Liebherr HMFvh 4001, tekst van de handleiding
Pagina's 18–36 van 62 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← pagina's 2–17verder op pagina 37 →
Pagina 18
Werking van het Touch & Swipe-display
| LET OP Gevaar voor beschadiging door verkeerd aansluiten! Beschadigingen van het apparaat. ► Sluit het apparaat niet aan op stand-alone-omvormers zoals zonne-energiesystemen en benzinegenerators. | |
| LET OP Materiële schade door puntige of scherpe voorwerpen! Als u puntige of scherpe voorwerpen gebruikt bij het verwijderen van verpakkingsmateriaal, kunt u het apparaat beschadigen. ► Gebruik geen puntige of scherpe voorwerpen om verpakkingsmateriaal te verwijderen. | |
| ► Beschermfolie uit de binnenruimte verwijderen: Folie vlak langs het onderdeel wegtrekken, om de hechting van de folie te beperken. ► Apparaat reinigen. (zie 9.3 Apparaat reinigen) ► Indien nodig: Apparaat desinfecteren. ► Type (model, nummer), apparaataanduiding, appa‐ | |
| raat-/serienummer, aanschafdatum en dealeradres noteren. 3.14 Apparaat op de stroomvoorziening aansluiten | ► Netsnoer van de netaansluiting op de stroomvoorziening aansluiten. Let op een goede bevestiging van de contactdoos. ▷ Standby-symbool verschijnt op het display. ▷ Indien binnen 60 seconden geen actie volgt: Stand-by symbool vervaagt of verdwijnt. ▷ Apparaat is aangesloten. Eerste inbedrijfstelling zie volgende hoofdstuk of gebruiksaanwijzing. |
| WAARSCHUWING Gevaar voor elektrische schokken en letsel door beschadigd apparaat of beschadigd netsnoer! Levensgevaar en snijwonden. Als het apparaat of netsnoer tijdens het transport beschadigd zijn geraakt, kunt u een dodelijke elektrische schok krijgen. Bovendien kunt u zich snijden aan beschadigde onderdelen van de behuizing van het apparaat. ► Controleer apparaat en netsnoer na het transport op beschadiging. ► Neem het apparaat in geen geval in gebruik, als het apparaat of netsnoer beschadigd zijn. ► Neem contact op met de klantenservice. U sluit uw apparaat met de apart meegeleverde voedingskabel aan op het lichtnet. De voedingskabel heeft aan één uiteinde een contrastekker voor de aansluiting op de koelkast en aan het andere uiteinde een stekker voor de netvoeding. Ervoor zorgen dat aan de volgende voorwaarden is voldaan: - Apparaat en voedingskabel zijn onbeschadigd. - Apparaat is volgens de voorschriften opgesteld. (zie 3.10 Apparaat opstellen) - Vereisten aan de elektrische aansluiting zijn aangehouden. - Maten voor de voorschriftmatige aansluiting zijn bekend en aangehouden. - Netspanning en spanningsfrequentie komen overeen met de gegevens op het typeplaatje. - Contactdoos is overeenkomstig de voorschriften geaard en elektrisch gezekerd. - Uitschakelstroom van de zekering ligt tussen 10 A en 16 A. | 3.15 Afvalverwerking van de verpakking WAARSCHUWING Gevaar voor verstikking door verpakkingsmateriaal en folie! ► Kinderen niet met het verpakkingsmateriaal laten spelen. De verpakking bestaat uit recyclebaar materiaal: - Golfkarton/karton - Onderdelen uit geschuimd polystyreen - Folies en zakken uit polyetheen - Spanbanden uit polypropeen - Vastgespijkerd houten raam afgewerkt met polyethyleen* ► Breng het verpakkingsmateriaal naar een officieel inzamelpunt. 4 Werking van het Touch & Swipedisplay U bedient uw apparaat met het Touch & Swipe-display. Met het Touch & Swipe-display (verder display genoemd) selecteert u de functies van het apparaat door te tikken of te vegen. Als u gedurende 10 seconden geen actie op het display uitvoert, gaat het display terug naar het bovenliggende menu of rechtstreeks naar de statusweergave. 4.1 Navigatie en verklaring van symbolen |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 18)
- Contactdoos is eenvoudig toegankelijk en bevindt zich niet achter het apparaat. In de afbeeldingen worden verschillende symbolen voor navigatie op het display gebruikt. Deze symbolen worden LET OP in de volgende tabel beschreven.
Gevaar voor beschadiging door onjuist gebruik!
Beschadiging van de elektrische componenten van het Symbool Beschrijving apparaat. Display kort aanraken:
- Gebruik uitsluitend het meegeleverde netsnoer.
Functie activeren/deactiveren.
Keuze bevestigen.
Submenu openen.
WAARSCHUWING
Brandgevaar door verkeerd aansluiten! Brandwonden.
Beschadigingen van het apparaat.
- Geen verlengkabel gebruiken.
- Geen verdeeldozen gebruiken.
18 * afhankelijk van model en uitvoering
Pagina 19
Werking van het Touch & Swipe-display
| Symbool | Beschrijving | Menu | Beschrijving |
|---|---|---|---|
| Display een bepaalde tijd (bijv. 3 seconden) aanraken: Functie of waarde activeren/deacti-veren. | Hoofdmenu | Wanneer u het apparaat inschakelt, bevindt u zich automatisch in het hoofdmenu. Vanaf hier navigeert u naar de belangrijkste functies van het apparaat, het instellingenmenu en het uitgebreide menu. | |
| Naar rechts of links vegen: In het menu navigeren. | |||
| Het instellingenmenu bevat de overige apparaatfuncties voor het instellen van uw apparaat. | |||
| Terugsymbool kort aanraken: | |||
| Eén menuniveau terugspringen. | Instellingenmenu | ||
| Uitgebreid menu | Het uitgebreide menu bevat speciale apparaatfuncties voor het instellen van uw apparaat. De toegang tot het uitgebreide menu wordt beveiligd met de cijfercode 1 5 1. | ||
| Terugsymbool 3 seconden aanraken: Terugspringen naar de statusweergave. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 19)
4.2.1 Instellingenmenu openen
| Terugsymbool linksboven kort | |
|---|---|
| aanraken: Eén menuniveau terugspringen. | |
| Pijl met klok: Het duurt meer dan 10 seconden voordat de volgende weergave op het display verschijnt. | |
| Pijl met tijdweergave: Het duurt de aangegeven tijd voordat de volgende weergave op het display verschijnt. | |
| Symbool "Instellingenmenu" openen: Naar het instellingsmenu navigeren en het instellingsmenu openen. Indien vereist: In het instellingsmenu naar de gewenste functie navigeren. (zie 4.2.1 Instellingenmenu openen) | |
| Symbool "Uitgebreid menu" openen: Naar het uitgebreide menu navigeren en het uitgebreide menu openen. Indien vereist: In het uitgebreide menu naar de gewenste functie navigeren. (zie 4.2.2 Geavanceerd menu openen) | |
| Geen actie gedurende 10 seconden | Als u gedurende 10 seconden geen actie op het display uitvoert, gaat het display terug naar het bovenliggende menu of rechtstreeks naar de statusweergave. |
| Deur openen en sluiten. | Als u de deur opent en direct weer sluit, springt het display direct terug naar de statusweergave. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 19)
Fig. 55 Voorbeeld
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Instellingenmenu is geopend.
- Indien vereist: Naar de gewenste functie navigeren.
4.2.2 Geavanceerd menu openen
Fig. 56 Toegang met cijfercode 151
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. Opmerking: Afbeeldingen van het display worden met ▷ Geavanceerd menu is geopend.
Engelse begrippen weergegeven. ► Indien vereist: Naar de gewenste functie navigeren.
4.2 Menu's
De functies van het apparaat zijn over verschillende menu's verdeeld:
4.3 Slaapstand
Als u het display 1 minuut niet aanraakt, schakelt het display over naar de slaapstand. In de slaapstand is de helderheid van het display gedimd.
* afhankelijk van model en uitvoering 19
Pagina 20
In gebruik nemen
4.3.1 Slaapstand beëindigen
- Display kort met de vinger aanraken. ▷ Slaapstand is beëindigd.
5 In gebruik nemen
5.1 Apparaat inschakelen (eerste inbedrijfstelling)
Zorg ervoor dat aan de volgende voorwaarden is voldaan:
- Apparaat is opgesteld en aangesloten.
- Alle plakstroken, plak- en beschermfolies en de transportbeveiligingen in en aan het apparaat zijn verwijderd.
Fig. 57 Voorbeeld
- Standby-symbool knippert. Wachten totdat het startproces beëindigd is.
▷ Display geeft het Standby-symbool weer.
Als het apparaat met fabrieksinstelling wordt geleverd, moet bij inbedrijfstelling eerst de beeldschermtaal en de datum/tijd ingesteld worden.
Fig. 60
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Tijd is ingesteld.
Fig. 61 Statusindicatie ▷ Het apparaat koelt tot de in de fabriek ingestelde doeltemperatuur.
Aanwijzing
Een ontbrekende sensorkalibratie leidt tot onjuiste meetwaarden en brengt een probleemloos gebruik van het apparaat in gevaar.
- Als de ingestelde temperatuur is bereikt, moet een sensorkalibratie (zie 7.2.25 Sensorkalibratie ) worden uitgevoerd.
6 Opslag
Fig. 58
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Taal is ingesteld.
Fig. 59
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Datum is ingesteld.
6.1 Instructies voor opslag
1
Fig. 63
1
Fig. 62 Voorbeeld
Bij het bewaren in acht nemen:
❑Als draagplateaus Fig. 62 (1) verstelbaar zijn, kunnen deze in de hoogte worden aangepast.
❑Maximale belading in acht nemen. (zie 10.1 Technische gegevens) ❑Apparaat pas beladen, zodra de opslagtemperatuur werd bereikt (inachtneming van koelketen).
❑Ventilatiesleuf Fig. 63 (2) van de ventilator in de binnenruimte vrijhouden.
❑Gekoelde goederen mogen de achterwand niet raken.
20 * afhankelijk van model en uitvoering
Pagina 21
Bediening
| ❑Koelproduct steekt niet uit over het draagplateau. ❑Vloeistoffen in gesloten houders bewaren. ❑Koelgoed met tussenafstand bewaren zodat de lucht goed kan circuleren. ❑Gekoelde goederen mogen de stapelmarkering niet overschrijden. Dit is belangrijk voor een goede luchtcirculatie en een gelijkmatige temperatuurverdeling in de binnenruimte. | ||
| Symbool | Apparaattoestand | |
| Stand-bysymbool Apparaat is uitgeschakeld. | ||
| Stand-bysymbool (knippert) Apparaat beweegt omhoog. | ||
| 7 Bediening 7.1 Bedienings- en weergave-elementen Het display geeft een snel overzicht van de huidige status van het apparaat, de temperatuurinstelling, de status van functies en instellingen, evenals alarm- en foutmeldingen. De bediening gebeurt direct op het Touch & Swipe-display for vegen en aantikken. Er kunnen functies worden geactiveerd of gedeactiveerd en instellingswaarden worden gewijzigd. | Temperatuur (knippert) Doeltemperatuur nog niet bereikt. Apparaat koelt af tot de ingestelde temperatuur. Statusindicatie (witte rand) Apparaat is vergrendeld. D op het display Apparaat staat in demomodus. | |
| Fig. 64 Touch & Swipe-display (1) Statusindicatie 7.1.1 Statusindicatie | Onderhoudsindicator (geel) Het ingestelde tijdsinterval is verstreken. Vol datageheugen (geel) Het datageheugen (999 uur) is vol. De oudste gegevens worden nu overschreven. Vol alarmgeheugen (geel) Het alarmgeheugen is vol. Verwijder individuele alarmen of het hele geheugen. Handmatige deuropening (geel) De vergrendelde deur is handmatig geopend. | |
| Fig. 65 Statusindicatie (1) Werkelijke temperatuur (3) Status Ontdooiproces | Foutsymbool (rood) Het apparaat bevindt zich in de foutstatus. Achtergrond (blauw) Actieve instelling of actieve functie |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 21)
Balk (oplopend)
- (2) Alarmstatus (4) Status Deurvergrendeling 3 seconden ingedrukt houden om de instelling De statusindicatie is de uitgangsindicatie.
te activeren. Deze toont in het midden de temperatuur en in het onderste deel drie symbolen. De statusindicatie kan verder verschil‐ Balk (dalend) lende weergavesymbolen weergeven. 3 seconden lang Vanuit de statusindicatie gebeurt de navigatie naar de func‐ indrukken om de instelties en instellingen. ling te deactiveren. Symbolen van de statusindicatie
7.1.2 Weergavesymbolen
De extra symbolen aan de onderste rand van de statusin-De weergavesymbolen geven informatie over de actuele dicatie maken een snelle toegang tot alarminformatie en toestand van het apparaat. details over de apparaattoestand mogelijk.
* afhankelijk van model en uitvoering 21
Pagina 22
Bediening
| Voordat u de functies van het apparaat wijzigt, activeert of deactiveert, controleert u of aan de volgende voorwaarden is voldaan: ❑U hebt de beschrijvingen over de werking van het display gelezen en begrepen. (zie 4 Werking van het Touch & Swipe-display) ❑U hebt kennisgemaakt met de bedienings- en weergave-elementen van uw apparaat. (zie 7.1 Bedienings- en weergave-elementen) | ||
| Symbool | Apparaattoestand | |
| Alarmsymbool (grijs) Alarmarchief is leeg. Alarmarchief opent door kort tikken. | ||
| Alarmsymbool (wit) Er bevinden zich bevestigde alarmen in het alarmarchief. Alarmarchief opent door kort tikken. | ||
| Alarmsymbool (rood) Er bevinden zich nog niet bevestigde alarmen in het alarmarchief. Alarmarchief opent door kort tikken. Alarmsymbool (rood, knippert) Er bevindt zich een actief alarm in het archief. Alarmarchief opent door kort tikken. Ontdooisymbool (grijs) Geen ontdooiprocedure actief. | 7.2.2 Apparaat in- en uitschakelen Met deze functie kan het gehele apparaat worden in- en uitgeschakeld. Apparaat inschakelen Zonder geactiveerde demomodus: |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 22)
Ontdooisymbool (wit, knippert)
Ontdooiproces is actief.
Kort aanraken opent de apparaatfunctie Ontdooiing. (zie 7.2.23 Ontdooien )
Ontdooisymbool (wit)
Automatisch ontdooiproces is actief. Functie kan niet worden geannuleerd.
Deursymbool (wit, gesloten)
De deurvergrendeling is actief.
De code-invoer voor het openen van de deur opent door kort tikken. (zie 7.2.6 Deurvergrendeling )
Deursymbool (wit, geopend)
De deurvergrendeling is inactief. De code-invoer voor het vergrendelen van de deur opent door kort tikken. (zie 7.2.6 Deurvergrendeling ) Extra symbolen van de statusindicatie
7.1.3 Akoestische signalen
In de volgende gevallen klinkt een signaal:
- Als een functie of waarde wordt bevestigd.
- Als een functie of een waarde ofwel niet geactiveerd ofwel niet gedeactiveerd kan worden.
- Zodra een fout optreedt.
- Bij een alarmmelding.
De alarmtonen kunnen in het klantmenu worden in- en uitgeschakeld.
Fig. 66
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
Met geactiveerde demomodus:
Fig. 67
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
Aanwijzing
Demomodus voor afloop van de countdown deactiveren.
Fig. 68 Statusindicatie ▷ De temperatuurweergave verschijnt op het display.
Apparaat uitschakelen
Fig. 69
7.2 Apparaatfuncties
7.2.1 Opmerkingen over de functies van het apparaat
De apparaatfuncties zijn af fabriek zo ingesteld dat uw apparaat volledig functioneel is.
Fig. 70
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Display toont stand-bysymbool.
▷ Display schakelt na ongeveer 10 minuten uit.
22 * afhankelijk van model en uitvoering
Pagina 23
7.2.3 Temperatuur
De temperatuur in de binnenruimte van het apparaat is ingesteld op de volgens DIN 13277 vereiste temperatuur van 5 °C (+/-3 K) en kan niet gewijzigd worden.
Aanwijzing
- Koelgoed pas plaatsen, als de temperatuur in het apparaat 5 °C bedraagt.
De temperatuur is afhankelijk van de volgende factoren:
- hoe vaak de deur wordt geopend - hoe lang de deur geopend blijft - ruimtetemperatuur van de plaats van opstelling - type, temperatuur en hoeveelheid van het koelgoed
Aanwijzing
In sommige delen van de binnenruimte kan de luchttemperatuur van de weergegeven temperatuur afwijken.
Met de correcte temperatuur blijft het koelgoed langer houdbaar. Overbodig wegwerpen kan zo worden vermeden.
7.2.4 Temperatuurregistratie
Het apparaat geeft met deze functie de minimum- en maximumtemperatuur in het apparaat aan. De registratie start automatisch na het inschakelen van het apparaat met een interval van één minuut. Na 999 uur (ca. 40 dagen) wordt erop gewezen dat het geheugen vol is. De temperatuurregistratie moet dan gereset worden.
Aanwijzing
Onafhankelijk van deze functie worden ook de volledige temperatuurgeschiedenis en de alarm- en servicemeldingen geregistreerd. Deze gegevens kunnen worden geëxporteerd en op een USB-opslagmedium worden opgeslagen. (zie 7.2.24 Downloaden van gegevens (gegevensback-up) )
Als er een extra productsensor op het apparaat aanwezig is, is het mogelijk deze te selecteren voor de weergave van de minimum- en maximumtemperatuur. (zie 7.2.25 Sensorkalibratie )
Aanwijzing
De temperatuurregistratie moet bij de inbedrijfstelling van het apparaat na het bereiken van de ingestelde temperatuur eenmaal gereset worden. (zie Temperatuurregistratie resetten) Hierdoor wordt de relevante maximumtemperatuur aangegeven.
Temperatuurregistratie tonen
De temperatuurregistratie toont de duur van de meting en de gedurende die tijd gemeten minimum- en maximumtemperatuur.
Bediening
▷ Statusscherm met de temperatuurregistraties wordt weergegeven.
Temperatuurregistratie resetten
De weergegeven minimum- en maximumtemperaturen kunnen op elk moment gereset worden. Hiermee worden de weergegeven waarden gewist en het meetinterval opnieuw gestart.
Fig. 73
Fig. 74
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Temperatuurregistratie is gereset.
7.2.5 Verlichting
Het apparaat is van een binnenverlichting voorzien.
U kunt de binnenverlichting continu inschakelen. (zie Verlichting inschakelen*) *
Als u de deur van het apparaat opent, schakelt u de interne verlichting in.
U kunt deze functie ook deactiveren. (zie Verlichting bij deuropening uitschakelen)
Verlichting inschakelen*
Fig. 75
Fig. 76
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Verlichting is ingeschakeld.
Verlichting uitschakelen*
Fig. 71
Fig. 72
* afhankelijk van model en uitvoering 23
Pagina 24
Bediening
Fig. 77
Fig. 78
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Verlichting is uitgeschakeld.
Verlichting bij deuropening uitschakelen
Fig. 79
Fig. 80
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Verlichting bij deuropening is uitgeschakeld.
Verlichting bij deuropening inschakelen
Fig. 81
Fig. 82
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Verlichting bij deuropening is ingeschakeld.
7.2.6 Deurvergrendeling
Het apparaat heeft een elektronische deurvergrendeling. Bij eerste inbedrijfstelling is de deur ontgrendeld en kunt u deze openen.
Met deze functie kan het apparaat tegen ongewenst leeghalen worden beveiligd.
Hiervoor heeft u de volgende instelmogelijkheden:
- Deur met deurcode vergrendelen.
- Deur met deurcode ontgrendelen.
- Automatische vergrendeling activeren.
- Automatische vergrendeling deactiveren.
- Tijdsvertraging van de automatische vergrendeling instellen.
- Wijzigen van de deurcode. (zie 7.2.9 Toegangscodes)
- Resetten van de deurcode. (zie 7.2.9 Toegangscodes)
- Afstandsbediening koppelen. (zie 7.2.10 Afstandsbediening )
Deur met deurcode vergrendelen
Aanwijzing
- In het volgende voorbeeld wordt de af fabriek ingestelde pincode: 1 1 1 1 gebruikt.
Fig. 83 Statusweergave
Uitgaande van de statusweergave start de invoer van de deurcode door op het open slotje te tikken.
Fig. 84 Deur met deurcode 1 1 1 1 vergrendelen.
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
Fig. 85 Statusweergave met witte rand ▷ De deur is vergrendeld.
Deur met deurcode ontgrendelen
Aanwijzing
- In het volgende voorbeeld wordt de af fabriek ingestelde pincode: 1 1 1 1 gebruikt.
Fig. 86 Statusweergave met witte rand
Fig. 87 Deur met deurcode 1 1 1 1 ontgrendelen.
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
24 * afhankelijk van model en uitvoering
Pagina 25
Bediening
Fig. 88 Statusweergave ▷ De statusweergave met geopend slotje verschijnt. ▷ De deur is ontgrendeld.
Automatische vergrendeling activeren
Fig. 89
Fig. 90
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ Automatische vergrendeling is geactiveerd.
▷ Nu kan de tijdsvertraging (zie Tijdsvertraging van de automatische vergrendeling instellen) worden ingesteld.
Aanwijzing
U kunt de deur verder met de afstandsbediening (zie 7.2.10 Afstandsbediening ) of via de invoer van de deurcode vergrendelen en ontgrendelen.
Automatische vergrendeling deactiveren
Fig. 91
Fig. 92
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Automatische vergrendeling is gedeactiveerd.
Tijdsvertraging van de automatische vergrendeling instellen
Met deze functie wordt de vertraging van de automatische deurvergrendeling na het openen van de deur ingesteld.
Zorg ervoor dat aan de volgende vereisten is voldaan:
❑Het automatische vergrendelen van de deur (zie Automatische vergrendeling activeren) is geactiveerd.
Fig. 93
Fig. 94 De volgende waarden kunnen worden ingesteld: 5, 15, 60, 90, 120, 180 en 240 seconden
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ Tijdsvertraging is ingesteld.
Deurcode wijzigen
(zie 7.2.9 Toegangscodes)
Deurcode resetten
(zie 7.2.9 Toegangscodes)
Afstandsbediening koppelen
(zie 7.2.10 Afstandsbediening )
7.2.7 SmartLock
Om te voorkomen dat koelgoed uit het apparaat wordt verwijderd, vergrendelt deze functie de deur automatisch nadat het temperatuuralarm is afgegaan. (zie 7.2.26 Temperatuuralarm ) De tijd voor de vergrendelvertraging kan worden ingesteld. De deur kan dan alleen met de Smart-Lock-pincode worden geopend.
Toepassing:
- SmartLock activeren.
- SmartLock deactiveren.
- Instellen van de vergrendelvertraging.
- Deurslot ontgrendelen met SmartLock-pincode. - SmartLock-pincode wijzigen. (zie 7.2.9 Toegangscodes) - SmartLock-pincode resetten. (zie 7.2.9 Toegangscodes)
SmartLock activeren
Aanwijzing
- In het volgende voorbeeld wordt de af fabriek ingestelde pincode: 1 1 1 1 gebruikt.
Fig. 95
* afhankelijk van model en uitvoering 25
Pagina 26
Bediening
Fig. 96
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ SmartLock is geactiveerd.
▷ Nu kan het interval voor de vergrendelvertraging worden gekozen. (zie Vergrendelvertraging instellen)
SmartLock deactiveren
Aanwijzing
- In het volgende voorbeeld wordt de af fabriek ingestelde pincode: 1 1 1 1 gebruikt.
Fig. 97
Fig. 98
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ SmartLock is gedeactiveerd.
Vergrendelvertraging instellen
Zorg ervoor dat aan de volgende vereisten is voldaan: ❑SmartLock moet geactiveerd zijn. (zie SmartLock activeren)
Fig. 99
Fig. 100 De volgende waarden kunnen worden ingesteld: Off (geen wachttijd) tot 60 minuten; in stappen van 1 minuut
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ Tijd voor vergrendelvertraging is ingesteld.
Deurslot ontgrendelen met SmartLock-pincode
Na het afgaan van het temperatuuralarm (zie 7.2.26 Temperatuuralarm ) is de deur door de SmartLock-functie automatisch vergrendeld.
Deze kan alleen nog met de SmartLock-pincode worden geopend.
Aanwijzing
- In het volgende voorbeeld wordt deze SmartLock-pincode gebruikt: 2 3 4 5
Uitgaande van de statusweergave start de invoer van de SmartLock-pincode. Informatie over de SmartLock-functie en de temperatuurregistratie van het temperatuuralarm wordt weergegeven.
Fig. 101
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ De deur is ontgrendeld.
Fig. 102 Statusweergave ▷ De temperatuurweergave verschijnt op het display.
Wijzigen van de SmartLock-pincode
(zie 7.2.9 Toegangscodes)
Resetten van de SmartLock-pincode
(zie 7.2.9 Toegangscodes)
26 * afhankelijk van model en uitvoering
Pagina 27
Bediening
7.2.8 Toegangsbeveiliging instellingenmenu
Met deze functie kan de toegang tot het instellingenmenu beveiligd worden met een viercijferige pincode.
Toepassing:
- Onbedoeld wijzigen van instellingen en functies vermijden.
- Onbedoeld uitschakelen van het apparaat vermijden. - Onbedoelde temperatuurinstelling vermijden.
Aanwijzing
- In de onderstaande voorbeelden wordt af fabriek de ingestelde PIN-code: 1 1 1 1 gebruikt.
Toegangsbeveiliging van het instellingenmenu activeren
Fig. 103
Fig. 106
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ Toegangsbeveiliging van het instellingenmenu is gedeactiveerd.
Beveiligd instellingenmenu openen
Bij een actieve toegangsbeveiliging van het menu Instellingen is de invoer van de PIN-code vereist, om het menu Instellingen te openen. Zodra u het menu Instellingen hebt verlaten, activeert u de toegangsbeveiliging automatisch.
- Naar links of rechts vegen tot de benodigde functie wordt weergegeven.
Fig. 104
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ Toegangsbeveiliging van het instellingenmenu is geactiveerd.
Pincode voor de toegangsbeveiliging van het instellingenmenu wijzigen
(zie 7.2.9 Toegangscodes)
Toegangsbeveiliging van het instellingenmenu deactiveren
Fig. 105
Fig. 107
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Pincode correct: Het instellingenmenu verschijnt.
7.2.9 Toegangscodes
Er zijn toegangscodes voor sommige functies. U kunt de volgende functies alleen gebruiken nadat u de bijbehorende toegangscode hebt ingevoerd:
- Deurvergrendeling - Menu instellingen - SmartLock
Deurcode
U kunt deze functie gebruiken om de deurcode voor de deurvergrendeling te wijzigen of opnieuw in te stellen.
Deurcode wijzigen
U kunt de deurcode in drie stappen wijzigen:
- Voer de oude deurcode in. - Voer de nieuwe deurcode in. - Bevestig de nieuwe deurcode.
* afhankelijk van model en uitvoering 27
Pagina 28
Bediening
Aanwijzing
In het volgende voorbeeld wijzigt u de in de fabriek ingestelde deurcode 1 1 1 1 in de nieuwe deurcode 2 3 4 5.
Fig. 108
Fig. 109
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ De oude deurcode is succesvol ingevoerd.
Fig. 110
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ De nieuwe deurcode is succesvol ingevoerd.
Fig. 111
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ De nieuwe deurcode is succesvol bevestigd. ▷ De deurcode is gewijzigd.
- Afstandsbediening opnieuw koppelen. (zie 7.2.10 Afstandsbediening )
Deurcode resetten
Als u de deurcode niet meer weet, kunt u deze resetten.
- Apparaat resetten naar fabrieksinstellingen.
(zie 7.2.33 Resetten naar fabrieksinstellingen ) ▷ Het apparaat wordt teruggezet naar de oorspronkelijke instellingen.
▷ De in de fabriek ingestelde deurcode is: 1 1 1 1
Toegangscode van het instellingenmenu
U kunt deze functie gebruiken om de toegangscode voor het instellingenmenu te wijzigen of te resetten.
De toegangscode voor het instellingenmenu wijzigen
U kunt de toegangscode in drie stappen wijzigen:
- Voer de oude toegangscode in. - Voer de nieuwe toegangscode in. - Bevestig de nieuwe toegangscode.
Aanwijzing
In het volgende voorbeeld wijzigt u de in de fabriek ingestelde toegangscode 1 1 1 1 in de nieuwe toegangscode 2 3 4 5.
Fig. 112
De toegangsbeveiliging van het instellingenmenu moet actief zijn. (zie 7.2.8 Toegangsbeveiliging instellingenmenu )
- Naar links of rechts vegen tot de benodigde functie wordt weergegeven.
28 * afhankelijk van model en uitvoering
Pagina 29
Fig. 113
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ De oude toegangscode is succesvol ingevoerd.
Fig. 114
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ De nieuwe toegangscode is succesvol ingevoerd.
Fig. 115
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ De nieuwe toegangscode is bevestigd.
▷ De toegangscode voor het instellingenmenu is gewijzigd.
Bediening
De toegangscode voor het instellingenmenu resetten
Als u de toegangscode voor het instellingenmenu niet meer weet, kunt u deze resetten.
- Apparaat op fabrieksinstellingen (zie 7.2.33 Resetten naar fabrieksinstellingen ) resetten.
▷ Het apparaat wordt teruggezet naar de oorspronkelijke instellingen.
▷ De fabriekscode is: 1 1 1 1
SmartLock-code
U kunt deze functie gebruiken om de SmartLock-code te wijzigen of te resetten.
SmartLock-code wijzigen
U kunt de SmartLock-Code in drie stappen wijzigen:
- Voer de oude SmartLock-code in. - Voer de nieuwe SmartLock-code in. - Bevestig de nieuwe SmartLock-code.
Aanwijzing
In het volgende voorbeeld wijzigt u de in de fabriek ingestelde SmartLock-code 1 1 1 1 in de nieuwe SmartLockcode 2 3 4 5.
Fig. 116
SmartLock moet actief zijn. (zie 7.2.7 SmartLock )
- Naar links of rechts vegen tot de benodigde functie wordt weergegeven.
Fig. 117
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ De oude SmartLock-code is succesvol ingevoerd.
* afhankelijk van model en uitvoering 29
Pagina 30
Bediening
Fig. 118
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ De nieuwe SmartLock-code is succesvol ingevoerd.
Fig. 119
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ Bevestiging van de nieuwe SmartLock-code is succesvol. ▷ De SmartLock-code is gewijzigd.
SmartLock-code resetten
Als u de SmartLock-code niet meer weet, kunt u deze opnieuw instellen.
- Apparaat resetten naar fabrieksinstellingen.
(zie 7.2.33 Resetten naar fabrieksinstellingen ) ▷ Het apparaat wordt teruggezet naar de oorspronkelijke instellingen.
▷ De in de fabriek ingestelde SmartLock-code is als volgt: 1 1 1 1
7.2.10 Afstandsbediening
Op de afstandsbediening is bij levering een fabriekspincode opgeslagen die elk apparaat met ongewijzigde fabrieksinstellingen (zie 7.2.33 Resetten naar fabrieksinstellingen ) opent. Zo kunnen meerdere apparaten met slechts een afstandsbediening worden geopend en gesloten. Door het koppelen wordt een apparaatspecifieke pincode gemaakt die alleen het aangemelde apparaat kan openen of sluiten. Een fabrieksreset herstelt de oorspronkelijke functionaliteit weer.
Aanwijzing
Het bereik van de afstandsbediening is ongeveer 15 m.
Toepassing:
- Afstandsbediening koppelen. - Afstandsbediening scheiden.
Afstandsbediening koppelen
Fig. 120
Fig. 121
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
- Een toets op de afstandsbediening twee keer indrukken. ▷ De statusled op de afstandsbediening knippert drie keer. ▷ De afstandsbediening is met het apparaat verbonden.
Afstandsbediening scheiden
Fig. 122
Fig. 123
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ De afstandsbediening is van het apparaat gescheiden.
7.2.11 Herinnering onderhoudsinterval
Instelling van de periode tot aan het onderhoud wordt herinnerd.
30 * afhankelijk van model en uitvoering
Pagina 31
De volgende waarden kunnen worden ingesteld:
- 7 dagen
- 14 dagen
- 30 dagen
- 60 dagen
- 90 dagen
- 180 dagen
- 360 dagen
- 720 dagen
- 1080 dagen
- Uit
Herinnering onderhoudsinterval instellen
De volgende stappen beschrijven hoe de periode tot het volgende onderhoud ingesteld wordt.
Fig. 124
Fig. 125
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ De periode tot aan het volgende onderhoud wordt herinnerd is ingesteld.
▷ De resterende tijd wordt weergegeven.
7.2.12 Taal
Met deze instelling wordt de taal van de weergave ingesteld.
Taal instellen
Fig. 126
Fig. 127
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ De geselecteerde taal is ingesteld.
Bediening
7.2.13 Datum en tijd
Met deze instelling kan de datum en tijd worden ingesteld.
Datum en tijd instellen
Fig. 128
Fig. 129
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
Fig. 130
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Datum ingesteld.
Fig. 131
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Tijd ingesteld.
* afhankelijk van model en uitvoering 31
Pagina 32
Bediening
7.2.14 Temperatuureenheid
Met deze functie stelt u de temperatuureenheid in. U kunt als temperatuureenheid graden Celsius en graden Fahrenheit instellen.
Temperatuureenheid instellen
Fig. 132
Fig. 134 Voorbeeldweergave: Tussen Celsius en graden Fahrenheit schakelen.
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ Temperatuureenheid is ingesteld.
7.2.15 Display-helderheid
Met deze functie stelt u de helderheid van het display trapsgewijs in.
U kunt de volgende helderheidsniveaus instellen: - 40% - 60% - 80% - 100 % (voorinstelling)
Helderheid instellen
Fig. 135
Fig. 136 Voorbeeldweergave: Van 80 % naar 60 % schakelen.
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ Helderheid is ingesteld.
7.2.16 Alarmtoon
Met deze functie kunnen alle alarmtonen, bijvoorbeeld deuralarm, worden in- en uitgeschakeld.
Alarmtoon activeren
Fig. 137
Fig. 138
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ De alarmtoon is geactiveerd.
Alarmtoon deactiveren
Fig. 139
Fig. 140
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ De alarmtoon is gedeactiveerd.
7.2.17 Toetstoon
Met deze functie kunnen alle toetstonen, bevestigingstonen en de opstarttoon in- en uitgeschakeld worden.
Toetstoon activeren
Fig. 141
Fig. 142
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ De toetstoon is geactiveerd.
Toetstoon deactiveren
Fig. 143
32 * afhankelijk van model en uitvoering
Pagina 33
Bediening
Fig. 144
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Toetstoon is gedeactiveerd.
7.2.18 WLAN-verbinding
Aanwijzing
Liebherr SmartMonitoring Dashboard is niet in alle landen beschikbaar. Controleer de beschikbaarheid via de QR-code door uw model in te voeren.
Aanwijzing
Het gebruik van het Liebherr SmartMonitoring Dashboard onder https://smartmonitoring.liebherr.com vereist een geïnstalleerde SmartModule en een zakelijke MyLiebherraccount. U kunt zich tijdens de online-inbedrijfstelling direct met uw beschikbare aanmeldgegevens aanmelden of zich opnieuw registeren en een bedrijfsaccount aanmaken.
Deze instelling brengt een snoerloze verbinding tussen apparaat en internet tot stand. De verbinding wordt via de SmartModule gestuurd. Het apparaat kan via het Liebherr SmartMonitoring Dashboard in een browser worden geïntegreerd en met geavanceerde opties en individuele mogelijkheden voor besturing, beheer en bewaking worden gebruikt.
Fig. 147
Aanwijzing
De toegangsbeveiliging van het instellingenmenu is geactiveerd. (zie 7.2.8 Toegangsbeveiliging instellingenmenu )
- De gekozen pincode invoeren. Het instellingenmenu verschijnt.
Fig. 148
Fig. 149
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
- Inrichtprocedure op uw internetcompatibele eindapparaat voortzetten: Liebherr SmartMonitoring Dashboard
Fig. 145
Ervoor zorgen dat aan de volgende voorwaarden is voldaan:
❑SmartModule Fig. 145 (1) is geplaatst.
Verbinding maken
De inbedrijfstelling en inrichting van uw SmartModule doet u online via het Liebherr SmartMonitoring Dashboard op uw internetcompatibele eindapparaat.
Fig. 146
- Open het Liebherr SmartMonitoring Dashboard. (zie Fig. 146) .
Op het koel- of vriesapparaat:
Fig. 150
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ Verbinding wordt gemaakt: WiFi connecting wordt weergegeven. Het symbool knippert.
- Instructies van het Liebherr SmartMonitoring Dashboard opvolgen.
▷ Verbinding is gemaakt.
Verbinding verbreken
Fig. 151
Aanwijzing
De toegangsbeveiliging van het instellingenmenu is geactiveerd. (zie 7.2.8 Toegangsbeveiliging instellingenmenu )
- De gekozen pincode invoeren. Het instellingenmenu verschijnt.
Fig. 152
* afhankelijk van model en uitvoering 33
Pagina 34
Bediening
| Fig. 153 ► Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Verbinding is verbroken. Verbinding resetten Fig. 154 | |
| Aanwijzing Het gebruik van het Liebherr SmartMonitoring Dashboard onder https://smartmonitoring.liebherr.com vereist een geïnstalleerde SmartModule en een zakelijke MyLiebherraccount. U kunt zich tijdens de online-inbedrijfstelling direct met uw beschikbare aanmeldgegevens aanmelden of zich opnieuw registeren en een bedrijfsaccount aanmaken. | |
| Deze instelling zorgt voor een kabelgebonden verbinding tussen het apparaat en het internet tot stand. De verbinding wordt via de SmartModule gestuurd. Het apparaat kan via het Liebherr SmartMonitoring Dashboard in een browser worden geïntegreerd en met geavanceerde opties en individuele mogelijkheden voor besturing, beheer en bewaking worden gebruikt. | |
| Aanwijzing De toegangsbeveiliging van het instellingenmenu is geactiveerd. (zie 7.2.8 Toegangsbeveiliging instellingenmenu ) ► De gekozen pincode invoeren. Het instellingenmenu verschijnt. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 34)
Fig. 157
Ervoor zorgen dat aan de volgende voorwaarden is voldaan:
❑SmartModule Fig. 157 (1) is geplaatst. ❑Een netwerkkabel is aangesloten. ❑Netwerk is met internet verbonden.
Fig. 155
Verbinding maken
De inbedrijfstelling en inrichting van uw SmartModule doet u online via het Liebherr SmartMonitoring Dashboard op uw internetcompatibele eindapparaat.
Fig. 158
- Open het Liebherr SmartMonitoring Dashboard. (zie Fig. 158) .
Op het koel- of vriesapparaat:
Fig. 156
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ De WiFi-instellingen zijn teruggezet op de toestand van levering.
7.2.19 LAN-verbinding
Aanwijzing
Liebherr SmartMonitoring Dashboard is niet in alle landen beschikbaar. Controleer de beschikbaarheid via de QR-code door uw model in te voeren.
Fig. 159
Aanwijzing
De toegangsbeveiliging van het instellingenmenu is geactiveerd. (zie 7.2.8 Toegangsbeveiliging instellingenmenu )
- De gekozen pincode invoeren. Het instellingenmenu verschijnt.
34 * afhankelijk van model en uitvoering
Pagina 35
Bediening
Fig. 160
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ Verbinding wordt gemaakt: LAN connecting wordt weergegeven. Het symbool knippert.
- Instructies van het Liebherr SmartMonitoring Dashboard opvolgen.
▷ Verbinding is gemaakt.
Verbinding verbreken
Fig. 161
Aanwijzing
De toegangsbeveiliging van het instellingenmenu is geactiveerd. (zie 7.2.8 Toegangsbeveiliging instellingenmenu )
- De gekozen pincode invoeren. Het instellingenmenu verschijnt.
Fig. 162
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Verbinding is verbroken.
7.2.20 Apparaatinformatie
Met deze functie geeft u de modelnaam, de index, het serienummer en het servicenummer van het apparaat weer. U heeft de apparaatinformatie nodig, als u contact opneemt met de klantenservice. (zie 10.4 Klantenservice)
Met deze functie opent u bovendien het menu Geavanceerd. (zie 4 Werking van het Touch & Swipe-display)
Apparaatinformatie weergeven
Fig. 163
Fig. 164
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Display geeft apparaatinformatie weer.
7.2.21 Bedrijfsuren
Deze weergave toont de bedrijfsuren van het apparaat.
Bedrijfsuren weergeven
Fig. 165
Fig. 166 ▷ De bedrijfsuren verschijnen.
7.2.22 Software
Met deze functie stelt u de softwareversie van uw apparaat in.
Softwareversie weergeven
Fig. 167
Fig. 168
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Display geeft softwareversie weer.
7.2.23 Ontdooien
Het apparaat ontdooit tijdens normaal bedrijf automatisch.
Toepassing:
- Als de binnenruimte sterk bevroren raakt, kan de automatische ontdooifunctie handmatig worden gestart.
Automatisch ontdooien handmatig starten
Fig. 169
* afhankelijk van model en uitvoering 35
Pagina 36
Bediening
| Fig. 170 ► Voer stappen volgens de afbeelding uit. ▷ Automatisch ontdooien is gestart. Na een voltooide ontdooiing schakelt het apparaat automatisch weer in normaal bedrijf. | ||
| Weergave | Beschrijving | |
| Def 3 | Met software‐ Het temperatuurdisplay wordt versie PW SW niet bijgewerkt. Deze toont de lager dan laatste temperatuur voor het TOD 8-800: starten van het automatische ontdooiproces. | |
| Met software‐ Het temperatuurdisplay wordt versie PW SW voortdurend bijgewerkt en geeft gelijk aan of de werkelijke temperatuur weer. hoger dan TOD 8-800: | ||
| Def 4 | Met software‐ Het temperatuurdisplay wordt versie PW SW niet bijgewerkt. Deze toont de lager dan laatste temperatuur voor het TOD 8-800: starten van het automatische ontdooiproces. | |
| Aanwijzing Als na meerdere keren starten van de automatische ontdooiing nog steeds ijs in de binnenruimte aanwezig zijn, moet het apparaat handmatig worden ontdooid. (zie 9.2 Apparaat ontdooien) | ||
| Met software‐ Aanwijzing „automatisch ontdooiversie PW SW proces” wordt in de statusweer-gelijk aan of gave weergegeven. Het temperahoger dan tuurdisplay wordt niet bijgewerkt. TOD 8-800: Deze toont de laatste temperatuur voor het starten van het automatische ontdooiproces. | ||
| Handmatig gestarte ontdooiing annuleren Fig. 171 | ||
| Weergave van de aanwijzing „automatische ontdooiproces” in de statusweergave | ||
| Fig. 172 ► Voer stappen volgens de afbeelding uit. ▷ Handmatig gestarte ontdooiing is geannuleerd. Apparaat schakelt automatisch weer in normaal bedrijf. Ontdooi-info Met deze instelling wordt de weergave tijdens een automatische ontdooiproces aangepast. | Hier ziet u de op uw apparaat geïnstalleerde softwareversie PW SW: (zie 7.2.22 Software ) Fig. 173 Fig. 174 ► Voer stappen volgens de afbeelding uit. | |
| Weer‐ Beschrijving gave | ||
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 36)
▷ De gewenste weergavevariant is geselecteerd.
7.2.24 Downloaden van gegevens (gegevens‐
| Def 1 | Het temperatuurdisplay wordt niet bijgewerkt. Deze toont de laatste temperatuur voor het starten van het automatische ontdooiproces. |
| Def 2 | Symbool „automatisch ontdooiproces” wordt in de statusweergave weergegeven. Het temperatuurdisplay wordt voortdurend bijgewerkt en geeft de werkelijke temperatuur weer. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 36)
back-up)
Met deze functie kunt u een gegevensback-up van uw apparaat naar een USB-stick. Het apparaat registreert automatisch het hele temperatuurproces van verschillende sensoren, evenals alarm- en onderhoudsmeldingen. De registratie begint automatisch nadat het apparaat is ingeschakeld. Het apparaat registreert elke minuut gegevens van de afgelopen 5 jaar.
36 * afhankelijk van model en uitvoering