Bosch WAYH2842NL, tekst van de handleiding
Pagina's 37–61 van 72 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← pagina's 11–36verder op pagina 62 →
Pagina 37
Programmavoorinstellingen nl
0 Programmavoorinstellingen
De programmavoorinstellingen worden na keuze van het programma in het hoofdmenu weergegeven.
Display Blz. 27
U kunt de voorinstellingen wijzigen:
- Temperatuur, Centrifugetoerental en Klaar inzolang de pijlen in het hoofdmenu worden weergegeven en/of
- de iDos-instellingen , Blz. 38
Een overzicht van alle na het programma selecteerbare extra instellingen vindt u vanaf Blz. 31.
Temperatuur
Voor en tijdens het programma kunt u afhankelijk van de programmavoortgang de ingestelde temperatuur wijzigen.
De maximaal in te stellen temperatuur hangt af van het gekozen programma.
Centrifugetoerental
(Centrifugeren)
Voor en tijdens het programma kunt u afhankelijk van de programmavoortgang het centrifugetoerental (in omw./min.; omwentelingen per minuut) wijzigen.
Het maximaal in te stellen toerental hangt af van het gekozen programma en het model.
Instelling 0 : Geen centrifugeren, het water wordt slechts afgepompt. Het wasgoed blijft nat in de trommel liggen, voor wasgoed dat niet gecentrifugeerd moet worden.
Klaar in
Na de programmakeuze wordt in het hoofdmenu de programmaduur weergegeven.
Vóór programmastart kunt u het programma-einde in stappen van 1 uur (h=uur) tot maximaal 24h instellen.
Na de programmastart wordt het gewenste aantal uur bijv. 8h weergegeven en afgeteld, tot het wasprogramma begint. Dan wordt de programmaduur weergegeven.
Aanwijzing: De programmaduur wordt bij een lopend programma automatisch aangepast. Wijzigingen in de programma-voorinstelling resp.
programma-instellingen opties, schuimherkenning, onbalansherkenning, de belading of verontreiniging kunnen ook tot wijzigingen in de programmaduur leiden.
Na programmastart , terwijl het vooringestelde aantal uren wordt afgeteld, kunt u het ingestelde aantal uur als volgt wijzigen:
- 1. Toets kiezen.
- 2. Met de toets Klaar in het aantal uur wijzigen.
- 3. Toets kiezen.
Na programmastart, terwijl de programmaduur verstrijkt, kunt u indien nodig wasgoed bijvullen of uitnemen.
- Blz. 45
Pagina 38
nl Programmavoorinstellingen
i-DOS-Instellingen
Uw wasmachine is voorzien van een intelligent doseringssysteem voor vloeibaar wasmiddel en wasverzachter (bijv. wasmiddel bij instelling reservoirinhoud: wasmiddel Blz. 57).
De wasmiddel en wasverzachterdosering vindt in de meeste programma's van uw wasautomaat automatisch plaats.
De i-DOS-instellingen blijven na het uitschakelen van het apparaat bewaard.
Af fabriek vooringesteld voor:
- i-DOS :
Wasmiddel voor licht verontreinigd wasgoed
- i-DOS I :
Wasverzachter voor normaal zacht wasgoed
i-DOS voor wasmiddel
Doseringen sterk: sterk vervuild wasgoed of wasgoed met vlekken
norm.: normaal vervuild wasgoed
licht: licht vervuild wasgoed
automatische dosering gedeselecteerd, handmatige dosering Blz. 50
Voor aanvang van het wasprogramma kunt u de instellingen voor de automatische wasmiddeldosering wijzigen. Instructies omtrent de mate van verontreiniging vindt u op
- Blz. 30
i-DOS voor wasverzachter
Doseringen sterk: bijzonder zacht wasgoed
norm.: normaal zacht wasgoed
licht: enigszins zacht wasgoed
automatische dosering gedeselecteerd
Afhankelijk van de programmavoortgang kunt u de instellingen voor automatische wasverzachterdosering wijzigen.
Pagina 39
Extra programma-instellingen/opties nl
Extra programmainstellingen/opties (* afh. van het model)
De beschikbare instellingen/opties zijn afhankelijk van het model.
U kunt aanvullend verschillende instellingen/opties afhankelijk van het gekozen programma kiezen, om het wasproces nog beter aan uw wasgoed aan te passen.
De instellingen kunnen gekozen worden:
- via de betreffende toets op het bedieningspaneel of
- middels de toets Menu. Blz. 26
Een overzicht van alle na het programma selecteerbare extra instellingen vindt u vanaf Blz. 31.
SpeedPerfect
( )
Voor het wassen in kortere tijd met vergelijkbaar wasresultaat, maar met hoger energieverbruik dan het gekozen programma zonder instelling SpeedPerfect .
Aanwijzing: Overschrijd de maximale belading niet.
Programma-overzicht Blz. 31
EcoPerfect
( )
Energiezuinig wassen door temperatuurreductie bij vergelijkbaar wasresultaat bij het gekozen programma zonder instelling EcoPerfect.
Voorwas *
( )
mogelijke instellingen: aan - uit
Voor sterk verontreinigd wasgoed.
Aanwijzingen
- Bij geselecteerde intelligente dosering wordt het wasmiddel automatisch voor de voor- en hoofdwas gedoseerd.
- Bij sterk verontreinigd wasgoed is bij een programmakeuze met voorwas doorgaans de i-DOS-dosering gemiddeld voldoende.
- Bij handmatige dosering wasmiddel verdelen over voor- en hoofdwas. Wasmiddel voor voorwas in de trommel doen en wasmiddel voor de hoofdwas in compartiment doen.
Extra spoelen *
( )
mogelijke instellingen:
+ 1 spoelbeurt + 2 spoelbeurten + 3 spoelbeurten
Uit
Bijkomende spoelbeurten bij bijzonder gevoelige huid en/of voor gebieden met zeer zacht water.
Langere programmaduur.
Het werkelijke aantal uitgevoerde spoelbeurten is afhankelijk van het aantal dat elk programma in zijn basisinstelling uitvoert.
Pagina 40
nl Extra programma-instellingen/opties
Extra water *
( )
mogelijke instellingen: aan - uit
Verhoogd waterniveau, voorzichtiger behandeling van het wasgoed.
Anti-kreuk *
( )
mogelijke instellingen: aan - uit
Beperkt de kreukvorming door een speciale centrifugemethode met aansluitend losser maken en een verlaagd centrifugetoerental.
Aanwijzing: Het restvochtgehalte van het wasgoed neemt toe.
Weken *
( )
mogelijke instellingen: aan - uit
Voor de hoofdwascyclus blijft het wasgoed langer in het water liggen om ernstige vlekken op te lossen.
Te gebruiken bij bijzondere hardnekkige verontreinigingen.
Wasmiddel met i-DOS doseren of volgens instructies van de fabrikant in compartiment doseren.
Aanwijzingen
- Wasgoed van dezelfde kleur in de trommel doen.
- Wanneer uw wasmachine deze optie niet heeft, dan kunt u als volgt inweken:
- 1. i-DOS kiezen of wasmiddel volgens opgave van de fabrikant in het handmatige compartiment doseren.
- 2. Programma Katoen 30 °C instellen en toets kiezen.
- 3. Na ca. 10 minuten toets kiezen. Het wasgoed blijft in het sop liggen.
- 4. Na de gewenste inweektijd opnieuw toets kiezen als het programma voortgezet moet worden of programma wijzigen.
Aanwijzing: Geen extra wasmiddel nodig, het inweeksop wordt ook gebruikt voor het wassen.
Spoelstop *
( )
mogelijke instellingen: aan - uit
Na de laatste spoelcyclus blijft het wasgoed in het water liggen.
Programma beëindigen Blz. 46
Extra stil *
( )
mogelijke instellingen: aan - uit
Lagere geluidswaarden door een speciaal was- en centrifugeritme en uitgeschakeld eindsignaal. Bijzonder geschikt om ’s nachts te wassen.
Aanwijzing: Restvocht in het wasgoed iets verhoogd.
Pagina 41
Extra programma-instellingen/opties nl
Vlekken *
( )
In totaal kunt u kiezen uit 16 verschillende soorten vlekken.
selecteerbare vlekkensoorten:
- Babyvoeding
- Bloed
- Ei
- Aardbeien
- Aarde en zand
- Gras
- Koffie
- Make up
- Sinaasappel
- Rode wijn
- Chocolade
- Zweet
- Vuile sokken
- Boter/slaolie
- Thee ¹ Tomaten uit
Wij raden u aan om de vlekken niet laten indrogen. Vaste bestanddelen eerst verwijderen.
Programma met een vlekkensoort kiezen:
- 1. Het wasgoed zoals gebruikelijk samenstellen.
- 2. Programma kiezen.
- 3. Wasmachine vullen
- 4. Een soort vlek kiezen (afhankelijk van het programma).
- 5. Programma starten.
De wasmachine past de gemiddelde wastemperatuur, trommelbeweging en inweektijd doelgericht aan het soort vlek aan. Warm of koud water, voorzichtige of intensieve wasbehandeling en lange of korte inweektijden zorgen voor een speciaal verloop van het wasprogramma voor elk soort vlekken. Zodoende worden de vlekken optimaal behandeld.
De behandeling van twee vlekken toegelicht aan de hand van voorbeelden:
Bloed
Bloed wordt eerst in koud water „opgelost”, vervolgens wordt het gekozen wasprogramma gestart.
Ei
Eideeltjes worden door inweken in een lauw waterbad en een gekozen wasprogramma met een hogere waterstand en extra spoelbeurten verwijderd.
Voor andere vlekken hebben wij in intensieve onderzoeken vergelijkbare oplossingen verkregen.
Pagina 42
nl Apparaat bedienen
1 Apparaat bedienen
Wasmachine voorbereiden
Aanwijzing: De wasmachine moet deskundig opgesteld en aangesloten zijn. vanaf Blz. 14
- 1. Stekker in stopcontact doen.
- 2. Kraan opendraaien.
- 3. Vuldeur openen.
- 4. Controleren of de trommel geheel leeg is. Eventueel leegmaken. Alleen op deze manier is een foutloze werking van de beladingsindicatie gewaarborgd. Blz. 58
Apparaat inschakelen / programma kiezen
Toets indrukken. Het apparaat is ingeschakeld.
Op het display verschijnt het Boschlogo en alle indicatielampen branden.
Aansluitend wordt altijd het af fabriek vooringestelde programma Katoen weergegeven.
U kunt:
- dit programma gebruiken of
- een ander programma op het bedieningspaneel kiezen of
- onder Overige programma’s een programma kiezen. Blz. 27
Aanwijzing: Wanneer u de kinderbeveiliging heeft geactiveerd, dan moet u deze eerst deactiveren voordat u een ander programma kunt instellen.
Op de programmakiezer brandt het indicatielampje en op het display verschijnt het hoofdmenu met de programma-voorinstellingen voor het gekozen programma:
- Temperatuur,
- Centrifugetoerental,
- Programmaduur,
- i-DOS-instellingen,
- eventuele extra instellingen en
- de opmerking voor het water- en energieverbruik. Blz. 13
Bij apparaten met trommelverlichting:
Na inschakeling van het apparaat, na het openen en sluiten van de vuldeur en na de programmastart gaat de trommelverlichting aan. De verlichting gaat automatisch weer uit.
U kunt:
- de programma-voorinstellingen gebruiken en wasgoed in de trommel doen Blz. 43,
- of de programma-voorinstellingen wijzigen en/of extra instellingen kiezen.
Programma-voorinstellingen wijzigen
U kunt de voorinstellingen voor deze wasbeurt gebruiken of wijzigen.
Druk hiervoor zo vaak op de betreffende toets tot de gewenste instelling wordt weergegeven.
- Blz. 31
Aanwijzing: Door de toetsen langer ingedrukt te houden, lopen de instelwaarden automatisch verder.
De instellingen zijn zonder bevestiging actief.
Na het uitschakelen van het apparaat blijven de i-DOS-instellingen voor I en behouden. Alle andere instellingen worden niet bewaard en moeten bij het
Pagina 43
Apparaat bedienen nl
opnieuw kiezen opnieuw worden ingesteld.
Programmavoorinstellingen Blz. 31
Extra programma-instellingen kiezen
Door het kiezen van extra instellingen/ opties kunt u het wasproces nog beter aanpassen aan uw wasgoed.
De instellingen kunnen afhankelijk van de programmavoortgang geselecteerd/ gedeselecteerd worden. Blz. 27
De indicatielampen van de toetsen EcoPerfect en SpeedPerfect branden wanneer de instelling actief is.
De andere instellingen worden met een symbool op het display weergegeven, wanneer de instelling actief is.
Bij meerstaps-instellingen worden bij langer aanraken van de toetsen de instellingen automatisch doorlopen.
De instellingen worden na het uitschakelen van de wasautomaat niet bewaard.
Extra programma-instellingen/opties
- Blz. 39
Wasgoed in de trommel doen
Waarschuwing
Levensgevaar!
Wasgoed dat vóór het wassen met een reinigingsmiddel met oplosmiddel (bijv. vlekkenmiddel of wasbenzine) is behandeld, kan nadat het in de wastrommel is gedaan tot een explosie leiden.
Spoel het wasgoed van te voren grondig met de hand uit.
Leg de voorgesorteerde was uit elkaar gevouwen in de trommel. Op het display verschijnt het beladingsscherm van het gekozen programma, bijv. voor
Kreukherstellend.
De beladingsbalk vult zich tijdens het vullen van het wasgoed. Wanneer de max. belading is overschreden, knippert de balk. Let op de aangegeven max. belading. Overbelading vermindert het wasresultaat en bevordert kreukvorming.
Aanwijzingen
- Doe grote en kleine stukken wasgoed door elkaar. Stukken wasgoed van verschillende grootte worden bij het centrifugeren beter verdeeld. Afzonderlijke stukken wasgoed kunnen tot onbalans leiden.
- Wacht met het plaatsen van wasgoed tot het Bosch-logo niet meer wordt weergegeven.
- Het beladingsscherm verschijnt bij het openen van de vuldeur of bij het wijzigen van de hoeveelheid wasgoed.
Pagina 44
nl Apparaat bedienen
Was- en verzoringsmiddel doseren en bijvullen
De wasmiddel- en wasverzachterdosering vindt in de meeste programma's van uw wasmachine automatisch plaats, is in deze programma's af fabriek vooringesteld en kan gewijzigd worden.
- Blz. 31
Washulpmiddelen (bijv. ontharder, bleek of vlekkenzout) kunt u naar behoefte extra bij de intelligente dosering handmatig in compartiment toevoegen. Blz. 50
In programma's zonder intelligente dosering of indien gewenst (dan intelligente dosering op (uit) zetten) dan wasmiddel handmatig in compartiment toevoegen.
- Blz. 50
Starten van het programma
wasgoed tussen manchet sluit de vuldeur.
| Let erop vuldeur ingeklemd | dat er geen en rubberen raakt en |
| Op het | display verschijnt |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 44)
weer het hoofdmenu voor het geselecteerde programma.
Om het programma te starten toets kiezen.
Op het display wordt tijdens het wassen de programmavoortgang met een balk weergegeven. De balk vult zich in de loop van de wascyclus en geeft informatie over de actuele programmavoortgang aan.
De pijlen worden weergegeven/ verborgen afhankelijk van de programmavoortgang. Ze tonen de programma-instellingen/-opties die tijdens de programmavoortgang gewijzigd/toegevoegd kunnen worden.
Toelichting bij enkele programmastappen:
- Beladingsautomaat actief • Blz. 58
K
- Voorwassen, Wassen, Spoelen, Centrifugeren, Afpompen ... worden weergegeven tijdens de wascyclus.
- Extra spoelen: schuim Aanwijzing: Schuimdetectie
Wanneer op het display bovendien Schuim herkend verschijnt, dan heeft de wasmachine te veel schuim herkend tijdens het wasprogramma en vervolgens automatisch één of meer spoelcycli voor het verwijderen van het schuim toegevoegd.
Doseer bij de volgend wasbeurt met gelijke belading minder wasmiddel.
- overige indicaties Blz. 64
Wilt u het programma tegen onbedoeld wijzigen beveiligen, kies dan als volgt de kinderbeveiliging.
Pagina 45
Apparaat bedienen nl
Kinderbeveiliging: 3 sec
U kunt de wasautomaat beveiligen tegen het per ongeluk wijzigen van de ingestelde functies.
Voor het activeren/deactiveren beide toetsen Kinderbeveiliging: 3 sec ca. 3 seconden ingedrukt houden.
- Blz. 26
Op het display verschijnt Kinderslot geactiveerd.
Na ca. 3 seconden schakelt het display terug naar het hoofdmenu.
Wordt bij een actief kinderslot de programmakiezer verdraaid of een toets gekozen, dan verschijnt op het display
Kinderslot geactiveerd.
Aanwijzingen
- De kinderbeveiliging kan in elke apparaattoestand geactiveerd worden.
- De kinderbeveiliging blijft ook na het uitschakelen van het apparaat actief. In dat geval voor de volgende programmakeuze de kinderbeveiliging deactiveren.
- Wordt het apparaat bij een lopend programma en geactiveerde kinderbeveiliging uitgeschakeld, dan wordt bij het weer inschakelen het programma hervat.
Wasgoed bijvullen
Na programmastart kunt u indien gewenst wasgoed bijvullen of uitnemen.
Kies hiervoor toets .
Het indicatielampje van de toets knippert en de wasautomaat controleert of bijvullen mogelijk is.
Wanneer in het display Pauze: bijvullen mogelijk verschijnt, dan is bijvullen mogelijk.
Kies voor het hervatten van het programma de toets . Het programma wordt automatisch hervat.
Aanwijzingen
- Laat bij het bijvulllen de vuldeur niet langere tijd open staan - er kan water uit het wasgoed naar buiten lopen.
- Bij een hoog waterniveau, een hoge temperatuur of een draaiende trommel blijft de vuldeur om veiligheidsredenen vergrendeld en is bijvullen niet mogelijk. Instructies op het display in acht nemen.
- De beladingsindicatie is tijdens het bijvullen niet actief.
Programma wijzigen
Wanneer u per ongeluk een verkeerd programma heeft gestart, kunt u het programma als volgt wijzigen:
- 1. Toets kiezen.
- 2. Een ander programma kiezen.
- 3. Toets kiezen. Het nieuwe programma begint van voor af aan.
Progr. annuleren
Bij programma’s met hoge temperatuur:
- 1. Toets kiezen.
- 2. Wasgoed afkoelen: Spoelen kiezen.
- 3. Toets kiezen.
Bij programma’s met lage temperatuur:
- 1. Toets kiezen.
- 2. Centrifugeren of Afpompen kiezen.
- 3. Toets kiezen.
Pagina 46
nl Apparaat bedienen
Programma-einde bij spoelstop
Op het display verschijnt:
Hervat het programma door:
- Programma Centrifugeren (eventueel centrifugetoerental wijzigen) of Afpompen kiezen.
- de toets kiezen.
Programma-einde
Op het displayveld verschijnt Klaar, wasgoed uitnemen. De indicatielamp van de toets is uit.
Wasgoed uitnemen / apparaat uitschakelen
- 1. Vuldeur openen en wasgoed eruit halen. Instructies op het display in acht nemen.
- 2. Toets indrukken. Het apparaat is uitgeschakeld.
- 3. Kraan dichtdraaien.
Aanwijzing: Niet nodig bij modellen met Aquastop.
Aanwijzingen
- Geen wasgoed achterlaten in de trommel. Dit kan bij de volgende wasbeurt krimpen of andere stukken verkleuren.
- Eventueel aanwezige voorwerpen uit de trommel en de rubbermanchet verwijderen – roestgevaar.
- Rubber manchet droogvegen.
Aanwijzingen
- Vuldeur en wasmiddellade open laten zodat het restwater kan opdrogen.
- Altijd het programma-einde afwachten, omdat anders het apparaat nog vergrendeld kan zijn. Vervolgens het apparaat inschakelen en wachten op de ontgrendeling.
- Wanneer het display na afloop van het programma niet verlicht is, is de energiebesparingsmodus actief. Om het te activeren kiest u een willekeurige toets.
Pagina 47
Intelligent doseringssysteem nl
Intelligent doseersysteem
Intelligent doseringssysteem in de wasmiddellade
i-DOS Intelligent Doseersysteem
Uw wasmachine is voorzien van een intelligent doseringssysteem voor vloeibaar wasmiddel en wasverzachter.
Hiervoor heeft u de beschikking over de i-DOS compartimenten en / in de wasmiddellade. U kunt kiezen of u een vloeibaar wasmiddel en wasverzachter of twee vloeibare wasmiddelen wilt gebruiken. Reservoirkeuze Blz. 57
- Compartiment (1,3 l) voor vloeibaar wasmiddel
0 Reservoir / (0,5 l) voor wasverzachter (of wasmiddel bij reservoirkeuze)
8 Compartiment voor handmatige dosering
Afhankelijk van de programmakeuze en instellingen worden via het i-DOSreservoir de optimale hoeveelheden voor wasmiddel/wasverzachter gedoseerd.
Inbedrijfstelling/ doseerreservoir vullen
Bij de keuze van wasmiddel en wasverzorgingsmiddel de aanwijzingen van de fabrikant op de verpakking in acht nemen. Wij adviseren zelf vloeiende, vloeibare totaal-, universeel- en Colorwasmiddelen voor alle in de
machine wasbare, gekleurde textiel van katoen en synthetische weefsels.
Aanwijzingen
- Alleen zelfvloeiende vloeibare producten gebruiken die voor dosering in een wasmiddellade door de fabrikant aanbevolen worden.
- Verschillende vloeibare wasmiddelen niet mengen. Het doseerreservoir geheel leegmaken en reinigen wanneer men van wasmiddel verandert (type, fabrikant, ...). Blz. 60
- Geen oplosmiddelhoudende, bijtende of desinfecterende middelen (bijv. bleekwater) gebruiken.
- Wasmiddel en wasverzachter niet mengen.
- Geen te lang bewaarde en sterk ingedikte producten gebruiken.
- Om opdrogen te voorkomen het vuldeksel niet langere tijd open laten staan.
Doseerbakjes vullen:
De doseerreservoirs in de wasmiddellade zijn hiervoor aan de hand van overeenkomstige vuldeksels gemarkeerd.
- • Totaal-/universeel-wasmiddel
- / Wasverzachter
- 1. Wasmiddellade opentrekken.
- 2. Vuldeksel openen.
- 3. Wasmiddel/wasverzachter bijvullen. Bakje maximaal tot de markering max vullen.
- 4. Vuldeksel sluiten.
Pagina 48
nl Intelligent doseringssysteem
- 5. Wasmiddellade langzaam helemaal dichtschuiven.
De volledig ingeschoven wasmiddellade wordt bij ingeschakeld apparaat aangegeven door:
- de bijbehorende indicatie op de ladegreep brandt bij geselecteerde intelligente dosering i-DOS
- de indicatie knippert één keer en gaat dan uit, als de intelligente dosering niet werd gekozen.
In het dagelijkse gebruik
Lichtindicaties op de ladegreep:
- De indicatie brandt, wanneer de intelligente dosering voor het betreffende reservoir is gekozen:
- voor Reservoir (wasmiddel), – bij het indicatielampje I voor de gecombineerde reservoirs / brandt de lamp voor de steeds achtergelegen reservoirinhoud voor wasverzachter/ voor wasmiddel. Blz. 47
- De indicatie knippert, wanneer bij geselecteerde intelligente dosering het minimale vulniveau van het reservoir is onderschreden.
Intelligente dosering selecteren/ deselecteren en dosering aanpassen:
De intelligente dosering van wasmiddel en wasverzachter is in alle toegestane programma’s in de fabriek gekozen.
Overzicht van de programma's
- Blz. 31
De dosering voor wasmiddel is op licht (licht verontreinigd wasgoed) en voor wasverzachter op gemiddeld (normaal zacht wasgoed) vooringesteld en kan per programma individueel worden gewijzigd. Blz. 38
Naast de intelligente dosering kunnen, indien nodig, andere wasverzorgingsmiddelen (bijv.
vlekkenzout) met de hand via bakje gedoseerd worden. Blz. 50
Aanwijzing: De selectie (aan/uit) alsmede de steeds gekozen doseersterkte van i-DOS I en i-DOS blijven per programma tot aan de volgende wijziging bewaard, ook wanneer de wasmachine uitgeschakeld wordt.
Wasmiddel/wasverzachter bijvullen:
Het knipperen van het bijbehorende indicatielampje bij gekozen intelligente dosering en een bijbehorende instructie op het display geven aan dat het minimum niveau niet is bereikt. Inhoud is nog voldoende voor ca. 3 wasbeurten.
U kunt altijd bijvullen met hetzelfde wasmiddel of dezelfde wasverzachter. Bij overstappen op een ander product/ fabrikant adviseren wij de bakjes eerst schoon te maken. Blz. 60
Eventueel de basisdosering aanpassen.
Pagina 49
Intelligent doseringssysteem nl
Basisdoseerhoeveelheid
De basisdoseerhoeveelheden zijn:
- bij wasmiddel - de aanbeveling van de producent voor normale verontreiniging en de lokale waterhardheid.
- bij wasverzachter - de aanbeveling van de producent voor gemiddelde zachtheid.
De gegevens vindt u op de verpakking van het wasmiddel of de wasverzachter of u kunt ze direct opvragen bij de fabrikant.
Gebruik een teststrookje om de waterhardheid in uw regio te bepalen of vraag de gegevens op bij uw waterleidingbedrijf.
Mijn waterhardheid:
Hier is een voorbeeld van een wasmiddeldosering op een verpakkingsetiket:
| Mate van verontreiniging → Waterhardheid ↓ | ||||
|---|---|---|---|---|
| zacht/gemiddeld | 55 ml | 75 ml | 120 ml | 160 ml |
| hard/zeer hard | 75 ml | 95 ml | 150 ml | 180 ml |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 49)
De basisdoseerhoeveelheid af fabriek is regiospecifiek vooringesteld (bijv. 75 ml wasmiddel en 36 ml wasverzachter).
Stel de basisdoseerhoeveelheid wasmiddel in, overeenkomstig de aanwijzingen op de verpakking van uw wasmiddel. Houd daarbij rekening met uw waterhardheid.
De basisdoseerhoeveelheid voor wasverzachter naar wens voor de zachtheid van uw wasgoed kiezen.
De wijziging van een basisdoseerhoeveelheid heeft effect voor alle drie doseersterkten.
Aanwijzingen
- Bij sterker geconcentreerde wasmiddelen de basisdoseerhoeveelheid reduceren.
- Mocht er zich herhaaldelijk tijdens het wassen sterke schuimvorming optreden, controleer dan a.u.b. de instelling van de basisdoseerhoeveelheid en doseersterkte.
Bovendien kunnen sommige vloeibare wasmiddelen tot sterke schuimvorming neigen. Wanneer de instelling van de basisdoseerhoeveelheid en doseersterkte wel juist is, dan is het aan te bevelen een ander vloeibaar wasmiddel te gebruiken.
Basisdoseerhoeveelheden wijzigen:
Apparaatinstellingen Blz. 57
Pagina 50
nl Intelligent doseringssysteem
Reservoirinhoud voor i-DOS I
In plaats van wasverzachter kan ook een tweede vloeibaar wasmiddel in reservoir i-DOS I gebruikt worden.
Aanwijzingen
- Bij omschakeling van de reservoirinhoud i-DOS I van wasverzachter naar wasmiddel wordt voor dit reservoir de basisdoseerhoeveelheid voor wasmiddel op de fabrieksinstelling gezet en de dosering voor dit wasmiddel staat bij alle toegestane programma's op uit. Dan via toets i-DOS op het display de wasmiddeldosering (licht, gemiddeld of sterk) selecteren.
- Het reservoir i-DOS wordt automatisch gedeactiveerd, wanneer voor het reservoir i-DOS I de wasmiddeldosering wordt geactiveerd.
De instellingen blijven voor dit programma behouden tot aan de eerstvolgende wijziging.
- Bij de omschakeling van de reservoirinhoud i-DOS I naar wasverzachter wordt de basisdoseerhoeveelheid op de fabrieksinstelling en de dosering op normaal gezet in alle toegestane programma's.
- De omschakeling van de reservoirinhoud vereist een extra bevestiging via het display.
Reservoirinhoud wijzigen:
Apparaatinstellingen Blz. 57
handmatige dosering
Washulpmiddelen (bijv. ontharder, bleek of vlekkenzout) kunt u naar behoefte extra bij de intelligente dosering handmatig in compartiment toevoegen.
In programma's zonder intelligente dosering of indien gewenst (dan intelligente dosering op (uit) zetten) dan wasmiddel handmatig in compartiment toevoegen.
Waarschuwing
Oog-/huidirritaties!
Bij het openen van de wasmiddellade tijdens bedrijf kan er was-/ verzorgingsmiddel uit spetteren.
Open de wasmiddellade voorzichtig. Spoel bij contact met was-/ verzorgingsmiddelen goed de ogen uit, resp. de huid af.
Raadpleeg bij per ongeluk innemen een arts.
Attentie!
Schade aan het apparaat
Reinigingsmiddelen en middelen voor het voorbehandelen van was (bijv. vlekkenmiddelen, voorwas-sprays,...) kunnen het oppervlak van de wasautomaat aantasten wanneer ze hiermee in aanraking komen.
Breng deze middelen niet in contact met de oppervlakken van de wasautomaat. Eventueel sproeinevelresten en andere restanten/ druppels direct met een vochtige doek afnemen.
Aanwijzingen
- Bij dosering van alle was-, hulp- en reinigingsmiddelen beslist de aanwijzingen van de fabrikant in acht nemen.
- Bij handmatige dosering van wasmiddel geen extra wasmiddel doseren via de intelligente dosering (de intelligente dosering op uit zetten); zo wordt overdosering en schuimvorming voorkomen
- Verdun stroperige wasverzachter en textielversteviger met water, dat voorkomt verstoppingen.
Pagina 51
Intelligent doseringssysteem nl
Wasmiddel doseren en toevoegen:
- 1. Wasmiddellade uittrekken.
- 2. Doseer in compartiment overeenkomstig:
- mate van vervuiling,
- waterhardheid (informeer bij uw waterleidingbedrijf),
- hoeveelheid wasgoed,
- de gegevens van de fabrikant op de verpakking.
- 3. Wasmiddellade sluiten.
Pagina 52
nl Home Connect
Home Connect
Dit apparaat is voorzien van Wi-Fi en kan via een mobiel eindapparaat op afstand worden bediend.
Via de Home Connect app kunt u met uw mobiele eindapparaat op dit apparaat:
- Programma's instellen en starten.
- Programma-instellingen aanpassen en activeren/deactiveren.
- Programmastatus opvragen.
- Apparaatinstellingen aanpassen en activeren/deactiveren.
- Apparaat uitschakelen.
Voor u de Home Connect functies kunt gebruiken, dient u volgende stappen uit te voeren:
- 1. Home Connect app op mobiel eindapparaat installeren.
- 2. Zich in de Home Connect app registreren.
- 3. Uw apparaat eenmalig automatisch of handmatig met het thuisnetwerk verbinden.
- 4. Apparaat met de Home Connect app verbinden.
Informatie over de app vindt u op onze internetpagina voor Home Connect www.home-connect.com.
De Home Connect diensten zijn niet in elk land beschikbaar. De beschikbaarheid van de functie Home Connect is afhankelijk van de beschikbaarheid van de Home Connect diensten in uw land. Informatie hierover vindt u op: www.home-connect.com
Aanwijzingen
- Houd u aan de veiligheidsinstructies in deze gebruiksaanwijzing en zorg ervoor dat deze ook worden nageleefd wanneer u niet thuis bent en u het apparaat bedient via de Home Connect app en daarbij niet thuis bent. Houd u ook aan de aanwijzingen in de Home Connect app.
- Wordt het apparaat bediend, dan kunt u niet tegelijkertijd wijzigingen via de Home Connect app uitvoeren. Aanpassingen op het apparaat worden echter wel in de
Home Connect app voor u zichtbaar.
Home Connect-menu oproepen
In het Home Connect-menu kunt u netwerkverbindingen aanmaken en bekijken, netwerkinstellingen resetten, Wi-Fi activeren/deactiveren en bijkomende Home Connect-functies vinden.
- 1. Apparaat inschakelen.
- 2. Op Bedien via App drukken en minstens 3 seconden ingedrukt houden.
Op het display verschijnt: Autom. log-in netw.
U bevindt zich nu in het Home Connectmenu.
Aanwijzing: Kort op Bedien via App drukken om het Home Connect menu te verlaten.
Pagina 53
Home Connect nl
Verbinden met het thuisnetwerk en de Home Connect app
Verbind uw apparaat eenmalig automatisch of handmatig met het thuisnetwerk.
Aanwijzingen
- Heeft uw thuisnetwerkrouter een WPS-functie, dan kunt u uw apparaat automatisch met uw thuisnetwerk verbinden.
- Heeft uw thuisnetwerkrouter geen WPS functie, dan moet u het apparaat handmatig met uw thuisnetwerk verbinden.
Vervolgens moet u zich met de Home Connect app verbinden.
Aanwijzing: Om uw apparaat met het thuisnetwerk te verbinden, moet Wi-Fi aan het apparaat geactiveerd zijn. Af fabriek is Wi-Fi aan het apparaat gedeactiveerd en deze activeert zich automatisch als u uw apparaat met het thuisnetwerk verbindt.
Automatisch verbinden met het thuisnetwerk
Stap 2.1
Controleer of u zich in het Home Connect menu bevindt. Blz. 52
- 1. Op verbinden drukken.
LQ QHWZ LQ QHWZ
Het apparaat probeert nu verbinding te maken met het thuisnetwerk. Op het display knippert .
- 2. WPS-functie binnen de volgende 2 minuten op de router van het thuisnetwerk activeren.
Wanneer het apparaat succesvol met het thuisnetwerk is verbonden, verschijnt op het display verbonden en brandt continu.
Aanwijzing: Kon er geen verbinding gemaakt worden, controleer dan of uw apparaat zich binnen het bereik van het thuisnetwerk bevindt. Herhaal het automatische verbinden of voer het handmatige verbinden uit.
Handmatig verbinding maken met het thuisnetwerk
Stap 2.2
Controleer of u zich in het Home Connect menu bevindt. Blz. 52
Controleer of u de Home Connect app hebt geopend en of u bent aangemeld.
- 1. Op Handm. log-in netw. drukken.
- 2. Op verbinden drukken.
LQ QHWZ
LQ QHWZ
DSS
Het apparaat maakt nu een eigen Wi-Fi netwerk met de netwerknaam (SSID) HomeConnect.
Pagina 54
nl Home Connect
- 3. In het mobiele eindapparaat WLANinstellingen oproepen.
- 4. Mobiel eindapparaat met het WLANnetwerk HomeConnect verbinden en WLAN-wachtwoord (Key) HomeConnect invoeren.
Uw mobiele eindapparaat verbindt zich nu met het apparaat. De verbindingsprocedure kan tot wel 60 seconden duren.
- 5. Na een geslaagde verbinding de Home Connect app op het mobiele eindapparaat openen en de stappen in de app volgen.
- 6. In de Home Connect app de netwerknaam (SSID) en het wachtwoord (Key) van uw thuisnetwerk invoeren.
- 7. Volg de laatste stappen in de Home Connect app om uw apparaat te verbinden.
Wanneer het apparaat succesvol met het thuisnetwerk is verbonden, verschijnt op het display verbonden en brandt continu.
Aanwijzing: Kon er geen verbinding gemaakt worden, controleer dan of uw apparaat zich binnen het bereik van het thuisnetwerk bevindt.Herhaal het handmatige verbinden.
Verbinden met de Home Connect app
Stap 3
Is uw apparaat met het thuisnetwerk verbonden, dan moet u het verbinden met de Home Connect app.
Controleer of u zich in het Home Connect menu bevindt. Blz. 52
Controleer of u de Home Connect app hebt geopend en of u bent aangemeld.
- 1. Op Verbinden met app drukken.
- 2. Op App verbinden drukken.
LQ QHWZ
DSS
:L IL DDQ XLW
Het apparaat probeert zich nu met de Home Connect app te verbinden.
- 3. Zodra uw apparaat in de app wordt weergegeven, volgt u de laatste stappen in de Home Connect app.
Aanwijzing: Kon er geen verbinding gemaakt worden, controleer dan of uw mobiel eindapparaat zich binnen het bereik van het thuisnetwerk bevindt, resp. hiermee verbonden is. Herhaal het verbinden met de Home Connect app.
Pagina 55
Home Connect nl
Wi-Fi activeren of deactiveren
Is uw apparaat al met het thuisnetwerk verbonden, dan kunt u Wi-Fi op uw apparaat activeren of deactiveren.
Controleer of u zich in het Home Connect menu bevindt. Blz. 52
- 1. Op Wi-fi aan/uit drukken.
- 2. Op Aan of Uit drukken.
DSS
:L IL DDQ XLW
Aanwijzingen
- Als u uw apparaat met het thuisnetwerk verbindt, wordt Wi-Fi automatisch geactiveerd.
- Als Wi-Fi is geactiveerd, dan schakelt het apparaat niet automatisch uit.
- Als Wi-Fi aan het apparaat is uitgeschakeld, is noch de start op afstand, noch de afstandsbediening van het apparaat via de Home Connect app mogelijk.
- Als Wi-Fi wordt uitgeschakeld en uw apparaat voordien met uw thuisnetwerk was verbonden, wordt de verbinding bij het herinschakelen van Wi-Fi automatisch opnieuw hersteld.
- Als u deze functie activeert, verhoogt het energieverbruik in vergelijking met de in de verbruikswaardentabel aangegeven waarden.
Netwerkinstellingen resetten
U kunt alle netwerkinstellingen resetten.
Controleer of u zich in het Home Connect menu bevindt. Blz. 52
- 1. Op Netwerkinstelling drukken.
- 2. Op terugzetten drukken.
:L IL DDQ XLW
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 55)
Aanwijzing: Wilt u uw apparaat weer via de Home Connect app gebruiken, dan moet u het opnieuw met het thuisnetwerk en de Home Connect app verbinden.
Software-update
U kunt de Home Connect software op uw apparaat updaten.Zodra een nieuwe software-update beschikbaar is, verschijnt een aanwijzing op het display:
Software update
Installeer de update direct via de aanwijzing op het display of als volgt handmatig:
Controleer of u zich in het Home Connect menu bevindt. Blz. 52
- 1. Op Software update drukken.
- 2. Op installeren drukken.
Pagina 56
nl Home Connect
Aanwijzing: Het actualiseren van de software kan meerdere minuten duren. Schakel het apparaat tijdens de update niet uit.
Aanwijzing: Als er geen nieuwe software-update beschikbaar is, verschijnt op het display niet beschikbaar
Aanwijzing over gegevensbescherming
Wanneer het apparaat voor de eerste keer wordt verbonden met een Wi-Fi-netwerk dat op het internet is aangesloten, dan geeft het de volgende gegevenscategorieën door aan de Home Connect server (eerste registratie):
- Eenduidige identificatie van het apparaat (bestaande uit apparaatsleutels en het MAC-adres van de ingebouwde Wi-Fi communicatiemodule).
- Veiligheidscertificaat van de Wi-Fi communicatiemodule (voor de informatietechnische beveiliging van de verbinding).
- De actuele software- en hardwareversie van uw huishoudelijke apparaat.
- Status van een eventuele eerdere reset naar de fabrieksinstellingen.
Bij de eerste registratie wordt het gebruik van de Home Connect functionaliteiten voorbereid. Deze registratie dient pas te worden uitgevoerd op het moment dat u voor het eerst van de Home Connect functionaliteiten gebruik wilt maken.
Aanwijzing: Houd er rekening mee dat de Home Connect functionaliteiten alleen kunnen worden gebruikt in verbinding met de Home Connect app. Informatie over gegevensbeveiliging kan in de Home Connect app worden opgevraagd.
Conformiteitsverklaring
Hierbij verklaart Robert Bosch Hausgeräte GmbH dat het apparaat met Home Connect functionaliteit voldoet aan de fundamentele vereisten en de overige toepasselijke bepalingen van de richtlijn 2014/53/EU.
Een uitvoerige RED conformiteitsverklaring vindt u op het internet onder www.bosch-home.com op de productpagina van uw apparaat bij de aanvullende documenten.
2,4 GHz band: 100 mW max.
Pagina 57
Apparaatinstellingen nl
Apparaatinstellingen
De volgende apparaatinstellingen kunt u wijzigen:
mogelijke instellingen:
- Signaal uit – zacht – gemiddeld – luid – zeer luid
Geluidssterkte van de signalen aanpassen.
- Toetssignaal uit – zacht – gemiddeld – luid – zeer luid
Geluidssterkte van de toetssignalen aanpassen.
- Autom. uitschakelen van het apparaat na 15 - 30 - 60 min. - nooit
Het apparaat wordt na ... min.
automatisch uitgeschakeld (= 0 kWh energieverbruik); om het in te schakelen op de hoofdschakelaar - toets drukken.
Aanwijzing: Heeft u wifi ingeschakeld dan wordt het automatische uitschakelen op nooit gezet.
- Taal
Nederlands
Engels
...
Aangegeven taal veranderen.
- Info trommelreinig.
Aan – Uit
Deze opmerking herinnert u er aan een programma voor de trommelreiniging uit te voeren.
- Reservoirinhoud: i-DOS I Inhoud
Wasverzachter - Wasmiddel
Reservoir kiezen/wisselen.
- Basisdoseerhoeveelheid: i-DOS I Basis
10 ml – 200 ml
Basisdoseerhoeveelheid instellen overeenkomstig de aanbeveling van de fabrikant van het wasmiddel/ wasverzachter.
- Basisdoseerhoeveelheid: i-DOS Basis
10 ml – 200 ml
Basisdoseerhoeveelheid instellen overeenkomstig de aanbeveling van de fabrikant van het wasmiddel.
Voor het wijzigen van de apparaatinstellingen beide toetsen Instelmenu: 3 sec. ca. 3 seconden ingedrukt houden. Blz. 28
Aanwijzingen
- De instellingen blijven bewaard na uitschakeling van het apparaat.
- Door de toetsen langer ingedrukt te houden, lopen de instellingen automatisch verder.
Pagina 58
nl Sensoren
Sensoren
Beladingsautomaat
Afhankelijk van het soort textiel en de belading past de beladingsautomaat het waterverbruik en de programmaduur optimaal aan elk programma aan.
Onbalans-controlesysteem
Het automatische onbalanscontrolesysteem herkent onbalans en zorgt door meermaals aanloopcentrifugeren voor een gelijkmatige verdeling van het wasgoed.
Bij een heel ongunstige verdeling van het wasgoed wordt om veiligheidsredenen het eindtoerental verlaagd of niet gecentrifugeerd.
Aanwijzing: Kleine en grote stukken wasgoed in de trommel doen.
- Blz. 43, Blz. 66
Aquasensor
afhankelijk van programma en model
De Aquasensor controleert tijdens het spoelen de troebelheidsgraad van het spoelwater (troebelheid wordt veroorzaakt door vuil en wasmiddelresten). Afhankelijk van de troebelheid van het water worden het aantal en de duur van de spoelbeurten vastgesteld.
Beladingssensor/ Beladingsindicatie
De beladingssensor herkend bij geopend vulvenster de beladingsgraad van de wasmachine. Dit wordt aangegeven door een zich vullende balk op het display.
Aanwijzing: Om er voor te zorgen dat de beladingssensor de hoeveelheid wasgoed volledig kan registreren, moet de trommel vóór het inschakelen van de wasmachine leeg zijn.
Doseeradvies
Het doseeradvies geeft - afhankelijk van het gekozen programma en de herkende belading - een aanbeveling voor de wasmiddeldosering in procent aan. De %-indicatie heeft betrekking op de aanbeveling van de wasmiddelfabrikant.
Aanwijzing: Door u te houden aan de aanbevolen dosering ontziet u het milieu en uw portemonnee.
Pagina 59
Reinigen en onderhouden nl
2 Reinigen en onderhouden
Waarschuwing
Levensgevaar!
Bij contact met onderdelen die onder spanning staan bestaat het risico van een elektrische schok.
Schakel het apparaat uit en trek de stekker uit het stopcontact.
Waarschuwing
Kans op vergiftiging!
Door oplosmiddelhoudende reinigingsmiddelen zoals wasbenzine kunnen giftige dampen ontstaan. Gebruik geen oplosmiddelhoudende reinigingsmiddelen.
Attentie!
Schade aan het apparaat
Oplosmiddelhoudende reinigingsmiddelen, zoals bijv.
wasbenzine, kunnen oppervlakken en onderdelen van het apparaat aantasten. Gebruik geen oplosmiddelhoudende reinigingsmiddelen.
Zo voorkomt u biofilmvorming en geuroverlast:
Aanwijzingen
- Zorg voor een goede ventilatie van de ruimte waarin de wasautomaat is geplaatst.
- Laat de vuldeur en de wasmiddellade iets open staan wanneer de wasautomaat niet gebruikt wordt.
- Was af en toe met een Katoen 60 °C-programma, gebruik makend van een poederwasmiddel voor hoofdwas.
Buitenkant van het apparaat/ Bedieningspaneel
- Neem de behuizing en het bedieningspaneel af met een zachte, vochtige doek.
- Wasmiddelresten onmiddellijk verwijderen.
- Reinigen met een waterstraal verboden.
Wastrommel
Gebruik een chloorvrij reinigingsmiddel, geen staalwol.
Bij geurvorming in de wasmachine, resp. om de trommel te reinigen, het programma Trommel reinigen 90 °C zonder wasgoed draaien. Gebruik daarbij een poederwasmiddel.
Ontkalken
Bij een correcte dosering van het wasmiddel is ontkalken niet nodig. Indien toch: te werk gaan volgens de opgaven van de fabrikant van het ontkalkingsmiddel. Geschikte ontkalkingsmiddelen zijn verkrijgbaar via onze website of via de klantenservice. Blz. 68
Pagina 60
nl Reinigen en onderhouden
i-DOS-Wasmiddellade en hun behuizing
- 1. Doseerreservoir legen:
De doseerbakjes hebben aan de voorkant openingen met uitneembare stopjes. Voor het legen van het doseerreservoir eerst de greep zoals getoond er af halen:
- a) Wasmiddellade opentrekken.
- b) Ontgrendelingshendel (A) aan de achterkant van de greep van de lade (midden onder) iets naar u toe trekken en tegelijkertijd de de ontgrendelde greep van de lade (B) naar boven trekken.
- c) Om de doseerbakjes te legen de afsluitdopjes voorzichtig eraf trekken en de inhoud in een geschikte bak laten leeglopen.
- d) Afsluitdopje tot de aanslag weer erin schuiven.
- 2. Doseerbakjes/wasmiddellade reinigen:
De wasmiddellade kan er helemaal uitgehaald worden om de geleegde doseerbakjes te reinigen.
- a) Doseerbakje legen voordat u het eruit haalt.
Aanwijzing: Greep van de lade pas na het reinigen weer erop zetten.
- b) Lade opentrekken.
- c) Ontgrendelingshendel indrukken en de lade er helemaal uithalen.
- d) Deksel van de lade voorzichtig eraf halen.
Attentie!
De wasmiddellade kan beschadigd worden!
De wasmiddellade bevat elektrische componenten. Bij contact met water kunnen deze beschadigd raken.
- Deksel niet in de afwasmachine reinigen en niet in water dompelen.
Pagina 61
Reinigen en onderhouden nl
- Voorkom dat de stekker aan de achterkant van de lade in aanraking komt met vocht, wasmiddel of resten wasverzachter, buitenkanten eventueel met een zacht, vochtig doekje reinigen. Vóór het inschuiven drogen.
- e) Lade en deksel met een zacht, vochtig doekje of de handdouche reinigen. Binnenkanten eveneens met een zacht, vochtig doekje reinigen.
- f) Lade en deksel afdrogen en weer in elkaar zetten.
- g) Greep van de lade van boven af erop schuiven tot deze hoorbaar vast klikt.
- h) Behuizing van de wasmiddellade van binnen reinigen.
- i) Wasmiddellade helemaal erin schuiven.
Afvoerpomp verstopt, noodlediging
Waarschuwing
Risico van verbranding!
Zeepsop wordt heet bij het wassen op hoge temperaturen. Door contact met heet zeepsop kunnen brandwonden ontstaan.
Laat het zeepsop afkoelen.
- 1. De waterkraan dichtdraaien, zodat er geen water meer toestroomt dat via de afvoerpomp afgevoerd moet worden.
- 2. Apparaat uitschakelen. Stekker uit de wandcontactdoos nemen.
- 3. Onderhoudsklep openen en eraf halen.
- 4. Aftapslang uit de houder halen. Stopje verwijderen, zeepsop in een geschikte opvangbak laten stromen. Stopje erin drukken en aftapslang in de houder plaatsen.
- 5. Pompdeksel voorzichtig losschroeven, er kan restwater uit lopen.
Binnenruimte, schroefdraad van het pompdeksel en pomphuis reinigen. De waaier van de pomp moet gedraaid kunnen worden.
Pompdeksel weer plaatsen en vastschroeven. De handgreep moet verticaal staan.