Neff B14M42N5, tekst van de handleiding
Pagina's 12–22 van 28 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← pagina's 3–11verder op pagina 23 →
Pagina 12
Bakken op meerdere niveaus
Gebruik bij het bakken op meerdere niveaus bij voorkeur bakplaten en schuif deze tegelijkertijd in.
Houd er rekening mee dat uw gebak op de verschillende niveaus niet even snel bruin wordt. Het gebak op het onderste niveau wordt het snelst bruin en kan vroeger uit de oven worden genomen.
Wilt u bij het bakken op twee niveaus een bakplaat en een braadslede gebruiken, schuif de bakplaat dan op inschuifhoogte 3 en de braadslede op inschuifhoogte 1 in.
Baktabel voor basisdeeg
De gegevens in de tabel zijn richtwaarden, die gelden voor geëmailleerde bakplaten en donkere bakvormen. De waarden kunnen variëren, afhankelijk van de soort en hoeveelheid deeg en de bakvorm.
De waarden voor brooddeeg gelden zowel voor deeg op de bakplaat als voor deeg in een rechthoekige vorm.
Wij raden u aan om de eerste keer de laagste van de opgegeven temperaturen in te stellen. In principe levert de laagste temperatuur de meest gelijkmatige bruining op.
Wanneer u gerechten bakt volgens eigen recept, houd dan de waarden van gelijksoortig gebak in de tabel aan.
Neem de aanwijzingen voor het voorverwarmen in de tabel in acht.
| Basisdeeg | CircoTherm® hetelucht 3 Inschuif- Temperahoogte tuur in °C | Tijdsduur in minuten | Boven- en onderwarmte Inschuif- Temperahoogte tuur in °C |
|---|---|---|---|
| Roerdeeg | |||
| Plaatgebak met bedekking | 1 160 - 170 | 30 - 45 | 3 170 - 180 |
| 1 + 3 150 - 160 | 40 - 50 | - - | |
| Spring/rechthoekige vorm | 1 150 - 160 | 60 - 80 | 2 160 - 170 |
| Vorm vruchtentaartbodem | 1 160 - 170 | 20 - 35 | 2 170 - 180 |
| Zandtaartdeeg | |||
| Plaatgebak met droge bedekking, bijv. strooisel | 1 160 - 170 | 45 - 70 | 3 180 - 190 |
| 1 + 3 160 - 170 | 60 - 80 | - - | |
| Plaatgebak met vochtige bedekking, bijv. roomglazuur | 1 150 - 170 | 60 - 80 | - - |
| Springvorm, bijv. kwarktaart | 1 150 - 160 | 50 - 90 | 2 160 - 180 |
| Vorm vruchtentaartbodem | 1 150 - 160* | 20 - 35 | 2 170 - 180* |
| Biscuitbeslag | |||
| Biscuitrol | 1 180 - 190* | 10 - 15 | 3 190 - 200* |
| Vorm vruchtentaartbodem | 1 160 - 170 | 20 - 30 | 2 160 - 170 |
| Biscuit (6 eieren) | 1 150 - 160 | 30 - 45 | 2 160 - 170 |
| Biscuit (3 eieren) | 1 150 - 160* | 20 - 30 | 2 160 - 170* |
| Gistdeeg | |||
| Plaatgebak met droge bedekking, bijv. strooisel | 1 160 - 170 | 40 - 60 | 3 170 - 180 |
| 1 + 3 160 - 170 | 45 - 65 | - - | |
| Gistkrans/-vlecht (500 g) | 1 160 - 170 | 30 - 40 | 3 170 - 180 |
| Springvorm | 1 160 - 170 | 30 - 40 | 2 160 - 170 |
| Tulbandvorm | 1 160 - 170 | 35 - 45 | 2 170 - 180 |
| * Oven voorverwarmen | |||
| Klein gebak | CircoTherm® hetelucht 3 Inschuif- Temperahoogte tuur in °C | Tijdsduur in minuten | Boven- en onderwarmte Inschuif- Temperahoogte tuur in °C |
| Gistdeeg | 1 160 - 170 | 20 - 25 | 3 170 - 180 |
| 1 + 3 160 - 170 | 20 - 30 | - - | |
| Baisermassa | 1 80 | 100 - 130 | 3 80 |
| 1 + 3 80 | 150 - 170 | - - | |
| Bladerdeeg | 1 190 - 200* | 20 - 30 | 3 200 - 210* |
| 1 + 3 190 - 200* | 25 - 35 | - - | |
| Soezendeeg | 1 190 - 200* | 25 - 35 | 3 200 - 210* |
| 1 + 3 190 - 200* | 30 - 40 | - - |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 12)
* Oven voorverwarmen
Pagina 13
| Klein gebak | CircoTherm® hetelucht 3 Inschuif- Temperahoogte tuur in °C | Tijdsduur in minuten | Boven- en onderwarmte Inschuif- Temperahoogte tuur in °C | |
|---|---|---|---|---|
| Roerdeeg, bijv. muffins | 1 150 - 160* | 25 - 35 | 3 160 - 170* | |
| 1 + 3 150 - 160* | 25 - 35 | - - | ||
| Zandtaartdeeg, bijv. boterkoekjes | 1 140 - 150* | 15 - 20 | 3 140 - 150* | |
| 1 + 3 130 - 140* | 20 - 30 | - - | ||
| 1 + 3+ 4 130 - 140* | 20 - 35 | - - | ||
| * Oven voorverwarmen | ||||
| Brood/broodjes | CircoTherm® hetelucht 3 Inschuif- Temperahoogte tuur in °C | Tijdsduur in minuten | Boven- en onderwarmte Inschuif- Temperahoogte tuur in °C | |
| Broodjes | 1 220* | 10 - 20 | 2 240* | |
| Plat rond brood | 1 220* | 15 - 20 | 2 240* | |
| Empanada | 1 180* | 30 - 40 | 3 200* | |
| Brooddeeg 750 1000 g | ||||
| Afbakken | 1 220* | 35 - 40 | 2 220* | |
| Brooddeeg 1000 1250 g | ||||
| Voorbakken | 1 220* | 10 - 15 | 2 240* | |
| Afbakken | 1 180 | 40 - 45 | 2 200 | |
| Brooddeeg 1250 1500 g | ||||
| Voorbakken | 1 220* | 10 - 15 | 2 240* | |
| Afbakken | 1 180 | 40 - 50 | 2 200 | |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 13)
* Oven voorverwarmen
Baktabel voor gerechten en kant-en-klare diepvriesproducten
Aanwijzingen
- Gebruik voor diepvriesproducten de braadslede
- Bekleed de braadslede met bakpapier of met speciaal vetopnemend papier wanneer u diepvriesaardappelproducten bakt.
- Gebruik alleen bakpapier dat geschikt is voor de gekozen temperatuur.
- Leg frites niet op elkaar
- Keer diepvries-aardappelproducten na de helft van de baktijd om.
- Kruid diepvries-aardappelproducten pas na het bakken
- Zorg ervoor dat er wat ruimte tussen voorgebakken broodjes is wanneer u deze afbakt. Leg er niet te veel op de bakplaat
- Gebruik geen diepvriesproducten met vriesbrand (uitdroging)
- Gebruik geen sterk met ijs bedekte diepvriesproducten
- Neem de aanwijzingen van de fabrikant in acht
De gegevens in de tabel zijn richtwaarden, die gelden voor geëmailleerde bakplaten. De waarden kunnen variëren, afhankelijk van de soort en hoeveelheid deeg en de bakvorm. Wij raden u aan om de eerste keer de laagste van de opgegeven temperaturen in te stellen. In principe levert de laagste temperatuur de meest gelijkmatige bruining op. Wanneer u gerechten bakt volgens eigen recept, houd dan de waarden van gelijksoortig gebak in de tabel aan.
Neem de aanwijzingen voor het voorverwarmen in de tabel in acht.
| Gerechten | CircoTherm® Boven- en hetelucht 3 onderwarmte Inschuif- Tempera- Tijdsduur in minu- Inschuif- Temperahoogte tuur in °C ten hoogte tuur in °C |
|---|---|
| Pizza, vers | 1 190 - 210* 20 - 30 2 210 - 230* |
| 1 + 3 170 - 190 35 - 45 - - | |
| Flammkuchen | 1 190 - 210* 15 - 25 2 210 - 230* |
| Quiche | 1 180 - 200 50 - 60 2 200 - 220 |
| Taart | 1 180 - 200* 30 - 45 1 200 - 220* |
| Zwitserse vruchtentaart | 1 170 - 190* 45 - 55 2 180 - 200* |
| Gegratineerde aardappels van ongekookte aardappels | 1 180 - 200 50 - 60 2 200 - 220 |
| Strudel, diepvries | 1 190 - 210 35 - 45 3 180 - 200 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 13)
* Oven voorverwarmen
Pagina 14
| Gerechten | CircoTherm® hetelucht 3 Inschuif- Temperahoogte tuur in °C | Tijdsduur in minuten | Boven- en onderwarmte Inschuif- Temperahoogte tuur in °C | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Pizza, diepvries | |||||||
| Pizza met dunne bodem | 1 | 180 - 200 | 10 - 20 | 3 | 210 - 230 | ||
| 1 | + 3 | 170 - 190 | 20 - 30 | - | - | ||
| Pizza met dikke bodem | 1 | 180 - 200 | 20 - 30 | 3 | 180 - 200 | ||
| 1 | + 3 | 170 - 190 | 25 - 35 | - | - | ||
| Aardappelproducten, diepvries | |||||||
| Frites | 1 | 190 - 210 | 15 - 25 | 3 | 190 - 210 | ||
| 1 | + 3 | 170 - 190 | 25 - 35 | - | - | ||
| Kroketten | 1 | 180 - 200 | 15 - 25 | 3 | 180 - 200 | ||
| Rösti (gevulde aardappelflappen) | 1 | 180 - 200 | 15 - 25 | 3 | 180 - 200 | ||
| Brood en banket | |||||||
| Afbakbroodjes/-stokbrood, voorgebakken | 1 | 180 - 200 | 5 - 15 | 3 | 190 - 210 | ||
| Broodjes/stokbrood, diepvries | 1 | 180 - 200 | 5 - 15 | 3 | 180 - 200 | ||
| Broodjes/stokbrood, voorgebakken, diepvries | 1 | 180 - 200 | 10 - 20 | 3 | 190 - 210 | ||
| Zoute krakelingen, diepvries | 1 | 170 - 190 | 15 - 20 | 3 | 170 - 190 | ||
| Groenteballetjes, diepvries | |||||||
| Vissticks | 1 | 180 - 200 | 15 - 20 | 3 | 200 - 220 | ||
| Groenteburgers | 1 | 180 - 200 | 20 - 30 | 3 | 180 - 200 | ||
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 14)
* Oven voorverwarmen
Tips en trucs
| Het gebak is te licht | Controleer de inschuifhoogte. Controleer of u een door ons aanbevolen bakvorm heeft gebruikt Plaats uw vorm op het rooster en niet op de bakplaat. Zijn de inschuifhoogte en de bakvorm juist, houd dan een langere baktijd of hogere temperatuur aan. |
| Het gebak is te donker | Controleer de inschuifhoogte. Is de inschuifhoogte correct, verkort dan de baktijd of verlaag de temperatuur. |
| Het gebak in de bakvorm is ongelijkmatig bruin geworden | Controleer de inschuifhoogte. Controleer de temperatuur. Let erop dat uw bakvorm niet direct voor de luchtuitlaat van de achterwand van de binnenruimte staat. Controleer of de bakvorm goed op het rooster staat |
| Het gebak op de bakplaat is ongelijkmatig bruin geworden | Controleer de inschuifhoogte. Controleer de temperatuur. Neem bij het bakken op meerdere niveaus de bakplaten op verschillende tijdstippen uit de oven. Let erop dat u bij het bakken van klein gebak gelijke groottes en diktes gebruikt |
| Het gebak is te droog | Stel de temperatuur wat hoger in en houd een wat kortere baktijd aan. |
| Het gebak is van binnen te vochtig | Stel de temperatuur wat lager in. Let op: baktijden kunnen door hogere temperaturen niet korter worden (van buiten gaar, van binnen niet). Houd een langere baktijd aan en laat het deeg langer rijzen. Voeg minder vloeistof aan het deeg toe. |
| Bij zeer vochtig gebak, bijv. vruchtentaart, ontstaat veel waterdamp in de binnenruimte, die op de apparaatdeur neerslaat | Door de apparaatdeur kort en voorzichtig te openen (1 tot 2 keer, bij een langere baktijd vaker) kunt u de waterdamp onttrekken aan de binnenruimte en de condens aanzienlijk verminderen. |
| Het gebak zakt in nadat u het uit de oven heeft genomen | Gebruik minder vloeistof voor het deeg. Houd een langere baktijd aan of stel de temperatuur wat lager in. |
| De opgegeven baktijd is niet juist | Controleer bij klein gebak de hoeveelheid op uw bakplaat. Klein gebak mag elkaar niet raken. |
| Diepvriesproduct is na het bakken niet overal gelijkmatig bruin geworden | Let erop of het diepvriesproduct misschien ongelijkmatig voorgebruind is. De ongelijke bruine kleur blijft na de baktijd behouden. |
| Diepvriesproduct is niet bruin, niet knapperig of de opgegeven tijd is niet juist | Verwijder voor het bakken het ijs van het diepvriesproduct. Gebruik geen sterk met ijs bedekte diepvriesproducten |
| Energie besparen | U dient alleen maar voor te verwarmen wanneer dit in de baktabel is aangegeven. Gebruik donkere bakvormen, omdat deze de hitte beter opnemen. Maak gebruik van het nawarmen en schakel bij een langere baktijd de oven 5 tot 10 minuten voor het einde van de baktijd uit. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 14)
14
Pagina 15
Braden
In dit hoofdstuk vindt u informatie over
- braden in het algemeen
- open braden
- gesloten braden
- het braden van vlees, gevogelte en vis (braadtabel)
- Tips en trucs voor het braden
Kans op letsel door gebruik van niet hittebestendige schalen!
Gebruik alleen braadvormen die speciaal voor de oven bestemd zijn.
Bij het braden met CircoTherm® hetelucht 3 inschuifhoogte 2 niet gebruiken. Dit heeft invloed op de luchtcirculatie, met als gevolg een slechter braadresultaat.
Open braden
Voor het open braden wordt een vorm zonder deksel gebruikt.
Tijdens het braden verdampt de vloeistof in de braadvorm. Voeg zo nodig voorzichtig wat hete vloeistof toe.
Keer het vlees bij het braden met boven- en onderwarmte om nadat ca. de helft of twee derde van de braadtijd verstreken is.
Bakken in de braadslede
Tijdens het braden in de braadslede ontstaat braadsap. Dit braadsap kunt u als basis voor een smakelijke saus gebruiken.
Blus het vleessap met heet water, bouillon, wijn of iets dergelijks. Breng het aan de kook, bind het met maïzena, maak het op smaak af en giet het zo nodig door een zeef.
Bij het braden in de braadslede kunt u ook bijgerechten (bijv. groenten) mee laten garen.
Bij kleinere stukken vlees kunt u in plaats van de braadslede een kleinere braadvorm gebruiken. Plaats deze direct op het rooster.
Braden in de braadslede met inzetrooster
Leg het inzetrooster met de verlaging naar beneden in de braadslede en schuif deze samen in op dezelfde inschuifhoogte.
Doe voor vet vlees en gevogelte al naargelang de grootte en het soort vlees tot ¼ liter water in de braadslede.
Braden in de braadslede met braadplaat
De braadplaat gaat vervuiling in de binnenruimte tegen. Leg de braadplaat in de braadslede en plaats ze samen op dezelfde inschuifhoogte.
Afdruipend sap en braadvocht worden opgevangen in de braadslede.
Gesloten braden
Voor het gesloten braden wordt een braadvorm met deksel gebruikt. Gesloten braden is zeer geschikt voor stoofgerechten.
Leg het vlees in de braadvorm. Voeg er voor het braadsap water, wijn, azijn of iets dergelijks aan toe. Dek de braadvorm met de bijbehorende deksel af en plaats hem in de binnenruimte.
Braadtabel
De braadtijd en temperatuur zijn afhankelijk van de grootte, de hoogte, de kwaliteit en het soort vlees.
In het algemeen geldt: Hoe groter het braadstuk, des te lager de temperatuur en des te langer de braadduur.
Bestrijk mager vlees naar wens met vet of leg er reepjes spek op.
De opgaven in de tabel zijn richtwaarden en gelden voor het braden zonder deksel. De waarden kunnen variëren, afhankelijk van het soort en de hoeveelheid vlees en de braadvorm.
Stel de eerste keer de laagste opgegeven temperatuur in. In principe levert de laagste temperatuur de meest gelijkmatige bruining op.
Laat het vlees na afloop van de braadtijd nog ca. 10 minuten rusten in de uitgeschakelde, gesloten binnenruimte. Bij de opgegeven braadtijd is de aanbevolen rusttijd niet inbegrepen.
De opgaven in de tabel gelden voor het inschuiven in de onverwarmde oven en voor vlees dat direct uit de koelkast komt.
| Vlees | CircoTherm® hetelucht 3 Inschuif- Temperahoogte tuur in °C | Braadtijd in minuten | Boven- en onderwarmte Inschuif- Temperahoogte tuur in °C | |
|---|---|---|---|---|
| Gehakt van 500 g vlees | 1 170 - 180 | 60 - 70 | 2 200 - 210 | |
| Varkensvlees | ||||
| Casselerrib | 1 160 - 170 | 70 - 80 | 2 190 - 210 | |
| Filet, medium (400 g) | 1 170 - 180 | 30 - 45 | 3 200 - 230 | |
| Braadstuk met zwoerd (1,5 kg) | 1 160 - 170 | 120 - 150 | 2 200 - 220 | |
| Braadstuk met zwoerd (2,5 kg) | 1 160 - 170 | 150 - 180 | 2 190 - 210 | |
| Braadstuk, doorregen, zonder zwoerd, bijv. nek (1,5 kg) | 1 160 - 170 | 100 - 130 | 2 190 - 210 | |
| Braadstuk, doorregen, zonder zwoerd, bijv. nek (2,5 kg) | 1 160 - 170 | 120 - 150 | 2 180 - 200 | |
| Braadstuk mager (1 kg) | 1 170 - 180 | 70 - 90 | 2 180 - 200 | |
| Braadstuk mager (2 kg) | 1 170 - 180 | 80 - 100 | 2 180 - 200 | |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 15)
* Oven voorverwarmen
** Stoofvlees gesloten braden
*** bij een hoog gerecht inschuifhoogte 1 gebruiken
Pagina 16
| Vlees | CircoTherm® hetelucht 3 Inschuif- Temperahoogte tuur in °C | Braadtijd in minuten | Boven- en onderwarmte Inschuif- Temperahoogte tuur in °C | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Rundvlees | |||||||
| Filet, medium (1 kg) | 1 | 180 - 190 | 45 - 65 | 2 | 200 - 220 | ||
| Rosbief, rosé (1,5 kg) | 1 | 180 - 190 | 30 - 45 | 2 | 200 - 220 | ||
| Stoofvlees (1,5 kg)** | 1 | 170 - 180 | 120 - 150 | 2 | 200 - 220 | ||
| Stoofvlees (2,5 kg)** | 1 | 170 - 180 | 150 - 180 | 2 | 190 - 210 | ||
| Kalfsvlees | |||||||
| Kalfsvlees/borst (1,5 kg) | 1 | 160 - 170 | 90 - 120 | 2 | 180 - 200 | ||
| Kalfsvlees/borst (2,5 kg) | 1 | 160 - 170 | 120 - 150 | 2 | 170 - 190 | ||
| Schenkel | 1 | 160 - 170 | 100 - 130 | 2 | 190 - 210 | ||
| Lamsvlees | |||||||
| Bout zonder been | 1 | 180 - 190 | 70 - 110 | 2 | 200 - 220 | ||
| Rug met been | 1 | 180 - 190* | 40 - 50 | 2 | 200 - 220* | ||
| Rug zonder been | 1 | 180 - 190* | 30 - 40 | 2 | 200 - 220* | ||
| Gevogelte | |||||||
| Kip, heel (1 kg) | 1 | 170 - 180 | 60 - 70 | 2 | 200 - 220 | ||
| Eend, heel (2 3 kg) | 1 | 150 - 160 | 90 - 120 | 2 | 190 - 210 | ||
| Gans, heel (3 4 kg) | 1 | 150 - 160 | 130 - 180 | 2*** | 180 - 200 | ||
| Wild | |||||||
| Reevlees/bout zonder been (1,5 kg) | 1 | 160 - 170 | 90 - 120 | 2 | 190 - 210 | ||
| Wild zwijn (1,5 kg) | 1 | 160 - 170 | 120 - 140 | 2 | 190 - 210 | ||
| Hertenvlees (1,5 kg) | 1 | 160 - 170 | 100 - 120 | 2 | 190 - 210 | ||
| Konijn | 1 | 160 - 170 | 70 - 80 | 2 | 180 - 200 | ||
| Vis | |||||||
| Vis, heel (300 g) | 1 | 160 - 170 | 30 - 40 | 2 | 180 - 200 | ||
| Vis, heel (700 g) | 1 | 160 - 170 | 40 - 50 | 2 | 180 - 200 | ||
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 16)
* Oven voorverwarmen
** Stoofvlees gesloten braden
*** bij een hoog gerecht inschuifhoogte 1 gebruiken
Tips en trucs
| Korst te dik en/of vlees te droog | Houd een lagere temperatuur of een kortere braadtijd aan. Controleer de inschuifhoogte. |
| Korst te dun | Verhoog de temperatuur of schakel na afloop van de braadtijd de grill even in. |
| Het vlees is van binnen niet gaar | Neem de toebehoren die niet nodig zijn uit de binnenruimte. Houd langere braadtijden aan. Controleer met behulp van een vleesthermometer de kerntemperatuur van het vlees. |
| Waterdamp in de binnenruimte slaat neer op de apparaatdeur | Wanneer het apparaat aan is, verdwijnt de waterdamp geleidelijk. Bij zeer veel waterdamp kunt u kort en voorzichtig de apparaatdeur openen, zodat hij sneller verdwijnt. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 16)
Grillen
In dit hoofdstuk vindt u informatie over
- grillen in het algemeen
- thermogrillen 4
- vlakgrillen
Attentie!
Schade door hoge temperaturen: In de binnenruimte ontstaat een zeer hoge temperatuur. Laat de deur van het apparaat tijdens het grillen gesloten. Nooit met een geopende apparaatdeur grillen.
16 Aanwijzingen
- Gebruik voor het grillen bij voorkeur de braadslede met inzetrooster
- Leg het inzetrooster in de braadslede en plaats beide op de inschuifhoogte die in de grilltabel wordt opgegeven
- Leg het te grillen gerecht altijd midden op het rooster
- Let er bij het grillen van meerdere vleesstukken op dat het soort, de dikte en het gewicht van het vlees hetzelfde is
- Gebruik het rooster voor bijzonder grote hoeveelheden. Plaats het rooster op de inschuifhoogte die in de grilltabel wordt opgegeven. Om verontreiniging te voorkomen plaatst u de braadslede een niveau lager.
Pagina 17
Thermogrillen
De functie Thermogrillen 4 is zeer geschikt voor gevogelte of vlees (bijv. gebraden varkensvlees met zwoerd), dat knapperig gegrild moet worden.
Keer grote stukken na ca. de helft tot twee derde van de grilltijd om.
Steek bij eend en gans het vel onder de vleugels en bouten vast, zodat het vet er goed uit kan braden.
Bij thermogrillen kan al naargelang het te grillen gerecht de binnenruimte sterker verontreinigd raken. Maak de binnenruimte na gebruik daarom altijd schoon, zodat het vuil niet inbrandt.
De gegevens in de tabel zijn richtwaarden, die gelden voor de geëmailleerde braadslede met inzetrooster. De waarden kunnen al naargelang het soort en de hoeveelheid gerechten variëren.
Stel de eerste keer de laagste opgegeven temperatuur in. In principe levert de laagste temperatuur de meest gelijkmatige bruining op.
Laat de gerechten van de grill na afloop nog ca. 10 minuten rusten in de uitgeschakelde, gesloten oven. Bij de opgegeven grilltijd is de aanbevolen rusttijd niet inbegrepen.
De opgaven gelden voor het inschuiven in de onverwarmde oven en voor vlees dat direct uit de koelkast komt.
| Gerechten van de grill | Inschuifhoogte | Temperatuur in °C | Grilltijd in minuten | ||
|---|---|---|---|---|---|
| Rosbief, medium (1,5 kg) | 2 | 220 - 240 | 40 - 50 | ||
| Lamsbout zonder been, medium | 2 | 170 - 190 | 120 - 150 | ||
| Varkensvlees | |||||
| Gebraden varkensvlees met zwoerd | 2 | 170 - 190 | 140 - 160 | ||
| Varkensschenkel | 2 | 180 - 200 | 120 - 150 | ||
| Gevogelte (ongevuld) | |||||
| Halve kippen (1 - 2 stuks) | 2 | 210 - 230 | 40 - 50 | ||
| Kip, heel (1 - 2 stuks) | 2 | 200 - 220 | 60 - 80 | ||
| Eend, heel (2 - 3 kg) | 2 | 180 - 200 | 90 - 120 | ||
| Eendenborst | 3 | 230 - 250 | 30 - 45 | ||
| Gans, heel (3 - 4 kg) | 1 | 150 - 170 | 130 - 160 | ||
| Ganzenborst | 2 | 160 - 180 | 80 - 100 | ||
| Ganzenbout | 2 | 180 - 200 | 50 - 80 | ||
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 17)
Vlakgrillen
Bestrijk de gerechten naar wens licht met olie.
Keer de gerechten van de grill na ca. de helft tot twee derde van de grilltijd om.
De opgaven in de tabel zijn richtwaarden. De waarden kunnen al naargelang het soort en de hoeveelheid gerechten variëren. Ze gelden voor het inschuiven in de onverwarmde oven en voor vlees dat direct uit de koelkast komt.
U kunt het grillresultaat beïnvloeden door de positie van het rooster te veranderen:
Positie van het Gebruik rooster
Het inzetrooster met de verlaging naar beneden in de braadslede leggen: geschikt voor gegrilde gerechten die overwegend doorbakken moeten zijn
Het inzetrooster met de verlaging naar boven in de braadslede leggen: geschikt voor gegrilde gerechten die overwegend saignant tot medium moeten zijn
Aanwijzing: De braadslede altijd in de normale toestand (niet omgekeerd) gebruiken.
| Gerechten van de grill | Inschuifhoogte | Temperatuur in °C | Grilltijd in minuten | Aanwijzingen |
|---|---|---|---|---|
| Toast met bedekking | 3 | 220 | 10 - 15 | De inschuifhoogte is afhankelijk van de hoogte van het beleg |
| Groente | 4 | 270 | 15 - 20 | |
| Worsten | 4 | 250 | 10 - 14 | Licht insnijden |
| Varkensvlees | ||||
| Filetsteaks, medium (3 cm dik) | 4 | 270 | 12 - 15 | Via de positie van het rooster kan het bereidingsresultaat naar wens beïnvloed worden |
| Steak, doorbakken (2 cm dik) | 4 | 270 | 15 - 20 | |
| Rundvlees | ||||
| Filetsteaks (3 - 4 cm dik) | 4 | 270 | 15 - 20 | Met het oog op het gewenste resultaat kunnen grilltijden verkort of verlengd worden. |
| Tournedos | 4 | 270 | 12 - 15 | |
| Lamsvlees | ||||
| Filets | 4 | 270 | 8 - 12 | Met het oog op het gewenste resultaat kunnen grilltij- |
| Koteletten | 4 | 270 | 10 - 15 | den verkort of verlengd worden. |
Pagina 18
| Gerechten van de grill | Inschuifhoogte | Temperatuur in °C | Grilltijd in minuten | Aanwijzingen |
|---|---|---|---|---|
| Gevogelte | ||||
| Kippenbouten | 3 | 250 | 25 - 30 | Door gaatjes te prikken in het vel kan de vorming van belletjes bij het grillen voorkomen worden |
| Kleine stukken kip | 3 | 250 | 25 - 30 | |
| Vis | ||||
| Steaks | 4 | 220 | 15 - 20 | De stukken moeten even dik zijn |
| Koteletten | 4 | 220 | 15 - 20 | |
| Hele vis | 3 | 220 | 20 - 25 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 18)
Ontdooien
In dit hoofdstuk leest u
- hoe u ontdooit met CircoTherm® hetelucht 3
- hoe u de functie Ontdooistand gebruikt
Ontdooien met CircoTherm® hetelucht
Gebruik voor het ontdooien en garen van diepvriesproducten CircoTherm® hetelucht 3.
Aanwijzingen
- Ontdooide diepvriesproducten (vooral vlees) hebben kortere bereidingstijden nodig dan verse producten
- De bereidingstijd van diepvriesvlees wordt verlengd met de tijd die nodig is voor het ontdooien
- Diepvriesgevogelte dient u voor de bereiding altijd te ontdooien om de ingewanden te kunnen verwijderen
- Maak diepvriesvis op dezelfde temperatuur klaar als verse vis
- U kunt kant-en-klare diepvriesgroente in aluminiumschalen in grotere hoeveelheden gelijktijdig in de binnenruimte plaatsen
- Gebruik bij het ontdooien op één niveau inschuifhoogte 1 en op twee niveaus inschuifhoogte 1 + 3
- Houd u bij diepvrieslevensmiddelen aan de aanwijzingen van de fabrikant
| Diepvriesgerecht | Temperatuur in °C | Ontdooitijd in minuten | |
|---|---|---|---|
| Rauwe diepvriesproducten/ diepvrieslevensmiddelen | 50 | 30 - 90 | |
| Brood/broodjes (750 - 1500 g) | 50 | 30 - 60 | |
| Droog diepvriesplaatgebak | 60 | 45 - 60 | |
| Vochtig diepvriesplaatgebak | 50 | 50 - 70 | |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 18)
Ontdooistand
Met de functie Ontdooistand kunt u bijzonder goed gevoelig gebak (bijv. slagroomtaart) ontdooien.
- 1. De functie Ontdooistand inschakelen.
- 2. Diepvriesproduct afhankelijk van de soort en grootte 25 45 minuten ontdooien.
- 3. Diepvriesproduct uit de binnenruimte nemen en 30 - 45 minuten laten rusten.
Bij kleine hoeveelheden (stukjes) wordt de ontdooitijd 15 20 minuten en de rusttijd 10 15 minuten korter.
Yoghurt
Met uw apparaat kunt u de yoghurt ook zelf maken. Hiervoor wordt de warmte van de verlichting van de binnenruimte gebruikt.
- 1. Toebehoren en inhangroosters, telescooprails of afzonderlijke insteeksystemen verwijderen.
- 2. 1 liter gesteriliseerde melk (3,5 % vet) of gepasteuriseerde melk tot 40 °C opwarmen of
1 liter gepasteuriseerde melk één keer opkoken en tot 40 °C laten afkoelen.
- 3. 150 g yoghurt bij de warme melk doen, er doorheen roeren en hier gelijkmatig potjes of kommen mee vullen. Niet meer dan 200 ml per potje/kom.
- 4. De potjes of kommen met een passend deksel of plasticfolie afdekken.
- 5. Oven met het grote grill-oppervlak 15 minuten bij 100 °C voorverwarmen.
- 6. Vervolgens de functiekeuzeknop op verlichting van de binnenruimte zetten.
- 7. Vormen op gelijke afstand van elkaar verdelen over de hele bodem van de binnenruimte en de apparaatdeur sluiten.
- 8. Na 8 uur de verlichting van de binnenruimte uitschakelen en de vormen minstens 12 uur in de koelkast laten staan.
Pagina 19
Inmaken
Risico van letsel!
Inmaakpotten van levensmiddelen die op een verkeerde manier zijn ingemaakt kunnen barsten. Neem de volgende aanwijzingen in acht:
- Fruit en groente moeten vers zijn en in onberispelijke staat verkeren.
- Gebruik alleen schone en onbeschadigde inmaakpotten
- De inmaakpotten mogen elkaar niet raken wanneer ze in de binnenruimte staan
In de binnenruimte kunt u de inhoud van maximaal zes inmaakpotten van ½, 1 of 1½ liter tegelijkertijd met CircoTherm® hetelucht 3 inmaken.
Aanwijzingen
- Gebruik tijdens één inmaakproces alleen inmaakpotten van dezelfde grootte en met dezelfde levensmiddelen.
- Let op de hygiëne bij het voorbereiden en afsluiten van de inmaakpotten.
- Gebruik alle hittebestendige rubberringen.
- U kunt de volgende levensmiddelen met uw apparaat inmaken: de inhoud van blik, vlees, vis of pasteien.
Fruit voorbereiden
- 1. Het fruit wassen en afhankelijk van de soort schillen, ontpitten en kleinsnijden.
- 2. De inmaakpotten tot ca. 2 cm onder de rand vullen met het fruit.
- 3. Inmaakpotten met een hete, afgeschuimde suikeroplossing vullen (ca. liter voor een literpot).
Op één liter water:
- ca. 250 g suiker bij zoet fruit
- ca. 500 g suiker bij zurig fruit
Groente voorbereiden
- 1. Groente wassen en afhankelijk van de soort schoonmaken en kleinsnijden.
- 2. De inmaakpotten tot ca. 2 cm onder de rand vullen met de groente.
- 3. De inmaakpotten direct vullen met heet water dat eerst gekookt is.
Inmaakpotten afsluiten
- 1. De randen van de inmaakpotten met een schone, vochtige doek afnemen.
- 2. Rubberring en deksel er nat op plaatsen en de potten met een klem afsluiten.
Inmaken starten
- 1. Braadslede op inschuifhoogte 1 inschuiven.
- 2. Inmaakpotten in een driehoek opstellen, zonder dat ze elkaar raken.
- 3. ½ liter heet water (ca. 80 °C) in de braadslede gieten.
- 4. CircoTherm® hetelucht 3 met 160 °C instellen.
- Inmaakpotten met ½ of 1 liter borrelen na ca. 50 minuten
- Inmaakpotten met 1½ liter borrelen na ca. 60 minuten
Inmaken beëindigen
Bij fruit, augurken en tomatenpuree:
- 1. Apparaat uitschakelen zodra alle inmaakpotten borrelen.
- 2. Inmaakpotten nog een paar minuten in de gesloten binnenruimte laten staan.
- Frambozen, aardbeien, kersen of augurken: ca. 5 - 10 minuten
- Ander fruit: ca. 10 - 15 minuten
- Tomatenpuree of appelmoes: ca. 15 - 20 minuten
Bij groente:
- 1. Temperatuur tot 100 °C verlagen, zodra alle inmaakpotten borrelen. Inmaakpotten ca. 60 minuten in de gesloten binnenruimte verder laten borrelen.
- 2. Apparaat uitschakelen.
- 3. Inmaakpotten nog ca. 15 - 30 minuten in de gesloten binnenruimte laten staan.
Inmaakpotten verwijderen
- 1. Inmaakpotten op een schone doek plaatsen, afdekken en beschermen tegen tocht.
- 2. Klemmen pas verwijderen wanneer de potten koud zijn.
Pagina 20
Reiniging en onderhoud
In dit hoofdstuk vindt u informatie over
- reiniging en onderhoud van uw apparaat
- schoonmaakmiddelen en -hulpen
Risico van kortsluiting!
Gebruik geen hogedrukreiniger of stoomstraalapparaat om uw apparaat schoon te maken.
Attentie!
Schade aan het oppervlak door verkeerde reiniging: Gebruik geen
- scherpe of schurende schoonmaakmiddelen
- alcoholhoudende schoonmaakmiddelen
- schurende reinigingshulpen zoals staalwol of schuursponzen. Houd u aan de opgaven in de tabellen.
Aanwijzing: Via de klantenservice kunt u bijzonder aanbevelenswaardige schoonmaak- en onderhoudsmiddelen betrekken. Neem de betreffende aanwijzingen van de fabrikant in acht.
Het apparaat van buiten reinigen
| Apparaatonderdeel/oppervlak | Reinigingsmiddel/hulp |
|---|---|
| Roestvrijstalen oppervlakken | In de handel gebruikelijk schoonmaakmiddel met een zachte, vochtige doek of zeem opbrengen; met een zachte doek nadrogen. Gebruik bij sterke vervuiling een reinigingsmiddel voor gematteerd roestvrij staal. |
| Gelakte oppervlakken | In de handel gebruikelijk schoonmaakmiddel met een zachte, vochtige doek of zeem opbrengen; met een zachte doek nadrogen. |
| Bedieningspaneel | In de handel gebruikelijk schoonmaakmiddel met een zachte, vochtige doek of zeem opbrengen; met een zachte doek nadrogen. Geen glasreiniger of schraper gebruiken. |
| Ruiten van de deur | In de handel gebruikelijk glasreinigings- of schoonmaakmiddel met een zachte, vochtige doek of zeem opbrengen; met een zachte doek nadrogen. Om de temperatuur omlaag te brengen zit op de ruit aan de binnenkant van de deur een coating waarmee de warmte wordt gereflecteerd. Het zicht door de deur wordt hierdoor niet beïnvloed. Wanneer de deur van het apparaat geopend is, kan deze coating een zeer helle weerschijn hebben. Dit is normaal en doet geen afbreuk aan de kwaliteit. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 20)
Binnenruimte reinigen
Attentie!
Schade aan het oppervlak! Maak geen gebruik van speciaal voor ovens bestemde schoonmaakmiddelen.
Aanwijzingen
- Het email wordt bij zeer hoge temperaturen ingebrand. Hierdoor kunnen er kleine kleurverschillen ontstaan. Dit is normaal en heeft geen nadelige invloed op de werking.
- De smalle randen van de bakplaten kunnen niet volledig worden geëmailleerd. Ze kunnen daarom ruw zijn. De bescherming tegen corrosie is echter gegarandeerd.
| Apparaatonderdeel | Reinigingsmiddel/-hulp |
|---|---|
| Emaillen vlakken | Om het schoonmaken te vergemakkelijken kunt u de verlichting van de binnenruimte inschakelen en eventueel de deur verwijderen. In de handel gebruikelijk schoonmaakmiddel of azijnwater met een zachte, vochtige doek of zeem opbrengen; met een zachte doek nadrogen. Neem ingebrande voedselresten af met een vochtige doek en schoonmaakmiddel. Bij sterke verontreiniging adviseren wij het gebruik van een ovenreiniger. Bij het schoonmaken met ovenreiniger dient u zich te houden aan de opgaven van de fabrikant. De binnenruimte na het schoonmaken open laten om te drogen. |
| Deurdichting | Warm zeepsop |
| Inhangroosters | Warm zeepsop: laten weken en reinigen met een schoonmaakdoekje of borstel. |
| Telescooprails | Warm zeepsop: reinigen met een schoonmaakdoekje of borstel. Verwijder het smeervet niet van de uitschuifrails. U kunt ze het beste reinigen wanneer ze ingeschoven zijn. Niet laten weken of schoonmaken in de vaatwasmachine. |
| Toebehoren | In heet zeepsop weken, reinigen met borstel en schoonmaaksponsje of in de vaatwasmachine. |
Pagina 21
Vervuiling vermijden
Om vervuiling van de binnenruimte te voorkomen, dient u
- de binnenruimte na gebruik altijd schoon te maken, omdat het vuil bij later gebruik van de oven inbrandt en moeilijk kan worden verwijderd.
- kalk-, vet-, zetmeel- en eiwitvlekken altijd onmiddellijk te verwijderen
- zo mogelijk CircoTherm® hetelucht 3 te gebruiken. Bij deze functie treedt minder vervuiling op
- voor het bereiden van zeer vochtig gebak de braadslede te gebruiken.
- voor het bakken en braden geschikte vormen (bijv. een braadpan) of een bak- of braadplaat te gebruiken (zie het hoofdstuk: Toebehoren)
Apparaatdeur verwijderen en inbrengen
Om gemakkelijker schoon te maken kunt u de apparaatdeur verwijderen.
Risico van letsel!
De scharnieren van de apparaatdeur kunnen met grote kracht terugklappen. Klap de blokkeerhendels van de scharnieren om de deur te kunnen verwijderen altijd helemaal open en na het inbrengen weer helemaal dicht. Kom niet met uw handen aan het scharnier.
Risico van letsel!
Hangt de apparaatdeur er aan één kant uit, kom dan niet met uw handen aan het scharnier. Het scharnier kan met grote kracht terugklappen. Neem contact op met de klantenservice.
Apparaatdeur verwijderen
- 1. Apparaatdeur helemaal openen.
- 2. Blokkeerhendels links en rechts helemaal openklappen.
De scharnieren zijn beveiligd en kunnen niet dichtklappen.
- 3. De apparaatdeur zó ver sluiten tot u merkt dat er een weerstand is (Afbeelding A).
- 4. Met beide handen links en rechts vastpakken, iets verder sluiten en eruit trekken (Afbeelding B).
$ %
Apparaatdeur inbrengen
- 1. De scharnieren in de houders links en rechts plaatsen (Afbeelding C).
De keep van beide scharnieren moet inklikken.
- 2. Apparaatdeur helemaal openen.
- 3. Blokkeerhendels links en rechts helemaal dichtklappen (Afbeelding D).
& '
De apparaatdeur is beveiligd en kan niet meer worden verwijderd.
- 4. Apparaatdeur sluiten.
Ruiten van de deur schoonmaken
Om ze gemakkelijker schoon te maken kunt u de binnenste ruiten van de apparaatdeur verwijderen.
Risico van letsel!
De componenten van de apparaatdeur kunnen scherpe randen hebben. Hierdoor kunt u snijwonden oplopen. Draag veiligheidshandschoenen.
Risico van letsel!
Gebruik het apparaat pas weer wanneer de ruiten en de apparaatdeur naar behoren zijn aangebracht.
Deurruit verwijderen
Aanwijzing: Let er voordat u de ruit verwijdert op in welke positie hij is ingebracht, zodat u hem later niet verkeerd plaatst.
- 1. Apparaatdeur verwijderen en met de voorkant naar beneden op een zachte, schone ondergrond leggen (zie het hoofdstuk: Apparaatdeur verwijderen en inbrengen).
- 2. De afscherming bovenaan de apparaatdeur afnemen. Hiervoor links en rechts het lipje met de vingers indrukken (Afbeelding A).
- 3. Deurruit licht optillen en naar buiten trekken (Afbeelding B).
$ %
Middelste ruit verwijderen
Middelste ruit iets optillen en er naar voren uittrekken.
Pagina 22
Reinigen
Reinig de deurruiten met glasreiniger en een zachte doek.
Risico van letsel!
Wanneer er krassen op het glas van de apparaatdeur zitten, kan dit springen. Geen schraper, scherpe of schurende schoonmaakmiddelen gebruiken.
Middelste ruit inbrengen
Aanwijzing: Let er bij het inbrengen op dat “right above“ linksonder ondersteboven staat.
Middelste ruit schuin naar achteren tot de aanslag inschuiven.
Deurruit inbrengen
- 1. Deurruit schuin naar achteren in beide houders inschuiven tot de aanslag. Het gladde vlak moet zich aan de buitenkant bevinden.
- 2. De afscherming plaatsen en aandrukken tot hij vergrendeld is.
- 3. Apparaatdeur weer inbrengen.
Inhangroosters reinigen
U kunt de inhangroosters verwijderen om ze gemakkelijker schoon te maken.
Risico van verbranding door hete onderdelen in de binnenruimte!
Wacht tot de binnenruimte afgekoeld is.
- 1. Inhangroosters aan de voorkant naar boven drukken en naar opzij verwijderen (Afbeelding A).
- 2. Inhangroosters aan de achterkant naar voren trekken en naar opzij verwijderen (Afbeelding B).
$ %
- 3. Inhangroosters met afwasmiddel en spons of een borstel reinigen.
- 4. De inhangroosters altijd met de welving (a) naar beneden inbrengen, zodat de inschuifhoogtes kloppen.
- 5. Inhangroosters achter tot de aanslag inbrengen en naar achteren drukken (Afbeelding C).
- 6. Inhangroosters voor tot de aanslag inbrengen en naar beneden drukken (Afbeelding D).
& '