naslaan.comZoekenAlle merken

Liebherr SFFfg 4001, tekst van de handleiding

Pagina's 22–41 van 46 · inhoud en begin van de handleiding · pdf

← pagina's 3–21verder op pagina 43 →

Pagina 22

Bediening

Fig. 70 Temperatuurwissel van -15,5 °C tot -16,9 °C

▷ Temperatuur is ingesteld.

7.2.4 Temperatuurregistratie

Het apparaat geeft de minimum- en maximumtemperatuur in het apparaat aan. De registratie start automatisch na het inschakelen van het apparaat met een interval van één minuut. Na 999 uur (ca. 40 dagen) wordt erop gewezen dat het geheugen vol is. De temperatuurregistratie moet dan gereset worden.

Aanwijzing

Aanbevolen wordt om de temperatuurregistratie bij inbedrijfstelling van het apparaat en na het bereiken van de ingestelde temperatuur eenmalig te resetten. Hierdoor wordt de relevante maximumtemperatuur aangegeven.

Temperatuurregistratie tonen

De temperatuurregistratie toont de duur van de registratie en de gedurende die tijd gemeten minimum- en maximumtemperatuur.

Fig. 71

Fig. 72 ▷ Statusscherm met de temperatuurregistraties wordt weergegeven.

Temperatuurregistratie resetten

De weergegeven minimum- en maximumtemperaturen kunnen op elk moment gereset worden. Hiermee worden de weergegeven waarden gewist en het meetinterval opnieuw gestart.

Fig. 73

Fig. 74

▷ Registratie-interval start opnieuw.

7.2.5 Toegangsbeveiliging instellingenmenu

Met deze instelling kan de toegang tot het instellingenmenu beveiligd worden met een driecijferige pincode.

Toepassing:

- Onbedoeld wijzigen van instellingen en functies vermijden.

- Onbedoeld uitschakelen van het apparaat vermijden. - Onbedoelde temperatuurwijzigingen vermijden.

Aanwijzing

Toegangsbeveiliging van het instellingenmenu activeren

Fig. 75

22 * afhankelijk van model en uitvoering

Pagina 23

Fig. 76

▷ Toegangsbeveiliging van het instellingenmenu is geactiveerd.

Pincode voor de toegangsbeveiliging van het instellingenmenu wijzigen

Zie: (zie 7.2.6 Toegangscodes)

Toegangsbeveiliging van het instellingenmenu deactiveren

Fig. 77

Fig. 78

▷ Toegangsbeveiliging van het instellingenmenu is gedeactiveerd.

Bediening

Beveiligd instellingenmenu openen

Bij een actieve toegangsbeveiliging is de invoer van de PIN-code vereist, om het menu Instellingen te openen. Zodra u het menu Instellingen hebt verlaten, activeert u de toegangsbeveiliging automatisch.

Fig. 79

▷ Het instellingenmenu verschijnt.

7.2.6 Toegangscodes

Verschillende instellingen zijn mogelijk.

Toepassing:

- Wijzigen van de instellingscode. - Resetten van de instellingscode.

Toegangsbeveiliging van het instellingsmenu

Wijzigen van de instellingscode

Deze instelling maakt het wijzigen van de instellingscode voor de toegangsbeveiliging van het instellingsmenu mogelijk.

De instelling wordt in 3 stappen uitgevoerd:

- Invoer van de instellingscode - Invoer van de nieuwe instellingscode - Bevestiging van de nieuwe instellingscode

Aanwijzing

Fig. 80

De toegangsbeveiliging van het instellingsmenu moet actief zijn. (zie 7.2.5 Toegangsbeveiliging instellingenmenu )

* afhankelijk van model en uitvoering 23

Pagina 24

Bediening

Fig. 81

Fig. 82

Fig. 83

▷ Bevestiging van de nieuwe instellingscode succesvol. ▷ De instellingscode is gewijzigd.

Resetten van de instellingscode

Instellingscode voor de toegangsbeveiliging van het instellingsmenu vergeten of niet bekend.

▷ Het apparaat is gereset naar de oorspronkelijke instellingen.

▷ De instellingscode af fabriek is: 1 1 1

7.2.7 Herinnering onderhoudsinterval

Instelling van de periode tot aan het onderhoud wordt herinnerd.

De volgende waarden kunnen worden ingesteld:

Herinnering onderhoudsinterval instellen

De volgende stappen beschrijven hoe de periode tot het volgende onderhoud ingesteld wordt.

Fig. 84

24 * afhankelijk van model en uitvoering

Pagina 25

Bediening

Fig. 85

▷ De periode tot aan het volgende onderhoud wordt herinnerd is ingesteld.

▷ De resterende tijd wordt weergegeven.

7.2.8 Taal

Met deze instelling wordt de taal van de weergave ingesteld.

Taal instellen

Fig. 86

Fig. 87

7.2.9 Temperatuureenheid

Met deze functie stelt u de temperatuureenheid in. U kunt als temperatuureenheid graden Celsius en graden Fahrenheit instellen.

Temperatuureenheid instellen

Fig. 88

Fig. 89 Voorbeeldweergave: Tussen Celsius en graden Fahrenheit schakelen.

▷ Temperatuureenheid is ingesteld.

7.2.10 Display-helderheid

Met deze functie stelt u de helderheid van het display trapsgewijs in.

U kunt de volgende helderheidsniveaus instellen:

- 40% - 60% - 80% - 100 % (voorinstelling)

Helderheid instellen

Fig. 90

Fig. 91 Voorbeeldweergave: Van 80 % naar 60 % schakelen.

▷ Helderheid is ingesteld.

7.2.11 Alarm Sound

Met deze functie kunnen alle alarmtonen, bijvoorbeeld deuralarm, worden in- en uitgeschakeld.

Alarm Sound activeren

Fig. 92

* afhankelijk van model en uitvoering 25

Pagina 26

Bediening

Fig. 93

Alarm Sound deactiveren

Fig. 94

Fig. 95

7.2.12 Key Sound

Met deze functie kunnen alle bevestigingstonen en de Startsound worden in- en uitgeschakeld.

Key Sound activeren

Fig. 96

Fig. 97

Key Sound deactiveren

Fig. 98

Fig. 99

7.2.13 WLAN-verbinding

Aanwijzing

Liebherr SmartMonitoring Dashboard is niet in alle landen beschikbaar. Controleer de beschikbaarheid via de QR-code door uw model in te voeren.

Aanwijzing

Het gebruik van het Liebherr SmartMonitoring Dashboard onder https://smartmonitoring.liebherr.com vereist een geïnstalleerde SmartModule en een zakelijke MyLiebherraccount. U kunt zich tijdens de online-inbedrijfstelling direct met uw beschikbare aanmeldgegevens aanmelden of zich opnieuw registeren en een bedrijfsaccount aanmaken.

Deze instelling brengt een snoerloze verbinding tussen apparaat en internet tot stand. De verbinding wordt via de SmartModule gestuurd. Het apparaat kan via het Liebherr SmartMonitoring Dashboard in een browser worden geïntegreerd en met geavanceerde opties en individuele mogelijkheden voor besturing, beheer en bewaking worden gebruikt.

Aanwijzing

Accessoires zijn verkrijgbaar bij de klantenservice (zie 10.3 Klantenservice) of bij gespecialiseerde dealers via de dealerzoekfunctie op onze servicepagina op internet:

home.liebherr.com

Fig. 100

Ervoor zorgen dat aan de volgende voorwaarden is voldaan:

❑SmartModule Fig. 100 (1) is geplaatst.

Verbinding maken

De inbedrijfstelling en inrichting van uw SmartModule doet u online via het Liebherr SmartMonitoring Dashboard op uw internetcompatibele eindapparaat.

Op het Liebherr SmartMonitoring Dashboard vindt u ook informatie over de inbouw achteraf van de SmartModule.

Fig. 101

Op het koel- of vriesapparaat:

Fig. 102

26 * afhankelijk van model en uitvoering

Pagina 27

Bediening

Fig. 103

Fig. 104

▷ WiFi connecting wordt weergegeven. Het symbool knippert.

▷ Verbinding is gemaakt.

Verbinding verbreken

Fig. 105

Fig. 106

Verbinding resetten

Fig. 107

Fig. 108

▷ De WiFi-instellingen zijn teruggezet op de toestand van levering.

7.2.14 LAN-verbinding

Aanwijzing

Liebherr SmartMonitoring Dashboard is niet in alle landen beschikbaar. Controleer de beschikbaarheid via de QR-code door uw model in te voeren.

Aanwijzing

Het gebruik van het Liebherr SmartMonitoring Dashboard onder https://smartmonitoring.liebherr.com vereist een geïnstalleerde SmartModule en een zakelijke MyLiebherraccount. U kunt zich tijdens de online-inbedrijfstelling direct met uw beschikbare aanmeldgegevens aanmelden of zich opnieuw registeren en een bedrijfsaccount aanmaken.

Deze instelling zorgt voor een kabelgebonden verbinding tussen het apparaat en het internet tot stand. De verbinding wordt via de SmartModule gestuurd. Het apparaat kan via het Liebherr SmartMonitoring Dashboard in een browser worden geïntegreerd en met geavanceerde opties en individuele mogelijkheden voor besturing, beheer en bewaking worden gebruikt.

Aanwijzing

Accessoires zijn verkrijgbaar bij de klantenservice (zie 10.3 Klantenservice) of bij gespecialiseerde dealers via de dealerzoekfunctie op onze servicepagina op internet:

home.liebherr.com

Fig. 109

Ervoor zorgen dat aan de volgende voorwaarden is voldaan:

❑SmartModule Fig. 109 (1) is geplaatst.

* afhankelijk van model en uitvoering 27

Pagina 28

Bediening

❑Een netwerkkabel is aangesloten. ❑Netwerk is met internet verbonden.

Verbinding maken

De inbedrijfstelling en inrichting van uw SmartModule doet u online via het Liebherr SmartMonitoring Dashboard op uw internetcompatibele eindapparaat.

Op het Liebherr SmartMonitoring Dashboard vindt u ook informatie over de inbouw achteraf van de SmartModule.

Fig. 110

Op het koel- of vriesapparaat:

7.2.15 Apparaatinformatie

Met deze functie geeft u de modelnaam, de index, het serienummer en het servicenummer van het apparaat weer. U heeft de apparaatinformatie nodig, als u contact opneemt met de klantenservice. (zie 10.3 Klantenservice) Met deze functie opent u bovendien het menu Geavanceerd. (zie 4 Werking van het Touch-display)

Apparaatinformatie weergeven

Fig. 115

Fig. 111

Fig. 112

▷ Verbinding wordt gemaakt: LAN connecting wordt weergegeven. Het symbool knippert.

▷ Verbinding is gemaakt.

Verbinding verbreken

Fig. 113

Fig. 114

Fig. 116

7.2.16 Bedrijfsuren

Deze weergave toont de bedrijfsuren van het apparaat.

Bedrijfsuren weergeven

Fig. 117

Fig. 118 ▷ De bedrijfsuren verschijnen.

7.2.17 Software

Met deze functie stelt u de softwareversie van uw apparaat in.

Softwareversie weergeven

Fig. 119

Fig. 120

28 * afhankelijk van model en uitvoering

Pagina 29

7.2.18 Sensorkalibratie

U kunt met de sensor-kalibratie verschillen tussen de ingestelde en de feitelijke temperatuur vereffenen. Hiertoe bepaalt u de feitelijke temperatuur met een gekalibreerd meetapparaat.

Instelbereik: +/- 3 Kelvin in stappen van 0,1 Kelvin.

Sensor kalibreren

Fig. 121

Fig. 122

Aanwijzing

De gekalibreerde temperatuur wordt binnen twee uur in het display weergegeven.

7.2.19 Temperatuuralarm

Met deze functie stelt u het temperatuuralarm in. Hierbij definieert u de bovenste en onderste temperatuurgrens in met een verschilwaarde op de actueel ingestelde binnentemperatuur. Het temperatuuralarm wordt geactiveerd zodra de binnentemperatuur het ingestelde temperatuurbereik verlaat en een eventuele ingestelde vertragingstijd is verstreken.

VoorbeeldIn te stellen verschilwaarde
Actuele binnentemperatuur5 °C
Onderste temperatuurgrens2 °C-3 °C
Bovenste temperatuurgrens8 °C+3 °C

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 29)

U kunt de volgende waarden instellen:

- Verschilwaarde voor de onderste temperatuurgrens in stappen van 0,1 °C - Verschilwaarde voor de bovenste temperatuurgrens in stappen van 0,1 °C

Bediening

- Vertragingstijd van het alarm van 0 tot 60 minuten (instelling „0” betekent geen vertraging van het temperatuuralarm).

- Herhalingsfrequentie van het alarm van 0 tot 30 minuten (instelling „0” betekent geen alarmherhaling na het bevestigen van het alarm).

Temperatuuralarm instellen

Fig. 123

Fig. 124

Fig. 125

Fig. 126 Voorbeeld voor de instelling van de temperatuurondergrens, gebaseerd op een ingestelde apparaattemperatuur van -20 °C.

▷ Onderste temperatuurgrens is ingesteld.

* afhankelijk van model en uitvoering 29

Pagina 30

Bediening

Fig. 127 Voorbeeld voor de instelling van de temperatuurondergrens, gebaseerd op een ingestelde apparaattemperatuur van -20 °C.

▷ Bovenste temperatuurgrens is ingesteld.

Fig. 128

Fig. 129

Ingestelde waarden temperatuuralarm weergeven

Fig. 130

Fig. 131

Fig. 132

Fig. 133

▷ Ingestelde waarden temperatuuralarm worden weergegeven.

7.2.20 Deuralarm

Met deze functie activeert of deactiveert u het deuralarm. Het deuralarm klinkt als de deur te lang geopend is. Het deuralarm is bij levering geactiveerd. U kunt instellen hoe lang de deur mag zijn geopend, tot het deuralarm klinkt.

U kunt de volgende waarden instellen:

Deuralarm instellen

Fig. 134

Fig. 136 Voorbeeldweergave: Deuralarm van 30 seconden in 60 seconden veranderen.

▷ Deuralarm is ingesteld.

Deuralarm deactiveren

Fig. 137

30 * afhankelijk van model en uitvoering

Pagina 31

Bediening

Fig. 138

7.2.21 Alarmsimulatie

Met deze functie kunt u een temperatuuralarm in het apparaat simuleren om bijv. het juiste activeren van een veiligheidsinrichting te controleren. De veiligheidsinrichting moet op de potentiaalvrije alarmuitgang worden aangesloten. (zie 8.3 Interfaces)

Alarmsimulatie starten

Fig. 139

Fig. 140

Fig. 141

Fig. 142

▷ Simulatie is uitgevoerd.

▷ Aangesloten veiligheidssystemen zouden geactiveerd zijn.

7.2.22 Alarm doorsturen

Met deze functie kunt u instellen of een of meerdere alarmen moeten worden doorgestuurd naar een externe alarmontvanger. Hierbij moet de alarmontvanger worden aangesloten op een potentiaalvrije alarmuitgang van het apparaat. (zie 8.3 Interfaces)

U kunt de volgende instellingen kiezen:

Temperatuuralarm afhankelijk van de ingestelde tijd (zie 7.2.19 Temperatuuralarm ) (Als u de vertragingstijd van het alarm op „0” instelt, is er ook bij het alarmrelais geen alarmherhaling.)

Deuralarm na 1 of 4 minuten* (zie 7.2.20 Deuralarm )

Alarm doorsturen activeren

Fig. 143

* afhankelijk van model en uitvoering 31

Pagina 32

Bediening

Fig. 144

7.2.23 Demomodus

De demomodus is een speciale functie voor dealers die apparaatfuncties willen demonstreren. Als u de demomodus activeert, zijn alle koudetechnische functies gedeactiveerd.

Als u uw apparaat inschakelt en in de statusweergave een "D" verschijnt, is de demomodus al geactiveerd.

Als u de demomodus activeert en vervolgens weer deactiveert, wordt het apparaat teruggezet naar de fabrieksinstellingen. (zie 7.2.24 Resetten naar fabrieksinstellingen )

Demomodus activeren

Fig. 145

Fig. 146

▷ Demomodus is geactiveerd.

▷ Apparaat is uitgeschakeld.

Demomodus deactiveren

Fig. 147

Fig. 148

▷ Demomodus is gedeactiveerd.

▷ Apparaat is uitgeschakeld.

7.2.24 Resetten naar fabrieksinstellingen

Gebruik deze functie om alle instellingen terug te zetten naar de fabrieksinstellingen. Alle instellingen die u tot nu toe hebt gemaakt, worden gereset naar de oorspronkelijke instellingen.

Reset uitvoeren

Fig. 149

32 * afhankelijk van model en uitvoering

Pagina 33

Bediening

▷ Apparaat wordt gereset.

▷ Apparaat is uitgeschakeld.

7.3 Meldingen

7.3.1 Waarschuwingen

Fig. 150

Waarschuwingen worden akoestisch door een signaaltoon en optisch door een symbool op het display weergegeven. De signaaltoon wordt sterker en luider tot de melding wordt bevestigd.

MeldingOorzaakOplossing
Deur openDe melding verschijnt, als de deur te lang geopend is.Deur sluiten.
Bevestigingsknop indrukken. Alarm wordt beëindigd.
Aanwijzing
De tijdsduur tot verschijnen van de melding kan worden ingesteld (zie 7.2.20 Deuralarm ) .
TemperatuuralarmDe melding verschijnt, als de temperatuur niet overeenkomt met de ingestelde temperatuur. Oorzaak voor temperatuurverschillen kan zijn:
⁃ Er werden koelgoederen in gelegd. ⁃ Bij het hersorteren en het verwijderen van levensmiddelen is te veel warme lucht het apparaat in gestroomd.
⁃ De stroom is langdurig uitgevallen.
Bevestigingsknop indrukken. Warmste temperatuur wordt weergegeven.
Bevestigingsknop indrukken. De huidige temperatuur knippert en op het display verschijnt afwisselend het temperatuuralarmsymbool totdat de ingestelde temperatuur bereikt is. Controleer de kwaliteit van de gekoelde producten.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 33)

* afhankelijk van model en uitvoering 33

Pagina 34

Bediening

MeldingOorzaakOplossing
FoutFunctie van het apparaat is beperkt, een onderdeel van het apparaat vertoont een fout of het apparaat is defect.Bevestigingsknop indrukken. Foutcode wordt weergegeven. Bevestigingsknop indrukken. Indien aanwezig, wordt een andere foutcode weergegeven. of
Het statusscherm met knipperend foutsymbool wordt weergegeven.
Druk op de navigatietoetsen om de foutcode(s) opnieuw weer te geven.
Foutcode(s) noteren.
Controleer of de fout op de lijst staat en of u de fout zelf kunt verhelpen. (zie 10.2 Technische storing)
Fout staat niet op de lijst of bestaat nog steeds: Contact opnemen met de klantenservice. (zie 10.3 Klantenservice) Gekoelde producten ergens anders bewaren.
Melding duidt op ongepland ontdooigedrag. De verdamper kan bijvoorbeeld abnormaal bevriezen als gevolg van het langdurig openen van de deur, waardoor de ontdooitijd niet langer voldoende is.Bevestigingsknop indrukken.
DEFR.MAX wordt weergegeven.
Bevestigingsknop indrukken.
Het statusscherm met knipperend foutsymbool wordt weergegeven
Druk op de navigatietoetsen om de foutcode opnieuw weer te geven.
Verplaats de gekoelde producten en ontdooi het apparaat met de hand. U kunt het ontdooien ook handmatig starten.
Als het bericht herhaaldelijk wordt weergegeven en de genoemde oorzaken niet van toepassing zijn, neem dan contact op met de klantenservice. (zie 10.3 Klantenservice)
StroomuitvalHet bericht verschijnt na een onderbreking in de stroomtoevoer als de temperatuur boven de alarmgrens ligt wanneer de stroom terugkeert.Bevestigingsknop indrukken. Warmste temperatuur wordt weergegeven.
Bevestigingsknop indrukken. Het alarm wordt geannuleerd en de huidige temperatuur wordt weergegeven.
Controleer de kwaliteit van de gekoelde producten.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 34)

34 * afhankelijk van model en uitvoering

Pagina 35

Uitrusting

MeldingOorzaakOplossing
WLAN-foutWLAN-verbinding is onderbroken.Controleer de verbinding. Bevestigingsknop indrukken. Alarm wordt beëindigd.
WWW-fout WLANHet bericht verschijnt als er geen internetverbinding via WLAN is.Controleer de verbinding. Bevestigingsknop indrukken. Alarm wordt beëindigd.
LAN-foutLAN-verbinding is onderbroken.Controleer de verbinding en de netwerkkabel.
Bevestigingsknop indrukken. Alarm wordt beëindigd.
WWW-fout LANDit bericht verschijnt als er geen internetverbinding via LAN is.Controleer de verbinding. Bevestigingsknop indrukken. Alarm wordt beëindigd.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 35)

7.3.2 Herinneringen

Er verschijnen herinneringen bij oproepen om iets te doen.

Ze worden akoestisch door een signaaltoon en optisch door een symbool op het display weergegeven. Bevestigen van de melding door drukken op de bevestigingstoets.

MeldingOorzaakOplossing
OnderhoudsherinneringDe melding verschijnt als de timer van het ingestelde onderhoudsinterval is afgelopen.Bevestigingsknop indrukken.
Alarm wordt beëindigd.
Aanwijzing
Het onderhoudsinterval kan worden ingesteld (zie 7.2.7 Herinnering onderhoudsinterval ) .
OpnameherinneringDe melding verschijnt, als het geheugen van de temperatuurregistratie (999 uur) vol is.Bevestigingsknop indrukken.
Alarm wordt beëindigd.
De oudste gegevens worden overschreven.
Aanwijzing
De temperatuurregistratie kan worden gereset (zie 7.2.4 Temperatuurregistratie ) .

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 35)

8 Uitrusting 8.1.1 Apparaat vergrendelen

8.1 Veiligheidsslot

Het slot in de deur van het apparaat is voorzien van een veiligheidsmechanisme.

Fig. 151 Voorbeeld

* afhankelijk van model en uitvoering 35

Pagina 36

Onderhoud

8.1.2 Apparaat opensluiten

Fig. 152 Voorbeeld

8.3.1 Potentiaalvrije alarmuitgang

WAARSCHUWING

Letselgevaar door elektrische schok!

Deze drie contacten kunnen worden gebruikt voor aansluiting van een optisch of akoestisch alarmsysteem. De aansluiting is ontworpen voor maximaal 30 V (DC) - 8 A uit een bron met extra lage veiligheidsspanning SELV (minimumstroom 150 mA).

8.2 Sensoren

Het apparaat kan uitgerust zijn met de volgende sensoren voor temperatuurbewaking:

- C-sensor

8.2.1 C-sensor (controlesensor)

De C-sensor is vast ingebouwd en regelt de binnentemperatuur van het apparaat. Indien nodig kunt u de C-sensor kalibreren. (zie 7.2.18 Sensorkalibratie )

8.3 Interfaces

Aan de achterkant van het apparaat bevinden zich verschillende aansluitmogelijkheden.

Fig. 155

9 Onderhoud

9.1 Onderhoudsschema

Fig. 153

Aanwijzing

De stekkers zijn met schroeven vastgezet. Om de stekkers te kunnen lostrekken, schroeven rechts en links losdraaien.

Fig. 154

Er moeten regelmatig onderhoudswerkzaamheden worden uitgevoerd om de werking van het apparaat in stand te houden.

VOORZICHTIG

Gevaren voor letsel een beschadiging door ondeskundig uitgevoerde onderhoudswerkzaamheden!

Lichamelijk letsel en materiële schade.

WAARSCHUWING

Gevaar voor kortsluiting door onder stroom staande onderdelen!

Elektrische schok of beschadiging van de elektronica.

Aanwijzing

Er kan een herinneringsfunctie voor het onderhoud geactiveerd worden. (zie 7.2.7 Herinnering onderhoudsinterval )

Aanwijzing

Aanbevolen wordt een onderhoudslogboek aan te leggen waarin alle uitgevoerde werkzaamheden (reparaties, inspecties) worden gedocumenteerd.

36 * afhankelijk van model en uitvoering

Pagina 37

Onderhoud

Aanwijzing
Liebherr adviseert een jaarlijkse onderhoudsbeurt. Neem contact op met de klantenservice voor een individuele offerte (zie 10.3 Klantenservice) .
OnderdeelActiviteitOnderhoudsinterval
Plaatstalen onderdelenOp beschadigingen en corrosie controleren. Vervangen van beschadigde onderdelen: (zie 10.3 Klantenservice)Jaarlijks
Deur, scharnierenOp de uitlijning (zie 3.9 Deur uitlijnen) , soepele beweging en goed vastzitten controleren.Jaarlijks
Slot, deurgreep*Op gemakkelijke beweging en vastzitten controleren.Jaarlijks
DeurafdichtingOp beschadiging, slijtage en vastzitten controleren. Er is een vervangende deurafdichting via de klantenservice (zie 10.3 Klantenservice) verkrijgbaar.Jaarlijks
SensorSensor kalibreren. (zie 7.2.18 Sensorkalibratie )Jaarlijks
SensordoorvoerControleren of de afdichtingsmassa onbeschadigd is.Jaarlijks
OppervlakkenReinigen (zie 9.3 Apparaat reinigen)Aanbeveling: maandelijks, indien nodig of volgens de eisen op de plaats van opstelling
OppervlakkenDesinfecteren
De volgende desinfectiemiddelen zijn getest voor gebruik op het apparaat:
Dismozon pur 1 % Lösung (Bode Chemie), Suma Quicksan (Diversey), Incidin Extra N (Ecolab Healthcare), Acrylan (Antiseptica chem.-pharm. Produkte), Buraton 10 F (Schülke und Mayr), Frankocid N (Franken Chemie), Apesin DSR 50 (Tana), Nüscosept Spray (Dr. Nüsken), Melsept SF (B. Braun Melsungen), Kohrsolin (Bode Chemie), Neoquat S (Dr. Weigert), Indicin Rapid (Ecolab Healthcare), Bacillocid Spezial (Bode Chemie), Neoform K Spray (Dr. Weigert), Apesin Desinf. Spray (Tana), Nüscosept 100 (Dr. Nüsken), Antisept T (Fink Tec), Apesin AP 100 0,50% Lösung (Tana), Perform Pulver 2% Lösung (Schülke und Mayr) De gebruiksaanwijzing van de fabrikant in acht nemen. Als er andere dan genoemde desinfectiemiddelen worden gebruikt, moeten deze eerst op een onopvallende plaats worden getest.
Aanbeveling: maandelijks, indien nodig of volgens de eisen op de plaats van opstelling
Plaats van opstelling, apparaatDecontamineren
Het apparaat is geschikt voor de ruimtedecontami-natie met waterstofperoxide H2O2.
De waarden van de volgende toepassingsspecificatie mogen niet overschreden worden:
Maximale concentratie 250 ppm.
Maximale vochtigheid 85 %.
Maximaal toelaatbare ruimtetemperatuur volgens klimaatklasse. (zie 2.4 Toepassingsgebied van het apparaat)
Aanbeveling: indien nodig of volgens eisen op de plaats van opstelling, maximaal 2 keer per jaar
Ventilator ventilatoropeningReinigenJaarlijks
Alarm doorsturenControleren of de stekkerverbindingen goed vastzitten.Jaarlijks
NetkabelOp beschadiging controleren.Jaarlijks of
Bij locatieverandering
HellingshoekOp werking en goede bevestiging controleren.Jaarlijks of
Bij locatieverandering

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 37)

* afhankelijk van model en uitvoering 37

Pagina 38

Onderhoud

OnderdeelActiviteitOnderhoudsinterval
Stelpoten/wieltjesOp werking, beschadiging en goede bevestiging controleren.
Beschadigde onderdelen vervangen. (zie 10.3 Klantenservice)
Jaarlijks
CondensbakVulniveau van de condensbak controleren en indien nodig ledigen.Regelmatige visuele inspectie

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 38)

9.2 Apparaat ontdooien

WAARSCHUWING

Apparaat op de verkeerde manier ontdooid!

Verwondingen en beschadigingen.

Om de functionaliteit van het apparaat te behouden, raden we aan het te ontdooien als er veel ijsvorming is. Voor ijsvorming in de binnenruimte zijn de plaats van opstelling (bijv. een hoge luchtvochtigheid), instellingen op het apparaat en verkeerd gebruikersgedrag bepalend.

Als het automatisch ontdooien niet voldoende is, moet het apparaat handmatig worden ontdooid:

9.3 Apparaat reinigen

9.3.1 Voorbereiden

WAARSCHUWING

Gevaar voor kortsluiting door onder stroom staande onderdelen!

Elektrische schok of beschadiging van de elektronica.

WAARSCHUWING

Brandgevaar!

9.3.2 Behuizing reinigen

LET OP

Ondeskundige reiniging!

Beschadigingen aan het apparaat.

WAARSCHUWING

Gevaar voor verwonding en beschadiging door hete stoom! Hete stoom kan brandwonden veroorzaken en de oppervlakken beschadigen.

LET OP

Beschadigingsgevaar door kortsluiting!

9.3.3 Binnenruimte reinigen

WAARSCHUWING

Gevaar voor kortsluiting door onder stroom staande onderdelen!

Elektrische schok of beschadiging van de elektronica.

WAARSCHUWING

Gevaar voor verwonding en beschadiging door hete stoom! Hete stoom kan brandwonden veroorzaken en de oppervlakken beschadigen.

LET OP

Ondeskundige reiniging!

Beschadigingen aan het apparaat.

38 * afhankelijk van model en uitvoering

Pagina 39

Klantenhulp

Netto-inhoud
Aanwijzing
Typeplaatje aan binnenzijde van apparaat niet beschadigen of verwijderen. Typeplaatje is belangrijk voor de klantenservice. (zie 10.3 Klantenservice)
Zie de nuttige inhoud op het typeplaatje. (zie 2.2 Apparaat- en uitrustingsoverzicht)
► Deur openen.
► Apparaat leegmaken.
► Binnenruimte en uitrustingsdelen met lauwwarm water en een beetje afwasmiddel reinigen. Geen zand- of zuurhoudende reinigingsmiddelen en geen chemische oplosmiddelen gebruiken.
Specificatie WLAN-frequentie
Frequentieband 2,4 GHz
Maximum uitgestraald <100 mW vermogen
9.3.4 Na het reinigen
► Apparaat en uitrustingsdelen droogwrijven.
► Apparaat aansluiten en inschakelen.
Als de temperatuur voldoende koud is:
► Koelgoed erin leggen.
► Reiniging regelmatig herhalen.
► Koelmachine met warmtewisselaar een keer per jaar reinigen en ontstoffen.
10 Klantenhulp 10.1 Technische gegevens
Temperatuurbereik
Vriezen -9 °C tot -30 °C
Maximale belading per steunvlak A)
Apparaatbreedte 550 mm 600 mm 750 mm Oplegroosters -- 45 kg 60 kg Glasplaat 40 kg 40 kg 40 kg Schuiflade (vries‐ 15 kg 15 kg 15 kg apparatuur)
A) Bij zware belading kunnen de steunen iets doorbuigen.
Maximale totale inhoud en nettogewicht
Model (zie 3.2 Afme‐ Maximale totale Nettogewicht tingen apparaat) inhoud SFF.. 4001 270 kg 76 kg SFFfg 5501 300 kg 100 kg SFFfg 6501 360 kg 90 kg
Beoogd gebruik van de Integratie in het plaatselijke radioapparatuur WLAN-netwerk voor gegevenscommunicatie
Opstelvoorwaarden
Mate van vervuiling (omge‐ PD2 ving van het apparaat)
Minimale en maximale Zie klimaatklassen.
kamertemperatuur (zie 2.4 Toepassingsgebied van het apparaat) Maximale relatieve lucht‐ Zie klimaatklassen.
vochtigheid (zie 2.4 Toepassingsgebied van het apparaat) Maximale hoogte werkings‐ 2000 m positie (m boven zeeniveau)
Elektrische waarden
Nominale spanning 220-240 V ~ Frequentie 50 Hz
Aansluitwaarde 2,0 A
Maximale netschommelingen +/-10 %
Overspanningscategorie II
10.2 Technische storing
Uw apparaat is zodanig geconstrueerd en gemaakt dat functieveiligheid en lange levensduur gegarandeerd zijn. Als er tijdens de werking een storing optreedt, controleer dan of de storing werd veroorzaakt door een bedieningsfout. In dat geval moeten ook de tijdens de garantieperiode gemaakte kosten aan u worden doorberekend.
De volgende storingen kunt u zelf verhelpen.
10.2.1 Apparaatfunctie

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 39)

ProbleemOorzaakOplossing
Het apparaat werkt niet.Het apparaat is niet ingeschakeld.► Apparaat inschakelen.
De netstekker steekt niet correct in het stopcontact.► Netstekker controleren.
De zekering van het stopcontact is niet in orde.► Zekering controleren.
Stroomuitval► Apparaat gesloten houden.
► Indien nodig de koel-/vrieswaren in een decentrale koel-/vrieskast bewaren, als de stroom langdurig uitvalt.
De koelapparaatbus steekt niet correct in het apparaat.► Koelapparaatbus controleren.
Temperatuur is te laag.De apparaatdeur is niet correct aangesloten.► Apparaatdeur sluiten.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 39)

* afhankelijk van model en uitvoering 39

Pagina 40

Buiten bedrijf stellen

ProbleemOorzaakOplossing
De be- en ontluchting is onvoldoende.► Ventilatieroosters vrijmaken en reinigen.
De omgevingstemperatuur is te hoog.► Let op de juiste omgevingsvoorwaarden: (zie 2.4 Toepassingsgebied van het apparaat)
Het apparaat werd te vaak of te lang geopend.► Afwachten of de noodzakelijke temperatuur vanzelf weer wordt ingesteld. Als dit niet gebeurt, dan contact opnemen met de klantenservice. (zie 10.3 Klantenservice)
De temperatuur is verkeerd ingesteld.► Temperatuur lager instellen en na 24 uur controleren.
Het apparaat staat te dicht bij een warmtebron (fornuis, verwarming etc.).► Opstelplaats van het apparaat of de warmtebron veranderen.
Rijpvorming op het behuizingsframe en/of aan de binnenzijde van de deur.Deurafdichting is beschadigd.► Deurafdichting vervangen.
U heeft de temperatuur te koud ingesteld of u heeft de deur te weinig geopend.► Apparaatfunctie is niet beïnvloed, rijpvorming met een doek verwijderen.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 40)

10.3 Klantenservice

Controleer eerst of u de fout zelf kunt oplossen . Als dit niet het geval is, contact met de klantenservice opnemen.

U vindt het adres in de bijgevoegde brochure „Liebherr Service” of op home.liebherr.com/service.

WAARSCHUWING

Ondeskundige reparatie!

Verwondingen.

10.3.1 Contact met de klantenservice opnemen

Zorg ervoor dat u de volgende apparaatinformatie beschikbaar hebt:

❑Apparaataanduiding (model en index) ❑Servicenr. (Service) ❑Serienr. (S-Nr.)

-of-

▷ Zo is een snelle en doelgerichte service mogelijk.

10.4 Typeplaatje

Het typeplaatje bevindt zich aan de binnenkant van het apparaat. Zie apparaatoverzicht.

Fig. 156

11 Buiten bedrijf stellen

Aanwijzing

Beschadiging van het apparaat en storingen!

12 Afvalverwijdering

12.1 Apparaat op afvoer voorbereiden

Liebherr maakt bij sommige apparaten gebruik van batterijen. In de EU is het nu voor de consument wettelijk verplicht deze batterijen voor de afvoer van apparaten te verwijderen. Als uw apparaat batterijen bevat, wordt dit op het apparaat aangegeven.

40 * afhankelijk van model en uitvoering

Pagina 41

Aanvullende informatie

Lampen

Als u lampen zelfstandig en zonder kapot te maken kunt verwijderen, verwijder deze dan eveneens voor het voeren.

12.2 Apparaat volgens milieuvoorschriften afvoeren

Het apparaat bevat waardevolle materialen en moet gescheiden van het ongesorteerde, huishoudelijke afval worden afgevoerd.

Voer batterijen gescheiden van het apparaat af. Batterijen kunnen gratis worden ingeleverd bij de winkel en bij andere inleverpunten zoals het gemeentelijk depot en de chemokar.

Lampen

Voor Duitsland:

Lever gedemonteerde lampen in bij een daarvoor bestemd inleverpunt.

U kunt het apparaat gratis inleveren bij de milieustraat. Bij de aankoop van een nieuwe koelkast of vriezer en een verkoopoppervlak > 400 m² neemt de dealer het oude apparaat ook gratis terug.

WAARSCHUWING

Brandgevaar door lekkend koelmiddel en olie!

Het koelmiddel is milieuvriendelijk maar brandbaar. De olie is ook brandbaar. Uittredend koelmiddel en olie kunnen in hoge concentraties en bij contact met een externe warmtebron ontbranden.

13 Aanvullende informatie

Meer informatie over garantiebepalingen vindt u in de meegeleverde servicebrochure of op internet op https:// home.liebherr.com.

* afhankelijk van model en uitvoering 41

← pagina's 3–21verder op pagina 43 →Inhoud