naslaan.comZoekenAlle merken

Liebherr HMTvh 1501, tekst van de handleiding

Pagina's 19–38 van 62 · inhoud en begin van de handleiding · pdf

← pagina's 2–18verder op pagina 39 →

Pagina 19

Werking van het Touch & Swipe-display

SymboolBeschrijving
WAARSCHUWING
Brandgevaar door verkeerd aansluiten! Brandwonden.
Beschadigingen van het apparaat.
► Geen verlengkabel gebruiken.
► Geen verdeeldozen gebruiken.
Terugsymbool kort aanraken: Eén menuniveau terugspringen.
Terugsymbool 3 seconden aanraken: Terugspringen naar de statusweergave.
Terugsymbool linksboven kort aanraken:
Eén menuniveau terugspringen.
LET OP
Gevaar voor beschadiging door verkeerd aansluiten! Beschadigingen van het apparaat.
► Sluit het apparaat niet aan op stand-alone-omvormers zoals zonne-energiesystemen en benzinegenerators.
Pijl met klok:
Het duurt meer dan 10 seconden voordat de volgende weergave op het display verschijnt.
Pijl met tijdweergave:
Het duurt de aangegeven tijd voordat de volgende weergave op het display verschijnt.
► Netsnoer van de netaansluiting op de stroomvoorziening aansluiten. Let op een goede bevestiging van de contactdoos.
▷ Indien binnen 60 seconden geen actie volgt: Stand-by symbool vervaagt of verdwijnt.
▷ Apparaat is aangesloten. Eerste inbedrijfstelling zie volgende hoofdstuk of gebruiksaanwijzing.
4 Werking van het Touch & Swipedisplay
Symbool "Instellingenmenu" openen: Naar het instellingsmenu navigeren en het instellingsmenu openen.
Indien vereist: In het instellingsmenu naar de gewenste functie navigeren. (zie 4.2.1 Instellingenmenu openen)
U bedient uw apparaat met het Touch & Swipe-display. Met het Touch & Swipe-display (verder display genoemd) selecteert u de functies van het apparaat door te tikken of te vegen. Als u gedurende 10 seconden geen actie op het display uitvoert, gaat het display terug naar het bovenliggende menu of rechtstreeks naar de statusweergave.Symbool "Uitgebreid menu" openen: Naar het uitgebreide menu navigeren en het uitgebreide menu openen. Indien vereist: In het uitgebreide menu naar de gewenste functie navigeren. (zie 4.2.2 Geavanceerd menu openen)
4.1 Navigatie en verklaring van symbolen
In de afbeeldingen worden verschillende symbolen voor navigatie op het display gebruikt. Deze symbolen worden in de volgende tabel beschreven.
Symbool Beschrijving
Geen actie gedurende 10 seconden Deur openen en sluiten.Als u gedurende 10 seconden geen actie op het display uitvoert, gaat het display terug naar het bovenliggende menu of rechtstreeks naar de statusweergave.
Als u de deur opent en direct weer sluit, springt het display direct terug naar de statusweergave.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 19)

Display kort aanraken: Opmerking: Afbeeldingen van het display worden met Functie activeren/deactiveren. Engelse begrippen weergegeven.

Keuze bevestigen.

Submenu openen. 4.2 Menu's

Display een bepaalde tijd (bijv. 3 seconden) aanraken: Functie of waarde activeren/deacti-veren.

Naar rechts of links vegen: In het menu navigeren.

De functies van het apparaat zijn over verschillende menu's verdeeld:

MenuBeschrijving
HoofdmenuWanneer u het apparaat inschakelt, bevindt u zich automatisch in het hoofdmenu.
Vanaf hier navigeert u naar de belangrijkste functies van het apparaat, het instellingenmenu en het uitgebreide menu.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 19)

* afhankelijk van model en uitvoering 19

Pagina 20

In gebruik nemen

MenuBeschrijving
InstellingenmenuHet instellingenmenu bevat de overige apparaatfuncties voor het instellen van uw apparaat.
Uitgebreid menuHet uitgebreide menu bevat speciale apparaatfuncties voor het instellen van uw apparaat. De toegang tot het uitgebreide menu wordt beveiligd met de cijfercode 1 5 1.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 20)

4.2.1 Instellingenmenu openen

Fig. 55 Voorbeeld

▷ Instellingenmenu is geopend.

4.2.2 Geavanceerd menu openen

Fig. 56 Toegang met cijfercode 151

▷ Geavanceerd menu is geopend.

5 In gebruik nemen

5.1 Apparaat inschakelen (eerste inbedrijfstelling)

Zorg ervoor dat aan de volgende voorwaarden is voldaan:

- Apparaat is opgesteld en aangesloten.

- Alle plakstroken, plak- en beschermfolies en de transportbeveiligingen in en aan het apparaat zijn verwijderd.

Fig. 57 Voorbeeld

▷ Display geeft het Standby-symbool weer.

Als het apparaat met fabrieksinstelling wordt geleverd, moet bij inbedrijfstelling eerst de beeldschermtaal en de datum/tijd ingesteld worden.

Fig. 58

4.3 Slaapstand

Als u het display 1 minuut niet aanraakt, schakelt het display over naar de slaapstand. In de slaapstand is de helderheid van het display gedimd.

4.3.1 Slaapstand beëindigen

Fig. 59

20 * afhankelijk van model en uitvoering

Pagina 21

Opslag

❑Koelproduct steekt niet uit over het draagplateau. ❑Vloeistoffen in gesloten houders bewaren.

❑Koelgoed met tussenafstand bewaren zodat de lucht goed kan circuleren.

❑Gekoelde goederen mogen de stapelmarkering niet over‐

schrijden.

Dit is belangrijk voor een goede luchtcirculatie en een gelijkmatige temperatuurverdeling in de binnenruimte.

7 Bediening

Fig. 60

Fig. 61 Statusindicatie ▷ Het apparaat koelt tot de in de fabriek ingestelde doeltemperatuur.

Aanwijzing

Een ontbrekende sensorkalibratie leidt tot onjuiste meetwaarden en brengt een probleemloos gebruik van het apparaat in gevaar.

7.1 Bedienings- en weergave-elementen

Het display geeft een snel overzicht van de huidige status van het apparaat, de temperatuurinstelling, de status van functies en instellingen, evenals alarm- en foutmeldingen.

De bediening gebeurt direct op het Touch & Swipe-display for vegen en aantikken.

Er kunnen functies worden geactiveerd of gedeactiveerd en instellingswaarden worden gewijzigd.

6 Opslag

6.1 Instructies voor opslag

1

Fig. 63

1

Fig. 62 Voorbeeld

Bij het bewaren in acht nemen:

❑Als draagplateaus Fig. 62 (1) verstelbaar zijn, kunnen deze in de hoogte worden aangepast.

❑Maximale belading in acht nemen. (zie 10.1 Technische gegevens) ❑Apparaat pas beladen, zodra de opslagtemperatuur werd bereikt (inachtneming van koelketen).

❑Ventilatiesleuf Fig. 63 (2) van de ventilator in de binnenruimte vrijhouden.

❑Gekoelde goederen mogen de achterwand niet raken.

Fig. 64 Touch & Swipe-display

7.1.1 Statusindicatie

Fig. 65 Statusindicatie

De statusindicatie is de uitgangsindicatie.

Deze toont in het midden de temperatuur en in het onderste deel drie symbolen. De statusindicatie kan verder verschillende weergavesymbolen weergeven.

Vanuit de statusindicatie gebeurt de navigatie naar de functies en instellingen.

7.1.2 Weergavesymbolen

De weergavesymbolen geven informatie over de actuele toestand van het apparaat.

* afhankelijk van model en uitvoering 21

Pagina 22

Bediening

SymboolApparaattoestandSymboolApparaattoestand
Stand-bysymboolAlarmsymbool (grijs)
Apparaat is uitgeschakeld.Alarmarchief is leeg.
Alarmarchief opent door kort tikken.
Alarmsymbool (wit)
Stand-bysymbool (knippert)
Apparaat beweegt omhoog.Er bevinden zich bevestigde alarmen in het alarmarchief.
Alarmarchief opent door kort tikken.
Temperatuur (knippert)
Doeltemperatuur nog niet bereikt. Apparaat koelt af tot de ingestelde temperatuur.
Alarmsymbool (rood)
Er bevinden zich nog niet bevestigde alarmen in het alarmarchief.
Alarmarchief opent door kort tikken.
Alarmsymbool (rood, knippert)
Er bevindt zich een actief alarm in het archief.
Alarmarchief opent door kort tikken.
Statusindicatie (witte rand)
Apparaat is vergrendeld.
D op het display
Apparaat staat in demomodus.
Ontdooisymbool (grijs)
Geen ontdooiprocedure actief.
Onderhoudsindicator (geel)
Het ingestelde tijdsinterval is verstreken.
Ontdooisymbool (wit, knippert)
Ontdooiproces is actief.
Kort aanraken opent de apparaatfunctie Ontdooiing. (zie 7.2.23 Ontdooien )
Vol datageheugen (geel)
Het datageheugen (999 uur) is vol. De oudste gegevens worden nu overschreven.
Vol alarmgeheugen (geel)
Het alarmgeheugen is vol. Verwijder individuele alarmen of het hele geheugen.
Ontdooisymbool (wit)
Automatisch ontdooiproces is actief. Functie kan niet worden geannuleerd.
Deursymbool (wit, gesloten)
De deurvergrendeling is actief.
De code-invoer voor het openen van de deur opent door kort tikken. (zie 7.2.6 Deurvergrendeling )
Deursymbool (wit, geopend)
De deurvergrendeling is inactief. De code-invoer voor het vergrendelen van de deur opent door kort tikken. (zie 7.2.6 Deurvergrendeling )
Handmatige deuropening (geel)
De vergrendelde deur is handmatig geopend.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 22)

Foutsymbool (rood) Extra symbolen van de statusindicatie Het apparaat bevindt zich in de foutstatus. 7.1.3 Akoestische signalen

Achtergrond (blauw)

Actieve instelling of actieve functie

Balk (oplopend)

3 seconden ingedrukt houden om de instelling te activeren.

Balk (dalend)

3 seconden lang indrukken om de instelling te deactiveren.

Symbolen van de statusindicatie

De extra symbolen aan de onderste rand van de statusindicatie maken een snelle toegang tot alarminformatie en details over de apparaattoestand mogelijk.

In de volgende gevallen klinkt een signaal:

- Als een functie of waarde wordt bevestigd.

- Als een functie of een waarde ofwel niet geactiveerd ofwel niet gedeactiveerd kan worden.

- Zodra een fout optreedt.

- Bij een alarmmelding.

De alarmtonen kunnen in het klantmenu worden in- en uitgeschakeld.

7.2 Apparaatfuncties

7.2.1 Opmerkingen over de functies van het apparaat

De apparaatfuncties zijn af fabriek zo ingesteld dat uw apparaat volledig functioneel is.

22 * afhankelijk van model en uitvoering

Pagina 23

Voordat u de functies van het apparaat wijzigt, activeert of deactiveert, controleert u of aan de volgende voorwaarden is voldaan:

❑U hebt de beschrijvingen over de werking van het display gelezen en begrepen. (zie 4 Werking van het Touch & Swipe-display) ❑U hebt kennisgemaakt met de bedienings- en weergave-elementen van uw apparaat. (zie 7.1 Bedienings- en weergave-elementen)

7.2.2 Apparaat in- en uitschakelen

Met deze functie kan het gehele apparaat worden in- en uitgeschakeld.

Apparaat inschakelen

Zonder geactiveerde demomodus:

Fig. 66

Met geactiveerde demomodus:

Fig. 67

Aanwijzing

Demomodus voor afloop van de countdown deactiveren.

Fig. 68 Statusindicatie ▷ De temperatuurweergave verschijnt op het display.

Apparaat uitschakelen

Fig. 69

Fig. 70

▷ Display schakelt na ongeveer 10 minuten uit.

Bediening

7.2.3 Temperatuur

De temperatuur in de binnenruimte van het apparaat is ingesteld op de volgens DIN 13277 vereiste temperatuur van 5 °C (+/-3 K) en kan niet gewijzigd worden.

Aanwijzing

De temperatuur is afhankelijk van de volgende factoren:

- hoe vaak de deur wordt geopend - hoe lang de deur geopend blijft - ruimtetemperatuur van de plaats van opstelling - type, temperatuur en hoeveelheid van het koelgoed

Aanwijzing

In sommige delen van de binnenruimte kan de luchttemperatuur van de weergegeven temperatuur afwijken.

Met de correcte temperatuur blijft het koelgoed langer houdbaar. Overbodig wegwerpen kan zo worden vermeden.

7.2.4 Temperatuurregistratie

Het apparaat geeft met deze functie de minimum- en maximumtemperatuur in het apparaat aan. De registratie start automatisch na het inschakelen van het apparaat met een interval van één minuut. Na 999 uur (ca. 40 dagen) wordt erop gewezen dat het geheugen vol is. De temperatuurregistratie moet dan gereset worden.

Aanwijzing

Onafhankelijk van deze functie worden ook de volledige temperatuurgeschiedenis en de alarm- en servicemeldingen geregistreerd. Deze gegevens kunnen worden geëxporteerd en op een USB-opslagmedium worden opgeslagen. (zie 7.2.24 Downloaden van gegevens (gegevensback-up) )

Als er een extra productsensor op het apparaat aanwezig is, is het mogelijk deze te selecteren voor de weergave van de minimum- en maximumtemperatuur. (zie 7.2.25 Sensorkalibratie )

Aanwijzing

De temperatuurregistratie moet bij de inbedrijfstelling van het apparaat na het bereiken van de ingestelde temperatuur eenmaal gereset worden. (zie Temperatuurregistratie resetten) Hierdoor wordt de relevante maximumtemperatuur aangegeven.

Temperatuurregistratie tonen

De temperatuurregistratie toont de duur van de meting en de gedurende die tijd gemeten minimum- en maximumtemperatuur.

Fig. 71

Fig. 72

* afhankelijk van model en uitvoering 23

Pagina 24

Bediening

▷ Statusscherm met de temperatuurregistraties wordt weergegeven.

Temperatuurregistratie resetten

De weergegeven minimum- en maximumtemperaturen kunnen op elk moment gereset worden. Hiermee worden de weergegeven waarden gewist en het meetinterval opnieuw gestart.

Fig. 73

Fig. 74

7.2.5 Verlichting

Het apparaat is van een binnenverlichting voorzien.

U kunt de binnenverlichting continu inschakelen. (zie Verlichting inschakelen*) *

Als u de deur van het apparaat opent, schakelt u de interne verlichting in.

U kunt deze functie ook deactiveren. (zie Verlichting bij deuropening uitschakelen*) *

Verlichting inschakelen*

Fig. 75

Fig. 76

Verlichting uitschakelen*

Fig. 77

Fig. 78

Verlichting bij deuropening uitschakelen*

Fig. 79

Fig. 80

Verlichting bij deuropening inschakelen*

Fig. 81

Fig. 82

7.2.6 Deurvergrendeling

Het apparaat heeft een elektronische deurvergrendeling. Bij eerste inbedrijfstelling is de deur ontgrendeld en kunt u deze openen.

Met deze functie kan het apparaat tegen ongewenst leeghalen worden beveiligd.

Hiervoor heeft u de volgende instelmogelijkheden:

24 * afhankelijk van model en uitvoering

Pagina 25

Deur met deurcode vergrendelen

Aanwijzing

Fig. 83 Statusweergave

Uitgaande van de statusweergave start de invoer van de deurcode door op het open slotje te tikken.

Fig. 84 Deur met deurcode 1 1 1 1 vergrendelen.

Fig. 85 Statusweergave met witte rand ▷ De deur is vergrendeld.

Deur met deurcode ontgrendelen

Aanwijzing

Fig. 86 Statusweergave met witte rand

Fig. 87 Deur met deurcode 1 1 1 1 ontgrendelen.

Bediening

Fig. 88 Statusweergave ▷ De statusweergave met geopend slotje verschijnt. ▷ De deur is ontgrendeld.

Automatische vergrendeling activeren

Fig. 89

Fig. 90

▷ Automatische vergrendeling is geactiveerd.

▷ Nu kan de tijdsvertraging (zie Tijdsvertraging van de automatische vergrendeling instellen) worden ingesteld.

Aanwijzing

U kunt de deur verder met de afstandsbediening (zie 7.2.10 Afstandsbediening ) of via de invoer van de deurcode vergrendelen en ontgrendelen.

Automatische vergrendeling deactiveren

Fig. 91

Fig. 92

Tijdsvertraging van de automatische vergrendeling instellen

Met deze functie wordt de vertraging van de automatische deurvergrendeling na het openen van de deur ingesteld.

Zorg ervoor dat aan de volgende vereisten is voldaan:

❑Het automatische vergrendelen van de deur (zie Automatische vergrendeling activeren) is geactiveerd.

* afhankelijk van model en uitvoering 25

Pagina 26

Bediening

Fig. 93Fig. 96
► Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ SmartLock is geactiveerd.
▷ Nu kan het interval voor de vergrendelvertraging worden gekozen. (zie Vergrendelvertraging instellen)
► ▷Fig. 94 De volgende waarden kunnen worden ingesteld: 5, 15, 60, 90, 120, 180 en 240 seconden
Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
Tijdsvertraging is ingesteld.
SmartLock deactiveren
Aanwijzing
► In het volgende voorbeeld wordt de af fabriek ingestelde pincode: 1 1 1 1 gebruikt.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 26)

Deurcode wijzigen

(zie 7.2.9 Toegangscodes)

Fig. 97

Deurcode resetten

(zie 7.2.9 Toegangscodes)

Afstandsbediening koppelen

(zie 7.2.10 Afstandsbediening )

7.2.7 SmartLock

Om te voorkomen dat koelgoed uit het apparaat wordt verwijderd, vergrendelt deze functie de deur automatisch nadat het temperatuuralarm is afgegaan. (zie 7.2.26 Temperatuuralarm ) De tijd voor de vergrendelvertraging kan worden ingesteld. De deur kan dan alleen met de Smart-Lock-pincode worden geopend.

Toepassing:

- SmartLock activeren.

- SmartLock deactiveren.

- Instellen van de vergrendelvertraging.

- Deurslot ontgrendelen met SmartLock-pincode. - SmartLock-pincode wijzigen. (zie 7.2.9 Toegangscodes) - SmartLock-pincode resetten. (zie 7.2.9 Toegangscodes)

SmartLock activeren

Aanwijzing

Fig. 95

Fig. 98

Vergrendelvertraging instellen

Zorg ervoor dat aan de volgende vereisten is voldaan: ❑SmartLock moet geactiveerd zijn. (zie SmartLock activeren)

Fig. 99

26 * afhankelijk van model en uitvoering

Pagina 27

Bediening

Fig. 100 De volgende waarden kunnen worden ingesteld: Off (geen wachttijd) tot 60 minuten; in stappen van 1 minuut

▷ Tijd voor vergrendelvertraging is ingesteld.

Deurslot ontgrendelen met SmartLock-pincode

Na het afgaan van het temperatuuralarm (zie 7.2.26 Temperatuuralarm ) is de deur door de SmartLock-functie automatisch vergrendeld.

Deze kan alleen nog met de SmartLock-pincode worden geopend.

Aanwijzing

Uitgaande van de statusweergave start de invoer van de SmartLock-pincode. Informatie over de SmartLock-functie en de temperatuurregistratie van het temperatuuralarm wordt weergegeven.

Fig. 101

Fig. 102 Statusweergave ▷ De temperatuurweergave verschijnt op het display.

Wijzigen van de SmartLock-pincode

(zie 7.2.9 Toegangscodes)

Resetten van de SmartLock-pincode

(zie 7.2.9 Toegangscodes)

7.2.8 Toegangsbeveiliging instellingenmenu

Met deze functie kan de toegang tot het instellingenmenu beveiligd worden met een viercijferige pincode.

Toepassing:

- Onbedoeld wijzigen van instellingen en functies vermijden.

- Onbedoeld uitschakelen van het apparaat vermijden. - Onbedoelde temperatuurinstelling vermijden.

Aanwijzing

Toegangsbeveiliging van het instellingenmenu activeren

Fig. 103

Fig. 104

▷ Toegangsbeveiliging van het instellingenmenu is geactiveerd.

Pincode voor de toegangsbeveiliging van het instellingenmenu wijzigen

(zie 7.2.9 Toegangscodes)

Toegangsbeveiliging van het instellingenmenu deactiveren

Fig. 105

* afhankelijk van model en uitvoering 27

Pagina 28

Bediening

Fig. 106

▷ Toegangsbeveiliging van het instellingenmenu is gedeactiveerd.

Beveiligd instellingenmenu openen

Bij een actieve toegangsbeveiliging van het menu Instellingen is de invoer van de PIN-code vereist, om het menu Instellingen te openen. Zodra u het menu Instellingen hebt verlaten, activeert u de toegangsbeveiliging automatisch.

Fig. 107

7.2.9 Toegangscodes

Er zijn toegangscodes voor sommige functies. U kunt de volgende functies alleen gebruiken nadat u de bijbehorende toegangscode hebt ingevoerd:

- Deurvergrendeling - Menu instellingen - SmartLock

Deurcode

U kunt deze functie gebruiken om de deurcode voor de deurvergrendeling te wijzigen of opnieuw in te stellen.

Deurcode wijzigen

U kunt de deurcode in drie stappen wijzigen:

- Voer de oude deurcode in. - Voer de nieuwe deurcode in. - Bevestig de nieuwe deurcode.

Aanwijzing

In het volgende voorbeeld wijzigt u de in de fabriek ingestelde deurcode 1 1 1 1 in de nieuwe deurcode 2 3 4 5.

Fig. 108

Fig. 109

Fig. 110

28 * afhankelijk van model en uitvoering

Pagina 29

Bediening

Fig. 111

Deurcode resetten

Als u de deurcode niet meer weet, kunt u deze resetten.

(zie 7.2.33 Resetten naar fabrieksinstellingen ) ▷ Het apparaat wordt teruggezet naar de oorspronkelijke instellingen.

▷ De in de fabriek ingestelde deurcode is: 1 1 1 1

Toegangscode van het instellingenmenu

U kunt deze functie gebruiken om de toegangscode voor het instellingenmenu te wijzigen of te resetten.

De toegangscode voor het instellingenmenu wijzigen

U kunt de toegangscode in drie stappen wijzigen:

- Voer de oude toegangscode in. - Voer de nieuwe toegangscode in. - Bevestig de nieuwe toegangscode.

Aanwijzing

In het volgende voorbeeld wijzigt u de in de fabriek ingestelde toegangscode 1 1 1 1 in de nieuwe toegangscode 2 3 4 5.

Fig. 112

De toegangsbeveiliging van het instellingenmenu moet actief zijn. (zie 7.2.8 Toegangsbeveiliging instellingenmenu )

Fig. 113

Fig. 114

Fig. 115

▷ De nieuwe toegangscode is bevestigd.

▷ De toegangscode voor het instellingenmenu is gewijzigd.

* afhankelijk van model en uitvoering 29

Pagina 30

Bediening

De toegangscode voor het instellingenmenu resetten

Als u de toegangscode voor het instellingenmenu niet meer weet, kunt u deze resetten.

▷ Het apparaat wordt teruggezet naar de oorspronkelijke instellingen.

▷ De fabriekscode is: 1 1 1 1

SmartLock-code

U kunt deze functie gebruiken om de SmartLock-code te wijzigen of te resetten.

SmartLock-code wijzigen

U kunt de SmartLock-Code in drie stappen wijzigen:

- Voer de oude SmartLock-code in. - Voer de nieuwe SmartLock-code in. - Bevestig de nieuwe SmartLock-code.

Aanwijzing

In het volgende voorbeeld wijzigt u de in de fabriek ingestelde SmartLock-code 1 1 1 1 in de nieuwe SmartLockcode 2 3 4 5.

Fig. 116

SmartLock moet actief zijn. (zie 7.2.7 SmartLock )

Fig. 117

Fig. 118

▷ De nieuwe SmartLock-code is succesvol ingevoerd.

Fig. 119

▷ Bevestiging van de nieuwe SmartLock-code is succesvol. ▷ De SmartLock-code is gewijzigd.

SmartLock-code resetten

Als u de SmartLock-code niet meer weet, kunt u deze opnieuw instellen.

(zie 7.2.33 Resetten naar fabrieksinstellingen ) ▷ Het apparaat wordt teruggezet naar de oorspronkelijke instellingen.

▷ De in de fabriek ingestelde SmartLock-code is als volgt: 1 1 1 1

7.2.10 Afstandsbediening

Op de afstandsbediening is bij levering een fabriekspincode opgeslagen die elk apparaat met ongewijzigde fabrieksinstellingen (zie 7.2.33 Resetten naar fabrieksinstellingen ) opent. Zo kunnen meerdere apparaten met slechts een afstandsbediening worden geopend en gesloten. Door het koppelen wordt een apparaatspecifieke pincode gemaakt die alleen het aangemelde apparaat kan openen of sluiten. Een fabrieksreset herstelt de oorspronkelijke functionaliteit weer.

Aanwijzing

Het bereik van de afstandsbediening is ongeveer 15 m.

30 * afhankelijk van model en uitvoering

Pagina 31

Toepassing:

- Afstandsbediening koppelen. - Afstandsbediening scheiden.

Afstandsbediening koppelen

Fig. 120

Fig. 121

Afstandsbediening scheiden

Fig. 122

Fig. 123

▷ De afstandsbediening is van het apparaat gescheiden.

7.2.11 Herinnering onderhoudsinterval

Instelling van de periode tot aan het onderhoud wordt herinnerd.

Bediening

De volgende waarden kunnen worden ingesteld:

Herinnering onderhoudsinterval instellen

De volgende stappen beschrijven hoe de periode tot het volgende onderhoud ingesteld wordt.

Fig. 124

Fig. 125

▷ De periode tot aan het volgende onderhoud wordt herinnerd is ingesteld.

▷ De resterende tijd wordt weergegeven.

7.2.12 Taal

Met deze instelling wordt de taal van de weergave ingesteld.

Taal instellen

Fig. 126

Fig. 127

* afhankelijk van model en uitvoering 31

Pagina 32

Bediening

7.2.13 Datum en tijd

Met deze instelling kan de datum en tijd worden ingesteld.

Datum en tijd instellen

Fig. 128

Fig. 129

Fig. 130

Fig. 131

7.2.14 Temperatuureenheid

Met deze functie stelt u de temperatuureenheid in. U kunt als temperatuureenheid graden Celsius en graden Fahrenheit instellen.

Temperatuureenheid instellen

Fig. 132

Fig. 134 Voorbeeldweergave: Tussen Celsius en graden Fahrenheit schakelen.

▷ Temperatuureenheid is ingesteld.

7.2.15 Display-helderheid

Met deze functie stelt u de helderheid van het display trapsgewijs in.

U kunt de volgende helderheidsniveaus instellen: - 40% - 60% - 80% - 100 % (voorinstelling)

Helderheid instellen

Fig. 135

Fig. 136 Voorbeeldweergave: Van 80 % naar 60 % schakelen.

▷ Helderheid is ingesteld.

32 * afhankelijk van model en uitvoering

Pagina 33

Bediening

7.2.16 Alarmtoon

Met deze functie kunnen alle alarmtonen, bijvoorbeeld deuralarm, worden in- en uitgeschakeld.

Alarmtoon activeren

Fig. 137

Fig. 138

Alarmtoon deactiveren

Fig. 139

Fig. 140

7.2.17 Toetstoon

Met deze functie kunnen alle toetstonen, bevestigingstonen en de opstarttoon in- en uitgeschakeld worden.

Toetstoon activeren

Fig. 141

Fig. 142

Toetstoon deactiveren

Fig. 143

Fig. 144

7.2.18 WLAN-verbinding

Aanwijzing

Liebherr SmartMonitoring Dashboard is niet in alle landen beschikbaar. Controleer de beschikbaarheid via de QR-code door uw model in te voeren.

Aanwijzing

Het gebruik van het Liebherr SmartMonitoring Dashboard onder https://smartmonitoring.liebherr.com vereist een geïnstalleerde SmartModule en een zakelijke MyLiebherraccount. U kunt zich tijdens de online-inbedrijfstelling direct met uw beschikbare aanmeldgegevens aanmelden of zich opnieuw registeren en een bedrijfsaccount aanmaken.

Deze instelling brengt een snoerloze verbinding tussen apparaat en internet tot stand. De verbinding wordt via de SmartModule gestuurd. Het apparaat kan via het Liebherr SmartMonitoring Dashboard in een browser worden geïntegreerd en met geavanceerde opties en individuele mogelijkheden voor besturing, beheer en bewaking worden gebruikt.

Fig. 145

Ervoor zorgen dat aan de volgende voorwaarden is voldaan:

❑SmartModule Fig. 145 (1) is geplaatst.

Verbinding maken

De inbedrijfstelling en inrichting van uw SmartModule doet u online via het Liebherr SmartMonitoring Dashboard op uw internetcompatibele eindapparaat.

Fig. 146

Op het koel- of vriesapparaat:

Fig. 147

* afhankelijk van model en uitvoering 33

Pagina 34

Bediening

► ▷Fig. 153
Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. Verbinding is verbroken.
Aanwijzing
De toegangsbeveiliging van het instellingenmenu is geactiveerd. (zie 7.2.8 Toegangsbeveiliging instellingenmenu )
► De gekozen pincode invoeren. Het instellingenmenu verschijnt.
Fig. 148
Verbinding resetten
Fig. 154
Aanwijzing
Fig. 149
► Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
► Inrichtprocedure op uw internetcompatibele eindapparaat voortzetten: Liebherr SmartMonitoring Dashboard Fig. 150
► Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ Verbinding wordt gemaakt: WiFi connecting wordt weergegeven. Het symbool knippert.
► Instructies van het Liebherr SmartMonitoring Dashboard opvolgen.
▷ Verbinding is gemaakt.
Verbinding verbreken
Fig. 151
De toegangsbeveiliging van het instellingenmenu is geactiveerd. (zie 7.2.8 Toegangsbeveiliging instellingenmenu )
► De gekozen pincode invoeren. Het instellingenmenu verschijnt.
► ▷Fig. 155
Fig. 156
Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
De WiFi-instellingen zijn teruggezet op de toestand van
Aanwijzing
De toegangsbeveiliging van het instellingenmenu is geactiveerd. (zie 7.2.8 Toegangsbeveiliging instellingenmenu )
► De gekozen pincode invoeren. Het instellingenmenu verschijnt.
levering.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 34)

Fig. 152

7.2.19 LAN-verbinding

Aanwijzing

Liebherr SmartMonitoring Dashboard is niet in alle landen beschikbaar. Controleer de beschikbaarheid via de QR-code door uw model in te voeren.

34 * afhankelijk van model en uitvoering

Pagina 35

Bediening

► Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ Verbinding wordt gemaakt: LAN connecting wordt weergegeven. Het symbool knippert.
► Instructies van het Liebherr SmartMonitoring Dashboard opvolgen.
▷ Verbinding is gemaakt.
Verbinding verbreken
Fig. 161
Aanwijzing
Het gebruik van het Liebherr SmartMonitoring Dashboard onder https://smartmonitoring.liebherr.com vereist een geïnstalleerde SmartModule en een zakelijke MyLiebherraccount. U kunt zich tijdens de online-inbedrijfstelling direct met uw beschikbare aanmeldgegevens aanmelden of zich opnieuw registeren en een bedrijfsaccount aanmaken.
Deze instelling zorgt voor een kabelgebonden verbinding tussen het apparaat en het internet tot stand. De verbinding wordt via de SmartModule gestuurd. Het apparaat kan via het Liebherr SmartMonitoring Dashboard in een browser worden geïntegreerd en met geavanceerde opties en individuele mogelijkheden voor besturing, beheer en bewaking worden gebruikt.
Aanwijzing
De toegangsbeveiliging van het instellingenmenu is geactiveerd. (zie 7.2.8 Toegangsbeveiliging instellingenmenu )
► De gekozen pincode invoeren. Het instellingenmenu verschijnt.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 35)

Fig. 157

Ervoor zorgen dat aan de volgende voorwaarden is voldaan:

❑SmartModule Fig. 157 (1) is geplaatst. ❑Een netwerkkabel is aangesloten. ❑Netwerk is met internet verbonden.

Verbinding maken

De inbedrijfstelling en inrichting van uw SmartModule doet u online via het Liebherr SmartMonitoring Dashboard op uw internetcompatibele eindapparaat.

Fig. 162

7.2.20 Apparaatinformatie

Fig. 158

Op het koel- of vriesapparaat:

Fig. 159

Aanwijzing

De toegangsbeveiliging van het instellingenmenu is geactiveerd. (zie 7.2.8 Toegangsbeveiliging instellingenmenu )

Met deze functie geeft u de modelnaam, de index, het serienummer en het servicenummer van het apparaat weer. U heeft de apparaatinformatie nodig, als u contact opneemt met de klantenservice. (zie 10.4 Klantenservice)

Met deze functie opent u bovendien het menu Geavanceerd. (zie 4 Werking van het Touch & Swipe-display)

Apparaatinformatie weergeven

Fig. 163

Fig. 164

7.2.21 Bedrijfsuren

Deze weergave toont de bedrijfsuren van het apparaat.

Fig. 160

* afhankelijk van model en uitvoering 35

Pagina 36

Bediening

Bedrijfsuren weergeven
Aanwijzing
Als na meerdere keren starten van de automatische ontdooiing nog steeds ijs in de binnenruimte aanwezig zijn, moet het apparaat handmatig worden ontdooid. (zie 9.2 Apparaat ontdooien)
Fig. 165Handmatig gestarte ontdooiing annuleren

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 36)

Fig. 171

Fig. 166 ▷ De bedrijfsuren verschijnen.

Met deze functie stelt u de softwareversie van uw apparaat in.

Softwareversie weergeven

Fig. 167

Fig. 172

▷ Handmatig gestarte ontdooiing is geannuleerd. Apparaat schakelt automatisch weer in normaal bedrijf.

Fig. 168

7.2.23 Ontdooien

Het apparaat ontdooit tijdens normaal bedrijf automatisch.

Toepassing:

- Als de binnenruimte sterk bevroren raakt, kan de automatische ontdooifunctie handmatig worden gestart.

Automatisch ontdooien handmatig starten

Fig. 169

Fig. 170

▷ Automatisch ontdooien is gestart. Na een voltooide ontdooiing schakelt het apparaat automatisch weer in normaal bedrijf.

Ontdooi-info

Met deze instelling wordt de weergave tijdens een automatische ontdooiproces aangepast.

WeergaveBeschrijving
Def 1Het temperatuurdisplay wordt niet bijgewerkt. Deze toont de laatste temperatuur voor het starten van het automatische ontdooiproces.
Def 2Symbool „automatisch ontdooiproces” wordt in de statusweergave weergegeven. Het temperatuurdisplay wordt voortdurend bijgewerkt en geeft de werkelijke temperatuur weer.
Def 3Met softwareversie PW SW lager dan TOD 8-800:Het temperatuurdisplay wordt niet bijgewerkt. Deze toont de laatste temperatuur voor het starten van het automatische ontdooiproces.
Met softwareversie PW SW gelijk aan of hoger dan TOD 8-800:Het temperatuurdisplay wordt voortdurend bijgewerkt en geeft de werkelijke temperatuur weer.
Def 4Met softwareversie PW SW lager dan TOD 8-800:Het temperatuurdisplay wordt niet bijgewerkt. Deze toont de laatste temperatuur voor het starten van het automatische ontdooiproces.
Met softwareversie PW SW gelijk aan of hoger dan TOD 8-800:Aanwijzing „automatisch ontdooiproces” wordt in de statusweergave weergegeven. Het temperatuurdisplay wordt niet bijgewerkt. Deze toont de laatste temperatuur voor het starten van het automatische ontdooiproces.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 36)

36 * afhankelijk van model en uitvoering

Pagina 37

Bediening

Weergave van de aanwijzing „automatische ontdooiproces” in de statusweergave

Hier ziet u de op uw apparaat geïnstalleerde softwareversie PW SW: (zie Softwareversie weergeven)

Fig. 173

Fig. 174

7.2.24 Downloaden van gegevens (gegevens‐

back-up)

Met deze functie kunt u een gegevensback-up van uw apparaat naar een USB-stick. Het apparaat registreert automatisch het hele temperatuurproces van verschillende sensoren, evenals alarm- en onderhoudsmeldingen. De registratie begint automatisch nadat het apparaat is ingeschakeld. Het apparaat registreert elke minuut gegevens van de afgelopen 5 jaar.

Wanneer u de gegevensback-up inschakelt, kunt u kiezen welke gegevens u wilt opslaan op een USB-stick:

- Temperatuurverloopbestand (Temperature_Log_000) - Gebeurtenissenlogboek (Event_Log_000) - Service-informatie (Service_Info) - Alles

De gegevensback-up bestrijkt de gehele registratieduur. De opgeslagen tekstbestanden zijn niet gecodeerd en de bestandsextensie „.log“.

Meer informatie over de opge‐ (zie 10.3 Gegevensregi-slagen tekstbestanden: stratie)

Gegevensback-up op USB-stick activeren

Zorg ervoor dat aan de volgende vereisten is voldaan:

❑USB-stick is FAT32 geformatteerd.

❑USB-stick is aangesloten. Het apparaat herkent de USBharde schijf niet.

Fig. 175

Aanwijzing

Verwijder de USB-stick niet tijdens de gegevensback-up.

Fig. 176

▷ Gegevensback-up op USB-stick succesvol: U kunt meer gegevens selecteren en op een USB-stick opslaan.

7.2.25 Sensorkalibratie

U kunt met de sensor-kalibratie verschillen tussen de ingestelde en de feitelijke temperatuur vereffenen. Hiertoe bepaalt u de feitelijke temperatuur met een gekalibreerd meetapparaat.

Instelbereik C-sensor (controlesensor): +/- 3 Kelvin in stappen van 0,1 Kelvin.

Instelbereik P-sensor (productsensor): +/- 9,9 Kelvin in stappen van 0,1 Kelvin

Sensor kalibreren

Fig. 177

Fig. 178

* afhankelijk van model en uitvoering 37

Pagina 38

Bediening

Fig. 179

▷ Sensorkalibratie is afgesloten.

Aanwijzing

De gekalibreerde temperatuur wordt binnen twee uur in het display weergegeven.

7.2.26 Temperatuuralarm

Met deze functie stelt u het temperatuuralarm in. Hierbij definieert u de bovenste en onderste temperatuurgrens in met een verschilwaarde op de actueel ingestelde binnentemperatuur. Het temperatuuralarm wordt geactiveerd zodra de binnentemperatuur het ingestelde temperatuurbereik verlaat en een eventuele ingestelde vertragingstijd is verstreken.

VoorbeeldIn te stellen verschilwaarde
Actuele binnentemperatuur5 °C
Onderste temperatuurgrens2 °C-3 °C
Bovenste temperatuurgrens8 °C+3 °C

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 38)

U kunt de volgende waarden instellen:

Temperatuuralarm instellen

Fig. 180

Fig. 181

Fig. 182

Fig. 183 Voorbeeld voor de instelling van de temperatuurondergrens, gebaseerd op een ingestelde apparaattemperatuur van 5 °C.

▷ Onderste temperatuurgrens is ingesteld.

Fig. 184 Voorbeeld voor de instelling van de temperatuurondergrens, gebaseerd op een ingestelde apparaattemperatuur van 5 °C.

▷ Bovenste temperatuurgrens is ingesteld.

Fig. 185

38 * afhankelijk van model en uitvoering

← pagina's 2–18verder op pagina 39 →Inhoud