Neff B15M74C1, tekst van de handleiding
Pagina's 12–21 van 24 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
Pagina 12
Braden
In dit hoofdstuk vindt u informatie over
- braden in het algemeen
- open braden
- gesloten braden
- het braden van vlees, gevogelte en vis (braadtabel)
- Tips en trucs voor het braden
ã=Kans op letsel door gebruik van niet hittebestendige schalen!
Gebruik alleen braadvormen die speciaal voor de oven bestemd zijn.
Bij het braden met CircoTherm® hetelucht 3 inschuifhoogte 2 niet gebruiken. Dit heeft invloed op de luchtcirculatie, met als gevolg een slechter braadresultaat.
Open braden
Voor het open braden wordt een vorm zonder deksel gebruikt.
Keer het vlees bij het braden met boven- en onderwarmte om nadat ca. de helft of twee derde van de braadtijd verstreken is.
Bakken in de braadslede
Tijdens het braden in de braadslede ontstaat braadsap. Dit braadsap kunt u als basis voor een smakelijke saus gebruiken.
Blus het vleessap met heet water, bouillon, wijn of iets dergelijks. Breng het aan de kook, bind het met maïzena, maak het op smaak af en giet het zo nodig door een zeef.
Bij het braden in de braadslede kunt u ook bijgerechten (bijv. groenten) mee laten garen.
Bij kleinere stukken vlees kunt u in plaats van de braadslede een kleinere braadvorm gebruiken. Plaats deze direct op het rooster.
Braden in de braadslede met gebogen rooster
Leg het gebogen rooster in de braadslede en schuif deze samen in op dezelfde inschuifhoogte.
Doe voor vet vlees en gevogelte al naargelang de grootte en het soort vlees tot ¼ liter water in de braadslede.
Tijdens het braden verdampt de vloeistof in de braadvorm. Voeg zo nodig wat hete vloeistof toe.
Braden in de braadslede met braadplaat
De braadplaat gaat vervuiling in de binnenruimte tegen. Leg de braadplaat in de braadslede en plaats ze samen op dezelfde inschuifhoogte.
Afdruipend sap en braadvocht worden opgevangen in de braadslede.
Gesloten braden
Voor het gesloten braden wordt een braadvorm met deksel gebruikt. Gesloten braden is zeer geschikt voor stoofgerechten.
Leg het vlees in het braadgerei. Voeg er voor het braadsap water, wijn, azijn of iets dergelijks aan toe. Dek het braadgerei met de bijbehorende deksel af en plaats het in de binnenruimte.
Tijdens het braden verdampt de vloeistof in de braadvorm. Voeg zo nodig wat hete vloeistof toe.
Braadtabel
De braadtijd en temperatuur zijn afhankelijk van de grootte, de hoogte, de kwaliteit en het soort vlees.
In het algemeen geldt: Hoe groter het braadstuk, des te lager de temperatuur en des te langer de braadduur.
Bestrijk mager vlees naar wens met vet of leg er reepjes spek op.
De opgaven in de tabel zijn richtwaarden en gelden voor het braden zonder deksel. De waarden kunnen variëren, afhankelijk van het soort en de hoeveelheid vlees en de braadvorm.
Stel de eerste keer de laagste opgegeven temperatuur in. In principe levert de laagste temperatuur de meest gelijkmatige bruining op.
Laat het vlees na afloop van de braadtijd nog ca. 10 minuten rusten in de uitgeschakelde, gesloten binnenruimte. Bij de opgegeven braadtijd is de aanbevolen rusttijd niet inbegrepen.
De opgaven in de tabel gelden voor het inschuiven in de onverwarmde oven en voor vlees dat direct uit de koelkast komt.
CircoTherm® Boven- en
| Vlees | hetelucht 3 Inschuifho Temperatuu ogte r in °C | Braadtijd in minuten | onderwarmte Inschuifho Temperatuu ogte r in °C |
|---|---|---|---|
| Gehakt van 500 g vlees | 1 170 - 180 | 60 - 70 | 2 200 - 210 |
| Varkensvlees | |||
| Casselerrib | 1 160 - 170 | 70 - 80 | 2 190 - 210 |
| Filet, medium (400 g) | 1 170 - 180 | 30 - 45 | 3 200 - 230 |
| Braadstuk met zwoerd (1,5 kg) | 1 160 - 170 | 120 - 150 | 2 200 - 220 |
| Braadstuk met zwoerd (2,5 kg) | 1 160 - 170 | 150 - 180 | 2 190 - 210 |
| Braadstuk, doorregen, zonder zwoerd, bijv. nek (1,5 kg) | 1 160 - 170 | 100 - 130 | 2 190 - 210 |
| Braadstuk, doorregen, zonder zwoerd, bijv. nek (2,5 kg) | 1 160 - 170 | 120 - 150 | 2 180 - 200 |
| Braadstuk mager (1 kg) | 1 170 - 180 | 70 - 90 | 2 180 - 200 |
| Braadstuk mager (2 kg) | 1 170 - 180 | 80 - 100 | 2 180 - 200 |
| Rundvlees | |||
| Filet, medium (1 kg) | 1 180 - 190 | 45 - 65 | 2 200 - 220 |
| Rosbief, rosé (1,5 kg) | 1 180 - 190 | 30 - 45 | 2 200 - 220 |
| Stoofvlees (1,5 kg)** | 1 170 - 180 | 120 - 150 | 2 200 - 220 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 12)
* Oven voorverwarmen
** Stoofvlees gesloten braden
*** bij een hoog gerecht inschuifhoogte 1 gebruiken
Pagina 13
CircoTherm® Boven- en hetelucht 3 onderwarmte Vlees Inschuifho Temperatuu Braadtijd in Inschuifho Temperatuu ogte r in °C minuten ogte r in °C
| Stoofvlees (2,5 kg)** | 1 | 170 - 180 | 150 - 180 | 2 | 190 - 210 |
|---|---|---|---|---|---|
| Kalfsvlees | |||||
| Kalfsvlees/borst (1,5 kg) | 1 | 160 - 170 | 90 - 120 | 2 | 180 - 200 |
| Kalfsvlees/borst (2,5 kg) | 1 | 160 - 170 | 120 - 150 | 2 | 170 - 190 |
| Schenkel | 1 | 160 - 170 | 100 - 130 | 2 | 190 - 210 |
| Lamsvlees | |||||
| Bout zonder been | 1 | 180 - 190 | 70 - 110 | 2 | 200 - 220 |
| Rug met been | 1 | 180 - 190* | 40 - 50 | 2 | 200 - 220* |
| Rug zonder been | 1 | 180 - 190* | 30 - 40 | 2 | 200 - 220* |
| Gevogelte | |||||
| Kip, heel (1 kg) | 1 | 170 - 180 | 60 - 70 | 2 | 200 - 220 |
| Eend, heel (2 3 kg) | 1 | 150 - 160 | 90 - 120 | 2 | 190 - 210 |
| Gans, heel (3 4 kg) | 1 | 150 - 160 | 130 - 180 | 2*** | 180 - 200 |
| Wild | |||||
| Reevlees/bout zonder been (1,5 kg) | 1 | 160 - 170 | 90 - 120 | 2 | 190 - 210 |
| Wild zwijn (1,5 kg) | 1 | 160 - 170 | 120 - 140 | 2 | 190 - 210 |
| Hertenvlees (1,5 kg) | 1 | 160 - 170 | 100 - 120 | 2 | 190 - 210 |
| Konijn | 1 | 160 - 170 | 70 - 80 | 2 | 180 - 200 |
| Vis | |||||
| Vis, heel (300 g) | 1 | 160 - 170 | 30 - 40 | 2 | 180 - 200 |
| Vis, heel (700 g) | 1 | 160 - 170 | 40 - 50 | 2 | 180 - 200 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 13)
* Oven voorverwarmen
** Stoofvlees gesloten braden
*** bij een hoog gerecht inschuifhoogte 1 gebruiken
Tips en trucs
Korst te dik en/of vlees te droog Houd een lagere temperatuur of een kortere braadtijd aan.
Controleer de inschuifhoogte.
| Korst te dun | Verhoog de temperatuur of schakel na afloop van de braadtijd de grill even in. |
| Het vlees is van binnen niet gaar | Neem de toebehoren die niet nodig zijn uit de binnenruimte. Houd langere braadtijden aan. Controleer met behulp van een vleesthermometer de kerntemperatuur van het vlees. |
| Waterdamp in de binnenruimte slaat neer op de apparaatdeur | Wanneer het apparaat aan is, verdwijnt de waterdamp geleidelijk. Bij zeer veel waterdamp kunt u kort en voorzichtig de apparaatdeur openen, zodat hij sneller verdwijnt. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 13)
Grillen
In dit hoofdstuk vindt u informatie over
- grillen in het algemeen
- thermogrillen 4
- vlakgrillen (Grill, groot en Grill, klein )
Attentie!
Beschadiging van keukenmeubels door het grillen bij open apparaatdeur: Aangrenzende meubels worden door grote hitte beschadigd. Laat de apparaatdeur dicht tijdens het grillen.
Aanwijzingen
- Gebruik om te grillen altijd het rooster en de braadslede.
- Leg het rooster in de braadslede en plaats beide op de inschuifhoogte die in de tabel wordt opgegeven
- Zet de gerechten van de grill altijd midden op het rooster.
- Let er bij het grillen van meerdere vleesstukken op dat het soort, de dikte en het gewicht van het vlees hetzelfde is.
Pagina 14
Thermogrillen
De functie Thermogrillen 4 is zeer geschikt voor gevogelte of vlees (bijv. gebraden varkensvlees met zwoerd), dat knapperig gegrild moet worden.
Keer groot gevogelte na ca. de helft tot twee derde van de grilltijd om.
Steek bij eend en gans het vel onder de vleugels en bouten vast, zodat het vet er goed uit kan braden.
Bij thermogrillen op het rooster kan al naargelang het te grillen gerecht de binnenruimte sterker vervuild raken. Maak de binnenruimte na gebruik daarom altijd schoon, zodat het vuil niet inbrandt.
De gegevens in de tabel zijn richtwaarden, die gelden voor de geëmailleerde braadslede met rooster. De waarden kunnen al naargelang het soort en de hoeveelheid gerechten variëren.
Stel de eerste keer de laagste opgegeven temperatuur in. In principe levert de laagste temperatuur de meest gelijkmatige bruining op.
Laat de gerechten van de grill aan het einde nog ca.
10 minuten rusten in de uitgeschakelde, gesloten oven. Bij de opgegeven grilltijd is de aanbevolen rusttijd niet inbegrepen.
De opgaven gelden voor het inschuiven in de onverwarmde oven en voor vlees dat direct uit de koelkast komt.
| Gerechten van de grill | Inschuifhoogte | Temperatuur in °C | Grilltijd in minuten |
|---|---|---|---|
| Rosbief, medium (1,5 kg) | 2 | 220 - 240 | 40 - 50 |
| Lamsbout zonder been, medium | 2 | 170 - 190 | 120 - 150 |
| Varkensvlees | |||
| Gebraden varkensvlees met zwoerd | 2 | 170 - 190 | 140 - 160 |
| Varkensschenkel | 2 | 180 - 200 | 120 - 150 |
| Gevogelte (ongevuld) | |||
| Halve kippen (1 - 2 stuks) | 2 | 210 - 230 | 40 - 50 |
| Kip, heel (1 - 2 stuks) | 2 | 200 - 220 | 60 - 80 |
| Eend, heel (2 - 3 kg) | 2 | 180 - 200 | 90 - 120 |
| Eendenborst | 3 | 230 - 250 | 30 - 45 |
| Gans, heel (3 - 4 kg) | 1 | 150 - 170 | 130 - 160 |
| Ganzenborst | 2 | 160 - 180 | 80 - 100 |
| Ganzenbout | 2 | 180 - 200 | 50 - 80 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 14)
Vlakgrillen
Gebruik voor grote hoeveelheden platte gerechten de grill groot (Afbeelding A).
Gebruik voor kleine hoeveelheden platte gerechten de grill klein . Zet de gerechten midden op het rooster (Afbeelding B). Door het gebruik van de kleine vlakgrill spaart u energie.
( )
U kunt het grillresultaat beïnvloeden door het rooster of de positie van het rooster te veranderen:
Positie van Gebruik het rooster
- Het gebogen rooster met de verlaging naar beneden in de braadslede leggen: geschikt voor gegrilde gerechten die overwegend doorbakken moeten zijn
- Het gebogen rooster met de verlaging naar boven in de braadslede leggen: geschikt voor gegrilde gerechten die overwegend saignant tot medium moeten zijn
Tabel Grill, groot
Bestrijk de gerechten naar wens licht met olie.
Keer de gerechten van de grill na ca. de helft tot twee derde van de grilltijd om.
De opgaven in de tabel zijn richtwaarden. De waarden kunnen al naargelang het soort en de hoeveelheid gerechten variëren. Ze gelden voor het inschuiven in de onverwarmde oven en voor vlees dat direct uit de koelkast komt.
| Gerechten van de grill | Inschuifhoogte | Temperatuur in °C | Grilltijd in minuten | Aanwijzingen |
|---|---|---|---|---|
| Toast met bedekking | 3 | 220 | 10 - 15 | De inschuifhoogte is afhankelijk van de hoogte van het beleg |
| Groente | 4 | 270 | 15 - 20 | |
| Worsten | 4 | 250 | 10 - 14 | Licht insnijden |
| Varkensvlees | ||||
| Filetsteaks, medium (3 cm dik) | 4 | 270 | 12 - 15 | Via de positie van het rooster kan het bereidingsresultaat naar wens beïnvloed worden |
| Steak, doorbakken (2 cm dik) | 4 | 270 | 15 - 20 | |
| Rundvlees | ||||
| Filetsteaks (3 - 4 cm dik) | 4 | 270 | 15 - 20 | Met het oog op het gewenste resultaat kunnen grilltijden verkort of verlengd worden. |
| Tournedos | 4 | 270 | 12 - 15 | |
| Lamsvlees | ||||
| Filets | 4 | 270 | 8 - 12 | Met het oog op het gewenste resultaat kunnen |
| Koteletten | 4 | 270 | 10 - 15 | grilltijden verkort of verlengd worden. |
Pagina 15
Gerechten van de grill Inschuif- Temperatuur Grilltijd in Aanwijzingen hoogte in °C minuten
| Gevogelte | |
|---|---|
| Kippenbouten 3 250 25 - 30 | Door gaatjes te prikken in het vel kan de vorming van belletjes bij het grillen voorkomen worden |
| Kleine stukken kip 3 250 25 - 30 | |
| Vis | |
| Steaks 4 220 15 - 20 | De stukken moeten even dik zijn |
| Koteletten 4 220 15 - 20 | |
| Hele vis 3 220 20 - 25 Tabel Grill, klein | |
| De opgaven in de tabel zijn richtwaarden. De waarden kunnen Ze gelden voor het inschuiven in de onverwarmde oven en voor al naargelang het soort en de hoeveelheid gerechten variëren. vlees dat direct uit de koelkast komt. | |
| Gerechten van de grill Inschuif- Temperatuur Grilltijd in hoogte in °C minuten | Aanwijzingen |
| Toast met bedekking 3 220 12 - 18 | De inschuifhoogte is afhankelijk van de hoogte van het beleg |
| Groente 4 270 15 - 20 | |
| Worsten 4 250 12 - 16 | Licht insnijden |
| Gevogelte | |
| Kippenbouten 3 250 35 - 4535 - 45 | Door gaatjes te prikken in het vel kan de vorming van belletjes bij het grillen voorkomen worden |
| Kleine stukken kip 3 250 30 - 40 | |
| Vis | |
| Steaks 4 230 15 - 20 | De stukken moeten even dik zijn |
| Koteletten 4 230 15 - 20 | |
| Hele vis 3 230 20 - 25 | |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 15)
Ontdooien
In dit hoofdstuk leest u
- hoe u ontdooit met CircoTherm® hetelucht 3
- hoe u de functie Ontdooistand gebruikt
Ontdooien met CircoTherm® hetelucht
Gebruik voor het ontdooien en garen van diepvriesproducten CircoTherm® hetelucht 3.
Aanwijzingen
- Ontdooide diepvriesproducten (vooral vlees) hebben kortere bereidingstijden nodig dan verse producten
- De bereidingstijd van diepvriesvlees wordt verlengd met de tijd die nodig is voor het ontdooien
- Diepvriesgevogelte dient u voor de bereiding altijd te ontdooien om de ingewanden te kunnen verwijderen
- Maak diepvriesvis op dezelfde temperatuur klaar als verse vis
- U kunt kant-en-klare diepvriesgroente in aluminiumschalen in grotere hoeveelheden gelijktijdig in de binnenruimte plaatsen
- Gebruik bij het ontdooien op één niveau inschuifhoogte 1 en op twee niveaus inschuifhoogte 1 + 3
- Houd u bij diepvrieslevensmiddelen aan de aanwijzingen van de fabrikant
| Diepvriesgerecht | Temperatuur in °C | Ontdooitijd in minuten |
|---|---|---|
| Rauwe diepvriesproducten/ diepvrieslevensmiddelen | 50 | 30 - 90 |
| Brood/broodjes (750 - 1500 g) | 50 | 30 - 60 |
| Droog diepvriesplaatgebak | 60 | 45 - 60 |
| Vochtig diepvriesplaatgebak | 50 | 50 - 70 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 15)
Ontdooistand
Met de functie Ontdooistand kunt u bijzonder goed gevoelig gebak (bijv. slagroomtaart) ontdooien.
- 1. De functie Ontdooistand inschakelen.
- 2. Diepvriesproduct afhankelijk van de soort en grootte 25 45 minuten ontdooien.
- 3. Diepvriesproduct uit de binnenruimte nemen en 30 - 45 minuten laten rusten.
Bij kleine hoeveelheden (stukjes) wordt de ontdooitijd 15 20 minuten en de rusttijd 10 15 minuten korter.
Pagina 16
Inmaken
ã=Risico van letsel!
Inmaakpotten van levensmiddelen die op een verkeerde manier zijn ingemaakt kunnen barsten. Neem de volgende aanwijzingen in acht:
- Fruit en groente moeten vers zijn en in onberispelijke staat verkeren.
- Gebruik alleen schone en onbeschadigde inmaakpotten
- De inmaakpotten mogen elkaar niet raken wanneer ze in de binnenruimte staan
In de binnenruimte kunt u de inhoud van maximaal zes inmaakpotten van ½, 1 of 1½ liter tegelijkertijd met CircoTherm® hetelucht 3 inmaken.
Aanwijzingen
- Gebruik tijdens één inmaakproces alleen inmaakpotten van dezelfde grootte en met dezelfde levensmiddelen.
- Let op de hygiëne bij het voorbereiden en afsluiten van de inmaakpotten.
- Gebruik alle hittebestendige rubberringen.
- U kunt de volgende levensmiddelen met uw apparaat inmaken: de inhoud van blik, vlees, vis of pasteien.
Fruit voorbereiden
- 1. Het fruit wassen en afhankelijk van de soort schillen, ontpitten en kleinsnijden.
- 2. De inmaakpotten tot ca. 2 cm onder de rand vullen met het fruit.
- 3. Inmaakpotten met een hete, afgeschuimde suikeroplossing vullen (ca. liter voor een literpot).
Op één liter water:
- ca. 250 g suiker bij zoet fruit
- ca. 500 g suiker bij zurig fruit
Groente voorbereiden
- 1. Groente wassen en afhankelijk van de soort schoonmaken en kleinsnijden.
- 2. De inmaakpotten tot ca. 2 cm onder de rand vullen met de groente.
- 3. De inmaakpotten direct vullen met heet water dat eerst gekookt is.
Inmaakpotten afsluiten
- 1. De randen van de inmaakpotten met een schone, vochtige doek afnemen.
- 2. Rubberring en deksel er nat op plaatsen en de potten met een klem afsluiten.
Inmaken starten
- 1. Braadslede op inschuifhoogte 1 inschuiven.
- 2. Inmaakpotten in een driehoek opstellen, zonder dat ze elkaar raken.
- 3. ½ liter heet water (ca. 80 °C) in de braadslede gieten.
- 4. CircoTherm® hetelucht 3 met 160 °C instellen.
- Inmaakpotten met ½ of 1 liter borrelen na ca. 50 minuten
- Inmaakpotten met 1½ liter borrelen na ca. 60 minuten
Inmaken beëindigen
Bij fruit, augurken en tomatenpuree:
- 1. Apparaat uitschakelen zodra alle inmaakpotten borrelen.
- 2. Inmaakpotten nog een paar minuten in de gesloten binnenruimte laten staan.
- Frambozen, aardbeien, kersen of augurken: ca. 5 - 10 minuten
- Ander fruit: ca. 10 - 15 minuten
- Tomatenpuree of appelmoes: ca. 15 - 20 minuten
Bij groente:
- 1. Temperatuur tot 100 °C verlagen, zodra alle inmaakpotten borrelen. Inmaakpotten ca. 60 minuten in de gesloten binnenruimte verder laten borrelen.
- 2. Apparaat uitschakelen.
- 3. Inmaakpotten nog ca. 15 - 30 minuten in de gesloten binnenruimte laten staan.
Inmaakpotten verwijderen
- 1. Inmaakpotten op een schone doek plaatsen, afdekken en beschermen tegen tocht.
- 2. Klemmen pas verwijderen wanneer de potten koud zijn.
Reiniging en onderhoud
In dit hoofdstuk vindt u informatie over
- reiniging en onderhoud van uw apparaat
- schoonmaakmiddelen en -hulpen
- zelfreinigende oppervlakken in de binnenruimte
- reinigingshulp EasyClean®
ã=Risico van kortsluiting!
Gebruik geen hogedrukreiniger of stoomstraalapparaat om uw apparaat schoon te maken.
Attentie!
Schade aan het oppervlak door verkeerde reiniging: Gebruik geen
- scherpe of schurende schoonmaakmiddelen
- alcoholhoudende schoonmaakmiddelen
- schurende reinigingshulpen zoals staalwol of schuursponzen.
Houd u aan de opgaven in de tabellen.
Aanwijzing: Via de klantenservice kunt u bijzonder aanbevelenswaardige schoonmaak- en onderhoudsmiddelen betrekken. Neem de betreffende aanwijzingen van de fabrikant in acht.
Pagina 17
Het apparaat van buiten reinigen
| Apparaatonderdeel/oppervlak | Reinigingsmiddel/hulp |
|---|---|
| Roestvrijstalen oppervlakken | In de handel gebruikelijk schoonmaakmiddel met een zachte, vochtige doek of zeem opbrengen; met een zachte doek nadrogen. Gebruik bij sterke vervuiling een reinigingsmiddel voor gematteerd roestvrij staal. |
| Gelakte oppervlakken | In de handel gebruikelijk schoonmaakmiddel met een zachte, vochtige doek of zeem opbrengen; met een zachte doek nadrogen. |
| Bedieningspaneel | In de handel gebruikelijk schoonmaakmiddel met een zachte, vochtige doek of zeem opbrengen; met een zachte doek nadrogen. Geen glasreiniger of schraper gebruiken. |
| Ruiten van de deur | In de handel gebruikelijk glasreinigings- of schoonmaakmiddel met een zachte, vochtige doek of zeem opbrengen; met een zachte doek nadrogen. Om de temperatuur omlaag te brengen zit op de ruit aan de binnenkant van de deur een coating waarmee de warmte wordt gereflecteerd. Het zicht door de deur wordt hierdoor niet beïnvloed. Wanneer de deur van het apparaat geopend is, kan deze coating een zeer helle weerschijn hebben. Dit is normaal en doet geen afbreuk aan de kwaliteit. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 17)
Binnenruimte reinigen
Attentie!
Schade aan het oppervlak! Maak geen gebruik van speciaal voor ovens bestemde schoonmaakmiddelen.
Aanwijzingen
- Het email wordt bij zeer hoge temperaturen ingebrand. Hierdoor kunnen er kleine kleurverschillen ontstaan. Dit is normaal en heeft geen nadelige invloed op de werking.
- De smalle randen van de bakplaten kunnen niet volledig worden geëmailleerd. Ze kunnen daarom ruw zijn. De bescherming tegen corrosie is echter gegarandeerd.
| Apparaatonderdeel | Reinigingsmiddel/hulp |
|---|---|
| Oppervlakken van email (glad oppervlak) | Om het schoonmaken te vergemakkelijken kunt u de verlichting van de binnenruimte inschakelen en eventueel de deur verwijderen. In de handel gebruikelijk schoonmaakmiddel of azijnwater met een zachte, vochtige doek of zeem opbrengen; met een zachte doek nadrogen. Neem ingebrande voedselresten af met een vochtige doek en schoonmaakmiddel. Bij sterke vervuiling adviseren wij het gebruik van een ovenreiniger in gelvorm. Deze kan secuur worden aangebracht. De binnenruimte na het schoonmaken openlaten om te drogen. |
| Zelfreinigende oppervlakken (ruw oppervlak) | Houd u aan de aanwijzingen in het hoofdstuk: Zelfreinigende oppervlakken |
| Deurdichting | Warm zeepsop |
| Inhangrooster/Telescooprail | Warm zeepsop |
| Toebehoren | In heet zeepsop weken, reinigen met borstel en schoonmaaksponsje of in de vaatwasmachine. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 17)
Vervuiling vermijden
Om vervuiling van de binnenruimte te voorkomen, dient u
- de binnenruimte na gebruik altijd schoon te maken, omdat het vuil bij later gebruik van de oven inbrandt en moeilijk kan worden verwijderd.
- kalk-, vet-, zetmeel- en eiwitvlekken altijd onmiddellijk te verwijderen
- zo mogelijk CircoTherm® hetelucht 3 te gebruiken. Bij deze functie treedt minder vervuiling op
- voor het bereiden van zeer vochtig gebak de braadslede te gebruiken.
- voor het bakken en braden geschikte vormen (bijv. een braadpan) of een bak- of braadplaat te gebruiken (zie het hoofdstuk: Toebehoren)
Zelfreinigende oppervlakken
De achterwand in de binnenruimte is voorzien van een laagje zelfreinigend email. Spetters die ontstaan bij het bakken en braden worden hiervan tijdens het gebruik van de oven opgezogen en afgebroken.
Grotere spetters verdwijnen pas nadat de oven meerdere keren gebruikt is.
Verkleuringen op de achterwand hebben geen invloed op de zelfreinigende functie.
Attentie!
Oppervlakteschade op de zelfreinigende oppervlakken door het opbrengen van een ovenreiniger. Behandel de zelfreinigende oppervlakken nooit met ovenreiniger. Komt er per ongeluk ovenreiniger op de zelfreinigende oppervlakken, verwijder deze dan direct met een spons en voldoende water.
Attentie!
Oppervlakteschade op de zelfreinigende oppervlakken door het gebruik van schurende en zuurhoudende reinigingsmiddelen en -hulpen!
Gebruik geen reinigingsmiddelen die schurende stoffen of zuren bevatten.
Gebruik geen schurende reinigingshulpen zoals bijv. staalwol of schuursponsjes.
Pagina 18
EasyClean®
Om het schoonmaken van de binnenruimte gemakkelijker voor u te maken, is uw apparaat voorzien van de reinigingshulp EasyClean® . Door een automatisch gestuurde verdamping van zeepsop lossen de vuilresten op en kunnen vervolgens gemakkelijker worden verwijderd.
Bij sterkere vervuiling kunt u
- het sop enige tijd voor het inschakelen laten inwerken
- de verontreinigde plekken vóór het inschakelen van de reinigingshulp met afwasmiddel inwrijven
- de functie EasyClean® herhalen nadat de binnenruimte is afgekoeld
Voorbereiden en inschakelen
EasyClean® start alleen wanneer de binnenruimte afgekoeld is.
ã=Risico van brand en beschadiging van oppervlakken!
Nooit water in de hete binnenruimte gieten. Er ontstaat waterdamp en als gevolg van de plotselinge temperatuursverandering kan het email beschadigd raken.
- 1. Toebehoren uit de oven nemen.
- 2. 0,4 liter water (geen gedestilleerd water) met wat afwasmiddel voorzichtig in de bodembak van de binnenruimte gieten (Afbeelding A).
- 3. Apparaatdeur sluiten.
- 4. EasyClean® inschakelen.
De indicatielampjes en branden.
Na ca. 4 minuten gaat het indicatielampje uit. EasyClean® is na nog 17 minuten beëindigd. Er klinkt een signaal.
- 5. Functieschakelaar in de stand terugdraaien.
( )
Nareinigen en uitschakelen
Laat het restwater niet lange tijd in de binnenruimte staan (bijv. 's nachts).
- 1. Deur van het apparaat openen en het restwater met een goed opnemende sponsdoek opnemen (Afbeelding B).
- 2. Binnenruimte met een sponsdoek, zachte borstel of een kunststof schuursponsje reinigen.
Aanwijzing: Nog aanwezige, hardnekkige resten kunt u verwijderen met een schraper voor glaskeramiek.
- 3. Kalkranden met een in azijn gedrenkte doek verwijderen, daarna met schoon water afnemen en met een zachte doek droogwrijven, ook onder de deurafdichting.
- 4. De deur van het apparaat na de reiniging nog ca. 1 uur op een kier laten staan (ca. 30°), zodat de emaillen oppervlakken in de binnenruimte goed kunnen drogen.
Sneldrogen
- 1. De deur van het apparaat na de reiniging op een kier (ca. 30°) geopend laten.
- 2. CircoTherm® hete lucht 3 met 50 °C instellen.
- 3. Na 5 minuten apparaat uitschakelen en apparaatdeur sluiten.
Apparaatdeur verwijderen en inbrengen
Om gemakkelijker schoon te maken kunt u de apparaatdeur verwijderen.
ã=Risico van letsel!
De scharnieren van de apparaatdeur kunnen met grote kracht terugklappen. Klap de blokkeerhendels van de scharnieren om de deur te kunnen verwijderen altijd helemaal open en na het inbrengen weer helemaal dicht. Kom niet met uw handen aan het scharnier.
ã=Risico van letsel!
Hangt de apparaatdeur er aan één kant uit, kom dan niet met uw handen aan het scharnier. Het scharnier kan met grote kracht terugklappen. Neem contact op met de klantenservice.
Apparaatdeur verwijderen
- 1. Apparaatdeur helemaal openen.
- 2. Blokkeerhendels links en rechts helemaal openklappen.
De scharnieren zijn beveiligd en kunnen niet dichtklappen.
- 3. De apparaatdeur zó ver sluiten tot u merkt dat er een weerstand is (Afbeelding A).
- 4. Met beide handen links en rechts vastpakken, iets verder sluiten en eruit trekken (Afbeelding B).
( )
Apparaatdeur inbrengen
- 1. De scharnieren in de houders links en rechts plaatsen (Afbeelding C).
De keep van beide scharnieren moet inklikken.
- 2. Apparaatdeur helemaal openen.
- 3. Blokkeerhendels links en rechts helemaal dichtklappen (Afbeelding D).
De apparaatdeur is beveiligd en kan niet meer worden verwijderd.
- 4. Apparaatdeur sluiten.
Pagina 19
Ruiten van de deur schoonmaken
Om ze gemakkelijker schoon te maken kunt u de ruiten van de apparaatdeur afnemen.
ã=Risico van letsel!
De componenten van de apparaatdeur kunnen scherpe randen hebben. Hierdoor kunt u snijwonden oplopen. Draag veiligheidshandschoenen.
ã=Risico van letsel!
Gebruik het apparaat pas weer wanneer de ruiten en de apparaatdeur naar behoren zijn aangebracht.
Deurruit verwijderen
- 1. Apparaatdeur verwijderen en met de voorkant naar beneden op een zachte, schone ondergrond leggen (zie het hoofdstuk: Apparaatdeur verwijderen en inbrengen).
- 2. De deurruit naast de scharnieren vastpakken en uit de insteekhouders (niet zichtbaar) trekken.
- 3. De deurruit iets optillen en in de richting van de scharnieren afnemen.
Middelste ruit verwijderen
Let er voordat u de ruit verwijdert op in welke positie de middelste ruit is ingebracht, zodat u hem later niet verkeerd inbrengt.
- 1. De houders links en rechts naar buiten drukken.
De middelste ruit wordt er naar boven toe uitgehaald.
- 2. Middelste ruit iets optillen en uitnemen.
Reinigen
Reinig de deurruiten met glasreiniger en een zachte doek.
Attentie!
Gebruik geen scherpe of schurende middelen en geen schraper. Het glas kan hierdoor beschadigd raken.
Middelste ruit inbrengen
- 1. De middelste ruit links en rechts in de opnames inbrengen.
- 2. Middelste ruit naar beneden in de houders drukken.
Deurruit inbrengen
- 1. De deurruit links en rechts in de opnames inbrengen.
- 2. De deurruit naar beneden in de insteekhouders drukken.
- 3. Apparaatdeur weer inbrengen.
Plafond van de binnenruimte reinigen
Om het plafond van de binnenruimte eenvoudig en snel te reinigen kunt u het grillelement naar beneden klappen. ã=Risico van verbranding door hete onderdelen in de binnenruimte!
Wacht tot de binnenruimte afgekoeld is.
- 1. Beugel van het grillelement naar voren trekken en naar boven drukken tot het grillelement hoorbaar ontgrendelt (Afbeelding A).
- 2. Grillelement vasthouden en naar beneden klappen (Afbeelding B).
( )
- 3. Plafond van de binnenruimte reinigen.
- 4. Beugel naar voren trekken en naar boven ingedrukt houden.
- 5. Grillelement naar boven klappen tot het inklikt.
Pagina 20
Inhangroosters reinigen
U kunt de inhangroosters verwijderen om ze gemakkelijker schoon te maken.
ã=Risico van verbranding door hete onderdelen in de binnenruimte!
Wacht tot de binnenruimte afgekoeld is.
- 1. Inhangroosters er aan de voorkant uittrekken en verwijderen (Afbeelding A).
- 2. Inhangroosters met afwasmiddel en spons of een borstel reinigen.
- 3. De inhangroosters na de reiniging in omgekeerde volgorde inbrengen (Afbeelding B).
| ( | ) | ||||
| " | $ | ||||
| $ | " |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 20)
ã=Risico van verbranding door hete onderdelen in de binnenruimte!
Wacht tot de binnenruimte afgekoeld is.
Telescooprails verwijderen
- 1. Bladveer naar voren trekken en vasthouden (Afbeelding A).
- 2. Telescooprail aan de voorkant naar boven schuiven en naar opzij verwijderen.
- 3. Telescooprail er aan de achterkant uittrekken.
(
"
$
)
Telescooprails schoonmaken
Telescooprails met afwasmiddel en spons of een borstel schoonmaken.
Telescooprails schoonmaken
U kunt de telescooprails verwijderen om ze gemakkelijker schoon te maken.
Telescooprails inbrengen
- 1. Telescooprail aan de achterkant tot de aanslag inbrengen.
- 2. Telescooprail aan de voorkant van boven inschuiven en naar beneden drukken tot hij inklikt (Afbeelding B).
- 3. Telescooprails tot de aanslag inschuiven en de apparaatdeur sluiten.
Storingen en reparaties
Er hoeft niet altijd contact te worden opgenomen met de klantenservice. In veel gevallen kunt u zelf voor een oplossing zorgen. In de volgende tabel staan een paar tips om storingen op te lossen.
ã=Kans op een elektrische schok!
- Werkzaamheden aan de elektronica van het apparaat mogen alleen door een vakman worden uitgevoerd.
- Bij het werken aan de elektronica van het apparaat beslist de netstekker uit het stopcontact halen. Automatische beveiliging activeren of de zekering in de meterkast van uw woning eruit draaien.
| Storing | Mogelijke oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Elektrische functie vertoont een storing (bijv. indicatielampjes branden niet meer) | Zekering defect. | Zekeringen in de meterkast controleren, eventueel vervangen. |
| Vloeistof of dunvloeibaar deeg wordt zeer eenzijdig verdeeld | Apparaat niet waterpas ingebouwd | Inbouw van het apparaat controleren (zie installatievoorschrift) |
| Op het klokdisplay knippert : | Stroomtoevoer is onderbroken | Tijd opnieuw instellen (zie het hoofdstuk: Elektronische klok) |
| Elektronisch gestuurde functies vertonen een storing | Energetische impulsen (bijv. blikseminslag) | Betreffende functie opnieuw instellen |
| Bij het braden of grillen ontstaat een walm | Vet op het grillelement verbrandt | Verder grillen of braden tot het vet op het grillelement verbrand is |
| Rooster of braadslede verkeerd ingeschoven. | Rooster in de braadslede leggen en samen op een lagere inschuifhoogte plaatsen. | |
| In de binnenruimte treedt meer condenswater op | Normaal verschijnsel (bijv. bij gebak met zeer vochtige vulling of een groot braadstuk) | Apparaatdeur tijdens het gebruik af en toe kort openen |
| Geëmailleerde toebehoren vertonen matte, lichte vlekken | Normaal verschijnsel door afdruipend vlees- of vruchtensap | Niet mogelijk |
| Deurruiten zijn beslagen | Normaal verschijnsel, dat ontstaat door temperatuurverschillen | Apparaat bij 100 °C opwarmen en na 5 minuten weer uitschakelen |
Pagina 21
Ovenlamp vervangen
Een defecte ovenlamp dient te worden vervangen.
Reservelampen kunt u krijgen bij de klantenservice of uw speciaalzaak: E14, 220 - 240 V, 40 W, hittebestendig tot 300 °C. Gebruik uitsluitend originele ovenlampen.
ã=Kans op een elektrische schok!
Maak het apparaat stroomloos. Activeer de zekeringsautomaat of draai de zekering van de meterkast van uw woning eruit.
- 1. Theedoek in de koude binnenruimte leggen, om schade te voorkomen.
- 2. Glazen afscherming naar links draaien en afnemen.
- 3. Ovenlamp vervangen door een van hetzelfde type.
- 4. Glazen afscherming er weer inschroeven.
- 5. Theedoek eruit nemen en de zekering inschakelen.
Aanwijzing: Gebruik rubberhandschoenen wanneer de glazen afscherming er niet afgedraaid kan worden. Of bestel een demontagehulp bij de klantendienst (Bestelnr. 613634).
Deurdichting vervangen
Is de deurdichting defect, dan moet deze worden vervangen. Vervangende afdichtingen zijn verkrijgbaar bij de klantenservice.
De deurdichting is op vier punten bevestigd (Afbeelding A). Om de dichting te vervangen de haken op alle vier de plaatsen losmaken resp. bevestigen (Afbeelding B).
( )
De bevestiging van de dichting vooral in de hoeken nog eens controleren.
Servicedienst
Wanneer uw apparaat gerepareerd moet worden, staat onze servicedienst voor u klaar. Wij vinden altijd een passende oplossing, ook om onnodig bezoek van een technicus te voorkomen.
Enummer en FDnummer
Geef aan de klantenservice altijd het productnummer (E-nr.) en het fabricagenummer (FD-nr.) van uw apparaat op, zodat wij u goed van dienst kunnen zijn. Het typeplaatje met de nummers vindt u rechts, aan de zijkant van de ovendeur. Om niet te lang te hoeven zoeken wanneer u de klantenservice nodig heeft, kunt u hier direct de gegevens van uw apparaat en het telefoonnummer van de servicedienst invullen.
Enr. FD-nr.
Servicedienst
Let erop dat het bezoek van een technicus van de servicedienst in het geval van een verkeerde bediening ook tijdens de garantietijd kosten met zich meebrengt.
De contactgegevens in alle landen vindt u in de bijgesloten lijst met Servicedienstadressen.
Verzoek om reparatie en advies bij storingen NL 088 424 4040
Vertrouw op de competentie van de producent. Zo bent u er zeker van dat de reparatie wordt uitgevoerd door geschoolde onderhoudstechnici, die beschikken over de originele onderdelen voor uw huishoudelijke apparaten.