Bosch PID975N24E, tekst van de handleiding
Pagina's 18–24 van 68 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← begin van de handleidingverder op pagina 26 →
Pagina's 1–17: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 18
Inhoudsopgave
Veiligheidsvoorschriften ......................................................... 18
Oorzaken van schade.....................................................................19
Bescherming van het milieu ................................................... 20
Milieuvriendelijk afvoeren ...............................................................20 Tips om energie te besparen ........................................................20
Koken op Inductie.................................................................... 20
Voordelen van het Koken op Inductie .........................................20 Pannen...............................................................................................20
Het apparaat leren kennen...................................................... 21
Het bedieningspaneel.....................................................................21 De kookzones...................................................................................22 Restwarmte-indicator.......................................................................22
Programmeren van de kookplaat .......................................... 22
De kookplaat in- en uitschakelen .................................................22 Afstellen van de kookzone.............................................................22 Kooktabel ..........................................................................................22
Frituurfunctie............................................................................ 24 pannen voor de frituurfunctie.........................................................24 De temperatuurniveaus...................................................................24 Zo wordt dit geprogrammeerd......................................................24 Tabel...................................................................................................25 Frituurprogramma's .........................................................................26
Kinderslot ................................................................................. 26
Het kinderslot activeren en deactiveren......................................26 Automatisch kinderslot ...................................................................26
Functie Powerboost................................................................. 26
Gebruiksrestricties...........................................................................26 Zo wordt dit geactiveerd ................................................................26 Zo wordt dit gedeactiveerd............................................................26
Timerfunctie ............................................................................. 27
Een kookzone automatisch uitschakelen....................................27 De kookwekker ................................................................................27
Beschermingsfunctie bij reiniging......................................... 27
Automatische tijdslimiet ......................................................... 28
Basisinstellingen ..................................................................... 28
Toegang tot de basisinstellingen..................................................29
Onderhoud en reiniging .......................................................... 29
Kookplaat ..........................................................................................29 Omlijsting van de kookplaat ..........................................................29
Repareren van storingen......................................................... 29
Normaal geluid tijdens de werking van het apparaat............... 30
Servicedienst ........................................................................... 30
Geteste gerechten.................................................................... 31
Produktinfo
Meer informatie over producten, accessoires, onderdelen en diensten vindt u op het internet: www.bosch-home.com en in de online-shop: www.bosch-eshop.com
Veiligheidsvoorschriften
Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door Berg de gebruiksaanwijzing, het installatievoorschrift en de apparaatpas goed op voor later gebruik of om ze door te geven aan volgende eigenaren.
Controleer het apparaat na het uitpakken. Indien het apparaat schade heeft opgelopen tijdens het transport, schakel het dan niet in, maar neem contact op met de technische dienst en leg de veroorzaakte schade schriftelijk vast. Doet u dat niet, dan gaat elk recht op een schadevergoeding verloren.
Dit apparaat moet worden geïnstalleerd volgens het meegeleverde installatievoorschrift.
Dit apparaat is alleen bestemd voor huishoudelijk gebruik en de huiselijke omgeving. Gebruik het uitsluitend voor het bereiden van gerechten en drank. Zorg ervoor dat het apparaat onder toezicht gebruikt wordt. Het toestel alleen gebruiken in gesloten ruimtes.
Dek de kookplaat niet af. Dit kan leiden tot ongevallen, bijv. door oververhitting, ontbranding of ontploffend materiaal.
18
Gebruik geen ongeschikte beveiligingsapparaten of tralies voor de bescherming van kinderen. Dit kan leiden tot ongevallen.
Dit apparaat is niet bestemd voor gebruik met een externe tijdschakelklok of een afstandbediening.
Dit toestel kan worden gebruikt door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met beperkte fysieke, sensorische of geestelijke vermogens of personen die gebrek aan kennis of ervaring hebben, wanneer zij onder toezicht staan van een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid of geleerd hebben het op een veilige manier te gebruiken en zich bewust zijn van de risico's die het gebruik van het toestel met zich meebrengt.
Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Reiniging en onderhoud van het toestel mogen niet worden uitgevoerd door kinderen, tenzij zij 8 jaar of ouder zijn en onder toezicht staan.
Zorg ervoor dat kinderen die jonger zijn dan 8 jaar uit de buurt blijven van het toestel of de aansluitkabel.
Pagina 19
Heeft u een pacemaker of soortgelijk medisch hulpmiddel geïmplanteerd, dan dient u speciale voorzorgsmaatregelen in acht nemen bij het gebruiken of in de buurt komen van inductiekookplaten als die in werking zijn. Raadpleeg uw arts of de fabrikant van het hulpmiddel, om er zeker van te zijn dat het voldoet aan de geldige regelgeving en informeer omtrent mogelijke incompatibiliteit.
Risico van brand!
Risico van brand!
- Hete olie en heet vet vatten snel vlam. Hete olie en heet vet nooit gebruiken zonder toezicht. Vuur nooit blussen met water. Schakel de kookzone uit. Vlammen voorzichtig met een deksel, smoordeksel of iets dergelijks verstikken.
Risico van brand!
- De kookzones worden erg heet. Nooit brandbare voorwerpen op de kookplaat leggen. Geen voorwerpen op de kookplaat leggen.
Risico van brand!
- Het apparaat wordt heet. Nooit brandbare voorwerpen of spuitbussen bewaren in laden direct onder de kookplaat.
- De kookplaat schakelt vanzelf uit en kan niet meer worden bediend. Hij kan later per ongeluk worden ingeschakeld.
Zekering in de meterkast uitschakelen. Contact opnemen met de klantenservice.
Risico van verbranding!
Risico van verbranding!
- De kookzones en met name een eventueel aanwezige kookplaatomlijsting worden zeer heet. Raak de hete oppervlakken nooit aan. Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
Risico van verbranding!
- De kookzone warmt op, maar de indicatie functioneert niet Zekering in de meterkast uitschakelen. Contact opnemen met de klantenservice.
Brandgevaar!
- Voorwerpen van metaal worden zeer snel heet op de kookplaat. Leg nooit voorwerpen van metaal, zoals messen, vorken, lepels of deksels, op de kookplaat.
- Schakel de kookplaat na elk gebruik altijd uit met de hoofdschakelaar. Wacht niet tot de kookplaat automatisch uitschakelt doordat er geen pan op staat.
Kans op een elektrische schok!
- Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk. Reparaties en de vervanging van beschadigde aansluitleidingen mogen uitsluitend worden uitgevoerd door technici die zijn geïnstrueerd door de
klantenservice. Is het apparaat defect, haal dan de stekker uit het stopcontact of schakel de zekering in de meterkast uit. Contact opnemen met de klantenservice.
Kans
een elektrische schok!
op
- Binnendringend vocht kan een schok veroorzaken. Geen hogedrukreiniger of stoomreiniger gebruiken.
Kans
een elektrische schok!
op
- Een defect toestel kan een schok veroorzaken. Een defect toestel nooit inschakelen. De netstekker uit het stopcontact halen of de zekering in de meterkast uitschakelen. Contact opnemen met de klantenservice.
Kans
een elektrische schok!
op
- Scheuren of barsten in het glaskeramiek kunnen schokken veroorzaken. Zekering in de meterkast uitschakelen. Contact opnemen met de klantenservice.
Gevaar voor beschadiging!
Deze plaat is uitgerust met een ventilator, die zich aan de onderzijde bevindt. Indien er zich onder de kookplaat een lade bevindt, mogen daar geen kleine of papieren voorwerpen in worden bewaard. Als deze namelijk worden geabsorbeerd kunnen ze de ventilator beschadigen of de koeling verslechteren.
Tussen de inhoud van de lade en de inlaat van de ventilator moet een afstand van ten minste 2 cm worden aangehouden.
Risico van letsel!
Risico van letsel!
- Bij de bereiding au-bain-marie kunnen de kookplaat en kookvorm barsten door oververhitting. De au-bain-marie kookvorm mag niet in direct contact komen met de bodem van de pan die met water is gevuld. Gebruik alleen hittebestendige vormen.
- Wanneer er vloeistof zit tussen de bodem van de pan en de kookzone kunnen kookpannen plotseling in de hoogte springen. Zorg ervoor dat de kookzone en de bodem van de pan altijd droog zijn.
Oorzaken van schade
Attentie!
- Ruwe bodems van pannen kunnen krassen op de kookplaat veroorzaken.
- Plaat nooit lege plannen op de kookzones. Dit kan schade veroorzaken.
- Plaats geen hete pannen op het bedieningspaneel, de indicatorzones of op de omlijsting van de kookplaat. Dit kan schade veroorzaken.
- Als er harde of scherpe voorwerpen op de kookplaat vallen, kan dit de plaat beschadigen.
- Aluminiumfolie en plastic bakken smelten als ze op een hete kookzone gelegd worden. Het gebruik van beschermplaten op de kookplaat wordt afgeraden.
19
Pagina 20
Algemeen overzicht
In de onderstaande tabel vindt u de meest voorkomende vormen van schade:
| Schade | Oorzaak | Maatregel |
|---|---|---|
| Vlekken | Gemorst voedsel | Verwijder gemorst voedsel onmiddellijk met een glasschraper. |
| Ongeschikte reinigingsproducten | Gebruik reinigingsproducten die geschikt zijn voor kookplaten. | |
| Krassen | Zout, suiker en zand | Gebruik de kookplaat niet als werkoppervlak of steun. |
| Ruwe bodems van pannen kunnen krassen op de vitroceramische plaat veroorzaken | Controleer de pannen. | |
| Verkleuringen | Ongeschikte reinigingsproducten | Gebruik reinigingsproducten die geschikt zijn voor kookplaten. |
| Aanraking van de pannen | Til kookpannen en koekenpannen op om ze te verplaatsen. | |
| Afbladderingen | Suiker, levensmiddelen met een hoog suikergehalte | Verwijder gemorst voedsel onmiddellijk met een glasschraper. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 20)
Bescherming van het milieu
Milieuvriendelijk afvoeren
Voer de verpakking op een milieuvriendelijke manier af.
Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE).
De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.
Tips om energie te besparen
- Gebruik altijd het deksel dat overeenstemt met elke kookpan. Wanneer zonder deksel gekookt wordt, is aanzienlijk meer energie nodig. Gebruik een glasdeksel om een goede zichtbaarheid te hebben zonder dat u het deksel van de pan hoeft te nemen.
- Gebruik pannen met een vlakke bodem. Bij een niet vlakke bodem wordt meer energie verbruikt.
- De diameter van de bodem van de pan moet overeenkomen met de afmeting van de kookzone. Opgelet:
pannenfabrikanten duiden gewoonlijk de bovenste diameter van de pan aan, die meestal groter is dan de diameter van de bodem van de pan.
- Gebruik een kleine pan voor kleine hoeveelheden. Een grote, weinig gevulde pan vereist veel energie.
- Gebruik weinig water voor het koken. Op deze wijze wordt energie bespaard en blijven alle vitaminen en mineralen van de groenten behouden.
- Selecteer de laagste vermogensstand die het kookpunt behoudt. Met een te hoge stand wordt energie verspild.
Koken op Inductie
Voordelen van het Koken op Inductie
Koken op Inductie betekent een radicale verandering van de traditionele wijze van verwarmen, aangezien de warmte rechtstreeks in de pan wordt gegenereerd. Daarom biedt het een aantal voordelen:
- Tijdbesparing bij het koken en frituren; doordat de pan rechtstreeks wordt verwarmd.
- Dit werkt energiebesparend.
- Eenvoudiger in onderhoud en reiniging. Overgelopen voedingswaren verbranden minder snel.
- Warmte- en veiligheidscontrole; de plaat levert energie of stopt de energietoevoer onmiddellijk als op de controleknop wordt gedrukt. De inductiekookzone levert geen warmte meer af als de pan wordt weggenomen, ook al wordt het apparaat voor die tijd niet uitgeschakeld.
Pannen
Uitsluitend geschikt voor inductiekoken zijn ferromagnetische pannen zoals van:
- geëmailleerd staal
- gietijzer
- speciale pannen voor inductie van roestvrij staal.
Kijk, om te weten of de pannen geschikt zijn, of de bodem van de pan wordt aangetrokken door een magneet.
20
Er bestaat een ander soort pannen speciaal voor inductie, met een niet geheel ferromagnetische bodem.
Bij het gebruik van grote pannen met een ferromagnetische zone met een kleinere diameter, wordt enkel de ferromagnetische zone verwarmd, zodat de warmte niet homogeen kan worden verdeeld.
Pannen met aluminium kookzones in de bodem verkleinen de ferromagnetische zone, zodat het geleverde vermogen lager kan zijn en er problemen kunnen ontstaan bij de detectie van de pan en het kan zelfs zijn dat deze niet wordt gedetecteerd.
Om goede kookresultaten te verkrijgen, is het raadzaam dat de diameter van de ferromagnetische zone van de pan is afgestemd op de maat van de kookzone. Als de pan op een kookzone niet wordt gedetecteerd, probeer hem dan op de zone met een iets kleinere diameter.
Pagina 21
| Niet geschikte pannen | Lege pannen of pannen met een dunne bodem |
| Gebruik nooit straalplaten of pannen van: | Verwarm geen lege pannen en gebruik geen pannen met dunne bodem. De kookplaat is uitgerust met een intern |
| ■ dun normaal staal | veiligheidssysteem, maar een lege pan kan zo snel heet |
| ■ glas | worden dat de functie “automatisch uitschakelen" geen tijd heeft om te reageren, waardoor de temperatuur erg kan |
| ■ aardewerk | oplopen. De bodem van de pan kan smelten en het glas van de |
| ■ koper | kookplaat beschadigen. Raak in dat geval de pan niet aan en |
| ■ aluminium | schakel de kookzone uit. Als het apparaat na het afkoelen niet werkt, neem dan contact op met de technische dienst. |
| Kenmerken van de bodem van de pan | |
| Pandetectie | |
| De kenmerken van de bodem van de pannen kunnen invloed | |
| hebben op de homogeniteit van het kookresultaat. Pannen die gemaakt zijn van materialen die warmte verspreiden, zoals | Iedere kookzone heeft een minimumlimiet voor pandetectie, die afhankelijk is van het materiaal van de pan die wordt gebruikt. |
| "sandwich" pannen van roestvrij staal, verdelen de warmte op gelijkmatige wijze, waardoor tijd en energie worden bespaard. | Daardoor mag alleen de kookzone worden gebruikt die het meest geschikt is voor de pan. |
| Geen pan of ongeschikte afmeting | Automatische detectie in dubbele of drievoudige kookzones |
| Als er geen pan op de geselecteerde kookzone wordt geplaatst of als deze niet van het geschikte materiaal is of geen geschikte afmeting heeft, knippert de kookstand op de indicator van de kookzone. Plaats een geschikte pan, zodat het knipperen stopt. Als er meer dan 90 seconden wordt gewacht gaat de kookzone automatisch uit. | Deze zones kunnen pannen van verschillende afmetingen herkennen. Afhankelijk van het materiaal en de eigenschappen van de pan, past de zone zich automatisch aan en wordt alleen de enkele zone geactiveerd, ofwel de hele zone, waarbij het geschikte vermogen wordt geleverd voor goede kookresultaten. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 21)
Het apparaat leren kennen
Op pagina 2 vindt u informatie over afmetingen en vermogens van de kookzones
Het bedieningspaneel
| Bedieningsvlakken | |
|---|---|
| Hoofdschakelaar | |
| De kookzone kiezen | |
| 1 2 ...8 9 | Instelgebied |
| Wrijfbeveiliging | |
| Kinderslot | |
| boost | Powerboost-functie |
| 0 | Timer |
| Braadsensor | |
| Programma's braadsensor | |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 21)
Bedieningsvlakken
Bij het aanraken van een symbool wordt de overeenkomstige functie geactiveerd.
Aanwijzing: Zorg ervoor dat de bedieningsvlakken altijd droog zijn. Vocht heeft een negatieve invloed op de werking.
| Indicatoren | |
|---|---|
| - | Vermogensstanden |
| Operationaliteit | |
| / | Restwarmte |
| Functie Powerboost | |
| Timerfunctie | |
| Kookwekker | |
| Kinderslot | |
| Bescherming bij reiniging | |
| Automatische uitschakeling | |
| Frituurfunctie | |
| Temperatuur Frituurfunctie | |
| min, low, med, max | Temperatuurniveaus |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 21)
21
Pagina 22
De kookzones
| Kookzone | |
|---|---|
| • Kookzone met één ring | Gebruik kookgerei dat de juiste afmetingen heeft. |
| • Kookzone met drie ringen | De braadzone schakelt automatisch bij wanneer er een braadpan van de juiste afmetingen op wordt geplaatst ( of ). |
| Alleen kookgerei gebruiken dat | geschikt is voor inductiekoken: zie het hoofdstuk „Kookgerei“. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 22)
Restwarmte-indicator
De kookplaat beschikt over een restwarmte-indicator in elke kookzone, die aanduidt welke nog warm zijn. Raak kookzones met die indicatie niet aan.
Ook als de plaat uitgeschakeld is, blijft de indicator of , branden zolang de kookzone warm is.
Als de pan van de plaat genomen wordt voordat de kookzone uitgeschakeld is, verschijnen afwisselend de indicator o en de geselecteerde vermogensstand.
Programmeren van de kookplaat
In dit hoofdstuk wordt uitgelegd hoe een kookzone kan worden afgesteld. In de tabel staan de kookstanden en de bereidingstijden voor verschillende gerechten vermeld.
- 2. In het instelgebied de gewenste kookstand kiezen.
De kookplaat in- en uitschakelen
De kookplaat wordt in- en uitgeschakeld met de hoofdschakelaar.
Voor het inschakelen: druk op het symbool . De indicator van de hoofdschakelaar en de indicators van de kookzones gaan branden. De kookplaat is klaar om te werken.
Voor het uitschakelen: druk op het symbool . De indicator van de hoofdschakelaar en de indicators van de kookzones gaan uit. De kookplaat is uitgeschakeld. De restwarmte-indicator blijft branden tot de kookzones voldoende afgekoeld zijn.
Aanwijzing: De kookplaat wordt automatisch uitgeschakeld als alle kookzones meer dan 15 seconden lang uitgeschakeld zijn.
Afstellen van de kookzone
Selecteer de gewenste vermogensstand met de symbolen 1 tot 9.
Vermogensstand 1 = minimumvermogen
Vermogensstand 9 = maximumvermogen
Elke vermogensstand heeft een tussenliggende stand. Deze stand wordt aangegeven met het symbool in de programmeerzone.
Kookzone en kookstand kiezen
De kookplaat moet ingeschakeld zijn.
- 1. Het symbool van de betreffende kookzone aanraken. Op het display is verlicht.
De kookstand is ingesteld.
De kookstand wijzigen
De kookzone kiezen en vervolgens in het instelgebied de gewenste kookstand aanraken. Met het symbool wordt in het instelgebied een tussenstand gekozen.
De kookzone uitschakelen
Selecteer de kookzone en druk vervolgens op het symbool van vermogensstand 0.
Aanwijzing: Als er geen pan op de inductiekookzone geplaatst wordt, zal de gekozen kookstand beginnen knipperen. Na het verstrijken van een tijd gaat de kookzone uit.
Kooktabel
In onderstaande tabel worden enkele voorbeelden gegeven. De kooktijden zijn afhankelijk van de vermogensstand, het type, het gewicht en de kwaliteit van het voedsel. Daarom zijn er variaties.
Bij het verhitten van purees, crèmes en dikke sauzen dient u af en toe te roeren.
Gebruik de vermogensstand 9 als u begint te koken.
| Vermogensstand | Kookduur | |
|---|---|---|
| Smelten | ||
| Chocolade, chocoladecouverture Boter, honing, gelatine | 1-1.5 1-2 | |
| Verhitten en warmhouden | ||
| Maaltijdsoep (bv. linzen) Melk** Worstjes opgewarmd in water** | 1.5-2 1.5-2.5 3-4 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 22)
* Koken zonder deksel
** Zonder deksel
***Geregeld omdraaien
22
Pagina 23
| Vermogensstand | Kookduur | |
|---|---|---|
| Ontdooien en verhitten | ||
| Diepvriesspinazie Diepvriesgoulash | 3-4 3-4 | 15-25 min. 30-40 min. |
| Op een zacht vuurtje gaarstoven, op een zacht vuurtje koken | ||
| Aardappelballetjes* Vis* Witte sauzen, bv. bechamel Geklopte sauzen, bv. bearnaisesaus, Hollandse saus | 4.5-5.5 4-5 1-2 3-4 | 20-30 min. 10-15 min. 3-6 min. 8-12 min. |
| Koken, stomen, smoren | ||
| Rijst (met twee keer zoveel water) Rijstpap Aardappelen in de schil Geschilde aardappelen met zout Pasta* Eenpansgerecht, soep Groenten Diepvriesgroenten Koken met de snelkookpan | 2-3 2-3 4-5 4-5 6-7 3.5-4.5 2.5-3.5 3.5-4.5 4.5-5.5 | 15-30 min. 30-40 min. 25-30 min. 15-25 min. 6-10 min. 15-60 min. 10-20 min. 7-20 min. - |
| Sudderen | ||
| Rollade Stoofschotel Goulash | 4-5 4-5 3-4 | 50-60 min. 60-100 min. 50-60 min. |
| Braden / Frituren met een beetje olie** | ||
| Filets, al dan niet gepaneerd Diepvriesfilets Koteletten, al dan niet gepaneerd*** Biefstuk (3 cm dik) Borst (2 cm dik)*** Diepvriesborst*** Hamburgers, gehaktballetjes (3 cm dik)*** Vis en visfilet, ongepaneerd Vis en visfilet, gepaneerd Gepaneerde diepvriesvis, bv. vissticks Garnalen en steurgarnalen Diepvriesgerechten, bv. gesauteerd Pannenkoeken Omelet Spiegeleieren | 6-7 6-7 6-7 7-8 5-6 5-6 4.5-5.5 5-6 6-7 6-7 7-8 6-7 6-7 3.5-4.5 5-6 | 6-10 min. 8-12 min. 8-12 min. 8-12 min. 10-20 min. 10-30 min. 30-40 min. 8-20 min. 8-20 min. 8-12 min. 4-10 min. 6-10 min. een voor een frituren een voor een frituren 3-6 min. |
| Frituren** (150-200 g per portie in 1-2 l olie) Diepvriesproducten, bv. frieten, kipnuggets Diepvrieskroketten Vlees, bv., stukjes kip Vis, gepaneerd of in bierdeeg Groenten, paddenstoelen, gepaneerd of in bierdeeg, bv. champignons Banket, bv. beignets, fruit in bierdeeg | 8-9 7-8 6-7 6-7 6-7 4-5 | een portie na de andere frituren |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 23)
* Koken zonder deksel
** Zonder deksel
***Geregeld omdraaien
Pagina 24
Frituurfunctie
Met deze functie kan worden gefrituurd in de voorste kookzones, waarbij de temperatuur van de koekenpan wordt afgesteld.
Voordelen bij het frituren
De kookzone verwarmt enkel wanneer dit nodig is. Op die manier wordt energie bespaard. De olie en het vet raken niet oververhit.
Aanwijzingen
- Verhit nooit olie, boter of reuzel zonder toezicht.
- Zet de koekenpan in het midden van de kookzone.
Controleer of de bodem van de koekenpan de juiste diameter heeft.
- Doe geen deksel op de koekenpan. Doet u dat wel, dan werkt de automatische regeling niet. U kunt wel gebruik maken van een beschermende zeef, zo werkt de automatische regeling wel.
- Gebruik uitsluitend olie die geschikt is om te frituren. Gebruikt u boter, margarine, olijfolie of reuzel, selecteer dan het temperatuurniveau min.
pannen voor de frituurfunctie
Er zijn pannen die optimaal geschikt zijn voor deze functie. Ze kunnen achteraf aangekocht worden, als optioneel toebehoren, in de vakhandel of bij onze technische dienst. Duid altijd de overeenkomstige referentie aan:
- HEZ390210 kleine pan (15 cm diameter).
- HEZ390220 middelgrote pan (19 cm)
- HEZ390230 grote pan (21 cm)
De pannen hebben een antiaanbaklaag. Het is ook mogelijk om voedsel te frituren met weinig olie.
Aanwijzingen
- De frituurfunctie is speciaal afgestemd op dit soort koekenpannen.
- Met een ander soort pannen kan de temperatuur hoger of lager worden afgesteld dan het geselecteerde niveau. Probeer het eerst met een lager temperatuurniveau en wijzig dit zonodig. Deze pannen kunnen oververhit raken.
De temperatuurniveaus
| Vermogensstand | Temperatuur | Geschikt voor |
|---|---|---|
| max | hoog | bv. aardappelkoekjes, gesauteerde aardappelen en weinig doorbakken steak. |
| med | middelhoog-hoog | bv. "fijne" bakproducten zoals gepaneerde diepvriesproducten, schnitzels, ragout en groente. |
| low | laag-middelhoog | bv. grote bakproducten zoals frikandellen en worstjes, vis. |
| min | laag | bv. omeletten gebakken in boter, olijfolie of margarine |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 24)
Zo wordt dit geprogrammeerd
Selecteer uit de tabel het geschikte temperatuurniveau. Plaats de koekenpan op de kookzone.
De kookplaat moet ingeschakeld zijn.
- 1. Selecteer de kookzone. Druk op het symbool . De indicator gaat aan op de visuele indicator van de kookzone.
De mogelijke temperatuurniveaus worden getoond op het bedieningsvlak van de vermogensstand.
- 2. Selecteer binnen de volgende 10 seconden, de gewenste temperatuurstand met het symbool van de overeenstemmende vermogensstand. (zie afbeelding) De frituurfunctie is nu geactiveerd.
Het temperatuursymbool blijft aan tot de baktemperatuur wordt bereikt.
- 3. Doe olie in de koekenpan en vervolgens het voedsel. Draai het voedsel zoals gebruikelijk om, zodat het niet verbrandt.
De frituurfunctie uitschakelen
Druk op het symbool .