneer op het schuimige oppervlak verstrooiing en belletjes optreden, die wijzen op het lekken van gas, volg dan de instructies in hoofdstuk "Bij gaslekkage" → Pagina 40 op.
- 3. Dezelfde instructies opvolgen bij het deel dat met een blinde plug is afgesloten.
Controleer de koppen van de fornuisbranders
Controleer de dichtheid bij elke kop.
- 1. De afsluiter voor de gasaansluiting openen.
- 2. Dek voor de controle het gat van de branderkop voorzichtig af met uw vinger of een speciaal apparaat.
- 3. Breng een geschikt schuim aan op de kop.
- 4. Druk op de branderknop en draai de knop linksom. Zo komt er gas naar de kop.
- Wanneer op het schuimige oppervlak verstrooiing en belletjes optreden, die wijzen op het lekken van gas, volg dan de instructies in hoofdstuk "Bij gaslekkage" → Pagina 40 op.
Pagina 41
Montagehandleiding nl
Bypass-koppen controleren
Controleer de dichtheid bij elke bypass-kop.
- 1. De afsluiter voor de gasaansluiting openen.
- 2. Dek voor de controle het gat van de branderkop voorzichtig af met uw vinger of een speciaal apparaat.
- 3. Breng een geschikt schuim aan op de bypass-kop van de te controleren brander.
- 4. Druk op de kraanspil en draai deze linksom. Zo komt er gas naar de kop.
- Wanneer op het schuimige oppervlak verstrooiing en belletjes optreden, die wijzen op het lekken van gas, volg dan de instructies in hoofdstuk "Bij gaslekkage" → Pagina 40 op.
23.7 Controleer het juiste brandgedrag
Controleer het brandgedrag en de roetvorming na de omschakeling op een ander type gas voor elke brander. Wanneer er een probleem is, vergelijk dan de kopwaarde met de waarden in de tabel.
Controleer het juiste brandgedrag van de fornuisbrander
- 1. Ontsteek de gasfornuisbranders overeenkomstig de instructies in de gebruikershandleiding.
→ "Kookplaat bedienen", Pagina 17
- 2. Zet de gasfornuisknop op de kleine vlam. Controleer of het vlamveiligheidssysteem in werking is, door de vlam 1 minuut lang op de stand "kleine vlam" te houden.
- 3. Controleer het juiste brandgedrag bij grote vlam en bij kleine vlam.
- De vlam moet gelijkmatig en constant branden.
- 4. Draai de branderknop snel heen en weer tussen grote vlam en kleine vlam. Dit meerdere keren herhalen.
- De gasvlam mag niet flakkeren en niet uitgaan.
23.8 Technische gegevens - Gas
De verschillende gastypen en overeenkomstige waarden zijn opgenomen in een lijst.
Daar waar op de GAD type-onderzoek certificaten van KIWA de toestel categorie “I2EK” wordt vermeld is bedoeld:
Dit toestel is afgesteld voor de toestelcategorie K (I2K) en is geschikt voor het gebruik van G en G+ distributiegassen volgens de specificaties zoals die zijn weergegeven in de NTA 8837:2012 Annex D met een Wob-be-index van 43,46 – 45,3 MJ/m³ (droog, 0 °C, bovenwaarde) of 41,23 – 42,98 (droog, 15 °C, bovenwaarde).
Dit toestel kan daarnaast worden omgebouwd en/of opnieuw worden afgeregeld voor de toestelcategorie E (I2E)
Dit houdt derhalve in dat het toestel: “geschikt is voor
G+-gas en H-gas, dan wel aantoonbaar geschikt is voor G+-gas en aantoonbaar geschikt is te maken voor H-gas” in de zin van het “Besluit van 10 mei 2016 tot wijziging van het Besluit gastoestellen….”
Aanwijzingen bij enkele typen gas
Houd de volgende aanwijzingen aan bij de typen gas welke in de tabel voor enkele branders zijn aangegeven.
| Type gas | Toelichting |
|---|---|
| G20/25 (20/25 mbar) | Voor Frankrijk en België |
| G2.350 (13 mbar) | Voor Polen |
| G30 (50 mbar) | De klantenservice moet de koppenset HEZ353110 bestellen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 41)
Waarden voor de hulpbranderkop
Houd de volgende aanwijzingen aan bij de typen gas welke in de tabel voor enkele branders zijn aangegeven.
| G20/ G25 | G20 | G20 | G25 | G25 | G25.3 | G30/ G31 | G30 | G30 | G27 | G2.350 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Gasdruk (mbar) | 20/25 | 20 | 25 | 20 | 25 | 25 | 28-30 /37 | 50 | 37 | 20 | 13 |
| Kop (mm) | 0,72 | 0,72 | 0,68 | 0,77 | 0,72 | 0,72 | 0,50 | 0,43 | 0,47 | 0,77 | 1,00 |
| Bypass-kop¹ (mm) | 0,52/0, 5 | 0,52/ 0,5 | 0,52/ 0,5 | 0,52/ 0,5 | 0,52/ 05 | 0,52/ 0,5 | 0,32/ 0,3 | 0,32/ 0,3 | 0,32/ 0,3 | 0,52/ 0,5 | 0,52/ 0,5 |
| Ingangsvermogen max. (kW) | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 |
| Ingangsvermogen min. (kW) | ≤0,55 | ≤0,55 | ≤0,55 | ≤0,55 | ≤0,55 | ≤0,55 | ≤0,55 | ≤0,55 | ≤0,55 | ≤0,55 | ≤0,55 |
| Gasverbruik bij 15 °C en 1013 mbar m³/h | 0,095/ 0,111 | 0,095 | 0,095 | 0,111 | 0,111 | 0,108 | - | - | - | 0,116 | 0,132 |
| Gasverbruik bij 15°C en 1013 mbar g/h | - | - | - | - | - | - | 73/71 | 73 | 73 | - | - |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 41)
1 Gebruik de in de set meegeleverde bypass-kop met de overeenkomstige diameter.
Waarden voor de normale branderkop
Houd de volgende aanwijzingen aan bij de typen gas welke in de tabel voor enkele branders zijn aangegeven.