Bosch KIV87VFF0, tekst van de handleiding
Pagina's 92–99 van 100 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
Pagina 92
nl Reiniging en onderhoud
11.2 Ontdooien in het vriesvak
Het diepvriesvak ontdooit niet automatisch. Een laag rijp in het vriesvak vermindert de afgifte van koude aan de diepvrieswaren en verhoogt het energieverbruik.
Vriesvak ontdooien
Het vriesvak regelmatig ontdooien.
- 1. Ca. 4 uur vóór het ontdooien de Super-functie inschakelen.
→ "Super-functie inschakelen", Pagina 88
De levensmiddelen bereiken hierdoor heel lage temperaturen en u kunt de levensmiddelen langer op kamertemperatuur bewaren.
- 2. De diepvrieslade met de diepvrieswaren verwijderen en op een koele plaats bewaren. Koude-accu's, indien voorhanden, op de dievrieswaren leggen.
- 3. Het apparaat uitschakelen.
→ Pagina 88
- 4. Haal de stekker van het apparaat uit het stopcontact.
De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.
- 5. Om het ontdooien te versnellen, een pan met heet water op een onderzetter in het vriesvak zetten.
- 6. Het dooiwater met een zachte doek of een spons opvegen.
- 7. Het vriesvak met een zachte, droge doek droogwrijven.
- 8. Het apparaat elektrisch aansluiten.
- 9. Het apparaat inschakelen.
→ Pagina 88
- 10. De diepvrieslade met de diepvrieswaren opnieuw plaatsen.
92
12 Reiniging en onderhoud
Reinig en onderhoud uw apparaat zorgvuldig om er voor te zorgen dat het lang goed blijft werken.
De reiniging van ontoegankelijke plaatsen moet door de servicedienst worden uitgevoerd. Aan de reiniging door de servicedienst kunnen kosten verbonden zijn.
12.1 Apparaat voorbereiden voor reiniging
- 1. Het apparaat uitschakelen.
→ Pagina 88
- 2. Haal de stekker van het apparaat uit het stopcontact.
De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.
- 3. Alle levensmiddelen eruit halen en op een koele plaats bewaren.
Indien beschikbaar koelelementen op de levensmiddelen leggen.
- 4. Als een rijplaag voorhanden is, deze laten ontdooien.
- 5. Neem alle uitrustingsdelen uit het apparaat. → Pagina 93
12.2 Apparaat schoonmaken
WAARSCHUWING
Kans op elektrische schok!
Binnendringend vocht kan een schok veroorzaken.
- Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken om het apparaat te reinigen.
Vloeistof in de verlichting of in de bedieningselementen kan gevaarlijk zijn.
- Het spoelwater mag niet in de verlichting of in de bedieningselementen terechtkomen.
Pagina 93
LET OP!
Ongeschikte reinigingsmiddelen kunnen de oppervlakken van het apparaat beschadigen.
- Geen harde schuur- of afwassponsjes gebruiken.
- Geen scherpe of schurende reinigingsmiddelen gebruiken.
- Geen sterk alcoholhoudende reinigingsmiddelen gebruiken.
Wanneer vloeistof in het afvoergat komt, kan de verdampingsschaal overstromen.
- Het sop mag niet in het afvoergat komen.
Wanneer u uitrustingsdelen en accessoires in de vaatwasser reinigt, kunnen deze vervormen of verkleuren.
- Nooit uitrustingsdelen en accessoires in de vaatwasser reinigen.
- 1. Apparaat voorbereiden voor reiniging. → Pagina 92
- 2. Het apparaat, de uitrustingsdelen en de deurafdichting met een vaatdoek, lauwwarm water en een beetje pH-neutraal afwasmiddel reinigen.
- 3. Met een zachte, droge doek grondig nadrogen.
- 4. Plaats de uitrustingsdelen in het apparaat.
- 5. Het apparaat elektrisch aansluiten.
- 6. Het apparaat inschakelen.
→ Pagina 88
- 7. Doe de levensmiddelen in het apparaat.
Reiniging en onderhoud nl
12.3 De dooiwatergoot en het afvoergat reinigen.
Reinig de dooiwatergoot en het afvoergat regelmatig, om ervoor te zorgen dat het dooiwater kan weglopen.
- Reinig de dooiwatergoot en het afvoergat voorzichtig, bijv. met een wattenstaafje.
→ Fig. 4
12.4 Onderdelen eruit halen
Neem wanneer u de uitrustingsdelen grondig wilt reinigen deze uit het apparaat.
Plateau verwijderen
- Het legplateau uittrekken en verwijderen.
→ Fig. 5
Uittrekbaar legplateau verwijderen
- 1. Het uittrekbare legplateau uittrekken tot de grendelnok losklikt. → Fig. 6
- 2. Het legplateau neerlaten en zijwaarts naar buiten draaien.
Deurrek verwijderen
- Het deurrek omhoog tillen en verwijderen.
→ Fig. 7
Groente- en fruitlade verwijderen
- 1. De fruit- en groentelade tot de aanslag uittrekken.
- 2. Til de fruit- en groentelade aan de voorzijde op en verwijder deze .
→ Fig. 8
Diepvrieslade verwijderen
- 1. De diepvrieslade tot aan de aanslag uittrekken.
Pagina 94: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 95
Storingen verhelpen nl
13 Storingen verhelpen
Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de klantenservice de informatie over het verhelpen van storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten.
WAARSCHUWING
Kans op elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
- Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
- Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.
- Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, moet het ter vermijding van risico's worden vervangen door de fabrikant, de servicedienst of een andere gekwalificeerde persoon.
| Storing | Oorzaak en probleemoplossing |
|---|---|
| Apparaat koelt niet, indicaties en verlichting branden. | Het presentatielicht is ingeschakeld. ▶ Voer de apparaatzelftest uit. → Pagina 97 • Na het verstrijken van de apparaatzelftest gaat het apparaat weer over op normale werking. |
| LED-verlichting functioneert niet. | Verschillende oorzaken zijn mogelijk. ▶ Neem contact op met de servicedienst. Het nummer van de servicedienst vindt u in het bijgevoegde overzicht van servicediensten. |
| Temperatuur wijkt erg af van de instelling. | Verschillende oorzaken zijn mogelijk. 1. Schakel het apparaat uit. → Pagina 88 2. Schakel het apparaat na ca. 5 minuten opnieuw in. → Pagina 88 ‒ Als de temperatuur te hoog is, controleer dan de temperatuur na een paar uur opnieuw. ‒ Als de temperatuur te laag is, controleer de temperatuur dan de volgende dag opnieuw. |
| Bodem van het koelvak is nat. | De dooiwatergoot of het afvoergat is verstopt. ▶ De dooiwatergoot en het afvoergat reinigen. → Pagina 93 |
| Het apparaat borrelt, zoemt of gorgelt of klikt. | Geen storing. Een motor draait, bijv. koelaggregaat, ventilator. Er stroomt koudemiddel door de buizen. Motor, schakelaars of magneetventielen schakelen in- of uit. Geen handeling vereist.Geen handeling vereist. |
Pagina 96
nl Storingen verhelpen
| Storing | Oorzaak en probleemoplossing |
|---|---|
| Apparaat produceert geluiden. | Uitrustingsdelen wiebelen of klemmen. ▶ Controleer de uitneembare uitrustingsdelen en zet ze eventueel opnieuw in het apparaat. |
| Flessen of containers raken elkaar. ▶ Haal flessen of containers van elkaar. | |
| Super-functie is ingeschakeld. Geen handeling vereist.Geen handeling vereist. |
Pagina 97
13.1 Stroomuitval
Tijdens een stroomuitval stijgt de temperatuur in het apparaat, hierdoor verkort de bewaartijd en de kwaliteit van de diepvriesproducten vermindert.
De opgeslagen diepvriesproducten worden gedurende de stijgingstijd van de temperatuur op het typeplaatje gekoeld. → Fig. 1 / 4
Opmerkingen
- Het apparaat tijdens een stroomuitval zo weinig mogelijk openen en geen andere levensmiddelen inruimen.
- De kwaliteit van de levensmiddelen onmiddellijk na de stroomuitval controleren.
- Diepvriesproducten die ontdooid en warmer dan 5 °C zijn, weggooien.
- Licht ontdooide diepvriesproducten koken of bakken en ofwel verbruiken of opnieuw invriezen.
13.2 Apparaatzelftest uitvoeren
- 1. Het apparaat uitschakelen.
→ Pagina 88
- 2. Het apparaat na 5 minuten opnieuw inschakelen. → Pagina 88
- 3. Binnen 10 seconden na het inschakelen gedurende 3 tot 5 seconden ingedrukt houden tot 2 °C op de temperatuurindicatie brandt en een akoestisch signaal weerklinkt.
- De apparaatzelftest start wanneer de temperatuurindicaties na elkaar gaan branden.
- Tijdens de apparaatzelftest weerklinkt tussendoor een lang akoestisch signaal.
Opslaan en afvoeren nl
- Als na het einde van de apparaatzelftest de temperatuurindicatie de ingestelde temperatuur toont, is uw apparaat in orde. Het apparaat gaat over op de normale werking.
- Als na het einde van de apparaatzelftest gedurende 10 seconden knippert, contact opnemen met de service.
14 Opslaan en afvoeren
Hier krijgt u uitleg over de manier waarop u het apparaat voorbereidt voor de opslag. Daarnaast leggen we u uit hoe u oude apparaten dient af te voeren.
14.1 Apparaat buiten gebruik stellen
- 1. Het apparaat uitschakelen.
→ Pagina 88
- 2. Haal de stekker van het apparaat uit het stopcontact.
De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.
- 3. Alle levensmiddelen verwijderen.
- 4. Het apparaat ontdooien.
→ Pagina 91
- 5. Het apparaat reinigen.
→ Pagina 92
- 6. Om de ventilatie van het interieur te waarborgen het apparaat geopend laten.
Pagina 98
nl Servicedienst
14.2 Afvoeren van uw oude apparaat
Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen opnieuw worden gebruikt.
WAARSCHUWING
Kans op gevaar voor de gezondheid!
Kinderen kunnen zich in het apparaat opsluiten en in levensgevaar geraken.
- Om te voorkomen dat kinderen in het apparaat kruipen legplateaus en lades niet uit het apparaat nemen.
- Kinderen uit de buurt van een afgedankt apparaat houden.
WAARSCHUWING
Kans op brand!
Bij beschadiging van de leidingen kunnen brandbaar koudemiddel en schadelijke gassen ontsnappen en ontsteken.
- De buizen van de koudemiddelkringloop en de isolatie niet beschadigen.
- Het apparaat milieuvriendelijk afvoeren.
Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor kunt u informatie verkrijgen over de actuele afvoermethoden.
Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektroni-
sche apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE).
De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.
15 Servicedienst
Als u vragen hebt, een storing aan het apparaat niet zelf kunt verhelpen of als het apparaat moet worden gerepareerd, neem dan contact op met onze servicedienst.
Originele vervangende onderdelen die relevant zijn voor de werking in overeenstemming met de desbetreffende Ecodesign-verordening kunt u voor de duur van ten minste 10 jaar vanaf het moment van in de handel brengen van het apparaat binnen de Europese Economische Ruimte bij onze servicedienst verkrijgen.
Opmerking: Het inschakelen van de servicedienst is in het kader van de plaatselijk geldende fabrieksgarantievoorwaarden gratis. De minimumduur van de garantie (fabrieksgarantie voor particuliere gebruikers) in de Europese Economische Ruimte bedraagt 2 jaar in overeenstemming met de geldende plaatselijke garantievoorwaarden. De garantievoorwaarden doen geen afbreuk aan eventuele andere rechten of claims die u op grond van het plaatselijke recht heeft.
Gedetailleerde informatie over de garantieperiode en garantievoorwaarden in uw land kunt u opvragen bij onze servicedienst, uw dealer of op onze website.
Pagina 99
Technische gegevens nl
Als u contact opneemt met de servicedienst, hebt u het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) van het apparaat nodig.
De contactgegevens van de servicedienst vindt u in de meegeleverde servicedienstlijst of op onze website.
15.1 Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD)
Het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) vindt u op het typeplaatje van het apparaat.
→ Fig. 1 / 4
Om uw apparaatgegevens en de servicedienst-telefoonnummers snel terug te kunnen vinden, kunt u de gegevens noteren.
16 Technische gegevens
Koudemiddel, netto inhoud en overige technische gegevens bevinden zich op het typeplaatje.
→ Fig. 1 / 4
Overige informatie over uw model vindt u op het internet onder https:// energylabel.bsh-group.com¹. Dit webadres bevat een link naar de officiële EU-productdatabase EPREL, waarvan de URL ten tijde van het drukken nog niet was gepubliceerd. Volg dan de aanwijzingen bij het zoeken naar het model op. De modelidentificatie bestaat uit het teken voor de slash van het E-nummer (E-Nr.) op het typeplaatje. Alternatief vindt u de modelidentificatie ook in de eerste regel van het EU-energielabel.
1 Geldt alleen voor landen in de Europese Economische Ruimte
99