Bosch KAG93AIEP, tekst van de handleiding
Pagina's 112–124 van 125 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
Pagina 112
nl
De vriesruimte
De vriesruimte gebruiken
voor het opslaan van diepvriesproducten. voor het maken van ijsblokjes.
voor het bevriezen van levensmiddelen.
Attentie!
Flessen niet langer dan nodig in het vriesvak laten, deze kunnen bij het bevriezen breken.
Aanwijzing:
Let erop dat de deur van de vriesruimte altijd goed gesloten is! Bij een geopende deur ontdooien de bevroren waren en treedt er sterke ijsvorming op. Bovendien: Energieverspilling door hoog stroomverbruik!
Na het sluiten van de deur van de vriesruimte ontstaat een onderdruk, welke een zuigend geluid veroorzaakt. Wacht twee tot drie minuten, tot de onderdruk is gestabiliseerd.
Diepvriesproducten inkopen
- De verpakking mag niet beschadigd zijn.
- Houdbaarheidsdatum aanhouden.
- De temperatuur in de verkoopvrieskist moet -18 °C of kouder zijn.
- Diepvriesproducten indien mogelijk in isolerende tas transporteren en zo snel mogelijk in de vriezer doen.
Bakken
De vriezerladen zijn op uittrekrails gemonteerd en kunnen grote hoeveelheden diepvriesproducten bevatten.
Voor het er uit nemen van een diepvrieslade deze naar voren trekken en uit de rails tillen. Eerst de diepvriesproducten verwijderen. Na het uitnemen van de diepvriesladen de rails weer volledig terugduwen.
Diepvriesvolume volledig benutten
Wanneer u geen ijs nodig heeft, kunt u de ijsmaker uitschakelen en in plaats van de ijsblokjeshouder de deuropbergruimte plaatsen ( Hoofdstuk “Apparaat reinigen”).
Vriescapaciteit
Informatie over de vriescapaciteit vindt u op het typeplaatje.
Verse levensmiddelen bevriezen
Gebruik voor het invriezen alleen verse levensmiddelen.
Om voedingswaarde, aroma en kleur zo goed mogelijk te behouden, moeten groenten voor het invriezen geblancheerd worden. Bij aubergines, paprika, courgettes en asperges is blancheren niet nodig.
Boeken over invriezen en blancheren vindt u in de boekwinkel.
Aanwijzing:
Laat in te vriezen levensmiddelen niet in contact komen met al bevroren levensmiddelen.
- Geschikt om in te vriezen zijn:
Gebak, vis en zeevruchten, vlees, wild, gevogelte, groenten, fruit, kruiden, eieren zonder schaal, melkproducten zoals kaas, boter en kwark, bereide gerechten en etensresten zoals soep, eenpansgerecht, klaargemaakt vlees en klaargemaakte vis, aardappelgerechten, ovenschotels en zoete gerechten.
- Niet geschikt om in te vriezen zijn:
Groenten die doorgaans rauw worden gegeten, zoals sla, radijsjes, eieren in de schaal, druiven, hele appels, peren en perziken, hardgekookte eieren, yoghurt, zure-melk, zure room, crème fraîche en mayonaise.
Vriesproducten verpakken
Verpak levensmiddelen luchtdicht, zodat deze geen smaak verliezen of uitdrogen.
- 1. Levensmiddel in de verpakking doen.
- 2. Lucht er uit drukken.
- 3. Verpakking dicht afsluiten.
- 4. Inhoud en invriesdatum op de verpakking schrijven.
Als verpakking geschikt:
Kunststoffolie, polyethyleen slangfolie, aluminiumfolie, invriesdozen.
Deze producten vindt u in de vakhandel.
Niet geschikt als verpakking:
Pakpapier, perkament, cellofaan, vuilniszakken en gebruikte plastic winkeltassen.
Geschikt voor het afsluiten zijn:
Rubber ringen, kunststof clips, sluiters, koudebestendige tape, etc.
Zakken en slangfolie van poly-ethyleen kunnen met een folielasapparaat worden gelast.
Pagina 113
nl
Houdbaarheid van het diepvriesproduct
De houdbaarheid is afhankelijk van het soort levensmiddel.
Bij een temperatuur van -18 °C:
- Vis, worst, bereide gerechten, brood en gebak: tot max. 6 maanden
- Kaas, gevogelte, vlees:
tot max. 8 maanden
- Groenten, fruit:
tot max. 12 maanden
Invrieskalender
Overschrijd de bewaarduur niet om kwaliteitsachteruitgang van het diepvriesproduct te vermijden. De bewaarduur hangt af van het soort diepvriesproduct. De getallen bij de symbolen geven de toegestane bewaartijd in maanden aan voor de diepvriesproducten.
Let bij in de handel verkrijgbare diepvriesproducten op de productie of houdbaarheidsdatum.
Super-vriezen
Levensmiddelen moeten zo snel mogelijk tot in de kern worden bevroren, zodat vitamines, voedingswaarde, uiterlijk en smaak behouden blijven.
Het apparaat werkt continu, wanneer super-vriezen is ingeschakeld. De temperaturen in de vriesruimte zijn veel lager dan bij normaal bedrijf.
Schakel enkele uren voor het plaatsen van de verse levensmiddelen “super-vriezen” in, om een ongewenste temperatuurstijging te voorkomen.
Wanneer de vriescapaciteit volgens het typeplaatje benut moet worden, schakel dan super-vriezen 24 uur vóór het plaatsen van de verse producten in de vriesruimte in.
Kleinere hoeveelheden levensmiddelen (tot max. 2 kg) kunnen zonder super-vriezen worden ingevroren.
Super-vriezen inschakelen
Druk op de toets “Freezer / super 3s” gedurende 3 seconden, om de functie “super-vriezen” in te schakelen.
De indicatie (super-vriezen) brandt en als vriesruimte-temperatuur wordt “-24 °C” aangegeven.
Super-vriezen uitschakelen
Druk op de toets “Freezer / super 3s”, om de functie “super-vriezen” uit te schakelen.
Wanneer super-vriezen wordt uitgeschakeld, dooft de indicatie (super-vriezen). Het apparaat schakelt automatisch terug naar de vóór het super-vriezen ingestelde temperatuur.
Aanwijzingen
- Na 52 uur schakelt “super-vriezen” automatisch uit.
- Een activering van de vakantiemodus of energiezuinige modus schakelt de functie “super-vriezen” uit.
Diepvriesproduct ontdooien
Afhankelijk van het soort en het gebruiksdoel kunt u kiezen uit de volgende mogelijkheden:
bij kamertemperatuur in de koelkast in elektrische oven, met/zonder heteluchtventilator in magnetron
Attentie!
Ontdooide waren niet weer invriezen.
Pas na het verwerken in een gerecht (gekookt of gebraden) kan het opnieuw ingevroren worden. De maximale bewaartijd van het product niet meer volledig opgebruiken.
Pagina 114
nl
De koelruimte
De koelruimte is de ideale bewaarplek voor vlees, worst, vis, melkproducten, eieren, bereide gerechten en gebak.
Opletten bij het plaatsen
- Plaats verse, ongeschonden levensmiddelen.
Zo blijft de kwaliteit en versheid langer bewaard.
- Bij bereide producten en gebottelde producten de door de producent aangegeven minimale houdbaarheids- of gebruiksdatum aanhouden.
- Om aroma, kleur en versheid te behouden, de levensmiddelen goed verpakt of afgedekt plaatsen.
Overdracht van smaak en verkleuringen van kunststof delen in de koelruimte worden daardoor vermeden.
- Warme gerechten en dranken eerst laten afkoelen en dan pas in het apparaat plaatsen.
Aanwijzing:
Voorkom contact tussen levensmiddelen en de achterwand. De luchtcirculatie wordt anders beïnvloed.
Levensmiddelen of verpakkingen kunnen aan de achterwand vastvriezen.
Houd rekening met de koudezones in de koelruimte
Door de luchtcirculatie in de koelruimte ontstaan zones van een verschillende koudegraad:
- De koudste zone is tussen de groentelade en de daarop liggende glasplaat.
Aanwijzing:
Bewaar in de koudste zone boven de groentelade gevoelige levensmiddelen (bijv. vis, worst, vlees).
- De warmste zone is bij de deur, helemaal bovenin.
Aanwijzing:
Bewaar in de warmste zone bijv. kaas en boter. Kaas kan zo haar aroma verder ontwikkelen, de boter blijft smeerbaar.
Fruit- en groentelade
De lade is op uittrekrails gemonteerd en dient voor het bewaren van fruit en groente.
Voor het er uit nemen van een lade deze naar voren trekken en uit de rails tillen. Eerst alle levensmiddelen er uit halen.
Na het uitnemen van de diepvriesladen de rails weer volledig terugduwen.
Aanwijzingen
- Koudegevoelig fruit (bijv. ananas, bananen, papaja en citrusvruchten) en groenten (bijv. aubergines, komkommers, courgettes, paprika, tomaten en aardappelen) moeten voor een optimaal behoud van de kwaliteit en het aroma buiten de koelkast bij temperaturen van circa +8 °C tot +12 °C worden bewaard.
- Al naar gelang de bewaarhoeveelheid en het product kan zich in de groentelade condenswater vormen. Condenswater met een droge doek verwijderen.
Barvak
Het barvak dient voor het snel uitnemen van dranken etc. zonder de deur van de koelruimte te openen.
Attentie!
Maximaal met 5 kg beladen.
Pagina 115
nl
Super-koelen
Bij het super-koelen wordt de koelruimte zo koud mogelijk gekoeld.
Het super-koelen inschakelen bijv.
voor het plaatsen van grote hoeveelheden levensmiddelen.
voor het snelkoelen van dranken.
Super-koelen inschakelen
Druk op de toets “Fridge / super 3s” gedurende 3 seconden, om de functie “super-koelen” in te schakelen.
De indicatie (super-koelen) brandt en als koelruimtetemperatuur wordt “2 °C” aangegeven.
Super-koelen uitschakelen
Druk op de toets “Fridge / super 3s”, om de functie “super-koelen” uit te schakelen.
Wanneer super-koelen wordt uitgeschakeld, dooft de indicatie (super-koelen). Het apparaat schakelt automatisch naar de vóór de super-koelen ingestelde temperatuur terug.
Aanwijzingen
- Na 3 uur schakelt “super-koelen” automatisch uit.
- Een activering van de vakantiemodus of energiezuinige modus schakelt de functie “super-koelen” uit.
IJs- en waterdispenser
Afhankelijk van de behoefte kan worden afgenomen:
gekoeld water ijsblokjes crush‐ijs
De ijssoort of water kunt u door de toets (ijsblokjes), (crush-ijs) of (water) te kiezen.
Waarschuwing
- Geen breekbare glazen voor het tappen van water of ijs – kans op letsel bij glasbreuk!
- Niet in de uitwerpopening grijpen – letselgevaar door crusher‐messen!
Aanwijzing:
De ijs- en waterdispenser werkt niet, zolang de deur van de vriesruimte open is of het kinderslot actief is.
Water aftappen
Het water van de waterdispenser is geschikt voor consumptie gekoeld. Wanneer het water kouder wordt gewenst, voor het aftappen extra ijsblokjes in het glas doen.
- 1. 2.
- 1. Druk op toets , om de ijs-/waterdispenser naar de bedrijfsmodus water om te schakelen.
De indicatie brandt wanneer de bedrijfsmodus water actief is.
- 2. Duw het glas tegen de hendel van de dispenser.
Het water stopt met stromen, zodra het glas niet meer tegen de hendel drukt.
Het glas niet direct helemaal wegnemen, maar nog 2 tot 3 seconden onder de dispenser houden, om waterspatten te vermijden.
Aanwijzing:
Wanneer er geen water uit komt, of het water slechts langzaam er uit komt, controleer dan of het waterfilter niet verstopt is en vervangen moet worden ( Hoofdstuk “Waterfilter vervangen”).
Pagina 116
nl
IJsmaker
Wanneer de vriesruimte de vriestemperatuur heeft bereikt, stroomt water in de ijsmaker en bevriest tot ijsblokjes. Zodra de ijsblokjes klaar zijn, worden deze automatisch in de ijsblokjesbak gelost.
Uitschakelen van de ijsmaker
Om water en energie te besparen, kan de ijsmaker worden uitgeschakeld, mocht er geen ijs nodig zijn.
Druk om de ijsmaker in- of uit te schakelen op de toets “ice on/off”. De indicatie (ice off) brandt wanneer de ijsmaker is uitgeschakeld.
Aanwijzing: “ice on/off” betreft alleen de ijsmaker, niet de ijs-/waterdispenser.
Legen van de ijsblokjesbak
Wanneer langere tijd geen ijs is gebruikt, kunnen de ijsblokjes in de ijsblokjesbak aan elkaar vriezen. In dat geval de bak er uit nemen en legen ( Hoofdstuk “Apparaat reinigen”).
IJs afnemen
- 1. 2.
- 1. Op de toets of drukken om de ijs- en waterdispenser naar de bedrijfsmodus ijsblokjes of crush-ijs om te schakelen.
De betreffende indicatie of brandt wanneer de gekozen bedrijfsmodus actief is.
- 2. Duw een geschikte opvangeenheid tegen de hendel van de dispenser.
De opvangeenheid van de hendel halen, wanneer deze ca. voor de helft is gevuld. Het zich in de uit-werpeenheid bevindende ijs kan anders leiden tot overstromen van de opvangeenheid of de uitwerp-opening blokkeren.
De opvangeenheid niet direct helemaal wegnemen, maar nog 2 tot 3 seconden onder de dispenser houden, om waterspatten te vermijden.
Aanwijzingen
- Na het omschakelen van ijsblokjes naar crush-ijs kunnen er zich nog hele ijsblokjes of delen daarvan in de dispenser bevinden. Deze worden met de eerste porties crush-ijs uitgegeven.
- Na het omschakelen van crush-ijs naar ijsblokjes kan er zich nog een hoeveelheid crush-ijs in de dispenser bevinden. Deze wordt met de eerste ijsblokjes uitgegeven.
- IJs in normaal bedrijf niet continu langer dan 1 minuut dispenseren, om een oververhitting van de crusher-motor te vermijden.
Variabele indeling van het interieur
De koelruimte is met 5 glasplaten en meerdere verschillende opbergvakken in de deur uitgerust, die geschikt zijn voor het bewaren van eieren, blikken, drankflessen en verpakte levensmiddelen.
Deze kunnen naar behoefte op verschillende hoogtes worden geplaatst. Voor het verwijderen van de opbergvakken in de deur alle levensmiddelen verwijderen, om morsen te vermijden.
- Voor het verwijderen van een element deze voorzichtig naar voren trekken, tot het element uit de geleidingen los komt.
- Bij het weer plaatsen van het element ervoor zorgen dat er zich daarachter geen hindernis bevindt en het element voorzichtig in haar positie terug schuiven.
- Deuropbergvakken optillen en dan verwijderen.
Pagina 117
nl
Het flessenrek (optie) dient voor het bewaren van wijn en andere dranken in flessen.
Aanwijzing: Bij het uitnemen van de flessen voorzichtig te werk gaan.
- Het rek kan voor reiniging of om plaats te besparen worden verwijderd.
Alarmfunctie
Bij een alarm brandt de indicatie en er klinkt een zoemtoon.
Aanwijzing: Een zoemtoon die driemaal klinkt bij een knipperende waterfilterindicatie geeft aan dat het noodzakelijk is dat het waterfilter moet worden vervangen ( Hoofdstuk “Waterfilter vervangen”).
Deuralarm
Wanneer de deur van de vries- of koelruimte langer dan twee minuten open staat, schakelt het deuralarm in.
Bij het deuralarm klinkt de zoemer 3 x per minuut en houdt deze na 10 minuten automatisch op.
Om energie te besparen moet u vermijden het apparaat tijdens gebruik langere tijd open te houden.
Door het sluiten van de deur wordt het alarm uitgeschakeld.
Bij geopende deur kan het alarm door het indrukken van de toets “alarm / lock/unlock 3s” worden uitgezet, wanneer het kinderslot niet actief is.
Vakantiemodus
Bij langer afwezigheid is de vakantiemodus de beste keuze. In deze modus wordt de temperatuur in de koelruimte op 15 °C ingesteld en de temperatuur van de vriesruimte op -18 °C, om het energieverbruik te minimaliseren.
Belangrijk: Gedurende deze periode geen levensmiddelen in de koelruimte bewaren.
Aanwijzing: Tijdens afwezigheid moet ook de watertoevoer worden afgesloten.
Vakantiemodus inschakelen
Druk op de toets “holiday”, om de vakantiemodus in te schakelen.
De indicatie (holiday) brandt en als koelruimtetemperatuur wordt “15 °C” weergegeven.
Aanwijzing: In de vakantiemodus wordt de ijsmaker automatisch uitgeschakeld.
Vakantiemodus uitschakelen
Druk op de toets “holiday”, om de vakantiemodus te deactiveren.
Wanneer de vakantiemodus werd uitgeschakeld, dooft de indicatie (holiday) op het display. Het apparaat schakelt automatisch terug naar de eerder ingestelde temperatuur.
Energiezuinige modus
De energiezuinige modus kan u helpen het energieverbruik te reduceren. Deze stelt de temperatuur van de koelruimte in op 6 °C en de temperatuur van de vriesruimte op -17 °C.
Energiezuinige modus inschakelen
Druk op de toets “eco / filter reset 3s”, om de energiezuinige modus in te schakelen.
De indicatie (eco) brandt, wanneer de energiezuinige modus actief is.
Energiezuinige modus uitschakelen
Druk op de toets “eco / filter reset 3s”, om de energiezuinige modus uit te schakelen.
Wanneer de energiezuinige modus wordt uitgeschakeld, dooft de indicatie (eco) op het display. Het apparaat schakelt naar de voorheen ingestelde temperaturen terug.
Pagina 118
nl
Apparaat uitschakelen en stilleggen
Apparaat uitschakelen
Netstekker uit het stopcontact halen of de zekering uitschakelen.
De koelinrichting schakelt uit.
Attentie!
Wanneer het apparaat te lang is uitgeschakeld, smelt het ijs in de ijsblokjesbak en er loopt water uit het apparaat op de vloer. Om dit te voorkomen, moet u de ijsblokjesbak legen ( Hoofdstuk “Apparaat reinigen”).
Aanwijzing: Het kinderslot en de functies super-vriezen en super-koelen blijven niet gehandhaafd wanneer het apparaat wordt uitgeschakeld.
Apparaat stil zetten
Wanneer u het apparaat langere tijd niet gebruikt:
- 1. Alle levensmiddelen uit het apparaat nemen.
- 2. Watertoevoer afsluiten.
- 3. Resterende drinkwater aftappen.
- 4. Netstekker uit het stopcontact halen.
- 5. Het waterfilter verwijderen.
Aanwijzing:
Voor het opnieuw in gebruik nemen van het apparaat een nieuw waterfilter installeren.
- 6. Apparaat van binnen reinigen en de ijsblokjesbak legen ( Hoofdstuk “Apparaat reinigen”).
- 7. Apparaatdeuren open laten, om geurvorming te voorkomen.
Ontdooien
Vriesruimte
Door het volautomatische Nofrost-systeem blijft de vriesruimte ijsvrij. Ontdooien is niet meer nodig.
Koelruimte
Het ontdooien wordt automatisch uitgevoerd.
Het dooiwater loopt weg via het afvoergat in een verdampingsbak aan de achterzijde van het apparaat.
Apparaat reinigen
Waarschuwing
Het apparaat nooit met een stoomreiniger reinigen!
Attentie!
Gebruik geen zand-, chloor- of zuurhoudende schoonmaak- en oplosmiddelen.
- Geen schurende of krassende sponzen gebruiken. Op metalen oppervlakken kan corrosie ontstaan.
- Geen scherpe voorwerpen gebruiken om ijsafzetting uit de koelruimte te verwijderen.
- Nooit plateaus en bakken in de vaatwasser reinigen. De delen kunnen vervormen!
Procedure
- 1. Netstekker uit het stopcontact halen of de zekering uitschakelen.
- 2. Diepvriesproducten wegnemen en op een koele plaats bewaren.
- 3. Wachten tot de rijplaag is ontdooid.
- 4. Reinig het apparaat met een zachte doek, lauwwarm water en wat pH-neutraal afwasmiddel. Het afwaswater mag niet bij de verlichting terecht komen.
- 5. De deurafdichting alleen met schoon water afvegen en daarna grondig droog wrijven.
- 6. Na het reinigen het apparaat weer aansluiten.
De binnenruimte moet volledig droog zijn voordat u de stekker in het stopcontact steekt en het apparaat inschakelt.
- 7. Diepvriesproducten weer terugleggen.
IJs- en waterdispenser
- Niet aan de dispenderhendel trekken. De veer kan daardoor beschadigd raken of breken.
Wateropvangbak en rooster reinigen
Het water verzamelt zich in de wateropvangbak.
- Voor het reinigen de wateropvangbak en de zeef kan de zeef worden uitgenomen.
Pagina 119
nl
Uitrusting
Voor het reinigen alle variabele onderdelen van het apparaat verwijderen ( Hoofdstuk “Variabele indeling van het interieur”).
Aanwijzing:
Voor het uitnemen en reinigen van de lade de deuren volledig met meer dan 90° openen.
Lade uitnemen
- Lade geheel er uit trekken, door het omhoog tillen uit de borging lossen en er uit nemen.
Bij het plaatsen de lade op de uittrekrails zetten en in het interieur schuiven. De lade borgt door deze naar beneden te drukken.
Gebruik van de ijsblokjesbak
IJsblokjesbak verwijderen
Voor de reiniging of wanneer er geen ijs nodig is, kan de ijsblokjesbak worden verwijderd.
- 1. De ijsblokjesbak aan de greep vasthouden en naar boven schuiven.
- 2. Langzaam er uitschuiven om beschadigingen te vermijden.
Frontafdekking ijsmaker
IJsgoot
IJsblokjesbak
Waarschuwing
Niet de vingers, de hand of ongeschikte voorwerpen in de ijsgoot of de ijsmaker steken. Dit kan tot letsel of materiële schade leiden.
Aanwijzing: Tussen de ijsmaker en het waterreservoir bevindt zich een waterleiding. Demonteer het gehele watertoevoersysteem niet zelf. Dit moet uitsluitend door gekwalificeerde personen worden uitgevoerd.
IJsblokjesbak legen en reinigen
De ijsblokjesbak moet worden geleegd wanneer de ijsblokjes aan elkaar zijn gevroren of langere tijd geen ijs is afgenomen of wanneer het apparaat wordt uitgeschakeld.
Voor de reiniging met een mild reinigingsmiddelen afnemen, grondig uitspoelen en goed afdrogen. Gebruik geen agressieve of schurende reinigingsmiddelen of oplosmiddelen.
Pagina 120
nl
IJsblokjesbak vervangen
Is er geen ijs nodig, dan kan de ijsmaker worden uitgeschakeld en in plaats van de ijsblokjesbak (1) de deuropbergruimte (2) worden geplaatst om in de vriesruimte meer plaats te maken.
IJsblokjesbak monteren
- 1. Zorg ervoor dat beide koppelingen zich in een geschikte hoek tot elkaar bevinden om in elkaar te grijpen Indien nodig de koppeling op de ijsblokjesbak draaien zodat deze op de koppeling van de motor past.
A
B
- 2. De ijsblokjesbak aan de greep vasthouden en naar boven schuiven.
Zorg er daarbij voor dat de ijsblokjesbak (B) aan beide zijden in de klemmen (A) van de ijsmaker sluit.
- 3. De ijsblokjesbak naar onderen trekken controleren of deze goed vast zit.
Ontdooien
Hoewel het apparaat automatisch ontdooit, kan er zich op de binnenwanden van de vriesruimte een ijslaag vormen, wanneer de deur vaak wordt geopend of te lang open stond.
Wanneer de ijslaag te dik is, wacht dan tot de levensmiddelenvoorraad gering is en handel dan als volgt:
- 1. Aanwezige levensmiddelen en glasplaten verwijderen, stekker uit het stopcontact halen en deur open laten. Om het ontdooien te versnellen de ruimte goed ventileren.
- 2. Wanneer het ontdooien gereed is, het apparaat zoals hierboven beschreven reinigen.
Pagina 121
nl
Waterfilter vervangen
Het waterfilter moet over het algemeen elke 6 maanden worden vervangen, om de best mogelijk waterkwaliteit te waarborgen.
Nadat ca. 4000 l water is gebruikt (gangbaar verbruik in 6 maanden), knippert de waterfilterindicatie en de zoemer klinkt driemaal, om aan te geven dat vervanging van het filter noodzakelijk is.
Aanwijzing:
Wanneer er geen water uit komt, of het water slechts langzaam er uit komt, controleer dan of het waterfilter niet verstopt is en vervangen moet worden. In vele regio's is het kalkgehalte in het leidingwater hoog, waardoor het filter sneller verstopt.
Aankoop van een nieuw waterfilter
Allereerst moet een nieuw filter worden gekocht. U kunt het nieuwe filter bij de dealer kopen waar u ook uw apparaat heeft gekocht of via de servicedienst. Let er op dat u het zelfde filtertype koopt, zodat het filter in uw apparaat correct kan worden gebruikt.
Oude waterfilter verwijderen
Aanwijzingen
- De watertoevoer afsluiten, voordat u het filter verwijderd.
- Bij het vervangen van het filter kan er een kleine hoeveelheid water uit het filter en de leidingen lopen. Van het water op in een schaal en veeg eventueel uitgelopen water op met een vaatdoek.
- 1. Open de deur van de koelruimte zover mogelijk en verwijder de filterafdekking, door deze langzaam er uit te trekken.
- 2. Schroef het oude waterfilter linksom er uit (zie de markering op het filter) en verwijder deze.
Waarschuwing Gevaar voor materiële schade
Trek het waterfilter er niet met geweld uit.
Nieuw waterfilter inbouwen
- 1. Schroef het nieuwe waterfilter rechtsom er in en verifieer dat het filter stevig in de houder zit.
Waarschuwing
Bij onjuiste installatie kan dit er toe leiden dat het apparaat niet goed werkt of dat er water lekt.
- 2. Breng de filterafdekking weer aan door deze voorzichtig er op te schuiven.
- 3. Na een uitgevoerd filtervervanging de waterfilterindicatie resetten, door de toets “eco / filter reset 3s” gedurende drie seconden in te drukken.
Pagina 122
nl
Verlichting (LED)
Uw apparaat is uitgevoerd met een onderhoudsvrije LED-verlichting.
Reparaties aan deze verlichting mogen uitsluitend door de Servicedienst of geautoriseerde vakkrachten worden uitgevoerd.
Energie besparen
- Apparaat in een droge, goed geventileerde ruimte plaatsen. Het apparaat moet niet in direct zonlicht of in de buurt van een warmtebron staan (bijv. radiator, fornuis).
- De be- en ontluchtingsopeningen van het apparaat niet afsluiten.
- Warme levensmiddelen en dranken eerst laten afkoelen, dan pas in het apparaat zetten.
- Diepvriesproducten voor het ontdooien in de koelruimte plaatsen en de koude van het diepvriesproduct voor de koeling van levensmiddelen benutten.
- Apparaat zo kort mogelijk openen.
- Let er op dat de deur van de vriesruimte altijd goed gesloten is.
- De plaatsing van de indelingselementen heeft geen invloed op het energieverbruik van het apparaat.
- Om water en energie te besparen, kan de ijsmaker worden uitgeschakeld, mocht er geen ijs nodig zijn.
Bedrijfsgeluiden
Normale geluiden
- Bedrijfsgeluiden van de compressor.
- Luchtverplaatsingsgeluiden van de kleine ventilatormotor in de koelruimte of andere gebieden.
- Gorgelende geluiden, soortgelijk als bij kokend water.
- Geknak tijdens het automatische ontdooien.
- Klikken voordat de compressor start.
- Geluiden, wanneer de ijsmaker ijsblokjes in de ijsblokjesbak laat vallen.
- Wordt op de toets gedrukt, dan start de waterpomp en zolang de pomp draait is er een zacht geluid te horen.
Geluiden voorkomen
Het apparaat staat niet horizontaal
Stel het apparaat horizontaal m.b.v. een waterpas. Gebruik daarvoor de schroefvoeten of leg er wat onder.
Het apparaat maakt contact
Zet het apparaat los van andere meubels of apparaten.
Vakken of plateaus wiebelen of klemmen
Controleer de uitneembare delen en plaats deze eventueel opnieuw.
Flessen of vaten raken elkaar
Haal de flessen of verpakkingen iets uit elkaar.
Pagina 123
nl
Kleine storingen zelf opheffen
Voordat u contact opneemt met de servicedienst: Controleer of u de storing aan de hand van de volgende instructies kunt verhelpen.
U moet de kosten voor de klantenservice zelf dragen – ook tijdens de garantieperiode!
| Storing | Mogelijke oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Het apparaat werkt niet | Netstekker is niet goed ingestoken. | Controleer of de stekker goed in het stopcontact zit. |
| Zekering is uitgeschakeld of defect. | Zekering controleren, eventueel vervangen. | |
| Netspanningsuitval. | Voedingsspanning controleren. | |
| Te lage omgevingstemperatuur. | Proberen het probleem door het verlagen van de ingestelde temperatuur te verhelpen. | |
| Het is normaal, dat het apparaat tijdens het automatische ontdooien niet werkt, of kortstondig na het inschakelen van het apparaat, om de compressor te beschermen. | ||
| Geuren uit het interieur | Interieur is verontreinigd. | Reinig het interieur. |
| Enkele levensmiddelen, containers of verpakkingen veroorzaken geuren. | ||
| De motor draait continu | Het is normaal het motorgeluid vaak te horen. Onder de volgende omstandigheden moet de motor vaker draaien: • Temperatuur is lager ingesteld dan nodig. • Recent werd een grote hoeveelheid warme levensmiddelen in het apparaat geplaatst. • De omgevingstemperatuur is te hoog. • De deuren waren lange tijd open of werden te vaak geopend. • Na de inbedrijfstelling of wanneer het apparaat langere tijd was uitgeschakeld. | |
| In het interieur vormt zich een ijslaag | Luchtuitlaten zijn afgedekt; onvoldoende ventilatie; deur niet goed afgesloten. | Zorg ervoor dat de luchtuitlaten niet door levensmiddelen worden afgedekt en dat de levensmiddelen zo in het apparaat zijn geplaatst dat voldoende ventilatie is gewaarborgd. Controleer of de deur goed is gesloten. Om de ijslaag te verwijderen: • Hoofdstuk “Apparaat reinigen”. |
| Temperatuur in het apparaat is te hoog | Mogelijkerwijze werden de deuren te lang of te vaak geopend; of de deuren werden door een behaalde obstructie open gehouden; of het apparaat werd met onvoldoende vrije ruimte aan de zijkanten, onder- of bovenkant opgesteld. | Deuren niet onnodig of langer dan nodig openen; vrije ruimte rondom het apparaat controleren. |
| Deuren sluiten zwaar | Het apparaat is niet ca. 15 mm naar achter hellend opgesteld. Iets in de binnenruimte verhindert het sluiten van de deuren. | Schuinstand controleren en indien nodig door draaien aan de stelvoetjes corrigeren. Binnenruimte controleren en de hindernis verwijderen. |
| De verlichting werkt niet | De LED-verlichting is automatisch uitgeschakeld, omdat de deur te lang open was. De LED-verlichting is defect. | Deur sluiten en weer openen, om de verlichting weer in te schakelen. LED-verlichting laten vervangen • Hoofdstuk “Verlichting (LED)”. |
Pagina 124
nl
| Storing | Mogelijke oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Er lekt water op de vloer | De verdampingsbak onder aan de achterkant van het apparaat is niet goed horizontaal gesteld of de afvoerleiding is niet correct boven de schaal gepositioneerd of is verstopt. De wateraansluiting lekt. Het ijs in de ijsblokjesbak is gesmolten, omdat het apparaat geen stroom kreeg. | Verdampingsschaal en afvoerbuis aan de achterkant van het apparaat controleren. Wateraansluiting controleren en aansluitingen aandraaien. IJsblokjesbak controleren en eventueel legen. |
| De waterdispenser werkt niet | Geen wateraansluiting of watertoevoer is afgesloten. Aansluitslang bekneld of geknikt. Waterfilter niet correct geïnstalleerd of verstopt. De watertank is vanwege een te lage temperatuur in de koelruimte bevroren. Het kinderslot is actief of de deur van de vriesruimte is niet gesloten. | Waterleiding en waterkraan controleren. Waterfilter controleren. De temperatuur in de koelruimte iets verhogen. Deactiveer het kinderslot. Deur van de vriesruimte sluiten. |
| Er kan geen ijs worden verkregen | Na de installatie duurt het enkele uren voordat de vriesruimte haar temperatuur heeft bereikt en ijsblokjes geproduceerd kunnen worden. Geen wateraansluiting of watertoevoer is afgesloten. Waterfilter niet correct geïnstalleerd of verstopt. De ijsblokjes zijn in de ijsblokjesbak aan elkaar gevroren of in de uitloopopening klem geraakt. De ijsmaker is uitgeschakeld. | Waterleiding en waterkraan controleren. Waterfilter controleren. Uitloopopening controleren. IJsblokjesbak controleren en eventueel legen. De ijsmaker inschakelen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 124)
Servicedienst
Een servicedienst in uw omgeving vindt u in het telefoonboek of in de servicedienst-index. Geef aan de Servicedienst het typenummer (E‑Nr.) en het fabricagenummer (FD‑Nr.) van het apparaat door.
U vindt deze op het typeplaatje.
Help mee om onnodige voorrijkosten te voorkomen door het artikel- en fabricagenummer door te geven. U bespaart dan de hieraan verbonden extra kosten.
Reparatie-opdracht bij advies en storingen
De contactgegevens van alle landen vindt u in het bijgaande Servicedienst-index.
NL
B