naslaan.comZoekenAlle merken

Neff B45M42N5, tekst van de handleiding

Pagina's 12–22 van 28 · inhoud en begin van de handleiding · pdf

← pagina's 3–11verder op pagina 23 →

Pagina 12

Bakken op meerdere niveaus

Gebruik bij het bakken op meerdere niveaus bij voorkeur bakplaten en schuif deze tegelijkertijd in.

Houd er rekening mee dat uw gebak op de verschillende niveaus niet even snel bruin wordt. Het gebak op het onderste niveau wordt het snelst bruin en kan vroeger uit de oven worden genomen.

Wilt u bij het bakken op twee niveaus een bakplaat en een braadslede gebruiken, schuif de bakplaat dan op inschuifhoogte 3 en de braadslede op inschuifhoogte 1 in.

Baktabel voor basisdeeg

De gegevens in de tabel zijn richtwaarden, die gelden voor geëmailleerde bakplaten en donkere bakvormen. De waarden kunnen variëren, afhankelijk van de soort en hoeveelheid deeg en de bakvorm.

De waarden voor brooddeeg gelden zowel voor deeg op de bakplaat als voor deeg in een rechthoekige vorm.

Wij raden u aan om de eerste keer de laagste van de opgegeven temperaturen in te stellen. In principe levert de laagste temperatuur de meest gelijkmatige bruining op.

Wanneer u gerechten bakt volgens eigen recept, houd dan de waarden van gelijksoortig gebak in de tabel aan.

Neem de aanwijzingen voor het voorverwarmen in de tabel in acht.

BasisdeegCircoTherm® Boven- en hetelucht 3 onderwarmte Inschuif- Tempera- Tijdsduur in minu- Inschuif- Temperahoogte tuur in °C ten hoogte tuur in °C
Roerdeeg
Plaatgebak met bedekking1 160 - 170 30 - 45 3170 - 180
1+ 3 150 - 160 40 - 50 --
Spring­/rechthoekige vorm1 150 - 160 60 - 80 2160 - 170
Vorm vruchtentaartbodem1 160 - 170 20 - 35 2170 - 180
Zandtaartdeeg
Plaatgebak met droge bedekking, bijv. strooisel1 160 - 170 45 - 70 3180 - 190
1+ 3 160 - 170 60 - 80 --
Plaatgebak met vochtige bedekking, bijv. roomglazuur1 150 - 170 60 - 80 --
Springvorm, bijv. kwarktaart1 150 - 160 50 - 90 2160 - 180
Vorm vruchtentaartbodem1 150 - 160* 20 - 35 2170 - 180*
Biscuitbeslag
Biscuitrol1 180 - 190* 10 - 15 3190 - 200*
Vorm vruchtentaartbodem1 160 - 170 20 - 30 2160 - 170
Biscuit (6 eieren)1 150 - 160 30 - 45 2160 - 170
Biscuit (3 eieren)1 150 - 160* 20 - 30 2160 - 170*
Gistdeeg
Plaatgebak met droge bedekking, bijv. strooisel1 160 - 170 40 - 60 3170 - 180
1+ 3 160 - 170 45 - 65 --
Gistkrans/-vlecht (500 g)1 160 - 170 30 - 40 3170 - 180
Springvorm1 160 - 170 30 - 40 2160 - 170
Tulbandvorm1 160 - 170 35 - 45 2170 - 180
* Oven voorverwarmen
Klein gebakCircoTherm® Boven- en hetelucht 3 onderwarmte Inschuif- Tempera- Tijdsduur in minu- Inschuif- Temperahoogte tuur in °C ten hoogte tuur in °C
Gistdeeg1 160 - 170 20 - 25 3170 - 180
1+ 3 160 - 170 20 - 30 --
Baisermassa1 80 100 - 130 380
1+ 3 80 150 - 170 --
Bladerdeeg1 190 - 200* 20 - 30 3200 - 210*
1+ 3 190 - 200* 25 - 35 --
Soezendeeg1 190 - 200* 25 - 35 3200 - 210*
1+ 3 190 - 200* 30 - 40 --
Roerdeeg, bijv. muffins1 150 - 160* 25 - 35 3160 - 170*
1+ 3 150 - 160* 25 - 35 --
Zandtaartdeeg, bijv. boterkoekjes1 140 - 150* 15 - 20 3140 - 150*
1+ 3 130 - 140* 20 - 30 --
1 +3+ 4 130 - 140* 20 - 35 --

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 12)

* Oven voorverwarmen

12

Pagina 13

Brood/broodjesCircoTherm® hetelucht 3
Inschuif- Temperahoogte tuur in °C
Tijdsduur in minutenBoven- en onderwarmte Inschuif- Temperahoogte tuur in °C
Broodjes1 220*10 - 202 240*
Plat rond brood1 220*15 - 202 240*
Empanada1 180*30 - 403 200*
Brooddeeg 750 ­ 1000 g
Afbakken1 220*35 - 402 220*
Brooddeeg 1000 ­ 1250 g
Voorbakken1 220*10 - 152 240*
Afbakken1 18040 - 452 200
Brooddeeg 1250 ­ 1500 g
Voorbakken1 220*10 - 152 240*
Afbakken1 18040 - 502 200

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 13)

* Oven voorverwarmen

Baktabel voor gerechten en kant-en-klare diepvriesproducten

De pizzastand 0 is zeer geschikt voor het bereiden van verse gerechten, waarvoor veel warmte van de onderkant nodig is, en voor kant-en-klare diepvriesproducten.

Aanwijzingen

De gegevens in de tabel zijn richtwaarden, die gelden voor geëmailleerde bakplaten. De waarden kunnen variëren, afhankelijk van de soort en hoeveelheid deeg en de bakvorm.

Wij raden u aan om de eerste keer de laagste van de opgegeven temperaturen in te stellen. In principe levert de laagste temperatuur de meest gelijkmatige bruining op.

Wanneer u gerechten bakt volgens eigen recept, houd dan de waarden van gelijksoortig gebak in de tabel aan.

Neem de aanwijzingen voor het voorverwarmen in de tabel in acht.

GerechtenCircoTherm® hetelucht 3
Inschuif- Temperahoogte tuur in °C
Tijdsduur in minutenPizzastand 0
Inschuif- Temperahoogte tuur in °C
Pizza, vers1180 - 200*20 - 301180 - 200
1+ 3170 - 19035 - 45--
Flammkuchen1180 - 200*15 - 251200 - 220
Quiche1180 - 20050 - 601170 - 190
Taart1180 - 200*30 - 451190 - 210
Zwitserse vruchtentaart1170 - 19045 - 551170 - 190
Gegratineerde aardappels van ongekookte aardappels1180 - 20050 - 601170 - 190
Strudel, diepvries1180 - 20035 - 451180 - 200
Pizza, diepvries
Pizza met dunne bodem1180 - 20010 - 201200 - 220
1+ 3170 - 19020 - 30--
Pizza met dikke bodem1180 - 20020 - 301180 - 200
1+ 3170 - 19025 - 35--
Aardappelproducten, diepvries
Frites1180 - 20015 - 251210 - 230
1+ 3170 - 19025 - 35--
Kroketten1180 - 20015 - 251200 - 220
Rösti (gevulde aardappelflappen)1180 - 20015 - 251200 - 220

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 13)

* Oven voorverwarmen

13

Pagina 14

GerechtenCircoTherm® hetelucht 3
Inschuif- Temperahoogte tuur in °C
Tijdsduur in minutenPizzastand 0
Inschuif- Temperahoogte tuur in °C
Brood en banket
Afbakbroodjes/-stokbrood, voorgebakken1 180 - 2005 - 151180 - 200
Broodjes/stokbrood, diepvries1 180 - 2005 - 151200 - 220
Broodjes/stokbrood, voorgebakken, diepvries1 180 - 20010 - 201180 - 200
Zoute krakelingen, diepvries1 170 - 19015- 201170 - 190
Groenteballetjes, diepvries
Vissticks1 180 - 20015 - 201190 - 210
Groenteburgers1 180 - 20020- 301200 - 220

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 14)

* Oven voorverwarmen

Tips en trucs

Het gebak is te lichtControleer de inschuifhoogte.
Controleer of u een door ons aanbevolen bakvorm heeft gebruikt Plaats uw vorm op het rooster en niet op de bakplaat.
Zijn de inschuifhoogte en de bakvorm juist, houd dan een langere baktijd of hogere temperatuur aan.
Het gebak is te donkerControleer de inschuifhoogte.
Is de inschuifhoogte correct, verkort dan de baktijd of verlaag de temperatuur.
Het gebak in de bakvorm is ongelijkmatig bruin gewordenControleer de inschuifhoogte.
Controleer de temperatuur.
Let erop dat uw bakvorm niet direct voor de luchtuitlaat van de achterwand van de binnenruimte staat.
Controleer of de bakvorm goed op het rooster staat
Het gebak op de bakplaat is ongelijkmatig bruin gewordenControleer de inschuifhoogte.
Controleer de temperatuur.
Neem bij het bakken op meerdere niveaus de bakplaten op verschillende tijdstippen uit de oven.
Let erop dat u bij het bakken van klein gebak gelijke groottes en diktes gebruikt
Het gebak is te droogStel de temperatuur wat hoger in en houd een wat kortere baktijd aan.
Het gebak is van binnen te vochtigStel de temperatuur wat lager in.
Let op: baktijden kunnen door hogere temperaturen niet korter worden (van buiten gaar, van binnen niet). Houd een langere baktijd aan en laat het deeg langer rijzen. Voeg minder vloeistof aan het deeg toe.
Bij zeer vochtig gebak, bijv. vruchtentaart, ontstaat veel waterdamp in de binnenruimte, die op de apparaatdeur neerslaatDoor de apparaatdeur kort en voorzichtig te openen (1 tot 2 keer, bij een langere baktijd vaker) kunt u de waterdamp onttrekken aan de binnenruimte en de condens aanzienlijk verminderen.
Het gebak zakt in nadat u het uit de oven heeft genomenGebruik minder vloeistof voor het deeg.
Houd een langere baktijd aan of stel de temperatuur wat lager in.
De opgegeven baktijd is niet juistControleer bij klein gebak de hoeveelheid op uw bakplaat. Klein gebak mag elkaar niet raken.
Diepvriesproduct is na het bakken niet overal gelijkmatig bruin gewordenLet erop of het diepvriesproduct misschien ongelijkmatig voorgebruind is. De ongelijke bruine kleur blijft na de baktijd behouden.
Diepvriesproduct is niet bruin, niet knapperig of de opgegeven tijd is niet juistVerwijder voor het bakken het ijs van het diepvriesproduct. Gebruik geen sterk met ijs bedekte diepvriesproducten
Energie besparenU dient alleen maar voor te verwarmen wanneer dit in de baktabel is aangegeven. Gebruik donkere bakvormen, omdat deze de hitte beter opnemen.
Maak gebruik van het nawarmen en schakel bij een langere baktijd de oven 5 tot 10 minuten voor het einde van de baktijd uit.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 14)

Pagina 15

Braden

In dit hoofdstuk vindt u informatie over

Kans op letsel door gebruik van niet hittebestendige schalen!

Gebruik alleen braadvormen die speciaal voor de oven bestemd zijn.

Bij het braden met CircoTherm® hetelucht 3 inschuifhoogte 2 niet gebruiken. Dit heeft invloed op de luchtcirculatie, met als gevolg een slechter braadresultaat.

Open braden

Voor het open braden wordt een vorm zonder deksel gebruikt.

Tijdens het braden verdampt de vloeistof in de braadvorm. Voeg zo nodig voorzichtig wat hete vloeistof toe.

Keer het vlees bij het braden met boven- en onderwarmte om nadat ca. de helft of twee derde van de braadtijd verstreken is.

Bakken in de braadslede

Tijdens het braden in de braadslede ontstaat braadsap. Dit braadsap kunt u als basis voor een smakelijke saus gebruiken.

Blus het vleessap met heet water, bouillon, wijn of iets dergelijks. Breng het aan de kook, bind het met maïzena, maak het op smaak af en giet het zo nodig door een zeef.

Bij het braden in de braadslede kunt u ook bijgerechten (bijv. groenten) mee laten garen.

Bij kleinere stukken vlees kunt u in plaats van de braadslede een kleinere braadvorm gebruiken. Plaats deze direct op het rooster.

Braden in de braadslede met inzetrooster

Leg het inzetrooster met de verlaging naar beneden in de braadslede en schuif deze samen in op dezelfde inschuifhoogte.

Doe voor vet vlees en gevogelte al naargelang de grootte en het soort vlees tot ¼ liter water in de braadslede.

Braden in de braadslede met braadplaat

De braadplaat gaat vervuiling in de binnenruimte tegen. Leg de braadplaat in de braadslede en plaats ze samen op dezelfde inschuifhoogte.

Afdruipend sap en braadvocht worden opgevangen in de braadslede.

Gesloten braden

Voor het gesloten braden wordt een braadvorm met deksel gebruikt. Gesloten braden is zeer geschikt voor stoofgerechten.

Leg het vlees in de braadvorm. Voeg er voor het braadsap water, wijn, azijn of iets dergelijks aan toe. Dek de braadvorm met de bijbehorende deksel af en plaats hem in de binnenruimte.

Braadtabel

De braadtijd en temperatuur zijn afhankelijk van de grootte, de hoogte, de kwaliteit en het soort vlees.

In het algemeen geldt: Hoe groter het braadstuk, des te lager de temperatuur en des te langer de braadduur.

Bestrijk mager vlees naar wens met vet of leg er reepjes spek op.

De opgaven in de tabel zijn richtwaarden en gelden voor het braden zonder deksel. De waarden kunnen variëren, afhankelijk van het soort en de hoeveelheid vlees en de braadvorm.

Stel de eerste keer de laagste opgegeven temperatuur in. In principe levert de laagste temperatuur de meest gelijkmatige bruining op.

Laat het vlees na afloop van de braadtijd nog ca. 10 minuten rusten in de uitgeschakelde, gesloten binnenruimte. Bij de opgegeven braadtijd is de aanbevolen rusttijd niet inbegrepen.

De opgaven in de tabel gelden voor het inschuiven in de onverwarmde oven en voor vlees dat direct uit de koelkast komt.

VleesCircoTherm® hetelucht 3
Inschuif- Temperahoogte tuur in °C
Braadtijd in minutenBoven- en onderwarmte Inschuif- Temperahoogte tuur in °C
Gehakt van 500 g vlees1 170 - 18060 - 702 200 - 210
Varkensvlees
Casselerrib1 160 - 17070 - 802 190 - 210
Filet, medium (400 g)1 170 - 18030 - 453 200 - 230
Braadstuk met zwoerd (1,5 kg)1 160 - 170120 - 1502 200 - 220
Braadstuk met zwoerd (2,5 kg)1 160 - 170150 - 1802 190 - 210
Braadstuk, doorregen, zonder zwoerd, bijv. nek (1,5 kg)1 160 - 170100 - 1302 190 - 210
Braadstuk, doorregen, zonder zwoerd, bijv. nek (2,5 kg)1 160 - 170120 - 1502 180 - 200
Braadstuk mager (1 kg)1 170 - 18070 - 902 180 - 200
Braadstuk mager (2 kg)1 170 - 18080 - 1002 180 - 200
Rundvlees
Filet, medium (1 kg)1 180 - 19045 - 652 200 - 220
Rosbief, rosé (1,5 kg)1 180 - 19030 - 452 200 - 220
Stoofvlees (1,5 kg)**1 170 - 180120 - 1502 200 - 220
Stoofvlees (2,5 kg)**1 170 - 180150 - 1802 190 - 210

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 15)

* Oven voorverwarmen

** Stoofvlees gesloten braden

*** bij een hoog gerecht inschuifhoogte 1 gebruiken

15

Pagina 16

VleesCircoTherm® hetelucht 3
Inschuif- Temperahoogte tuur in °C
Braadtijd in minutenBoven- en onderwarmte Inschuif- Temperahoogte tuur in °C
Kalfsvlees
Kalfsvlees/­borst (1,5 kg)1160 - 17090 - 1202180 - 200
Kalfsvlees/­borst (2,5 kg)1160 - 170120 - 1502170 - 190
Schenkel1160 - 170100 - 1302190 - 210
Lamsvlees
Bout zonder been1180 - 19070 - 1102200 - 220
Rug met been1180 - 190*40 - 502200 - 220*
Rug zonder been1180 - 190*30 - 402200 - 220*
Gevogelte
Kip, heel (1 kg)1170 - 18060 - 702200 - 220
Eend, heel (2 ­ 3 kg)1150 - 16090 - 1202190 - 210
Gans, heel (3 ­ 4 kg)1150 - 160130 - 1802***180 - 200
Wild
Reevlees/­bout zonder been (1,5 kg)1160 - 17090 - 1202190 - 210
Wild zwijn (1,5 kg)1160 - 170120 - 1402190 - 210
Hertenvlees (1,5 kg)1160 - 170100 - 1202190 - 210
Konijn1160 - 17070 - 802180 - 200
Vis
Vis, heel (300 g)1160 - 17030 - 402180 - 200
Vis, heel (700 g)1160 - 17040 - 502180 - 200

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 16)

* Oven voorverwarmen

** Stoofvlees gesloten braden

*** bij een hoog gerecht inschuifhoogte 1 gebruiken

Tips en trucs

Korst te dik en/of vlees te droogHoud een lagere temperatuur of een kortere braadtijd aan. Controleer de inschuifhoogte.
Korst te dunVerhoog de temperatuur of schakel na afloop van de braadtijd de grill even in.
Het vlees is van binnen niet gaarNeem de toebehoren die niet nodig zijn uit de binnenruimte.
Houd langere braadtijden aan.
Controleer met behulp van een vleesthermometer de kerntemperatuur van het vlees.
Waterdamp in de binnenruimte slaat neer op de apparaatdeurWanneer het apparaat aan is, verdwijnt de waterdamp geleidelijk. Bij zeer veel waterdamp kunt u kort en voorzichtig de apparaatdeur openen, zodat hij sneller verdwijnt.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 16)

Pagina 17

Grillen

In dit hoofdstuk vindt u informatie over

Attentie!

Schade door hoge temperaturen: In de binnenruimte ontstaat een zeer hoge temperatuur. Laat de deur van het apparaat tijdens het grillen gesloten. Nooit met een geopende apparaatdeur grillen.

Aanwijzingen

Thermogrillen

De functie Thermogrillen 4 is zeer geschikt voor gevogelte of vlees (bijv. gebraden varkensvlees met zwoerd), dat knapperig gegrild moet worden.

Keer grote stukken na ca. de helft tot twee derde van de grilltijd om.

Steek bij eend en gans het vel onder de vleugels en bouten vast, zodat het vet er goed uit kan braden.

Bij thermogrillen kan al naargelang het te grillen gerecht de binnenruimte sterker verontreinigd raken. Maak de binnenruimte na gebruik daarom altijd schoon, zodat het vuil niet inbrandt.

De gegevens in de tabel zijn richtwaarden, die gelden voor de geëmailleerde braadslede met inzetrooster. De waarden kunnen al naargelang het soort en de hoeveelheid gerechten variëren.

Stel de eerste keer de laagste opgegeven temperatuur in. In principe levert de laagste temperatuur de meest gelijkmatige bruining op.

Laat de gerechten van de grill na afloop nog ca. 10 minuten rusten in de uitgeschakelde, gesloten oven. Bij de opgegeven grilltijd is de aanbevolen rusttijd niet inbegrepen.

De opgaven gelden voor het inschuiven in de onverwarmde oven en voor vlees dat direct uit de koelkast komt.

Gerechten van de grillInschuifhoogteTemperatuur in °CGrilltijd in minuten
Rosbief, medium (1,5 kg)2220 - 24040 - 50
Lamsbout zonder been, medium2170 - 190120 - 150
Varkensvlees
Gebraden varkensvlees met zwoerd2170 - 190140 - 160
Varkensschenkel2180 - 200120 - 150
Gevogelte (ongevuld)
Halve kippen (1 - 2 stuks)2210 - 23040 - 50
Kip, heel (1 - 2 stuks)2200 - 22060 - 80
Eend, heel (2 - 3 kg)2180 - 20090 - 120
Eendenborst3230 - 25030 - 45
Gans, heel (3 - 4 kg)1150 - 170130 - 160
Ganzenborst2160 - 18080 - 100
Ganzenbout2180 - 20050 - 80

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 17)

Vlakgrillen

Gebruik voor grote hoeveelheden platte grillproducten het grote grilloppervlak .

Gebruik voor kleine hoeveelheden platte gerechten het kleine grill-oppervlak . Leg de te grillen producten op het midden van het rooster. Door het gebruik van de kleine vlakgrill spaart u energie.

Bestrijk de gerechten naar wens licht met olie.

Keer de gerechten van de grill na ca. de helft tot twee derde van de grilltijd om.

U kunt het grillresultaat beïnvloeden door de positie van het rooster te veranderen:

Positie van het roosterGebruik
Het inzetrooster met de verlaging naar beneden in de braadslede leggen: geschikt voor gegrilde gerechten die overwegend doorbakken moeten zijn
Het inzetrooster met de verlaging naar boven in de braadslede leggen: geschikt voor gegrilde gerechten die overwegend saignant tot medium moeten zijn

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 17)

Aanwijzing: De braadslede altijd in de normale toestand (niet omgekeerd) gebruiken.

Pagina 18

Tabel Grill, groot

De opgaven in de tabel zijn richtwaarden. De waarden kunnen al naargelang het soort en de hoeveelheid gerechten variëren. Ze gelden voor het inschuiven in de onverwarmde oven en voor vlees dat direct uit de koelkast komt.

Gerechten van de grill Inschuif- Tempera- Grilltijd in hoogte tuur in °C minutenAanwijzingen
Toast met bedekking 3 22010 - 15De inschuifhoogte is afhankelijk van de hoogte van het beleg
Groente 4 27015 - 20
Worsten 4 25010 - 14Licht insnijden
Varkensvlees
Filetsteaks, medium (3 cm dik) 4 27012 - 15Via de positie van het rooster kan het bereidingsresultaat naar wens beïnvloed worden
Steak, doorbakken (2 cm dik) 4 27015 - 20
Rundvlees
Filetsteaks (3 - 4 cm dik) 4 27015 - 20Met het oog op het gewenste resultaat kunnen grilltijden verkort of verlengd worden.
Tournedos 4 27012 - 15
Lamsvlees
Filets 4 2708 - 12Met het oog op het gewenste resultaat kunnen grilltijden verkort of verlengd worden.
Koteletten 4 27010 - 15
Gevogelte
Kippenbouten 3 25025 - 30Door gaatjes te prikken in het vel kan de vorming van belletjes bij het grillen voorkomen worden
Kleine stukken kip 3 25025 - 30
Vis
Steaks 4 22015 - 20De stukken moeten even dik zijn
Koteletten 4 22015 - 20
Hele vis 3 22020 - 25
Tabel Grill, klein
De opgaven in de tabel zijn richtwaarden. De waarden kunnen al naargelang het soort en de hoeveelheid gerechten variëren. Ze gelden voor het inschuiven in de onverwarmde oven en voor vlees dat direct uit de koelkast komt.
Gerechten van de grill Inschuif- Tempera- Grilltijd in hoogte tuur in °C minutenAanwijzingen
Toast met bedekking 3 22012 - 18De inschuifhoogte is afhankelijk van de hoogte van het beleg
Groente 4 27015 - 20
Worsten 4 25012 - 16Licht insnijden
Gevogelte
Kippenbouten 3 250 35 - 4535 - 45Door gaatjes te prikken in het vel kan de vorming van belletjes bij het grillen voorkomen worden
Kleine stukken kip 3 25030 - 40
Vis
Steaks 4 23015 - 20De stukken moeten even dik zijn
Koteletten 4 23015 - 20
Hele vis 3 23020 - 25

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 18)

Pagina 19

Ontdooien

In dit hoofdstuk leest u

Ontdooien met CircoTherm® hetelucht

Gebruik voor het ontdooien en garen van diepvriesproducten CircoTherm® hetelucht 3.

Aanwijzingen

DiepvriesgerechtTemperatuur in °COntdooitijd in minuten
Rauwe diepvriesproducten/ diepvrieslevensmiddelen5030 - 90
Brood/broodjes (750 - 1500 g)5030 - 60
Droog diepvriesplaatgebak6045 - 60
Vochtig diepvriesplaatgebak5050 - 70

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 19)

Ontdooistand

Met de functie Ontdooistand kunt u bijzonder goed gevoelig gebak (bijv. slagroomtaart) ontdooien.

Bij kleine hoeveelheden (stukjes) wordt de ontdooitijd 15 ­ 20 minuten en de rusttijd 10 ­ 15 minuten korter.

Yoghurt

Met uw apparaat kunt u de yoghurt ook zelf maken. Hiervoor wordt de warmte van de verlichting van de binnenruimte gebruikt.

1 liter gepasteuriseerde melk één keer opkoken en tot 40 °C laten afkoelen.

Inmaken

Risico van letsel!

Inmaakpotten van levensmiddelen die op een verkeerde manier zijn ingemaakt kunnen barsten. Neem de volgende aanwijzingen in acht:

In de binnenruimte kunt u de inhoud van maximaal zes inmaakpotten van ½, 1 of 1½ liter tegelijkertijd met CircoTherm® hetelucht 3 inmaken.

Aanwijzingen

Fruit voorbereiden

Op één liter water:

Pagina 20

Groente voorbereiden

Inmaakpotten afsluiten

Inmaken starten

Inmaken beëindigen

Bij fruit, augurken en tomatenpuree:

Bij groente:

Inmaakpotten verwijderen

Reiniging en onderhoud

In dit hoofdstuk vindt u informatie over

Risico van kortsluiting!

Gebruik geen hogedrukreiniger of stoomstraalapparaat om uw apparaat schoon te maken.

Attentie!

Schade aan het oppervlak door verkeerde reiniging: Gebruik geen

Aanwijzing: Via de klantenservice kunt u bijzonder aanbevelenswaardige schoonmaak- en onderhoudsmiddelen betrekken. Neem de betreffende aanwijzingen van de fabrikant in acht.

Het apparaat van buiten reinigen

Apparaatonderdeel/oppervlakReinigingsmiddel/­hulp
Roestvrijstalen oppervlakkenIn de handel gebruikelijk schoonmaakmiddel met een zachte, vochtige doek of zeem opbrengen; met een zachte doek nadrogen.
Gebruik bij sterke vervuiling een reinigingsmiddel voor gematteerd roestvrij staal.
Gelakte oppervlakkenIn de handel gebruikelijk schoonmaakmiddel met een zachte, vochtige doek of zeem opbrengen; met een zachte doek nadrogen.
BedieningspaneelIn de handel gebruikelijk schoonmaakmiddel met een zachte, vochtige doek of zeem opbrengen; met een zachte doek nadrogen.
Geen glasreiniger of schraper gebruiken.
Ruiten van de deurIn de handel gebruikelijk glasreinigings- of schoonmaakmiddel met een zachte, vochtige doek of zeem opbrengen; met een zachte doek nadrogen.
Om de temperatuur omlaag te brengen zit op de ruit aan de binnenkant van de deur een coating waarmee de warmte wordt gereflecteerd. Het zicht door de deur wordt hierdoor niet beïnvloed. Wanneer de deur van het apparaat geopend is, kan deze coating een zeer helle weerschijn hebben. Dit is normaal en doet geen afbreuk aan de kwaliteit.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 20)

Pagina 21

Binnenruimte reinigen

Attentie!

Schade aan het oppervlak! Maak geen gebruik van speciaal voor ovens bestemde schoonmaakmiddelen.

Aanwijzingen

ApparaatonderdeelReinigingsmiddel/-hulp
Emaillen vlakken (glad oppervlak)Om het schoonmaken te vergemakkelijken kunt u de verlichting van de binnenruimte inschakelen en eventueel de deur verwijderen.
In de handel gebruikelijk schoonmaakmiddel of azijnwater met een zachte, vochtige doek of zeem opbrengen; met een zachte doek nadrogen.
Neem ingebrande voedselresten af met een vochtige doek en schoonmaakmiddel. Bij sterke verontreiniging adviseren wij het gebruik van een ovenreiniger. Bij het schoonmaken met ovenreiniger dient u zich te houden aan de opgaven van de fabrikant.
De binnenruimte na het schoonmaken open laten om te drogen.
Zelfreinigende oppervlakken (ruw oppervlak)Houd u aan de aanwijzingen in het hoofdstuk: Zelfreinigende oppervlakken
DeurdichtingWarm zeepsop
InhangroostersWarm zeepsop:
laten weken en reinigen met een schoonmaakdoekje of borstel.
TelescooprailsWarm zeepsop:
reinigen met een schoonmaakdoekje of borstel.
Verwijder het smeervet niet van de uitschuifrails. U kunt ze het beste reinigen wanneer ze ingeschoven zijn.
Niet laten weken of schoonmaken in de vaatwasmachine.
ToebehorenIn heet zeepsop weken, reinigen met borstel en schoonmaaksponsje of in de vaatwasmachine.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 21)

Vervuiling vermijden

Om vervuiling van de binnenruimte te voorkomen, dient u

Zelfreinigende oppervlakken

De achterwand in de binnenruimte is voorzien van een laagje zelfreinigend email. Spetters die ontstaan bij het bakken en braden worden hiervan tijdens het gebruik van de oven opgezogen en afgebroken.

Grotere spetters verdwijnen pas nadat de oven meerdere keren gebruikt is.

Verkleuringen op de achterwand hebben geen invloed op de zelfreinigende functie.

Attentie!

Oppervlakteschade op de zelfreinigende oppervlakken door het opbrengen van een ovenreiniger. Behandel de zelfreinigende oppervlakken nooit met ovenreiniger. Komt er per ongeluk ovenreiniger op de zelfreinigende oppervlakken, verwijder deze dan direct met een spons en voldoende water.

Attentie!

Oppervlakteschade op de zelfreinigende oppervlakken door het gebruik van schurende en zuurhoudende reinigingsmiddelen en -hulpen!

Gebruik geen reinigingsmiddelen die schurende stoffen of zuren bevatten.

Gebruik geen schurende reinigingshulpen zoals bijv. staalwol of schuursponsjes.

Pagina 22

EasyClean®

Om het schoonmaken van de binnenruimte gemakkelijker voor u te maken, is uw apparaat voorzien van de reinigingshulp EasyClean® . Door een automatisch gestuurde verdamping van zeepsop lossen de vuilresten op en kunnen vervolgens gemakkelijker worden verwijderd.

Bij sterkere vervuiling kunt u

Voorbereiden en inschakelen

EasyClean® alleen gebruiken wanneer de binnenruimte is afgekoeld. Laat de binnenruimte volledig afkoelen.

Risico van brand en beschadiging van oppervlakken!

Nooit water in de hete binnenruimte gieten. Er ontstaat waterdamp en als gevolg van de plotselinge temperatuursverandering kan het email beschadigd raken.

De indicatielampjes en branden.

Na ca. 4 minuten gaat het indicatielampje uit. EasyClean® is na nog 17 minuten beëindigd. Er klinkt een signaal.

$ %

Nareinigen en uitschakelen

Laat het restwater niet lange tijd in de binnenruimte staan (bijv. 's nachts).

Aanwijzing: Nog aanwezige, hardnekkige resten kunt u verwijderen met een schraper voor glaskeramiek.

Sneldrogen

Apparaatdeur verwijderen en inbrengen

Om gemakkelijker schoon te maken kunt u de apparaatdeur verwijderen.

Risico van letsel!

De scharnieren van de apparaatdeur kunnen met grote kracht terugklappen. Draai de beide vergrendelingen voor het inbrengen en verwijderen van de deur altijd tot de aanslag.

Risico van letsel!

Is de deur verwijderd zonder beide vergrendelingen tot de aanslag te draaien, dan kan de scharnier terugklappen. Kom niet met uw handen aan het scharnier. Neem contact op met de klantenservice.

Apparaatdeur verwijderen

Hiervoor met een schroevendraaier de scharniervergrendeling (Afbeelding B) aan beide kanten tot de aanslag naar boven schuiven.

$ %

Scharniervergrendeling gesloten (Afbeelding C) Scharniervergrendeling open (Afbeelding D)

& '

Vergrendeling links: met de klok mee

Vergrendeling rechts: tegen de klok in

( )

De deur mag nu weer geopend en gesloten worden.

← pagina's 3–11verder op pagina 23 →Inhoud