Liebherr MBtsdi 9024, tekst van de handleiding
Pagina's 7–18 van 46 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← pagina's 2–6verder op pagina 19 →
Pagina 7
Opstellen en aansluiten
WAARSCHUWING
Brandgevaar door verkeerd opstellen!
Als een stroomkabel of stekker de achterkant van het apparaat raakt, kunnen de trillingen van het apparaat de stroomkabel of stekker beschadigen en kortsluiting veroorzaken.
- Voorkom bij het opstellen van het apparaat dat onder het apparaat stroomkabels klem komen te zitten.
- Apparaat zo opstellen, dat stekker of netsnoer niet tegen het apparaat liggen.
- Op contactdozen in het apparaatacchterpaneel geen apparaten aansluiten.
- Meervoudige contactdozen of verdeeldozen en andere elektronische apparaten (bijv. halogeen-transformatoren) mogen niet aan het achterpaneel van apparaten worden aangebracht en gebruikt.
WAARSCHUWING
Brandgevaar door vocht!
Wanneer stroomgeleidende delen of de stroomaansluiting vochtig worden, kan dat leiden tot kortsluiting.
- Het apparaat is ontworpen voor gebruik in een gesloten ruimte. Het apparaat niet buiten, in een vochtige omgeving of binnen bereik van spatwater plaatsen.
WAARSCHUWING
Brandgevaar door lekkend koelmiddel en olie!
Het koelmiddel is milieuvriendelijk maar brandbaar. De olie is ook brandbaar. Uittredend koelmiddel en olie kunnen in hoge concentraties en bij contact met een externe warmtebron ontbranden.
- Leidingen van het koelmiddelcircuit en de compressor niet beschadigen.
3.1.1 Opstellingslocatie
- Stel het apparaat alleen op in gesloten ruimtes en gebruik het alleen daar.
- Optimale opstellingslocatie is een droge en goed geventileerde ruimte.
- Als het apparaat in zeer vochtige omgeving wordt opgesteld, kan zich aan de buitenzijde van het apparaat condenswater vormen.
Zorg altijd voor goede ventilatie en ontluchting op de opstelplaats.
- Hoe meer koelmiddel in het apparaat zit, hoe groter de ruimte moet zijn, waar het apparaat in staat. In te kleine ruimten kan bij een lekkage een brandbaar gaslucht mengsel ontstaan. Per 8 g koelmiddel moet de opstellingsruimte ten minste 1 m³ groot zijn. Gegevens betreffende het koelmiddel staan op het typeplaatje in de binnenruimte in het apparaat.
- De ondergrond op de opstellingslocatie moet horizontaal en vlak zijn.
3.1.2 Plaatsing in de ruimte
- Plaats het apparaat niet in direct zonlicht of naast een verwarming of iets dergelijks.
- U kunt het apparaat direct naast een oven opstellen.
- Als u het apparaat direct naast een oven opstelt, kan het energieverbruik iets toenemen. Dit is afhankelijk van de duur en intensiteit van het gebruik van de oven.
- Plaats het apparaat altijd met de achterkant tegen de muur.
- Gebruik in explosiegevaarlijke omgevingen is niet toegestaan.
3.1.3 Integratie in een keukenblok
- U kunt het apparaat integreren tussen keukenkastjes. (zie 3.12 Apparaat in een keukennis plaatsen)
3.2 Afmetingen apparaat
Fig. 3 Apparaat met tweedeurs vriesvak (A) Apparaathoogte (G) Vrije ruimte deur (B) Apparaatbreedte (H) Hoek deuropening (C) Apparaatdiepte (I) Hoek deuropening (D) Apparaatdiepte met de (J) Dikte voorkant deur 90° open (F) Apparaatdiepte met de deur 115° open
| M.. 90.. / MB.. 90.. | |
| A ( mm) | 1805 |
| B ( mm) | 906 |
| C ( mm) | 745 |
| D ( mm) | 1109 |
| F ( mm) | 1086 |
| G ( mm) | 221 |
| H | 115° |
| I | 90° |
| J ( mm) | 110 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 7)
* afhankelijk van model en uitvoering 7
Pagina 8
Opstellen en aansluiten
3.3 Ventilatie-eisen
LET OP
Risico op beschadiging door oververhitting als gevolg van onvoldoende ventilatie!
Bij te weinig ventilatie kan de compressor worden beschadigd.
- Let op voldoende ventilatie.
- Neem de ventilatie-eisen in acht.
Als het apparaat in het keukenblok wordt geïntegreerd, moeten de volgende ventilatievoorschriften in acht worden genomen:*
- In principe geldt: hoe groter de ventilatiedoorsnede, hoe zuiniger het apparaat werkt.* - Inbouwmaten in acht nemen. (zie 3.12 Apparaat in een keukennis plaatsen)
A
Fig. 4 *
Wandafstand A*
30 mm*
Het energieverbruik is bepaald met een afstand tot de muur Fig. 4 (A) tussen de apparaatachterzijde en wand bepaald. Als de wandafstand minder dan Fig. 4 (A) is, heeft dit geen invloed op de werking van het apparaat. Bij een kleinere wandafstand kan het energieverbruik iets toenemen en kan er condensvorming op de achterwand van het apparaat optreden.*
3.4 Aansluitmaten voor de stroomvoorziening
De aansluiting op de stroomvoorziening bevindt zich aan de achterkant van het apparaat. Om ervoor te zorgen dat u uw apparaat veilig kunt aansluiten, moet u ervoor zorgen dat aan de volgende vereisten wordt voldaan:
❑De afmetingen voor de aansluiting op de stroomvoorziening zijn bekend en worden in acht genomen. Zie onderstaande tabel.
❑Aansluiten op de stroomvoorziening volgens de handleiding. (zie 3.14 Apparaat op de stroomvoorziening aansluiten)
Fig. 5 Koel-/vriescombinaties / diepvriezers / volledige BioFresh-apparaten (a) Maximale beschikbare (d) Afstand tussen de appalengte van netaansluit‐ raatstekker en de vloer kabel (b) Maximale beschikbare (G) Apparaatstekker lengte van netaansluitkabel (c) Maximale beschikbare verticale lengte van de netaansluitkabel
| Voor 906 mm brede apparaten: | |
| a | ~ 2000 mm |
| b | ~ 1300 mm |
| c | ~ 2200 mm |
| d | ~ 148 mm |
| G | Apparaatstekker |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 8)
3.5 Wateraansluiting
Als uw apparaat een vaste wateraansluiting heeft, wordt bij het apparaat een bijpassende slang geleverd.
| Aanwijzing | |
|---|---|
| Een slang met een andere lengte kunt u als accessoire kopen. | |
| Overzicht van de maten voor de wateraansluiting: | (zie 3.5 Wateraansluiting) |
| Vereisten voor de waterdruk: | (zie 3.5 Wateraansluiting) |
| Wateraansluiting maken: | (zie 3.9 Apparaat op de watertoevoer aansluiten) |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 8)
3.5.1 Maten voor de wateraansluiting
Fig. 6 (a) Maximaal beschikbaar slanglengte (b) Maximaal beschikbaar slanglengte
(c) Afstand magneetklep tot de bodem (M) Magneetklep
8 * afhankelijk van model en uitvoering
Pagina 9
Opstellen en aansluiten
| a | b | c |
| ~ 1780 mm | ~ 1160 mm | ~ 114 mm |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 9)
3.5.2 Waterdruk
De wateraansluitleiding en het magneetventiel van het apparaat zijn geschikt voor een waterdruk tot 1 MPa (10 bar).
Om ervoor te zorgen dat uw apparaat goed functioneert (debiet, grootte van de ijsblokjes, geluidsniveau), de volgende waterdruk in acht nemen:
| Waterdruk: | |
| bar | MPa |
| 1,5 tot 6,2 | 0,15 tot 0,62 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 9)
Als de druk hoger is dan 6,2 bar:
- Drukverminderaar voorschakelen.
- Wateraansluiting maken. (zie 3.9 Apparaat op de watertoevoer aansluiten)
3.6 Apparaat transporteren
WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel en beschadigingen door zwaar apparaat! Beknelling, breuk, verwondingen. Materiële schade aan het apparaat en nabijgelegen voorwerpen. Als u het apparaat gaat transporteren, bijv. een trap omhoog moet dragen en het apparaat glijdt weg uit uw handen, kan door het gewicht letsel of materiële schade worden veroorzaakt.
- Apparaat altijd met ten minste twee personen transporteren.
- Gebruik spanbanden.
3.6.1 Apparaat vervoeren voor de eerste inbedrijfstelling
Zorg ervoor dat aan de volgende voorwaarden is voldaan:
❑Het apparaat is verpakt. ❑Het apparaat staat rechtop.
- Plaats de spanbanden om de doos.
- Houd het apparaat vast aan de spanbanden.
- Vervoer het apparaat met behulp van twee personen.
- Apparaat uitpakken. (zie 3.7 Apparaat uitpakken)
3.6.2 Apparaat na eerste inbedrijfstelling transporteren
Neem de volgende aanwijzingen in acht als u het apparaat na de eerste inbedrijfstelling opnieuw wilt vervoeren of verplaatsen.
Zorg ervoor dat aan de volgende voorwaarden is voldaan:
❑Het apparaat is leeg.
❑Het apparaat staat rechtop.
❑Apparaat met deur(en): De deur is beveiligd tegen ongewenst openen.
❑Apparaat met uittrekwagen: De uittrekwagen is beveiligd tegen ongewenst openen.
❑Apparaat met verstelbare poten: Verstelbare poten zijn ingedraaid.
- Vervoer het apparaat met behulp van twee personen.
Na transport:
- Draai de verstelbare poot op het apparaat uit.
- Apparaat uitlijnen. (zie 3.11 Apparaat uitlijnen)
3.7 Apparaat uitpakken
LET OP
Gevaar op beschadiging door verplaatsing van het apparaat! Als het apparaat zonder bescherming over de vloer wordt verplaatst, kan het apparaat de vloer beschadigen.
- De vloer voldoende afdekken, voordat u de verpakking van het apparaat verwijdert.
- Apparaat en verpakking controleren: Als transportschade wordt vermoed, neem dan voor het aansluiten contact op met de leverancier.
LET OP
Materiële schade door puntige of scherpe voorwerpen! Als u puntige of scherpe voorwerpen gebruikt bij het verwijderen van verpakkingsmateriaal, kunt u het apparaat beschadigen.
- Gebruik geen puntige of scherpe voorwerpen om verpakkingsmateriaal te verwijderen.
- Verwijder de verpakkingsmaterialen.
- Het apparaat is op de juiste positie geplaatst: Verwijder de beschermfolie op de deur en zijwanden.
De deuren zijn af fabriek uitgelijnd. Als u constateert dat de verticale deurspleet of de spleet tussen het koelgedeelte en het vriesgedeelte niet gelijkmatig is, adviseert Liebherr, de deuren achteraf uit te lijnen.
Gereedschap
3.8.1 Koeldeeldeur uitlijnen
U kunt de deur uitlijnen aan de hand van de bovenste scharnierbeugel.
Zorg ervoor dat aan de volgende voorwaarden is voldaan:
❑Het apparaat staat rechtop en is uitgelijnd. (zie 3.10 Apparaat plaatsen)
Fig. 7
- Deur openen.
- Afdekking Fig. 7 (1) wegnemen.
- Afdekking Fig. 7 (2) wegnemen.
- Afdekking Fig. 7 (3) wegnemen.
WAARSCHUWING
Verwondingsgevaar door uitvallende deur!
Als u de schroeven op de scharnier volledig verwijdert, kan de deur er uitvallen. Dit kan tot ernstig letsel leiden.
- Schroeven losdraaien en niet volledig verwijderen.
- Deur vasthouden.
* afhankelijk van model en uitvoering 9
Pagina 10
Opstellen en aansluiten
Fig. 8
- Beide schroeven Fig. 8 (1) losdraaien.
- Deur naar rechts verschuiven: Beveiligingsnop Fig. 8 (3) verwijderen.
-of-
- Deur naar links verschuiven: Beveiligingsnop Fig. 8 (2) verwijderen.
- Deur verschuiven.
- Eindpositie van de deur is bereikt: Beide schroeven Fig. 8 (1) vastdraaien.
▷ Deur is uitgelijnd.
- Afdekkingen aanbrengen.
3.8.2 Deur van het vriesgedeelte uitlijnen
U kunt de deur uitlijnen aan de hand van de onderste scharnierbeugel.
Zorg ervoor dat aan de volgende voorwaarden is voldaan:
❑Het apparaat staat rechtop en is uitgelijnd. (zie 3.10 Apparaat plaatsen)
Fig. 9
- Deur openen.
- Schroef Fig. 9 (1) en schroef Fig. 9 (2) losdraaien. Voor schroef Fig. 9 (2) heeft u een korte inbussleutel nodig.
- Deur met scharnierbeugel Fig. 9 (3) naar links verschuiven.
-of-
- Deur met scharnierbeugel Fig. 9 (3) naar rechts verschuiven.
- Eindpositie van de deur is bereikt: Schroef Fig. 9 (1) en schroef Fig. 9 (2) vastschroeven.
▷ Deur is uitgelijnd.
3.9 Apparaat op de watertoevoer aansluiten
Ervoor zorgen dat aan de volgende voorwaarden is voldaan:
❑Maten voor de aansluiting op de watertoevoer zijn bekend en worden in acht genomen.
❑Waterdruk is in acht genomen.
❑Watertoevoer naar het apparaat wordt uitgevoerd via de koudwaterleiding die de bedrijfsdruk uithoudt en op de drinkwatertoevoer is aangesloten.
❑Alle apparaten en voorzieningen die voor de toevoer van water worden gebruikt, moeten aan de geldige voorschriften van het betreffende land voldoen.
❑Achterzijde van het apparaat is toegankelijk zodat het apparaat op de drinkwatertoevoer kan worden aangesloten.
❑Bijgevoegde slang wordt gebruikt. Oude slangen zijn weggegooid.
❑In het aansluitstuk van de slang bevindt zich een zeef met afdichting.
❑Tussen de slangleidingen en de wateraansluiting in het gebouw bevindt zich een waterkraan waarmee u, als dat nodig is, de watertoevoer kunt onderbreken.
❑De waterkraan bevindt zich buiten het bereik aan de achterkant van het apparaat en is gemakkelijk toegankelijk. Zo kunt u het apparaat zo dicht mogelijk bij de muur zetten en indien nodig de kraan snel dichtdraaien.
WAARSCHUWING
Gevaar voor elektrische schok door water!
- Vóór de aansluiting op de waterleiding: Apparaat van het stopcontact los koppelen.
- Vóór de aansluiting op watertoevoerleidingen: Watertoevoer afsluiten.
- Alleen gekwalificeerde specialisten moeten het apparaat op de drinkwatervoorziening aansluiten.
WAARSCHUWING
Gevaar voor vergiftiging door besmet water!
- Alleen op de drinkwatertoevoer aansluiten.
3.9.1 Slang aansluiten
| Fig. 10 | |
| (1) Magneetklep: De magneetklep bevindt zich aan de onderzijde van het apparaat. | (5) Sluitdop |
| Het heeft een R3/4- aansluitschroefdraad. | |
| (2) Afdekking (3) Afgeschuinde slangeinde | (6) Slang (7) Recht slangeinde |
| (4) Moer | (8) Waterkraan |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 10)
LET OP
Beschadigingsgevaar door ondeskundige montage!
- Slang bij de montage niet beschadigen of knikken.
- Slang bij het opstellen van het apparaat niet beschadigen of knikken.
Slang op het apparaat aansluiten:
10 * afhankelijk van model en uitvoering
Pagina 11
- Afdekking (2) eraf trekken.
- Moer (4) via het haakse slangeinde (3) tot aan het uiteinde schuiven en vasthouden.
LET OP
Lekkend magneetventiel door beschadigde schroefdraad! Als het magneetventiel lekt, kan er water uittreden.
- De volgende instructies voor de montage van de moeren op het magneetventiel in acht nemen.
- Moer (4) voorzichtig op het magneetventiel (1) plaatsen en vasthouden.
- Moer (4) met de hand recht op het schroefdraad draaien tot deze goed en veilig vast zit.
▷ Slang is op het apparaat aangesloten.
Slang op de waterkraan aansluiten:
- Sluitdop Fig. 10 (5) verwijderen.
- Rechte slangeinde Fig. 10 (7) op de waterkraan Fig. 10 (8) plaatsen.
- Moer op het rechte slangeinde Fig. 10 (7) rechtsom vastdraaien.
▷ Slang is op de waterkraan aangesloten.
3.9.2 Watersysteem controleren
Voordat u het apparaat volledig opstelt, adviseert Liebherr het watersysteem op lekkages te controleren.
- Waterkraan langzaam openen.
- Controleren of slangen, watertoevoer en aansluitingen niet lekken.
▷ Watersysteem is op lekkages gecontroleerd.
▷ Watersysteem lekt niet: U kunt het apparaat volledig opstellen.
Aanwijzing
IceMaker: Voor het eerste gebruik moet u de IceMaker reinigen. (zie Quick Start Guide of gebruiksaanwijzing)
3.10 Apparaat plaatsen
VOORZICHTIG
Gevaar voor letsel door zwaar apparaat!
- Apparaat met twee personen naar de plaats van opstelling transporteren.
WAARSCHUWING
Brandgevaar door kortsluiting!
- Als u het apparaat opstelt: Netkabel niet knikken, klemmen of beschadigen.
- Apparaat niet gebruiken met een defecte netkabel.
WAARSCHUWING
Gevaar voor brand en beschadiging!
- Plaats geen warmte afgevende apparaten, bijv. magnetron, toaster enz. op het apparaat!
Zorg ervoor dat aan de volgende vereisten is voldaan:
❑Het apparaat uitsluitend in lege toestand verschuiven. ❑Het apparaat uitsluitend met hulp plaatsen.
- Neem de netkabel uit de verpakking.
- Steek de koelapparaatbus van de netkabel volledig in de apparaatstekker aan de achterkant van het apparaat. Let op een goede bevestiging van de koelapparaatbus.
- Leid indien nodig de netstekker met behulp van een snoer naar een vrij toegankelijk stopcontact.
Opstellen en aansluiten
3.11 Apparaat uitlijnen
Fig. 11
- Stelvoetjes (A) met meegeleverde steeksleutel en met behulp van een waterpas er uit draaien tot het apparaat vast en vlak is uitgelijnd.
▷ Apparaat is uitgelijnd.
VOORZICHTIG
Gevaar voor letsel en schade door omkantelen van het apparaat!
Als de extra verstelbare poot B op het onderste lagerbok niet correct op de vloer rust, kan het apparaat kantelen. Dit kan leiden tot materiële schade en letsel.
- Draai de verstelbare poot B aan de lagerbok er volgens de instructie uit.
- Stelvoetje (B) op het lagerblok losdraaien met de bijgeleverde steeksleutel totdat deze op de vloer rust.
- Draai de verstelbare poot (B) maximaal 90° verder om beschadiging van de deur te voorkomen.
▷ Het apparaat is beveiligd tegen kantelen.
3.12 Apparaat in een keukennis plaatsen
U kunt het apparaat in de keukennis integreren. (zie Fig. 12)
Plaats het apparaat hiervoor zodanig in een keukennis dat de deuren van het apparaat met de dikte van het front uit de keukennis steken. (zie Fig. 13)
* afhankelijk van model en uitvoering 11
Pagina 12
Opstellen en aansluiten
Fig. 12 Volledig omgeven door keukenmeubelen
- (1) Apparaat (G) Afstand tot de linker apparaatzijde
- (2) Keukenkast (H) Afstand tot bovenkant (F) Afstand tot de rechter apparaatzijde
Fig. 13 Bovenaanzicht
Fig. 14 Voorbeeldweergave met een muur aan de linkerkant
- (1) Apparaat (D) Afstand achterkant apparaat tot muur
- (2) Keukenkast (E) Afstand zijkant apparaat tot muur
- (3) Wand (F) Afstand tot de rechter apparaatzijde (A) Apparaatdiepte (G) Afstand tot de linker apparaatzijde (B) Diepte deur (J) Diepte van de ventilatiedoorsnede (C) Ventilatiedoorsnede
| Opstelmaten | |
| A | 635 mm |
| B | 110 mm |
| C | min. 300 cm² |
| D | 30 mm |
| E | 100 mm met 90° deuropeningshoek |
| E | 220 mm met 115° deuropeningshoek |
| E | 230 mm tot een buitenmuur |
| F | min. 4 mm |
| G | min. 4 mm |
| H | min. 25 mm |
| J | min. 50 mm |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 12)
WAARSCHUWING
Brandgevaar door kortsluiting!
- Als u het apparaat opstelt: Netkabel niet knikken, klemmen of beschadigen.
- Apparaat niet gebruiken met een defecte netkabel.
Zorg ervoor dat aan de volgende voorwaarden is voldaan:
❑Contactdoos is eenvoudig toegankelijk en bevindt zich niet achter het apparaat.
❑Er is rekening gehouden met aansluitmaten.
(zie 3.14 Apparaat op de stroomvoorziening aansluiten) ❑Er zijn wandafstandhouders gemonteerd. (zie 3.14 Apparaat op de stroomvoorziening aansluiten)
- Schuif het apparaat in de keukennis.
12 * afhankelijk van model en uitvoering
Pagina 13
Werking van het Touch & Swipe-display
3.13 Na het opstellen
- Alle transportbeveiligingsdelen uit de binnenruimte verwijderen.
LET OP
Materiële schade door puntige of scherpe voorwerpen! Als u puntige of scherpe voorwerpen gebruikt bij het verwijderen van verpakkingsmateriaal, kunt u het apparaat beschadigen.
- Gebruik geen puntige of scherpe voorwerpen om verpakkingsmateriaal te verwijderen.
- Beschermfolie uit de binnenruimte verwijderen: Folie vlak langs het onderdeel wegtrekken, om de hechting van de folie te beperken.
- Apparaat reinigen. (zie 10.8 Apparaat reinigen)
- Type (model, nummer), apparaataanduiding, apparaat-/serienummer, aanschafdatum en dealeradres noteren.
3.14 Apparaat op de stroomvoorziening aansluiten
WAARSCHUWING
Gevaar voor elektrische schokken en letsel door beschadigd apparaat of beschadigd netsnoer!
Levensgevaar en snijwonden. Als het apparaat of netsnoer tijdens het transport beschadigd zijn geraakt, kunt u een dodelijke elektrische schok krijgen. Bovendien kunt u zich snijden aan beschadigde onderdelen van de behuizing van het apparaat.
- Controleer apparaat en netsnoer na het transport op beschadiging.
- Neem het apparaat in geen geval in gebruik, als het apparaat of netsnoer beschadigd zijn.
- Neem contact op met de klantenservice.
U sluit uw apparaat met de apart meegeleverde voedingskabel aan op het lichtnet. De voedingskabel heeft aan één uiteinde een contrastekker voor de aansluiting op de koelkast en aan het andere uiteinde een stekker voor de netvoeding.
Ervoor zorgen dat aan de volgende voorwaarden is voldaan:
- Apparaat en voedingskabel zijn onbeschadigd.
- Apparaat is volgens de voorschriften opgesteld. (zie 3.10 Apparaat plaatsen)
- Vereisten aan de elektrische aansluiting zijn aangehouden.
- Maten voor de voorschriftmatige aansluiting zijn bekend en aangehouden. (zie 3.4 Aansluitmaten voor de stroomvoorziening)
- Netspanning en spanningsfrequentie komen overeen met de gegevens op het typeplaatje.
- Contactdoos is overeenkomstig de voorschriften geaard en elektrisch gezekerd.
- Uitschakelstroom van de zekering ligt tussen 10 A en 16 A.
- Contactdoos is eenvoudig toegankelijk en bevindt zich niet achter het apparaat. (zie 3.4 Aansluitmaten voor de stroomvoorziening)
LET OP
Gevaar voor beschadiging door onjuist gebruik! Beschadiging van de elektrische componenten van het apparaat.
- Gebruik uitsluitend het meegeleverde netsnoer.
WAARSCHUWING
Brandgevaar door verkeerd aansluiten! Brandwonden.
Beschadigingen van het apparaat.
- Geen verlengkabel gebruiken.
- Geen verdeeldozen gebruiken.
LET OP
Gevaar voor beschadiging door verkeerd aansluiten! Beschadigingen van het apparaat.
- Sluit het apparaat niet aan op stand-alone-omvormers zoals zonne-energiesystemen en benzinegenerators.
- Netsnoer van de netaansluiting op de stroomvoorziening aansluiten. Let op een goede bevestiging van de contactdoos.
▷ Indien binnen 60 seconden geen actie volgt: Stand-by symbool vervaagt of verdwijnt.
▷ Apparaat is aangesloten. Eerste inbedrijfstelling zie volgende hoofdstuk of gebruiksaanwijzing.
3.15 Afvalverwerking van de verpakking
WAARSCHUWING
Gevaar voor verstikking door verpakkingsmateriaal en folie!
- Kinderen niet met het verpakkingsmateriaal laten spelen.
De verpakking bestaat uit recyclebaar materiaal:
- Golfkarton/karton - Onderdelen uit geschuimd polystyreen - Folies en zakken uit polyetheen - Spanbanden uit polypropeen - Vastgespijkerd houten raam afgewerkt met polyethyleen*
- Breng het verpakkingsmateriaal naar een officieel inzamelpunt.
4 Werking van het Touch & Swipedisplay
U bedient uw apparaat met het Touch & Swipe-display. Met het Touch & Swipe-display (verder display genoemd) selecteert u de functies van het apparaat door te tikken of te vegen. Als u gedurende 10 seconden geen actie op het display uitvoert, gaat het display terug naar het bovenliggende menu of rechtstreeks naar de statusweergave.
4.1 Navigatie en verklaring van symbolen
In de afbeeldingen worden verschillende symbolen voor navigatie op het display gebruikt. Deze symbolen worden in de volgende tabel beschreven.
* afhankelijk van model en uitvoering 13
Pagina 14
Werking van het Touch & Swipe-display
| Symbool | Beschrijving |
|---|---|
| Display kort aanraken: Functie activeren/deactiveren. Keuze bevestigen. Submenu openen. | |
| Display een bepaalde tijd (bijv. 3 seconden) aanraken: Functie of waarde activeren/deacti-veren. | |
| Naar rechts of links vegen: In het menu navigeren. | |
| Terugsymbool kort aanraken: Eén menuniveau terugspringen. | |
| Terugsymbool 3 seconden aanraken: Terugspringen naar de statusweergave. | |
| Terugsymbool linksboven kort | |
| aanraken: Eén menuniveau terugspringen. | |
| Pijl met klok: Het duurt meer dan 10 seconden voordat de volgende weergave op het display verschijnt. | |
| Pijl met tijdweergave: Het duurt de aangegeven tijd voordat de volgende weergave op het display verschijnt. | |
| Symbool "Instellingenmenu" openen: Naar het instellingsmenu navigeren en het instellingsmenu openen. Indien vereist: In het instellingsmenu naar de gewenste functie navigeren. (zie 4.2.1 Instellingenmenu openen) | |
| Symbool "Uitgebreid menu" openen: Naar het uitgebreide menu navigeren en het uitgebreide menu openen. Indien vereist: In het uitgebreide menu naar de gewenste functie navigeren. (zie 4.2.2 Geavanceerd menu openen) | |
| Geen actie gedurende 10 seconden | Als u gedurende 10 seconden geen actie op het display uitvoert, gaat het display terug naar het bovenliggende menu of rechtstreeks naar de statusweergave. |
| Deur sluiten en weer openen. | Als u de deur sluit en direct weer opent, springt het display direct terug naar de statusweergave. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 14)
Opmerking: Afbeeldingen van het display worden met Engelse begrippen weergegeven.
4.2 Menu's
De functies van het apparaat zijn over verschillende menu's verdeeld:
| Menu | Beschrijving |
|---|---|
| Hoofdmenu | Wanneer u het apparaat inschakelt, bevindt u zich automatisch in het hoofdmenu. Vanaf hier navigeert u naar de belangrijkste functies van het apparaat, het instellingenmenu en het uitgebreide menu. |
| Instellingenmenu | Het instellingenmenu bevat de overige apparaatfuncties voor het instellen van uw apparaat. |
| Uitgebreid menu | Het uitgebreide menu bevat speciale apparaatfuncties voor het instellen van uw apparaat. De toegang tot het uitgebreide menu wordt beveiligd met de cijfercode 1 5 1. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 14)
4.2.1 Instellingenmenu openen
Fig. 15 Voorbeeld
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ Instellingenmenu is geopend.
- Indien vereist: Naar de gewenste functie navigeren.
4.2.2 Geavanceerd menu openen
Fig. 16
Fig. 17 Voorbeeldweergave, toegang met cijfercode 151
14 * afhankelijk van model en uitvoering
Pagina 15
In gebruik nemen
| ► Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Geavanceerd menu is geopend. ► Indien vereist: Naar de gewenste functie navigeren. | |
| Aanwijzing Toebehoren zijn verkrijgbaar in de Liebherr-Hausgeräte-shop op go.liebherr.com/47wtc4. | |
| 4.3 Slaapstand | 5.2 IceMaker in gebruik nemen |
| Als u het display 1 minuut niet aanraakt, schakelt het display over naar de slaapstand. In de slaapstand is de helderheid van het display gedimd. 4.3.1 Slaapstand beëindigen ► Display kort met de vinger aanraken. ▷ Slaapstand is beëindigd. | Als uw apparaat is uitgerust met een IceMaker moet u voor het eerste gebruik de IceMaker reinigen. Ervoor zorgen dat aan de volgende voorwaarden is voldaan: ❑Er is een wateraansluiting tot stand gebracht. Zie Installation Guide of montagehandleiding. ❑Het apparaat is volledig aangesloten. |
| 5 In gebruik nemen | ► IceMaker reinigen. (zie 10.8.5 IceMaker reinigen) 6 Opslag |
| 5.1 Apparaat inschakelen (eerste inbedrijfstelling) | 6.1 Instructies voor opslag |
| Ervoor zorgen dat aan de volgende voorwaarden is voldaan: ❑Apparaat is overeenkomstig de montage-instructies opgesteld en aangesloten. ❑Alle plakstroken, plak- en beschermfolies alsook de transportbeveiligingen in en op het apparaat zijn verwijderd. ❑Alle reclame-inserts zijn uit de laden verwijderd. ❑Werking van het Touch & Swipe-display is bekend. (zie 4 Werking van het Touch & Swipe-display) Apparaat via het Touch & Swipe-display inschakelen: ► Als het scherm in de slaapstand staat: Display kort aanraken. ► Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. | WAARSCHUWING Brandgevaar door elektrische apparaten! Als u elektrische apparaten in het levensmiddelengedeelte van uw apparaat gebruikt, kunnen ze brand veroorzaken. ► Gebruik geen elektrische apparaten in het levensmiddelengedeelte van het apparaat, tenzij ze door de fabrikant worden aanbevolen. Aanwijzing Het energieverbruik stijgt en het koelvermogen neemt af als de ontluchting niet toereikende is. ► Houd de luchtopening altijd vrij. |
| Fig. 18 Voorbeeld | De volgende bewaarvoorschriften in acht nemen: - Luchtspleten bij de ventilator vrijhouden. - In het vriesgedeelte: Levensmiddelen goed verpakken. - Levensmiddelen die gemakkelijk geur of smaak aannemen of afgeven, in gesloten containers verpakken of afdekken. - Vloeistoffen in gesloten houders bewaren. - Levensmiddelen met tussenafstand bewaren zodat de lucht goed kan circuleren. - Levensmiddelen overeenkomstig de aanwijzingen op de verpakking bewaren. - Altijd de op de verpakking vermelde minimale houdbaar‐ |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 15)
▷ De statusweergave verschijnt. heidsdatum in acht nemen.
▷ Apparaat koelt af tot de in de fabriek ingestelde doeltemperatuur. Aanwijzing ▷ Apparaat start in de demomodus (statusweergave met Het niet opvolgen van deze gegevens kan leiden tot bederf DEMO verschijnt): Als het apparaat in de demomodus van levensmiddelen.
start, kunt u de demomodus binnen de volgende 5 minuten deactiveren. (zie Demomodus)
Meer informatie:
- IceMaker in gebruik nemen. (zie 5.2 IceMaker in gebruik nemen) - SmartDevice in gebruik nemen. (zie 2.4 SmartDevice) en (zie WLAN)
Aanwijzing
De fabrikant adviseert het volgende:
- Levensmiddelen plaatsen: ca. 6 uur wachten tot de ingestelde temperatuur is bereikt.
- Diepvriesproducten bij -18 °C of kouder in de diepvriezer leggen.
- Bewaarinstructies in acht nemen. (zie 6.1 Instructies voor opslag)
* afhankelijk van model en uitvoering 15
Pagina 16
Opslag
| Temperatuurzone | Voedsel | |
| Aanwijzing Als de temperatuur onder 0 °C daalt, kunnen levensmiddelen bevriezen. ► Groenten die gevoelig zijn voor kou, zoals komkommer, aubergine, courgette en zuidvruchten, moeten in het koelgedeelte worden bewaard. | ||
| Voedsel volgens de ingestelde temperatuur bewaren. Liebherr adviseert om levensmiddelen te bewaren in de Vario-TempZone: | ||
| Temperatuur‐ Voedsel bereik | 6.3.1 Fruit & Vegetable-safe | |
| VarioTempZone | 4 °C tot 5 °C reeds bereid voedsel, kaas, conserven 0 °C verpakt fruit en verpakte groenten -2 °C verse vis en zeevruchten -18 °C zie diepvriesgedeelte | Hier wordt een bewaarklimaat rond 0 °C ingesteld. Het vakdeksel zorgt voor een constante luchtvochtigheid. Dit klimaat is geschikt voor het bewaren van onverpakte levensmiddelen met een hoog vochtgehalte (bijv. sla, groenten, fruit). De luchtvochtigheid in het vak is afhankelijk van het vochtgehalte van de bewaarde producten en hoe vaak het vak wordt geopend. U kunt de luchtvochtigheid regelen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 16)
Overzicht VarioTempZone Levensmiddelen sorteren
- Onverpakte groenten en fruit bewaren.
6.2 Koelgedeelte Als de luchtvochtigheid te hoog is:
- Luchtvochtigheid regelen.
Door de luchtcirculatie in het apparaat kunnen verschillende temperatuurzones worden ingesteld. U vindt de verschil‐ 6.3.2 Meat & Dairy-safe lende temperatuurzones in het apparaat- en uitrustingsoverzicht. (zie 2.2 Apparaat- en uitrustingsoverzicht) Hier wordt een bewaarklimaat rond 0 °C ingesteld. Dit klimaat is geschikt voor gevoelige levensmiddelen (bijv. 6.2.1 Levensmiddelen sorteren zuivelproducten, vlees, vis, worst).
Levensmiddelen sorteren
VOORZICHTIG
Gevaar voor letsel en schade door verkeerd geclassificeerde levensmiddelen of voorwerpen!
Als u levensmiddelen of voorwerpen op de onderste glasplaat plaatst, kan de deur niet goed sluiten. Daarbij kan het deurrek breken, levensmiddelen of voorwerpen eruit vallen en verwondingen veroorzaken.
- Houd het voorste gedeelte van de onderste glasplaat vrij.
- Droge of verpakte levensmiddelen bewaren.
6.4 Vriesgedeelte
Hier heerst bij -18 °C een droog, ijskoud klimaat. Een ijskoud klimaat is geschikt voor het bewaren van diepvriesproducten gedurende meerdere maanden, voor het maken van ijsblokjes en voor het invriezen van verse levensmiddelen.
6.4.1 Levensmiddelen invriezen
Hoeveelheid in te vriezen levensmiddelen
1
U kunt binnen 24 uur maximaal zoveel verse levensmiddelen invriezen als op het typeplaatje (zie 11.5 Typeplaatje) onder "Invriescapaciteit ... kg/24h" wordt aangegeven.
Houd u aan de volgende hoeveelheden per verpakking zodat de levensmiddelen snel tot de kern bevriezen:
- Groenten en fruit tot 1 kg - Vlees tot 2,5 kg
Levensmiddelen invriezen met SuperFrost
Fig. 19 Voorbeeldweergave
- (1) Voorste gedeelte
- Bovenste gedeelte en deur: Boter, kaas, conserven en tubes bewaren.
- Koudste temperatuurzone: Licht bederfelijke levensmiddelen zoals kant-en-klare maaltijden bewaren.
6.3 BioFresh
BioFresh verlengt bij sommige verse levensmiddelen de versheid in vergelijking met gebruikelijke koelmethodes.
Afhankelijk van de vrieshoeveelheid kunt u voor het invriezen SuperFrost activeren om lagere vriestemperaturen te verkrijgen. (zie SuperFrost)
- SuperFrost activeren als de hoeveelheid in te vriezen levensmiddelen groter dan ca. 2 kg is.
Het tijdstip waarop u SuperFrost activeert is afhankelijk van de hoeveelheid in te vriezen levensmiddelen:
| Hoeveelheid in te vriezen levensmiddelen | Tijdstip voor activering van SuperFrost |
| Kleine hoeveelheid in te vriezen levensmiddelen | SuperFrost ongeveer 6 uur vóór het invriezen activeren. Zodra het apparaat SuperFrost automatisch deactiveert, kunt u het voedsel opnieuw sorteren. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 16)
16 * afhankelijk van model en uitvoering
Pagina 17
Opslag
| Hoeveelheid in te vriezen levensmiddelen | Tijdstip voor activering van SuperFrost |
| Maximale hoeveelheid in te vriezen levensmiddelen | SuperFrost ongeveer 24 uur vóór het invriezen activeren. Zodra het apparaat SuperFrost automatisch deactiveert, kunt u het voedsel opnieuw sorteren. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 17)
Levensmiddelen sorteren
VOORZICHTIG
Risico van letsel door glasscherven!
Flessen en blikjes dranken kunnen barsten tijdens het invriezen. Dit geldt met name voor koolzuurhoudende dranken.
| ► Flessen en blikjes met dranken alleen invriezen als u de BottleTimer-functie in de SmartDevice-app hebt geactiveerd. | |
| Hoeveelheid in te vriezen levensmiddelen | Levensmiddelen sorteren |
| Kleine hoeveelheid in te vriezen levensmiddelen | Verpakte levensmiddelen in de bovenste lade leggen. Levensmiddelen indien mogelijk achter in de lade tegen de achterzijde leggen. |
| Maximale hoeveelheid in te vriezen levensmiddelen | Verpakte levensmiddelen over alle lades verdelen, maar in de onderste lade uitsluitend reeds ingevroren levensmiddelen leggen. Levensmiddelen indien mogelijk achter in de lade tegen de achterzijde leggen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 17)
6.4.2 Levensmiddelen ontdooien
WAARSCHUWING
Gevaar voor voedselvergiftiging!
- Ontdooide levensmiddelen nooit weer terug invriezen.
- Verwerk ontdooide levensmiddelen zo snel mogelijk.
U kunt levensmiddelen op verschillende manieren ontdooien:
- In het koelgedeelte - In de magnetron - In de oven/heteluchtoven - Bij kamertemperatuur
- Slechts zoveel levensmiddelen verwijderen als nodig is.
6.5 Opslagtijden
De aangegeven opslagtijden zijn richtwaarden.
Bij levensmiddelen met gegevens over de minimale houdbaarheid geldt altijd de op de verpakking aangegeven datum.
6.5.1 Koelgedeelte
De minimale houdbaarheidsdatum op de verpakking is van toepassing.
6.5.2 BioFresh
| Richtwaarden voor de opslagduur in Meat & Dairy-Safe | ||
| boter | bij 1 °C | tot 90 dagen |
| harde kaas | bij 1 °C | tot 110 dagen |
| melk | bij 1 °C | tot 12 dagen |
| worst, beleg | bij 1 °C | tot 8 dagen |
| gevogelte | bij 1 °C | tot 6 dagen |
| varkensvlees | bij 1 °C | tot 6 dagen |
| rundvlees | bij 1 °C | tot 6 dagen |
| wild | bij 1 °C | tot 6 dagen |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 17)
Aanwijzing
- Let op: eiwitrijkere levensmiddelen bederven sneller. d.w.z. schaaldieren bederven sneller dan vis en vis sneller dan vlees.
| Richtwaarden voor de opslagduur in Fruit & Vegetable-Safe | ||
| groenten, salade | ||
| artisjokken | bij 1 °C | tot 14 dagen |
| selderij | bij 1 °C | tot 28 dagen |
| bloemkool | bij 1 °C | tot 21 dagen |
| Broccoli | bij 1 °C | tot 13 dagen |
| chicorée | bij 1 °C | tot 27 dagen |
| veldsla | bij 1 °C | tot 19 dagen |
| erwten | bij 1 °C | tot 14 dagen |
| boerenkool | bij 1 °C | tot 14 dagen |
| wortels | bij 1 °C | tot 80 dagen |
| knoflook | bij 1 °C | tot 160 dagen |
| koolrabi | bij 1 °C | tot 14 dagen |
| kropsla | bij 1 °C | tot 13 dagen |
| kruiden | bij 1 °C | tot 13 dagen |
| prei | bij 1 °C | tot 29 dagen |
| champignons | bij 1 °C | tot 7 dagen |
| radijsjes | bij 1 °C | tot 10 dagen |
| spruitjes | bij 1 °C | tot 20 dagen |
| asperge | bij 1 °C | tot 18 dagen |
| spinazie | bij 1 °C | tot 13 dagen |
| savooiekool | bij 1 °C | tot 20 dagen |
| Fruit | ||
| abrikozen | bij 1 °C | tot 13 dagen |
| appels | bij 1 °C | tot 80 dagen |
| peren | bij 1 °C | tot 55 dagen |
| braambessen | bij 1 °C | tot 3 dagen |
| dadels | bij 1 °C | tot 180 dagen |
| aardbeien | bij 1 °C | tot 7 dagen |
| vijgen | bij 1 °C | tot 7 dagen |
| blauwe bosbessen | bij 1 °C | tot 9 dagen |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 17)
* afhankelijk van model en uitvoering 17
Pagina 18
Energie sparen
| Richtwaarden voor de opslagduur in Fruit & Vegetable-Safe | ||
| frambozen | bij 1 °C | tot 3 dagen |
| rode bessen | bij 1 °C | tot 7 dagen |
| kersen, zoet | bij 1 °C | tot 14 dagen |
| kiwi | bij 1 °C | tot 80 dagen |
| perziken | bij 1 °C | tot 13 dagen |
| pruimen | bij 1 °C | tot 20 dagen |
| vossenbessen | bij 1 °C | tot 60 dagen |
| rabarber | bij 1 °C | tot 13 dagen |
| kruisbessen | bij 1 °C | tot 13 dagen |
| druiven | bij 1 °C | tot 29 dagen |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 18)
6.5.3 Vriesgedeelte
| Richtwaarden voor de opslagduur levensmiddelen | van verschillende | ||
| IJs | bij -18 | °C | 2 tot 6 maanden |
| Worst, ham | bij -18 | °C | 2 tot 3 maanden |
| Brood, bakkerijproducten | bij -18 | °C | 2 tot 6 maanden |
| Wild, varken | bij -18 | °C | 6 tot 9 maanden |
| Vis, vet | bij -18 | °C | 2 tot 6 maanden |
| Vis, mager | bij -18 | °C | 6 tot 8 maanden |
| Kaas | bij -18 | °C | 2 tot 6 maanden |
| Gevogelte, rundvlees | bij -18 | °C | 6 tot 12 maanden |
| Groente, fruit | bij -18 | °C | 6 tot 12 maanden |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 18)
7 Energie sparen
- Let altijd op de be- en ontluchting. Dek de ventilatieopeningen resp. -roosters niet af.
- Houd de ventilatieluchtopeningen altijd vrij.
- Plaats het apparaat niet in direct zonlicht of naast een verwarming of iets dergelijks.
- Als u het apparaat direct naast een oven opstelt, kan het energieverbruik iets toenemen. Dit is afhankelijk van de duur en intensiteit van het gebruik van de oven.
- Het energieverbruik is afhankelijk van de plaatsingsomstandigheden zoals bijv. de omgevingstemperatuur . Bij een warmere omgevingstemperatuur kan het energieverbruik toenemen.
- Open het apparaat, indien mogelijk zo kort mogelijk.
- Hoe lager de temperatuur wordt ingesteld, hoe hoger het energieverbruik.
- Levensmiddelen gesorteerd rangschikken: home.liebherr.com/food.
- Alle levensmiddelen goed verpakt en afgedekt bewaren.
Condensvorming wordt voorkomen.
- Levensmiddelen zolang als nodig eruit halen, zodat ze niet te warm worden.
- Warme gerechten plaatsen: eerst tot op kamertemperatuur laten afkoelen.
- Diepvriesproducten in de koelruimte ontdooien.
- Bij langere vakantieperioden de HolidayMode gebruiken (zie HolidayMode) gebruiken.
8 Bediening
8.1 Bedienings- en weergave-elementen
8.1.1 Statusindicatie
Fig. 20 Statusindicatie is werkelijke temperatuur.
- (1) Temperatuurindicatie (3) Temperatuurindicatie koeldeel vriesdeel
- (2) Temperatuurindicatie
VarioTempZone
De statusindicatie toont de werkelijke temperatuur en is de uitgangsindicatie. Van daaruit gebeurt de navigatie naar de functies en instellingen.
8.1.2 Symbolen
De symbolen geven informatie over de actuele staat van het apparaat.
Symbool Toestand van het apparaat
Stand-by
Apparaat of temperatuurzone is uitgeschakeld.
Knipperend cijfer
Apparaat werkt. Temperatuur knippert tot de ingestelde waarde is bereikt.
Knipperend symbool
Apparaat werkt. Instelling wordt uitgevoerd.
"D" in de statusindicatie
Demomodus is actief.
IceMaker-symbool in de statusindicatie
IceMaker is actief.
WLAN-symbool in de statusindicatie
WLAN is actief.
8.2 Apparaatfuncties
8.2.1 Opmerkingen over de functies van het apparaat
De apparaatfuncties zijn af fabriek zo ingesteld dat uw apparaat volledig functioneel is.
18 * afhankelijk van model en uitvoering