Bosch PKF631FP3E, tekst van de handleiding
Kookplaat · Bosch · 13 pagina's in het Nederlands · pdf: 56 pagina's, 0,9 MB
Storingen op pagina 51
Pagina 51
Vanaf de titel; het begin van pagina 51 staat in de pdf.
14 Storingen verhelpen
Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de klantenservice de informatie over het verhelpen van storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten.
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
- Alleen geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
- Bel de servicedienst als het apparaat defect is.
"Servicedienst", Pagina 52
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
- Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
- Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.
- Als het netsnoer van dit apparaat wordt beschadigd, moet het door geschoold vakpersoneel worden vervangen.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
De kookzone warmt op, maar de indicatie functioneert niet
- Schakel de zekering in de meterkast uit.
- Neem contact op met de klantenservice.
WAARSCHUWING ‒ Brandgevaar!
De kookplaat schakelt vanzelf uit en kan niet meer worden bediend. Hij kan later per ongeluk worden ingeschakeld.
- Schakel de zekering in de meterkast uit.
- Neem contact op met de klantenservice.
14.1 Aanwijzingen op het display
| Storing | Oorzaak en probleemoplossing |
|---|---|
| Geen | Stroomvoorziening is uitgevallen. 1. Controleer in de meterkast de zekering voor het apparaat. 2. Controleer aan de hand van andere elektrische apparaten of er sprake is van een stroomuitval. |
| Alle indicaties knipperen | Bedieningspaneel is nat of er liggen voorwerpen op. ▸ Maak het bedieningspaneel droog of verwijder het voorwerp. |
Pagina 52
nl Afvoeren
| Storing | Oorzaak en probleemoplossing |
|---|---|
| Op meerdere kookzones is gedurende langere tijd op een hoge stand gekookt. Ter bescherming van de elektronica is de kookplaat uitgeschakeld. 1. Wacht enige tijd. 2. Tik op een willekeurig touchveld. Wanneer de melding niet meer verschijnt, is de elektronica voldoende afgekoeld. U kunt het koken voortzetten. | |
| Ondanks de uitschakeling met is de elektronica nog heter geworden. Daarom zijn alle kookzones uitgeschakeld. 1. Wacht enige tijd. 2. Tik op een willekeurig touchveld. Wanneer de melding niet meer verschijnt, is de elektronica voldoende afgekoeld. U kunt het koken voortzetten. | |
| en de kookstand knipperen afwisselend. Er klinkt een geluidssignaal. | Hete pan in de omgeving van het bedieningspaneel. De elektronica dreigt oververhit te raken. ▸ Neem de pan weg. De indicatie verdwijnt even later. |
| en geluidssignaal | Hete pan in de omgeving van het bedieningspaneel. Ter bescherming van de elektronica is de kookzone uitgeschakeld. 1. Neem de pan weg. 2. Wacht enige tijd. 3. Tik op een willekeurig touchveld. Wanneer de melding niet meer verschijnt, is de elektronica voldoende afgekoeld. U kunt het koken voortzetten. |
| De kookzone is te lang in gebruik geweest en is automatisch uitgeschakeld. U kunt de kookzone direct weer inschakelen. | |
| en kookzones worden niet warm | Demomodus is geactiveerd. 1. Haal de stroom gedurende 30 seconden van het apparaat door de zekering in de meterkast uit te schakelen. 2. Tik binnen de daaropvolgende 3 minuten op een willekeurig touchveld. |
| Melding met "E" verschijnt in het display, bijv. E0111. | De elektronica heeft een fout geconstateerd. 1. Schakel het apparaat uit en weer in. Als de storing eenmalig was, verdwijnt de melding. 2. Verschijnt de melding opnieuw, neem dan contact op met de klantenservice. Geef tijdens het telefoongesprek de exacte foutmelding door. "Servicedienst", Pagina 52 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 52)
15 Afvoeren
15.1 Afvoeren van uw oude apparaat
Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen opnieuw worden gebruikt.
- Voer het apparaat milieuvriendelijk af.
Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor kunt u informatie verkrijgen over de actuele afvoermethoden.
Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE).
De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.
16 Servicedienst
Originele vervangende onderdelen die relevant zijn voor de werking in overeenstemming met de desbetreffende Ecodesign-verordening kunt u voor de duur van ten minste 10 jaar vanaf het moment van in de handel brengen van het apparaat binnen de Europese Economische Ruimte bij onze servicedienst verkrijgen.
52
Opmerking: Het inschakelen van de servicedienst in het kader van de fabrieksgarantievoorwaarden is gratis.
Gedetailleerde informatie over de garantieduur en de garantievoorwaarden in uw land ontvangt u via de QRcode op het meegeleverde document over de servicecontacten en garantievoorwaarden, bij onze klantenservice, uw dealer of op onze website.
Pagina 53
Montagehandleiding nl
Als u contact opneemt met de servicedienst, hebt u het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) van het apparaat nodig.
De contactgegevens van de klantenservice vindt u via de QR-code op het meegeleverde document over de servicecontacten en garantievoorwaarden of op onze website.
De informatie conform verordening (EU) 66/2014 en (EU) 2023/826 vindt u online op www.bosch-home.com op de productpagina en de servicepagina van uw apparaat bij de gebruiksaanwijzingen en aanvullende documenten.
16.1 Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD)
Het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) vindt u op het typeplaatje van het apparaat.
Het typeplaatje vindt u:
op de apparaatpas.
aan de onderkant van de kookplaat.
Om uw apparaatgegevens en de servicedienst-telefoonnummers snel terug te kunnen vinden, kunt u de gegevens noteren.
17 Montagehandleiding
Houd rekening met deze informatie bij de montage van het apparaat.
17.1 Veilige montage
Neem bij het monteren van het apparaat de veiligheidsaanwijzingen in acht.
- Elektrische aansluiting: alleen door een erkend vakman. In geval van een verkeerde aansluiting komt de garantie te vervallen.
- Alleen als de inbouw op deskundige wijze en conform dit installatievoorschrift wordt uitgevoerd, is de veiligheid bij het gebruik gegarandeerd. Bij schade als gevolg van een niet-deskundige inbouw is de monteur aansprakelijk.
17.2 Onderbouw
Geen koelapparaten, vaatwasmachines, ovens zonder ventilatie en wasmachines onderbouwen.
Als u een oven onderbouwt, moet de werkbladdikte minstens 20 mm bedragen, in sommige gevallen ook meer. Neem de aanwijzingen in de installatiehandleiding bij de oven in acht.
Let erop dat uitstekende delen, zoals de behuizing of het snoer van de netaansluiting, niet in botsing komen met bijvoorbeeld een lade.
17.3 Tussenbodem
Wanneer de onderkant van de kookplaat kan worden aangeraakt, moet er een tussenschot worden gemonteerd.
Informeer in de vakhandel of er een tussenschot als accessoire verkrijgbaar is.
Wanneer u een eigen tussenschot gebruikt, moet de minimale afstand tot de netaansluiting van het apparaat 10 mm zijn.
17.4 Meubel voorbereiden
Het werkblad dient egaal, waterpas en stabiel te zijn.
De inbouwmeubelen inclusief wandafsluitstrips moeten minstens 90°C hittebestendig zijn. Een nisbekleding binnen 50 mm afstand tot de achterwand mag niet brandbaar zijn (bijv. tegels, steen). De snijvlakken hittebestendig afdichten om te voorkomen dat het werkblad door vocht uitzet.
Pagina 54
nl Montagehandleiding
17.5 Elektrische aansluiting
Ter bescherming het apparaat eerst uit de piepschuimverpakking halen, wanneer u het apparaat in de uitsparing drukt. Plaats het apparaat niet rechtop op een zijkant van het apparaat.
Controleer de elektrische installatie van de woning vóórdat u het apparaat aansluit.
Het apparaat voldoet aan veiligheidsklasse I en mag alleen in combinatie met een geaarde aansluiting worden gebruikt.
De geïnstalleerde elektrische installatie dient volgens de opbouwvoorschriften in de fasen te worden voorzien van een separator.
Als op het display van het apparaat verschijnt, is het verkeerd aangesloten. Scheid het apparaat van het net, controleer de aansluiting.
Aansluiting met 3-aderige leiding
Zorg voor een geschikte beveiliging van de huisinstallatie.
Neem de kleurcodering van de netaansluitkabel in acht.
Groen-geel is de aarddraad .
Blauw is de nulleider.
Bruin is de fase (buitendraad).
De kabel kan indien nodig door een meerfasige aansluitkabel worden vervangen. Bij het vervangen van de kabel volgende paragraaf in acht nemen.
Aansluiting zonder voorgemonteerde kabel
Sluit de kookplaat alleen aan volgens het aansluitschema.
Bouw indien nodig de meegeleverde koperbruggen in.
De hoofdleiding moet van het type H05 VV-F of hoger zijn.
De draaddiameter moet overeenkomstig de stroombelasting worden bepaald. Niet toegestaan is een diameter < 1,5 mm².
Aansluiting met voorgemonteerde 5-aderige aansluitleiding
Alleen geschoold servicepersoneel mag de aansluitleiding verwisselen.
17.6 Kookplaat inbrengen
Zorg ervoor dat de aansluitkabel niet beklemd raakt en niet over scherpe randen wordt geleid.
Is er een oven onder de kookplaat geplaatst, dan de leiding via de achterste hoeken van de oven naar de aansluitdoos leiden.
De kookplaat kan ook in een voorhanden 500 mm diep uitsparing worden ingebouwd.
Hij moet vooraan en achteraan even ver uitsteken.
17.7 Uitbouw van de kookplaat
- 1. Maak het apparaat spanningsloos.
- 2. De kookplaat er van onderaf uitdrukken.
Pagina's 1–41: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 42
nl Inhoudsopgave
U kunt online aanvullende informatie en uitleg vinden. Scan de QR-code op de titelpagina.
Inhoudsopgave
| GEBRUIKERSHANDLEIDING | 10 Wrijfbeveiliging ................................................... |
|---|---|
| 1 Veiligheid ............................................................... 42 | 11 Weergave energieverbruik ................................ |
| 2 Materiële schade voorkomen ............................... 43 | 12 Basisinstellingen ................................................ |
| 3 Milieubescherming en besparing ........................ 44 | 13 Reiniging en onderhoud .................................... |
| 4 Uw apparaat leren kennen .................................... 44 | 14 Storingen verhelpen ........................................... |
| 5 De Bediening in essentie ...................................... 46 | 15 Afvoeren .............................................................. |
| 6 Powerboost-functie ............................................... 48 | 16 Servicedienst ...................................................... |
| 7 Kinderslot ............................................................... 48 | |
| 17 MONTAGEHANDLEIDING .................................. | |
| 8 Tijdfuncties ............................................................ 48 | 17.1 Veilige montage ............................................... |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 42)
9 Automatische uitschakeling ................................. 49
1 Veiligheid
Neem de volgende veiligheidsvoorschriften in acht.
1.1 Algemene aanwijzingen
- Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door.
- Bewaar de gebruiksaanwijzingen, de apparaatpas en de productinformatie voor later gebruik of voor volgende eigenaren.
- Sluit het apparaat in geval van transportschade niet aan.
1.2 Bestemming van het apparaat
Apparaten zonder stekker mogen alleen door geschoold personeel worden aangesloten. Bij schade door een verkeerde aansluiting kunt u geen aanspraak maken op garantie.
Gebruik het apparaat uitsluitend:
om voedsel en dranken te bereiden.
onder toezicht. Houd kortstondige kookprocessen ononderbroken in het oog.
voor huishoudelijk gebruik en in gesloten ruimtes binnen de huiselijke omgeving. tot een hoogte van 2000 m boven zeeniveau.
Gebruik het apparaat niet:
met een externe timer of een separate afstandsbediening. Dit geldt niet voor het geval dat de werking middels de door
EN 50615 genoemde apparaten wordt uitgeschakeld.
1.3 Inperking van de gebruikers
Dit apparaat kan worden bediend door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met fysieke, sensorische of geestelijke beperkingen of met gebrekkige ervaring en/of kennis, indien zij onder toezicht staan of zijn geïnstrueerd in het veilige gebruik van het apparaat en de daaruit resulterende gevaren hebben begrepen. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Reiniging en gebruikersonderhoud mogen niet worden uitgevoerd door kinderen, tenzij ze 15 jaar of ouder zijn en onder toezicht staan. Zorg ervoor dat kinderen die jonger zijn dan 8 jaar niet bij het apparaat of de aansluitkabel kunnen komen.
1.4 Veilig gebruik
WAARSCHUWING ‒ Brandgevaar!
Zonder toezicht koken op kookplaten met vet of olie kan gevaarlijk zijn en brand veroorzaken.
- Verlies hete oliën en vetten daarom nooit uit het oog.
- Nooit proberen om een vuur met water te blussen, maar het apparaat uitschakelen en dan de vlammen bijv. met een deksel of een blusdeken afdekken.
Pagina 43
Materiële schade voorkomen nl
Het kookvlak wordt erg heet.
- Nooit brandbare voorwerpen op het kookvlak of in de directe omgeving leggen.
- Nooit voorwerpen op het kookvlak bewaren. Het apparaat wordt heet.
- Nooit brandbare voorwerpen of spuitbussen bewaren in laden direct onder de kookplaat. Als de kookplaat wordt afgedekt, kan dat ongelukken veroorzaken, bijvoorbeeld door oververhitting, in brand vliegen of ontploffende materialen.
- Dek de kookplaat niet af.
Levensmiddelen kunnen vuur vatten.
- Er moet toezicht worden gehouden op het kookproces. Een korte procedure moet permanent worden gecontroleerd.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik worden het apparaat en zijn aanraakbare onderdelen heet, vooral een eventueel aanwezig kookplaatframe.
- Wees voorzichtig om het aanraken van verwarmingselementen te voorkomen.
- Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit de buurt worden gehouden.
Kookplaatbeschermroosters kunnen tot ongevallen leiden.
- Nooit kookplaatbeschermroosters gebruiken. Het apparaat wordt heet tijdens het gebruik.
- Het apparaat voor het schoonmaken laten afkoelen.
De grepen van het kookgerei kunnen tijdens het gebruik heet worden. Als de grepen boven de verwarmingszone komen te liggen, kunnen de grepen bijzonder heet worden.
- Altijd de volledige verwarmingszone met het kookgereik afdekken.
- Een pannenlap gebruiken.
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
- Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
- Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.
- Als het netsnoer van dit apparaat wordt beschadigd, moet het door geschoold vakpersoneel worden vervangen.
Een beschadigd apparaat of een beschadigd netsnoer is gevaarlijk.
- Nooit een beschadigd apparaat gebruiken.
- Is het oppervlak gescheurd, dan het apparaat uitschakelen om een mogelijke elektrische schok te vermijden. Hiervoor het apparaat niet aan de hoofdschakelaar, maar via de zekering in de meterkast uitschakelen.
- Neem contact op met de klantenservice. Pagina 52
Binnendringend vocht kan een elektrische schok veroorzaken.
- Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken om het apparaat te reinigen.
Bij hete apparaatonderdelen kan de kabelisolatie van elektrische apparaten smelten.
- Zorg ervoor dat de aansluitkabel van elektrische apparaten nooit in contact komt met hete onderdelen van het apparaat.
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Wanneer er vloeistof zit tussen de bodem van de pan en de kookzone, kunnen kookpannen plotseling omhoog springen.
- Zorg ervoor dat de kookzone en de bodem van de pan altijd droog zijn.
WAARSCHUWING ‒ Kans op verstikking!
Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal over het hoofd trekken en hierin verstrikt raken en stikken.
- Verpakkingsmateriaal uit de buurt van kinderen houden.
- Laat kinderen niet met verpakkingsmateriaal spelen.
Kinderen kunnen kleine onderdelen inademen of inslikken en hierdoor stikken.
- Kleine onderdelen uit de buurt van kinderen houden.
- Kinderen niet met kleine onderdelen laten spelen.
2 Materiële schade voorkomen
LET OP
Door ruwe bodems van pannen ontstaan krassen op de glaskeramiek.
- Kookgerei controleren.
Door droogkoken kan het kookgerei of het apparaat beschadigd raken.
- Nooit pannen zonder inhoud op een hete kookzone zetten of laten droogkoken.
Pagina 44
nl Milieubescherming en besparing
Verkeerd geplaatst kookgerei kan tot oververhitting van het apparaat leiden.
- Nooit hete kook- of bakpannen op de bedieningselementen of de kookplaatrand zetten.
Wanneer er harde en puntige voorwerpen op de kookplaat vallen, kan deze beschadigd raken.
- Geen harde of puntige voorwerpen op de kookplaat laten vallen.
Hittegevoelige materialen smelten op de hete kookzones.
- Geen beschermingsfolie op de kookplaat gebruiken.
- Geen aluminiumfolie of kunststof vormen gebruiken.
2.1 Overzicht van de meest voorkomende schade
Hier vindt u de meest voorkomende schade en tips om deze te voorkomen.
| Schade | Oorzaak | Maatregel |
|---|---|---|
| Vlekken | Overgelopen etenswaar | Overgelopen etenswaar onmiddellijk verwijderen met een schraper voor vitrokeramische kookplaat. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 44)
| Schade | Oorzaak | Maatregel |
|---|---|---|
| Vlekken | Ongeschikte reinigingsmiddelen | Gebruik alleen reinigingsmiddelen die geschikt zijn voor glaskeramiek. |
| Krassen | Zout, suiker of zand | Gebruik de kookplaat niet als werkblad of plateau om iets neer te zetten. |
| Krassen | Ruwe bodems van pannen | Het kookgerei controleren. |
| Verkleuring | Ongeschikte reinigingsmiddelen | Gebruik alleen reinigingsmiddelen die geschikt zijn voor glaskeramiek. |
| Verkleuring | Slijtage van pannen, bijv. aluminium | Pannen optillen om ze te verplaatsen. |
| Schelp-vormige beschadiging van het oppervlak | Suiker of sterk suikerhoudend voedsel | Overgelopen etenswaar onmiddellijk verwijderen met een schraper voor vitrokeramische kookplaat. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 44)
3 Milieubescherming en besparing
3.1 Afvoeren van de verpakking
De verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en kunnen worden hergebruikt.
- De afzonderlijke componenten op soort gescheiden afvoeren.
3.2 Energie besparen
Als u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt het apparaat minder energie.
Een kookzone kiezen die bij de grootte van de pan past. Het kookgerei gecentreerd plaatsen.
Gebruik kookgerei met een bodemdiameter die overeenkomt met de diameter van de kookzone.
Tip: Fabrikanten van kookgerei geven vaak de bovendiameter van de pan aan. Die is dikwijls groter dan de bodemdiameter.
Niet-passend kookgerei of niet volledig afgedekte kookzones verbruiken veel energie.
Pannen afsluiten met een passend deksel.
Wanneer u zonder deksel kookt, heeft het apparaat aanzienlijk meer energie nodig.
4 Uw apparaat leren kennen
De gebruiksaanwijzing geldt voor verschillende kookplaten. De afmetingen van de kookplaten vindt u in het typeoverzicht. → Pagina 2
Deksel zo min mogelijk oplichten.
Wanneer u het deksel oplicht, ontsnapt er veel energie.
Glazen deksel gebruiken.
Door het glazen deksel kunt u in de pan kijken zonder het deksel op te lichten.
Pannen met vlakke bodem gebruiken.
Als de bodem niet vlak is, wordt het energieverbruik hoger.
Gebruik kookgerei dat past bij de hoeveelheid levensmiddel.
Groot kookgerei met weinig product heeft meer energie nodig om op te warmen.
Met weinig water koken.
Hoe meer water er in het kookgerei zit, des te meer energie is er nodig om op te warmen.
Schakel tijdig terug naar een lagere kookstand. Met een te hoge doorkookstand verspilt u energie.
De restwarmte van de kookplaat gebruiken. Bij langere bereidingstijden de kookzone 5-10 minuten vóór het einde van de bereidingstijd uitschakelen.
Onbenutte restwarmte verhoogt het energieverbruik.
Pagina 45
Uw apparaat leren kennen nl
4.1 Bedieningspaneel
Via het bedieningsveld kunt u alle functies van uw apparaat instellen en informatie krijgen over de gebruikstoestand.
4.2 Indicaties
De indicaties geven ingestelde waarden en functies aan.
| Indicatie | Naam |
|---|---|
| - | Kookstanden |
| / | Restwarmte |
| Powerboost-functie | |
| Timer |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 45)
4.3 Touchvelden
Touch-velden zijn aanraakgevoelige oppervlakken. Om een functie te kiezen het betreffende veld selecteren.
| Touchveld | Naam |
|---|---|
| Hoofdschakelaar | |
| Wrijfbeveiliging | |
| Kinderslot | |
| Bijschakeling van kook- of braadzones | |
| Keuze kookzone | |
| ... | Instelgedeelte |
| Timer | |
| Powerboost |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 45)
Opmerkingen
Houd het bedieningspaneel altijd droog. Vocht heeft een nadelige invloed op de werking.
Zorg dat er geen pannen in de buurt van indicaties en touchvelden komen. De elektronica kan oververhit raken.
4.4 Kookzones
Hier vindt u een overzicht van de verschillende bijschakelingen van de kookzones.
Wanneer u de bijschakelingen activeert, branden de bijbehorende indicaties.
Wanneer u een kookzone inschakelt, wordt deze in de laatst ingestelde grootte ingeschakeld.
| Kookplaat | Naam | Bijschakelen en uitschakelen |
|---|---|---|
| Kookzone met één ring | Kookzone kiezen. | |
| Kookzone met twee ringen | Kookzone kiezen. Tik op . | |
| Braadzone | Kookzone kiezen. Tik op . |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 45)
Opmerkingen
Donkere gedeelten in het gloeibeeld van de kookzone hebben een technische oorzaak. Ze zijn niet van invloed op de werking van de kookzone.
De kookzone regelt de temperatuur door de verwarming in en uit te schakelen. Ook bij het hoogste vermogen kan de verwarming inschakelen en uitschakelen.
Bij kookzones met meerdere ringen kunnen de verwarmingselementen van de kookzone en de bijgeschakelde gedeelten op verschillende tijdstippen worden in- en uitgeschakeld.
Redenen:
- Gevoelige componenten worden beschermd tegen oververhitting.
- Het apparaat wordt beschermd tegen elektrische overbelasting.
- Er wordt een beter kookresultaat bereikt.
4.5 Restwarmte-indicatie
De kookplaat heeft voor elke kookzone een restwarmte-indicatie met twee standen. De kookzone niet aanraken zolang de restwarmte-indicatie brandt.
| Indicatie | Betekenis |
|---|---|
| De kookplaat is zo heet dat u kleine gerechten kunt warmhouden of couvertures kunt smelten. | |
| De kookzone is heet. |
Pagina 46
nl De Bediening in essentie
5 De Bediening in essentie
5.1 Kookplaat inschakelen of uitschakelen
U schakelt de kookplaat met de hoofdschakelaar in en uit.
Wanneer u de kookplaat binnen de eerste 4 seconden na het uitschakelen weer inschakelt, treedt hij in werking met de vorige instellingen.
5.2 Kookplaat inschakelen
selecteren.
De lichtbalk boven is verlicht.
De indicaties van de bedieningsvlakken en de kookstandindicaties zijn verlicht.
De kookplaat is klaar voor gebruik.
5.3 Kookplaat uitschakelen
Wanneer alle kookzones een bepaalde tijd (10-60 seconden) uitgeschakeld zijn, wordt de kookplaat automatisch uitgeschakeld.
- Op tippen.
Het indicatielampje boven gaat uit.
De indicaties verdwijnen.
Alle kookzones zijn uitgeschakeld.
De restwarmte-indicatie blijft verlicht totdat de kookzones voldoende zijn afgekoeld.
5.4 Instellen van de kookzones
Om een kookzone te kunnen instellen, moet deze gekozen zijn.
In het instelgedeelte stelt u de gewenste kookstanden in.
| Kookstand | |
|---|---|
| 1 | laagste stand |
| 9 | hoogste stand |
| . | Elke kookstand heeft een tussenstand, bijv. 4. . |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 46)
5.5 Kookstanden instellen
Vereiste: De kookplaat is ingeschakeld.
- 1. Met de kookzone kiezen.
In de kookstandindicatie brandt . Onder de kookstandindicatie brandt .
- 2. In het instelgebied een kookstand instellen.
5.6 Kookstanden wijzigen
- 1. Met de kookzone kiezen.
- 2. In het instelgebied een kookstand instellen.
5.7 Kookzone uitschakelen
- 1. Met de kookzone kiezen.
- 2. In het instelbereik 0 instellen.
Als u de kookzone hebt uitgeschakeld, verschijnt na ongeveer 10 seconden de restwarmte-indicatie.
Opmerking: De laatst ingestelde kookzone blijft geactiveerd. U kunt de kookzone instellen zonder opnieuw te hoeven kiezen.
5.8 Aanbevolen instellingen om te koken
Hier krijgt u een overzicht van verschillende gerechten en de bijbehorende kookstanden.
De bereidingstijd varieert afhankelijk van de soort, het gewicht, de dikte en de kwaliteit van de gerechten. De doorkookstand is afhankelijk van de gebruikte pan.
Aanwijzingen voor de bereiding
Voor het aan de kook brengen kookstand 9 gebruiken.
Dikvloeibaar voedsel af en toe omroeren.
Levensmiddelen die snel en heet worden aangebraden of waarbij tijdens het aanbraden veel vloeistof vrijkomt, in kleine porties aanbraden.
Tips voor energiebesparend koken. Pagina 44
Smelten
| Gerecht | Doorkookstand | Doorkookduur in minuten |
|---|---|---|
| Chocolade, couverture | 1-1. | - |
| Boter, honing, gelatine | 1-2 | - |
| Verwarmen of warmhouden | ||
| Eenpansgerecht, bijv. linzenschotel | 1-2 | - |
Pagina 47
De Bediening in essentie nl
| Melk ¹ | 1.-2. | - |
|---|---|---|
| Worstjes in water ¹ | 3-4 | - |
| Ontdooien en opwarmen | ||
| Spinazie, diepvries | 2.-3. | 10-20 |
| Goulash, diepvries | 2.-3. | 20-30 |
| Gaarstoven of zachtjes laten koken | ||
| Knoedels, balletjes ²,3 | 4.-5. | 20-30 |
| Vis ²,3 | 4-5 | 10-15 |
| Witte saus, bijv. bechamelsaus | 1-2 | 3-6 |
| Geklopte sauzen, bijv. bearnaisesaus of hollandaisesaus | 3-4 | 8-12 |
| Koken, stomen of stoven | ||
| Rijst met dubbele hoeveelheid water | 2-3 | 15-30 |
| Rijstepap | 1.-2. | 35-45 |
| Aardappelen in schil | 4-5 | 25-30 |
| Gekookte aardappelen | 4-5 | 15-25 |
| Deegwaren, pasta ²,3 | 6-7 | 6-10 |
| Eenpansgerecht, soep | 3.-4. | 15-60 |
| Groente, vers | 2.-3. | 10-20 |
| Groente, diepvries | 3.-4. | 10-20 |
| Voedsel in de snelkookpan | 4-5 | - |
| Sudderen | ||
| Rollades | 4-5 | 50-60 |
| Stoofvlees | 4-5 | 60-100 |
| Goulash | 2.-3. | 50-60 |
| Braden met weinig olie De gerechten zonder deksel braden. | ||
| Schnitzel, al dan niet gepaneerd | 6-7 | 6-10 |
| Schnitzel, diepvries | 6-7 | 8-12 |
| Koteletten, al dan niet gepaneerd ⁴ | 6-7 | 8-12 |
| Steak, 3 cm dik | 7-8 | 8-12 |
| Frikadel, 3 cm dik ⁴ | 4.-5. | 30-40 |
| Hamburger, 2 cm dik ⁴ | 6-7 | 10-20 |
| Borst van gevogelte, 2 cm dik ⁴ | 5-6 | 10-20 |
| Borst van gevogelte, diepvries ⁴ | 5-6 | 10-30 |
| Vis of visfilet, ongepaneerd | 5-6 | 8-20 |
| Vis of visfilet, gepaneerd | 6-7 | 8-20 |
| Vis of visfilet, gepaneerd en diepvries, bijv. vissticks | 6-7 | 8-12 |
| Scampi, garnalen | 7-8 | 4-10 |
| Groente of paddestoelen vers, sauteren | 7-8 | 10-20 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 47)
1 Bereid het gerecht zonder deksel.
2 Het water met afgesloten deksel aan de kook brengen.
3 Kook het gerecht verder zonder deksel.
4 Het gerecht meerdere malen keren.
| Groente of vlees in reepjes op Aziatische wijze | 7.-8. | 15-20 |
| Pangerechten, diepvries | 6-7 | 6-10 |
| Pannenkoeken | 6-7 | ononderbroken |
| Omelet | 3.-4. | ononderbroken |
| Spiegeleieren | 5-6 | 3-6 |
| Frituren | ||
| De levensmiddelen in porties van 150-200 g in 1-2 l olie frituren. De gerechten zonder deksel bereiden. | ||
| Diepvriesproducten, bijv. frites of chicken nuggets | 8-9 | - |
| Kroketten, diepvries | 7-8 | - |
| Vlees, bijv. kip | 6-7 | - |
| Vis, gepaneerd of in bierdeeg | 5-6 | - |
| Groente of paddestoelen, gepaneerd of in bierdeeg Tempura | 5-6 | - |
| Klein gebak, bijv. beignets of Berlinerbollen, fruit in bierdeeg | 4-5 | - |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 47)
47
Pagina 48
nl Powerboost-functie
6 Powerboost-functie
Met de Powerboost-functie kunt u grotere hoeveelheden water nog sneller verwarmen dan met kookstand 9. De Powerboost-functie is alleen beschikbaar bij kookzones die met zijn gemarkeerd.
6.1 Powerboost-functie inschakelen
WAARSCHUWING ‒ Brandgevaar!
Oliën en vetten worden met de Powerboost-functie snel heet. Oververhitte oliën en vetten vliegen snel in brand.
- Verlies het kookproces daarom nooit uit het oog.
Vereiste: Bij kookzones met twee ringen moet de tweede verwarmingsring zijn bijgeschakeld om met de Powerboost-functie te kunnen werken.
- 1. De kookzone kiezen.
- 2. Tik in het instelgebied op De indicatie brandt.
.
6.2 Powerboost-functie uitschakelen
Wanneer u de Powerboost-functie niet uitschakelt, wordt deze na een bepaalde tijd automatisch uitgeschakeld. De kookzone keert terug naar kookstand 9.
- 1. De kookzone kiezen.
- 2. Stel een willekeurige doorkookstand in. De indicatie verdwijnt.
7 Kinderslot
Met het kinderslot kunt u voorkomen dat kinderen de kookplaat inschakelen.
7.1 Kinderslot inschakelen
Vereiste: De kookplaat is uitgeschakeld.
ca. 4 seconden ingedrukt houden.
Het indicatielampje boven brandt 10 seconden. De kookplaat is geblokkeerd.
7.2 Kinderslot uitschakelen
ca. 4 seconden ingedrukt houden. De blokkering is opgeheven.
7.3 Automatisch kinderslot
Met deze functie wordt het kinderslot automatisch ingeschakeld wanneer u de kookplaat uitschakelt.
Het automatische kinderslot kunt u in de basisinstellingen activeren. Pagina 50
8 Tijdfuncties
Uw apparaat beschikt over verschillende tijdfuncties waarmee u een tijdsduur of een timer kunt instellen.
8.1 Tijdsduur
Voer een tijdsduur voor de gewenste kookzone in. Na afloop van de tijdsduur gaat de kookzone automatisch uit.
U kunt een tijdsduur tot 99 minuten instellen.
Tijdsduur instellen
Vereiste: De kookzone is gekozen en ingesteld.
- 1. Op tippen.
De indicatie van de kookzone brandt. In de timerindicatie brandt .
- 2. In de volgende 10 seconden in het instelgedeelte de gewenste tijdsduur instellen.
De tijdsduur loopt af. Wanneer u voor meerdere kookzones een tijdsduur hebt ingesteld, wordt de tijdsduur van de gekozen kookzone weergegeven. Na afloop van de ingestelde tijdsduur wordt de kookzone uitgeschakeld. Er klinkt een geluidssignaal en in de indicatie brandt gedurende 10 seconden. De indicatie brandt helder.
Tijdsduur corrigeren of wissen
- 1. De kookzone kiezen.
- 2. Op tippen.
De indicatie brandt helder.
Pagina 49
Automatische uitschakeling nl
- 3. In het instelgedeelte de tijdsduur wijzigen of op zetten.
Tijdsduursignaal uitschakelen
U kunt het signaal handmatig uitschakelen.
- Op een willekeurig symbool tippen.
De indicaties gaan uit en het geluidssignaal stopt.
Automatische timer
Met deze functie kunt u vooraf een tijdsduur voor alle kookzones instellen. Na het inschakelen van een kookzone loopt steeds de vooraf ingestelde tijdsduur af. Na afloop van de tijdsduur gaat de kookzone automatisch uit.
De automatische timer schakelt u in de basisinstellingen in. Pagina 50
Tip: De automatische timer geldt voor alle kookzones. Voor een afzonderlijke kookzone kunt u de tijdsduur verkleinen of wissen. Pagina 48
8.2 Kookwekker
U kunt een tijd tot 99 minuten vastleggen na afloop waarvan een signaal klinkt. De kookwekker is onafhankelijk van alle andere instellingen.
Kookwekker instellen
- 1. De kookwekker inschakelen.
U kunt de kookwekker op 2 verschillende manieren inschakelen.
| Bij geselecteerde kookzone. | Twee keer binnen 10 seconden op tippen. |
| Bij niet geselecteerde kookzone. | Op tippen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 49)
De indicatie is verlicht.
- 2. Binnen de volgende 10 seconden in het instelgedeelte de gewenste tijd instellen.
De tijd loopt af.
Wanneer de tijd is verstreken, klinkt er een signaal. In de timer-indicatie brandt . De indicatie voor de kookwekker brandt helder. Na 10 seconden wordt de indicatie uitgeschakeld.
Tijd weergeven
- Met de kookwekker kiezen.
De tijd wordt 10 seconden weergegeven.
Tijd corrigeren
- 1. Met de kookwekker kiezen.
- 2. In het instelgedeelte de gewenste tijd instellen.
Wekkersignaal uitschakelen
U kunt het signaal handmatig uitschakelen.
- Op een willekeurig touchveld tippen.
De indicatie gaat uit en het geluidssignaal stopt.
9 Automatische uitschakeling
Als u de instellingen van een kookzone lange tijd niet wijzigt, wordt de automatische uitschakeling actief. Het tijdstip waarop de kookzone wordt uitgeschakeld, wordt bepaald door de ingestelde kookstand (1 tot 10 uur).
Het verwarmen van de kookzone wordt uitgeschakeld. In de kookzone-indicatie knipperen afwisselend en de restwarmte-indicatie / .
9.1 Na automatische uitschakeling verdergaan met koken
- 1. Op een willekeurig touchveld tippen. De indicatie verdwijnt.
- 2. Opnieuw instellen.
10 Wrijfbeveiliging
Wanneer u over het bedieningspaneel wrijft als de kookplaat ingeschakeld is, kunnen de instellingen veranderen. Om dit te voorkomen heeft uw kookplaat een wrijfbeveiliging.
De hoofdschakelaar is uitgezonderd van de wrijfbeveiliging. U kunt de kookplaat op elk moment uitschakelen.
10.1 Wrijfbeveiliging activeren
- Op tippen.
Er klinkt een signaal.
Het indicatielampje boven brandt.
Het bedieningspaneel is gedurende 30 seconden geblokkeerd.
11 Weergave energieverbruik
De functie toont het totale energieverbruik tussen het inschakelen en uitschakelen van de kookplaat.
Na het uitschakelen wordt gedurende 10 seconden het verbruik in kilowattuur weergegeven, bijv. 1,08 kWh.
De precisie van de indicatie is onder andere afhankelijk van de spanningskwaliteit van het elektriciteitsnet. De indicatie kunt u in de basisinstellingen activeren. Pagina 50
Pagina 50
nl Basisinstellingen
12 Basisinstellingen
U kunt de basisinstellingen van uw apparaat volgens uw wensen instellen.
12.1 Overzicht van de basisinstellingen
Hier krijgt u een overzicht van de basisinstellingen en de vooraf ingestelde fabriekswaarden.
| Indicatie | Keuze |
|---|---|
| Automatisch kinderslot – Uitgeschakeld ¹ – Ingeschakeld – Handmatig en automatisch kinderslot zijn uitgeschakeld. | |
| Geluidssignaal – Bevestigingssignaal en het signaal Verkeerde bediening zijn uitgeschakeld. Het hoofdschakelaarsignaal blijft ingeschakeld. – Alleen het signaal Verkeerde bediening is ingeschakeld. – Alleen het bevestigingssignaal is ingeschakeld. – Bevestigingssignaal en het signaal Verkeerde bediening zijn ingeschakeld. ¹ | |
| Weergave energieverbruik Vraag bij uw elektriciteitsmaatschappij wat de netspanning is. – Verbruiksindicatie is uitgeschakeld. ¹ – Verbruiksindicatie bij netspanning 230 V. – Verbruiksindicatie bij netspanning 400 V. – Verbruiksindicatie bij netspanning 220 V. – Verbruiksindicatie bij netspanning 240 V. | |
| Automatische timer – Uitgeschakeld. ¹ - – Tijdsduur waarna de kookzones worden uitgeschakeld. | |
| Tijdsduur van het signaal timer-einde – 10 seconden. ¹ – 30 seconden. – 1 minuut. | |
| Bijschakeling van verwarmingselementen – Uitgeschakeld – Ingeschakeld – De laatste instelling voordat de kookzone wordt uitgeschakeld. ¹ | |
| Keuzetijd van de kookzones – Onbegrensd: u kunt de laatst gekozen kookzone altijd instellen, zonder deze opnieuw te hoeven selecteren. ¹ – U kunt de laatst gekozen kookzone binnen 10 seconden na het selecteren instellen. Daarna moet u de kookzone opnieuw selecteren om deze in te stellen. | |
| Resetten naar de fabrieksinstelling – Uitgeschakeld ¹ – Ingeschakeld |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 50)
1 Fabrieksinstelling
50
12.2 Basisinstelling wijzigen
Vereiste: De kookplaat is uitgeschakeld.
- 1. De kookplaat inschakelen.
- 2. In de volgende 10 seconden 4 seconden ingedrukt houden.
afwisselend. de ge-instellen.
| 3 4 5 6 7 | 8 9 |
| In het linkerdisplay knipperen en In het rechterdisplay brandt . 3. Net zo vaak op tippen tot in het linkerdisplay wenste indicatie verschijnt. 4. In het instelbereik de gewenste waarde | |
| 3 4 5 6 7 | 8 9 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 50)
- 5. 4 seconden ingedrukt houden. De instelling is geactiveerd.
Tip: Om de basisinstellingen zonder op te slaan af te sluiten de kookplaat uitschakelen met . De kookplaat weer inschakelen en opnieuw instellen.
Pagina 51: zie Storingen hierboven.
Pagina 52: zie hierboven.
Pagina 53: zie hierboven.
Pagina 54: zie hierboven.