Neff B15E74N0, tekst van de handleiding
Pagina's 9–19 van 28 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← pagina's 2–8verder op pagina 20 →
Pagina 9
- 1. Functie- en temperatuurkeuzeknop weer in de stand draaien.
- 2. Klokfunctietoets indrukken om de klokfunctie te beëindigen.
Gebruikseinde
Automatisch uitschakelen op een ingesteld tijdstip.
- 1. Functie en temperatuur instellen. Het apparaat warmt op.
2.KLokfunctietoets zo vaak indrukken tot de symbolen en verlicht zijn.
- 3. Met de draaiknop het gebruikseinde instellen (bijv. : uur).
De instelling wordt automatisch overgenomen. Hierna wordt weer de tijd weergegeven.
Op het tijdstip van het ingestelde gebruikseinde schakelt het apparaat automatisch uit.
- 1. Functie- en temperatuurkeuzeknop weer in de stand draaien.
- 2. Klokfunctietoets indrukken om de klokfunctie te beëindigen.
Voorkeuzefunctie
Het apparaat schakelt automatisch in en op het tijdstip van het gekozen gebruikseinde uit. Combineer hiervoor de klokfuncties Gebruiksduur en Gebruikseinde.
Let erop dat levensmiddelen die snel bederven niet te lang in de binnenruimte mogen staan.
- 1. Functie en temperatuur instellen. Het apparaat warmt op.
- 2. Klokfunctietoets zo vaak indrukken tot de symbolen en verlicht zijn.
- 3. Met de draaiknop de gebruiksduur instellen (bijv. : uur). De instelling wordt automatisch overgenomen.
4.KLokfunctietoets zo vaak indrukken tot de symbolen en verlicht zijn.
- 5. Met de draaiknop het gebruikseinde instellen (bijv. : uur).
Het apparaat schakelt uit en wacht op het juiste tijdstip om in te schakelen (in het voorbeeld om : uur). Op het ingestelde gebruikseinde schakelt het apparaat automatisch uit ( : uur).
- 6. Functie- en temperatuurkeuzeknop weer in de stand draaien.
- 7. Klokfunctietoets indrukken om de klokfunctie te beëindigen.
Tijd instellen
U kunt de tijd alleen wijzigen wanneer er geen andere klokfunctie actief is.
- 1. Klokfunctietoets zo vaak indrukken tot de symbolen en 3 verlicht zijn.
- 2. Met de draaiknop de tijd instellen.
De instelling wordt automatisch overgenomen.
Snel voorverwarmen
Bij de functie CircoTherm® hetelucht 3 en Broodbakstand kunt u de opwarmduur verkorten wanneer de ingestelde temperatuur hoger dan 100 °C is.
Aanwijzing: Plaats tijdens het snel voorverwarmen zolang het symbool verlicht is geen gerecht in de binnenruimte.
- 1. Functie en temperatuur instellen. Het apparaat warmt op.
- 2. Klokfunctietoets zo vaak indrukken tot de symbolen en verlicht zijn en op het klokdisplay verschijnt.
- 3. De draaiknop naar rechts draaien.
Op het klokdisplay wordt weergegeven en het symbool is verlicht. De functie Snel voorverwarmen wordt bijgeschakeld.
Na het bereiken van de ingestelde temperatuur schakelt de functie Snel voorverwarmen uit. Het symbool verdwijnt.
Instellingen controleren, corrigeren of wissen
- 1. Om uw instellingen te controleren drukt u zo vaak op de klokfunctietoets tot het betreffende symbool verlicht is.
- 2. Zo nodig kunt u de instelling met de draaiknop corrigeren.
- 3. Wanneer u de instelling wilt wissen, draait u de draaiknop naar links terug op de oorspronkelijke waarde.
Pagina 10
Kinderslot
In dit hoofdstuk leest u
- hoe u het apparaat blokkeert
- hoe u het apparaat permanent blokkeert
Blokkering
Het vergrendelde apparaat kan niet per ongelijk of door onbevoegden (bijv. spelende kinderen) worden ingeschakeld. Om het apparaat weer in te schakelen moet u het deblokkeren. Na gebruik wordt het apparaat niet automatisch geblokkeerd. Blokkeer het eventueel opnieuw of activeer de permanente blokkering.
Apparaat blokkeren
- 1. Apparaat uitschakelen.
- 2. Infotoets ingedrukt houden tot op het temperatuurdisplay verschijnt.
- 3. Aan de temperatuurkeuzeknop draaien tot op het temperatuurdisplay verschijnt.
- 4. Infotoets ingedrukt houden tot het symbool op het temperatuurdisplay verschijnt.
Aanwijzing: Wordt geprobeerd het geblokkeerde apparaat in te schakelen, dan verschijnt - - op het temperatuurdisplay.
Apparaat deblokkeren
- 1. Infotoets ingedrukt houden tot op het temperatuurdisplay verschijnt.
- 2. Aan de temperatuurknop draaien tot op het temperatuurdisplay verschijnt.
- 3. Infotoets ingedrukt houden tot het symbool verdwijnt.
Permanente blokkering
Het permanent geblokkeerde apparaat kan niet per ongeluk of door onbevoegden (bijv. spelende kinderen) worden ingeschakeld.
Om het apparaat in te schakelen moet u de permanente blokkering tijdelijk onderbreken. Nadat u het apparaat uitgeschakeld heeft, wordt het weer automatisch geblokkeerd.
Apparaat permanent blokkeren
- 1. Apparaat uitschakelen.
- 2. Infotoets ingedrukt houden tot op het temperatuurdisplay verschijnt.
- 3. Aan de temperatuurkeuzeknop draaien tot op het temperatuurdisplay verschijnt.
- 4. Infotoets 3 seconden indrukken.
Uw apparaat wordt na 30 seconden geblokkeerd. Op het temperatuurdisplay verschijnt het symbool .
Aanwijzing: Wordt geprobeerd het geblokkeerde apparaat in te schakelen, dan verschijnt - op het temperatuurdisplay.
Permanente blokkering onderbreken .
- 1. Infotoets ingedrukt houden tot op het temperatuurdisplay verschijnt.
- 2. Aan de temperatuurkeuzeknop draaien tot op het temperatuurdisplay verschijnt.
- 3. Infotoets ingedrukt houden tot het symbool verdwijnt. De permanente blokkering is onderbroken.
- 4. Apparaat binnen 30 seconden inschakelen.
Na het uitschakelen wordt de permanente blokkering na 30 seconden weer geactiveerd.
Apparaat permanent deblokkeren .
- 1. Infotoets ingedrukt houden tot op het temperatuurdisplay verschijnt.
- 2. Aan de temperatuurkeuzeknop draaien tot op het temperatuurdisplay verschijnt.
- 3. Infotoets ingedrukt houden tot het symbool verdwijnt.
- 4. Binnen 30 seconden de infotoets opnieuw 3 seconden lang indrukken.
- 5. Aan de temperatuurknop draaien tot op het temperatuurdisplay verschijnt.
- 6. Infotoets 3 seconden indrukken.
Het apparaat is permanent gedeblokkeerd.
Bakken
In dit hoofdstuk vindt u informatie over
- bakvormen en platen
- bakken op meerdere niveaus
- bakken van gebruikelijk basisdeeg (baktabel)
- bakken van kant-en-klare diepvriesproducten en verse gerechten (baktabel)
- Tips en trucs voor het bakken
Aanwijzing: Bij het bakken met CircoTherm® hetelucht 3 inschuifhoogte 2 niet gebruiken. Dit heeft invloed op de luchtcirculatie, met als gevolg een slechter bak- en braadresultaat.
Bakken in vormen en op platen
Bakvormen
Wij raden u aan donkere bakvormen van metaal te gebruiken.
Blikken en glazen vormen verlengen de baktijd en het gebak bruint niet gelijkmatig. Wilt u met blikken vormen en boven- en onderwarmte bakken, gebruik dan inschuifhoogte 1. Plaats bij het bakken op één niveau met CircoTherm® hetelucht 3 een rechthoekige vorm altijd diagonaal (Afbeelding A) en een ronde bakvorm altijd in het midden van het gebogen rooster (Afbeelding B).
Pagina 11
Bakplaten
Wij raden u aan alleen originele platen te gebruiken, omdat deze optimaal op de binnenruimte en de functies zijn afgestemd.
Schuif de bakplaat of de braadslede altijd voorzichtig tot de aanslag in en let erop dat de schuine kant altijd naar de apparaatdeur wijst.
Gebruik bij vochtig gebak de braadslede, zodat de binnenruimte niet vuil wordt.
Bakken op meerdere niveaus
Gebruik bij het bakken op meerdere niveaus bij voorkeur bakplaten en schuif deze tegelijkertijd in.
Houd er rekening mee dat uw gebak op de verschillende niveaus niet even snel bruin wordt. Het gebak op het onderste niveau wordt het snelst bruin en kan vroeger uit de oven worden genomen.
Wilt u bij het bakken op twee niveaus een bakplaat en een braadslede gebruiken, schuif de bakplaat dan op inschuifhoogte 3 en de braadslede op inschuifhoogte 1 in.
Baktabel voor basisdeeg
De gegevens in de tabel zijn richtwaarden, die gelden voor geëmailleerde bakplaten en donkere bakvormen. De waarden kunnen variëren, afhankelijk van de soort en hoeveelheid deeg en de bakvorm.
Wij raden u aan om de eerste keer de laagste van de opgegeven temperaturen in te stellen. In principe levert de laagste temperatuur de meest gelijkmatige bruining op.
Wanneer u gerechten bakt volgens eigen recept, houd dan de waarden van gelijksoortig gebak in de tabel aan.
Neem de aanwijzingen voor het voorverwarmen in de tabel in acht.
CircoTherm® Boven- en hetelucht 3 onderwarmte
Basisdeeg Inschuif- Temperatuur Tijdsduur in Inschuif- Temperatuur hoogte in °C minuten hoogte in °C
| Roerdeeg | |||
|---|---|---|---|
| Plaatgebak met bedekking | 1 160 - 170 | 30 - 45 | 3 170 - 180 |
| 1 + 3 150 - 160 | 40 - 50 | - - | |
| Spring/rechthoekige vorm | 1 150 - 160 | 60 - 80 | 2 160 - 170 |
| Vorm vruchtentaartbodem | 1 160 - 170 | 20 - 35 | 2 170 - 180 |
| Zandtaartdeeg | |||
| Plaatgebak met droge bedekking, bijv. strooisel | 1 160 - 170 | 45 - 70 | 3 180 - 190 |
| 1 + 3 160 - 170 | 60 - 80 | - - | |
| Plaatgebak met vochtige bedekking, bijv. roomglazuur | 1 150 - 170 | 60 - 80 | - - |
| Springvorm, bijv. kwarktaart | 1 150 - 160 | 50 - 90 | 2 160 - 180 |
| Vorm vruchtentaartbodem | 1 150 - 160* | 20 - 35 | 2 170 - 180* |
| Biscuitbeslag | |||
| Biscuitrol | 1 180 - 190* | 10 - 15 | 3 190 - 200* |
| Vorm vruchtentaartbodem | 1 160 - 170 | 20 - 30 | 2 160 - 170 |
| Biscuit (6 eieren) | 1 150 - 160 | 30 - 45 | 2 160 - 170 |
| Biscuit (3 eieren) | 1 150 - 160* | 20 - 30 | 2 160 - 170* |
| Gistdeeg | |||
| Plaatgebak met droge bedekking, bijv. strooisel | 1 160 - 170 | 40 - 60 | 3 170 - 180 |
| 1 + 3 160 - 170 | 45 - 65 | - - | |
| Gistkrans/-vlecht (500 g) | 1 160 - 170 | 30 - 40 | 3 170 - 180 |
| Springvorm | 1 160 - 170 | 30 - 40 | 2 160 - 170 |
| Tulbandvorm * Oven voorverwarmen | 1 160 - 170 | 35 - 45 | 2 170 - 180 |
| Klein gebak | CircoTherm® hetelucht 3 Inschuif- Temperatuur hoogte in °C | Tijdsduur in minuten | Boven- en onderwarmte Inschuif- Temperatuur hoogte in °C |
| Gistdeeg | 1 160 - 170 | 20 - 25 | 3 170 - 180 |
| 1 + 3 160 - 170 | 20 - 30 | - - | |
| Baisermassa | 1 80 | 100 - 130 | 3 80 |
| 1 + 3 80 | 150 - 170 | - - | |
| Bladerdeeg | 1 190 - 200* | 20 - 30 | 3 200 - 210* |
| 1 + 3 190 - 200* | 25 - 35 | - - |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 11)
* Oven voorverwarmen
11
Pagina 12
CircoTherm® Boven- en
| Klein gebak | hetelucht 3 Inschuif- Temperatuur hoogte in °C | Tijdsduur in minuten | onderwarmte Inschuif- Temperatuur hoogte in °C | |
|---|---|---|---|---|
| Soezendeeg | 1 190 - 200* | 25 - 35 | 3 200 - | 210* |
| 1 + 3 190 - 200* | 30 - 40 | - | - | |
| Roerdeeg, bijv. muffins | 1 150 - 160* | 25 - 35 | 3 160 - | 170* |
| 1 + 3 150 - 160* | 25 - 35 | - | - | |
| Zandtaartdeeg, bijv. boterkoekjes | 1 140 - 150* | 15 - 20 | 3 140 - | 150* |
| 1 + 3 130 - 140* | 20 - 30 | - | - | |
| 1 + 3+ 4 130 - 140* | 20 - 35 | - | - | |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 12)
* Oven voorverwarmen
Broodbakstand
De opgaven in de tabel zijn richtwaarden. Ze kunnen al naargelang het soort en de hoeveelheid deeg variëren. De waarden voor brooddeeg gelden zowel voor deeg op de bakplaat als voor deeg in een rechthoekige vorm.
Stel de eerste keer de laagste opgegeven temperatuur in. In principe levert de laagste temperatuur de meest gelijkmatige bruining op.
Neem de aanwijzingen voor het voorverwarmen in de tabel in acht.
Broodbakstand Boven- en
| Brood | Inschuifhoogte | Temperatuur in °C | Tijdsduur in minuten | onderwarmte Inschuifho Temperatuu ogte r in °C |
|---|---|---|---|---|
| Broodjes | 1 | 220* | 10 - 20 | 2 240* |
| Plat rond brood | 1 | 220* | 15 - 20 | 2 240* |
| Empanada | 1 | 180* | 30 - 40 | 3 200* |
| Brooddeeg 750 1000 g | ||||
| Afbakken | 1 | 220* | 35 - 40 | 2 220* |
| Brooddeeg 1000 1250 g | ||||
| Voorbakken | 1 | 220* | 10 - 15 | 2 240* |
| Afbakken | 1 | 180 | 40 - 45 | 2 200 |
| Brooddeeg 1250 1500 g | ||||
| Voorbakken | 1 | 220* | 10 - 15 | 2 240* |
| Afbakken | 1 | 180 | 40 - 50 | 2 200 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 12)
* Oven voorverwarmen
Baktabel voor gerechten en kant-en-klare diepvriesproducten
De pizzastand 0 is zeer geschikt voor het bereiden van verse gerechten, waarvoor veel warmte van de onderkant nodig is, en voor kant-en-klare diepvriesproducten.
Aanwijzingen
- Gebruik voor diepvriesproducten de braadslede
- Bekleed de braadslede met bakpapier of met speciaal vetopnemend papier wanneer u diepvriesaardappelproducten bakt.
- Gebruik alleen bakpapier dat geschikt is voor de gekozen temperatuur.
- Leg frites niet op elkaar
- Keer diepvries-aardappelproducten na de helft van de baktijd om.
- Kruid diepvries-aardappelproducten pas na het bakken
- Zorg ervoor dat er wat ruimte tussen voorgebakken broodjes is wanneer u deze afbakt. Leg er niet te veel op de bakplaat
- Gebruik geen diepvriesproducten met vriesbrand (uitdroging)
- Gebruik geen sterk met ijs bedekte diepvriesproducten
- Neem de aanwijzingen van de fabrikant in acht
- Met de pizzastand kunt u niet op meerdere niveaus bakken.
12
De gegevens in de tabel zijn richtwaarden, die gelden voor geëmailleerde bakplaten. De waarden kunnen variëren, afhankelijk van de soort en hoeveelheid deeg en de bakvorm. Wij raden u aan om de eerste keer de laagste van de opgegeven temperaturen in te stellen. In principe levert de laagste temperatuur de meest gelijkmatige bruining op. Wanneer u gerechten bakt volgens eigen recept, houd dan de waarden van gelijksoortig gebak in de tabel aan.
Neem de aanwijzingen voor het voorverwarmen in de tabel in acht.
Pagina 13
Broodbakstand Pizzastand 0
Gerechten Inschuif- Temperatuur Tijdsduur in Inschuif- Temperatuur hoogte in °C minuten hoogte in °C
| Pizza, vers | 1 | 190 - 210* | 20 - 30 | 1 | 180 - 200 |
|---|---|---|---|---|---|
| 1 + 3 | 180 - 190 | 35 - 45 | - | - | |
| Flammkuchen | 1 | 190 - 210* | 15 - 25 | 1 | 200 - 220 |
| Quiche | 1 | 180 - 200 | 50 - 60 | 1 | 170 - 190 |
| Taart | 1 | 180 - 200* | 30 - 45 | 1 | 190 - 210 |
| Zwitserse vruchtentaart | 1 | 180 - 190* | 45 - 55 | 1 | 170 - 190 |
| Gegratineerde aardappels van ongekookte aardappels | 1 | 180 - 200 | 50 - 60 | 1 | 170 - 190 |
| Strudel, diepvries | 1 | 190 - 210 | 35 - 45 | 1 | 180 - 200 |
| Pizza, diepvries | |||||
| Pizza met dunne bodem | 1 | 180 - 200 | 10 - 20 | 1 | 200 - 220 |
| 1 + 3 | 180 - 190 | 20 - 30 | - | - | |
| Pizza met dikke bodem | 1 | 180 - 200 | 20 - 30 | 1 | 180 - 200 |
| 1 + 3 | 180 - 190 | 25 - 35 | - | - | |
| Aardappelproducten | |||||
| Frites | 1 | 190 - 210 | 15 - 25 | 1 | 210 - 230 |
| 1 + 3 | 180 - 190 | 25 - 35 | - | - | |
| Kroketten | 1 | 180 - 200 | 15 - 25 | 1 | 200 - 220 |
| Rösti (gevulde aardappelflappen) | 1 | 180 - 200 | 15 - 25 | 1 | 200 - 220 |
| Brood en banket | |||||
| Afbakbroodjes/-stokbrood, voorgebakken | 1 | 180 - 200 | 5 - 15 | 1 | 180 - 200 |
| Broodjes/stokbrood, diepvries | 1 | 180 - 200 | 5 - 15 | 1 | 200 - 220 |
| Broodjes/stokbrood, voorgebakken, diepvries | 1 | 180 - 200 | 10 - 20 | 1 | 180 - 200 |
| Zoute krakelingen, diepvries | 1 | 180 - 190 | 15 - 20 | 1 | 170 - 190 |
| Groenteballetjes, diepvries | |||||
| Vissticks | 1 | 180 - 200 | 15 - 20 | 1 | 190 - 210 |
| Groenteburgers | 1 | 180 - 200 | 20 - 30 | 1 | 200 - 220 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 13)
* Oven voorverwarmen
Tips en trucs
Het gebak is te licht Controleer de inschuifhoogte.
Controleer of u een door ons aanbevolen bakvorm heeft gebruikt Plaats uw vorm op het rooster en niet op de bakplaat.
Zijn de inschuifhoogte en de bakvorm juist, houd dan een langere baktijd of hogere temperatuur aan.
| Het gebak is te donker | Controleer de inschuifhoogte. Is de inschuifhoogte correct, verkort dan de baktijd of verlaag de temperatuur. |
| Het gebak in de bakvorm is ongelijkmatig bruin geworden | Controleer de inschuifhoogte. Controleer de temperatuur. Let erop dat uw bakvorm niet direct voor de luchtuitlaat van de achterwand van de binnenruimte staat. Controleer of de bakvorm goed op het rooster staat |
| Het gebak op de bakplaat is ongelijkmatig bruin geworden | Controleer de inschuifhoogte. Controleer de temperatuur. Neem bij het bakken op meerdere niveaus de bakplaten op verschillende tijdstippen uit de oven. Let erop dat u bij het bakken van klein gebak gelijke groottes en diktes gebruikt |
| Het gebak is te droog | Stel de temperatuur wat hoger in en houd een wat kortere baktijd aan. |
Pagina 14
Het gebak is van binnen te vochtig
Stel de temperatuur wat lager in.
Let op: baktijden kunnen door hogere temperaturen niet korter worden (van buiten gaar, van binnen niet). Houd een langere baktijd aan en laat het deeg langer rijzen. Voeg minder vloeistof aan het deeg toe.
| Bij zeer vochtig gebak, bijv. vruchtentaart, ontstaat veel waterdamp in de binnenruimte, die op de apparaatdeur neerslaat | Door de apparaatdeur kort en voorzichtig te openen (1 tot 2 keer, bij een langere baktijd vaker) kunt u de waterdamp onttrekken aan de binnenruimte en de condens aanzienlijk verminderen. |
| Het gebak zakt in nadat u het uit de oven heeft genomen | Gebruik minder vloeistof voor het deeg. Houd een langere baktijd aan of stel de temperatuur wat lager in. |
| De opgegeven baktijd is niet juist | Controleer bij klein gebak de hoeveelheid op uw bakplaat. Klein gebak mag elkaar niet raken. |
| Diepvriesproduct is na het bakken niet overal gelijkmatig bruin geworden | Let erop of het diepvriesproduct misschien ongelijkmatig voorgebruind is. De ongelijke bruine kleur blijft na de baktijd behouden. |
| Diepvriesproduct is niet bruin, niet knapperig of de opgegeven tijd is niet juist | Verwijder voor het bakken het ijs van het diepvriesproduct. Gebruik geen sterk met ijs bedekte diepvriesproducten |
| Energie besparen | U dient alleen maar voor te verwarmen wanneer dit in de baktabel is aangegeven. Gebruik donkere bakvormen, omdat deze de hitte beter opnemen. Maak gebruik van het nawarmen en schakel bij een langere baktijd de oven 5 tot 10 minuten voor het einde van de baktijd uit. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 14)
Braden
In dit hoofdstuk vindt u informatie over
- braden in het algemeen
- open braden
- gesloten braden
- het braden van vlees, gevogelte en vis (braadtabel)
- Tips en trucs voor het braden
ã=Kans op letsel door gebruik van niet hittebestendige schalen!
Gebruik alleen braadvormen die speciaal voor de oven bestemd zijn.
Bij het braden met CircoTherm® hetelucht 3 inschuifhoogte 2 niet gebruiken. Dit heeft invloed op de luchtcirculatie, met als gevolg een slechter braadresultaat.
Open braden
Voor het open braden wordt een vorm zonder deksel gebruikt.
Keer het vlees bij het braden met boven- en onderwarmte om nadat ca. de helft of twee derde van de braadtijd verstreken is.
Bakken in de braadslede
Tijdens het braden in de braadslede ontstaat braadsap. Dit braadsap kunt u als basis voor een smakelijke saus gebruiken.
Blus het vleessap met heet water, bouillon, wijn of iets dergelijks. Breng het aan de kook, bind het met maïzena, maak het op smaak af en giet het zo nodig door een zeef.
Bij het braden in de braadslede kunt u ook bijgerechten (bijv. groenten) mee laten garen.
Bij kleinere stukken vlees kunt u in plaats van de braadslede een kleinere braadvorm gebruiken. Plaats deze direct op het rooster.
Braden in de braadslede met gebogen rooster
Leg het gebogen rooster in de braadslede en schuif deze samen in op dezelfde inschuifhoogte.
Doe voor vet vlees en gevogelte al naargelang de grootte en het soort vlees tot ¼ liter water in de braadslede.
Tijdens het braden verdampt de vloeistof in de braadvorm. Voeg zo nodig wat hete vloeistof toe.
Braden in de braadslede met braadplaat
De braadplaat gaat vervuiling in de binnenruimte tegen. Leg de braadplaat in de braadslede en plaats ze samen op dezelfde inschuifhoogte.
Afdruipend sap en braadvocht worden opgevangen in de braadslede.
Gesloten braden
Voor het gesloten braden wordt een braadvorm met deksel gebruikt. Gesloten braden is zeer geschikt voor stoofgerechten.
Leg het vlees in het braadgerei. Voeg er voor het braadsap water, wijn, azijn of iets dergelijks aan toe. Dek het braadgerei met de bijbehorende deksel af en plaats het in de binnenruimte.
Tijdens het braden verdampt de vloeistof in de braadvorm. Voeg zo nodig wat hete vloeistof toe.
Braadtabel
De braadtijd en temperatuur zijn afhankelijk van de grootte, de hoogte, de kwaliteit en het soort vlees.
In het algemeen geldt: Hoe groter het braadstuk, des te lager de temperatuur en des te langer de braadduur.
Bestrijk mager vlees naar wens met vet of leg er reepjes spek op.
De opgaven in de tabel zijn richtwaarden en gelden voor het braden zonder deksel. De waarden kunnen variëren, afhankelijk van het soort en de hoeveelheid vlees en de braadvorm.
Stel de eerste keer de laagste opgegeven temperatuur in. In principe levert de laagste temperatuur de meest gelijkmatige bruining op.
Laat het vlees na afloop van de braadtijd nog ca. 10 minuten rusten in de uitgeschakelde, gesloten binnenruimte. Bij de opgegeven braadtijd is de aanbevolen rusttijd niet inbegrepen.
De opgaven in de tabel gelden voor het inschuiven in de onverwarmde oven en voor vlees dat direct uit de koelkast komt.
Pagina 15
CircoTherm® Boven- en hetelucht 3 onderwarmte Vlees Inschuifho Temperatuu Braadtijd in Inschuifho Temperatuu ogte r in °C minuten ogte r in °C
| Gehakt van 500 g vlees | 1 | 170 - 180 | 60 - 70 | 2 | 200 - 210 |
| Varkensvlees | |||||
| Casselerrib | 1 | 160 - 170 | 70 - 80 | 2 | 190 - 210 |
| Filet, medium (400 g) | 1 | 170 - 180 | 30 - 45 | 3 | 200 - 230 |
| Braadstuk met zwoerd (1,5 kg) | 1 | 160 - 170 | 120 - 150 | 2 | 200 - 220 |
| Braadstuk met zwoerd (2,5 kg) | 1 | 160 - 170 | 150 - 180 | 2 | 190 - 210 |
| Braadstuk, doorregen, zonder zwoerd, bijv. nek (1,5 kg) | 1 | 160 - 170 | 100 - 130 | 2 | 190 - 210 |
| Braadstuk, doorregen, zonder zwoerd, bijv. nek (2,5 kg) | 1 | 160 - 170 | 120 - 150 | 2 | 180 - 200 |
| Braadstuk mager (1 kg) | 1 | 170 - 180 | 70 - 90 | 2 | 180 - 200 |
| Braadstuk mager (2 kg) | 1 | 170 - 180 | 80 - 100 | 2 | 180 - 200 |
| Rundvlees | |||||
| Filet, medium (1 kg) | 1 | 180 - 190 | 45 - 65 | 2 | 200 - 220 |
| Rosbief, rosé (1,5 kg) | 1 | 180 - 190 | 30 - 45 | 2 | 200 - 220 |
| Stoofvlees (1,5 kg)** | 1 | 170 - 180 | 120 - 150 | 2 | 200 - 220 |
| Stoofvlees (2,5 kg)** | 1 | 170 - 180 | 150 - 180 | 2 | 190 - 210 |
| Kalfsvlees | |||||
| Kalfsvlees/borst (1,5 kg) | 1 | 160 - 170 | 90 - 120 | 2 | 180 - 200 |
| Kalfsvlees/borst (2,5 kg) | 1 | 160 - 170 | 120 - 150 | 2 | 170 - 190 |
| Schenkel | 1 | 160 - 170 | 100 - 130 | 2 | 190 - 210 |
| Lamsvlees | |||||
| Bout zonder been | 1 | 180 - 190 | 70 - 110 | 2 | 200 - 220 |
| Rug met been | 1 | 180 - 190* | 40 - 50 | 2 | 200 - 220* |
| Rug zonder been | 1 | 180 - 190* | 30 - 40 | 2 | 200 - 220* |
| Gevogelte | |||||
| Kip, heel (1 kg) | 1 | 170 - 180 | 60 - 70 | 2 | 200 - 220 |
| Eend, heel (2 3 kg) | 1 | 150 - 160 | 90 - 120 | 2 | 190 - 210 |
| Gans, heel (3 4 kg) | 1 | 150 - 160 | 130 - 180 | 2*** | 180 - 200 |
| Wild | |||||
| Reevlees/bout zonder been (1,5 kg) | 1 | 160 - 170 | 90 - 120 | 2 | 190 - 210 |
| Wild zwijn (1,5 kg) | 1 | 160 - 170 | 120 - 140 | 2 | 190 - 210 |
| Hertenvlees (1,5 kg) | 1 | 160 - 170 | 100 - 120 | 2 | 190 - 210 |
| Konijn | 1 | 160 - 170 | 70 - 80 | 2 | 180 - 200 |
| Vis | |||||
| Vis, heel (300 g) | 1 | 160 - 170 | 30 - 40 | 2 | 180 - 200 |
| Vis, heel (700 g) | 1 | 160 - 170 | 40 - 50 | 2 | 180 - 200 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 15)
* Oven voorverwarmen
** Stoofvlees gesloten braden
*** bij een hoog gerecht inschuifhoogte 1 gebruiken
Tips en trucs
| Korst te dik en/of vlees te droog | Houd een lagere temperatuur of een kortere braadtijd aan. |
| Controleer de inschuifhoogte. | |
| Korst te dun | Verhoog de temperatuur of schakel na afloop van de braadtijd de grill even in. |
Pagina 16
| Het vlees is van binnen niet gaar | Neem de toebehoren die niet nodig zijn uit de binnenruimte. Houd langere braadtijden aan. Controleer met behulp van een vleesthermometer de kerntemperatuur van het vlees. |
| Waterdamp in de binnenruimte slaat neer op de apparaatdeur | Wanneer het apparaat aan is, verdwijnt de waterdamp geleidelijk. Bij zeer veel waterdamp kunt u kort en voorzichtig de apparaatdeur openen, zodat hij sneller verdwijnt. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 16)
Grillen
In dit hoofdstuk vindt u informatie over
- grillen in het algemeen
- thermogrillen 4
- vlakgrillen (Grill, groot en Grill, klein )
Attentie!
Beschadiging van keukenmeubels door het grillen bij open apparaatdeur: Aangrenzende meubels worden door grote hitte beschadigd. Laat de apparaatdeur dicht tijdens het grillen.
Aanwijzingen
- Gebruik om te grillen altijd het rooster en de braadslede.
- Leg het rooster in de braadslede en plaats beide op de inschuifhoogte die in de tabel wordt opgegeven
- Zet de gerechten van de grill altijd midden op het rooster.
- Let er bij het grillen van meerdere vleesstukken op dat het soort, de dikte en het gewicht van het vlees hetzelfde is.
Thermogrillen
De functie Thermogrillen 4 is zeer geschikt voor gevogelte of vlees (bijv. gebraden varkensvlees met zwoerd), dat knapperig gegrild moet worden.
Keer groot gevogelte na ca. de helft tot twee derde van de grilltijd om.
Steek bij eend en gans het vel onder de vleugels en bouten vast, zodat het vet er goed uit kan braden.
Bij thermogrillen op het rooster kan al naargelang het te grillen gerecht de binnenruimte sterker vervuild raken. Maak de binnenruimte na gebruik daarom altijd schoon, zodat het vuil niet inbrandt.
De gegevens in de tabel zijn richtwaarden, die gelden voor de geëmailleerde braadslede met rooster. De waarden kunnen al naargelang het soort en de hoeveelheid gerechten variëren.
Stel de eerste keer de laagste opgegeven temperatuur in. In principe levert de laagste temperatuur de meest gelijkmatige bruining op.
Laat de gerechten van de grill aan het einde nog ca.
10 minuten rusten in de uitgeschakelde, gesloten oven. Bij de opgegeven grilltijd is de aanbevolen rusttijd niet inbegrepen.
De opgaven gelden voor het inschuiven in de onverwarmde oven en voor vlees dat direct uit de koelkast komt.
| Gerechten van de grill | Inschuifhoogte | Temperatuur in °C | Grilltijd in minuten |
|---|---|---|---|
| Rosbief, medium (1,5 kg) | 2 | 220 - 240 | 40 - 50 |
| Lamsbout zonder been, medium | 2 | 170 - 190 | 120 - 150 |
| Varkensvlees | |||
| Gebraden varkensvlees met zwoerd | 2 | 170 - 190 | 140 - 160 |
| Varkensschenkel | 2 | 180 - 200 | 120 - 150 |
| Gevogelte (ongevuld) | |||
| Halve kippen (1 - 2 stuks) | 2 | 210 - 230 | 40 - 50 |
| Kip, heel (1 - 2 stuks) | 2 | 200 - 220 | 60 - 80 |
| Eend, heel (2 - 3 kg) | 2 | 180 - 200 | 90 - 120 |
| Eendenborst | 3 | 230 - 250 | 30 - 45 |
| Gans, heel (3 - 4 kg) | 1 | 150 - 170 | 130 - 160 |
| Ganzenborst | 2 | 160 - 180 | 80 - 100 |
| Ganzenbout | 2 | 180 - 200 | 50 - 80 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 16)
Vlakgrillen
Gebruik voor grote hoeveelheden platte gerechten de grill groot (Afbeelding A).
Gebruik voor kleine hoeveelheden platte gerechten de grill klein . Zet de gerechten midden op het rooster (Afbeelding B). Door het gebruik van de kleine vlakgrill spaart u energie.
Bestrijk de gerechten naar wens licht met olie.
Keer de gerechten van de grill na ca. de helft tot twee derde van de grilltijd om.
U kunt het grillresultaat beïnvloeden door het rooster of de positie van het rooster te veranderen:
Pagina 17
| Positie van het rooster | Gebruik |
|---|---|
| • | Het gebogen rooster met de verlaging naar beneden in de braadslede leggen: geschikt voor gegrilde gerechten die overwegend doorbakken moeten zijn |
| • | Het gebogen rooster met de verlaging naar boven in de braadslede leggen: geschikt voor gegrilde gerechten die overwegend saignant tot medium moeten zijn |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 17)
Tabel Grill, groot
De opgaven in de tabel zijn richtwaarden. De waarden kunnen al naargelang het soort en de hoeveelheid gerechten variëren. Ze gelden voor het inschuiven in de onverwarmde oven en voor vlees dat direct uit de koelkast komt.
Gerechten van de grill
Inschuif- Temperatuur Grilltijd in Aanwijzingen hoogte in °C minuten
| Toast met bedekking 3 | 220 | 10 - 15 | De inschuifhoogte is afhankelijk van de hoogte van het beleg |
| Groente 4 | 15 - 20 | ||
| Worsten 4 | 250 | 10 - 14 | Licht insnijden |
| Varkensvlees | |||
| Filetsteaks, medium (3 cm dik) 4 | 12 - 15 | Via de positie van het rooster kan het bereidingsresultaat naar wens beïnvloed worden | |
| Steak, doorbakken (2 cm dik) 4 | 15 - 20 | ||
| Rundvlees | |||
| Filetsteaks (3 - 4 cm dik) 4 | 15 - 20 | Met het oog op het gewenste resultaat kunnen grilltijden verkort of verlengd worden. | |
| Tournedos 4 | 12 - 15 | ||
| Lamsvlees | |||
| Filets 4 | 8 - 12 | Met het oog op het gewenste resultaat kunnen grilltijden verkort of verlengd worden. | |
| Koteletten 4 | 10 - 15 | ||
| Gevogelte | |||
| Kippenbouten 3 | 250 | 25 - 30 | Door gaatjes te prikken in het vel kan de vorming van belletjes bij het grillen voorkomen worden |
| Kleine stukken kip 3 | 250 | 25 - 30 | |
| Vis | |||
| Steaks 4 | 220 | 15 - 20 | De stukken moeten even dik zijn |
| Koteletten 4 | 220 | 15 - 20 | |
| Hele vis 3 | 220 | 20 - 25 | |
| Tabel Grill, klein | |||
| De opgaven in de tabel zijn richtwaarden. De waarden kunnen al naargelang het soort en de hoeveelheid gerechten variëren. | Ze gelden voor het inschuiven in de onverwarmde oven en voor vlees dat direct uit de koelkast komt. | ||
| Gerechten van de grill Inschuif- Temperatuur Grilltijd in hoogte in °C minuten | Aanwijzingen | ||
| Toast met bedekking 3 | 220 | 12 - 18 | De inschuifhoogte is afhankelijk van de hoogte van het beleg |
| Groente 4 | 15 - 20 | ||
| Worsten 4 | 250 | 12 - 16 | Licht insnijden |
| Gevogelte | |||
| Kippenbouten 3 | 250 | 35 - 45 | Door gaatjes te prikken in het vel kan de vorming van belletjes bij het grillen voorkomen worden |
| Kleine stukken kip 3 | 250 | 30 - 40 | |
| Vis | |||
| Steaks 4 | 230 | 15 - 20 | De stukken moeten even dik zijn |
| Koteletten 4 | 230 | 15 - 20 | |
| Hele vis 3 | 230 | 20 - 25 | |
Pagina 18
Bereiden met stoom
De stoomstand kan alleen samen met het mega systeemstoomapparaat (als extra accessoire in de vakhandel verkrijgbaar) worden gebruikt.
Schakel de stoomstand alleen in wanneer de binnenruimte volledig is afgekoeld (kamertemperatuur).
Wanneer na het inschakelen van de stoomstand op het temperatuurdisplay afwisselend en verschijnen, is de binnenruimte nog niet volledig afgekoeld.
Wacht tot de binnenruimte afgekoeld is en schakel de stoomstand opnieuw in. Het stoomproces wordt automatisch geregeld.
Aanwijzingen
- Gebruik voor de bereiding met stoom alleen de stoomstand.
- Gebruik voor de bereiding met stoom alleen het mega systeem-stoomapparaat.
- Gebruik de stoomstand niet samen met de klokvoorkeuzefunctie.
- Verdere nuttige aanwijzingen vindt u in de gebruiksaanwijzing bij het mega systeem-stoomapparaat.
Deegrijsstand
In dit hoofdstuk vindt u informatie
- over de deegrijsstand
- over de bereiding van gistdeeg en yoghurt
Schakel de deegrijsstand alleen in wanneer de binnenruimte volledig is afgekoeld (kamertemperatuur).
Wanneer na het inschakelen van de deegrijsstand op het temperatuurdisplay afwisselend of en verschijnen, is de binnenruimte niet volledig afgekoeld.
Wacht tot de binnenruimte afgekoeld is en schakel de deegrijsstand opnieuw in.
Gebruik de functie Deegrijsstand niet samen met de klokvoorkeuzefunctie
Gistdeeg
Attentie!
- Schade aan het oppervlak van het email als gevolg van het gieten van koud water in de hete binnenruimte. Giet geen koud water in de hete binnenruimte.
- Schade aan het oppervlak van de binnenruimte door gedistilleerd water. Gebruik alleen leidingwater.
- 1. 200 ml water in de bak van de binnenruimte gieten.
- 2. Schaal in het midden van het rooster plaatsen en op inschuifhoogte 1 inschuiven.
- 3. Apparaatdeur sluiten en de deegrijsstand inschakelen. Het gaarproces wordt automatisch geregeld. De temperatuur is vast ingesteld.
- 4. Verwijder na de bereiding het restwater uit de binnenruimte.
- 5. Kalkresten met wat azijn oplossen en met helder water afnemen.
De opgaven in de tabel zijn richtwaarden.
Informatie voor verdere verwerking, verdere instructies en recepten vindt u in het bijbehorende kookboek.
| Gistdeeg | Hoeveelheid meel in grammen | Rijstijd in minuten |
|---|---|---|
| Licht deeg (bijv. pizzadeeg, broodvlecht) | 300 - 500 | 25 - 30 |
| 750 | 30 - 35 | |
| Zwaar, vetvrij deeg (bijv. kerststol, Panettone) | 500 | 40 - 60 |
| 750 | 60 - 80 | |
| Licht brooddeeg | 1000 | 30 - 40 |
| Zwaar brooddeeg | 1000 | 50 - 70 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 18)
Yoghurt
- 1. Toebehoren en inhangroosters, telescooprails of afzonderlijke insteeksystemen verwijderen.
- 2. 1 liter gesteriliseerde melk (3,5 % vet) of gepasteuriseerde melk tot 40 °C opwarmen of
1 liter gepasteuriseerde melk één keer opkoken en tot 40 °C laten afkoelen.
- 3. 150 g yoghurt bij de warme melk doen, er doorheen roeren en hier gelijkmatig potjes of kommen mee vullen. Niet meer dan 200 ml per potje/kom.
- 4. De potjes of kommen met een passend deksel of plasticfolie afdekken.
- 5. De vormen op gelijkmatige afstanden verdeeld over de hele bodem van de binnenruimte plaatsen.
- 6. Apparaatdeur sluiten en de deegrijsstand inschakelen. Het gaarproces wordt automatisch geregeld. De temperatuur is vast ingesteld.
- 7. Na 8 uur de deegrijsstand uitschakelen en de yoghurt minstens 15 uur in de koelkast laten staan.
Langzaam garen
In dit hoofdstuk vindt u informatie
- over langzaam garen
- over tips en trucs
Met Langzaam garen wordt het gerecht bij een zeer lage temperatuur bereid, daarom wordt het ook wel 'garen bij een lage temperatuur' genoemd.
Het langzaam garen is ideaal voor alle zachte delen van bijv. rund, kalf, varken, lam en gevogelte die medium/rosé of “à point“ (half doorbakken) moeten worden. Het vlees blijft zeer sappig, mals en zacht.
Pagina 19
Het gebruik van Langzaam garen
Aanwijzingen
- Gebruik uitsluitend vers en hygiënisch perfect vlees
- Na het langzaam garen ziet het vlees er van binnen altijd roze uit. Dit is geen teken van een te korte bereidingstijd
- Gebruik uitsluitend vlees zonder been
- Gebruik geen ontdooid vlees
- U kunt ook gekruid of gemarineerd vlees gebruiken
- Gebruik voor het langzaam garen altijd inschuifhoogte 1
- Dek het vlees tijdens het garen in de binnenruimte niet af
- Keer het vlees tijdens het langzaam garen niet
- De grootte, dikte en soort van de stukken vlees zijn bepalend voor de tijden van het aanbraden en langzaam garen.
- De kwaliteit van het materiaal van de slede en de stand van de kookzone kunnen de aanbraadtijd beïnvloeden
- Gebruik de functie Langzaam garen niet samen met de klokfunctie voorkeuzefunctie
Schakel de functie stoomstand alleen in wanneer de binnenruimte volledig is afgekoeld (kamertemperatuur). Wanneer na het inschakelen van de functie Langzaam garen op het temperatuurdisplay afwisselend of en verschijnen, is de binnenruimte niet volledig afgekoeld . Wacht totdat de binnenruimte volledig is afgekoeld en schakel de functie Langzaam garen opnieuw in.
- 1. Glazen of porseleinen bord op een rooster op inschuifhoogte 1 inschuiven om het voor te verwarmen.
- 2. De functie Langzaam garen inschakelen.
Tijdens de opwarmfase (15 - 20 minuten) verschijnt op het temperatuurdisplay.
- 3. Vet en zenen uit het vlees verwijderen.
- 4. Vlees van alle kanten goed aanbraden, zodat er zich een korst vormt met braadaroma's.
- 5. Wanneer er een signaal klinkt en op het temperatuurdisplay “In werking" verschijnt, het product op het glazen of porseleinen bord in de binnenruimte leggen.
- 6. Gerecht na afloop van de gaartijd uit de oven nemen en de oven uitschakelen.
Aanwijzing: Langzaam gegaard vlees heeft geen rusttijd nodig en kan probleemloos bij lage temperaturen worden warm gehouden.
Langzaam garen tabel
De opgaven in de tabel zijn richtwaarden. De aanbraadduur heeft betrekking tot het aanbraden in een hete pan met vet. Leg de eendenborst koud in de pan en braad eerst de huidzijde aan. Na het langzaam garen met de grill op inschuifhoogte 3 bij 250 °C gedurende 3 - 5 minuten knapperig afbakken.
Informatie voor verdere verwerking, verdere instructies en recepten vindt u in het bijbehorende kookboek.
Aanbraden Langzaam in minuten garen in minuten
| Varkensvlees | |||
|---|---|---|---|
| Filet, heel (ca. 500 g) | 5 - 6 | 100 - 120 | |
| Rugstuk (ca. 1 kg, 4 - 5 cm dik) | 5 - 6 | 120 - 150 | |
| Medaillons (5 cm dik) | 3 - 4 | 45 - 60 | |
| Rugsteaks (2 - 3 cm dik) | 2 - 3 | 30 - 45 | |
| Rundvlees | |||
| Filet, heel (1,5 kg) | 6 - 7 | 160 - 200 | |
| Rosbief (ca. 1,5 kg, 5 - 6 cm dik) | 6 - 7 | 180 - 210 | |
| Heupstuk (6 - 7 cm dik) | 6 - 7 | 240 - 300 | |
| Medaillons (5 cm dik) | 3 - 4 | 60 - 80 | |
| Rumpsteak (3 cm dik) | 3 - 4 | 50 - 70 | |
| Heupstuk (3 cm dik) | 3 - 4 | 50 - 70 | |
| Kalfsvlees | |||
| Filet, heel (ca. 800 g) | 4 - 5 | 150 - 180 | |
| Fricandeau (ca. 2 kg, 8 - 9 cm dik) | 6 - 7 | 360 - 420 | |
| Heupstuk (ca. 1,5 kg, 4 - 5 cm dik) | 6 - 7 | 240 - 300 | |
| Medaillons (4 cm dik) | 3 - 4 | 70 - 90 | |
| Lamsvlees | |||
| Rug zonder been (ca. 200 g) | 2 - 3 | 30 - 40 | |
| Lamsbout zonder been, gebonden (ca. 1 kg) | 6 - 7 | 240 - 300 | |
| Gevogelte | |||
| Kippenborst (150 - 200 g)* | 4 - 5 | 90 - 120 | |
| Eendenborst (300 - 400 g)** | 10 - 12** | 70 - 90** | |
| Kalkoenborst (1 kg)* | 4 - 5 | 150 - 180 | |
| Kalkoensteaks (2 - 3 cm)* | 3 - 4 | 40 - 60 | |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 19)
* doorgegaard
** Instructies aanhouden
Tips en trucs
Langzaam gegaard vlees koelt te snel af Langzaam gegaard vlees warmhouden
Op voorverwarmde borden met zeer hete saus serveren
Schakel de functie Boven- en onderwarmte in en zet de temperatuur op 60 °C. Kleine stukken vlees kunnen maximaal 45 minuten en grote maximaal 2 uur worden warm gehouden
Ontdooien
In dit hoofdstuk leest u
- hoe u ontdooit met CircoTherm® hetelucht 3
- hoe u de functie Ontdooistand gebruikt
Ontdooien met CircoTherm® hetelucht
Gebruik voor het ontdooien en garen van diepvriesproducten CircoTherm® hetelucht 3.
19