naslaan.comZoekenAlle merken

Bosch KIL52AF30, tekst van de handleiding

Koelkast · Bosch · 19 pagina's in het Nederlands · pdf: 103 pagina's, 3,0 MB

Handleiding openen (pdf) Bron: www.bosch-home.nl

Deze handleiding geldt ook voor: KIL42AD30.

Storingen op pagina 94

Pagina 94

Vanaf de titel; het begin van pagina 94 staat in de pdf.

3 Storingen, wat te doen?

Controleer aan de hand van deze tabel of u de storing zelf kunt verhelpen, voordat u de klantenservice belt.

De temperatuur wijkt erg af van de instelling.

Apparaat 5 minuten uitschakelen.

"Apparaat uitschakelen en buiten werking stellen" op pagina 87

Wanneer de temperatuur te hoog is, de temperatuur na een paar uur opnieuw controleren. Wanneer de temperatuur te laag is, de temperatuur de volgende dag opnieuw controleren.

Geen enkele indicatie brandt.
De stekker zit niet goed in het stopcontact.Stekker in het stopcontact steken.
De zekering is geactiveerd.Zekeringen controleren.
De stroom is uitgevallen.Controleren of er stroom is.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 94)

Pagina 95

Storingen, wat te doen? nl

De indicatie geeft E... aan.

De elektronica heeft een fout geconstateerd.

Contact opnemen met de klantenservice. "Servicedienst" op pagina 96

Het apparaat koelt niet, de indicatie en verlichting branden.

Presentatielicht ingeschakeld.

Zelftest starten.

"Servicedienst" op pagina 96

Na afloop van het programma schakelt het apparaat weer over op het normale gebruik.

--------

Pagina 96

nl Servicedienst

4 Servicedienst

Als het u niet lukt om de storing zelf te verhelpen, kunt u contact opnemen met onze klantenservice. Wij vinden altijd een passende oplossing, ook om een onnodig bezoek van de monteur te voorkomen.

De contactgegevens van de dichtstbijzijnde Servicedienst vindt u hier of in de lijst met

Servicedienstadressen.

Vermeld bij het telefoongesprek a.u.b. het fabrikaatnummer (E-Nr.) en het productnummer (FD), die u op het typeplaatje vindt.

Vertrouw op de competentie van de fabrikant. U bent er dan van verzekerd dat de reparatie door ervaren technici wordt uitgevoerd die gebruik maken van de originele reserveonderdelen voor uw apparaat.

Zelftest apparaat

Uw apparaat beschikt over een zelftestprogramma dat fouten aangeeft, die uw klantenservice kan verhelpen.

Het zelftestprogramma start. Terwijl de zelftest wordt uitgevoerd, klinkt ondertussen een lang geluidssignaal.

Na afloop van het programma schakelt het apparaat weer over op het normale gebruik.

Verzoek om reparatie en advies bij storingen

De contactgegevens in alle landen vindt u in de bijgesloten lijst met

Servicedienstadressen.

--------

Garantie

Meer informatie over de garantieperiode en de garantievoorwaarden in uw land zijn verkrijgbaar bij uw klantenservice, uw speciaalzaak en op onze website.

Pagina's 1–77: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.

Pagina 78

nl

nl Inhoud

Veiligheidsvoorschriften . . . . . 79

Over deze gebruiksaanwijzing . . . . . .79 Kans op explosie. . . . . . . . . . . . . . . .79 Risico van een elektrische schok . . .79 Verbrandingsgevaar door kou . . . . . .79 Risico op letsel . . . . . . . . . . . . . . . . .80 Gevaren door of van het koelmiddel . . . . . . . . . . . . . . . . . .80 Vermijden van risico's voor kinderen en kwetsbare personen . . .80 Materiële schade . . . . . . . . . . . . . . . .81 Gewicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .81

8 Correct gebruik van het apparaat . . . . . . . . . . . . . . . 81

7 Milieubescherming . . . . . . . . . . 81

Verpakking . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .81 Oude apparaten. . . . . . . . . . . . . . . . .82

5 Installeren en aansluiten . . . . . 82

Inhoud van de verpakking . . . . . . . . .82 Technische gegevens . . . . . . . . . . . .82 Apparaat installeren. . . . . . . . . . . . . .83 Nisdiepte . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .83 Energie besparen . . . . . . . . . . . . . . .84 Voor het eerste gebruik . . . . . . . . . . .85 Elektrische aansluiting . . . . . . . . . . . .85

Het apparaat leren kennen. . . . 86

Apparaat . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .86 Bedieningselementen . . . . . . . . . . . .86 Uitrusting . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .86

1 Apparaat bedienen . . . . . . . . . . 87

Apparaat inschakelen . . . . . . . . . . . .87 Apparaat uitschakelen en buiten werking stellen . . . . . . . . . . . .87 Temperatuur instellen . . . . . . . . . . . .87 Super-functie . . . . . . . . . . . . . . . . . . .88

Alarm. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .88

Deuralarm. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 88

Koelvak . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .88

In acht nemen bij het bewaren . . . . . 88

Let op de koudezones in het koelvak . . . . . . . . . . . . . . . . . . 89

Groentelade met vochtigheidsregelaar . . . . . . . . . . . . . . . . . . 89

Vriesvak. . . . . . . . . . . . . . . . . . . .90

Deur van het vriesvak. . . . . . . . . . . . 90

Maximale invriescapaciteit . . . . . . . . 90

Inkopen van diepvriesproducten . . . 90

Attentie bij het inruimen . . . . . . . . . . 90

Verse levensmiddelen invriezen . . . . 91

Ontdooien van diepvrieswaren . . . . . 92

Ontdooien . . . . . . . . . . . . . . . . . .92

Koelvak . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 92

Vriesvak . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 92

Schoonmaken. . . . . . . . . . . . . . .93

Schoonmaken van het interieur . . . . 93

Luchtjes. . . . . . . . . . . . . . . . . . . .93

9 Verlichting. . . . . . . . . . . . . . . . . .94

Geluiden . . . . . . . . . . . . . . . . . . .94

Normale geluiden. . . . . . . . . . . . . . . 94

Voorkomen van geluiden . . . . . . . . . 94

3 Storingen, wat te doen?. . . . . . .94

4 Servicedienst . . . . . . . . . . . . . . .96

Zelftest apparaat . . . . . . . . . . . . . . . 96

Verzoek om reparatie en advies bij storingen . . . . . . . . . . . 96

Garantie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 96

Pagina 79

Veiligheidsvoorschriften

Dit apparaat voldoet aan de geldende veiligheidsbepalingen voor elektrische apparatuur en het is radio-ontstoord.

Het koelcircuit is op dichtheid gecontroleerd.

Over deze gebruiksaanwijzing

Kans op explosie

Veiligheidsvoorschriften nl

Risico van een elektrische schok

Onvakkundige installatie en reparaties kunnen groot gevaar opleveren voor de gebruiker van het apparaat.

Verbrandingsgevaar door kou

Pagina 80

nl Veiligheidsvoorschriften

Risico op letsel

Flessen of blikjes met koolzuurhoudende drank kunnen barsten.

Geen flessen of blikjes met koolzuurhoudende drank in het vriesvak bewaren.

Gevaren door of van het koelmiddel

De leidingen van het koelcircuit bevatten een kleine hoeveelheid van het milieuvriendelijke, maar brandbare koelmiddel R600a. Dit is niet schadelijk voor de ozonlaag en verhoogt het broeikaseffect niet. Vrijkomend koelmiddel kan echter oogletsel veroorzaken of vlam vatten.

Bij beschadiging van de leidingen:

Vermijden van risico's voor kinderen en kwetsbare personen

Er bestaat gevaar voor:

Maatregelen:

Pagina 81

Bestemming van het apparaat nl

Kans op stikken

Materiële schade

Om materiële schade te voorkomen:

Gewicht

Houd er bij plaatsing en transport van het apparaat rekening mee dat het apparaat erg zwaar kan zijn.

"De juiste opstelplaats" op pagina 83

8 Correct gebruik van het apparaat

Gebruik dit apparaat

Dit apparaat is bestemd voor gebruik tot op hoogten van maximaal 2.000 meter boven zeeniveau.

7 Milieubescherming

Verpakking

Alle materialen zijn onschadelijk voor het milieu en kunnen hergebruikt worden.

Pagina 82

nl Installeren en aansluiten

Oude apparaten

Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen worden teruggewonnen.

Waarschuwing

Kinderen kunnen zichzelf in het apparaat opsluiten en stikken!

Attentie!

Er kan koelmiddel en schadelijk gas vrijkomen.

Buizen van de koelmiddelkringloop en isolatie niet beschadigen.

Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE).

De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.

5 Installeren en aansluiten

Inhoud van de verpakking

Controleer na het uitpakken alle onderdelen op eventuele transportschade.

Voor klachten kunt u terecht bij de winkel waar u het apparaat hebt aangeschaft of bij onze servicedienst. "Servicedienst" op pagina 96

De levering bestaat uit de volgende onderdelen:

Technische gegevens

Koelmiddel, netto inhoud van het apparaat en andere technische gegevens vindt u op het typeplaatje.

Pagina 83

Installeren en aansluiten nl

Apparaat installeren

De juiste opstelplaats

Hoe meer koelmiddel het apparaat bevat, des te groter moet de ruimte zijn waarin het apparaat wordt opgesteld. In een te kleine ruimte kan bij een lek een ontvlambaar mengsel van gas en lucht ontstaan.

Per 8 g koelmiddel moet het vertrek minstens 1 m³ groot zijn. De hoeveelheid koelmiddel in uw apparaat vindt u op het typeplaatje aan de binnenkant van het apparaat.

Het gewicht van het apparaat kan afhankelijk van het model tot 65 kg bedragen.

Toegestane omgevingstemperatuur

De toegestane binnentemperatuur is afhankelijk van de klimaatklasse van het apparaat.

Informatie over de klimaatklasse vindt u op het typeplaatje.

Klimaatklasse SNToegestane omgevingstemperatuur
+10 °C ... 32 °C
N+16 °C ... 32 °C
ST+16 °C ... 38 °C
T+16 °C ... 43 °C

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 83)

Het apparaat is volledig functioneel binnen de toegestane binnentemperatuur.

Wanneer een apparaat uit klimaatklasse SN wordt gebruikt bij een lagere binnentemperatuur, kunnen beschadigingen aan het apparaat worden uitgesloten tot een binnentemperatuur van +5 °C.

Nisdiepte

Voor het apparaat wordt een nisdiepte van 56 cm aanbevolen. Bij een kleinere nisdiepte – minstens 55 cm – wordt het energieverbruik iets hoger.

Pagina 84

nl Installeren en aansluiten

Energie besparen

Wanneer u de volgende aanwijzingen opvolgt, verbruikt uw apparaat minder stroom.

Aanwijzing: De plaatsing van de uitrustingsonderdelen heeft geen invloed op het energieverbruik van het apparaat.

Apparaat installeren

Apparaat niet blootstellen aan direct zonlicht. Bij een lage omgevingstemperatuur hoeft het appa-Het apparaat zo ver mogelijk van radiatoren, fornuis raat minder vaak te koelen en verbruikt daardoor en andere warmtebronnen plaatsen: minder stroom.

Naast elektrische of gasfornuizen: 3 cm.

Naast een cv-installatie: 30 cm.

Aanwijzing: Als dat niet mogelijk is een isolatieplaat aanbrengen tussen het apparaat en de warmtebron.

Een opstelplaats met een binnentemperatuur van ca. 20 °C kiezen.

Een nisdiepte van 56 cm aanhouden.
Attentie!
Gevaar voor verbranding!
Sommige onderdelen van het apparaat worden tijdens het gebruik heet. Aanraking van deze onderdelen kan brandwonden veroorzaken.
De lucht bij de achterwand van het apparaat wordt niet zo warm. Het apparaat verbruikt minder stroom wanneer de warme lucht kan wegtrekken.
Ventilatieopeningen niet afdekken of versperren.
De ruimte dagelijks luchten.
Gebruik van het apparaat
Deur van het apparaat slechts kort openen.De lucht in het apparaat wordt niet veel warmer. Het apparaat hoeft minder vaak te koelen en verbruikt daardoor minder stroom.
Gekochte levensmiddelen in een koeltas transporteren en snel in het apparaat leggen.
Warme levensmiddelen en dranken eerst laten afkoelen en daarna in het apparaat leggen.
Diepvrieswaren ter ontdooiing in het koelvak leggen, om de koude van de diepvrieswaren te benutten.
Altijd wat ruimte openlaten tussen de levensmiddelen en de achterwand.De lucht kan circuleren en de luchtvochtigheid blijft constant. Het apparaat hoeft minder vaak te koelen en verbruikt daardoor minder stroom.
Levensmiddelen luchtdicht verpakken.
Achterkant van het apparaat eenmaal per jaar schoon zuigen.De lucht bij de achterwand van het apparaat wordt niet zo warm. Het apparaat verbruikt minder stroom
Ventilatieopeningen niet afdekken of versperren.wanneer de warme lucht kan wegtrekken.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 84)

Pagina 85

Installeren en aansluiten nl

Gebruik van het apparaat

Vriesvak regelmatig ontdooien.

Deur van het vriesvak zorgvuldig sluiten.

--------

Voor het eerste gebruik

"Schoonmaken" op pagina 93

Elektrische aansluiting

Attentie!

Het apparaat niet aansluiten op een elektronische electronische energiebesparende stekker.

Aanwijzing: U kunt het apparaat aansluiten op netvoedingsinverters en sinusinverters.

Netvoedingsinverters worden gebruikt bij fotovoltaïsche installaties met rechtstreekse aansluiting op het openbare elektriciteitsnet. Bij losstaande systemen dient u sinusinverters gebruiken. Losstaande systemen, bijv. op schepen of in berghutten, hebben geen rechtstreekse aansluiting op het openbare elektriciteitsnet.

Een laag rijp of ijs in het vriesvak vermindert de afgifte van koude aan de diepvrieswaren en verhoogt het energieverbruik.

Er treedt sterke ijsvorming in het vriesvak op. Het apparaat moet vaker koelen en verbruikt meer stroom.

Het stopcontact moet voldoen aan de volgende voorwaarden:

Stopcontact met 220 V ... 240 V Aardleiding 50 Hz

Zekering 10A ... 16 A Buiten Europa: controleren of de vermelde stroomsoort van het apparaat overeenkomt met de waarden van uw elektriciteitsnet. De gegevens van het apparaat staan op het typeplaatje.

Het stopcontact moet vrij toegankelijk zijn na de plaatsing van het apparaat.

Pagina 86

nl Installeren en aansluiten

Het apparaat leren kennen

Klap het laatste blad met afbeeldingen open. Afhankelijk van de uitrusting kunnen er verschillen zijn tussen uw apparaat en de afbeeldingen.

Apparaat

* Niet bij alle modellen.

* Uittrekbaar legplateau

Boter- en kaasvak

* Flessenrek Vario 2 Vak voor grote flessen

Bedieningselementen

Schakelt het apparaat in of uit.

Schakelt de super-functie in of uit.

Stelt de temperatuur in.

Toont de ingestelde temperatuur in °C.

Schakelt het alarmsignaal uit.

Uitrusting

(niet bij alle modellen)

Legplateau

U kunt het legplateau variëren:

Varioplateau

U kunt hoge voorwerpen koelen (bijv. kannen of flessen):

Uittrekbaar legplateau

U kunt zorgen voor een beter overzicht:

U kunt het legplateau geheel verwijderen:

Reservoir

U kunt de lade verwijderen:

Pagina 87

Apparaat bedienen nl

Voorraadvakken

U kunt het flessenrek verwijderen:

Flessenrek Vario

U kunt grote flessen bewaren in het onderste flessenrek:

Flessenhouder

Wanneer u de deur opent en sluit:

1 Apparaat bedienen

Apparaat inschakelen

Het apparaat begint te koelen.

Opmerkingen bij/voor het gebruik

Geen levensmiddelen inruimen voordat de ingestelde temperatuur is bereikt.

Apparaat uitschakelen en buiten werking stellen

Apparaat uitschakelen

Het apparaat koelt niet meer.

Apparaat buiten werking stellen

Als u het apparaat langere tijd niet gebruikt:

Het apparaat koelt niet meer.

Temperatuur instellen

Aanbevolen temperatuur

Koelvak: +4 °C

Koelvak

Vriesvak

De temperatuur in de koelruimte beïnvloedt de temperatuur in het vriesvak. Verander de temperatuur in de koelruimte om de temperatuur in het vriesvak te veranderen. Hoger ingestelde koelruimtetemperaturen zorgen voor hogere vriesvaktemperaturen.

Pagina 88

nl Alarm

Sticker OK

(niet bij alle modellen)

Met de sticker OK kunt u controleren of de temperatuur in het koelvak +4 °C of kouder wordt.

Als de sticker niet OK aangeeft, moet de temperatuur stapsgewijs worden verlaagd.

Na ingebruikneming van het apparaat kan het 12 uur duren voordat de ingestelde temperatuur is bereikt.

Correcte instelling

Super-functie

Als de super-functie ingeschakeld is, wordt het kouder in het koelvak en het vriesvak.

Super-functie inschakelen bijv.:

Aanwijzing: Als de super-functie ingeschakeld is, wordt het apparaat iets luider.

Na ca. 1 dag schakelt het apparaat over op het normale werking.

Super-functie in-/uitschakelen:

Als de super-functie ingeschakeld is, wordt de toets verlicht.

Alarm

Deuralarm

Als de deur van het apparaat langer dan twee minuten open staat, wordt het deuralarm (aanhoudend geluidssignaal) ingeschakeld.

Het alarmsignaal wordt uitgeschakeld.

Koelvak

Het koelvak is geschikt voor het bewaren van vlees, worst, vis, melkproducten, eieren, bereide gerechten en bakproducten.

De temperatuur is instelbaar van +2 °C ... +8 °C.

Door de koelopslag kunt u ook zeer bederfelijke levensmiddelen op korte of middellange termijn bewaren. Hoe lager de temperatuur, hoe langzamer de gistingsprocessen, de chemische processen en het bederf door micro-organismen verloopt. Een temperatuur van +4 °C of lager waarborgt een optimale versheid en veiligheid van de levensmiddelen.

In acht nemen bij het bewaren

Zo blijft de kwaliteit en de versheid langer bewaard.

Pagina 89

Koelvak nl

Zo voorkomt u smaakvermenging en verkleuring van de kunststof onderdelen.

Let op de koudezones in het koelvak

Door de luchtcirculatie in de koelruimte ontstaan verschillende koudezones.

De koudste zone

De koudste zone is tussen de op de zijkant gestempelde pijl en het eronder liggende legplateau.

Aanwijzing: Bewaar in de koudste zone gevoelige levensmiddelen (bijv. vis, worst en vlees).

De warmste zone

De warmste zone bevindt zich helemaal bovenaan in de deur.

Aanwijzing: Bewaar in de warmste zone bijv. harde kaas en boter. Kaas kan zijn aroma/smaak verder ontwikkelen en boter blijft goed smeerbaar.

Groentelade met vochtigheidsregelaar

De groentelade is de optimale plaats voor het bewaren van vers fruit en verse groente. Met de vochtigheidsregelaar en een speciale afdichting kunt u de luchtvochtigheid in de groentelade aanpassen. Hierdoor kunt u vers fruit en verse groente tot tweemaal zo lang bewaren als bij een conventionele bewaarmethode.

De luchtvochtigheid in de groentelade kunt u instellen afhankelijk van het soort en de hoeveelheid bewaarde levensmiddelen:

Aanwijzingen

Condenswater verwijderen met een droge doek en de luchtvochtigheid in de groentelade aanpassen met behulp van de vochtigheidsregelaar.

Pagina 90

nl Vriesvak

Vriesvak

Het vriesvak is geschikt voor:

De temperatuur in het vriesvak is afhankelijk van de temperatuur in de koelruimte.

Door diepvriesopslag kunt u bederfelijke levensmiddelen vrijwel zonder kwaliteitsafname langdurig bewaren, omdat de lage temperatuur het bederf sterk vertraagt of stopzet. Het uiterlijk, het aroma en alle belangrijke inhoudsstoffen blijven grotendeels behouden.

De tijd die nodig is om verse levensmiddelen volledig diep te vriezen is afhankelijk van de volgende factoren:

Deur van het vriesvak

Neem de volgende punten in acht:

Maximale invriescapaciteit

Het maximum vriesvermogen geeft de hoeveelheid levensmiddelen aan die in 24 uur tot in de kern kunnen worden ingevroren.

Gegevens over de maximale invriescapaciteit vindt u op het typeplaatje.

Voorwaarden voor max. invriesvermogen

"Super-functie" op pagina 88

Inkopen van diepvriesproducten

Attentie bij het inruimen

De ingevroren levensmiddelen zo nodig anders opstapelen in het vriesvak.

Pagina 91

Vriesvak nl

Verse levensmiddelen invriezen

Uitsluitend verse en onberispelijke levenmiddelen invriezen.

Levensmiddelen die gekookt, gebraden of gebakken worden geconsumeerd, zijn geschikter voor invriezen dan levensmiddelen die rauw worden gegeten.

Om voedingswaarde, aroma en kleur zo goed mogelijk te behouden, dienen de levensmiddelen voorbereid te worden:

Aanwijzingen daarover vindt u in de desbetreffende literatuur.

Geschikt voor invriezen

Niet geschikt om in te vriezen

Diepvrieswaren verpakken

De juiste verpakking en materiaalkeuze bepalen in belangrijke mate het behoud van de productkwaliteit en het voorkomen van vriesbrand.

Als verpakking geschikt:

Geschikte afsluitingen:

Ongeschikte verpakking:

Houdbaarheid van de diepvrieswaren bij –18 °C

Vis, worst, klaargemaakte gerechten, brood en banket:tot 6 maanden
Vlees, gevogelte:tot 8 maanden
Groente, fruit:tot 12 maanden

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 91)

Pagina 92

nl Ontdooien

Ontdooien van diepvrieswaren

De ontdooimethode dient te worden aangepast aan het levensmiddel en het gebruiksdoel, om de productkwaliteit zo goed mogelijk te behouden.

Ontdooimethoden:

Attentie!

Half of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen. Pas nadat het is verwerkt tot een panklaar gerecht (gekookt of gebraden), kunt u het opnieuw invriezen.

De maximale opslagtijd van het diepvrieswaren niet meer volledig benutten.

Ontdooien

Koelvak

Wanneer de koelmachine loopt, vormen zich dooiwaterdruppels of rijp op de achterwand. Dit is normaal. U hoeft de dooiwaterdruppels of de rijp niet af te vegen. De achterwand wordt automatisch ontdooid. Het dooiwater loopt via het dooiwatergootje.

Vanuit de dooiwatergoot stroomt het dooiwater naar de verdampingsbak, waar het verdampt.

Aanwijzing: De dooiwatergoot en het afvoergat schoonhouden, zodat het dooiwater kan weglopen en geurvorming wordt voorkomen.

Vriesvak

Omdat de diepvrieswaren niet mogen ontdooien, wordt het vriesvak niet automatisch ontdooid. Een laag rijp of ijs in het vriesvak vermindert de afgifte van koude aan de diepvrieswaren en verhoogt het energieverbruik.

Attentie!

Schade aan de leidingen van het koelcircuit voorkomen.

Vrijkomend koelmiddel kan oogletsel veroorzaken of vlam vatten.

Ga als volgt te werk:

De levensmiddelen worden daardoor tot zeer lage temperaturen afgekoeld, zodat u deze langer op kamertemperatuur kunt bewaren.

Pagina 93

Schoonmaken nl

Schoonmaken

Attentie!

Beschadiging van het apparaat en de uitrustingsonderdelen vermijden.

Op de metalen oppervlakken kan corrosie ontstaan.

Ze kunnen vervormen.

Ga als volgt te werk:

De koude-accu (indien aanwezig) op de levensmiddelen leggen.

Attentie!

Het afwaswater mag niet in de verlichting of via het afvoergat in het verdampingsgedeelte terechtkomen.

Schoonmaken van het interieur

De variabele onderdelen uit het apparaat nemen.

"Uitrusting" op pagina 86

Dooiwatergoot

De dooiwatergoot en het afvoergat regelmatig reinigen met wattenstaafjes o.i.d., zodat het dooiwater goed kan weglopen.

Legplateau boven de groentelade

Luchtjes

Als u onaangename luchtjes ruikt:

Pagina 94: zie Storingen hierboven.

Pagina 95: zie hierboven.

Pagina 96: zie hierboven.

Inhoud

Meer handleidingen: Bosch koelkast