naslaan.comZoekenAlle merken

Liebherr HMFvh 4001, tekst van de handleiding

Pagina's 18–36 van 62 · inhoud en begin van de handleiding · pdf

← pagina's 2–17verder op pagina 37 →

Pagina 18

Werking van het Touch & Swipe-display

LET OP
Gevaar voor beschadiging door verkeerd aansluiten! Beschadigingen van het apparaat.
► Sluit het apparaat niet aan op stand-alone-omvormers zoals zonne-energiesystemen en benzinegenerators.
LET OP
Materiële schade door puntige of scherpe voorwerpen! Als u puntige of scherpe voorwerpen gebruikt bij het verwijderen van verpakkingsmateriaal, kunt u het apparaat beschadigen.
► Gebruik geen puntige of scherpe voorwerpen om verpakkingsmateriaal te verwijderen.
► Beschermfolie uit de binnenruimte verwijderen: Folie vlak langs het onderdeel wegtrekken, om de hechting van de folie te beperken.
► Apparaat reinigen. (zie 9.3 Apparaat reinigen)
► Indien nodig: Apparaat desinfecteren.
► Type (model, nummer), apparaataanduiding, appa‐
raat-/serienummer, aanschafdatum en dealeradres noteren.
3.14 Apparaat op de stroomvoorziening aansluiten
► Netsnoer van de netaansluiting op de stroomvoorziening aansluiten. Let op een goede bevestiging van de contactdoos.
▷ Standby-symbool verschijnt op het display.
▷ Indien binnen 60 seconden geen actie volgt: Stand-by symbool vervaagt of verdwijnt.
▷ Apparaat is aangesloten. Eerste inbedrijfstelling zie volgende hoofdstuk of gebruiksaanwijzing.
WAARSCHUWING
Gevaar voor elektrische schokken en letsel door beschadigd apparaat of beschadigd netsnoer!
Levensgevaar en snijwonden. Als het apparaat of netsnoer tijdens het transport beschadigd zijn geraakt, kunt u een dodelijke elektrische schok krijgen. Bovendien kunt u zich snijden aan beschadigde onderdelen van de behuizing van het apparaat.
► Controleer apparaat en netsnoer na het transport op beschadiging.
► Neem het apparaat in geen geval in gebruik, als het apparaat of netsnoer beschadigd zijn.
► Neem contact op met de klantenservice.
U sluit uw apparaat met de apart meegeleverde voedingskabel aan op het lichtnet. De voedingskabel heeft aan één uiteinde een contrastekker voor de aansluiting op de koelkast en aan het andere uiteinde een stekker voor de netvoeding.
Ervoor zorgen dat aan de volgende voorwaarden is voldaan: - Apparaat en voedingskabel zijn onbeschadigd.
- Apparaat is volgens de voorschriften opgesteld.
(zie 3.10 Apparaat opstellen) - Vereisten aan de elektrische aansluiting zijn aangehouden.
- Maten voor de voorschriftmatige aansluiting zijn bekend en aangehouden.
- Netspanning en spanningsfrequentie komen overeen met de gegevens op het typeplaatje.
- Contactdoos is overeenkomstig de voorschriften geaard en elektrisch gezekerd.
- Uitschakelstroom van de zekering ligt tussen 10 A en 16 A.
3.15 Afvalverwerking van de verpakking
WAARSCHUWING
Gevaar voor verstikking door verpakkingsmateriaal en folie!
► Kinderen niet met het verpakkingsmateriaal laten spelen. De verpakking bestaat uit recyclebaar materiaal:
- Golfkarton/karton - Onderdelen uit geschuimd polystyreen - Folies en zakken uit polyetheen - Spanbanden uit polypropeen - Vastgespijkerd houten raam afgewerkt met polyethyleen*
► Breng het verpakkingsmateriaal naar een officieel inzamelpunt.
4 Werking van het Touch & Swipedisplay
U bedient uw apparaat met het Touch & Swipe-display. Met het Touch & Swipe-display (verder display genoemd) selecteert u de functies van het apparaat door te tikken of te vegen. Als u gedurende 10 seconden geen actie op het display uitvoert, gaat het display terug naar het bovenliggende menu of rechtstreeks naar de statusweergave.
4.1 Navigatie en verklaring van symbolen

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 18)

- Contactdoos is eenvoudig toegankelijk en bevindt zich niet achter het apparaat. In de afbeeldingen worden verschillende symbolen voor navigatie op het display gebruikt. Deze symbolen worden LET OP in de volgende tabel beschreven.

Gevaar voor beschadiging door onjuist gebruik!

Beschadiging van de elektrische componenten van het Symbool Beschrijving apparaat. Display kort aanraken:

Functie activeren/deactiveren.

Keuze bevestigen.

Submenu openen.

WAARSCHUWING

Brandgevaar door verkeerd aansluiten! Brandwonden.

Beschadigingen van het apparaat.

18 * afhankelijk van model en uitvoering

Pagina 19

Werking van het Touch & Swipe-display

SymboolBeschrijvingMenuBeschrijving
Display een bepaalde tijd (bijv. 3 seconden) aanraken: Functie of waarde activeren/deacti-veren.HoofdmenuWanneer u het apparaat inschakelt, bevindt u zich automatisch in het hoofdmenu.
Vanaf hier navigeert u naar de belangrijkste functies van het apparaat, het instellingenmenu en het uitgebreide menu.
Naar rechts of links vegen: In het menu navigeren.
Het instellingenmenu bevat de overige apparaatfuncties voor het instellen van uw apparaat.
Terugsymbool kort aanraken:
Eén menuniveau terugspringen.Instellingenmenu
Uitgebreid menuHet uitgebreide menu bevat speciale apparaatfuncties voor het instellen van uw apparaat. De toegang tot het uitgebreide menu wordt beveiligd met de cijfercode 1 5 1.
Terugsymbool 3 seconden aanraken: Terugspringen naar de statusweergave.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 19)

4.2.1 Instellingenmenu openen

Terugsymbool linksboven kort
aanraken:
Eén menuniveau terugspringen.
Pijl met klok:
Het duurt meer dan 10 seconden voordat de volgende weergave op het display verschijnt.
Pijl met tijdweergave:
Het duurt de aangegeven tijd voordat de volgende weergave op het display verschijnt.
Symbool "Instellingenmenu" openen: Naar het instellingsmenu navigeren en het instellingsmenu openen.
Indien vereist: In het instellingsmenu naar de gewenste functie navigeren. (zie 4.2.1 Instellingenmenu openen)
Symbool "Uitgebreid menu" openen: Naar het uitgebreide menu navigeren en het uitgebreide menu openen. Indien vereist: In het uitgebreide menu naar de gewenste functie navigeren. (zie 4.2.2 Geavanceerd menu openen)
Geen actie gedurende 10 secondenAls u gedurende 10 seconden geen actie op het display uitvoert, gaat het display terug naar het bovenliggende menu of rechtstreeks naar de statusweergave.
Deur openen en sluiten.Als u de deur opent en direct weer sluit, springt het display direct terug naar de statusweergave.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 19)

Fig. 55 Voorbeeld

4.2.2 Geavanceerd menu openen

Fig. 56 Toegang met cijfercode 151

Engelse begrippen weergegeven. ► Indien vereist: Naar de gewenste functie navigeren.

4.2 Menu's

De functies van het apparaat zijn over verschillende menu's verdeeld:

4.3 Slaapstand

Als u het display 1 minuut niet aanraakt, schakelt het display over naar de slaapstand. In de slaapstand is de helderheid van het display gedimd.

* afhankelijk van model en uitvoering 19

Pagina 20

In gebruik nemen

4.3.1 Slaapstand beëindigen

5 In gebruik nemen

5.1 Apparaat inschakelen (eerste inbedrijfstelling)

Zorg ervoor dat aan de volgende voorwaarden is voldaan:

- Apparaat is opgesteld en aangesloten.

- Alle plakstroken, plak- en beschermfolies en de transportbeveiligingen in en aan het apparaat zijn verwijderd.

Fig. 57 Voorbeeld

▷ Display geeft het Standby-symbool weer.

Als het apparaat met fabrieksinstelling wordt geleverd, moet bij inbedrijfstelling eerst de beeldschermtaal en de datum/tijd ingesteld worden.

Fig. 60

Fig. 61 Statusindicatie ▷ Het apparaat koelt tot de in de fabriek ingestelde doeltemperatuur.

Aanwijzing

Een ontbrekende sensorkalibratie leidt tot onjuiste meetwaarden en brengt een probleemloos gebruik van het apparaat in gevaar.

6 Opslag

Fig. 58

Fig. 59

6.1 Instructies voor opslag

1

Fig. 63

1

Fig. 62 Voorbeeld

Bij het bewaren in acht nemen:

❑Als draagplateaus Fig. 62 (1) verstelbaar zijn, kunnen deze in de hoogte worden aangepast.

❑Maximale belading in acht nemen. (zie 10.1 Technische gegevens) ❑Apparaat pas beladen, zodra de opslagtemperatuur werd bereikt (inachtneming van koelketen).

❑Ventilatiesleuf Fig. 63 (2) van de ventilator in de binnenruimte vrijhouden.

❑Gekoelde goederen mogen de achterwand niet raken.

20 * afhankelijk van model en uitvoering

Pagina 21

Bediening

❑Koelproduct steekt niet uit over het draagplateau. ❑Vloeistoffen in gesloten houders bewaren.
❑Koelgoed met tussenafstand bewaren zodat de lucht goed kan circuleren.
❑Gekoelde goederen mogen de stapelmarkering niet overschrijden.
Dit is belangrijk voor een goede luchtcirculatie en een gelijkmatige temperatuurverdeling in de binnenruimte.
SymboolApparaattoestand
Stand-bysymbool
Apparaat is uitgeschakeld.
Stand-bysymbool (knippert)
Apparaat beweegt omhoog.
7 Bediening 7.1 Bedienings- en weergave-elementen
Het display geeft een snel overzicht van de huidige status van het apparaat, de temperatuurinstelling, de status van functies en instellingen, evenals alarm- en foutmeldingen. De bediening gebeurt direct op het Touch & Swipe-display for vegen en aantikken.
Er kunnen functies worden geactiveerd of gedeactiveerd en instellingswaarden worden gewijzigd.
Temperatuur (knippert)
Doeltemperatuur nog niet bereikt. Apparaat koelt af tot de ingestelde temperatuur.
Statusindicatie (witte rand)
Apparaat is vergrendeld.
D op het display
Apparaat staat in demomodus.
Fig. 64 Touch & Swipe-display
(1) Statusindicatie
7.1.1 Statusindicatie
Onderhoudsindicator (geel)
Het ingestelde tijdsinterval is verstreken.
Vol datageheugen (geel)
Het datageheugen (999 uur) is vol. De oudste gegevens worden nu overschreven.
Vol alarmgeheugen (geel)
Het alarmgeheugen is vol. Verwijder individuele alarmen of het hele geheugen.
Handmatige deuropening (geel)
De vergrendelde deur is handmatig geopend.
Fig. 65 Statusindicatie
(1) Werkelijke temperatuur (3) Status Ontdooiproces
Foutsymbool (rood)
Het apparaat bevindt zich in de foutstatus.
Achtergrond (blauw)
Actieve instelling of actieve functie

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 21)

Balk (oplopend)

te activeren. Deze toont in het midden de temperatuur en in het onderste deel drie symbolen. De statusindicatie kan verder verschil‐ Balk (dalend) lende weergavesymbolen weergeven. 3 seconden lang Vanuit de statusindicatie gebeurt de navigatie naar de func‐ indrukken om de instelties en instellingen. ling te deactiveren. Symbolen van de statusindicatie

7.1.2 Weergavesymbolen

De extra symbolen aan de onderste rand van de statusin-De weergavesymbolen geven informatie over de actuele dicatie maken een snelle toegang tot alarminformatie en toestand van het apparaat. details over de apparaattoestand mogelijk.

* afhankelijk van model en uitvoering 21

Pagina 22

Bediening

Voordat u de functies van het apparaat wijzigt, activeert of deactiveert, controleert u of aan de volgende voorwaarden is voldaan:
❑U hebt de beschrijvingen over de werking van het display gelezen en begrepen. (zie 4 Werking van het Touch & Swipe-display) ❑U hebt kennisgemaakt met de bedienings- en weergave-elementen van uw apparaat. (zie 7.1 Bedienings- en weergave-elementen)
SymboolApparaattoestand
Alarmsymbool (grijs)
Alarmarchief is leeg.
Alarmarchief opent door kort tikken.
Alarmsymbool (wit)
Er bevinden zich bevestigde alarmen in het alarmarchief.
Alarmarchief opent door kort tikken.
Alarmsymbool (rood)
Er bevinden zich nog niet bevestigde alarmen in het alarmarchief.
Alarmarchief opent door kort tikken.
Alarmsymbool (rood, knippert)
Er bevindt zich een actief alarm in het archief.
Alarmarchief opent door kort tikken.
Ontdooisymbool (grijs)
Geen ontdooiprocedure actief.
7.2.2 Apparaat in- en uitschakelen
Met deze functie kan het gehele apparaat worden in- en uitgeschakeld.
Apparaat inschakelen
Zonder geactiveerde demomodus:

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 22)

Ontdooisymbool (wit, knippert)

Ontdooiproces is actief.

Kort aanraken opent de apparaatfunctie Ontdooiing. (zie 7.2.23 Ontdooien )

Ontdooisymbool (wit)

Automatisch ontdooiproces is actief. Functie kan niet worden geannuleerd.

Deursymbool (wit, gesloten)

De deurvergrendeling is actief.

De code-invoer voor het openen van de deur opent door kort tikken. (zie 7.2.6 Deurvergrendeling )

Deursymbool (wit, geopend)

De deurvergrendeling is inactief. De code-invoer voor het vergrendelen van de deur opent door kort tikken. (zie 7.2.6 Deurvergrendeling ) Extra symbolen van de statusindicatie

7.1.3 Akoestische signalen

In de volgende gevallen klinkt een signaal:

- Als een functie of waarde wordt bevestigd.

- Als een functie of een waarde ofwel niet geactiveerd ofwel niet gedeactiveerd kan worden.

- Zodra een fout optreedt.

- Bij een alarmmelding.

De alarmtonen kunnen in het klantmenu worden in- en uitgeschakeld.

Fig. 66

Met geactiveerde demomodus:

Fig. 67

Aanwijzing

Demomodus voor afloop van de countdown deactiveren.

Fig. 68 Statusindicatie ▷ De temperatuurweergave verschijnt op het display.

Apparaat uitschakelen

Fig. 69

7.2 Apparaatfuncties

7.2.1 Opmerkingen over de functies van het apparaat

De apparaatfuncties zijn af fabriek zo ingesteld dat uw apparaat volledig functioneel is.

Fig. 70

▷ Display schakelt na ongeveer 10 minuten uit.

22 * afhankelijk van model en uitvoering

Pagina 23

7.2.3 Temperatuur

De temperatuur in de binnenruimte van het apparaat is ingesteld op de volgens DIN 13277 vereiste temperatuur van 5 °C (+/-3 K) en kan niet gewijzigd worden.

Aanwijzing

De temperatuur is afhankelijk van de volgende factoren:

- hoe vaak de deur wordt geopend - hoe lang de deur geopend blijft - ruimtetemperatuur van de plaats van opstelling - type, temperatuur en hoeveelheid van het koelgoed

Aanwijzing

In sommige delen van de binnenruimte kan de luchttemperatuur van de weergegeven temperatuur afwijken.

Met de correcte temperatuur blijft het koelgoed langer houdbaar. Overbodig wegwerpen kan zo worden vermeden.

7.2.4 Temperatuurregistratie

Het apparaat geeft met deze functie de minimum- en maximumtemperatuur in het apparaat aan. De registratie start automatisch na het inschakelen van het apparaat met een interval van één minuut. Na 999 uur (ca. 40 dagen) wordt erop gewezen dat het geheugen vol is. De temperatuurregistratie moet dan gereset worden.

Aanwijzing

Onafhankelijk van deze functie worden ook de volledige temperatuurgeschiedenis en de alarm- en servicemeldingen geregistreerd. Deze gegevens kunnen worden geëxporteerd en op een USB-opslagmedium worden opgeslagen. (zie 7.2.24 Downloaden van gegevens (gegevensback-up) )

Als er een extra productsensor op het apparaat aanwezig is, is het mogelijk deze te selecteren voor de weergave van de minimum- en maximumtemperatuur. (zie 7.2.25 Sensorkalibratie )

Aanwijzing

De temperatuurregistratie moet bij de inbedrijfstelling van het apparaat na het bereiken van de ingestelde temperatuur eenmaal gereset worden. (zie Temperatuurregistratie resetten) Hierdoor wordt de relevante maximumtemperatuur aangegeven.

Temperatuurregistratie tonen

De temperatuurregistratie toont de duur van de meting en de gedurende die tijd gemeten minimum- en maximumtemperatuur.

Bediening

▷ Statusscherm met de temperatuurregistraties wordt weergegeven.

Temperatuurregistratie resetten

De weergegeven minimum- en maximumtemperaturen kunnen op elk moment gereset worden. Hiermee worden de weergegeven waarden gewist en het meetinterval opnieuw gestart.

Fig. 73

Fig. 74

7.2.5 Verlichting

Het apparaat is van een binnenverlichting voorzien.

U kunt de binnenverlichting continu inschakelen. (zie Verlichting inschakelen*) *

Als u de deur van het apparaat opent, schakelt u de interne verlichting in.

U kunt deze functie ook deactiveren. (zie Verlichting bij deuropening uitschakelen)

Verlichting inschakelen*

Fig. 75

Fig. 76

Verlichting uitschakelen*

Fig. 71

Fig. 72

* afhankelijk van model en uitvoering 23

Pagina 24

Bediening

Fig. 77

Fig. 78

Verlichting bij deuropening uitschakelen

Fig. 79

Fig. 80

Verlichting bij deuropening inschakelen

Fig. 81

Fig. 82

7.2.6 Deurvergrendeling

Het apparaat heeft een elektronische deurvergrendeling. Bij eerste inbedrijfstelling is de deur ontgrendeld en kunt u deze openen.

Met deze functie kan het apparaat tegen ongewenst leeghalen worden beveiligd.

Hiervoor heeft u de volgende instelmogelijkheden:

Deur met deurcode vergrendelen

Aanwijzing

Fig. 83 Statusweergave

Uitgaande van de statusweergave start de invoer van de deurcode door op het open slotje te tikken.

Fig. 84 Deur met deurcode 1 1 1 1 vergrendelen.

Fig. 85 Statusweergave met witte rand ▷ De deur is vergrendeld.

Deur met deurcode ontgrendelen

Aanwijzing

Fig. 86 Statusweergave met witte rand

Fig. 87 Deur met deurcode 1 1 1 1 ontgrendelen.

24 * afhankelijk van model en uitvoering

Pagina 25

Bediening

Fig. 88 Statusweergave ▷ De statusweergave met geopend slotje verschijnt. ▷ De deur is ontgrendeld.

Automatische vergrendeling activeren

Fig. 89

Fig. 90

▷ Automatische vergrendeling is geactiveerd.

▷ Nu kan de tijdsvertraging (zie Tijdsvertraging van de automatische vergrendeling instellen) worden ingesteld.

Aanwijzing

U kunt de deur verder met de afstandsbediening (zie 7.2.10 Afstandsbediening ) of via de invoer van de deurcode vergrendelen en ontgrendelen.

Automatische vergrendeling deactiveren

Fig. 91

Fig. 92

Tijdsvertraging van de automatische vergrendeling instellen

Met deze functie wordt de vertraging van de automatische deurvergrendeling na het openen van de deur ingesteld.

Zorg ervoor dat aan de volgende vereisten is voldaan:

❑Het automatische vergrendelen van de deur (zie Automatische vergrendeling activeren) is geactiveerd.

Fig. 93

Fig. 94 De volgende waarden kunnen worden ingesteld: 5, 15, 60, 90, 120, 180 en 240 seconden

▷ Tijdsvertraging is ingesteld.

Deurcode wijzigen

(zie 7.2.9 Toegangscodes)

Deurcode resetten

(zie 7.2.9 Toegangscodes)

Afstandsbediening koppelen

(zie 7.2.10 Afstandsbediening )

7.2.7 SmartLock

Om te voorkomen dat koelgoed uit het apparaat wordt verwijderd, vergrendelt deze functie de deur automatisch nadat het temperatuuralarm is afgegaan. (zie 7.2.26 Temperatuuralarm ) De tijd voor de vergrendelvertraging kan worden ingesteld. De deur kan dan alleen met de Smart-Lock-pincode worden geopend.

Toepassing:

- SmartLock activeren.

- SmartLock deactiveren.

- Instellen van de vergrendelvertraging.

- Deurslot ontgrendelen met SmartLock-pincode. - SmartLock-pincode wijzigen. (zie 7.2.9 Toegangscodes) - SmartLock-pincode resetten. (zie 7.2.9 Toegangscodes)

SmartLock activeren

Aanwijzing

Fig. 95

* afhankelijk van model en uitvoering 25

Pagina 26

Bediening

Fig. 96

▷ SmartLock is geactiveerd.

▷ Nu kan het interval voor de vergrendelvertraging worden gekozen. (zie Vergrendelvertraging instellen)

SmartLock deactiveren

Aanwijzing

Fig. 97

Fig. 98

Vergrendelvertraging instellen

Zorg ervoor dat aan de volgende vereisten is voldaan: ❑SmartLock moet geactiveerd zijn. (zie SmartLock activeren)

Fig. 99

Fig. 100 De volgende waarden kunnen worden ingesteld: Off (geen wachttijd) tot 60 minuten; in stappen van 1 minuut

▷ Tijd voor vergrendelvertraging is ingesteld.

Deurslot ontgrendelen met SmartLock-pincode

Na het afgaan van het temperatuuralarm (zie 7.2.26 Temperatuuralarm ) is de deur door de SmartLock-functie automatisch vergrendeld.

Deze kan alleen nog met de SmartLock-pincode worden geopend.

Aanwijzing

Uitgaande van de statusweergave start de invoer van de SmartLock-pincode. Informatie over de SmartLock-functie en de temperatuurregistratie van het temperatuuralarm wordt weergegeven.

Fig. 101

Fig. 102 Statusweergave ▷ De temperatuurweergave verschijnt op het display.

Wijzigen van de SmartLock-pincode

(zie 7.2.9 Toegangscodes)

Resetten van de SmartLock-pincode

(zie 7.2.9 Toegangscodes)

26 * afhankelijk van model en uitvoering

Pagina 27

Bediening

7.2.8 Toegangsbeveiliging instellingenmenu

Met deze functie kan de toegang tot het instellingenmenu beveiligd worden met een viercijferige pincode.

Toepassing:

- Onbedoeld wijzigen van instellingen en functies vermijden.

- Onbedoeld uitschakelen van het apparaat vermijden. - Onbedoelde temperatuurinstelling vermijden.

Aanwijzing

Toegangsbeveiliging van het instellingenmenu activeren

Fig. 103

Fig. 106

▷ Toegangsbeveiliging van het instellingenmenu is gedeactiveerd.

Beveiligd instellingenmenu openen

Bij een actieve toegangsbeveiliging van het menu Instellingen is de invoer van de PIN-code vereist, om het menu Instellingen te openen. Zodra u het menu Instellingen hebt verlaten, activeert u de toegangsbeveiliging automatisch.

Fig. 104

▷ Toegangsbeveiliging van het instellingenmenu is geactiveerd.

Pincode voor de toegangsbeveiliging van het instellingenmenu wijzigen

(zie 7.2.9 Toegangscodes)

Toegangsbeveiliging van het instellingenmenu deactiveren

Fig. 105

Fig. 107

7.2.9 Toegangscodes

Er zijn toegangscodes voor sommige functies. U kunt de volgende functies alleen gebruiken nadat u de bijbehorende toegangscode hebt ingevoerd:

- Deurvergrendeling - Menu instellingen - SmartLock

Deurcode

U kunt deze functie gebruiken om de deurcode voor de deurvergrendeling te wijzigen of opnieuw in te stellen.

Deurcode wijzigen

U kunt de deurcode in drie stappen wijzigen:

- Voer de oude deurcode in. - Voer de nieuwe deurcode in. - Bevestig de nieuwe deurcode.

* afhankelijk van model en uitvoering 27

Pagina 28

Bediening

Aanwijzing

In het volgende voorbeeld wijzigt u de in de fabriek ingestelde deurcode 1 1 1 1 in de nieuwe deurcode 2 3 4 5.

Fig. 108

Fig. 109

Fig. 110

Fig. 111

Deurcode resetten

Als u de deurcode niet meer weet, kunt u deze resetten.

(zie 7.2.33 Resetten naar fabrieksinstellingen ) ▷ Het apparaat wordt teruggezet naar de oorspronkelijke instellingen.

▷ De in de fabriek ingestelde deurcode is: 1 1 1 1

Toegangscode van het instellingenmenu

U kunt deze functie gebruiken om de toegangscode voor het instellingenmenu te wijzigen of te resetten.

De toegangscode voor het instellingenmenu wijzigen

U kunt de toegangscode in drie stappen wijzigen:

- Voer de oude toegangscode in. - Voer de nieuwe toegangscode in. - Bevestig de nieuwe toegangscode.

Aanwijzing

In het volgende voorbeeld wijzigt u de in de fabriek ingestelde toegangscode 1 1 1 1 in de nieuwe toegangscode 2 3 4 5.

Fig. 112

De toegangsbeveiliging van het instellingenmenu moet actief zijn. (zie 7.2.8 Toegangsbeveiliging instellingenmenu )

28 * afhankelijk van model en uitvoering

Pagina 29

Fig. 113

Fig. 114

Fig. 115

▷ De nieuwe toegangscode is bevestigd.

▷ De toegangscode voor het instellingenmenu is gewijzigd.

Bediening

De toegangscode voor het instellingenmenu resetten

Als u de toegangscode voor het instellingenmenu niet meer weet, kunt u deze resetten.

▷ Het apparaat wordt teruggezet naar de oorspronkelijke instellingen.

▷ De fabriekscode is: 1 1 1 1

SmartLock-code

U kunt deze functie gebruiken om de SmartLock-code te wijzigen of te resetten.

SmartLock-code wijzigen

U kunt de SmartLock-Code in drie stappen wijzigen:

- Voer de oude SmartLock-code in. - Voer de nieuwe SmartLock-code in. - Bevestig de nieuwe SmartLock-code.

Aanwijzing

In het volgende voorbeeld wijzigt u de in de fabriek ingestelde SmartLock-code 1 1 1 1 in de nieuwe SmartLockcode 2 3 4 5.

Fig. 116

SmartLock moet actief zijn. (zie 7.2.7 SmartLock )

Fig. 117

* afhankelijk van model en uitvoering 29

Pagina 30

Bediening

Fig. 118

▷ De nieuwe SmartLock-code is succesvol ingevoerd.

Fig. 119

▷ Bevestiging van de nieuwe SmartLock-code is succesvol. ▷ De SmartLock-code is gewijzigd.

SmartLock-code resetten

Als u de SmartLock-code niet meer weet, kunt u deze opnieuw instellen.

(zie 7.2.33 Resetten naar fabrieksinstellingen ) ▷ Het apparaat wordt teruggezet naar de oorspronkelijke instellingen.

▷ De in de fabriek ingestelde SmartLock-code is als volgt: 1 1 1 1

7.2.10 Afstandsbediening

Op de afstandsbediening is bij levering een fabriekspincode opgeslagen die elk apparaat met ongewijzigde fabrieksinstellingen (zie 7.2.33 Resetten naar fabrieksinstellingen ) opent. Zo kunnen meerdere apparaten met slechts een afstandsbediening worden geopend en gesloten. Door het koppelen wordt een apparaatspecifieke pincode gemaakt die alleen het aangemelde apparaat kan openen of sluiten. Een fabrieksreset herstelt de oorspronkelijke functionaliteit weer.

Aanwijzing

Het bereik van de afstandsbediening is ongeveer 15 m.

Toepassing:

- Afstandsbediening koppelen. - Afstandsbediening scheiden.

Afstandsbediening koppelen

Fig. 120

Fig. 121

Afstandsbediening scheiden

Fig. 122

Fig. 123

▷ De afstandsbediening is van het apparaat gescheiden.

7.2.11 Herinnering onderhoudsinterval

Instelling van de periode tot aan het onderhoud wordt herinnerd.

30 * afhankelijk van model en uitvoering

Pagina 31

De volgende waarden kunnen worden ingesteld:

Herinnering onderhoudsinterval instellen

De volgende stappen beschrijven hoe de periode tot het volgende onderhoud ingesteld wordt.

Fig. 124

Fig. 125

▷ De periode tot aan het volgende onderhoud wordt herinnerd is ingesteld.

▷ De resterende tijd wordt weergegeven.

7.2.12 Taal

Met deze instelling wordt de taal van de weergave ingesteld.

Taal instellen

Fig. 126

Fig. 127

Bediening

7.2.13 Datum en tijd

Met deze instelling kan de datum en tijd worden ingesteld.

Datum en tijd instellen

Fig. 128

Fig. 129

Fig. 130

Fig. 131

* afhankelijk van model en uitvoering 31

Pagina 32

Bediening

7.2.14 Temperatuureenheid

Met deze functie stelt u de temperatuureenheid in. U kunt als temperatuureenheid graden Celsius en graden Fahrenheit instellen.

Temperatuureenheid instellen

Fig. 132

Fig. 134 Voorbeeldweergave: Tussen Celsius en graden Fahrenheit schakelen.

▷ Temperatuureenheid is ingesteld.

7.2.15 Display-helderheid

Met deze functie stelt u de helderheid van het display trapsgewijs in.

U kunt de volgende helderheidsniveaus instellen: - 40% - 60% - 80% - 100 % (voorinstelling)

Helderheid instellen

Fig. 135

Fig. 136 Voorbeeldweergave: Van 80 % naar 60 % schakelen.

▷ Helderheid is ingesteld.

7.2.16 Alarmtoon

Met deze functie kunnen alle alarmtonen, bijvoorbeeld deuralarm, worden in- en uitgeschakeld.

Alarmtoon activeren

Fig. 137

Fig. 138

Alarmtoon deactiveren

Fig. 139

Fig. 140

7.2.17 Toetstoon

Met deze functie kunnen alle toetstonen, bevestigingstonen en de opstarttoon in- en uitgeschakeld worden.

Toetstoon activeren

Fig. 141

Fig. 142

Toetstoon deactiveren

Fig. 143

32 * afhankelijk van model en uitvoering

Pagina 33

Bediening

Fig. 144

7.2.18 WLAN-verbinding

Aanwijzing

Liebherr SmartMonitoring Dashboard is niet in alle landen beschikbaar. Controleer de beschikbaarheid via de QR-code door uw model in te voeren.

Aanwijzing

Het gebruik van het Liebherr SmartMonitoring Dashboard onder https://smartmonitoring.liebherr.com vereist een geïnstalleerde SmartModule en een zakelijke MyLiebherraccount. U kunt zich tijdens de online-inbedrijfstelling direct met uw beschikbare aanmeldgegevens aanmelden of zich opnieuw registeren en een bedrijfsaccount aanmaken.

Deze instelling brengt een snoerloze verbinding tussen apparaat en internet tot stand. De verbinding wordt via de SmartModule gestuurd. Het apparaat kan via het Liebherr SmartMonitoring Dashboard in een browser worden geïntegreerd en met geavanceerde opties en individuele mogelijkheden voor besturing, beheer en bewaking worden gebruikt.

Fig. 147

Aanwijzing

De toegangsbeveiliging van het instellingenmenu is geactiveerd. (zie 7.2.8 Toegangsbeveiliging instellingenmenu )

Fig. 148

Fig. 149

Fig. 145

Ervoor zorgen dat aan de volgende voorwaarden is voldaan:

❑SmartModule Fig. 145 (1) is geplaatst.

Verbinding maken

De inbedrijfstelling en inrichting van uw SmartModule doet u online via het Liebherr SmartMonitoring Dashboard op uw internetcompatibele eindapparaat.

Fig. 146

Op het koel- of vriesapparaat:

Fig. 150

▷ Verbinding wordt gemaakt: WiFi connecting wordt weergegeven. Het symbool knippert.

▷ Verbinding is gemaakt.

Verbinding verbreken

Fig. 151

Aanwijzing

De toegangsbeveiliging van het instellingenmenu is geactiveerd. (zie 7.2.8 Toegangsbeveiliging instellingenmenu )

Fig. 152

* afhankelijk van model en uitvoering 33

Pagina 34

Bediening

Fig. 153
► Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Verbinding is verbroken.
Verbinding resetten
Fig. 154
Aanwijzing
Het gebruik van het Liebherr SmartMonitoring Dashboard onder https://smartmonitoring.liebherr.com vereist een geïnstalleerde SmartModule en een zakelijke MyLiebherraccount. U kunt zich tijdens de online-inbedrijfstelling direct met uw beschikbare aanmeldgegevens aanmelden of zich opnieuw registeren en een bedrijfsaccount aanmaken.
Deze instelling zorgt voor een kabelgebonden verbinding tussen het apparaat en het internet tot stand. De verbinding wordt via de SmartModule gestuurd. Het apparaat kan via het Liebherr SmartMonitoring Dashboard in een browser worden geïntegreerd en met geavanceerde opties en individuele mogelijkheden voor besturing, beheer en bewaking worden gebruikt.
Aanwijzing
De toegangsbeveiliging van het instellingenmenu is geactiveerd. (zie 7.2.8 Toegangsbeveiliging instellingenmenu )
► De gekozen pincode invoeren. Het instellingenmenu verschijnt.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 34)

Fig. 157

Ervoor zorgen dat aan de volgende voorwaarden is voldaan:

❑SmartModule Fig. 157 (1) is geplaatst. ❑Een netwerkkabel is aangesloten. ❑Netwerk is met internet verbonden.

Fig. 155

Verbinding maken

De inbedrijfstelling en inrichting van uw SmartModule doet u online via het Liebherr SmartMonitoring Dashboard op uw internetcompatibele eindapparaat.

Fig. 158

Op het koel- of vriesapparaat:

Fig. 156

▷ De WiFi-instellingen zijn teruggezet op de toestand van levering.

7.2.19 LAN-verbinding

Aanwijzing

Liebherr SmartMonitoring Dashboard is niet in alle landen beschikbaar. Controleer de beschikbaarheid via de QR-code door uw model in te voeren.

Fig. 159

Aanwijzing

De toegangsbeveiliging van het instellingenmenu is geactiveerd. (zie 7.2.8 Toegangsbeveiliging instellingenmenu )

34 * afhankelijk van model en uitvoering

Pagina 35

Bediening

Fig. 160

▷ Verbinding wordt gemaakt: LAN connecting wordt weergegeven. Het symbool knippert.

▷ Verbinding is gemaakt.

Verbinding verbreken

Fig. 161

Aanwijzing

De toegangsbeveiliging van het instellingenmenu is geactiveerd. (zie 7.2.8 Toegangsbeveiliging instellingenmenu )

Fig. 162

7.2.20 Apparaatinformatie

Met deze functie geeft u de modelnaam, de index, het serienummer en het servicenummer van het apparaat weer. U heeft de apparaatinformatie nodig, als u contact opneemt met de klantenservice. (zie 10.4 Klantenservice)

Met deze functie opent u bovendien het menu Geavanceerd. (zie 4 Werking van het Touch & Swipe-display)

Apparaatinformatie weergeven

Fig. 163

Fig. 164

7.2.21 Bedrijfsuren

Deze weergave toont de bedrijfsuren van het apparaat.

Bedrijfsuren weergeven

Fig. 165

Fig. 166 ▷ De bedrijfsuren verschijnen.

7.2.22 Software

Met deze functie stelt u de softwareversie van uw apparaat in.

Softwareversie weergeven

Fig. 167

Fig. 168

7.2.23 Ontdooien

Het apparaat ontdooit tijdens normaal bedrijf automatisch.

Toepassing:

- Als de binnenruimte sterk bevroren raakt, kan de automatische ontdooifunctie handmatig worden gestart.

Automatisch ontdooien handmatig starten

Fig. 169

* afhankelijk van model en uitvoering 35

Pagina 36

Bediening

Fig. 170
► Voer stappen volgens de afbeelding uit.
▷ Automatisch ontdooien is gestart. Na een voltooide ontdooiing schakelt het apparaat automatisch weer in normaal bedrijf.
WeergaveBeschrijving
Def 3Met software‐ Het temperatuurdisplay wordt versie PW SW niet bijgewerkt. Deze toont de lager dan laatste temperatuur voor het TOD 8-800: starten van het automatische ontdooiproces.
Met software‐ Het temperatuurdisplay wordt versie PW SW voortdurend bijgewerkt en geeft gelijk aan of de werkelijke temperatuur weer. hoger dan TOD 8-800:
Def 4Met software‐ Het temperatuurdisplay wordt versie PW SW niet bijgewerkt. Deze toont de lager dan laatste temperatuur voor het TOD 8-800: starten van het automatische ontdooiproces.
Aanwijzing
Als na meerdere keren starten van de automatische ontdooiing nog steeds ijs in de binnenruimte aanwezig zijn, moet het apparaat handmatig worden ontdooid. (zie 9.2 Apparaat ontdooien)
Met software‐ Aanwijzing „automatisch ontdooiversie PW SW proces” wordt in de statusweer-gelijk aan of gave weergegeven. Het temperahoger dan tuurdisplay wordt niet bijgewerkt. TOD 8-800: Deze toont de laatste temperatuur voor het starten van het automatische ontdooiproces.
Handmatig gestarte ontdooiing annuleren
Fig. 171
Weergave van de aanwijzing „automatische ontdooiproces” in de statusweergave
Fig. 172
► Voer stappen volgens de afbeelding uit.
▷ Handmatig gestarte ontdooiing is geannuleerd. Apparaat schakelt automatisch weer in normaal bedrijf.
Ontdooi-info
Met deze instelling wordt de weergave tijdens een automatische ontdooiproces aangepast.
Hier ziet u de op uw apparaat geïnstalleerde softwareversie PW SW: (zie 7.2.22 Software )
Fig. 173
Fig. 174
► Voer stappen volgens de afbeelding uit.
Weer‐ Beschrijving gave

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 36)

▷ De gewenste weergavevariant is geselecteerd.

7.2.24 Downloaden van gegevens (gegevens‐

Def 1Het temperatuurdisplay wordt niet bijgewerkt. Deze toont de laatste temperatuur voor het starten van het automatische ontdooiproces.
Def 2Symbool „automatisch ontdooiproces” wordt in de statusweergave weergegeven. Het temperatuurdisplay wordt voortdurend bijgewerkt en geeft de werkelijke temperatuur weer.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 36)

back-up)

Met deze functie kunt u een gegevensback-up van uw apparaat naar een USB-stick. Het apparaat registreert automatisch het hele temperatuurproces van verschillende sensoren, evenals alarm- en onderhoudsmeldingen. De registratie begint automatisch nadat het apparaat is ingeschakeld. Het apparaat registreert elke minuut gegevens van de afgelopen 5 jaar.

36 * afhankelijk van model en uitvoering

← pagina's 2–17verder op pagina 37 →Inhoud