Liebherr SFFfg 4001, tekst van de handleiding
Vriezer · Liebherr · 40 pagina's in het Nederlands · pdf: 46 pagina's, 6,6 MB
Storingen op pagina 33
Pagina 33
Bediening
▷ Apparaat wordt gereset.
▷ Apparaat is uitgeschakeld.
- Apparaat opnieuw starten. (zie 5.1 Apparaat inschakelen (eerste inbedrijfstelling))
7.3 Meldingen
7.3.1 Waarschuwingen
Fig. 150
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
Waarschuwingen worden akoestisch door een signaaltoon en optisch door een symbool op het display weergegeven. De signaaltoon wordt sterker en luider tot de melding wordt bevestigd.
| Melding | Oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Deur open | De melding verschijnt, als de deur te lang geopend is. | Deur sluiten. Bevestigingsknop indrukken. Alarm wordt beëindigd. Aanwijzing De tijdsduur tot verschijnen van de melding kan worden ingesteld (zie 7.2.20 Deuralarm ) . |
| Temperatuuralarm | De melding verschijnt, als de temperatuur niet overeenkomt met de ingestelde temperatuur. Oorzaak voor temperatuurverschillen kan zijn: ⁃ Er werden koelgoederen in gelegd. ⁃ Bij het hersorteren en het verwijderen van levensmiddelen is te veel warme lucht het apparaat in gestroomd. ⁃ De stroom is langdurig uitgevallen. | Bevestigingsknop indrukken. Warmste temperatuur wordt weergegeven. Bevestigingsknop indrukken. De huidige temperatuur knippert en op het display verschijnt afwisselend het temperatuuralarmsymbool totdat de ingestelde temperatuur bereikt is. Controleer de kwaliteit van de gekoelde producten. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 33)
* afhankelijk van model en uitvoering 33
Pagina 34
Bediening
| Melding | Oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Fout | Functie van het apparaat is beperkt, een onderdeel van het apparaat vertoont een fout of het apparaat is defect. | Bevestigingsknop indrukken. Foutcode wordt weergegeven. Bevestigingsknop indrukken. Indien aanwezig, wordt een andere foutcode weergegeven. of Het statusscherm met knipperend foutsymbool wordt weergegeven. Druk op de navigatietoetsen om de foutcode(s) opnieuw weer te geven. Foutcode(s) noteren. Controleer of de fout op de lijst staat en of u de fout zelf kunt verhelpen. (zie 10.2 Technische storing) Fout staat niet op de lijst of bestaat nog steeds: Contact opnemen met de klantenservice. (zie 10.3 Klantenservice) Gekoelde producten ergens anders bewaren. |
| Melding duidt op ongepland ontdooigedrag. De verdamper kan bijvoorbeeld abnormaal bevriezen als gevolg van het langdurig openen van de deur, waardoor de ontdooitijd niet langer voldoende is. | Bevestigingsknop indrukken. DEFR.MAX wordt weergegeven. Bevestigingsknop indrukken. Het statusscherm met knipperend foutsymbool wordt weergegeven Druk op de navigatietoetsen om de foutcode opnieuw weer te geven. Verplaats de gekoelde producten en ontdooi het apparaat met de hand. U kunt het ontdooien ook handmatig starten. Als het bericht herhaaldelijk wordt weergegeven en de genoemde oorzaken niet van toepassing zijn, neem dan contact op met de klantenservice. (zie 10.3 Klantenservice) | |
| Stroomuitval | Het bericht verschijnt na een onderbreking in de stroomtoevoer als de temperatuur boven de alarmgrens ligt wanneer de stroom terugkeert. | Bevestigingsknop indrukken. Warmste temperatuur wordt weergegeven. Bevestigingsknop indrukken. Het alarm wordt geannuleerd en de huidige temperatuur wordt weergegeven. Controleer de kwaliteit van de gekoelde producten. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 34)
34 * afhankelijk van model en uitvoering
Pagina 35
Uitrusting
| Melding | Oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| WLAN-fout | WLAN-verbinding is onderbroken. | Controleer de verbinding. Bevestigingsknop indrukken. Alarm wordt beëindigd. |
| WWW-fout WLAN | Het bericht verschijnt als er geen internetverbinding via WLAN is. | Controleer de verbinding. Bevestigingsknop indrukken. Alarm wordt beëindigd. |
| LAN-fout | LAN-verbinding is onderbroken. | Controleer de verbinding en de netwerkkabel. Bevestigingsknop indrukken. Alarm wordt beëindigd. |
| WWW-fout LAN | Dit bericht verschijnt als er geen internetverbinding via LAN is. | Controleer de verbinding. Bevestigingsknop indrukken. Alarm wordt beëindigd. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 35)
7.3.2 Herinneringen
Er verschijnen herinneringen bij oproepen om iets te doen.
Ze worden akoestisch door een signaaltoon en optisch door een symbool op het display weergegeven. Bevestigen van de melding door drukken op de bevestigingstoets.
| Melding | Oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Onderhoudsherinnering | De melding verschijnt als de timer van het ingestelde onderhoudsinterval is afgelopen. | Bevestigingsknop indrukken. Alarm wordt beëindigd. Aanwijzing Het onderhoudsinterval kan worden ingesteld (zie 7.2.7 Herinnering onderhoudsinterval ) . |
| Opnameherinnering | De melding verschijnt, als het geheugen van de temperatuurregistratie (999 uur) vol is. | Bevestigingsknop indrukken. Alarm wordt beëindigd. De oudste gegevens worden overschreven. Aanwijzing De temperatuurregistratie kan worden gereset (zie 7.2.4 Temperatuurregistratie ) . |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 35)
8 Uitrusting 8.1.1 Apparaat vergrendelen
8.1 Veiligheidsslot
Het slot in de deur van het apparaat is voorzien van een veiligheidsmechanisme.
Fig. 151 Voorbeeld
* afhankelijk van model en uitvoering 35
Pagina 36
Onderhoud
- Sleutel erin duwen.
- Sleutel 90° linksom draaien. ▷ Het apparaat is afgesloten.
8.1.2 Apparaat opensluiten
Fig. 152 Voorbeeld
- Sleutel erin duwen Fig. 152 (1).
- Sleutel 90° rechtsom draaien Fig. 152 (2). ▷ Het apparaat is opengesloten.
8.3.1 Potentiaalvrije alarmuitgang
WAARSCHUWING
Letselgevaar door elektrische schok!
- Uitsluitend deskundig en daarvoor geschoold personeel mag het apparaat op een extern alarmsysteem aansluiten!
Deze drie contacten kunnen worden gebruikt voor aansluiting van een optisch of akoestisch alarmsysteem. De aansluiting is ontworpen voor maximaal 30 V (DC) - 8 A uit een bron met extra lage veiligheidsspanning SELV (minimumstroom 150 mA).
8.2 Sensoren
Het apparaat kan uitgerust zijn met de volgende sensoren voor temperatuurbewaking:
- C-sensor
8.2.1 C-sensor (controlesensor)
De C-sensor is vast ingebouwd en regelt de binnentemperatuur van het apparaat. Indien nodig kunt u de C-sensor kalibreren. (zie 7.2.18 Sensorkalibratie )
8.3 Interfaces
Aan de achterkant van het apparaat bevinden zich verschillende aansluitmogelijkheden.
Fig. 155
- (1) NO (normally open) Aansluiting voor controlelampje dat bij normaal bedrijf of wanneer het apparaat is uitgeschakeld actief is.
- (2) COM (common) Externe spanningsbron
9 Onderhoud
- (3) NC (normally closed) Aansluiting voor alarmlampje of akoestisch alarm dat bij alarm of ontbrekende stroomvoorziening actief is.
9.1 Onderhoudsschema
Fig. 153
Aanwijzing
De stekkers zijn met schroeven vastgezet. Om de stekkers te kunnen lostrekken, schroeven rechts en links losdraaien.
Fig. 154
- (1) Potentiaalvrije alarmuitgang
Er moeten regelmatig onderhoudswerkzaamheden worden uitgevoerd om de werking van het apparaat in stand te houden.
VOORZICHTIG
Gevaren voor letsel een beschadiging door ondeskundig uitgevoerde onderhoudswerkzaamheden!
Lichamelijk letsel en materiële schade.
- Onderhoudswerkzaamheden mogen alleen door opgeleid en deskundig personeel worden uitgevoerd.
WAARSCHUWING
Gevaar voor kortsluiting door onder stroom staande onderdelen!
Elektrische schok of beschadiging van de elektronica.
- Apparaat uitschakelen.
- Netstekker eruit trekken of zekering uitschakelen.
Aanwijzing
Er kan een herinneringsfunctie voor het onderhoud geactiveerd worden. (zie 7.2.7 Herinnering onderhoudsinterval )
Aanwijzing
Aanbevolen wordt een onderhoudslogboek aan te leggen waarin alle uitgevoerde werkzaamheden (reparaties, inspecties) worden gedocumenteerd.
36 * afhankelijk van model en uitvoering
Pagina 37
Onderhoud
| Aanwijzing | ||
|---|---|---|
| Liebherr adviseert een jaarlijkse onderhoudsbeurt. Neem contact op met de klantenservice voor een individuele offerte (zie 10.3 Klantenservice) . | ||
| Onderdeel | Activiteit | Onderhoudsinterval |
| Plaatstalen onderdelen | Op beschadigingen en corrosie controleren. Vervangen van beschadigde onderdelen: (zie 10.3 Klantenservice) | Jaarlijks |
| Deur, scharnieren | Op de uitlijning (zie 3.9 Deur uitlijnen) , soepele beweging en goed vastzitten controleren. | Jaarlijks |
| Slot, deurgreep* | Op gemakkelijke beweging en vastzitten controleren. | Jaarlijks |
| Deurafdichting | Op beschadiging, slijtage en vastzitten controleren. Er is een vervangende deurafdichting via de klantenservice (zie 10.3 Klantenservice) verkrijgbaar. | Jaarlijks |
| Sensor | Sensor kalibreren. (zie 7.2.18 Sensorkalibratie ) | Jaarlijks |
| Sensordoorvoer | Controleren of de afdichtingsmassa onbeschadigd is. | Jaarlijks |
| Oppervlakken | Reinigen (zie 9.3 Apparaat reinigen) | Aanbeveling: maandelijks, indien nodig of volgens de eisen op de plaats van opstelling |
| Oppervlakken | Desinfecteren De volgende desinfectiemiddelen zijn getest voor gebruik op het apparaat: Dismozon pur 1 % Lösung (Bode Chemie), Suma Quicksan (Diversey), Incidin Extra N (Ecolab Healthcare), Acrylan (Antiseptica chem.-pharm. Produkte), Buraton 10 F (Schülke und Mayr), Frankocid N (Franken Chemie), Apesin DSR 50 (Tana), Nüscosept Spray (Dr. Nüsken), Melsept SF (B. Braun Melsungen), Kohrsolin (Bode Chemie), Neoquat S (Dr. Weigert), Indicin Rapid (Ecolab Healthcare), Bacillocid Spezial (Bode Chemie), Neoform K Spray (Dr. Weigert), Apesin Desinf. Spray (Tana), Nüscosept 100 (Dr. Nüsken), Antisept T (Fink Tec), Apesin AP 100 0,50% Lösung (Tana), Perform Pulver 2% Lösung (Schülke und Mayr) De gebruiksaanwijzing van de fabrikant in acht nemen. Als er andere dan genoemde desinfectiemiddelen worden gebruikt, moeten deze eerst op een onopvallende plaats worden getest. | Aanbeveling: maandelijks, indien nodig of volgens de eisen op de plaats van opstelling |
| Plaats van opstelling, apparaat | Decontamineren Het apparaat is geschikt voor de ruimtedecontami-natie met waterstofperoxide H2O2. De waarden van de volgende toepassingsspecificatie mogen niet overschreden worden: Maximale concentratie 250 ppm. Maximale vochtigheid 85 %. Maximaal toelaatbare ruimtetemperatuur volgens klimaatklasse. (zie 2.4 Toepassingsgebied van het apparaat) | Aanbeveling: indien nodig of volgens eisen op de plaats van opstelling, maximaal 2 keer per jaar |
| Ventilator ventilatoropening | Reinigen | Jaarlijks |
| Alarm doorsturen | Controleren of de stekkerverbindingen goed vastzitten. | Jaarlijks |
| Netkabel | Op beschadiging controleren. | Jaarlijks of Bij locatieverandering |
| Hellingshoek | Op werking en goede bevestiging controleren. | Jaarlijks of Bij locatieverandering |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 37)
* afhankelijk van model en uitvoering 37
Pagina 38
Onderhoud
| Onderdeel | Activiteit | Onderhoudsinterval |
|---|---|---|
| Stelpoten/wieltjes | Op werking, beschadiging en goede bevestiging controleren. Beschadigde onderdelen vervangen. (zie 10.3 Klantenservice) | Jaarlijks |
| Condensbak | Vulniveau van de condensbak controleren en indien nodig ledigen. | Regelmatige visuele inspectie |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 38)
9.2 Apparaat ontdooien
WAARSCHUWING
Apparaat op de verkeerde manier ontdooid!
Verwondingen en beschadigingen.
- Om het ontdooiproces te versnellen, geen mechanische hulpmiddelen of andere middelen gebruiken die niet door de fabrikant worden aanbevolen.
- Gebruik voor het ontdooien geen elektrische verwarmings- of stoomreinigingsapparaten, open vuur of ontdooisprays.
- IJs niet met scherpe voorwerpen verwijderen.
Om de functionaliteit van het apparaat te behouden, raden we aan het te ontdooien als er veel ijsvorming is. Voor ijsvorming in de binnenruimte zijn de plaats van opstelling (bijv. een hoge luchtvochtigheid), instellingen op het apparaat en verkeerd gebruikersgedrag bepalend.
Als het automatisch ontdooien niet voldoende is, moet het apparaat handmatig worden ontdooid:
- Apparaat uitschakelen. (zie 7.2.2 Apparaat in- en uitschakelen )
- Netstekker loskoppelen.
- Koelgoed verplaatsen.
- Apparaatdeur tijdens ontdooien open laten.
- Resterend condenswater met een doek opnemen, afvoeropening en het apparaat reinigen.
9.3 Apparaat reinigen
9.3.1 Voorbereiden
WAARSCHUWING
Gevaar voor kortsluiting door onder stroom staande onderdelen!
Elektrische schok of beschadiging van de elektronica.
- Apparaat uitschakelen.
- Netstekker eruit trekken of zekering uitschakelen.
WAARSCHUWING
Brandgevaar!
- De buisleidingen van het koelmiddelcircuit niet beschadigen.
- Apparaat leegmaken.
- Netstekker eruit halen.
- Aanwijzingen voor het transport van het apparaat in acht nemen.
9.3.2 Behuizing reinigen
LET OP
Ondeskundige reiniging!
Beschadigingen aan het apparaat.
- Uitsluitend zachte poetsdoekjes en een ph-neutrale allesreiniger gebruiker.
- Gebruik geen schurende of krassende sponzen of staalwol.
- Gebruik geen scherpe, schurende, zand-, chloor- of zuurhoudende schoonmaakmiddelen.
WAARSCHUWING
Gevaar voor verwonding en beschadiging door hete stoom! Hete stoom kan brandwonden veroorzaken en de oppervlakken beschadigen.
- Gebruik geen stoomreinigers!
LET OP
Beschadigingsgevaar door kortsluiting!
- Bij het reinigen van het apparaat voorkomen dat reinigingswater in de elektrische componenten dringt.
- Behuizing met een zachte, schone doek schoonvegen. Bij sterke vervuiling lauwwarm water met neutraal reinigingsmiddel gebruiken. Glazen oppervlakken kunnen ook met een glasreinigingsmiddel worden gereinigd.
- Condensorspiraal jaarlijks reinigen. Als de condensorspiraal niet wordt gereinigd, leidt dit tot een aanzienlijke reductie van de efficiëntie van het apparaat.
9.3.3 Binnenruimte reinigen
WAARSCHUWING
Gevaar voor kortsluiting door onder stroom staande onderdelen!
Elektrische schok of beschadiging van de elektronica.
- Apparaat uitschakelen.
- Netstekker eruit trekken of zekering uitschakelen.
WAARSCHUWING
Gevaar voor verwonding en beschadiging door hete stoom! Hete stoom kan brandwonden veroorzaken en de oppervlakken beschadigen.
- Gebruik geen stoomreinigers!
LET OP
Ondeskundige reiniging!
Beschadigingen aan het apparaat.
- Uitsluitend zachte poetsdoekjes en een ph-neutrale allesreiniger gebruiker.
- Gebruik geen schurende of krassende sponzen of staalwol.
- Gebruik geen scherpe, schurende, zand-, chloor- of zuurhoudende schoonmaakmiddelen.
38 * afhankelijk van model en uitvoering
Pagina 39
Klantenhulp
| Netto-inhoud | |
|---|---|
| Aanwijzing Typeplaatje aan binnenzijde van apparaat niet beschadigen of verwijderen. Typeplaatje is belangrijk voor de klantenservice. (zie 10.3 Klantenservice) | |
| Zie de nuttige inhoud op het typeplaatje. (zie 2.2 Apparaat- en uitrustingsoverzicht) | |
| ► Deur openen. ► Apparaat leegmaken. ► Binnenruimte en uitrustingsdelen met lauwwarm water en een beetje afwasmiddel reinigen. Geen zand- of zuurhoudende reinigingsmiddelen en geen chemische oplosmiddelen gebruiken. | Specificatie WLAN-frequentie |
| Frequentieband 2,4 GHz | |
| Maximum uitgestraald <100 mW vermogen | |
| 9.3.4 Na het reinigen ► Apparaat en uitrustingsdelen droogwrijven. ► Apparaat aansluiten en inschakelen. Als de temperatuur voldoende koud is: ► Koelgoed erin leggen. ► Reiniging regelmatig herhalen. ► Koelmachine met warmtewisselaar een keer per jaar reinigen en ontstoffen. 10 Klantenhulp 10.1 Technische gegevens Temperatuurbereik Vriezen -9 °C tot -30 °C Maximale belading per steunvlak A) Apparaatbreedte 550 mm 600 mm 750 mm Oplegroosters -- 45 kg 60 kg Glasplaat 40 kg 40 kg 40 kg Schuiflade (vries‐ 15 kg 15 kg 15 kg apparatuur) A) Bij zware belading kunnen de steunen iets doorbuigen. Maximale totale inhoud en nettogewicht Model (zie 3.2 Afme‐ Maximale totale Nettogewicht tingen apparaat) inhoud SFF.. 4001 270 kg 76 kg SFFfg 5501 300 kg 100 kg SFFfg 6501 360 kg 90 kg | Beoogd gebruik van de Integratie in het plaatselijke radioapparatuur WLAN-netwerk voor gegevenscommunicatie Opstelvoorwaarden Mate van vervuiling (omge‐ PD2 ving van het apparaat) Minimale en maximale Zie klimaatklassen. kamertemperatuur (zie 2.4 Toepassingsgebied van het apparaat) Maximale relatieve lucht‐ Zie klimaatklassen. vochtigheid (zie 2.4 Toepassingsgebied van het apparaat) Maximale hoogte werkings‐ 2000 m positie (m boven zeeniveau) Elektrische waarden Nominale spanning 220-240 V ~ Frequentie 50 Hz Aansluitwaarde 2,0 A Maximale netschommelingen +/-10 % Overspanningscategorie II 10.2 Technische storing Uw apparaat is zodanig geconstrueerd en gemaakt dat functieveiligheid en lange levensduur gegarandeerd zijn. Als er tijdens de werking een storing optreedt, controleer dan of de storing werd veroorzaakt door een bedieningsfout. In dat geval moeten ook de tijdens de garantieperiode gemaakte kosten aan u worden doorberekend. De volgende storingen kunt u zelf verhelpen. 10.2.1 Apparaatfunctie |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 39)
| Probleem | Oorzaak | Oplossing | |
|---|---|---|---|
| Het apparaat werkt niet. | Het apparaat is niet ingeschakeld. | ► Apparaat inschakelen. | |
| De netstekker steekt niet correct in het stopcontact. | ► Netstekker controleren. | ||
| De zekering van het stopcontact is niet in orde. | ► Zekering controleren. | ||
| Stroomuitval | ► Apparaat gesloten houden. ► Indien nodig de koel-/vrieswaren in een decentrale koel-/vrieskast bewaren, als de stroom langdurig uitvalt. | ||
| De koelapparaatbus steekt niet correct in het apparaat. | ► Koelapparaatbus controleren. | ||
| Temperatuur is te laag. | De apparaatdeur is niet correct aangesloten. | ► Apparaatdeur sluiten. | |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 39)
* afhankelijk van model en uitvoering 39
Pagina 40
Buiten bedrijf stellen
| Probleem | Oorzaak | Oplossing | |
|---|---|---|---|
| De be- en ontluchting is onvoldoende. | ► Ventilatieroosters vrijmaken en reinigen. | ||
| De omgevingstemperatuur is te hoog. | ► Let op de juiste omgevingsvoorwaarden: (zie 2.4 Toepassingsgebied van het apparaat) | ||
| Het apparaat werd te vaak of te lang geopend. | ► Afwachten of de noodzakelijke temperatuur vanzelf weer wordt ingesteld. Als dit niet gebeurt, dan contact opnemen met de klantenservice. (zie 10.3 Klantenservice) | ||
| De temperatuur is verkeerd ingesteld. | ► Temperatuur lager instellen en na 24 uur controleren. | ||
| Het apparaat staat te dicht bij een warmtebron (fornuis, verwarming etc.). | ► Opstelplaats van het apparaat of de warmtebron veranderen. | ||
| Rijpvorming op het behuizingsframe en/of aan de binnenzijde van de deur. | Deurafdichting is beschadigd. | ► Deurafdichting vervangen. | |
| U heeft de temperatuur te koud ingesteld of u heeft de deur te weinig geopend. | ► Apparaatfunctie is niet beïnvloed, rijpvorming met een doek verwijderen. | ||
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 40)
10.3 Klantenservice
Controleer eerst of u de fout zelf kunt oplossen . Als dit niet het geval is, contact met de klantenservice opnemen.
U vindt het adres in de bijgevoegde brochure „Liebherr Service” of op home.liebherr.com/service.
WAARSCHUWING
Ondeskundige reparatie!
Verwondingen.
- Reparaties en ingrepen aan het apparaat en de stroomaansluiting die niet uitdrukkelijk genoemd worden (zie 9 Onderhoud) , uitsluitend door de Technische Dienst laten uitvoeren.
- Beschadigde netaansluiting alleen door de fabrikant, de klantenservice of een dergelijk gekwalificeerde persoon laten vervangen.
- Bij apparaten met stekker voor koelapparaten mag ook de klant zelf de vervanging uitvoeren.
10.3.1 Contact met de klantenservice opnemen
Zorg ervoor dat u de volgende apparaatinformatie beschikbaar hebt:
❑Apparaataanduiding (model en index) ❑Servicenr. (Service) ❑Serienr. (S-Nr.)
- Apparaatinformatie via het display oproepen (zie 7.2.15 Apparaatinformatie ) .
-of-
- Apparaatinformatie van het typeplaatje aflezen. (zie 10.4 Typeplaatje)
- Apparaatinformatie noteren.
- Klantenservice informeren: Fout en apparaatinformatie mededelen.
▷ Zo is een snelle en doelgerichte service mogelijk.
- Verdere instructies van de klantenservice opvolgen.
10.4 Typeplaatje
Het typeplaatje bevindt zich aan de binnenkant van het apparaat. Zie apparaatoverzicht.
Fig. 156
- (1) Apparaataanduiding
- (2) Service-nr.
- (3) Serie-nr.
11 Buiten bedrijf stellen
- Apparaat leegmaken.
- Apparaat uitschakelen.
- Trek de netstekker uit het stopcontact.
- Verwijder indien nodig de koelapparaatbus: Trek de koelapparaatbus uit de apparaatstekker en beweeg tegelijkertijd naar links en rechts.
- Apparaat reinigen. (zie 9.3 Apparaat reinigen)
- Indien beschikbaar: Verwijder afdekkingen en isolatie van de sensordoorvoer om schimmelvorming te voorkomen.
- Deur open laten, zodat geen slechte geur kan ontstaan.
Aanwijzing
Beschadiging van het apparaat en storingen!
- Na de buitenbedrijfstelling mag het apparaat alleen worden gebruikt bij een toelaatbare kamertemperatuur tussen -10 °C en +50 °C opslaan.
12 Afvalverwijdering
12.1 Apparaat op afvoer voorbereiden
Liebherr maakt bij sommige apparaten gebruik van batterijen. In de EU is het nu voor de consument wettelijk verplicht deze batterijen voor de afvoer van apparaten te verwijderen. Als uw apparaat batterijen bevat, wordt dit op het apparaat aangegeven.
40 * afhankelijk van model en uitvoering
Pagina 41
Aanvullende informatie
Lampen
Als u lampen zelfstandig en zonder kapot te maken kunt verwijderen, verwijder deze dan eveneens voor het voeren.
- Apparaat buiten bedrijf stellen.
- Indien mogelijk: verwijder lampen zonder deze kapot te maken.
12.2 Apparaat volgens milieuvoorschriften afvoeren
Het apparaat bevat waardevolle materialen en moet gescheiden van het ongesorteerde, huishoudelijke afval worden afgevoerd.
Voer batterijen gescheiden van het apparaat af. Batterijen kunnen gratis worden ingeleverd bij de winkel en bij andere inleverpunten zoals het gemeentelijk depot en de chemokar.
Lampen
Voor Duitsland:
Lever gedemonteerde lampen in bij een daarvoor bestemd inleverpunt.
U kunt het apparaat gratis inleveren bij de milieustraat. Bij de aankoop van een nieuwe koelkast of vriezer en een verkoopoppervlak > 400 m² neemt de dealer het oude apparaat ook gratis terug.
WAARSCHUWING
Brandgevaar door lekkend koelmiddel en olie!
Het koelmiddel is milieuvriendelijk maar brandbaar. De olie is ook brandbaar. Uittredend koelmiddel en olie kunnen in hoge concentraties en bij contact met een externe warmtebron ontbranden.
- Leidingen van het koelmiddelcircuit en de compressor niet beschadigen.
- Aanwijzingen voor het transport van het apparaat in acht nemen.
- Voer het apparaten af zonder het te beschadigen.
- Voer batterijen, lampen en het apparaat af zoals hierboven beschreven.
13 Aanvullende informatie
Meer informatie over garantiebepalingen vindt u in de meegeleverde servicebrochure of op internet op https:// home.liebherr.com.
* afhankelijk van model en uitvoering 41
Pagina 42: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 43
Beknopte handleiding voor dagelijks gebruik
Bij apparaatstoring informeren:
Beknopte handleiding voor dagelijks gebruik
Informatie over het gebruik van deze beknopte handleiding:
- Deze beknopte handleiding vervangt niet de volledige gebruiksaanwijzing en is geen vervanging voor de instructie bij het apparaat.
- Deze beknopte handleiding is bedoeld om u te helpen bij het dagelijkse gebruik van het apparaat.
- Lees de volledige gebruiksaanwijzing en de daarin opgenomen veiligheidsvoorschriften.
Deze beknopte handleiding geldt voor: SFFfg 40../55..
U kunt de volledige gebruiksaanwijzing openen via de QR-code:
Beoogd gebruik
Deze laboratoriumvrieskast, met een ontstekingsbronnenvrije binnenruimte is geschikt voor de professionele opslag van licht ontvlambare producten in gesloten verpakkingen, bij temperaturen tussen -9 °C en -30 °C.
Voorzienbaar verkeerd gebruik
Gebruik het apparaat niet voor de volgende toepassingen:
- Opslag en koeling van:
- Chemisch onstabiele stoffen
- Bloed, plasma of andere lichaamsvloeistoffen bestemd voor infusie, toediening of inbrenging in het menselijk lichaam
- Gebruik in explosiegevaarlijke omgevingen
- Gebruik buiten of in vochtige bereiken en spatwaterbereiken
Bij het opslaan in acht nemen:
❑Legroosters afhankelijk van de benodigde hoogte aanbrengen.
❑Maximale belading in acht nemen.
❑Als de opslagtemperatuur bereikt is, het apparaat inladen (koelketen in stand houden).
❑Koelgoed mag de compressor aan de achterwand niet raken.
❑Vloeistoffen in gesloten houders bewaren.
❑Koelgoed met tussenafstand bewaren zodat de lucht goed kan circuleren.
Statusweergave
Modelaanduiding /
Voorraadnummer:
Temperatuurregistratie tonen
De temperatuurregistratie toont de duur van de registratie en de gedurende die tijd gemeten minimum- en maximumtemperatuur.
Fig. 158
Temperatuurregistratie resetten
Fig. 159
Apparaat opensluiten
Fig. 160
- Sleutel erin duwen. Fig. 160 (1)
- Sleutel 90° rechtsom draaien. Fig. 160 (2) ▷ Het apparaat is opengesloten.
Apparaat afsluiten
Fig. 161
- Sleutel erin duwen. Fig. 161 (1)
- Sleutel 90° linksom draaien. Fig. 161 (2) ▷ Het apparaat is afgesloten.
Apparaat reinigen
Fig. 157 Statusweergave met werkelijke temperatuur
- Apparaat leegmaken.
- Netstekker eruit halen.
- Instructies in de gebruiksaanwijzing volgen.
- Na de reiniging apparaat en uitrusting volledig drogen.
- Apparaat aansluiten.
- Apparaat inschakelen.
- Als de opslagtemperatuur bereikt is, apparaat inladen.
* afhankelijk van model en uitvoering 43
Pagina 44
Beknopte handleiding voor dagelijks gebruik
Wat te doen bij storing?
Bij een storing verschijnt op het display van het apparaat een melding. Meldingen hebben verschillende betekenissen:
| Symboolkleur op display | Betekenis | Oplossing |
|---|---|---|
| WIT met zwarte balk | Herinnering Herinnert aan algemene procedures. U kunt deze procedures uitvoeren en zo de melding opheffen. | In de gebruiksaanwijzing nalezen en oplossingsstappen uitvoeren. |
| WIT | Waarschuwing Verschijnt bij functiestoringen. Eenvoudige storingen kunt u zelf verhelpen. | In de gebruiksaanwijzing nalezen en oplossingsstappen uitvoeren. |
| Als u de storing niet zelf kunt verhelpen, wendt u zich tot de verantwoordelijke medewerker of neemt u contact op met de klantenservice bij u in de buurt. | ||
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 44)
44 * afhankelijk van model en uitvoering
Pagina 1: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 2
Inhoudsopgave
| 1 | Algemene veiligheidsaanwijzingen...................... 3 |
|---|---|
| 1.1 | Open-Source-licenties................................................ 4 |
| 2 | Het apparaat in vogelvlucht.................................. 4 |
| 2.1 | Leveringsomvang......................................................... 4 |
| 2.2 | Apparaat- en uitrustingsoverzicht............................ 4 |
| 2.3 | Speciale uitrusting....................................................... 5 |
| 2.4 | Toepassingsgebied van het apparaat....................... 5 |
| 2.5 | Geluidsemissie van het apparaat.............................. 5 |
| 2.6 | Conformiteit.................................................................. 6 |
| 2.7 | SVHC-stoffen volgens de REACH-verordening....... 6 |
| 3 | Opstellen en aansluiten........................................ 6 |
| 3.1 | Opstellingsvoorwaarden............................................. 6 |
| 3.2 | Afmetingen apparaat................................................... 6 |
| 3.3 | Apparaat transporteren.............................................. 7 |
| 3.4 | Apparaat uitpakken..................................................... 7 |
| 3.5 | Transportbeveiliging verwijderen.............................. 7 |
| 3.6 | Deurgreep monteren.................................................... 7 |
| 3.7 | Kantelbeveiliging monteren....................................... 7 |
| 3.8 | Deurscharnier verwisselen......................................... 8 |
| 3.9 | Deur uitlijnen................................................................ 16 |
| 3.10 | Apparaat opstellen...................................................... 16 |
| 3.11 | Apparaat uitlijnen......................................................... 16 |
| 3.12 | Plaatsen van meerdere apparaten............................ 17 |
| 3.13 | Na het opstellen........................................................... 17 |
| 3.14 | Apparaat op de stroomvoorziening aansluiten....... 17 |
| 3.15 | Afvalverwerking van de verpakking.......................... 18 |
| 4 | Werking van het Touch-display............................ 18 |
| 4.1 | Navigatie en verklaring van symbolen..................... 18 |
| 4.2 | Menu's............................................................................ 18 |
| 4.3 | Slaapstand.................................................................... 19 |
| 5 | In gebruik nemen................................................... 19 |
| 5.1 | Apparaat inschakelen (eerste inbedrijfstelling)...... 19 |
| 6 | Opslag.................................................................... 20 |
| 6.1 | Instructies voor opslag............................................... 20 |
| 7 | Bediening............................................................... 20 |
| 7.1 | Bedienings- en weergave-elementen....................... 20 |
| 7.1.1 | Statusweergave........................................................20 |
| 7.1.2 | Weergavesymbolen..................................................20 |
| 7.1.3 | Akoestische signalen................................................21 |
| 7.2 | Apparaatfuncties......................................................... 21 |
| 7.2.1 | Opmerkingen over de functies van het apparaat.... |
| 21 | |
| 7.2.2 | Apparaat in- en uitschakelen .................................21 |
| 7.2.3 | Temperatuur ..............................................................21 |
| 7.2.4 | Temperatuurregistratie ...........................................22 |
| 7.2.5 | Toegangsbeveiliging instellingenmenu ............... 22 |
| 7.2.6 | Toegangscodes......................................................... 23 |
| 7.2.7 | Herinnering onderhoudsinterval ........................... 24 |
| 7.2.8 | Taal .............................................................................25 |
| 7.2.9 | Temperatuureenheid ...............................................25 |
| 7.2.10 | Display-helderheid ................................................. 25 |
| 7.2.11 | Alarm Sound.............................................................. 25 |
| 7.2.12 | Key Sound.................................................................. 26 |
| 7.2.13 | WLAN-verbinding .....................................................26 |
| 7.2.14 | LAN-verbinding .........................................................27 |
| 7.2.15 | Apparaatinformatie ................................................28 |
| 7.2.16 | Bedrijfsuren ..............................................................28 |
| 7.2.17 | Software .................................................................. 28 |
| 7.2.18 | Sensorkalibratie .......................................................29 |
| 7.2.19 | Temperatuuralarm ................................................... 29 |
| 7.2.20 | Deuralarm ................................................................ 30 |
| 7.2.21 | Alarmsimulatie ..........................................................31 |
| 7.2.22 | Alarm doorsturen ..................................................... 31 |
| 7.2.23 | Demomodus ..............................................................32 |
| 7.2.24 | Resetten naar fabrieksinstellingen ..................... 32 |
| 7.3 | Meldingen...................................................................... 33 |
| 7.3.1 | Waarschuwingen......................................................33 |
| 7.3.2 | Herinneringen............................................................35 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 2)
- 8 Uitrusting.............................................................. 35
- 8.1 Veiligheidsslot.............................................................. 35
- 8.2 Sensoren........................................................................ 36
- 8.3 Interfaces...................................................................... 36
- 9 Onderhoud............................................................. 36
- 9.1 Onderhoudsschema..................................................... 36
- 9.2 Apparaat ontdooien..................................................... 38
- 9.3 Apparaat reinigen......................................................... 38
- 10 Klantenhulp........................................................... 39
- 10.1 Technische gegevens.................................................. 39
- 10.2 Technische storing....................................................... 39
- 10.3 Klantenservice.............................................................. 40
- 10.4 Typeplaatje.................................................................... 40
- 11 Buiten bedrijf stellen............................................ 40
- 12 Afvalverwijdering.................................................. 40
- 12.1 Apparaat op afvoer voorbereiden.............................. 40
- 12.2 Apparaat volgens milieuvoorschriften afvoeren.... 41
- 13 Aanvullende informatie......................................... 41
- 14 Beknopte handleiding voor dagelijks gebruik...... 43
De fabrikant werkt voortdurend aan de verdere ontwikkeling van alle typen en modellen. Daarom vragen wij uw begrip dat wij ons het recht voorbehouden veranderingen in vorm, inrichting en technologie aan te brengen.
| Symbool | Uitleg |
|---|---|
| Gebruiksaanwijzing lezen Om alle voordelen van uw nieuwe apparaat te leren kennen, moet u de instructies in deze gebruiksaanwijzing aandachtig doorlezen. | |
| Aanvullende informatie op het internet De digitale handleiding met aanvullende informatie en in andere talen kunt u vinden op internet via de QR-code op de voorkant van de handleiding of door het servicenummer in te voeren op home.liebherr.com/fridge-manuals. Het servicenummer vindt u op het typeplaatje: Fig. Voorbeeld | |
| Apparaat controleren Controleer alle onderdelen op transportschade. Neem bij op- of aanmerkingen contact op met de distributeur of de klantenservice. | |
| Afwijkingen De gebruiksaanwijzing geldt voor verschillende modellen, afwijkingen zijn mogelijk. Secties die alleen van toepassing zijn op bepaalde apparaten worden met een sterretje (*) aangeduid. | |
| Instructies voor actie en resultaten van de actie Instructies voor actie worden aangeduid met een . De resultaten van de actie worden aangeduid met een . |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 2)
2 * afhankelijk van model en uitvoering
Verder lezen op pagina 3Inhoud