Etna KIF672ZT, tekst van de handleiding
Kookplaat · Etna · 22 pagina's in het Nederlands · pdf: 108 pagina's, 6,3 MB
Storingen op pagina 26
Pagina 26
PROBLEMEN OPLOSSEN
Algemeen
Wanneer u een barst in het glas ziet (hoe klein ook), schakelt u de kookplaat onmiddellijk uit, haalt u de stekker uit het stopcontact en zet u de (automatische) zekering(en) in de meterkast uit. Bij een permanente aansluiting zet u de stroomtoevoer op nul. Neem contact op met de serviceafdeling.
Probleemoplossingstabel
Als het apparaat niet naar behoren werkt, betekent dit niet altijd dat het defect is. Probeer het probleem eerst zelf op te lossen door de onderstaande punten na te lopen. U kunt voor meer informatie ook terecht op de website ‘www.etna.nl/www.etna.be’.
| Symptoom | Mogelijke oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Het display gaat branden wanneer de kookplaat de eerste keer wordt ingeschakeld. | Dit is de normale opstartroutine. | Normale werking. |
| In het begin is het mogelijk dat u een lichte geur ruikt. | Het nieuwe apparaat wordt opgewarmd. | Dit is normaal en verdwijnt nadat het apparaat een aantal keer is gebruikt. Ventileer de keuken. |
| De pannen maken geluid tijdens het koken. | Dit wordt veroorzaakt door de energie die van de kookplaat naar de pan stroomt. | Bij hoge instellingen is dit bij bepaalde pannen een heel normaal verschijnsel. Dit is niet schadelijk voor de pannen of de kookplaat. |
| Een kring veroorzaakt door de bodem van een pan blijft zichtbaar na het schoonmaken. | De pan die wordt gebruikt op de kookzone is niet schoon. | Reinig de inductieplaat met een reinigingsmiddel voor keramische kookplaten en verwijder het vuil/vet van de bodem van de pan. |
| Een kookzone stopt plotseling en u hoort een signaal. | De vooraf ingestelde tijd is verstreken. | Schakel het alarm uit door de timertoets aan te raken. |
| De kookplaat werkt niet en | Er is geen stroom vanwege | Controleer de zekeringen en de elektriciteitsschakelaar (als er geen stekker is). |
| er verschijnt niets op het display. | een defecte kabel of defecte aansluiting. | |
| Bij het inschakelen van de kookplaat slaat er een stop door. | Foutieve elektrische aansluiting. | Controleer de elektrische aansluitingen. |
| Storingscode | Het bedieningspaneel is vuil of er ligt water op. | Reinig het bedieningspaneel. |
| U hebt op twee of meer toetsen tegelijk gedrukt. | Druk op niet meer dan één toets tegelijkertijd. | |
| Foutcode F | Ander defect | Neem contact op met de serviceafdeling. |
Pagina 27
MILIEUASPECTEN
Verpakking en apparaat afdanken
Bij de productie van dit apparaat is gebruik gemaakt van duurzame materialen. Dit apparaat moet aan het einde van zijn levenscyclus op verantwoorde wijze worden afgedankt. De overheid kan u hierover informatie verstrekken.
De verpakking van het apparaat is recyclebaar. Mogelijk zijn de volgende materialen gebruikt:
- karton;
- polyetheenfolie (PE);
- CFK-vrij polystyreen (PS-hardschuim).
Deze materialen moeten op verantwoorde wijze en conform de overheidsvoorschriften worden afgedankt.
Om te wijzen op de noodzaak van gescheiden inzameling van elektrische huishoudelijke apparatuur, is op het product het symbool van een doorgekruiste vuilnisbak aangebracht. Dit betekent dat het apparaat aan het einde van zijn levensduur niet met het gewone huisvuil mag worden meegegeven. Het apparaat moet naar een speciaal centrum voor gescheiden afvalinzameling van de gemeente worden gebracht of naar een verkooppunt dat deze dienst aanbiedt.
Het apart inleveren van huishoudelijke apparaten voorkomt mogelijk negatieve gevolgen voor het milieu en de gezondheid, en zorgt ervoor dat de materialen in deze apparaten kunnen worden teruggewonnen, waardoor in aanzienlijke mate kan worden bespaard op energie en grondstoffen.
Verklaring van conformiteit
Wij verklaren dat onze producten voldoen aan de toepasselijke Europese richtlijnen, normen en voorschriften, evenals aan alle vereisten in de normen waarnaar wordt verwezen.
Pagina's 1–2: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 3
INHOUDSOPGAVE
Uw kookplaat
Inleiding
Inductiekookplaat Bedieningspaneel
Veiligheid
Temperatuurbeveiliging Kookduurbegrenzer Gezond koken
Gebruik
Inductiegeluiden
Pannen
Vermogen instellen
Functies voor smelten/warm houden Automatisch opwarmen
Pauzefunctie
Meldingen op het display
Kookwekker/keukenwekker Functietabel
Kookinstellingen
Bediening
Bereiding starten
Klaar met koken ‘Bridge’ kookzones (verschilt per model) Timerbediening
De automatische opwarmfunctie inschakelen Koken pauzeren
De (kinder)slotfunctie gebruiken Herstelfunctie
De smeltfunctie inschakelen
De warmhoudfunctie inschakelen
Instellingen
Het geluidssignaal en vergrendelingsparameters instellen
Onderhoud
Reiniging
Technische specificaties
Informatie volgens verordening (EU) 66/2014
Problemen oplossen
Algemeen
Milieuaspecten
Verpakking en apparaat afdanken
Pagina 4
UW KOOKPLAAT
Inleiding
Deze kookplaat is ontworpen voor de echte kookliefhebber. Koken op een inductiekookplaat heeft een aantal voordelen. Het is makkelijk, omdat de kookplaat snel reageert en ook op een zeer laag vermogen is in te stellen. Bovendien kunt u dankzij het hoge vermogen gerechten zeer snel aan de kook brengen. Door de ruime afstanden tussen de kookzones kunt u comfortabel koken.
Koken op een inductiekookplaat is anders dan koken op een traditioneel apparaat. Bij inductiekoken wordt gebruikgemaakt van een magnetisch veld om warmte op te wekken. Dit betekent dat u niet zomaar een willekeurige pan kunt gebruiken. In het hoofdstuk ‘Pannen’ vindt u hierover meer informatie.
Voor optimale veiligheid is de inductiekookplaat uitgerust met meerdere temperatuurbeveiligingen en een restwarmte-indicator die laat zien welke kookzones nog heet zijn.
In deze gebruiksaanwijzing staat beschreven hoe u de inductiekookplaat optimaal kunt gebruiken. Naast informatie over de bediening vindt u hierin ook achtergrondinformatie die van pas kan komen bij het gebruik van het apparaat. Verder vindt u ook kooktabellen en onderhoudstips.
Lees de gebruiksaanwijzing door voordat u het apparaat in gebruik neemt en bewaar deze op een veilige plaats voor toekomstig gebruik.
Daarnaast dient de gebruiksaanwijzing ook als naslagwerk voor servicemonteurs. Plak daarom het identificatiekaartje van het apparaat in het daarvoor bestemde kader, achter in de gebruiksaanwijzing. Het identificatiekaartje van het apparaat bevat alle informatie die de servicemonteur nodig heeft om adequaat op uw vragen te reageren.
De installatie-instructies worden afzonderlijk meegeleverd.
Veel kookplezier!
Pagina 5
UW KOOKPLAAT
Inductiekookplaat
| KIS670 | KIF670 |
| 1 | 3 2 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 5)
6 KIF672
- 1. Kookzone ø 18 cm / 1,4 kW - 2,1 kW (boost)
- 2. ‘Bridge’ inductiekookzone ø 18 cm / 1,4 kW - 2,1 kW (boost)
- 3. Kookzone ø 21 cm / 2,3 kW - 3,0 kW (boost)
- 4. Kookzone ø 16 cm / 1,4 kW - 1,85 kW (boost)
- 5. ‘Bridge’ inductiekookzone 19 x 21 cm / 2,1 kW - 3,0 kW (boost)
- 6. Bedieningspaneel
Pagina 6: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 7
UW KOOKPLAAT
Bedieningspaneel
7
8
- 1. Aan/Uit-toets / Kinderslottoets
- 2. Aan/uit / Indicatielampje kinderslot
- 3. Toets voor smelten/warm houden
- 4. Indicatielampje voor smelten
- 5. Indicatielampje voor warm houden
- 6. Toets voor verlagen van vermogen voor kookzone links voorzijde
- 7. Toets voor verlagen van vermogen voor kookzone links achterzijde
- 8. Display kookzone links voorzijde
- 9. Display kookzone links achterzijde
- 10. Toets voor verhogen van vermogen voor kookzone links voorzijde
- 11. Toets voor verhogen van vermogen voor kookzone links achterzijde
- 12. Toets voor verlagen van vermogen voor kookzone rechts voorzijde
- 13. Toets voor verlagen van vermogen voor kookzone rechts achterzijde
- 14. Display kookzone rechts voorzijde
- 15. Display kookzone rechts achterzijde
- 16. Toets voor verhogen van vermogen voor kookzone rechts voorzijde
- 17. Toets voor verhogen vermogen voor kookzone rechts achterzijde
- 18. Timerindicatielampje voor kookzone links voorzijde
- 19. Toets voor verkorten van tijd
- 20. Timerindicatielampje voor kookzone links achterzijde
- 21. Timertoets
- 22. Timerdisplay
- 23. Toets voor verlengen van tijd
- 24. Timerindicatielampje voor kookzone rechts achterzijde
- 25. Timerindicatielampje voor kookzone rechts voorzijde
- 26. Toets voor pauzeren/herstellen
- 27. Indicatielampje voor pauzeren/herstellen
Sommige bedieningsfuncties zijn niet beschikbaar, afhankelijk van het model.
Pagina 8
VEILIGHEID
Lees eerst de afzonderlijke veiligheidsinstructies voordat u het apparaat in gebruik neemt!
Temperatuurbeveiliging
Een sensor controleert continu de temperatuur van bepaalde onderdelen van de kookplaat. Elke kookzone is voorzien van een sensor die continu de temperatuur van de bodem van de pan controleert om risico op oververhitting te voorkomen wanneer een pan droogkookt. Bij een te hoge temperatuur wordt het vermogen van de kookplaat automatisch verlaagd of wordt de kookplaat automatisch uitgeschakeld.
Kookduurbegrenzer
De kookduurbegrenzer is een veiligheidsfunctie van uw kookplaat. Deze wordt geactiveerd als u vergeet de kookplaat uit te schakelen. Afhankelijk van de gekozen instelling wordt de kookduur als volgt begrensd:
| Kookniveau | Maximale gebruikstijd |
|---|---|
| U | 2 uur |
| u | 8 uur |
| 1-2 | 8 uur |
| 3-4 | 6 uur |
| 5-6 | 4 uur |
| 7-8 | 2 uur |
| 9 | 1,5 uur |
| P | 5 minuten (schakelt vervolgens terug naar niveau 9) |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 8)
Gezond koken
Rookpunt van diverse oliesoorten
Geadviseerd wordt om de oliesoort af te stemmen op de baktemperatuur om zo gezond mogelijk te bakken. Elke oliesoort heeft een ander rookpunt waarbij giftige gassen vrijkomen. In onderstaande tabel staat het rookpunt van diverse oliesoorten.
| Olie | Rookpunt °C |
|---|---|
| Extra vierge olijfolie | 160 °C |
| Boter/kokosolie | 177 °C |
| Koolzaadolie | 204 °C |
| Vierge olijfolie | 216 °C |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 8)
| Olie | Rookpunt °C |
|---|---|
| Zonnebloemolie | 227 °C |
| Maïsolie/arachideolie | 232 °C |
| Olijfolie | 242 °C |
| Rijstolie | 255 °C |
Pagina 9
GEBRUIK
Inductiegeluiden
Een tikkend geluid
- Dit wordt veroorzaakt door de vermogensbegrenzer op de linker- en rechterzones. Ook bij lagere instellingen kunt u een tikkend geluid horen.
Pannen maken geluid
- Pannen kunnen tijdens het koken geluid maken. Dit wordt veroorzaakt door de energie die van de kookplaat naar de pan stroomt. Bij hoge instellingen is dit bij bepaalde pannen een heel normaal verschijnsel. Dit is niet schadelijk voor de pannen of de kookplaat.
De ventilator maakt geluid
- Het apparaat is voorzien van een ventilator om de levensduur van de elektronica te verlengen. Als u het apparaat intensief gebruikt, wordt de ventilator ingeschakeld om het apparaat te koelen en hoort u een zoemend geluid. De ventilator blijft nog enkele minuten doorwerken nadat de kookplaat is uitgeschakeld.
Pannen
- Plaats een pan altijd in het midden (op het kruis) van een kookzone.
- Voor inductiekoken zijn pannen van een bepaalde kwaliteit vereist.
- Gebruik alleen pannen die geschikt zijn voor elektrisch koken en inductiekoken.
Deze moeten beschikken over:
▷ een dikke bodem (minimaal 2,25 mm);
▷ een schone en vlakke bodem.
- De meest geschikte pannen zijn voorzien van het keurmerk ‘Class Induction’.
Gebruik op de inductiekookplaat geen pannen waarmee al eerder op een gaskookplaat is gekookt. Deze zijn ongeschikt.
Met een magneet kunt u controleren of uw pannen geschikt zijn. De pan is geschikt als de magneet door de bodem van de pan wordt aangetrokken.
| Geschikt | Ongeschikt |
|---|---|
| Speciale roestvrijstalen pannen | Aardewerk |
| Class Induction | Roestvrij staal |
| Slijtvaste geëmailleerde pannen | Porselein |
| Geëmailleerde gietijzeren pannen | Koper/aluminium/kunststof |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 9)
Wees voorzichtig met geëmailleerde pannen van plaatstaal! Het emaille kan afsplinteren (het emaille komt los van het staal) als u de kookplaat op een hoge stand inschakelt terwijl de pan (te) droog is. De panbodem kan kromtrekken, bijvoorbeeld vanwege oververhitting of door gebruik van een te hoog vermogen.
Pagina 10
GEBRUIK
- Gebruik nooit pannen met een vervormde basis. Een holle of bolle bodem kan de werking van de beveiliging tegen oververhitting belemmeren. Het toestel wordt te warm.
Hierdoor kan de glasplaat barsten en de panbodem smelten.
- Schade die het gevolg is van het gebruik van ongeschikte pannen of van droogkoken, valt buiten de garantie.
Minimale pandiameter
- De minimale diameter van de panbodem:
▷ 9 cm voor zone ø 16 - 18 cm ▷ 11 cm voor zone ø 21 cm en voor zone 19 x 21 cm ▷ 23 cm voor gekoppelde ‘Bridge’ kookzones
- U bereikt het beste resultaat met een pan van dezelfde diameter als de kookzone. Als de pan te klein is, wordt de kookzone niet ingeschakeld.
Snelkookpannen
- Inductiekoken is bij uitstek geschikt voor het gebruik van snelkookpannen. De kookzone reageert zeer snel, waardoor de snelkookpan ook snel op druk is. Het kookproces stopt onmiddellijk zodra u een kookzone uitschakelt.
Vermogen instellen
De kookzones hebben 9 niveaus en een boost-niveau.
- Raak de toets ‘+’ of ‘-’ van de gewenste kookzone aan.
▷ Als u de toets ‘+’ voor de eerste keer aanraakt, wordt de instelling ‘9’ weergegeven. ▷ Als u de toets ‘-’ voor de eerste keer aanraakt, wordt de instelling ‘4’ weergegeven.
- Gebruik de toets ‘+’ of ‘-’ van de gewenste kookzone om de gewenste vermogensinstelling te selecteren. Stel het vermogensniveau in op 9 en raak vervolgens de toets ‘+’ aan om het boostniveau te selecteren.
▷ De kookzone start met het geselecteerde vermogensniveau.
Vermogenverdeling kookzones
- Het maximale beschikbare vermogen is afhankelijk van de voedingsaansluiting van de kookplaat.
Raadpleeg het hoofdstuk Instellingen, ‘Maximaal totaalvermogen’.
- Wanneer het vermogen is ingesteld op < 7,4, dan hebben de kookzones aan de rechterzijde invloed op elkaar. Ook de kookzones aan de linkerkant beïnvloeden elkaar.
Het vermogen wordt automatisch verdeeld wanneer deze kookzones tegelijkertijd worden gebruikt. Tot en met instelling 9 heeft dit geen gevolgen.
▷ Als het maximale vermogen is bereikt, klinkt er een geluidssignaal.
- Als een van de kookzones is ingesteld op boost en u wilt de andere zone op instelling 9 of boost zetten, schakel dan eerst de kookzone die op boost is gezet, terug naar een lagere instelling.
Pagina 11
GEBRUIK
- De kookzones links en rechts beïnvloeden elkaar niet. U kunt één kookzone aan de linkerzijde of één kookzone aan de rechterzijde instellen op boost. Als het maximaal totaalvermogen P0 is ingesteld op 3,7 of lager, dan hebben de kookzones aan de linkerzijde en rechterzijde invloed op elkaar.
Als het maximale vermogen is bereikt, klinkt er een geluidssignaal.
Functies voor smelten/warm houden
De functies voor smelten en warm houden zijn bedoeld voor het opwarmen van voedsel en het in stand houden van een bepaalde temperatuur.
- Smelten ▷ Een temperatuur van 42 °C (+/- 5 °C) wordt in stand gehouden om voedsel te smelten (afhankelijk van de kwaliteit van het gebruikte kookgerei).
- Warm houden ▷ Een temperatuur van 70 °C (+/- 5 °C) wordt in stand gehouden om voedsel warm te houden (afhankelijk van de kwaliteit van het gebruikte kookgerei).
Automatisch opwarmen
Met deze functie wordt de kookzone op niveau 9 voorverwarmd zodat deze snel op de gewenste temperatuur is. Na verloop van een bepaalde tijd keert het vermogensniveau weer terug naar het ingestelde vermogen. Deze functie kan voor elke zone worden ingeschakeld en voor alle vermogensinstellingen, behalve ‘9’ en boost.
| Kookniveau | Tijdsinterval (seconden), kookzone schakelt naar de gekozen instelling |
|---|---|
| 1 | 40 |
| 2 | 70 |
| 3 | 120 |
| 4 | 180 |
| 5 | 260 |
| 6 | 430 |
| 7 | 120 |
| 8 | 195 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 11)
Pauzefunctie
De pauzefunctie kan alleen worden gebruikt wanneer er minimaal één zone is ingeschakeld. De maximale duur van de onderbreking is 10 minuten. Na 10 minuten in de pauzestand wordt de kookplaat uitgeschakeld. Het koken kan binnen 10 minuten worden hervat door de pauzetoets aan te raken.
Met de pauzefunctie geactiveerd:
- Alle timers (ook de kookwekker) die zijn ingesteld voordat de pauze werd ingeschakeld, worden uitgeschakeld tijdens de pauzeperiode en worden weer ingeschakeld wanneer de pauzefunctie wordt gestopt.
Pagina 12
GEBRUIK
Meldingen op het display
| Op display | Status |
|---|---|
| Vermogen van kookzone: 1 = lage instelling, 9 = hoge instelling | |
| Geen (geschikte) pan op kookzone (pandetectiesymbool) | |
| koppelfunctie Bridge kookzones geselecteerd (afhankelijk van model) | |
| Automatische verhitting geselecteerd | |
| Smeltfunctie geselecteerd | |
| Warmhoudfunctie geselecteerd | |
| Kinderslotfunctie geselecteerd | |
| Restwarmte-indicator: de kookplaat heeft voor elke kookzone een restwarmte-indicator waarmee wordt aangegeven welke kookzone nog warm is. Ondanks dat de kookplaat is uitgeschakeld, blijft de indicator H zichtbaar zolang de kookzone warm is! Raak de kookzones niet aan wanneer deze indicator brandt. Gevaar! Risico op brandwonden. | |
| Foutcode: zie de probleemoplossingstabel | |
| Foutcode: zie de probleemoplossingstabel |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 12)
Kookwekker/keukenwekker
- U kunt voor elke actieve kookzone een kookwekker instellen.
- De kookplaat heeft ook een keukenwekker. Zowel de kookwekker als de keukenwekker kan op maximaal 99 minuten worden ingesteld.
- De keukenwekker werkt op dezelfde manier als de kookwekker, maar is niet aan een kookzone gekoppeld. Wanneer de kookplaat wordt uitgeschakeld, loopt de keukenwekker door.
- De keukenwekker kan alleen worden uitgeschakeld of aangepast wanneer de kookplaat is ingeschakeld.
Selecteer de gewenste functie:
- Kookwekker : de wekker is gekoppeld aan een actieve kookzone. Nadat de ingestelde tijd is verstreken, wordt de kookzone automatisch uitgeschakeld.
- Keukenwekker : geen van de kookzones wordt uitgeschakeld nadat de ingestelde tijd is verstreken. Er klinkt alleen een alarm.
▷ Druk op een willekeurige toets om het alarm te stoppen.
Pagina 13
GEBRUIK
Functietabel
| Functie | Te gebruiken toets(en) | Beschrijving |
|---|---|---|
| Aan/Uit-toets / kinderslot | Aan/Uit-functie; hiermee kan de inductiekookplaat worden in- of uitgeschakeld. | |
| Kinderslotfunctie; door de kinderslotbeveiliging te activeren, verhindert u dat het apparaat wordt ingeschakeld, zodat wordt voorkomen dat kinderen het apparaat gebruiken en mogelijk gewond raken. Kan alleen worden geactiveerd wanneer geen kookzone geselecteerd of actief is. | ||
| Timer | U kunt de timer afzonderlijk instellen voor elke actieve kookzone. U kunt kooktijden tot 99 minuten programmeren. Het timeralarm klinkt wanneer de ingestelde tijd is verstreken. Het timeralarm stopt automatisch na twee minuten of wanneer een willekeurige toets wordt aangeraakt. De kookzone wordt automatisch uitgeschakeld wanneer de ingestelde tijd is verstreken. Wanneer er geen kookzone is geselecteerd, werkt de timer als een keukenwekker (geen automatische uitschakeling). | |
| Pauzeren | Wanneer Pauzeren is geactiveerd, wordt de vermogensstand van alle gebruikte kookzones verlaagd tot ‘0’. Als u de pauzefunctie uitschakelt, wordt de vorige vermogensstand van de kookzones hersteld. De kookplaat gaat uit als de pauzefunctie niet binnen 10 minuten wordt uitgeschakeld. | |
| Smelten/ warm houden | Functie voor smelten en warm houden; hiermee kan een vaste temperatuur worden gehandhaafd om voedsel te ontdooien of warm te houden. Raak de toets eenmaal aan om de smeltfunctie te selecteren. Raak de toets tweemaal aan om de warmhoudfunctie te selecteren. |
Pagina 14
GEBRUIK
Kookinstellingen
Aangezien de instellingen afhankelijk zijn van de hoeveelheid en samenstelling van het gerecht in de pan, geldt de onderstaande tabel alleen als richtlijn.
Gebruik de boost-instelling voor:
- snel aan de kook brengen van voedsel of vloeistof;
- slinken van groene groenten;
- verhitten van olie en vet;
- wokken.
Gebruik instelling 9 voor:
- aanbraden van vlees;
- bereiden van vis;
- bakken van omeletten;
- bakken van gekookte aardappelen;
- frituren van voedsel.
Gebruik instelling 7 en 8 voor:
- bakken van dikke pannenkoeken;
- bakken van dikke lappen gepaneerd vlees;
- bakken van bacon (vet);
- koken van rauwe aardappelen;
- bakken van wentelteefjes;
- bakken van gepaneerde vis;
- doorkoken van pasta;
- bakken van dunne (gepaneerde) lappen vlees.
Gebruik instelling 4-6 voor:
- doorkoken van grote hoeveelheden;
- ontdooien van harde groenten;
- bakken van dikke lappen gepaneerd vlees.
Gebruik instelling 1-3 voor:
- trekken van bouillon;
- stoven van vlees;
- zacht koken van groenten;
- smelten van chocolade;
- pocheren;
- smelten van kaas.
Pagina 15
BEDIENING
Bereiding starten
Gebruik van de aanraaktoetsen
Plaats het uiteinde van uw vinger plat op de tiptoets. Oefen geen druk uit. De tiptoetsen reageren op een lichte aanraking van het uiteinde van uw vinger. Bedien de aanraaktoetsen alleen met uw vinger.
De tiptoets laat bij aanraking een kort geluidssignaal horen.
- 1. Raak de Aan/Uit-toets aan en houd deze vast totdat u een geluidssignaal hoort. ▷ Het aan/uit-indicatielampje gaat branden.
▷ Alle displays geven ‘0’ weer, wat aangeeft dat het toestel in stand-by stand staat.
- 2. Plaats een geschikte pan op een kookzone.
▷ Zorg ervoor dat de onderzijde van de pan en het oppervlak van de kookzone schoon en droog zijn.
- Raak de toets ‘+’ of ‘-’ van de gewenste kookzone aan.
▷ Als u de toets ‘+’ voor de eerste keer aanraakt, wordt de instelling ‘9’ weergegeven. ▷ Als u de toets ‘-’ voor de eerste keer aanraakt, wordt de instelling ‘4’ weergegeven. ▷ Er klinkt een kort geluidssignaal.
▷ De indicator van de vermogensstand knippert.
Wanneer het symbool voor pandetectie knippert:
- hebt u de pan niet op de juiste kookzone geplaatst;
- is de gebruikte pan niet geschikt voor inductiekoken;
- is de pan te klein of niet goed op de kookzone geplaatst.
▷ De plaat wordt niet warm totdat er een geschikte pan op de kookzone is geplaatst. ▷ Het display wordt na 2 minuten automatisch uitgeschakeld als er geen geschikte pan op de plaat wordt gezet.
De kookplaat wordt automatisch uitgeschakeld als deze gedurende 10 seconden niet wordt gebruikt.
Pagina 16
BEDIENING
Klaar met koken
- Zet de vermogensstand op nul (0) om de kookzone uit te schakelen. U kunt ook tegelijkertijd op de toets ‘-’en ‘+’ drukken om de kookzone uit te schakelen.
- Schakel de kookplaat uit door de Aan/Uit-toets aan te raken.
of
Het symbool H wordt weergegeven op het display van de kookzone, als die te heet is om te worden aangeraakt. De letter verdwijnt wanneer het oppervlak is afgekoeld tot een veilige temperatuur. U kunt ook energie besparen door een nog hete kookzone te gebruiken om andere pannen te verwarmen.
‘Bridge’ kookzones (aanwezig afhankelijk van het model)
De Bridge induction zones kunnen aan elkaar gekoppeld worden. Hierdoor ontstaat één grote zone die bijvoorbeeld kan worden gebruikt voor de grillplaat of een grote vispan op hetzelfde vermogen. Wanneer de ‘Bridge’ inductiezones zijn gekoppeld, kunnen deze niet worden ingesteld op boost. De pan moet groot genoeg zijn om het midden van de voorste en achterste kookzones te bedekken.
De ‘Bridge’ kookzones koppelen
- 1. Druk op de Aan/Uit-toets.
- 2. Houd de toetsen ‘-’ van de linker en rechter kookzones tegelijkertijd gedurende 4 seconden ingedrukt.
▷ Het koppelfunctie symbool verschijnt op het display van de achterste zone om aan te geven dat de twee kookzones zijn gekoppeld.
- 3. Stel het gewenste vermogen in voor de gekoppelde kookzones met de toetsen ‘-’ en ‘+’ op de voorste kookzone.
Pagina 17
BEDIENING
Timerbediening
De keukenwekker gebruiken
- 1. Schakel de kookplaat in.
- 2. Raak de timertoets aan om de timer in te schakelen. ▷ Op het display van de timer knippert ‘00’.
- 3. Selecteer binnen 10 seconden een kookduur met de toets '+'of '-’.
- 4. De keukentimer is ingesteld.
▷ Wanneer de tijd is ingesteld, begint de timer direct met aftellen.
▷ Het timeralarm klinkt wanneer de ingestelde tijd is verstreken.
▷ Raak een willekeurige toets aan om het alarm te stoppen. De timer schakelt automatisch uit na 2 minuten (uitschakeltijd kan worden aangepast; zie ‘Instellingen’).
▷ Op het display wordt de resterende tijd weergegeven.
▷ De keukenwekkerfunctie blijft actief zelfs als de kookplaat is uitgeschakeld. ▷ De laatste minuut van de looptijd wordt in seconden weergegeven.
De kookwekker gebruiken
- 1. Schakel de kookplaat in en selecteer een vermogensstand.
- 2. Raak de timertoets aan om de timer in te schakelen.
▷ Op het display van de timer knippert ‘00’.
- 3. Raak de timertoets opnieuw aan.
▷ De stip van de betreffende kookzone naast het timerdisplay en de tijd knipperen. ▷ Raak de timertoets zo vaak als nodig is aan om de kookzone te selecteren waarvoor u de timer wilt instellen.
Pagina 18
BEDIENING
- 4. Selecteer binnen 10 seconden een kookduur met de toets '+'of '-’. ▷ De stip van de betreffende kookzone naast het timerdisplay knippert.
- 5. De timer is ingesteld.
▷ Nadat de ingestelde tijd is verstreken, schakelt de kookzone uit.
▷ Het timeralarm klinkt wanneer de ingestelde tijd is verstreken.
▷ Raak een willekeurige toets aan om het alarm te stoppen. Het alarm schakelt automatisch uit na 2 minuten (de duur van het alarm kan worden aangepast; zie ‘Instellingen’).
De ingestelde kookduur wijzigen
U kunt de kooktijd op elk gewenst moment wijzigen.
- 1. Raak de timertoets zo vaak als nodig is aan om de zone te selecteren waarvoor u de timer wilt aanpassen.
▷ De zone wordt aangegeven met een knipperende stip naast het timerdisplay.
- 2. Raak de timertoets ‘-’ of ‘+’ aan om de tijd te wijzigen.
De resterende kooktijd controleren
Het timerdisplay toont alle timerinstellingen. De verschillende timerinstellingen worden beurtelings met de klok mee getoond op het display.
- 1. Raak de timertoets zo vaak als nodig is aan om de zone te selecteren waarvoor u de resterende tijd wilt bekijken.
▷ De zone wordt aangegeven met een knipperende stip naast het timerdisplay. ▷ Op de timer wordt de resterende tijd van de geselecteerde kookzone weergegeven.
De timer uitschakelen
Voer de volgende stappen uit om de timer uit te schakelen voordat de ingestelde tijd is verstreken:
- 1. Raak de timertoets zo vaak als nodig is aan om de zone te selecteren waarvoor u de timer wilt uitschakelen.
- 2. Raak de timertoetsen ‘-’ en ‘+’ tegelijkertijd aan.
▷ De verlichte punt naast het display wordt uitgeschakeld.
Pagina 19
BEDIENING
De automatische opwarmfunctie inschakelen
- 1. Schakel de kookplaat in en zet een geschikte pan op een van de kookzones.
▷ De kookzone moet zijn uitgeschakeld. Op het display verschijnt een nul (0).
- 2. Stel het vermogen in op ‘9’. Houd de toets ‘+’ ongeveer 3 seconden ingedrukt totdat u een kort geluidssignaal hoort.
▷ ‘A’ en niveau ‘9’ knipperen afwisselend op het display.
- 3. Raak de toets ‘-’ aan om in te stellen met welk vermogensniveau u wilt koken nadat het automatisch opwarmen is voltooid.
▷ Als u de toets na 3 seconden loslaat, wordt de automatische opwarmfunctie geactiveerd. ▷ ‘A’ en het geselecteerde vermogensniveau knipperen afwisselend op het display.
- 4. Wanneer de tijd voor automatisch opwarmen is verstreken, schakelt de kookzone automatisch over naar het geselecteerde vermogen.
▷ Het geselecteerde vermogen wordt voortdurend op het display weergegeven.
- 5. Raak de toets ‘-’ aan om de automatische opwarmfunctie uit te schakelen of raak de toetsen ‘-’ en ‘+’ tegelijkertijd aan om de kookzone uit te schakelen.
▷ Raak de toets ‘+’ aan om de instelling voor de automatische opwarmfunctie te verhogen.
Koken pauzeren
- 1. Raak de pauzetoets aan.
▷ Het lampje boven de pauzetoets knippert (samen met de vermogensinstelling).
- 2. Raak de pauzetoets opnieuw aan om de pauzefunctie uit te schakelen.
▷ De kookplaat schakelt na 10 minuten automatisch uit als de pauzefunctie in de tussentijd niet wordt uitgeschakeld.
De (kinder)slotfunctie gebruiken
- 1. Schakel de kookplaat uit.
- 2. Houd de Aan/Uit-toets ongeveer 3 seconden ingedrukt. ▷ Op alle displays wordt nu ‘L’ weergegeven.
Pagina 20
BEDIENING
- De kookplaat is nu vergrendeld. Na 5 seconden wordt de kookplaat automatisch uitgeschakeld.
- Houd de Aan/Uit-toets opnieuw circa 3 seconden ingedrukt om de vergrendeling weer uit te schakelen.
▷ Het kinderslot is nu niet meer actief.
Als het kinderslot is geactiveerd in het instellingenmenu (zie hoofdstuk ‘Instellingen’), dan wordt de kookplaat automatisch vergrendeld wanneer deze wordt uitgeschakeld.
Herstelfunctie
Als de functie met de Aan/Uit-toets per abuis werd uitgeschakeld, kunnen met behulp van de herstelfunctie alle instellingen worden teruggezet.
- 1. Raak binnen 5 seconden de Aan/Uit-toets aan.
- 2. Bevestig dat u door wilt gaan door de pauzetoets binnen 5 seconden aan te raken.
De smeltfunctie inschakelen
- 1. Schakel de kookplaat in en zet een geschikte pan op een van de kookzones.
- 2. Raak de toets voor smelten/warm houden eenmaal aan.
▷ Het lampje voor smelten boven de toets gaat branden.
- 3. Raak de toets ‘-’ of ‘+’ van de gewenste kookzone aan.
▷ De smeltfunctie is geselecteerd. Op het display verschijnt het symbool ‘u’.
- 4. Raak de toets ‘-’ of ‘+’ aan om de smeltfunctie uit te schakelen.
▷ Nul (0) wordt op het display weergegeven.
De warmhoudfunctie inschakelen
- 1. Schakel de kookplaat in en zet een geschikte pan op een van de kookzones.
- 2. Raak de toets voor smelten/warm houden tweemaal aan.
▷ Het lampje voor warm houden boven de toets gaat branden.
- 3. Raak de toets ‘-’ of ‘+’ van de gewenste kookzone aan.
▷ De warmhoudfunctie is geselecteerd. Op het display verschijnt het symbool ‘U’.
- 4. Raak de toets ‘-’ of ‘+’ aan om de warmhoudfunctie uit te schakelen.
▷ Nul (0) wordt op het display weergegeven.
Pagina 21
INSTELLINGEN
Het geluidssignaal en vergrendelingsparameters instellen
U kunt het volume en de duur van het geluidssignaal en de instellingen voor automatisch vergrendelen aanpassen.
Activeer het instellingenmenu:
- 1. Zet het apparaat uit.
- 2. Houd de pauzetoets gedurende ongeveer 3 seconden ingedrukt.
▷ De eerste parameter, ‘Uo’, verschijnt op het timerdisplay. Deze geeft het volume van de geluidssignalen aan.
- 3. Raak de timertoets ‘+’ of ‘-’ aan om het type parameter te selecteren:
- Uo - geluidssignaal en alarmvolume
- So - alarmduur
- Lo - automatische vergrendeling
- Po - maximaal totaalvermogen ▷ De momenteel ingestelde waarde verschijnt op de displays voor het vermogensniveau van de rechter kookzone.
- 4. Raak de toets ‘-’ of ‘+’ van de kookzone rechtsvoor aan om de waarde aan te passen.
- 5. Raak de pauzeknop gedurende 2 seconden aan om alle parameters te bevestigen en op te slaan.
▷ Er klinkt een kort geluidssignaal.
- 6. Raak de Aan/Uit-toets aan om het instellingenmenu te sluiten (als u de nieuwe parameterinstellingen niet wilt opslaan).
Pagina 22
INSTELLINGEN
Geluidssignaal en alarmvolume ‘Uo’
De volgende waarden kunnen worden ingesteld:
▷ 00 op het display = uit (geldt niet voor alarm en geluidssignaal in geval van een fout) ▷ 01 op het display = minimaal volume ▷ 02 op het display = gemiddeld volume ▷ 03 op het display = maximaal volume (standaard)
- Het eerste getal verschijnt op het display rechtsachter en het tweede getal op het display rechtsvoor.
- Er klinkt na elke wijziging een kort geluidssignaal op het nieuwe ingestelde volume.
Duur geluidsalarm ‘So’
De volgende waarden kunnen worden ingesteld: ▷ 05 op het display = 5 seconden ▷ 1.0 op het display = 1 minuut ▷ 2.0 op het display = 2 minuten (standaard)
Kinderslot ‘Lo’
Als de automatische vergrendeling is geactiveerd in het gebruikersinstellingenmenu, dan wordt de kookplaat automatisch vergrendeld wanneer deze wordt uitgeschakeld.
▷ 00 op het display = uit (standaard) ▷ 01 op het display = aan
Maximaal totaalvermogen ‘Po’
Als de elektrische installatie in uw huis andere stroomlimieten heeft, dan kan het maximale stroomverbruik van de kookplaat worden verminderd:
▷ 2.3 op het display = 2,3 kW (10 A) ▷ 2.8 op het display = 2,8 kW (12 A) ▷ 3.0 op het display = 3,0 kW (13 A) ▷ 3.7 op het display = 3,7 kW (16 A) uitsluitend voor modellen: KIF670ZT / KIF670DS / KIF672DS / KI680ZT / KIF680DS ▷ 7.4 op het display = 7,4 kW (2x16 A) / vooraf ingesteld voor alle apparaten, met uitzondering van KIS670ZT
Als het vermogensniveau beperkt is, kunnen de instellingen en het resulterende kookvermogen ook worden beperkt. Het apparaat is uitgerust met een vermogensbeheersysteem dat ervoor zorgt dat de invloed van beperkt vermogen minimaal is.
Pagina 23
ONDERHOUD
Reiniging
Activeer het kinderslot voordat u de kookplaat gaat reinigen.
Wij raden u aan het apparaat na elk gebruik te reinigen. Zo voorkomt u dat overgekookt eten de glasplaat kan beschadigen.
Dagelijkse reiniging
- 1. Gebruik een vochtige doek en een mild reinigingsmiddel (afwasmiddel) om het apparaat te reinigen.
- 2. Droog het apparaat af met een stukje keukenrol of een doek.
Zwaar bevuild glas
- 1. Verwijder eventuele etensresten, verbrand vet, suiker of hardnekkige vlekken direct van de keramische kookplaat met een schraper, zelfs als de kookplaat nog heet is! Suiker en/of andere etensresten kunnen het keramisch oppervlak permanent beschadigen. ▷ Houd de schraper onder de juiste hoek vast (45° to 60° ten opzichte van het glasoppervlak). Druk de schraper voorzichtig tegen het glas en schuif de schraper over het oppervlak om het vuil te verwijderen. Zorg ervoor dat de kunststof handgreep van de schraper (waarvan sommige modellen zijn voorzien) niet in contact komt met een hete kookzone.
▷ Druk de schraper niet loodrecht op het glas.
▷ Schraap niet met de punt van de schraper over het oppervlak van de kookplaat. Dit kan permanente krassen in het glas veroorzaken.
- 2. Nadat u hardnekkige vlekken van het glas hebt verwijderd, volgt u de stappen voor dagelijkse reiniging om de kookplaat schoon te maken.
- 3. Als u niet tevreden bent over het resultaat, kunt u de bovenstaande reinigingsstappen zo vaak als gewenst herhalen.
Gebruik geen bijtende reinigingsmiddelen; deze kunnen krassen veroorzaken. Gebruik geen staalwol, schuursponsjes of andere scherpe voorwerpen om het apparaat te reinigen.
De kookplaat kan nog zeer heet zijn na het koken! Raak het hete oppervlak niet rechtstreeks aan. Gebruik zo nodig ovenwanten om brandwonden te voorkomen als u direct na het koken gaat schoonmaken.
Pagina's 24–25: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 26: zie Storingen hierboven.
Pagina 27: zie hierboven.