Neff B46E74N0, tekst van de handleiding
Pagina's 19–28 van 32 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
Pagina 19
De opgaven in de tabel zijn richtwaarden.
Informatie voor verdere verwerking, verdere instructies en recepten vindt u in het bijbehorende kookboek.
| Gistdeeg | Hoeveelheid meel in grammen | Rijstijd in minuten |
|---|---|---|
| Licht deeg (bijv. pizzadeeg, broodvlecht) | 300 - 500 | 25 - 30 |
| 750 | 30 - 35 | |
| Zwaar, vetvrij deeg (bijv. kerststol, Panettone) | 500 | 40 - 60 |
| 750 | 60 - 80 | |
| Licht brooddeeg | 1000 | 30 - 40 |
| Zwaar brooddeeg | 1000 | 50 - 70 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 19)
Yoghurt
- 1. Toebehoren en inhangroosters, telescooprails of afzonderlijke insteeksystemen verwijderen.
2.1 liter gesteriliseerde melk (3,5 % vet) of gepasteuriseerde melk tot 40 °C opwarmen of
1 liter gepasteuriseerde melk één keer opkoken en tot 40 °C laten afkoelen.
3.150 g yoghurt bij de warme melk doen, er doorheen roeren en hier gelijkmatig potjes of kommen mee vullen. Niet meer dan 200 ml per potje/kom.
- 4. De potjes of kommen met een passend deksel of plasticfolie afdekken.
- 5. De vormen op gelijkmatige afstanden verdeeld over de hele bodem van de binnenruimte plaatsen.
- 6. Apparaatdeur sluiten en de deegrijsstand inschakelen. Het gaarproces wordt automatisch geregeld. De temperatuur is vast ingesteld.
- 7. Na 8 uur de deegrijsstand uitschakelen en de yoghurt minstens 15 uur in de koelkast laten staan.
Langzaam garen
In dit hoofdstuk vindt u informatie
- over langzaam garen
- over tips en trucs
Met Langzaam garen wordt het gerecht bij een zeer lage temperatuur bereid, daarom wordt het ook wel 'garen bij een lage temperatuur' genoemd.
Het langzaam garen is ideaal voor alle zachte delen van bijv. rund, kalf, varken, lam en gevogelte die medium/rosé of “à point“ (half doorbakken) moeten worden. Het vlees blijft zeer sappig, mals en zacht.
Het gebruik van Langzaam garen
Aanwijzingen
- Gebruik uitsluitend vers en hygiënisch perfect vlees
- Na het langzaam garen ziet het vlees er van binnen altijd roze uit. Dit is geen teken van een te korte bereidingstijd
- Gebruik uitsluitend vlees zonder been
- Gebruik geen ontdooid vlees
- U kunt ook gekruid of gemarineerd vlees gebruiken
- Gebruik voor het langzaam garen altijd inschuifhoogte 1
- Dek het vlees tijdens het garen in de binnenruimte niet af
- Keer het vlees tijdens het langzaam garen niet
- De grootte, dikte en soort van de stukken vlees zijn bepalend voor de tijden van het aanbraden en langzaam garen.
- De kwaliteit van het materiaal van de slede en de stand van de kookzone kunnen de aanbraadtijd beïnvloeden
- Gebruik de functie Langzaam garen niet samen met de klokfunctie voorkeuzefunctie
Schakel de functie stoomstand alleen in wanneer de binnenruimte volledig is afgekoeld (kamertemperatuur).
Wanneer na het inschakelen van de functie Langzaam garen op het tekstdisplay “Niet mogelijk“ en op het temperatuurdisplay afwisselend of en verschijnen, is de binnenruimte niet volledig afgekoeld.
Wacht totdat de binnenruimte volledig is afgekoeld en schakel de functie Langzaam garen opnieuw in.
- 1. Glazen of porseleinen bord op een rooster op inschuifhoogte 1 inschuiven om het voor te verwarmen.
- 2. De functie Langzaam garen inschakelen.
Tijdens de opwarmfase (15 - 20 minuten) verschijnt “Even geduld a.u.b.“ op het tekstdisplay.
- 3. Vet en zenen uit het vlees verwijderen.
- 4. Vlees van alle kanten goed aanbraden, zodat er zich een korst vormt met braadaroma's.
- 5. Wanneer een signaal klinkt en op het tekstdisplay “In werking" verschijnt, het gerecht op het glazen of porseleinen bord in de oven plaatsen.
- 6. Gerecht na afloop van de gaartijd uit de oven nemen en de oven uitschakelen.
Aanwijzing: Langzaam gegaard vlees heeft geen rusttijd nodig en kan probleemloos bij lage temperaturen worden warm gehouden.
Langzaam garen tabel
De opgaven in de tabel zijn richtwaarden. De aanbraadduur heeft betrekking tot het aanbraden in een hete pan met vet.
Leg de eendenborst koud in de pan en braad eerst de huidzijde aan. Na het langzaam garen met de grill op inschuifhoogte 3 bij 250 °C gedurende 3 - 5 minuten knapperig afbakken.
Informatie voor verdere verwerking, verdere instructies en recepten vindt u in het bijbehorende kookboek.
Aanbraden in minuten
Langzaam garen in minuten
| Varkensvlees | ||
|---|---|---|
| Filet, heel (ca. 500 g) | 5 - 6 | 100 - 120 |
| Rugstuk (ca. 1 kg, 4 - 5 cm dik) | 5 - 6 | 120 - 150 |
| Medaillons (5 cm dik) | 3 - 4 | 45 - 60 |
| Rugsteaks (2 - 3 cm dik) | 2 - 3 | 30 - 45 |
| Rundvlees | ||
| Filet, heel (1,5 kg) | 6 - 7 | 160 - 200 |
Pagina 20
| Aanbraden in minuten | Langzaam garen in minuten | |
|---|---|---|
| Rosbief (ca. 1,5 kg, 5 - 6 cm dik) | 6 - 7 | 180 - 210 |
| Heupstuk (6 - 7 cm dik) | 6 - 7 | 240 - 300 |
| Medaillons (5 cm dik) | 3 - 4 | 60 - 80 |
| Rumpsteak (3 cm dik) | 3 - 4 | 50 - 70 |
| Heupstuk (3 cm dik) | 3 - 4 | 50 - 70 |
| Kalfsvlees | ||
| Filet, heel (ca. 800 g) | 4 - 5 | 150 - 180 |
| Fricandeau (ca. 2 kg, 8 - 9 cm dik) | 6 - 7 | 360 - 420 |
| Heupstuk (ca. 1,5 kg, 4 - 5 cm dik) | 6 - 7 | 240 - 300 |
| Medaillons (4 cm dik) | 3 - 4 | 70 - 90 |
| Lamsvlees | ||
| Rug zonder been (ca. 200 g) | 2 - 3 | 30 - 40 |
| Lamsbout zonder been, gebonden (ca. 1 kg) | 6 - 7 | 240 - 300 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 20)
Aanbraden Langzaam in minuten garen in minuten
| Gevogelte | ||
|---|---|---|
| Kippenborst (150 - 200 g)* | 4 - 5 | 90 - 120 |
| Eendenborst (300 - 400 g)** | 10 - 12** | 70 - 90** |
| Kalkoenborst (1 kg)* | 4 - 5 | 150 - 180 |
| Kalkoensteaks (2 - 3 cm)* | 3 - 4 | 40 - 60 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 20)
* doorgegaard
** Instructies aanhouden
Tips en trucs
Langzaam gegaard vlees koelt te snel af Langzaam gegaard vlees warmhouden
Op voorverwarmde borden met zeer hete saus serveren
Schakel de functie Boven- en onderwarmte in en zet de temperatuur op 60 °C. Kleine stukken vlees kunnen maximaal 45 minuten en grote maximaal 2 uur worden warm gehouden
Ontdooien
In dit hoofdstuk leest u
- hoe u ontdooit met CircoTherm® hetelucht 3
- hoe u de functie Ontdooistand gebruikt
Ontdooien met CircoTherm® hetelucht
Gebruik voor het ontdooien en garen van diepvriesproducten CircoTherm® hetelucht 3.
Aanwijzingen
- Ontdooide diepvriesproducten (vooral vlees) hebben kortere bereidingstijden nodig dan verse producten
- De bereidingstijd van diepvriesvlees wordt verlengd met de tijd die nodig is voor het ontdooien
- Diepvriesgevogelte dient u voor de bereiding altijd te ontdooien om de ingewanden te kunnen verwijderen
- Maak diepvriesvis op dezelfde temperatuur klaar als verse vis
- U kunt kant-en-klare diepvriesgroente in aluminiumschalen in grotere hoeveelheden gelijktijdig in de binnenruimte plaatsen
- Gebruik bij het ontdooien op één niveau inschuifhoogte 1 en op twee niveaus inschuifhoogte 1 + 3
- Houd u bij diepvrieslevensmiddelen aan de aanwijzingen van de fabrikant
| Diepvriesgerecht | Temperatuur in °C | Ontdooitijd in minuten |
|---|---|---|
| Rauwe diepvriesproducten/ diepvrieslevensmiddelen | 50 | 30 - 90 |
| Brood/broodjes (750 - 1500 g) | 50 | 30 - 60 |
| Droog diepvriesplaatgebak | 60 | 45 - 60 |
| Vochtig diepvriesplaatgebak | 50 | 50 - 70 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 20)
Ontdooistand
Met de functie Ontdooistand kunt u bijzonder goed gevoelig gebak (bijv. slagroomtaart) ontdooien.
- 1. De functie Ontdooistand inschakelen.
- 2. Diepvriesproduct afhankelijk van de soort en grootte 25 45 minuten ontdooien.
- 3. Diepvriesproduct uit de binnenruimte nemen en 30 - 45 minuten laten rusten.
Bij kleine hoeveelheden (stukjes) wordt de ontdooitijd 15 20 minuten en de rusttijd 10 15 minuten korter.
Pagina 21
Inmaken
ã=Risico van letsel!
Inmaakpotten van levensmiddelen die op een verkeerde manier zijn ingemaakt kunnen barsten. Neem de volgende aanwijzingen in acht:
- Fruit en groente moeten vers zijn en in onberispelijke staat verkeren.
- Gebruik alleen schone en onbeschadigde inmaakpotten
- De inmaakpotten mogen elkaar niet raken wanneer ze in de binnenruimte staan
In de binnenruimte kunt u de inhoud van maximaal zes inmaakpotten van ½, 1 of 1½ liter tegelijkertijd met CircoTherm® hetelucht 3 inmaken.
Aanwijzingen
- Gebruik tijdens één inmaakproces alleen inmaakpotten van dezelfde grootte en met dezelfde levensmiddelen.
- Let op de hygiëne bij het voorbereiden en afsluiten van de inmaakpotten.
- Gebruik alle hittebestendige rubberringen.
- U kunt de volgende levensmiddelen met uw apparaat inmaken: de inhoud van blik, vlees, vis of pasteien.
Fruit voorbereiden
- 1. Het fruit wassen en afhankelijk van de soort schillen, ontpitten en kleinsnijden.
- 2. De inmaakpotten tot ca. 2 cm onder de rand vullen met het fruit.
- 3. Inmaakpotten met een hete, afgeschuimde suikeroplossing vullen (ca. liter voor een literpot).
Op één liter water:
- ca. 250 g suiker bij zoet fruit
- ca. 500 g suiker bij zurig fruit
Groente voorbereiden
- 1. Groente wassen en afhankelijk van de soort schoonmaken en kleinsnijden.
- 2. De inmaakpotten tot ca. 2 cm onder de rand vullen met de groente.
- 3. De inmaakpotten direct vullen met heet water dat eerst gekookt is.
Inmaakpotten afsluiten
- 1. De randen van de inmaakpotten met een schone, vochtige doek afnemen.
- 2. Rubberring en deksel er nat op plaatsen en de potten met een klem afsluiten.
Inmaken starten
- 1. Braadslede op inschuifhoogte 1 inschuiven.
- 2. Inmaakpotten in een driehoek opstellen, zonder dat ze elkaar raken.
3.½ liter heet water (ca. 80 °C) in de braadslede gieten.
- 4. CircoTherm® hetelucht 3 met 160 °C instellen.
- Inmaakpotten met ½ of 1 liter borrelen na ca. 50 minuten
- Inmaakpotten met 1½ liter borrelen na ca. 60 minuten
Inmaken beëindigen
Bij fruit, augurken en tomatenpuree:
- 1. Apparaat uitschakelen zodra alle inmaakpotten borrelen.
- 2. Inmaakpotten nog een paar minuten in de gesloten binnenruimte laten staan.
- Frambozen, aardbeien, kersen of augurken: ca. 5 - 10 minuten
- Ander fruit: ca. 10 - 15 minuten
- Tomatenpuree of appelmoes: ca. 15 - 20 minuten
Bij groente:
- 1. Temperatuur tot 100 °C verlagen, zodra alle inmaakpotten borrelen. Inmaakpotten ca. 60 minuten in de gesloten binnenruimte verder laten borrelen.
- 2. Apparaat uitschakelen.
- 3. Inmaakpotten nog ca. 15 - 30 minuten in de gesloten binnenruimte laten staan.
Inmaakpotten verwijderen
- 1. Inmaakpotten op een schone doek plaatsen, afdekken en beschermen tegen tocht.
- 2. Klemmen pas verwijderen wanneer de potten koud zijn.
Reiniging en onderhoud
In dit hoofdstuk vindt u informatie over
- reiniging en onderhoud van uw apparaat
- schoonmaakmiddelen en -hulpen
- zelfreinigende oppervlakken in de binnenruimte
- reinigingshulp EasyClean®
ã=Risico van kortsluiting!
Gebruik geen hogedrukreiniger of stoomstraalapparaat om uw apparaat schoon te maken.
Attentie!
Schade aan het oppervlak door verkeerde reiniging: Gebruik geen
- scherpe of schurende schoonmaakmiddelen
- alcoholhoudende schoonmaakmiddelen
- schurende reinigingshulpen zoals staalwol of schuursponzen.
Houd u aan de opgaven in de tabellen.
Aanwijzing: Via de klantenservice kunt u bijzonder aanbevelenswaardige schoonmaak- en onderhoudsmiddelen betrekken. Neem de betreffende aanwijzingen van de fabrikant in acht.
Pagina 22
Het apparaat van buiten reinigen
| Apparaatonderdeel/oppervlak | Reinigingsmiddel/hulp |
|---|---|
| Roestvrijstalen oppervlakken | In de handel gebruikelijk schoonmaakmiddel met een zachte, vochtige doek of zeem opbrengen; met een zachte doek nadrogen. Gebruik bij sterke vervuiling een reinigingsmiddel voor gematteerd roestvrij staal. |
| Gelakte oppervlakken | In de handel gebruikelijk schoonmaakmiddel met een zachte, vochtige doek of zeem opbrengen; met een zachte doek nadrogen. |
| Bedieningspaneel | In de handel gebruikelijk schoonmaakmiddel met een zachte, vochtige doek of zeem opbrengen; met een zachte doek nadrogen. Geen glasreiniger of schraper gebruiken. |
| Ruiten van de deur | In de handel gebruikelijk glasreinigings- of schoonmaakmiddel met een zachte, vochtige doek of zeem opbrengen; met een zachte doek nadrogen. Om de temperatuur omlaag te brengen zit op de ruit aan de binnenkant van de deur een coating waarmee de warmte wordt gereflecteerd. Het zicht door de deur wordt hierdoor niet beïnvloed. Wanneer de deur van het apparaat geopend is, kan deze coating een zeer helle weerschijn hebben. Dit is normaal en doet geen afbreuk aan de kwaliteit. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 22)
Binnenruimte reinigen
Attentie!
Schade aan het oppervlak! Maak geen gebruik van speciaal voor ovens bestemde schoonmaakmiddelen.
Aanwijzingen
- Het email wordt bij zeer hoge temperaturen ingebrand. Hierdoor kunnen er kleine kleurverschillen ontstaan. Dit is normaal en heeft geen nadelige invloed op de werking.
- De smalle randen van de bakplaten kunnen niet volledig worden geëmailleerd. Ze kunnen daarom ruw zijn. De bescherming tegen corrosie is echter gegarandeerd.
| Apparaatonderdeel | Reinigingsmiddel/hulp |
|---|---|
| Oppervlakken van email (glad oppervlak) | Om het schoonmaken te vergemakkelijken kunt u de verlichting van de binnenruimte inschakelen en eventueel de deur verwijderen. In de handel gebruikelijk schoonmaakmiddel of azijnwater met een zachte, vochtige doek of zeem opbrengen; met een zachte doek nadrogen. Neem ingebrande voedselresten af met een vochtige doek en schoonmaakmiddel. Bij sterke vervuiling adviseren wij het gebruik van een ovenreiniger in gelvorm. Deze kan secuur worden aangebracht. De binnenruimte na het schoonmaken openlaten om te drogen. |
| Zelfreinigende oppervlakken (ruw oppervlak) | Houd u aan de aanwijzingen in het hoofdstuk: Zelfreinigende oppervlakken |
| Deurdichting | Warm zeepsop |
| Inhangrooster/Telescooprail | Warm zeepsop |
| Toebehoren | In heet zeepsop weken, reinigen met borstel en schoonmaaksponsje of in de vaatwasmachine. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 22)
Vervuiling vermijden
Om vervuiling van de binnenruimte te voorkomen, dient u
- de binnenruimte na gebruik altijd schoon te maken, omdat het vuil bij later gebruik van de oven inbrandt en moeilijk kan worden verwijderd.
- kalk-, vet-, zetmeel- en eiwitvlekken altijd onmiddellijk te verwijderen
- zo mogelijk CircoTherm® hetelucht 3 te gebruiken. Bij deze functie treedt minder vervuiling op
- voor het bereiden van zeer vochtig gebak de braadslede te gebruiken.
- voor het bakken en braden geschikte vormen (bijv. een braadpan) of een bak- of braadplaat te gebruiken (zie het hoofdstuk: Toebehoren)
Zelfreinigende oppervlakken
De achterwand in de binnenruimte is voorzien van een laagje zelfreinigend email. Spetters die ontstaan bij het bakken en braden worden hiervan tijdens het gebruik van de oven opgezogen en afgebroken.
Grotere spetters verdwijnen pas nadat de oven meerdere keren gebruikt is.
Verkleuringen op de achterwand hebben geen invloed op de zelfreinigende functie.
Attentie!
Oppervlakteschade op de zelfreinigende oppervlakken door het opbrengen van een ovenreiniger. Behandel de zelfreinigende oppervlakken nooit met ovenreiniger. Komt er per ongeluk ovenreiniger op de zelfreinigende oppervlakken, verwijder deze dan direct met een spons en voldoende water.
Attentie!
Oppervlakteschade op de zelfreinigende oppervlakken door het gebruik van schurende en zuurhoudende reinigingsmiddelen en -hulpen!
Gebruik geen reinigingsmiddelen die schurende stoffen of zuren bevatten.
Gebruik geen schurende reinigingshulpen zoals bijv. staalwol of schuursponsjes.
Pagina 23
EasyClean®
Om het schoonmaken van de binnenruimte gemakkelijker voor u te maken, is uw apparaat voorzien van de reinigingshulp EasyClean® . Door een automatisch gestuurde verdamping van zeepsop lossen de vuilresten op en kunnen vervolgens gemakkelijker worden verwijderd.
Bij sterkere vervuiling kunt u
- het sop enige tijd voor het inschakelen laten inwerken
- de verontreinigde plekken vóór het inschakelen van de reinigingshulp met afwasmiddel inwrijven
- de functie EasyClean® herhalen nadat de binnenruimte is afgekoeld
Voorbereiden en inschakelen
EasyClean® start alleen wanneer de binnenruimte afgekoeld is.
ã=Risico van brand en beschadiging van oppervlakken!
Nooit water in de hete binnenruimte gieten. Er ontstaat waterdamp en als gevolg van de plotselinge temperatuursverandering kan het email beschadigd raken.
- 1. Toebehoren uit de oven nemen.
2.0,4 liter water (geen gedestilleerd water) met wat afwasmiddel voorzichtig in de bodembak van de binnenruimte gieten (Afbeelding A).
- 3. Apparaatdeur sluiten.
- 4. EasyClean® inschakelen.
Op het tekstdisplay verschijnen “EasyClean In werking" en op het temperatuurdisplay .
Wanneer na het inschakelen van EasyClean® op het tekstdisplay “Niet mogelijk“ en op het temperatuurdisplay afwisselend of en verschijnen, is de binnenruimte niet volledig afgekoeld.
Wacht tot de binnenruimte afgekoeld is en schakel EasyClean® opnieuw in.
Na afloop van de reinigingshulp EasyClean® gaat de verlichting van de binnenruimte aan en op het tekstdisplay verschijnt “EasyClean Beëindigd“. Er klinkt een signaal.
- 5. Klokfunctietoets indrukken om de klokfunctie te beëindigen.
Nareinigen en uitschakelen
Laat het restwater niet lange tijd in de binnenruimte staan (bijv. 's nachts).
- 1. Deur van het apparaat openen en het restwater met een goed opnemende sponsdoek opnemen (Afbeelding B).
- 2. Binnenruimte met een sponsdoek, zachte borstel of een kunststof schuursponsje reinigen.
Aanwijzing. Nog aanwezige, hardnekkige resten kunt u verwijderen met een schraper voor glaskeramiek.
- 3. Kalkranden met een in azijn gedrenkte doek verwijderen, daarna met schoon water afnemen en met een zachte doek droogwrijven, ook onder de deurafdichting.
- 4. Functiekeuzeknop in de stand terugdraaien.
- 5. De deur van het apparaat na de reiniging nog ca. 1 uur op een kier laten staan (ca. 30°), zodat de emaillen oppervlakken in de binnenruimte goed kunnen drogen.
Sneldrogen
- 1. De deur van het apparaat na de reiniging op een kier (ca. 30°) geopend laten.
- 2. CircoTherm® hete lucht 3 met 50 °C instellen.
- 3. Na 5 minuten apparaat uitschakelen en apparaatdeur sluiten.
Apparaatdeur verwijderen en inbrengen
Om gemakkelijker schoon te maken kunt u de apparaatdeur verwijderen.
ã=Risico van letsel!
De scharnieren van de apparaatdeur kunnen met grote kracht terugklappen. Draai de beide vergrendelingen voor het inbrengen en verwijderen van de deur altijd tot de aanslag.
ã=Risico van letsel!
Is de deur verwijderd zonder beide vergrendelingen tot de aanslag te draaien, dan kan de scharnier terugklappen. Kom niet met uw handen aan het scharnier. Neem contact op met de klantenservice.
Apparaatdeur verwijderen
- 1. De linker- en rechter scharniervergrendeling (Afbeelding A) openen.
Hiervoor met een schroevendraaier de scharniervergrendeling (Afbeelding B) aan beide kanten tot de aanslag naar boven schuiven.
Scharniervergrendeling gesloten (Afbeelding C) Scharniervergrendeling open (Afbeelding D)
- 2. Apparaatdeur tamelijk ver openen (Afbeelding E).
- 3. Met een munt de beide vergrendelingen links- en rechtsonder aan de binnenkant van het apparaat draaien tot de aanslag (Afbeelding F).
Vergrendeling links: met de klok mee
Vergrendeling rechts: tegen de klok in
Pagina 24
- 4. Apparaatdeur iets sluiten, tot de vergrendelingen duidelijk inklikken.
De deur mag nu weer geopend en gesloten worden.
- 5. Deurgreep met beide duimen iets optillen en de apparaatdeur er naar boven uittillen (Afbeelding G).
Apparaatdeur inbrengen
- 1. Apparaatdeur vasthouden en met beide duimen de deurgreep iets optillen (Afbeelding A).
- 2. Apparaatdeur tegelijkertijd boven de geleiderollen links en rechts inbrengen (Afbeelding B).
Ruiten van de deur schoonmaken
Om ze gemakkelijker schoon te maken kunt u de ruiten van de apparaatdeur afnemen.
ã=Risico van letsel!
De componenten van de apparaatdeur kunnen scherpe randen hebben. Hierdoor kunt u snijwonden oplopen. Draag veiligheidshandschoenen.
ã=Risico van letsel!
Gebruik het apparaat pas weer wanneer de ruiten en de apparaatdeur naar behoren zijn aangebracht.
Deurruit verwijderen
- 1. Apparaatdeur verwijderen en met de voorkant naar beneden op een zachte, schone ondergrond leggen (zie het hoofdstuk: Apparaatdeur verwijderen en inbrengen).
- 2. Deurruit naar buiten brengen door hem iets op te tillen.
- 3. Let erop dat de apparaatdeur niet gekanteld is en volledig is ingebracht (Afbeelding C).
- 4. Met een munt de beide vergrendelingen van de apparaatdeur opheffen (Afbeelding D).
Vergrendeling links: tegen de klok in
Vergrendeling rechts: met de klok mee
- 5. Apparaatdeur een stuk verder openen en vervolgens sluiten. ã=Risico van letsel door niet gesloten scharniervergrendelingen!
De apparaatdeur kan uit de hengsels loskomen. U kunt zich verwonden en de apparaatdeur kan worden beschadigd. Sluit na het inbrengen altijd de scharniervergrendeling aan de linker- en rechterkant.
- 6. Linker- en rechterscharniervergrendeling sluiten (Afbeelding E).
Hiervoor met een schroevendraaier de scharnierbergrendeling (Afbeelding F) aan beide kanten tot de aanslag schuiven.
Middelste ruit verwijderen
Let er voordat u hem verwijdert op in welke positie de ruit is ingebracht, zodat u hem later niet verkeerd om inbrengt.
- 1. Houders links en rechts in de richting van de pijl drukken (Afbeelding A) en de middelste ruit naar buiten brengen.
- 2. Middelste ruit optillen en naar buiten trekken (Afbeelding B).
Reinigen
Reinig de deurruiten met glasreiniger en een zachte doek.
Attentie!
Gebruik geen scherpe of schurende middelen en geen schraper. Het glas kan hierdoor beschadigd raken.
Middelste ruit inbrengen
- 1. Middelste ruit in de drie opnames steken (Afbeelding A)
- 2. Links en rechts voor de houders op de middelste ruit drukken tot deze in de houders klikt (Afbeelding B).
Pagina 25
Deurruit inbrengen
- 1. Deurruit in de twee opnames steken (Afbeelding A).
- 2. Links en rechts naast de houders op de deurruit drukken tot deze in de houders klikt (Afbeelding B).
Plafond van de binnenruimte reinigen
Om het plafond van de binnenruimte eenvoudig en snel te reinigen kunt u het grillelement naar beneden klappen. ã=Risico van verbranding door hete onderdelen in de binnenruimte!
Wacht tot de binnenruimte afgekoeld is.
- 1. Beugel van het grillelement naar voren trekken en naar boven drukken tot het grillelement hoorbaar ontgrendelt (Afbeelding A).
- 2. Grillelement vasthouden en naar beneden klappen (Afbeelding B).
- 3. Plafond van de binnenruimte reinigen.
- 4. Beugel naar voren trekken en naar boven ingedrukt houden.
- 5. Grillelement naar boven klappen tot het inklikt.
Inhangroosters reinigen
U kunt de inhangroosters verwijderen om ze gemakkelijker schoon te maken.
ã=Risico van verbranding door hete onderdelen in de binnenruimte!
Wacht tot de binnenruimte afgekoeld is.
- 1. Inhangroosters er aan de voorkant uittrekken en verwijderen (Afbeelding A).
- 2. Inhangroosters met afwasmiddel en spons of een borstel reinigen.
- 3. De inhangroosters na de reiniging in omgekeerde volgorde inbrengen (Afbeelding B).
Telescooprails schoonmaken
U kunt de telescooprails verwijderen om ze gemakkelijker schoon te maken.
ã=Risico van verbranding door hete onderdelen in de binnenruimte!
Wacht tot de binnenruimte afgekoeld is.
Telescooprails verwijderen
- 1. Bladveer naar voren trekken en vasthouden (Afbeelding A).
- 2. Telescooprail aan de voorkant naar boven schuiven en naar opzij verwijderen.
- 3. Telescooprail er aan de achterkant uittrekken.
Telescooprails schoonmaken
Telescooprails met afwasmiddel en spons of een borstel schoonmaken.
Telescooprails inbrengen
- 1. Telescooprail aan de achterkant tot de aanslag inbrengen.
- 2. Telescooprail aan de voorkant van boven inschuiven en naar beneden drukken tot hij inklikt (Afbeelding B).
- 3. Telescooprails tot de aanslag inschuiven en de apparaatdeur sluiten.
Pagina 26
Storingen en reparaties
Er hoeft niet altijd contact te worden opgenomen met de klantenservice. In veel gevallen kunt u zelf voor een oplossing zorgen. In de volgende tabel staan een paar tips om storingen op te lossen.
ã=Kans op een elektrische schok!
- Werkzaamheden aan de elektronica van het apparaat mogen alleen door een vakman worden uitgevoerd.
- Bij het werken aan de elektronica van het apparaat beslist de netstekker uit het stopcontact halen. Automatische beveiliging activeren of de zekering in de meterkast van uw woning eruit draaien.
| Storing | Mogelijke oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Elektrische functie vertoont een storing (bijv. indicatielampjes branden niet meer) | Zekering defect. | Zekeringen in de meterkast controleren en eventueel vervangen. |
| Vloeistof of dunvloeibaar deeg wordt zeer eenzijdig verdeeld | Apparaat niet waterpas ingebouwd | Inbouw van het apparaat controleren (zie installatievoorschrift) |
| Op het klokdisplay knippert : | Stroomtoevoer is onderbroken | Klokfunctietoets indrukken, tijd opnieuw instellen (zie het hoofdstuk: Elektronische klok) |
| Op het klokdisplay knippert : , op het temperatuurdisplay verschijnt “rrr“ | De stroomtoevoer is onderbroken terwijl het apparaat in gebruik was | Klokfunctietoets indrukken, tijd opnieuw instellen (zie het hoofdstuk: Elektronische klok) |
| Op het temperatuurdisplay verschijnt “E011“ | Permanente bezetting van een toets | Permanente bezetting van de toets opheffen en de klokfunctietoets indrukken |
| Op het temperatuurdisplay verschijnt “EXXX“, bijv. E300 | Interne fout van de apparaatelektronica | Klokfunctietoets indrukken. Verdwijnt de melding niet, haal de stekker dan uit het stopcontact en steek hem er na ca. 10 seconden weer in |
| Bediening van het apparaat is niet mogelijk, op het tekstdisplay verschijnt “Apparaat geblokkeerd“, op het temperatuurdisplay verschijnen en - - | Apparaat is geblokkeerd | Blokkering deactiveren (zie het hoofdstuk: Kinderslot) |
| Bediening van het apparaat is niet mogelijk, op het tekstdisplay verschijnt “Apparaat permanent geblokkeerd“, op het temperatuurdisplay verschijnen en - | Apparaat is permanent geblokkeerd | Permanente blokkering deactiveren (zie het hoofdstuk: Kinderslot) |
| Apparaat warmt niet op, op het klokdisplay knippert de dubbele punt, op het temperatuurdisplay verschijnt bijv. | Er is een toetscombinatie gebruikt | Apparaat uitschakelen, infotoets 3 seconden lang indrukken, vervolgens de klokfunctietoets 4 seconden lang indrukken, tenslotte de infotoets opnieuw 3 seconden lang indrukken |
| Elektronisch gestuurde functies vertonen een storing | Energetische impulsen (bijv. blikseminslag) | Betreffende functie opnieuw instellen |
| Na het inschakelen van een functie verschijnt of op het temperatuurdisplay, op het tekstdisplay verschijnt “Niet mogelijk“ | Apparaat is niet volledig afgekoeld | Wachten tot het apparaat afgekoeld is, vervolgens de functie opnieuw inschakelen |
| Het apparaat is automatisch uitgeschakeld, op het tekstdisplay verschijnt “Veiligheidsuitschakeling", op het temperatuurdisplay knippert : | Apparaat is als beveiliging tegen oververhitting uitgeschakeld | Functieschakelaar in de stand terugdraaien |
| Bij het braden of grillen ontstaat een walm | Vet op het grillelement verbrandt | Verder grillen of braden tot het vet op het grillelement verbrand is |
| Rooster of braadslede verkeerd ingeschoven. | Rooster in de braadslede leggen en samen op een lagere inschuifhoogte plaatsen. | |
| In de binnenruimte treedt meer condenswater op | Normaal verschijnsel (bijv. bij gebak met zeer vochtige vulling of een groot braadstuk) | Apparaatdeur tijdens het gebruik af en toe kort openen |
| Geëmailleerde toebehoren vertonen matte, lichte vlekken | Normaal verschijnsel door afdruipend vlees- of vruchtensap | Niet mogelijk |
| Deurruiten zijn beslagen | Normaal verschijnsel, dat ontstaat door temperatuurverschillen | Apparaat bij 100 °C opwarmen en na 5 minuten weer uitschakelen |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 26)
26
Pagina 27
Ovenlamp vervangen
Een defecte ovenlamp dient te worden vervangen.
Reservelampen kunt u krijgen bij de klantenservice of uw speciaalzaak: E14, 220 - 240 V, 40 W, hittebestendig tot 300 °C. Gebruik uitsluitend originele ovenlampen.
ã=Kans op een elektrische schok!
Maak het apparaat stroomloos. Activeer de zekeringsautomaat of draai de zekering van de meterkast van uw woning eruit.
- 1. Theedoek in de koude binnenruimte leggen, om schade te voorkomen.
- 2. Glazen afscherming naar links draaien en afnemen.
- 3. Ovenlamp vervangen door een van hetzelfde type.
- 4. Glazen afscherming er weer inschroeven.
- 5. Theedoek eruit nemen en de zekering inschakelen.
Aanwijzing: Gebruik rubberhandschoenen wanneer de glazen afscherming er niet afgedraaid kan worden. Of bestel een demontagehulp bij de klantendienst (Bestelnr. 613634).
Halogeenlampen vervangen
Een defecte halogeenlamp dient te worden vervangen. Reservelampen kunt u krijgen bij de klantenservice of uw speciaalzaak: Osram Ministar Axial Reflector 12 V - GY 6,35; 20 W. Gebruik uitsluitend originele lampen.
ã=Risico van verbranding!
Wanneer de halogeenlampen branden worden ze zeer heet. Wacht met het vervangen tot de halogeenlampen afgekoeld zijn.
Attentie!
Vertroebeling van de halogeenlamp: Halogeenlamp niet met de blote vingers aanraken. Zo kan er vet op het glas komen, dat inbrandt en het glas vertroebelt. Gebruik een schone doek bij het vervangen.
- 1. Apparaatdeur verwijderen (zie het hoofdstuk: Apparaatdeur verwijderen en inbrengen).
- 2. Deurruit verwijderen (zie het hoofdstuk: Ruiten van de deur schoonmaken).
De halogeenlampen zitten links en rechts naast de inhangpunten van de apparaatdeur (Afbeelding A).
- 3. Fitting met halogeenlamp uit de houder halen en verwijderen (Afbeelding B).
- 4. Halogeenlamp vervangen. Gebruik een schone doek.
- 5. Halogeenlamp met fitting in de apparaatdeur inbrengen.
- 6. Deurruit en apparaatdeur inbrengen.
Deurdichting vervangen
Is de deurdichting defect, dan moet deze worden vervangen. Vervangende afdichtingen zijn verkrijgbaar bij de klantenservice.
Deurdichting verwijderen
De deurdichting is met negen punten bevestigd.
- 1. Deurdichting op vier plaatsen (Afbeelding A) losmaken (Afbeelding B).
- 2. Deurdichting op de andere vijf plaatsen (Afbeelding C) door licht te draaien losmaken (Afbeelding D).
Deurdichting inbrengen
- 1. Deurdichting op vier plaatsen (Afbeelding A) inhangen (Afbeelding B).
- 2. Deurdichting op de andere vijf plaatsen (Afbeelding C) inhangen door licht te draaien (Afbeelding D).
- 3. Bevestiging van de deurdichting controleren.
Pagina 28
Servicedienst
Wanneer uw apparaat gerepareerd moet worden, staat onze servicedienst voor u klaar. Wij vinden altijd een passende oplossing, ook om onnodig bezoek van een technicus te voorkomen.
Enummer en FDnummer
Geef aan de klantenservice altijd het productnummer (E-nr.) en het fabricagenummer (FD-nr.) van uw apparaat op, zodat wij u goed van dienst kunnen zijn. Het typeplaatje met de nummers vindt u rechts, aan de zijkant van de ovendeur. Om niet te lang te hoeven zoeken wanneer u de klantenservice nodig heeft, kunt u hier direct de gegevens van uw apparaat en het telefoonnummer van de servicedienst invullen.
Enr. FD-nr.
Servicedienst
Let erop dat het bezoek van een technicus van de servicedienst in het geval van een verkeerde bediening ook tijdens de garantietijd kosten met zich meebrengt.
De contactgegevens in alle landen vindt u in de bijgesloten lijst met Servicedienstadressen.
Verzoek om reparatie en advies bij storingen NL 088 424 4040
Vertrouw op de competentie van de producent. Zo bent u er zeker van dat de reparatie wordt uitgevoerd door geschoolde onderhoudstechnici, die beschikken over de originele onderdelen voor uw huishoudelijke apparaten.
Testgerechten
Testgerechten volgens de norm EN 50304/EN 60350 (2009) resp. IEC 60350. Neem de aanwijzingen voor het
voorverwarmen in de tabellen in acht. De waarden in de tabel zijn van toepassing zonder snelvoorverwarming.
Bakken Inschuifhoo Func- Temperatuur Tijdsduur in gte tie in °C minuten
| Sprits | 3 | 140 - 150* | 25 - 35 | ||||
| 1 | 3 | 140 - 150* | 20 - 30 | ||||
| 1 + 3 | 3 | 140 - 150* | 20 - 40 | ||||
| 1 + 3 + 4 | 3 | 130 - 150* | 30 - 50 | ||||
| Small cakes (20 stuks per plaat) | 3 | 160 - 170** | 20 - 35 | ||||
| 1 | 3 | 150 - 160** | 20 - 30 | ||||
| 1 + 3 | 3 | 150 - 160** | 25 - 35 | ||||
| 1 + 3 + 4 | 3 | 150 - 160** | 25 - 35 | ||||
| Waterbiscuit | 2 | 160 - 170* | 25 - 35 | ||||
| 1 | 3 | 150 - 160* | 25 - 35 | ||||
| Donkere appeltaart (vormen naast elkaar, afbeelding A) | 1 | 0 | 170 - 180* | 75 - 85 | |||
| Donkere appeltaart (vormen diagonaal geplaatst, afbeelding B) * Oven voorverwarmen ** 10 minuten voorverwarmen | 1 + 3 | 3 | 170 - 180* | 65 - 80 | |||
| Grillen | Inschuifhoogte | Functie | Temperatuur in °C | Grilltijd in minuten | |||
| Toast (braadslede + vlak rooster) | 4 | * | 1 - 2 | ||||
| Beefsteaks, 12 stuks (braadslede + vlak rooster) | 4 | 20 - 25** | |||||
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 28)
* 10 minuten voorverwarmen
** na van de tijd keren