Liebherr SFFfg 4001, tekst van de handleiding
Pagina's 22–41 van 46 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← pagina's 3–21verder op pagina 43 →
Pagina 22
Bediening
Fig. 70 Temperatuurwissel van -15,5 °C tot -16,9 °C
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ Temperatuur is ingesteld.
7.2.4 Temperatuurregistratie
Het apparaat geeft de minimum- en maximumtemperatuur in het apparaat aan. De registratie start automatisch na het inschakelen van het apparaat met een interval van één minuut. Na 999 uur (ca. 40 dagen) wordt erop gewezen dat het geheugen vol is. De temperatuurregistratie moet dan gereset worden.
Aanwijzing
Aanbevolen wordt om de temperatuurregistratie bij inbedrijfstelling van het apparaat en na het bereiken van de ingestelde temperatuur eenmalig te resetten. Hierdoor wordt de relevante maximumtemperatuur aangegeven.
Temperatuurregistratie tonen
De temperatuurregistratie toont de duur van de registratie en de gedurende die tijd gemeten minimum- en maximumtemperatuur.
Fig. 71
Fig. 72 ▷ Statusscherm met de temperatuurregistraties wordt weergegeven.
Temperatuurregistratie resetten
De weergegeven minimum- en maximumtemperaturen kunnen op elk moment gereset worden. Hiermee worden de weergegeven waarden gewist en het meetinterval opnieuw gestart.
Fig. 73
Fig. 74
- Handelingsstappen volgens afbeelding uitvoeren. ▷ Temperatuurregistratie is gereset.
▷ Registratie-interval start opnieuw.
7.2.5 Toegangsbeveiliging instellingenmenu
Met deze instelling kan de toegang tot het instellingenmenu beveiligd worden met een driecijferige pincode.
Toepassing:
- Onbedoeld wijzigen van instellingen en functies vermijden.
- Onbedoeld uitschakelen van het apparaat vermijden. - Onbedoelde temperatuurwijzigingen vermijden.
Aanwijzing
- In de onderstaande voorbeelden wordt af fabriek de ingestelde PIN-code: 1 1 1 gebruikt.
Toegangsbeveiliging van het instellingenmenu activeren
Fig. 75
22 * afhankelijk van model en uitvoering
Pagina 23
Fig. 76
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ Toegangsbeveiliging van het instellingenmenu is geactiveerd.
Pincode voor de toegangsbeveiliging van het instellingenmenu wijzigen
Zie: (zie 7.2.6 Toegangscodes)
Toegangsbeveiliging van het instellingenmenu deactiveren
Fig. 77
Fig. 78
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ Toegangsbeveiliging van het instellingenmenu is gedeactiveerd.
Bediening
Beveiligd instellingenmenu openen
Bij een actieve toegangsbeveiliging is de invoer van de PIN-code vereist, om het menu Instellingen te openen. Zodra u het menu Instellingen hebt verlaten, activeert u de toegangsbeveiliging automatisch.
- Navigatiepijl indrukken tot de gewenste functie wordt weergegeven.
Fig. 79
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ De pincode is correct.
▷ Het instellingenmenu verschijnt.
7.2.6 Toegangscodes
Verschillende instellingen zijn mogelijk.
Toepassing:
- Wijzigen van de instellingscode. - Resetten van de instellingscode.
Toegangsbeveiliging van het instellingsmenu
Wijzigen van de instellingscode
Deze instelling maakt het wijzigen van de instellingscode voor de toegangsbeveiliging van het instellingsmenu mogelijk.
De instelling wordt in 3 stappen uitgevoerd:
- Invoer van de instellingscode - Invoer van de nieuwe instellingscode - Bevestiging van de nieuwe instellingscode
Aanwijzing
- In het volgende voorbeeld wordt de af fabriek ingestelde instellingscode 1 1 1 gewijzigd.
- De nieuwe instellingscode is: 2 3 4
Fig. 80
De toegangsbeveiliging van het instellingsmenu moet actief zijn. (zie 7.2.5 Toegangsbeveiliging instellingenmenu )
* afhankelijk van model en uitvoering 23
Pagina 24
Bediening
- Navigatiepijl indrukken tot de gewenste functie wordt weergegeven.
Fig. 81
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Invoer van de oude instellingscode succesvol.
Fig. 82
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Invoer van de nieuwe instellingscode succesvol.
Fig. 83
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ Bevestiging van de nieuwe instellingscode succesvol. ▷ De instellingscode is gewijzigd.
Resetten van de instellingscode
Instellingscode voor de toegangsbeveiliging van het instellingsmenu vergeten of niet bekend.
- Apparaat op fabrieksinstellingen (zie 7.2.24 Resetten naar fabrieksinstellingen ) resetten.
▷ Het apparaat is gereset naar de oorspronkelijke instellingen.
▷ De instellingscode af fabriek is: 1 1 1
7.2.7 Herinnering onderhoudsinterval
Instelling van de periode tot aan het onderhoud wordt herinnerd.
De volgende waarden kunnen worden ingesteld:
- 7 dagen
- 14 dagen
- 30 dagen
- 60 dagen
- 90 dagen
- 180 dagen
- 360 dagen
- 720 dagen
- 1080 dagen
- Uit
Herinnering onderhoudsinterval instellen
De volgende stappen beschrijven hoe de periode tot het volgende onderhoud ingesteld wordt.
Fig. 84
24 * afhankelijk van model en uitvoering
Pagina 25
Bediening
Fig. 85
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ De periode tot aan het volgende onderhoud wordt herinnerd is ingesteld.
▷ De resterende tijd wordt weergegeven.
7.2.8 Taal
Met deze instelling wordt de taal van de weergave ingesteld.
Taal instellen
Fig. 86
Fig. 87
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ De geselecteerde taal is ingesteld.
7.2.9 Temperatuureenheid
Met deze functie stelt u de temperatuureenheid in. U kunt als temperatuureenheid graden Celsius en graden Fahrenheit instellen.
Temperatuureenheid instellen
Fig. 88
Fig. 89 Voorbeeldweergave: Tussen Celsius en graden Fahrenheit schakelen.
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ Temperatuureenheid is ingesteld.
7.2.10 Display-helderheid
Met deze functie stelt u de helderheid van het display trapsgewijs in.
U kunt de volgende helderheidsniveaus instellen:
- 40% - 60% - 80% - 100 % (voorinstelling)
Helderheid instellen
Fig. 90
Fig. 91 Voorbeeldweergave: Van 80 % naar 60 % schakelen.
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ Helderheid is ingesteld.
7.2.11 Alarm Sound
Met deze functie kunnen alle alarmtonen, bijvoorbeeld deuralarm, worden in- en uitgeschakeld.
Alarm Sound activeren
Fig. 92
* afhankelijk van model en uitvoering 25
Pagina 26
Bediening
Fig. 93
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Alarm Sound is geactiveerd.
Alarm Sound deactiveren
Fig. 94
Fig. 95
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Alarm Sound is gedeactiveerd.
7.2.12 Key Sound
Met deze functie kunnen alle bevestigingstonen en de Startsound worden in- en uitgeschakeld.
Key Sound activeren
Fig. 96
Fig. 97
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Key Sound is geactiveerd.
Key Sound deactiveren
Fig. 98
Fig. 99
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Key Sound is gedeactiveerd.
7.2.13 WLAN-verbinding
Aanwijzing
Liebherr SmartMonitoring Dashboard is niet in alle landen beschikbaar. Controleer de beschikbaarheid via de QR-code door uw model in te voeren.
Aanwijzing
Het gebruik van het Liebherr SmartMonitoring Dashboard onder https://smartmonitoring.liebherr.com vereist een geïnstalleerde SmartModule en een zakelijke MyLiebherraccount. U kunt zich tijdens de online-inbedrijfstelling direct met uw beschikbare aanmeldgegevens aanmelden of zich opnieuw registeren en een bedrijfsaccount aanmaken.
Deze instelling brengt een snoerloze verbinding tussen apparaat en internet tot stand. De verbinding wordt via de SmartModule gestuurd. Het apparaat kan via het Liebherr SmartMonitoring Dashboard in een browser worden geïntegreerd en met geavanceerde opties en individuele mogelijkheden voor besturing, beheer en bewaking worden gebruikt.
Aanwijzing
Accessoires zijn verkrijgbaar bij de klantenservice (zie 10.3 Klantenservice) of bij gespecialiseerde dealers via de dealerzoekfunctie op onze servicepagina op internet:
home.liebherr.com
Fig. 100
Ervoor zorgen dat aan de volgende voorwaarden is voldaan:
❑SmartModule Fig. 100 (1) is geplaatst.
Verbinding maken
De inbedrijfstelling en inrichting van uw SmartModule doet u online via het Liebherr SmartMonitoring Dashboard op uw internetcompatibele eindapparaat.
Op het Liebherr SmartMonitoring Dashboard vindt u ook informatie over de inbouw achteraf van de SmartModule.
Fig. 101
- Open het Liebherr SmartMonitoring Dashboard (zie Fig. 101) .
Op het koel- of vriesapparaat:
Fig. 102
26 * afhankelijk van model en uitvoering
Pagina 27
Bediening
Fig. 103
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
- Inrichtprocedure op uw internetcompatibele eindapparaat voortzetten: Liebherr SmartMonitoring Dashboard
Fig. 104
- Verbinding wordt gemaakt.
▷ WiFi connecting wordt weergegeven. Het symbool knippert.
- Instructies van het Liebherr SmartMonitoring Dashboard opvolgen.
▷ Verbinding is gemaakt.
Verbinding verbreken
Fig. 105
Fig. 106
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Verbinding is verbroken.
Verbinding resetten
Fig. 107
Fig. 108
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ De WiFi-instellingen zijn teruggezet op de toestand van levering.
7.2.14 LAN-verbinding
Aanwijzing
Liebherr SmartMonitoring Dashboard is niet in alle landen beschikbaar. Controleer de beschikbaarheid via de QR-code door uw model in te voeren.
Aanwijzing
Het gebruik van het Liebherr SmartMonitoring Dashboard onder https://smartmonitoring.liebherr.com vereist een geïnstalleerde SmartModule en een zakelijke MyLiebherraccount. U kunt zich tijdens de online-inbedrijfstelling direct met uw beschikbare aanmeldgegevens aanmelden of zich opnieuw registeren en een bedrijfsaccount aanmaken.
Deze instelling zorgt voor een kabelgebonden verbinding tussen het apparaat en het internet tot stand. De verbinding wordt via de SmartModule gestuurd. Het apparaat kan via het Liebherr SmartMonitoring Dashboard in een browser worden geïntegreerd en met geavanceerde opties en individuele mogelijkheden voor besturing, beheer en bewaking worden gebruikt.
Aanwijzing
Accessoires zijn verkrijgbaar bij de klantenservice (zie 10.3 Klantenservice) of bij gespecialiseerde dealers via de dealerzoekfunctie op onze servicepagina op internet:
home.liebherr.com
Fig. 109
Ervoor zorgen dat aan de volgende voorwaarden is voldaan:
❑SmartModule Fig. 109 (1) is geplaatst.
* afhankelijk van model en uitvoering 27
Pagina 28
Bediening
❑Een netwerkkabel is aangesloten. ❑Netwerk is met internet verbonden.
Verbinding maken
De inbedrijfstelling en inrichting van uw SmartModule doet u online via het Liebherr SmartMonitoring Dashboard op uw internetcompatibele eindapparaat.
Op het Liebherr SmartMonitoring Dashboard vindt u ook informatie over de inbouw achteraf van de SmartModule.
Fig. 110
- Open het Liebherr SmartMonitoring Dashboard (zie Fig. 110) .
Op het koel- of vriesapparaat:
7.2.15 Apparaatinformatie
Met deze functie geeft u de modelnaam, de index, het serienummer en het servicenummer van het apparaat weer. U heeft de apparaatinformatie nodig, als u contact opneemt met de klantenservice. (zie 10.3 Klantenservice) Met deze functie opent u bovendien het menu Geavanceerd. (zie 4 Werking van het Touch-display)
Apparaatinformatie weergeven
Fig. 115
Fig. 111
Fig. 112
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ Verbinding wordt gemaakt: LAN connecting wordt weergegeven. Het symbool knippert.
- Instructies van het Liebherr SmartMonitoring Dashboard opvolgen.
▷ Verbinding is gemaakt.
Verbinding verbreken
Fig. 113
Fig. 114
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Verbinding is verbroken.
Fig. 116
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Display geeft apparaatinformatie weer.
7.2.16 Bedrijfsuren
Deze weergave toont de bedrijfsuren van het apparaat.
Bedrijfsuren weergeven
Fig. 117
Fig. 118 ▷ De bedrijfsuren verschijnen.
7.2.17 Software
Met deze functie stelt u de softwareversie van uw apparaat in.
Softwareversie weergeven
Fig. 119
Fig. 120
28 * afhankelijk van model en uitvoering
Pagina 29
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Display geeft softwareversie weer.
7.2.18 Sensorkalibratie
U kunt met de sensor-kalibratie verschillen tussen de ingestelde en de feitelijke temperatuur vereffenen. Hiertoe bepaalt u de feitelijke temperatuur met een gekalibreerd meetapparaat.
Instelbereik: +/- 3 Kelvin in stappen van 0,1 Kelvin.
Sensor kalibreren
Fig. 121
Fig. 122
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Sensor is gekalibreerd.
Aanwijzing
De gekalibreerde temperatuur wordt binnen twee uur in het display weergegeven.
7.2.19 Temperatuuralarm
Met deze functie stelt u het temperatuuralarm in. Hierbij definieert u de bovenste en onderste temperatuurgrens in met een verschilwaarde op de actueel ingestelde binnentemperatuur. Het temperatuuralarm wordt geactiveerd zodra de binnentemperatuur het ingestelde temperatuurbereik verlaat en een eventuele ingestelde vertragingstijd is verstreken.
| Voorbeeld | In te stellen verschilwaarde | |
|---|---|---|
| Actuele binnentemperatuur | 5 °C | |
| Onderste temperatuurgrens | 2 °C | -3 °C |
| Bovenste temperatuurgrens | 8 °C | +3 °C |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 29)
U kunt de volgende waarden instellen:
- Verschilwaarde voor de onderste temperatuurgrens in stappen van 0,1 °C - Verschilwaarde voor de bovenste temperatuurgrens in stappen van 0,1 °C
Bediening
- Vertragingstijd van het alarm van 0 tot 60 minuten (instelling „0” betekent geen vertraging van het temperatuuralarm).
- Herhalingsfrequentie van het alarm van 0 tot 30 minuten (instelling „0” betekent geen alarmherhaling na het bevestigen van het alarm).
Temperatuuralarm instellen
Fig. 123
Fig. 124
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
Fig. 125
Fig. 126 Voorbeeld voor de instelling van de temperatuurondergrens, gebaseerd op een ingestelde apparaattemperatuur van -20 °C.
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ Onderste temperatuurgrens is ingesteld.
* afhankelijk van model en uitvoering 29
Pagina 30
Bediening
Fig. 127 Voorbeeld voor de instelling van de temperatuurondergrens, gebaseerd op een ingestelde apparaattemperatuur van -20 °C.
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ Bovenste temperatuurgrens is ingesteld.
Fig. 128
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Alarmvertragingstijd is ingesteld.
Fig. 129
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Alarmherhalingsinterval is ingesteld. ▷ Temperatuuralarm is ingesteld.
Ingestelde waarden temperatuuralarm weergeven
Fig. 130
Fig. 131
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
Fig. 132
Fig. 133
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ Ingestelde waarden temperatuuralarm worden weergegeven.
7.2.20 Deuralarm
Met deze functie activeert of deactiveert u het deuralarm. Het deuralarm klinkt als de deur te lang geopend is. Het deuralarm is bij levering geactiveerd. U kunt instellen hoe lang de deur mag zijn geopend, tot het deuralarm klinkt.
U kunt de volgende waarden instellen:
- 15 seconden
- 30 seconden
- 60 seconden
- 90 seconden
- 120 seconden
- 150 seconden
- 180 seconden
- Uit
Deuralarm instellen
Fig. 134
Fig. 136 Voorbeeldweergave: Deuralarm van 30 seconden in 60 seconden veranderen.
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ Deuralarm is ingesteld.
Deuralarm deactiveren
Fig. 137
30 * afhankelijk van model en uitvoering
Pagina 31
Bediening
Fig. 138
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Deuralarm is gedeactiveerd.
7.2.21 Alarmsimulatie
Met deze functie kunt u een temperatuuralarm in het apparaat simuleren om bijv. het juiste activeren van een veiligheidsinrichting te controleren. De veiligheidsinrichting moet op de potentiaalvrije alarmuitgang worden aangesloten. (zie 8.3 Interfaces)
Alarmsimulatie starten
Fig. 139
Fig. 140
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
Fig. 141
Fig. 142
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ Simulatie is uitgevoerd.
▷ Aangesloten veiligheidssystemen zouden geactiveerd zijn.
7.2.22 Alarm doorsturen
Met deze functie kunt u instellen of een of meerdere alarmen moeten worden doorgestuurd naar een externe alarmontvanger. Hierbij moet de alarmontvanger worden aangesloten op een potentiaalvrije alarmuitgang van het apparaat. (zie 8.3 Interfaces)
U kunt de volgende instellingen kiezen:
- Alarmtype:
- Deuralarm
- Temperatuuralarm
- Deuralarm en temperatuuralarm • lles
- Bevestigen:
- Ja: Het alarm wordt op het apparaat en bij de extern gekoppelde ontvanger bevestigd.
- Nee: Het alarm wordt op het apparaat bevestigd, en blijft op de ontvanger actief, tot de fout is verholpen.
- Verversen (alleen zichtbaar, als u bij het bevestigen „Ja” kiest):
- Ja: alarm wordt herhaald.
Temperatuuralarm afhankelijk van de ingestelde tijd (zie 7.2.19 Temperatuuralarm ) (Als u de vertragingstijd van het alarm op „0” instelt, is er ook bij het alarmrelais geen alarmherhaling.)
Deuralarm na 1 of 4 minuten* (zie 7.2.20 Deuralarm )
- Nee: Alarm constant bevestigd.
Alarm doorsturen activeren
Fig. 143
* afhankelijk van model en uitvoering 31
Pagina 32
Bediening
Fig. 144
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Het doorsturen van het alarm is ingesteld.
7.2.23 Demomodus
De demomodus is een speciale functie voor dealers die apparaatfuncties willen demonstreren. Als u de demomodus activeert, zijn alle koudetechnische functies gedeactiveerd.
Als u uw apparaat inschakelt en in de statusweergave een "D" verschijnt, is de demomodus al geactiveerd.
Als u de demomodus activeert en vervolgens weer deactiveert, wordt het apparaat teruggezet naar de fabrieksinstellingen. (zie 7.2.24 Resetten naar fabrieksinstellingen )
Demomodus activeren
Fig. 145
Fig. 146
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ Demomodus is geactiveerd.
▷ Apparaat is uitgeschakeld.
- Apparaat inschakelen. (zie 5.1 Apparaat inschakelen (eerste inbedrijfstelling)) ▷ In de statusweergave verschijnt "D".
Demomodus deactiveren
Fig. 147
Fig. 148
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ Demomodus is gedeactiveerd.
▷ Apparaat is uitgeschakeld.
- Apparaat inschakelen. (zie 5.1 Apparaat inschakelen (eerste inbedrijfstelling)) ▷ Apparaat is teruggezet naar de fabrieksinstellingen.
7.2.24 Resetten naar fabrieksinstellingen
Gebruik deze functie om alle instellingen terug te zetten naar de fabrieksinstellingen. Alle instellingen die u tot nu toe hebt gemaakt, worden gereset naar de oorspronkelijke instellingen.
Reset uitvoeren
Fig. 149
32 * afhankelijk van model en uitvoering
Pagina 33
Bediening
▷ Apparaat wordt gereset.
▷ Apparaat is uitgeschakeld.
- Apparaat opnieuw starten. (zie 5.1 Apparaat inschakelen (eerste inbedrijfstelling))
7.3 Meldingen
7.3.1 Waarschuwingen
Fig. 150
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
Waarschuwingen worden akoestisch door een signaaltoon en optisch door een symbool op het display weergegeven. De signaaltoon wordt sterker en luider tot de melding wordt bevestigd.
| Melding | Oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Deur open | De melding verschijnt, als de deur te lang geopend is. | Deur sluiten. Bevestigingsknop indrukken. Alarm wordt beëindigd. Aanwijzing De tijdsduur tot verschijnen van de melding kan worden ingesteld (zie 7.2.20 Deuralarm ) . |
| Temperatuuralarm | De melding verschijnt, als de temperatuur niet overeenkomt met de ingestelde temperatuur. Oorzaak voor temperatuurverschillen kan zijn: ⁃ Er werden koelgoederen in gelegd. ⁃ Bij het hersorteren en het verwijderen van levensmiddelen is te veel warme lucht het apparaat in gestroomd. ⁃ De stroom is langdurig uitgevallen. | Bevestigingsknop indrukken. Warmste temperatuur wordt weergegeven. Bevestigingsknop indrukken. De huidige temperatuur knippert en op het display verschijnt afwisselend het temperatuuralarmsymbool totdat de ingestelde temperatuur bereikt is. Controleer de kwaliteit van de gekoelde producten. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 33)
* afhankelijk van model en uitvoering 33
Pagina 34
Bediening
| Melding | Oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Fout | Functie van het apparaat is beperkt, een onderdeel van het apparaat vertoont een fout of het apparaat is defect. | Bevestigingsknop indrukken. Foutcode wordt weergegeven. Bevestigingsknop indrukken. Indien aanwezig, wordt een andere foutcode weergegeven. of Het statusscherm met knipperend foutsymbool wordt weergegeven. Druk op de navigatietoetsen om de foutcode(s) opnieuw weer te geven. Foutcode(s) noteren. Controleer of de fout op de lijst staat en of u de fout zelf kunt verhelpen. (zie 10.2 Technische storing) Fout staat niet op de lijst of bestaat nog steeds: Contact opnemen met de klantenservice. (zie 10.3 Klantenservice) Gekoelde producten ergens anders bewaren. |
| Melding duidt op ongepland ontdooigedrag. De verdamper kan bijvoorbeeld abnormaal bevriezen als gevolg van het langdurig openen van de deur, waardoor de ontdooitijd niet langer voldoende is. | Bevestigingsknop indrukken. DEFR.MAX wordt weergegeven. Bevestigingsknop indrukken. Het statusscherm met knipperend foutsymbool wordt weergegeven Druk op de navigatietoetsen om de foutcode opnieuw weer te geven. Verplaats de gekoelde producten en ontdooi het apparaat met de hand. U kunt het ontdooien ook handmatig starten. Als het bericht herhaaldelijk wordt weergegeven en de genoemde oorzaken niet van toepassing zijn, neem dan contact op met de klantenservice. (zie 10.3 Klantenservice) | |
| Stroomuitval | Het bericht verschijnt na een onderbreking in de stroomtoevoer als de temperatuur boven de alarmgrens ligt wanneer de stroom terugkeert. | Bevestigingsknop indrukken. Warmste temperatuur wordt weergegeven. Bevestigingsknop indrukken. Het alarm wordt geannuleerd en de huidige temperatuur wordt weergegeven. Controleer de kwaliteit van de gekoelde producten. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 34)
34 * afhankelijk van model en uitvoering
Pagina 35
Uitrusting
| Melding | Oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| WLAN-fout | WLAN-verbinding is onderbroken. | Controleer de verbinding. Bevestigingsknop indrukken. Alarm wordt beëindigd. |
| WWW-fout WLAN | Het bericht verschijnt als er geen internetverbinding via WLAN is. | Controleer de verbinding. Bevestigingsknop indrukken. Alarm wordt beëindigd. |
| LAN-fout | LAN-verbinding is onderbroken. | Controleer de verbinding en de netwerkkabel. Bevestigingsknop indrukken. Alarm wordt beëindigd. |
| WWW-fout LAN | Dit bericht verschijnt als er geen internetverbinding via LAN is. | Controleer de verbinding. Bevestigingsknop indrukken. Alarm wordt beëindigd. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 35)
7.3.2 Herinneringen
Er verschijnen herinneringen bij oproepen om iets te doen.
Ze worden akoestisch door een signaaltoon en optisch door een symbool op het display weergegeven. Bevestigen van de melding door drukken op de bevestigingstoets.
| Melding | Oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Onderhoudsherinnering | De melding verschijnt als de timer van het ingestelde onderhoudsinterval is afgelopen. | Bevestigingsknop indrukken. Alarm wordt beëindigd. Aanwijzing Het onderhoudsinterval kan worden ingesteld (zie 7.2.7 Herinnering onderhoudsinterval ) . |
| Opnameherinnering | De melding verschijnt, als het geheugen van de temperatuurregistratie (999 uur) vol is. | Bevestigingsknop indrukken. Alarm wordt beëindigd. De oudste gegevens worden overschreven. Aanwijzing De temperatuurregistratie kan worden gereset (zie 7.2.4 Temperatuurregistratie ) . |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 35)
8 Uitrusting 8.1.1 Apparaat vergrendelen
8.1 Veiligheidsslot
Het slot in de deur van het apparaat is voorzien van een veiligheidsmechanisme.
Fig. 151 Voorbeeld
* afhankelijk van model en uitvoering 35
Pagina 36
Onderhoud
- Sleutel erin duwen.
- Sleutel 90° linksom draaien. ▷ Het apparaat is afgesloten.
8.1.2 Apparaat opensluiten
Fig. 152 Voorbeeld
- Sleutel erin duwen Fig. 152 (1).
- Sleutel 90° rechtsom draaien Fig. 152 (2). ▷ Het apparaat is opengesloten.
8.3.1 Potentiaalvrije alarmuitgang
WAARSCHUWING
Letselgevaar door elektrische schok!
- Uitsluitend deskundig en daarvoor geschoold personeel mag het apparaat op een extern alarmsysteem aansluiten!
Deze drie contacten kunnen worden gebruikt voor aansluiting van een optisch of akoestisch alarmsysteem. De aansluiting is ontworpen voor maximaal 30 V (DC) - 8 A uit een bron met extra lage veiligheidsspanning SELV (minimumstroom 150 mA).
8.2 Sensoren
Het apparaat kan uitgerust zijn met de volgende sensoren voor temperatuurbewaking:
- C-sensor
8.2.1 C-sensor (controlesensor)
De C-sensor is vast ingebouwd en regelt de binnentemperatuur van het apparaat. Indien nodig kunt u de C-sensor kalibreren. (zie 7.2.18 Sensorkalibratie )
8.3 Interfaces
Aan de achterkant van het apparaat bevinden zich verschillende aansluitmogelijkheden.
Fig. 155
- (1) NO (normally open) Aansluiting voor controlelampje dat bij normaal bedrijf of wanneer het apparaat is uitgeschakeld actief is.
- (2) COM (common) Externe spanningsbron
9 Onderhoud
- (3) NC (normally closed) Aansluiting voor alarmlampje of akoestisch alarm dat bij alarm of ontbrekende stroomvoorziening actief is.
9.1 Onderhoudsschema
Fig. 153
Aanwijzing
De stekkers zijn met schroeven vastgezet. Om de stekkers te kunnen lostrekken, schroeven rechts en links losdraaien.
Fig. 154
- (1) Potentiaalvrije alarmuitgang
Er moeten regelmatig onderhoudswerkzaamheden worden uitgevoerd om de werking van het apparaat in stand te houden.
VOORZICHTIG
Gevaren voor letsel een beschadiging door ondeskundig uitgevoerde onderhoudswerkzaamheden!
Lichamelijk letsel en materiële schade.
- Onderhoudswerkzaamheden mogen alleen door opgeleid en deskundig personeel worden uitgevoerd.
WAARSCHUWING
Gevaar voor kortsluiting door onder stroom staande onderdelen!
Elektrische schok of beschadiging van de elektronica.
- Apparaat uitschakelen.
- Netstekker eruit trekken of zekering uitschakelen.
Aanwijzing
Er kan een herinneringsfunctie voor het onderhoud geactiveerd worden. (zie 7.2.7 Herinnering onderhoudsinterval )
Aanwijzing
Aanbevolen wordt een onderhoudslogboek aan te leggen waarin alle uitgevoerde werkzaamheden (reparaties, inspecties) worden gedocumenteerd.
36 * afhankelijk van model en uitvoering
Pagina 37
Onderhoud
| Aanwijzing | ||
|---|---|---|
| Liebherr adviseert een jaarlijkse onderhoudsbeurt. Neem contact op met de klantenservice voor een individuele offerte (zie 10.3 Klantenservice) . | ||
| Onderdeel | Activiteit | Onderhoudsinterval |
| Plaatstalen onderdelen | Op beschadigingen en corrosie controleren. Vervangen van beschadigde onderdelen: (zie 10.3 Klantenservice) | Jaarlijks |
| Deur, scharnieren | Op de uitlijning (zie 3.9 Deur uitlijnen) , soepele beweging en goed vastzitten controleren. | Jaarlijks |
| Slot, deurgreep* | Op gemakkelijke beweging en vastzitten controleren. | Jaarlijks |
| Deurafdichting | Op beschadiging, slijtage en vastzitten controleren. Er is een vervangende deurafdichting via de klantenservice (zie 10.3 Klantenservice) verkrijgbaar. | Jaarlijks |
| Sensor | Sensor kalibreren. (zie 7.2.18 Sensorkalibratie ) | Jaarlijks |
| Sensordoorvoer | Controleren of de afdichtingsmassa onbeschadigd is. | Jaarlijks |
| Oppervlakken | Reinigen (zie 9.3 Apparaat reinigen) | Aanbeveling: maandelijks, indien nodig of volgens de eisen op de plaats van opstelling |
| Oppervlakken | Desinfecteren De volgende desinfectiemiddelen zijn getest voor gebruik op het apparaat: Dismozon pur 1 % Lösung (Bode Chemie), Suma Quicksan (Diversey), Incidin Extra N (Ecolab Healthcare), Acrylan (Antiseptica chem.-pharm. Produkte), Buraton 10 F (Schülke und Mayr), Frankocid N (Franken Chemie), Apesin DSR 50 (Tana), Nüscosept Spray (Dr. Nüsken), Melsept SF (B. Braun Melsungen), Kohrsolin (Bode Chemie), Neoquat S (Dr. Weigert), Indicin Rapid (Ecolab Healthcare), Bacillocid Spezial (Bode Chemie), Neoform K Spray (Dr. Weigert), Apesin Desinf. Spray (Tana), Nüscosept 100 (Dr. Nüsken), Antisept T (Fink Tec), Apesin AP 100 0,50% Lösung (Tana), Perform Pulver 2% Lösung (Schülke und Mayr) De gebruiksaanwijzing van de fabrikant in acht nemen. Als er andere dan genoemde desinfectiemiddelen worden gebruikt, moeten deze eerst op een onopvallende plaats worden getest. | Aanbeveling: maandelijks, indien nodig of volgens de eisen op de plaats van opstelling |
| Plaats van opstelling, apparaat | Decontamineren Het apparaat is geschikt voor de ruimtedecontami-natie met waterstofperoxide H2O2. De waarden van de volgende toepassingsspecificatie mogen niet overschreden worden: Maximale concentratie 250 ppm. Maximale vochtigheid 85 %. Maximaal toelaatbare ruimtetemperatuur volgens klimaatklasse. (zie 2.4 Toepassingsgebied van het apparaat) | Aanbeveling: indien nodig of volgens eisen op de plaats van opstelling, maximaal 2 keer per jaar |
| Ventilator ventilatoropening | Reinigen | Jaarlijks |
| Alarm doorsturen | Controleren of de stekkerverbindingen goed vastzitten. | Jaarlijks |
| Netkabel | Op beschadiging controleren. | Jaarlijks of Bij locatieverandering |
| Hellingshoek | Op werking en goede bevestiging controleren. | Jaarlijks of Bij locatieverandering |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 37)
* afhankelijk van model en uitvoering 37
Pagina 38
Onderhoud
| Onderdeel | Activiteit | Onderhoudsinterval |
|---|---|---|
| Stelpoten/wieltjes | Op werking, beschadiging en goede bevestiging controleren. Beschadigde onderdelen vervangen. (zie 10.3 Klantenservice) | Jaarlijks |
| Condensbak | Vulniveau van de condensbak controleren en indien nodig ledigen. | Regelmatige visuele inspectie |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 38)
9.2 Apparaat ontdooien
WAARSCHUWING
Apparaat op de verkeerde manier ontdooid!
Verwondingen en beschadigingen.
- Om het ontdooiproces te versnellen, geen mechanische hulpmiddelen of andere middelen gebruiken die niet door de fabrikant worden aanbevolen.
- Gebruik voor het ontdooien geen elektrische verwarmings- of stoomreinigingsapparaten, open vuur of ontdooisprays.
- IJs niet met scherpe voorwerpen verwijderen.
Om de functionaliteit van het apparaat te behouden, raden we aan het te ontdooien als er veel ijsvorming is. Voor ijsvorming in de binnenruimte zijn de plaats van opstelling (bijv. een hoge luchtvochtigheid), instellingen op het apparaat en verkeerd gebruikersgedrag bepalend.
Als het automatisch ontdooien niet voldoende is, moet het apparaat handmatig worden ontdooid:
- Apparaat uitschakelen. (zie 7.2.2 Apparaat in- en uitschakelen )
- Netstekker loskoppelen.
- Koelgoed verplaatsen.
- Apparaatdeur tijdens ontdooien open laten.
- Resterend condenswater met een doek opnemen, afvoeropening en het apparaat reinigen.
9.3 Apparaat reinigen
9.3.1 Voorbereiden
WAARSCHUWING
Gevaar voor kortsluiting door onder stroom staande onderdelen!
Elektrische schok of beschadiging van de elektronica.
- Apparaat uitschakelen.
- Netstekker eruit trekken of zekering uitschakelen.
WAARSCHUWING
Brandgevaar!
- De buisleidingen van het koelmiddelcircuit niet beschadigen.
- Apparaat leegmaken.
- Netstekker eruit halen.
- Aanwijzingen voor het transport van het apparaat in acht nemen.
9.3.2 Behuizing reinigen
LET OP
Ondeskundige reiniging!
Beschadigingen aan het apparaat.
- Uitsluitend zachte poetsdoekjes en een ph-neutrale allesreiniger gebruiker.
- Gebruik geen schurende of krassende sponzen of staalwol.
- Gebruik geen scherpe, schurende, zand-, chloor- of zuurhoudende schoonmaakmiddelen.
WAARSCHUWING
Gevaar voor verwonding en beschadiging door hete stoom! Hete stoom kan brandwonden veroorzaken en de oppervlakken beschadigen.
- Gebruik geen stoomreinigers!
LET OP
Beschadigingsgevaar door kortsluiting!
- Bij het reinigen van het apparaat voorkomen dat reinigingswater in de elektrische componenten dringt.
- Behuizing met een zachte, schone doek schoonvegen. Bij sterke vervuiling lauwwarm water met neutraal reinigingsmiddel gebruiken. Glazen oppervlakken kunnen ook met een glasreinigingsmiddel worden gereinigd.
- Condensorspiraal jaarlijks reinigen. Als de condensorspiraal niet wordt gereinigd, leidt dit tot een aanzienlijke reductie van de efficiëntie van het apparaat.
9.3.3 Binnenruimte reinigen
WAARSCHUWING
Gevaar voor kortsluiting door onder stroom staande onderdelen!
Elektrische schok of beschadiging van de elektronica.
- Apparaat uitschakelen.
- Netstekker eruit trekken of zekering uitschakelen.
WAARSCHUWING
Gevaar voor verwonding en beschadiging door hete stoom! Hete stoom kan brandwonden veroorzaken en de oppervlakken beschadigen.
- Gebruik geen stoomreinigers!
LET OP
Ondeskundige reiniging!
Beschadigingen aan het apparaat.
- Uitsluitend zachte poetsdoekjes en een ph-neutrale allesreiniger gebruiker.
- Gebruik geen schurende of krassende sponzen of staalwol.
- Gebruik geen scherpe, schurende, zand-, chloor- of zuurhoudende schoonmaakmiddelen.
38 * afhankelijk van model en uitvoering
Pagina 39
Klantenhulp
| Netto-inhoud | |
|---|---|
| Aanwijzing Typeplaatje aan binnenzijde van apparaat niet beschadigen of verwijderen. Typeplaatje is belangrijk voor de klantenservice. (zie 10.3 Klantenservice) | |
| Zie de nuttige inhoud op het typeplaatje. (zie 2.2 Apparaat- en uitrustingsoverzicht) | |
| ► Deur openen. ► Apparaat leegmaken. ► Binnenruimte en uitrustingsdelen met lauwwarm water en een beetje afwasmiddel reinigen. Geen zand- of zuurhoudende reinigingsmiddelen en geen chemische oplosmiddelen gebruiken. | Specificatie WLAN-frequentie |
| Frequentieband 2,4 GHz | |
| Maximum uitgestraald <100 mW vermogen | |
| 9.3.4 Na het reinigen ► Apparaat en uitrustingsdelen droogwrijven. ► Apparaat aansluiten en inschakelen. Als de temperatuur voldoende koud is: ► Koelgoed erin leggen. ► Reiniging regelmatig herhalen. ► Koelmachine met warmtewisselaar een keer per jaar reinigen en ontstoffen. 10 Klantenhulp 10.1 Technische gegevens Temperatuurbereik Vriezen -9 °C tot -30 °C Maximale belading per steunvlak A) Apparaatbreedte 550 mm 600 mm 750 mm Oplegroosters -- 45 kg 60 kg Glasplaat 40 kg 40 kg 40 kg Schuiflade (vries‐ 15 kg 15 kg 15 kg apparatuur) A) Bij zware belading kunnen de steunen iets doorbuigen. Maximale totale inhoud en nettogewicht Model (zie 3.2 Afme‐ Maximale totale Nettogewicht tingen apparaat) inhoud SFF.. 4001 270 kg 76 kg SFFfg 5501 300 kg 100 kg SFFfg 6501 360 kg 90 kg | Beoogd gebruik van de Integratie in het plaatselijke radioapparatuur WLAN-netwerk voor gegevenscommunicatie Opstelvoorwaarden Mate van vervuiling (omge‐ PD2 ving van het apparaat) Minimale en maximale Zie klimaatklassen. kamertemperatuur (zie 2.4 Toepassingsgebied van het apparaat) Maximale relatieve lucht‐ Zie klimaatklassen. vochtigheid (zie 2.4 Toepassingsgebied van het apparaat) Maximale hoogte werkings‐ 2000 m positie (m boven zeeniveau) Elektrische waarden Nominale spanning 220-240 V ~ Frequentie 50 Hz Aansluitwaarde 2,0 A Maximale netschommelingen +/-10 % Overspanningscategorie II 10.2 Technische storing Uw apparaat is zodanig geconstrueerd en gemaakt dat functieveiligheid en lange levensduur gegarandeerd zijn. Als er tijdens de werking een storing optreedt, controleer dan of de storing werd veroorzaakt door een bedieningsfout. In dat geval moeten ook de tijdens de garantieperiode gemaakte kosten aan u worden doorberekend. De volgende storingen kunt u zelf verhelpen. 10.2.1 Apparaatfunctie |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 39)
| Probleem | Oorzaak | Oplossing | |
|---|---|---|---|
| Het apparaat werkt niet. | Het apparaat is niet ingeschakeld. | ► Apparaat inschakelen. | |
| De netstekker steekt niet correct in het stopcontact. | ► Netstekker controleren. | ||
| De zekering van het stopcontact is niet in orde. | ► Zekering controleren. | ||
| Stroomuitval | ► Apparaat gesloten houden. ► Indien nodig de koel-/vrieswaren in een decentrale koel-/vrieskast bewaren, als de stroom langdurig uitvalt. | ||
| De koelapparaatbus steekt niet correct in het apparaat. | ► Koelapparaatbus controleren. | ||
| Temperatuur is te laag. | De apparaatdeur is niet correct aangesloten. | ► Apparaatdeur sluiten. | |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 39)
* afhankelijk van model en uitvoering 39
Pagina 40
Buiten bedrijf stellen
| Probleem | Oorzaak | Oplossing | |
|---|---|---|---|
| De be- en ontluchting is onvoldoende. | ► Ventilatieroosters vrijmaken en reinigen. | ||
| De omgevingstemperatuur is te hoog. | ► Let op de juiste omgevingsvoorwaarden: (zie 2.4 Toepassingsgebied van het apparaat) | ||
| Het apparaat werd te vaak of te lang geopend. | ► Afwachten of de noodzakelijke temperatuur vanzelf weer wordt ingesteld. Als dit niet gebeurt, dan contact opnemen met de klantenservice. (zie 10.3 Klantenservice) | ||
| De temperatuur is verkeerd ingesteld. | ► Temperatuur lager instellen en na 24 uur controleren. | ||
| Het apparaat staat te dicht bij een warmtebron (fornuis, verwarming etc.). | ► Opstelplaats van het apparaat of de warmtebron veranderen. | ||
| Rijpvorming op het behuizingsframe en/of aan de binnenzijde van de deur. | Deurafdichting is beschadigd. | ► Deurafdichting vervangen. | |
| U heeft de temperatuur te koud ingesteld of u heeft de deur te weinig geopend. | ► Apparaatfunctie is niet beïnvloed, rijpvorming met een doek verwijderen. | ||
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 40)
10.3 Klantenservice
Controleer eerst of u de fout zelf kunt oplossen . Als dit niet het geval is, contact met de klantenservice opnemen.
U vindt het adres in de bijgevoegde brochure „Liebherr Service” of op home.liebherr.com/service.
WAARSCHUWING
Ondeskundige reparatie!
Verwondingen.
- Reparaties en ingrepen aan het apparaat en de stroomaansluiting die niet uitdrukkelijk genoemd worden (zie 9 Onderhoud) , uitsluitend door de Technische Dienst laten uitvoeren.
- Beschadigde netaansluiting alleen door de fabrikant, de klantenservice of een dergelijk gekwalificeerde persoon laten vervangen.
- Bij apparaten met stekker voor koelapparaten mag ook de klant zelf de vervanging uitvoeren.
10.3.1 Contact met de klantenservice opnemen
Zorg ervoor dat u de volgende apparaatinformatie beschikbaar hebt:
❑Apparaataanduiding (model en index) ❑Servicenr. (Service) ❑Serienr. (S-Nr.)
- Apparaatinformatie via het display oproepen (zie 7.2.15 Apparaatinformatie ) .
-of-
- Apparaatinformatie van het typeplaatje aflezen. (zie 10.4 Typeplaatje)
- Apparaatinformatie noteren.
- Klantenservice informeren: Fout en apparaatinformatie mededelen.
▷ Zo is een snelle en doelgerichte service mogelijk.
- Verdere instructies van de klantenservice opvolgen.
10.4 Typeplaatje
Het typeplaatje bevindt zich aan de binnenkant van het apparaat. Zie apparaatoverzicht.
Fig. 156
- (1) Apparaataanduiding
- (2) Service-nr.
- (3) Serie-nr.
11 Buiten bedrijf stellen
- Apparaat leegmaken.
- Apparaat uitschakelen.
- Trek de netstekker uit het stopcontact.
- Verwijder indien nodig de koelapparaatbus: Trek de koelapparaatbus uit de apparaatstekker en beweeg tegelijkertijd naar links en rechts.
- Apparaat reinigen. (zie 9.3 Apparaat reinigen)
- Indien beschikbaar: Verwijder afdekkingen en isolatie van de sensordoorvoer om schimmelvorming te voorkomen.
- Deur open laten, zodat geen slechte geur kan ontstaan.
Aanwijzing
Beschadiging van het apparaat en storingen!
- Na de buitenbedrijfstelling mag het apparaat alleen worden gebruikt bij een toelaatbare kamertemperatuur tussen -10 °C en +50 °C opslaan.
12 Afvalverwijdering
12.1 Apparaat op afvoer voorbereiden
Liebherr maakt bij sommige apparaten gebruik van batterijen. In de EU is het nu voor de consument wettelijk verplicht deze batterijen voor de afvoer van apparaten te verwijderen. Als uw apparaat batterijen bevat, wordt dit op het apparaat aangegeven.
40 * afhankelijk van model en uitvoering
Pagina 41
Aanvullende informatie
Lampen
Als u lampen zelfstandig en zonder kapot te maken kunt verwijderen, verwijder deze dan eveneens voor het voeren.
- Apparaat buiten bedrijf stellen.
- Indien mogelijk: verwijder lampen zonder deze kapot te maken.
12.2 Apparaat volgens milieuvoorschriften afvoeren
Het apparaat bevat waardevolle materialen en moet gescheiden van het ongesorteerde, huishoudelijke afval worden afgevoerd.
Voer batterijen gescheiden van het apparaat af. Batterijen kunnen gratis worden ingeleverd bij de winkel en bij andere inleverpunten zoals het gemeentelijk depot en de chemokar.
Lampen
Voor Duitsland:
Lever gedemonteerde lampen in bij een daarvoor bestemd inleverpunt.
U kunt het apparaat gratis inleveren bij de milieustraat. Bij de aankoop van een nieuwe koelkast of vriezer en een verkoopoppervlak > 400 m² neemt de dealer het oude apparaat ook gratis terug.
WAARSCHUWING
Brandgevaar door lekkend koelmiddel en olie!
Het koelmiddel is milieuvriendelijk maar brandbaar. De olie is ook brandbaar. Uittredend koelmiddel en olie kunnen in hoge concentraties en bij contact met een externe warmtebron ontbranden.
- Leidingen van het koelmiddelcircuit en de compressor niet beschadigen.
- Aanwijzingen voor het transport van het apparaat in acht nemen.
- Voer het apparaten af zonder het te beschadigen.
- Voer batterijen, lampen en het apparaat af zoals hierboven beschreven.
13 Aanvullende informatie
Meer informatie over garantiebepalingen vindt u in de meegeleverde servicebrochure of op internet op https:// home.liebherr.com.
* afhankelijk van model en uitvoering 41