naslaan.comZoekenAlle merken

Bosch KIL82SDD0, tekst van de handleiding

Koelkast · Bosch · 23 pagina's in het Nederlands · pdf: 104 pagina's, 3,0 MB

Handleiding openen (pdf) Bron: www.bosch-home.nl

Storingen op pagina 95

Pagina 95

Vanaf de titel; het begin van pagina 95 staat in de pdf.

14 Storingen verhelpen

Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de klantenservice de informatie over het verhelpen van storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten.

WAARSCHUWING

Kans op elektrische schok!

Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.

  • Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
  • Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.
  • Wanneer de netaansluitkabel of de apparaataansluitkabel van dit apparaat beschadigd raakt, moet deze worden vervangen door een speciale netaansluitkabel of speciale apparaataansluitkabel die verkrijgbaar is bij de fabrikant of de klantenservice.
StoringOorzaak en probleemoplossing
Apparaat koelt niet, indicaties en verlichting branden.Het presentatielicht is ingeschakeld.
1. Schakel het apparaat uit. Pagina 89
2. Wacht 2 minuten.
3. Schakel het apparaat weer in. Pagina 88

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 95)

Pagina 96

nl Storingen verhelpen

StoringOorzaak en probleemoplossing
Apparaat koelt niet, indicaties en verlichting branden.4. Wacht 1 minuut en houd aansluitend °C ingedrukt, tot er 4 akoestische signalen klinken.
5. Controleer na korte tijd of uw apparaat koelt.
LED-verlichting functioneert niet.Verschillende oorzaken zijn mogelijk.
▸ Neem contact op met de servicedienst.
Het nummer van de servicedienst vindt u in het bijgevoegde overzicht van servicediensten.
De koelmachine schakelt vaker en langer in.Het apparaat is te vaak geopend.
▸ Open de apparaatdeur niet onnodig.
Externe ventilatieopeningen zijn afgedekt.
▸ Verwijder hindernissen vóór de externe ventilatieopeningen.
Geen storing. Moderne koelapparaten schakelen vaker in en hebben verschillende vermogensstanden om efficiënter te koelen.
▸ Verwijder hindernissen vóór de externe ventilatieopeningen.
▸ Stel het apparaat met de grootst mogelijke afstand tot verwarmingselementen, fornuis en andere warmtebronnen op. Vermijd langdurig direct zonlicht op het apparaat.
▸ Het vriesvak regelmatig ontdooien. Pagina 92
▸ Open de deur van het apparaat slechts zo kort als mogelijk is.
▸ Laat warme gerechten en dranken voordat deze in het apparaat worden geplaatst eerst afkoelen.
Op de achterwand van het koelvak vormt zich een vorstlaag.Geen storing. Moderne koelapparaten zorgen voor een gelijkmatigere temperatuur in het koelvak. De achterwand van het koelvak wordt regelmatig automatisch ontdooid.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 96)

Pagina 97

Storingen verhelpen nl

StoringOorzaak en probleemoplossing
Op de achterwand van het koelvak vormt zich een vorstlaag.▸ Laat warme gerechten en dranken voordat deze in het apparaat worden geplaatst eerst afkoelen.
▸ Laat altijd wat ruimte tussen de levensmiddelen en de binnenwanden.
Alarmsignaal weerklinkt en alarm brandt.Verschillende oorzaken zijn mogelijk.
▸ Druk op alarm.
Schakel het alarm uit.
Deur van het apparaat is open.
▸ Sluit de deur van het apparaat.
Temperatuur wijkt erg af van de instelling.Verschillende oorzaken zijn mogelijk.
1. Schakel het apparaat uit. Pagina 89
2. Schakel het apparaat na ca. 5 minuten opnieuw in. Pagina 88
▸ Als de temperatuur te hoog is, controleer dan de temperatuur na een paar uur opnieuw.
▸ Als de temperatuur te laag is, controleer de temperatuur dan de volgende dag opnieuw.
Bodem van het koelvak is nat.De dooiwatergoot of het afvoergat is verstopt.
▸ De dooiwatergoot en het afvoergat reinigen. Pagina 94
Het apparaat borrelt, zoemt of gorgelt of klikt.Geen storing. Een motor draait, bijv. koelaggregaat, ventilator. Er stroomt koudemiddel door de buizen. Motor, schakelaars of magneetventielen schakelen in- of uit.
Geen handeling vereist.Geen handeling vereist.
Apparaat produceert geluiden.Uitrustingsdelen wiebelen of klemmen.
▸ Controleer de uitneembare uitrustingsdelen en zet ze eventueel opnieuw in het apparaat.
Flessen of containers raken elkaar.
▸ Haal flessen of containers van elkaar.
Super-functie is ingeschakeld.
Geen handeling vereist.Geen handeling vereist.
14.1 Stroomuitvalvan de diepvriesproducten vermin-

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 97)

Tijdens een stroomuitval stijgt de dert.

temperatuur in het apparaat, hierdoor Op onze website van uw apparaat verkort de bewaartijd en de kwaliteit vindt in de technische gegevens de bewaartijd van de diepvriesproducten in geval van een storing.

97

Pagina 98

nl Opslaan en afvoeren

Opmerkingen

Het apparaat tijdens een stroomuitval zo weinig mogelijk openen en geen andere levensmiddelen inruimen.

De kwaliteit van de levensmiddelen onmiddellijk na de stroomuitval controleren.

14.2 Apparaatzelftest uitvoeren

Uw apparaat beschikt over een apparaatzelftest, welke storingen weergeeft, die uw service kan verhelpen.

Pagina 89

De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.

Pagina 13

De apparaatzelftest start wanneer de temperatuurindicaties na elkaar gaan branden.

Wanneer na het einde van de apparaatzelftest 2 akoestische signalen weerklinken en de temperatuurdisplay de ingestelde temperatuur weergeeft, dan zijn de temperatuursensoren van uw apparaat in

orde. Het apparaat gaat over op de normale werking.

Wanneer na het einde van de zelftest van het apparaat 5 akoestische signalen klinken en de leds van de temperatuuraanwijzing met verschillende helderheid branden, neem dan contact op met de service. De leds geven de servicedienst aanwijzingen omtrent de actuele storing.

15 Opslaan en afvoeren

15.1 Apparaat buiten gebruik stellen

Pagina 89

De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.

Pagina 92

15.2 Afvoeren van uw oude apparaat

Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen opnieuw worden gebruikt.

Pagina 99

Servicedienst nl

WAARSCHUWING

Kans op gevaar voor de gezondheid!

Kinderen kunnen zich in het apparaat opsluiten en in levensgevaar geraken.

WAARSCHUWING

Brandgevaar!

Bij beschadiging van de leidingen kunnen brandbaar koudemiddel en schadelijke gassen ontsnappen en ontsteken.

Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor kunt u informatie verkrijgen over de actuele afvoermethoden.

Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE).

De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.

16 Servicedienst

Originele vervangende onderdelen die relevant zijn voor de werking in overeenstemming met de desbetreffende Ecodesign-verordening kunt u voor de duur van ten minste 10 jaar vanaf het moment van in de handel brengen van het apparaat binnen de Europese Economische Ruimte bij onze servicedienst verkrijgen.

Daarnaast kunt u bij onze klantenservice andere functierelevante en op voorraad liggende originele reserveonderdelen verkrijgen tot 15 jaar na het op de markt brengen van uw apparaat.

Voor meer informatie kunt u met onze klantenservice contact opnemen.

Opmerking: Het inschakelen van de servicedienst is in het kader van de plaatselijk geldende fabrieksgarantievoorwaarden gratis. De minimumduur van de garantie (fabrieksgarantie voor particuliere gebruikers) in de Europese Economische Ruimte bedraagt 2 jaar in overeenstemming met de geldende plaatselijke garantievoorwaarden. De garantievoorwaarden doen geen afbreuk aan eventuele andere rechten of claims die u op grond van het plaatselijke recht heeft.

Gedetailleerde informatie over de garantieduur en de garantievoorwaarden in uw land ontvangt u via de QRcode op het meegeleverde document over de servicecontacten en garantievoorwaarden, bij onze klantenservice, uw dealer of op onze website.

De contactgegevens van de klantenservice vindt u via de QR-code op het meegeleverde document over de servicecontacten en garantievoorwaarden of op onze website.

99

Pagina 100

nl Technische gegevens

16.1 Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD)

Als u contact opneemt met de servicedienst, hebt u het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) nodig. Deze nummers vindt u op het typeplaatje van het apparaat.

"Apparaat", Fig. 1 / Pagina 87

Om uw apparaatgegevens en de servicedienst-telefoonnummers snel terug te kunnen vinden, kunt u de gegevens noteren.

17 Technische gegevens

Koudemiddel, netto inhoud en overige technische gegevens bevinden zich op het typeplaatje.

"Apparaat", Fig. 1 / Pagina 87

Meer informatie over uw model vindt u op het internet onder htps:// eprel.ec.europa.eu/ ¹. Dit webadres verwijst naar de officiële EU-productdatabank EPREL. Volg dan de aanwijzingen bij het zoeken naar het model op. De modelidentificatie bestaat uit het teken voor de slash van het E-nummer (E-Nr.) op het typeplaatje. Alternatief vindt u de modelidentificatie ook in de eerste regel van het EU-energielabel.

Het aantal lichtbronnen is modelafhankelijk.

Dit product bevat een lichtbron van energieklasse E.

De lichtbronnen zijn leverbaar als reserveonderdeel en mogen uitsluitend door geschoold vakpersoneel worden vervangen.

1 Geldt alleen voor landen in de Europese Economische Ruimte

100

Pagina's 1–77: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.

Pagina 78

nl Inhoudsopgave

U kunt online aanvullende informatie en uitleg vinden. Scan de QR-code op de titelpagina.

Inhoudsopgave

1 Veiligheid ................................... 79

1.1 Definitie van de signaalwoorden ............................................... 79 1.2 Algemene aanwijzingen ........... 79 1.3 Bestemming van het apparaat ............................................... 79 1.4 Inperking van de gebruikers ... 80 1.5 Veiliger transport ....................... 80 1.6 Veilige installatie ........................ 80 1.7 Veilig gebruik ............................. 81 1.8 Beschadigd apparaat ............... 83

2 Het voorkomen van materiële schade ........................................ 84

3 Milieubescherming en besparing .............................................. 85

3.1 Afvoeren van de verpakking ... 85 3.2 Energie besparen ..................... 85

4 Opstellen en aansluiten ............ 85

4.1 Leveringsomvang ...................... 85 4.2 Criteria voor de opstellocatie ................................................. 85 4.3 Apparaat monteren ................... 86 4.4 Het apparaat voor het eerste gebruik voorbereiden ............... 86 4.5 Apparaat elektrisch aansluiten ................................................ 86

5 Uw apparaat leren kennen ........ 87

5.1 Apparaat ..................................... 87 5.2 Bedieningspaneel ..................... 87

6 Uitrusting ................................... 87

6.1 Legplateau .................................. 87 6.2 Variabel legplateau ................... 87 6.3 Flessenrek .................................. 87 6.4 Bewaarlade ................................ 88 6.5 Fruit- en groentelade met vochtigheidsregelaar ................ 88 6.6 Boter- en kaasvak ..................... 88

78

6.7 Deurrekken ................................. 88 6.8 Accessoires ............................... 88

7 De Bediening in essentie ......... 88

7.1 Apparaat inschakelen .............. 88 7.2 Opmerkingen bij het gebruik .. 89 7.3 Machine uitschakelen .............. 89 7.4 Temperatuur instellen ............... 89

8 Extra functies ............................ 89

8.1 Super-functie .............................. 89

9 Alarm .......................................... 90

9.1 Deuralarm ................................... 90

10 Koelvak .................................... 90

10.1 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het koelvak ............................................. 90 10.2 Koudezones in het koelvak .. 90 10.3 Sticker "OK" ............................. 90

11 Vriesvak ................................... 91

11.1 Deur van het vriesvak ............ 91 11.2 Invriescapaciteit ...................... 91 11.3 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het vriesvak ............................................. 91 11.4 Tips voor het bevriezen van verse levensmiddelen ............ 91 11.5 Houdbaarheid van de diepvrieswaren bij −18 °C ............ 92 11.6 Ontdooimethodes voor diepvrieswaren ................................ 92

12 Ontdooien ................................ 92

12.1 Ontdooien in het koelvak. ..... 92 12.2 Ontdooien in het vriesvak ..... 92

13 Reiniging en onderhoud ......... 93

13.1 Apparaat voorbereiden voor reiniging .................................... 93 13.2 Apparaat schoonmaken ........ 93

Pagina 79

Veiligheid nl

13.3 De dooiwatergoot en het afvoergat reinigen. ..................... 94 13.4 Onderdelen eruit halen .......... 94 13.5 Apparaatonderdelen demonteren .......................................... 95

14 Storingen verhelpen ............... 95

14.1 Stroomuitval ............................. 97 14.2 Apparaatzelftest uitvoeren ..... 98

15 Opslaan en afvoeren .............. 98

15.1 Apparaat buiten gebruik stellen .............................................. 98 15.2 Afvoeren van uw oude apparaat ............................................ 98

16 Servicedienst .......................... 99

16.1 Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD) ....... 100

17 Technische gegevens .......... 100

1 Veiligheid

Neem de volgende veiligheidsvoorschriften in acht.

1.1 Definitie van de signaalwoorden

Hier vindt u de betekenis van de in deze handleiding gebruikte signaalwoorden.

WAARSCHUWING

Neem deze aanwijzingen in acht om mogelijk ernstig of dodelijk letsel te vermijden.

VOORZICHTIG

Neem deze aanwijzingen in acht om licht of middelzwaar letsel te vermijden.

LET OP

Neem deze aanwijzingen in acht om schade aan het apparaat of andere materiële schade te vermijden.

Opmerking: Dit wijst u op belangrijke informatie.

1.2 Algemene aanwijzingen

1.3 Bestemming van het apparaat

Dit apparaat is uitsluitend voor de inbouw bedoeld.

Pagina 80

nl Veiligheid

Gebruik het apparaat uitsluitend:

om levensmiddelen te koelen en in te vriezen en voor de bereiding van ijsblokjes.

voor huishoudelijk gebruik en in gesloten ruimtes binnen de huiselijke omgeving.

tot een hoogte van 2000 m boven zeeniveau.

1.4 Inperking van de gebruikers

Dit apparaat kan worden bediend door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met fysieke, sensorische of geestelijke beperkingen of met gebrekkige ervaring en/of kennis, indien zij onder toezicht staan of zijn geïnstrueerd in het veilige gebruik van het apparaat en de daaruit resulterende gevaren hebben begrepen. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen.

Reiniging en gebruikersonderhoud mogen niet worden uitgevoerd door kinderen indien deze niet onder toezicht staan.

Kinderen vanaf 3 jaar en jonger dan 8 jaar mogen de koelkast/ diepvriezer vullen en legen.

1.5 Veiliger transport

WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!

Het hoge gewicht van het apparaat kan bij het optillen letsels veroorzaken.

1.6 Veilige installatie

WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!

Ondeskundige installaties zijn gevaarlijk.

Pagina 81

Veiligheid nl

Een beschadigde isolatie van het netsnoer is gevaarlijk.

WAARSCHUWING ‒ Explosiegevaar!

Wanneer de ventilatieopeningen van het apparaat zijn gesloten, dan kan bij een lek van het koude circuit een brandbaar gas-luchtmengsel ontstaan.

WAARSCHUWING ‒ Brandgevaar!

Het gebruik van een verlengd netsnoer en niet-toegestane adapters is gevaarlijk.

Draagbare mobiele meervoudige stopcontacten of draagbare netvoedingen kunnen oververhit raken en tot brand leiden.

1.7 Veilig gebruik

WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!

Binnendringend vocht kan een elektrische schok veroorzaken.

81

Pagina 82

nl Veiligheid

WAARSCHUWING ‒ Kans op verstikking!

Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal over het hoofd trekken en hierin verstrikt raken en stikken.

Kinderen kunnen kleine onderdelen inademen of inslikken en hierdoor stikken.

WAARSCHUWING ‒ Explosiegevaar!

Door beschadiging van de koudemiddelkringloop kan brandbaar koudemiddel lekken en exploderen.

Producten met brandbare drijfgassen en explosieve stoffen kunnen exploderen, bijv. spuitbussen.

WAARSCHUWING ‒ Brandgevaar!

Elektrische apparaten binnenin het apparaat kunnen tot een brand leiden, bijv. verwarmingsapparaten of elektrische ijsbereiders.

WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!

Flessen of blikjes met koolzuurhoudende drank kunnen barsten.

Letsel aan de ogen door lekkend brandbaar koudemiddel en schadelijke gassen.

Pagina 83

Veiligheid nl

WAARSCHUWING ‒ Kans op koude-brandwonden!

Contact met diepvrieswaren en koude oppervlakken kan tot brandwonden door koude leiden.

VOORZICHTIG ‒ Kans op gevaar voor de gezondheid!

Houd de volgende aanwijzingen aan om verontreiniging van levensmiddelen te voorkomen.

Delen in het apparaat van metaal of met een metalen uiterlijk kunnen aluminium bevatten. Wanneer zure levensmiddelen in contact komen met aluminium in contact komen, dan kunnen aluminiumionen overdragen naar de levensmiddelen.

1.8 Beschadigd apparaat

WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!

Een beschadigd apparaat of een beschadigd netsnoer is gevaarlijk.

83

Pagina 84

nl Het voorkomen van materiële schade

Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.

WAARSCHUWING ‒ Brandgevaar!

Bij beschadiging van de leidingen kunnen brandbaar koudemiddel en schadelijke gassen ontsnappen en ontsteken.

2 Het voorkomen van materiële schade

LET OP

Door het gebruik van de plint, laden of apparaatdeuren als zitvlak of opstapje kan het apparaat beschadigd raken.

Door verontreinigingen met olie of vet kunnen kunststofdelen en deurafdichtingen poreus worden.

Delen in het apparaat van metaal of met een metalen uiterlijk kunnen aluminium bevatten. Bij contact met

84

zuurhoudende levensmiddelen corrodeert en verkleurt het aluminium.

Wanneer u uitrustingsdelen en accessoires in de vaatwasser reinigt, kunnen deze vervormen of verkleuren.

Pagina 85

3 Milieubescherming en besparing

3.1 Afvoeren van de verpakking

De verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en kunnen worden hergebruikt.

3.2 Energie besparen

Als u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt uw apparaat minder stroom.

Keuze van de opstellingslocatie

Stel het apparaat niet bloot aan direct zonlicht.

Plaats het apparaat zo ver mogelijk van radiatoren, fornuis en andere warmtebronnen:

De externe ventilatieopeningen nooit afdekken of blokkeren.

Energie besparen bij het gebruik.

Opmerking: De plaatsing van de uitrustingsonderdelen heeft geen invloed op het energieverbruik van het apparaat.

Open het apparaat slechts kort en sluit het zorgvuldig.

De binnenste ventilatieopeningen of de externe ventilatieopeningen nooit afdekken of blokkeren.

Transporteer gekoelde levensmiddelen in een koeltas en leg ze snel in het apparaat.

1 Afhankelijk van de apparaatuitvoering

2 Niet in alle landen

Milieubescherming en besparing nl

Warm voedsel en dranken eerst laten afkoelen, daarna in het apparaat plaatsen.

Leg om de koude van de diepvriesproducten te benutten, deze ter ontdooiing in het koelvak.

Laat altijd wat ruimte tussen de levensmiddelen en de achterwand. Ontdooi het vriesvak regelmatig. Open het vriesvak slechts kort en sluit het zorgvuldig.

4 Opstellen en aansluiten

4.1 Leveringsomvang

Controleer na het uitpakken alle onderdelen op transportschade en de volledigheid van de levering.

Neem bij klachten met uw dealer of onze servicedienst Pagina 99 contact op.

De levering bestaat uit:

Inbouw

Uitrusting en accessoires ¹ Montagemateriaal

Montagehandleiding

Gebruiksaanwijzing

Klantenservice overzicht

Garantiebijlage ²

Energielabel

Informatie over energieverbruik en geluiden

4.2 Criteria voor de opstellocatie

WAARSCHUWING

Explosiegevaar!

Wanneer het apparaat in een te kleine ruimte staat, kan er bij een lek van

85

Pagina 86

nl Opstellen en aansluiten

het koudecircuit een brandbaar gasluchtmengsel ontstaan.

"Apparaat", Fig. 1 /

Pagina 87

Het gewicht van het apparaat kan afhankelijk van het model tot 65 bedragen.

De ondergrond moet stabiel genoeg zijn om het gewicht van het apparaat te dragen.

Dit apparaat is bedoeld voor gebruik bij omgevingstemperaturen van 10°C tot 38°C.

Het apparaat is volledig functioneel binnen de toegestane binnentemperatuur.

Wanneer u het apparaat gebruikt bij lagere kamertemperaturen, dan kunnen beschadigingen aan het apparaat tot een kamertemperatuur van 5°C worden uitgesloten.

Nismaten

Neem de nisafmetingen in acht als u uw apparaat in de nis inbouwt. Bij afwijkingen kunnen problemen optreden tijdens de installatie van het apparaat.

Nisdiepte

Bouw het apparaat in de aanbevolen nisdiepte van 560 mm in.

Bij een kleinere nisdiepte wordt het energieverbruik iets hoger. De nisdiepte moet minimaal 550 mm bedragen.

Nisbreedte

Voor het apparaat is een meubelnis met een binnenbreedte van minimaal 560 mm nodig.

86 Over-and-Under- en Side-by-Sideopstelling

Als u 2 koeltoestellen boven of naast elkaar wilt opstellen, moet u tussen de toestellen minimaal een tussenafstand van 150 mm aanhouden. Voor bepaalde toestellen is een opstelling zonder minimumafstand mogelijk. Neem hiervoor contact op met uw dealer of keukeninstallateur.

4.3 Apparaat monteren

4.4 Het apparaat voor het eerste gebruik voorbereiden

4.5 Apparaat elektrisch aansluiten

De aansluitgegevens van het apparaat staan op het typeplaatje. "Apparaat", Fig. 1 /

Pagina 87

Het apparaat is nu gereed voor gebruik.

Pagina 87

Uw apparaat leren kennen nl

5 Uw apparaat leren kennen

5.1 Apparaat

Hier vindt u een overzicht van de onderdelen van uw apparaat.

Fig. 1

Vriesvak Pagina 91
Koelvak Pagina 90
Bedieningspaneel Pagina 87
Verlichting
Flessenrek Pagina 87 ¹
Bewaarlade Pagina 88
Fruit- en groentelade met vochtigheidsregelaar Pagina 88
Typeplaatje Pagina 100
Boter- en kaasvak Pagina 88 ¹
Deurrek voor grote flessen Pagina 88
5.2 Bedieningspaneel

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 87)

Via het bedieningsveld kunt u alle functies van uw apparaat instellen en informatie krijgen over de gebruikstoestand.

Fig. 2

alarm schakelt het waarschuwingssignaal uit.

super schakelt de Super-functie in of uit.

Toont de ingestelde temperatuur van het vriesvak in °C.

1 Afhankelijk van de apparaatuitvoering

Toont de ingestelde temperatuur van het koelvak in °C.

3 sec. schakelt het apparaat in of uit.

6 Uitrusting

De uitrusting van uw apparaat is modelafhankelijk.

6.1 Legplateau

Om de schappen naar wens te variëren, kunt u het schap uitnemen en op een andere positie weer plaatsen. "Plateau verwijderen", Pagina 94

6.2 Variabel legplateau

Gebruik het variabel legplateau alleen om op het daaronder liggende plateau hoge te koelen producten te bewaren, bijv. kannen of flessen. U kunt het voorste deel van het variabele legplateau uittrekken en onder het achterste deel van het variabele legplateau schuiven.

Fig. 3

Wanneer er meer ruimte nodig is kunt u het voorste en achterste deel van het variabele plateau worden opgeklapt.

Fig. 4

6.3 Flessenrek

Bewaar flessen veilig op het flessenrek.

Om het flessenrek naar wens te variëren, kunt u het flessenrek verwijderen en op een andere plaats weer terugzetten.

"Plateau verwijderen", Pagina 94

87

Pagina 88

nl De Bediening in essentie

6.4 Bewaarlade

In de bewaarlade heersen lagere temperaturen dan in het koelvak. Temperaturen onder 0 °C kunnen tijdelijk optreden.

Om temperaturen in de buurt van 0°C in de bewaarladen te bereiken, de koelvaktemperatuur op 2°C instellen. Pagina 89

Gebruik de lagere temperaturen in de lade om snel bedervende levensmiddelen te bewaren, bijv. vis, vlees en worst.

6.5 Fruit- en groentelade met vochtigheidsregelaar

Bewaar vers fruit en groente onverpakt in de fruit- en groentelade.

Bewaar gesneden fruit en groente afgedekt of luchtdicht verpakt.

Met de vochtigheidsregelaar kunt u de luchtvochtigheid in de fruit- en groentelade aanpassen. Hierdoor kunt u vers fruit en verse groente langer bewaren als bij een conventionele bewaarmethode.

Fig. 5

De luchtvochtigheid in de fruit- en groentelade kunt u afhankelijk van het soort en de hoeveelheid bewaarde levensmiddelen instellen door het verschuiven van de vochtigheidsregelaar:

Naar rechts schuiven voor lage luchtvochtigheid bij overwegend bewaren van fruit, gemengde belading of hoge belading.

Naar links schuiven voor hoge luchtvochtigheid bij overwegend bewaren van groenten of geringe belading.

Afhankelijk van de soort levensmiddelen en de hoeveelheid kan zich in de fruit- en groentelade condenswater vormen.

88

Het condenswater verwijderen met een droge doek en een lage luchtvochtigheid via de vochtigheidsregelaar instellen.

Om ervoor te zorgen dat de kwaliteit en het aroma behouden blijven, moet u koudegevoelig fruit en groente buiten het apparaat bewaren bij temperaturen van ca. 8 °C tot 12 °C, bijv. ananas, bananen, citrusvruchten, augurken, courgette, paprika, tomaten en aardappelen.

6.6 Boter- en kaasvak

Bewaar boter en harde kaas in het boter- en kaasvak.

6.7 Deurrekken

Om het deurrek naar behoefte te variëren kunt u het deurrek er uit nemen en op een andere positie weer plaatsen.

"Deurrek verwijderen", Pagina 94

6.8 Accessoires

Gebruik alleen originele accessoires. Deze zijn op het apparaat afgestemd. De accessoires van het apparaat zijn afhankelijk van het model.

Eierplateau

Bewaar eieren veilig op het eierpla-teau.

7 De Bediening in essentie

7.1 Apparaat inschakelen

Opmerking: Wanneer het apparaat eerder via het bedieningspaneel

Pagina 89

werd uitgeschakeld, 3 sec. 3 seconden ingedrukt houden.

Het apparaat is nu gereed voor gebruik.

Het apparaat begint te koelen.

7.2 Opmerkingen bij het gebruik

Wanneer u het apparaat heeft ingeschakeld, duurt het tot enkele uren voordat de ingestelde temperatuur wordt bereikt.

Plaats geen levensmiddelen in het apparaat voordat de ingestelde temperatuur is bereikt.

Let er bij het sluiten van de deur op dat de deur niet door product wordt geblokkeerd.

Wanneer u de deur sluit, kan een onderdruk ontstaan. De deur gaat dan alleen moeilijker open. Wacht een ogenblik tot de onderdruk wordt gecompenseerd.

De temperatuur in het apparaat varieert door de volgende condities:

7.3 Machine uitschakelen

3 sec. 3 Seconden ingedrukt houden.

Extra functies nl

7.4 Temperatuur instellen

Koelvaktemperatuur instellen

De aanbevolen temperatuur in het koelvak bedraagt 4 °C.

"Sticker "OK"", Pagina 90

Vriesvaktemperatuur instellen

Opmerking: Omdat de vriesvaktemperatuur afhankelijk is van de koelvaktemperatuur en de omgevingstemperatuur, kan de vriesvaktemperatuur niet exact worden ingesteld.

De aanbevolen temperatuur in het vriesvak bedraagt −18 °C.

8 Extra functies

Kom te weten over welke instelbare extra functies uw apparaat beschikt.

8.1 Super-functie

Bij de Super-functie koelen het koelvak en het vriesvak sterker.

Schakel de Super-functie 4 tot 6 uur vóór het opslaan van een hoeveelheid levensmiddelen vanaf 2 kg in. Om het invriesvermogen te benutten, gebruikt u de Super-functie.

"Invriescapaciteit", Pagina 91

Opmerking: Als de Super-functie is ingeschakeld, kan er meer geluid ontstaan.

Super-functie inschakelen

super brandt.

Opmerking: Na ca. 50 uur schakelt het apparaat over op de normale werking.

Pagina 90

nl Alarm

Super-functie uitschakelen

9 Alarm

9.1 Deuralarm

Als de deur van het apparaat langere tijd open staat wordt het deuralarm ingeschakeld.

Er klinkt een waarschuwingssignaal en alarm brandt.

Deuralarm uitschakelen

Het waarschuwingssignaal is uitgeschakeld.

10 Koelvak

In het koelvak kunt u vlees, worst, vis, melkproducten, eieren, bereide gerechten en brood en banket bewaren.

De temperatuur is van 2 °C tot 8 °C instelbaar.

Door de koelopslag kunt u ook licht bederfelijke levensmiddelen op korte of middellange termijn bewaren. Hoe lager de gekozen temperatuur is, des te langer blijven de levensmiddelen vers.

10.1 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het koelvak

Alleen verse en onbeschadigde levensmiddelen inruimen.

Bewaar de levensmiddelen luchtdicht verpakt of afgedekt.

Om de luchtcirculatie niet te hinderen en het bevriezen van levensmiddelen te vermijden, de levens-

90

middelen niet direct tegen de achterwand plaatsen.

Laat warme etenswaren en dranken eerst afkoelen.

Houd de door de fabrikant vermelde houdbaarheidsdatum of gebruiksdatum in acht.

10.2 Koudezones in het koelvak

Door de luchtcirculatie in et koelvak ontstaan verschillende koudezones.

Koudste zone

De koudste zone is tussen de op de zijkant gestempelde pijl en het eronder liggende legplateau.

Tip: Bewaar snel bedervende levensmiddelen in de koudste zone, bijv. vis, worst en vlees.

Warmste zone

De warmste zone bevindt zich helemaal bovenaan in de deur.

Tip: Bewaar minder gevoelige levensmiddelen in de warmste zone, bijv. harde kaas en boter. Hierdoor komt het aroma van de kaas beter tot ontwikkeling en blijft de boter smeerbaar.

10.3 Sticker "OK"

Met de sticker OK kunt u controleren of in het koelvak de voor de levensmiddelen aanbevolen veilige temperatuurbereiken van +4°C of kouder bereikt zijn.

De sticker OK wordt niet bij alle modellen meegeleverd.

Wanneer de sticker OK niet weergeeft, dan de temperatuur stapsgewijze verlagen.

"Koelvaktemperatuur instelen", Pagina 89

Na ingebruikneming van het apparaat kan het tot wel 12 uur duren

Verder lezen op pagina 91Inhoud

Meer handleidingen: Bosch koelkast