Neff B15E74N0, tekst van de handleiding
Pagina's 20–26 van 28 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
Pagina 20
Aanwijzingen
- Ontdooide diepvriesproducten (vooral vlees) hebben kortere bereidingstijden nodig dan verse producten
- De bereidingstijd van diepvriesvlees wordt verlengd met de tijd die nodig is voor het ontdooien
- Diepvriesgevogelte dient u voor de bereiding altijd te ontdooien om de ingewanden te kunnen verwijderen
- Maak diepvriesvis op dezelfde temperatuur klaar als verse vis
- U kunt kant-en-klare diepvriesgroente in aluminiumschalen in grotere hoeveelheden gelijktijdig in de binnenruimte plaatsen
- Gebruik bij het ontdooien op één niveau inschuifhoogte 1 en op twee niveaus inschuifhoogte 1 + 3
- Houd u bij diepvrieslevensmiddelen aan de aanwijzingen van de fabrikant
| Diepvriesgerecht | Temperatuur in °C | Ontdooitijd in minuten |
|---|---|---|
| Rauwe diepvriesproducten/ diepvrieslevensmiddelen | 50 | 30 - 90 |
| Brood/broodjes (750 - 1500 g) | 50 | 30 - 60 |
| Droog diepvriesplaatgebak | 60 | 45 - 60 |
| Vochtig diepvriesplaatgebak | 50 | 50 - 70 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 20)
Ontdooistand
Met de functie Ontdooistand kunt u bijzonder goed gevoelig gebak (bijv. slagroomtaart) ontdooien.
- 1. De functie Ontdooistand inschakelen.
- 2. Diepvriesproduct afhankelijk van de soort en grootte 25 45 minuten ontdooien.
- 3. Diepvriesproduct uit de binnenruimte nemen en 30 - 45 minuten laten rusten.
Bij kleine hoeveelheden (stukjes) wordt de ontdooitijd 15 20 minuten en de rusttijd 10 15 minuten korter.
Inmaken
ã=Risico van letsel!
Inmaakpotten van levensmiddelen die op een verkeerde manier zijn ingemaakt kunnen barsten. Neem de volgende aanwijzingen in acht:
- Fruit en groente moeten vers zijn en in onberispelijke staat verkeren.
- Gebruik alleen schone en onbeschadigde inmaakpotten
- De inmaakpotten mogen elkaar niet raken wanneer ze in de binnenruimte staan
In de binnenruimte kunt u de inhoud van maximaal zes inmaakpotten van ½, 1 of 1½ liter tegelijkertijd met CircoTherm® hetelucht 3 inmaken.
Aanwijzingen
- Gebruik tijdens één inmaakproces alleen inmaakpotten van dezelfde grootte en met dezelfde levensmiddelen.
- Let op de hygiëne bij het voorbereiden en afsluiten van de inmaakpotten.
- Gebruik alle hittebestendige rubberringen.
- U kunt de volgende levensmiddelen met uw apparaat inmaken: de inhoud van blik, vlees, vis of pasteien.
Fruit voorbereiden
- 1. Het fruit wassen en afhankelijk van de soort schillen, ontpitten en kleinsnijden.
- 2. De inmaakpotten tot ca. 2 cm onder de rand vullen met het fruit.
- 3. Inmaakpotten met een hete, afgeschuimde suikeroplossing vullen (ca. liter voor een literpot).
Op één liter water:
- ca. 250 g suiker bij zoet fruit
- ca. 500 g suiker bij zurig fruit
Groente voorbereiden
- 1. Groente wassen en afhankelijk van de soort schoonmaken en kleinsnijden.
- 2. De inmaakpotten tot ca. 2 cm onder de rand vullen met de groente.
- 3. De inmaakpotten direct vullen met heet water dat eerst gekookt is.
Inmaakpotten afsluiten
- 1. De randen van de inmaakpotten met een schone, vochtige doek afnemen.
- 2. Rubberring en deksel er nat op plaatsen en de potten met een klem afsluiten.
Inmaken starten
- 1. Braadslede op inschuifhoogte 1 inschuiven.
- 2. Inmaakpotten in een driehoek opstellen, zonder dat ze elkaar raken.
- 3. ½ liter heet water (ca. 80 °C) in de braadslede gieten.
- 4. CircoTherm® hetelucht 3 met 160 °C instellen.
- Inmaakpotten met ½ of 1 liter borrelen na ca. 50 minuten
- Inmaakpotten met 1½ liter borrelen na ca. 60 minuten
Inmaken beëindigen
Bij fruit, augurken en tomatenpuree:
- 1. Apparaat uitschakelen zodra alle inmaakpotten borrelen.
- 2. Inmaakpotten nog een paar minuten in de gesloten binnenruimte laten staan.
- Frambozen, aardbeien, kersen of augurken: ca. 5 - 10 minuten
- Ander fruit: ca. 10 - 15 minuten
- Tomatenpuree of appelmoes: ca. 15 - 20 minuten
Pagina 21
Bij groente:
- 1. Temperatuur tot 100 °C verlagen, zodra alle inmaakpotten borrelen. Inmaakpotten ca. 60 minuten in de gesloten binnenruimte verder laten borrelen.
- 2. Apparaat uitschakelen.
- 3. Inmaakpotten nog ca. 15 - 30 minuten in de gesloten binnenruimte laten staan.
Inmaakpotten verwijderen
- 1. Inmaakpotten op een schone doek plaatsen, afdekken en beschermen tegen tocht.
- 2. Klemmen pas verwijderen wanneer de potten koud zijn.
Reiniging en onderhoud
In dit hoofdstuk vindt u informatie over
- reiniging en onderhoud van uw apparaat
- schoonmaakmiddelen en -hulpen
- zelfreinigende oppervlakken in de binnenruimte
- reinigingshulp EasyClean®
ã=Risico van kortsluiting!
Gebruik geen hogedrukreiniger of stoomstraalapparaat om uw apparaat schoon te maken.
Attentie!
Schade aan het oppervlak door verkeerde reiniging: Gebruik geen
- scherpe of schurende schoonmaakmiddelen
- alcoholhoudende schoonmaakmiddelen
- schurende reinigingshulpen zoals staalwol of schuursponzen.
Houd u aan de opgaven in de tabellen.
Aanwijzing: Via de klantenservice kunt u bijzonder aanbevelenswaardige schoonmaak- en onderhoudsmiddelen betrekken. Neem de betreffende aanwijzingen van de fabrikant in acht.
Het apparaat van buiten reinigen
| Apparaatonderdeel/oppervlak | Reinigingsmiddel/hulp |
|---|---|
| Roestvrijstalen oppervlakken | In de handel gebruikelijk schoonmaakmiddel met een zachte, vochtige doek of zeem opbrengen; met een zachte doek nadrogen. Gebruik bij sterke vervuiling een reinigingsmiddel voor gematteerd roestvrij staal. |
| Gelakte oppervlakken | In de handel gebruikelijk schoonmaakmiddel met een zachte, vochtige doek of zeem opbrengen; met een zachte doek nadrogen. |
| Bedieningspaneel | In de handel gebruikelijk schoonmaakmiddel met een zachte, vochtige doek of zeem opbrengen; met een zachte doek nadrogen. Geen glasreiniger of schraper gebruiken. |
| Ruiten van de deur | In de handel gebruikelijk glasreinigings- of schoonmaakmiddel met een zachte, vochtige doek of zeem opbrengen; met een zachte doek nadrogen. Om de temperatuur omlaag te brengen zit op de ruit aan de binnenkant van de deur een coating waarmee de warmte wordt gereflecteerd. Het zicht door de deur wordt hierdoor niet beïnvloed. Wanneer de deur van het apparaat geopend is, kan deze coating een zeer helle weerschijn hebben. Dit is normaal en doet geen afbreuk aan de kwaliteit. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 21)
Binnenruimte reinigen
Attentie!
Schade aan het oppervlak! Maak geen gebruik van speciaal voor ovens bestemde schoonmaakmiddelen.
Aanwijzingen
- Het email wordt bij zeer hoge temperaturen ingebrand. Hierdoor kunnen er kleine kleurverschillen ontstaan. Dit is normaal en heeft geen nadelige invloed op de werking.
- De smalle randen van de bakplaten kunnen niet volledig worden geëmailleerd. Ze kunnen daarom ruw zijn. De bescherming tegen corrosie is echter gegarandeerd.
| Apparaatonderdeel | Reinigingsmiddel/hulp |
|---|---|
| Oppervlakken van email (glad oppervlak) | Om het schoonmaken te vergemakkelijken kunt u de verlichting van de binnenruimte inschakelen en eventueel de deur verwijderen. In de handel gebruikelijk schoonmaakmiddel of azijnwater met een zachte, vochtige doek of zeem opbrengen; met een zachte doek nadrogen. Neem ingebrande voedselresten af met een vochtige doek en schoonmaakmiddel. Bij sterke vervuiling adviseren wij het gebruik van een ovenreiniger in gelvorm. Deze kan secuur worden aangebracht. De binnenruimte na het schoonmaken openlaten om te drogen. |
| Zelfreinigende oppervlakken (ruw oppervlak) | Houd u aan de aanwijzingen in het hoofdstuk: Zelfreinigende oppervlakken |
| Deurdichting | Warm zeepsop |
Pagina 22
| Apparaatonderdeel | Reinigingsmiddel/hulp |
|---|---|
| Inhangrooster/Telescooprail | Warm zeepsop |
| Toebehoren | In heet zeepsop weken, reinigen met borstel en schoonmaaksponsje of in de vaatwasmachine. |
| Vervuiling vermijden | 1. Toebehoren uit de oven nemen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 22)
Om vervuiling van de binnenruimte te voorkomen, dient u
- de binnenruimte na gebruik altijd schoon te maken, omdat het vuil bij later gebruik van de oven inbrandt en moeilijk kan worden verwijderd.
- kalk-, vet-, zetmeel- en eiwitvlekken altijd onmiddellijk te verwijderen
- zo mogelijk CircoTherm® hetelucht 3 te gebruiken. Bij deze functie treedt minder vervuiling op
- voor het bereiden van zeer vochtig gebak de braadslede te gebruiken.
- voor het bakken en braden geschikte vormen (bijv. een braadpan) of een bak- of braadplaat te gebruiken (zie het hoofdstuk: Toebehoren)
Zelfreinigende oppervlakken
De achterwand in de binnenruimte is voorzien van een laagje zelfreinigend email. Spetters die ontstaan bij het bakken en braden worden hiervan tijdens het gebruik van de oven opgezogen en afgebroken.
Grotere spetters verdwijnen pas nadat de oven meerdere keren gebruikt is.
Verkleuringen op de achterwand hebben geen invloed op de zelfreinigende functie.
Attentie!
Oppervlakteschade op de zelfreinigende oppervlakken door het opbrengen van een ovenreiniger. Behandel de zelfreinigende oppervlakken nooit met ovenreiniger. Komt er per ongeluk ovenreiniger op de zelfreinigende oppervlakken, verwijder deze dan direct met een spons en voldoende water.
Attentie!
Oppervlakteschade op de zelfreinigende oppervlakken door het gebruik van schurende en zuurhoudende reinigingsmiddelen en -hulpen!
Gebruik geen reinigingsmiddelen die schurende stoffen of zuren bevatten.
Gebruik geen schurende reinigingshulpen zoals bijv. staalwol of schuursponsjes.
EasyClean®
Om het schoonmaken van de binnenruimte gemakkelijker voor u te maken, is uw apparaat voorzien van de reinigingshulp EasyClean® . Door een automatisch gestuurde verdamping van zeepsop lossen de vuilresten op en kunnen vervolgens gemakkelijker worden verwijderd.
Bij sterkere vervuiling kunt u
- het sop enige tijd voor het inschakelen laten inwerken
- de verontreinigde plekken vóór het inschakelen van de reinigingshulp met afwasmiddel inwrijven
- de functie EasyClean® herhalen nadat de binnenruimte is afgekoeld
Voorbereiden en inschakelen
EasyClean® start alleen wanneer de binnenruimte afgekoeld is.
ã=Risico van brand en beschadiging van oppervlakken!
Nooit water in de hete binnenruimte gieten. Er ontstaat waterdamp en als gevolg van de plotselinge temperatuursverandering kan het email beschadigd raken.
- 2. 0,4 liter water (geen gedestilleerd water) met wat afwasmiddel voorzichtig in de bodembak van de binnenruimte gieten (Afbeelding A).
- 3. Apparaatdeur sluiten.
- 4. EasyClean® inschakelen.
Op het temperatuurdisplay verschijnt .
Wanneer na het inschakelen van EasyClean® op het temperatuurdisplay afwisselend of en verschijnen, is de binnenruimte niet volledig afgekoeld.
Wacht tot de binnenruimte afgekoeld is en schakel EasyClean® opnieuw in.
Na afloop van de reinigingshulp EasyClean® schakelt de verlichting van de binnenruimte in. Er klinkt een signaal.
- 5. Klokfunctietoets indrukken om de klokfunctie te beëindigen.
Nareinigen en uitschakelen
Laat het restwater niet lange tijd in de binnenruimte staan (bijv. 's nachts).
- 1. Deur van het apparaat openen en het restwater met een goed opnemende sponsdoek opnemen (Afbeelding B).
- 2. Binnenruimte met een sponsdoek, zachte borstel of een kunststof schuursponsje reinigen.
Aanwijzing: Nog aanwezige, hardnekkige resten kunt u verwijderen met een schraper voor glaskeramiek.
- 3. Kalkranden met een in azijn gedrenkte doek verwijderen, daarna met schoon water afnemen en met een zachte doek droogwrijven, ook onder de deurafdichting.
- 4. Functiekeuzeknop in de stand terugdraaien.
- 5. De deur van het apparaat na de reiniging nog ca. 1 uur op een kier laten staan (ca. 30°), zodat de emaillen oppervlakken in de binnenruimte goed kunnen drogen.
Sneldrogen
- 1. De deur van het apparaat na de reiniging op een kier (ca. 30°) geopend laten.
- 2. CircoTherm® hete lucht 3 met 50 °C instellen.
- 3. Na 5 minuten apparaat uitschakelen en apparaatdeur sluiten.
Apparaatdeur verwijderen en inbrengen
Om gemakkelijker schoon te maken kunt u de apparaatdeur verwijderen.
ã=Risico van letsel!
De scharnieren van de apparaatdeur kunnen met grote kracht terugklappen. Klap de blokkeerhendels van de scharnieren om de deur te kunnen verwijderen altijd helemaal open en na het inbrengen weer helemaal dicht. Kom niet met uw handen aan het scharnier.
Pagina 23
ã=Risico van letsel!
Hangt de apparaatdeur er aan één kant uit, kom dan niet met uw handen aan het scharnier. Het scharnier kan met grote kracht terugklappen. Neem contact op met de klantenservice.
Apparaatdeur verwijderen
- 1. Apparaatdeur helemaal openen.
- 2. Blokkeerhendels links en rechts helemaal openklappen.
De scharnieren zijn beveiligd en kunnen niet dichtklappen.
- 3. De apparaatdeur zó ver sluiten tot u merkt dat er een weerstand is (Afbeelding A).
- 4. Met beide handen links en rechts vastpakken, iets verder sluiten en eruit trekken (Afbeelding B).
Apparaatdeur inbrengen
- 1. De scharnieren in de houders links en rechts plaatsen (Afbeelding C).
De keep van beide scharnieren moet inklikken.
- 2. Apparaatdeur helemaal openen.
- 3. Blokkeerhendels links en rechts helemaal dichtklappen (Afbeelding D).
De apparaatdeur is beveiligd en kan niet meer worden verwijderd.
- 4. Apparaatdeur sluiten.
ã=Risico van letsel!
Gebruik het apparaat pas weer wanneer de ruiten en de apparaatdeur naar behoren zijn aangebracht.
Deurruit verwijderen
- 1. Apparaatdeur verwijderen en met de voorkant naar beneden op een zachte, schone ondergrond leggen (zie het hoofdstuk: Apparaatdeur verwijderen en inbrengen).
- 2. De deurruit naast de scharnieren vastpakken en uit de insteekhouders (niet zichtbaar) trekken.
- 3. De deurruit iets optillen en in de richting van de scharnieren afnemen.
Middelste ruit verwijderen
Let er voordat u hem verwijdert op in welke positie de ruit is ingebracht, zodat u hem later niet verkeerd om inbrengt.
- 1. De houders links en rechts naar buiten drukken. De middelste ruit wordt er naar boven toe uitgehaald.
- 2. De middelste ruit iets optillen (bijv. met een bakspaan) en uitnemen.
Reinigen
Reinig de deurruiten met glasreiniger en een zachte doek.
Attentie!
Gebruik geen scherpe of schurende middelen en geen schraper. Het glas kan hierdoor beschadigd raken.
Middelste ruit inbrengen
- 1. De middelste ruit links en rechts in de opnames inbrengen.
- 2. Middelste ruit naar beneden in de houders drukken.
Ruiten van de deur schoonmaken
Om ze gemakkelijker schoon te maken kunt u de ruiten van de apparaatdeur afnemen.
ã=Risico van letsel!
De componenten van de apparaatdeur kunnen scherpe randen hebben. Hierdoor kunt u snijwonden oplopen. Draag veiligheidshandschoenen.
Deurruit inbrengen
- 1. De deurruit links en rechts in de opnames inbrengen.
- 2. De deurruit naar beneden in de insteekhouders drukken.
Pagina 24
- 3. De inhangroosters na de reiniging in omgekeerde volgorde inbrengen (Afbeelding B).
- 3. Apparaatdeur weer inbrengen.
Plafond van de binnenruimte reinigen
Om het plafond van de binnenruimte eenvoudig en snel te reinigen kunt u het grillelement naar beneden klappen. ã=Risico van verbranding door hete onderdelen in de binnenruimte!
Wacht tot de binnenruimte afgekoeld is.
- 1. Beugel van het grillelement naar voren trekken en naar boven drukken tot het grillelement hoorbaar ontgrendelt (Afbeelding A).
- 2. Grillelement vasthouden en naar beneden klappen (Afbeelding B).
- 3. Plafond van de binnenruimte reinigen.
- 4. Beugel naar voren trekken en naar boven ingedrukt houden.
- 5. Grillelement naar boven klappen tot het inklikt.
Inhangroosters reinigen
U kunt de inhangroosters verwijderen om ze gemakkelijker schoon te maken.
ã=Risico van verbranding door hete onderdelen in de binnenruimte!
Wacht tot de binnenruimte afgekoeld is.
- 1. Inhangroosters er aan de voorkant uittrekken en verwijderen (Afbeelding A).
- 2. Inhangroosters met afwasmiddel en spons of een borstel reinigen.
Telescooprails schoonmaken
U kunt de telescooprails verwijderen om ze gemakkelijker schoon te maken.
ã=Risico van verbranding door hete onderdelen in de binnenruimte!
Wacht tot de binnenruimte afgekoeld is.
Telescooprails verwijderen
- 1. Bladveer naar voren trekken en vasthouden (Afbeelding A).
- 2. Telescooprail aan de voorkant naar boven schuiven en naar opzij verwijderen.
- 3. Telescooprail er aan de achterkant uittrekken.
Telescooprails schoonmaken
Telescooprails met afwasmiddel en spons of een borstel schoonmaken.
Telescooprails inbrengen
- 1. Telescooprail aan de achterkant tot de aanslag inbrengen.
- 2. Telescooprail aan de voorkant van boven inschuiven en naar beneden drukken tot hij inklikt (Afbeelding B).
- 3. Telescooprails tot de aanslag inschuiven en de apparaatdeur sluiten.
Storingen en reparaties
Er hoeft niet altijd contact te worden opgenomen met de klantenservice. In veel gevallen kunt u zelf voor een oplossing zorgen. In de volgende tabel staan een paar tips om storingen op te lossen.
Storing Mogelijke oorzaak
ã=Kans op een elektrische schok!
- Werkzaamheden aan de elektronica van het apparaat mogen alleen door een vakman worden uitgevoerd.
- Bij het werken aan de elektronica van het apparaat beslist de netstekker uit het stopcontact halen. Automatische beveiliging activeren of de zekering in de meterkast van uw woning eruit draaien.
Oplossing
Elektrische functie vertoont een storing (bijv. indicatielampjes branden niet meer) Vloeistof of dunvloeibaar deeg wordt zeer eenzijdig verdeeld
24
Zekering defect.
Apparaat niet waterpas ingebouwd
Zekeringen in de meterkast controleren, eventueel vervangen.
Inbouw van het apparaat controleren (zie Installatievoorschrift)
Pagina 25
| Storing | Mogelijke oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Apparaat functioneert niet meer, op het klokdisplay knippert : | Stroomtoevoer is onderbroken | Tijd opnieuw instellen (zie het hoofdstuk: Elektronische klok) |
| Op het klokdisplay knippert : , op het temperatuurdisplay verschijnt “rrr“ | De stroomtoevoer is onderbroken terwijl het apparaat in gebruik was | Klokfunctietoets indrukken. Tijd opnieuw instellen (zie het hoofdstuk: Elektronische klok) |
| Op het temperatuurdisplay verschijnt “E011“ | Permanente bezetting van een toets | Permanente bezetting van de toets opheffen en de klokfunctietoets indrukken |
| Op het temperatuurdisplay verschijnt “EXXX“, bijv. E300 | Interne fout van de apparaatelektronica | Klokfunctietoets indrukken. Verdwijnt de melding niet, haal de stekker dan uit het stopcontact en steek hem er na ca. 10 seconden weer in |
| Het apparaat kan niet worden bediend, op het temperatuurdisplay verschijnen en - - | Apparaat is geblokkeerd | Blokkering deactiveren (zie het hoofdstuk: Kinderslot) |
| Het apparaat kan niet worden bediend, op het temperatuurdisplay verschijnen en - | Apparaat is permanent geblokkeerd | Permanente blokkering deactiveren (zie het hoofdstuk: Kinderslot) |
| Apparaat warmt niet op, op het klokdisplay knippert de dubbele punt, op het temperatuurdisplay verschijnt bijv. | Er is een toetscombinatie gebruikt | Apparaat uitschakelen, infotoets 3 seconden lang indrukken, vervolgens de klokfunctietoets 4 seconden lang indrukken, tenslotte de infotoets opnieuw 3 seconden lang indrukken |
| Elektronisch gestuurde functies vertonen een storing | Energetische impulsen (bijv. blikseminslag) | Betreffende functie opnieuw instellen |
| Bij het inschakelen van een functie verschijnt of op het temperatuurdisplay | Apparaat is niet volledig afgekoeld | Wachten tot het apparaat afgekoeld is, vervolgens de functie opnieuw inschakelen |
| Apparaat is automatisch uitgeschakeld. op het temperatuurdisplay knippert | Apparaat is als beveiliging tegen oververhitting uitgeschakeld | Functieschakelaar in de stand terugdraaien |
| Bij het braden of grillen ontstaat een walm | Vet op het grillelement verbrandt | Verder grillen of braden tot het vet op het grillelement verbrand is |
| Rooster of braadslede verkeerd ingeschoven. | Rooster in de braadslede leggen en samen op een lagere inschuifhoogte plaatsen. | |
| In de binnenruimte treedt meer condenswater op | Normaal verschijnsel (bijv. bij gebak met zeer vochtige vulling of een groot braadstuk) | Apparaatdeur tijdens het gebruik af en toe kort openen |
| Geëmailleerde toebehoren vertonen matte, lichte vlekken | Normaal verschijnsel door afdruipend vlees- of vruchtensap | Niet mogelijk |
| Deurruiten zijn beslagen | Normaal verschijnsel, dat ontstaat door temperatuurverschillen | Apparaat bij 100 °C opwarmen en na 5 minuten weer uitschakelen |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 25)
Ovenlamp vervangen
Een defecte ovenlamp dient te worden vervangen.
Reservelampen kunt u krijgen bij de klantenservice of uw speciaalzaak: E14, 220 - 240 V, 40 W, hittebestendig tot 300 °C. Gebruik uitsluitend originele ovenlampen.
ã=Kans op een elektrische schok!
Maak het apparaat stroomloos. Activeer de zekeringsautomaat of draai de zekering van de meterkast van uw woning eruit.
- 1. Theedoek in de koude binnenruimte leggen, om schade te voorkomen.
- 2. Glazen afscherming naar links draaien en afnemen.
- 3. Ovenlamp vervangen door een van hetzelfde type.
- 4. Glazen afscherming er weer inschroeven.
- 5. Theedoek eruit nemen en de zekering inschakelen.
Aanwijzing: Gebruik rubberhandschoenen wanneer de glazen afscherming er niet afgedraaid kan worden. Of bestel een demontagehulp bij de klantendienst (Bestelnr. 613634).
Halogeenlampen vervangen (NeffLight®)
Een defecte halogeenlamp dient te worden vervangen. Reservelampen kunt u krijgen bij de klantenservice of uw speciaalzaak: G4-fitting, 12 V, 20 W, hittebestendig tot 300 °C. Gebruik uitsluitend originele lampen.
ã=Kans op een elektrische schok!
Maak het apparaat stroomloos. Activeer de zekeringsautomaat of draai de zekering van de meterkast van uw woning eruit.
ã=Risico van verbranding!
Wanneer de halogeenlampen branden worden ze zeer heet. Wacht met het vervangen tot de halogeenlampen afgekoeld zijn.
25
Pagina 26
Attentie!
Vertroebeling van de halogeenlamp: Halogeenlamp niet met de blote vingers aanraken. Zo kan er vet op het glas komen, dat inbrandt en het glas vertroebelt. Gebruik een schone doek bij het vervangen.
De halogeenlampen zitten links en rechts onder de opening van de binnenruimte. Het hiervoor benodigde gereedschap kunt u betrekken via de klantenservice.
- 1. Apparaatdeur verwijderen (zie het hoofdstuk: Apparaatdeur verwijderen en inbrengen).
- 2. Het gereedschap in de gleuf plaatsen en de afscherming eruit wippen (Afbeelding A).
- 3. Met het andere gereedschap de halogeenlamp naar buiten trekken (Afbeelding B).
Servicedienst
Wanneer uw apparaat gerepareerd moet worden, staat onze servicedienst voor u klaar. Wij vinden altijd een passende oplossing, ook om onnodig bezoek van een technicus te voorkomen.
Enummer en FDnummer
Geef aan de klantenservice altijd het productnummer (E-nr.) en het fabricagenummer (FD-nr.) van uw apparaat op, zodat wij u goed van dienst kunnen zijn. Het typeplaatje met de nummers vindt u rechts, aan de zijkant van de ovendeur. Om niet te lang te hoeven zoeken wanneer u de klantenservice nodig heeft, kunt u hier direct de gegevens van uw apparaat en het telefoonnummer van de servicedienst invullen.
Enr. FD-nr.
Servicedienst
Let erop dat het bezoek van een technicus van de servicedienst in het geval van een verkeerde bediening ook tijdens de garantietijd kosten met zich meebrengt.
De contactgegevens in alle landen vindt u in de bijgesloten lijst met Servicedienstadressen.
Verzoek om reparatie en advies bij storingen NL 088 424 4040
Vertrouw op de competentie van de producent. Zo bent u er zeker van dat de reparatie wordt uitgevoerd door geschoolde onderhoudstechnici, die beschikken over de originele onderdelen voor uw huishoudelijke apparaten.
- 4. Halogeenlamp vervangen. Gebruik een schone doek.
- 5. Afscherming aanbrengen
- 6. Apparaatdeur inbrengen.
Aanwijzing: Mocht de verlichting niet functioneren, ga dan na of de lampen goed bevestigd zijn.
Deurdichting vervangen
Is de deurdichting defect, dan moet deze worden vervangen. Vervangende afdichtingen zijn verkrijgbaar bij de klantenservice.
De deurdichting is op vier punten bevestigd (Afbeelding A). Om de dichting te vervangen de haken op alle vier de plaatsen losmaken resp. bevestigen (Afbeelding B).
De bevestiging van de dichting vooral in de hoeken nog eens controleren.