Neff B48VT68N0, tekst van de handleiding
Pagina's 53–63 van 68 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← pagina's 43–52verder op pagina 64 →
Pagina 53
Voor u in onze kookstudio uitgetest. nl
Niet gebruikte toebehoren verwijderen uit de binnenruimte. Zo krijgt u een optimaal bakresultaat en spaart u tot 20 procent energie.
Gebruikte verwarmingsmethoden:
- • CircoTherm hetelucht
- • Boven- en onderwarmte
- • Thermogrillen
- • Grill, groot
De standen van de stoomintensiteit zijn met behulp van cijfers in de tabel aangegeven:
- 1 = laag
- 2 = gemiddeld
- 3 = hoog
| Gerecht | Accessoires/vormen | Inschuifhoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C | Stoomintensiteit | Duur in min. |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Varkensvlees | ||||||
| Gebraden varkensvlees zonder zwoerd, bijv. halsstuk, 1,5 kg | Open vorm | 2 | 180-190 | - | 110-130 | |
| Gebraden varkensvlees zonder zwoerd, bijv. halsstuk, 1,5 kg | Open vorm | 2 | 180-190 | 1 | 110-130 | |
| Gebraden varkensvlees met zwoerd, bijv. schouderstuk, 2 kg | Rooster | 2 | 190-200 | - | 130-140 | |
| Gebraden varkensvlees met zwoerd, bijv. schouderstuk, 2 kg | Open vorm | 2 | 100 | 3 | 25-30 | |
| 170-180 | 1 | 70-90 | ||||
| 200-210 | - | 20-25 | ||||
| Gebraden varkenslende, 1,5 kg | Open vorm | 2 | 220-230 | - | 70-80 | |
| Gebraden varkenslende, 1,5 kg | Open vorm | 2 | 170-180 | 1 | 80-90 | |
| Varkenshaas, 400 g | Rooster | 3 | 220-230 | - | 20-25 | |
| Varkenshaas, 400 g | Open vorm | 3 | 210-220* | 1 | 25-30 | |
| Casselerrib met been, 1 kg (incl. een beetje toegevoegd water) | Gesloten vorm | 2 | 210-230 | - | 70-90 | |
| Casselerrib met been, 1 kg | Open vorm | 2 | 160-170 | 1 | 70-80 | |
| Varkenssteaks, 2 cm dik | Rooster | 4 | 275 | - | 16-20 | |
| Varkensmedaillons, 3 cm dik | Rooster | 4 | 290* | - | 10-14 | |
| Rundvlees | ||||||
| Runderfilet, medium, 1 kg | Rooster | 2 | 210-220 | - | 40-50 | |
| Runderfilet, medium, 1 kg | Open vorm | 2 | 190-200 | 1 | 50-60 | |
| Gestoofd rundvlees, 1,5 kg | Gesloten vorm | 2 | 200-220 | - | 130-160 | |
| Rosbief, medium, 1,5 kg | Rooster | 2 | 220-230 | - | 60-70 | |
| Rosbief, medium, 1,5 kg | Open vorm | 2 | 190-200 | 1 | 65-80 | |
| Steak, 3 cm dik, medium | Rooster | 4 | 290 | - | 15-20 | |
| Burger, 3-4 cm hoog | Rooster | 4 | 290 | - | 25-30 | |
| Kalfsvlees | ||||||
| Gebraden kalfsvlees, 1,5 kg | Open vorm | 2 | 160-170 | - | 100-120 | |
| Gebraden kalfsvlees, 1,5 kg | Open vorm | 2 | 170-180 | 1 | 90-110 | |
| Kalfsschenkel, 1,5 kg | Open vorm | 2 | 200-210 | - | 100-120 | |
| Kalfsschenkel, 1,5 kg | Open vorm | 2 | 170-180 | 1 | 100-120 | |
| Lamsvlees | ||||||
| Lamsbout zonder been, medium, 1,5 kg | Open vorm | 2 | 170-190 | - | 50-80 | |
| Lamsbout zonder been, medium, 1,5 kg | Open vorm | 2 | 170-180 | 1 | 80-90 | |
| Lamszadel met been*** | Rooster | 2 | 180-190 | - | 40-50 | |
| * voorverwarmen ** Braadslede op inschuifhoogte 2 eronder plaatsen *** zonder keren | ||||||
Pagina 54
nl Voor u in onze kookstudio uitgetest.
| Gerecht | Accessoires/vormen | Inschuifhoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C | Stoomintensiteit | Duur in min. |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Lamszadel met been*** | Open vorm | 3 | 200-210* | 1 | 25-30 | |
| Lamskotelet** | Rooster | 4 | 290 | - | 14-18 | |
| Worsten | ||||||
| Grillworsten | Rooster | 4 | 290 | - | 10-15 | |
| Vleesgerechten | ||||||
| Gehaktbrood, 1 kg | Open vorm | 2 | 170-180 | - | 60-70 | |
| Gehaktbrood, 1 kg | Open vorm | 2 | 190-200 | 1 | 70-80 | |
| * voorverwarmen ** Braadslede op inschuifhoogte 2 eronder plaatsen *** zonder keren | ||||||
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 54)
| Tips voor het braden, stoven en grillen | |
|---|---|
| De binnenruimte wordt erg vuil. | Bereid het product in een gesloten braadslede of gebruik het grillrooster. Wanner u het grillrooster gebruikt, behaalt u een optimaal braadresultaat. U kunt het grillrooster als speciaal toebehoren kopen. |
| Het braadvlees is te donker en de korst is op enkele plaatsen verbrand en/of het braadvlees is te droog. | Controleer de inschuifhoogte en de temperatuur. Kies de volgende keer een lagere temperatuur en verkort evt. de braadtijd. |
| De korst is te dun. | Verhoog de temperatuur of schakel na afloop van de braadtijd de grill even in. |
| Het braadvlees ziet er goed uit, maar de jus is aangebrand. | Neem de volgende keer kleiner braadgerei en voeg evt. meer vloeistof toe. |
| Het braadvlees ziet er goed uit, maar de jus is te licht en te waterig. | Neem de volgende keer groter braadgerei en voeg evt. minder vloeistof toe. |
| Bij het stoven brandt het vlees aan. | Het deksel moet goed op de braadvorm passen en goed sluiten. Reduceer de temperatuur en voeg indien gewenst tijdens het stoven nog vloeistof toe. |
| Het grillproduct wordt te droog. | Het vlees pas na het grillen zouten. Zout onttrekt water aan het vlees. Steek tijdens het keren niet in het grillproduct. Gebruik een grilltang. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 54)
Vis
Uw apparaat biedt diverse verwarmingsmethoden voor het bereiden van vis. In de insteltabellen vindt u optimale instellingen voor vele gerechten.
Hele vis hoeft niet gekeerd te worden. Plaats de hele vis in de zwemstand, met de rugvin naar boven, in de binnenruimte. Een ingesneden aardappel of een kleine ovenvaste vorm in de buik van de vis zorgt voor stabiliteit.
U kunt herkennen dat de vis gaar is, wanneer de rugvin gemakkelijk loslaat.
Braden en grillen op het rooster
Leg het vlees op het rooster. Plaats bovendien de universele braadslede met de schuine kant naar de apparaatdeur ten minste één inschuifhoogte eronder.
Giet afhankelijk van de grootte en de soort vis tot liter water in de braadslede. Vrijkomende vloeistof wordt opgevangen. Er ontstaat zo minder rook en de binnenruimte blijft schoner.
Laat de deur van het apparaat tijdens het grillen gesloten. Nooit met een geopende apparaatdeur grillen.
Neem indien mogelijk grillstukken van ongeveer dezelfde dikte en gewicht. Zo worden ze gelijkmatig
bruin en blijven ze lekker mals. Leg de te grillen stukken vlees rechtstreeks op het rooster.
Keer de grillstukken met een grilltang. Wanneer u met een vork in de vis prikt, verliest hij sap en wordt hij droog.
Aanwijzingen
- Het grillelement wordt steeds weer in- en uitgeschakeld, dat is normaal. Hoe vaak dit gebeurt, is afhankelijk van de ingestelde temperatuur.
- Bij het grillen kan rook ontstaan.
Braden en stomen in een vorm
Gebruik alleen vormen die geschikt zijn voor de werking oven. Controleer of de vorm in de binnenruimte past.
Glazen vormen zijn het meest geschikt. Zet hete vormen van glas op een droge onderzetter. Is de ondergrond nat of koud, dan kan het glas knappen.
Glanzende braadsledes van edelstaal of aluminium reflecteren de warmte als een spiegel en zijn daardoor niet zo geschikt. De vis gaart langzamer en wordt minder bruin. Houd een hogere temperatuur en/of langere bereidingstijd aan.
Houd u aan de aanwijzingen van de fabrikant van de braadvorm.
Pagina 55
Voor u in onze kookstudio uitgetest. nl
Open vorm
Gebruik voor het bereiden van hele vis het beste een hoge vorm. Plaats de vorm op het rooster. Wanneer u geen geschikte vorm heeft, gebruikt u de braadslede.
Gesloten vorm
De binnenruimte blijft bij de bereiding in een gesloten vorm veel schoner. Let erop dat het deksel voor de pan past en goed sluit. Plaats de vorm op het rooster.
Doe voor het stomen twee tot drie eetlepels vloeistof en wat citroensap in de vorm.
Bij het openen van het deksel na het garen, kan zeer hete stoom ontwijken. Til het deksel van achteren op, zodat de hete stoom van het lichaam af naar buiten gaat.
Vis kan ook in een gesloten braadslede knapperig worden. Gebruik hiervoor een braadslede met glazen deksel en stel een hogere temperatuur in.
Braden met stoom
Bepaalde gerechten worden bij de bereiding met stoom knapperiger en drogen minder uit.
Gebruik een open vorm. De vormen dienen hitte- en stoombestendig te zijn.
De vis hoeft niet gekeerd te worden.
Schakel de stoomfunctie in, zoals aangegeven in de insteltabel. Sommige gerechten lukken het best wanneer ze in meerdere stappen worden gegaard. Deze zijn in de tabel aangegeven.
Braadthermometer
Met de braadthermometer kunt u exact garen. Lees de belangrijke instructies voor het gebruik van de braadthermometer na in het betreffende hoofdstuk. U vindt daar gegevens over het insteken van de braadthermometer, de mogelijke verwarmingsmethoden en verdere informatie.
"Braadthermometer" op pagina 26
Aanbevolen instelwaarden
In de tabel vindt u voor visgerechten de optimale verwarmingsmethode. Temperatuur en tijdsduur zijn
afhankelijk van de hoeveelheid, kwaliteit en temperatuur van het levensmiddel. Daarom zijn er instelbereiken aangegeven. Probeer het eerst met de lagere waarden. Stel de oven indien nodig de volgende keer hoger in.
De instelwaarden gelden voor vis op koelkasttemperatuur die in de onverwarmde binnenruimte wordt geplaatst. Zo kunt u tot 20 procent energie sparen. De aangegeven bereidingstijden worden enkele minuten korter wanneer u voorverwarmt.
In de tabel vindt u gegevens voor vis met voorgesteld gewicht. Wanneer u een zwaardere vis wilt bereiden, gebruik dan in elk geval de lage temperatuur. Bij meerdere vissen oriënteert u zich aan de zwaarste vis om de bereidingsduur te bepalen. De afzonderlijke vissen dienen ongeveer even groot te zijn.
In het algemeen geldt: hoe groter een vis, des te lager de temperatuur en des te langer de bereidingstijd.
Vis die niet in de zwemstand is na ca. tot van de aangegeven tijd keren.
Aanwijzing: Gebruik alleen bakpapier dat geschikt is voor de gekozen temperatuur. Knip het bakpapier altijd zodanig af dat het goed past.
Niet gebruikte toebehoren verwijderen uit de binnenruimte. Zo krijgt u een optimaal bakresultaat en spaart u tot 20 procent energie.
Gebruikte verwarmingsmethoden:
- • CircoTherm hetelucht
- • Boven- en onderwarmte
- • Thermogrillen
- • Grill, groot
De standen van de stoomintensiteit zijn met behulp van cijfers in de tabel aangegeven:
- 1 = laag
- 2 = gemiddeld
- 3 = hoog
| Gerecht | Toebehoren/vormen | Inschuifhoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C | Stoomintensiteit | Duur in min. |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Vis | ||||||
| Vis, gegrild, heel 300 g, bijv. forel | Rooster | 2 | 170-190 | - | 20-30 | |
| Vis, gebraden, heel 300 g, bijv. forel | Braadslede | 2 | 170-180 | 1 | 15-20 | |
| 160-170 | - | 5-10 | ||||
| Vis, gegrild, heel 1,5 kg, bijv. zalm | Rooster | 2 | 170-190 | - | 30-40 | |
| Visfilets | ||||||
| Visfilet, ongepaneerd, gegrild | Rooster | 4 | 220* | - | 15-25 | |
| Viskoteletten | ||||||
| Viskotelet, 3 cm dik** | Rooster | 4 | 290 | - | 10-20 | |
| * voorverwarmen ** Braadslede op inschuifhoogte 2 eronder plaatsen | ||||||
Pagina 56
nl Voor u in onze kookstudio uitgetest.
| Gerecht | Toebehoren/vormen | Inschuifhoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C | Stoomintensiteit | Duur in min. |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Vis, diepvries | ||||||
| Visfilet, ongepaneerd | Gesloten vormen | 2 | 210-230 | - | 20-30 | |
| Visfilet, gegratineerd | Rooster | 2 | 200-220 | - | 45-60 | |
| Visfilet, gegratineerd | Open vormen | 2 | 200-220 | 1 | 35-45 | |
| Vissticks (tussentijds keren) | Braadslede | 3 | 200-220 | - | 20-30 | |
| * voorverwarmen ** Braadslede op inschuifhoogte 2 eronder plaatsen | ||||||
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 56)
Groente en bijgerechten
Hier vindt u gegevens voor het bereiden van gegrilde groente, aardappels en diepvries-aardappelproducten.
Niet gebruikte toebehoren verwijderen uit de binnenruimte. Zo krijgt u een optimaal kookresultaat en spaart u energie.
Inschuifhoogtes
Gebruik de aangegeven inschuifhoogtes.
Bereiden op één niveau
Volg de opgaven in de tabel op.
Bereiden op twee niveaus
Gebruik CircoTherm hetelucht. Bakplaten die gelijktijdig in de oven worden geplaatst, hoeven niet op hetzelfde moment klaar te zijn.
- Braadslede: hoogte 3
- Bakplaat: hoogte 1
Toebehoren
Let erop dat u altijd geschikte toebehoren gebruikt en dit er goed om inschuift.
Rooster
Het rooster met de open kant naar de deur van de binnenruimte en met de welving naar beneden inschuiven. Plaats de vormen altijd op het rooster.
Braadslede of braadpan
De braadslede of de bakplaat er voorzichtig tot de aanslag inschuiven, met de afgeschuinde kant naar de deur van het apparaat.
Bakpapier
Gebruik alleen bakpapier dat geschikt is voor de gekozen temperatuur. Knip het bakpapier altijd zodanig af dat het goed past.
Aanbevolen instelwaarden
In de tabel vindt u voor diverse gerechten de optimale verwarmingsmethode. Temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de hoeveelheid, de vorm en de kwaliteit van de levensmiddelen. Daarom zijn er instelbereiken aangegeven. Probeer het eerst met de lagere waarden. Bij een lage temperatuur wordt het gerecht gelijkmatiger bruin. Stel de oven indien nodig de volgende keer hoger in.
De instelwaarden gelden voor producten die in de onverwarmde binnenruimte worden geplaatst. De aangegeven tijden worden enkele minuten korter wanneer u voorverwarmt.
Indien u volgens eigen recept wilt bereiden dan oriënteert u zich aan soortgelijke gerechten in de tabel.
Gebruikte verwarmingsmethoden:
- • CircoTherm hetelucht
- • Pizzastand
- • Broodbakstand
- • Grill, groot
De standen van de stoomintensiteit zijn met behulp van cijfers in de tabel aangegeven:
- 1 = laag
- 2 = gemiddeld
- 3 = hoog
| Gerecht | Toebehoren | Inschuifhoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C | Stoomintensiteit | Duur in min. |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Groentegerechten | ||||||
| Gegrilde groente | Braadslede | 4 | 290 | - | 10-15 | |
| Aardappels | ||||||
| Gebakken aardappels, gehalveerd | Braadslede | 3 | 160-180 | - | 45-60 | |
| Gebakken aardappels, gehalveerd | Braadslede | 3 | 180-190 | 1 | 40-50 | |
| Aardappelproducten, diepvries | ||||||
| Aardappel-rösti | Braadslede | 3 | 200-220 | - | 25-35 | |
| Kartoffeltaschen, gevuld | Braadslede | 3 | 190-210 | - | 20-30 | |
| Aardappelkroketten | Braadslede | 3 | 200-220 | - | 25-35 | |
Pagina 57
Voor u in onze kookstudio uitgetest. nl
| Gerecht | Toebehoren | Inschuifhoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C | Stoomintensiteit | Duur in min. |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Frites | Braadslede | 3 | 190-210 | - | 25-35 | |
| Frites, 2 niveaus | Braadslede + bakplaat | 3+1 | 190-210 | - | 30-40 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 57)
Yoghurt
Met uw apparaat kunt u ook zelf yoghurt maken.
Yoghurt maken
Neem rekjes en accessoires uit de binnenruimte. De binnenruimte moet leeg zijn. De apparaatdeur niet openen tijdens het gebruik.
- 1. 1 Liter melk (3,5 % vet) op de kookplaat tot 90 °C verwarmen en vervolgens tot 40 °C laten afkoelen. Bij houdbare melk is het verwarmen tot 40 °C voldoende.
- 2. Hier 150 g yoghurt (koelkasttemperatuur) door roeren.
- 3. Hiermee koppen of kleine potjes vullen en afdekken met vershoudfolie.
- 4. De koppen of potjes vervolgens op de bodem van de binnenruimte zetten en instellen zoals aangegeven in de tabel.
- 5. De yoghurt na de bereiding in de koelkast laten afkoelen.
Gebruikte verwarmingsmethode:
- • Deegrijsstand
| Gerecht | Toebehoren | Inschuifhoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C | Deegrijsstand | Tijdsduur in uren |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Yoghurt | Portievormen | Bodem binnenruimte | - | 1 | 5-6 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 57)
Eco-verwarmingsmethoden
CircoTherm Eco en boven- en onderwarmte Eco zijn intelligente verwarmingsmethoden voor het gezond bereiden van vlees, vis en gebak. Het apparaat regelt de energietoevoer in de binnenruimte optimaal. Het product wordt in fases bereid met behulp van restwarmte.Zo blijft het sappiger en wordt het minder bruin. Afhankelijk van de bereiding en het product kan energie worden bespaard. Als u tijdens het bereiden vroegtijdig de ovendeur opent of door het voorverwarmen verdwijnt dit effect.
Gebruik alleen de originele accessoires die bij uw apparaat horen. Deze zijn optimaal op de binnenruimte en de functies afgestemd.Niet gebruikte accessoires verwijderen uit de binnenruimte.
Plaats de gerechten in de onverwarmde, lege binnenruimte. Kies een temperatuur bij CircoTherm Eco tussen 125-200 °C en bij boven-/onderwarmte Eco tussen 150-250 °C. Houd de deur van het apparaat tijdens de bereiding gesloten. Gebruik slechts één niveau.
De verwarmingsmethode CircoTherm Eco wordt voor het bepalen van het energieverbruik in de circulatieluchtmodus en de energie-efficiëntieklasse gebruikt. De verwarmingsmethode boven-/onderwarmte Eco wordt voor het bepalen van het energieverbruik in de conventionele modus gebruikt.
De verwarmingsmethode CircoTherm Eco wordt gebruikt voor het vaststellen van de energie-efficiëntieklasse.
Toebehoren
Let erop dat u altijd geschikte toebehoren gebruikt en dit er goed om inschuift.
Rooster
Het rooster met de open kant naar de deur van de binnenruimte en met de welving naar beneden inschuiven. Plaats de vormen altijd op het rooster.
Braadslede of braadpan
De braadslede of de bakplaat er voorzichtig tot de aanslag inschuiven, met de afgeschuinde kant naar de deur van het apparaat.
Bakvormen en vormen
Het meest geschikt zijn donkere metalen bakvormen. Hierdoor kunt u tot 35 procent energie sparen.
Vormen van edelstaal of aluminium reflecteren de warmte als een spiegel. Niet-reflecterende vormen van email, hittebestendig glas of gecoat, drukgegoten aluminium is beter geschikt.
Lichte vormen, keramische vormen of vormen van glas verlengen de baktijd en het gebak bruint niet gelijkmatig.
Bakpapier
Gebruik alleen bakpapier dat geschikt is voor de gekozen temperatuur. Knip het bakpapier altijd zodanig af dat het goed past.
Aanbevolen instelwaarden
Hier vindt u gegevens voor de verschillende gerechten met CircoTherm eco en boven- en onderwarmte eco. Temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de hoeveelheid en de kwaliteit van het deeg. Daarom zijn er instelbereiken aangegeven. Probeer het eerst met de lagere waarden. Bij een lage temperatuur wordt het gerecht gelijkmatiger bruin. Stel het apparaat indien nodig de volgende keer hoger in.
Pagina 58
nl Voor u in onze kookstudio uitgetest.
Aanwijzing: De baktijden kunnen niet door hogere temperaturen worden ingekort. Gebak of klein gebak zou dan alleen van buiten gaar, maar van binnen niet goed doorgebakken zijn.
Gebruikte verwarmingsmethoden:
- • CircoTherm Eco
- • Boven- en onderwarmte Eco
| Gerecht | Accessoires/vormen | Inschuifhoogte | Verwarmingsmethode | Temperatuur in °C | Duur in min. |
|---|---|---|---|---|---|
| Gebak in vormen | |||||
| Cake in de vorm | Krans/rechthoekige vorm | 2 | 140-160 | 60-80 | |
| Taartbodem van roerdeeg | Taartbodemvorm | 2 | 150-170 | 20-30 | |
| Biscuitbodem, 2 eieren | Taartbodemvorm | 2 | 150-170 | 20-30 | |
| Biscuittaart, 3 eieren | Springvorm Ø 26 cm | 2 | 160-170 | 30-45 | |
| Biscuittaart, 6 eieren | Springvorm Ø 28 cm | 2 | 150-160 | 50-60 | |
| Gistdeegtulband | Tulbandvorm | 2 | 150-170 | 50-70 | |
| Gebak op de plaat | |||||
| Cake met droge bedekking | Bakplaat | 3 | 150-170 | 25-40 | |
| Zandtaartdeeggebak met droge bedekking | Bakplaat | 3 | 170-180 | 25-35 | |
| Biscuitrol | Bakplaat | 3 | 180-190 | 15-20 | |
| Broodvlecht, gistdeegkrans | Bakplaat | 3 | 160-170 | 25-35 | |
| Gistdeeggebak met droge bedekking | Bakplaat | 3 | 160-180 | 15-20 | |
| Klein gebak | |||||
| Muffins | Muffinplaat | 2 | 160-180 | 15-25 | |
| Small cakes | Bakplaat | 3 | 150-160 | 25-35 | |
| Bladerdeeggebak | Bakplaat | 3 | 170-190 | 20-35 | |
| Branddeeggebak, bijv. soesjes | Bakplaat | 3 | 190-200 | 40-50 | |
| Koekjes | Bakplaat | 3 | 140-160 | 15-30 | |
| Sprits | Bakplaat | 3 | 140-150 | 25-35 | |
| Klein gebak van gistdeeg | Bakplaat | 3 | 160-180 | 25-35 | |
| Brood & broodjes | |||||
| Gemengd brood, 1,5 kg | Langwerpige bakvorm | 2 | 200-210 | 35-45 | |
| Plat rond brood | Braadslede | 3 | 250-275 | 15-20 | |
| Broodjes, zoet, vers | Bakplaat | 3 | 170-190 | 15-20 | |
| Broodjes, vers | Bakplaat | 3 | 180-200 | 20-30 | |
| Vlees | |||||
| Gebraden varkensvlees zonder zwoerd, bijv. halsstuk, 1,5 kg | Open vorm | 2 | 180-190 | 120-140 | |
| Gestoofd rundvlees, 1,5 kg | Gesloten vorm | 2 | 200-220 | 140-160 | |
| Gebraden kalfsvlees, 1,5 kg | Open vorm | 2 | 170-180 | 110-130 | |
| Vis | |||||
| Vis, gestoofd, heel 300 g, bijv. forel | Gesloten vorm | 2 | 190-210 | 25-35 | |
| Vis, gestoofd, heel 1,5 kg, bijv. zalm | Gesloten vorm | 2 | 190-210 | 45-55 | |
| Visfilet, ongepaneerd, gestoofd | Gesloten vorm | 2 | 190-210 | 15-25 | |
Pagina 59
Voor u in onze kookstudio uitgetest. nl
Acrylamide in levensmiddelen
Acrylamide ontstaat vooral bij met hoge verhitting klaargemaakte graan- en aardappelproducten, zoals
bijv. patates frites, aardappelchips, toast, broodjes, brood of fijne bakwaren (koekjes, taaitaai, speculaas).
| Tips voor een acrylamidearme bereiding van gerechten | |
|---|---|
| Algemeen | ■ Zo kort mogelijke bereidingstijden aanhouden. ■ Gerechten goudgeel, niet te donker laten worden. ■ Grote, dikke gerechten bevatten minder acrylamide. |
| Bakken | Met boven- en onderwarmte, max. 200 °C. Met hete lucht max. 180 °C. |
| Koekjes | Met boven- en onderwarmte, max. 190 °C. Met hete lucht max. 170 °C. Ei of eigeel vermindert de vorming van acrylamide. |
| Oven-frites | Gelijkmatig en in één laag over de plaat verdelen. Minstens 400g per plaat bakken, zodat de aardappels niet uitdrogen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 59)
Langzaam garen
Langzaam garen is garen bij lage temperatuur. Het wordt daarom ook garen bij lage temperatuur genoemd.
Het langzaam garen is ideaal voor alle fijne stukken vlees (bijv. malse delen van het rund, kalf, varken, lam en gevogelte), die rosé of à point (medium) gegaard moeten worden. Het vlees blijft zeer sappig, mals en zacht.
U heeft veel speelruimte bij de menuplanning, want langzaam gegaard vlees kan probleemloos worden warmgehouden. Tijdens het garen hoeft u het vlees niet te keren. Houd de deur van het apparaat gesloten om een gelijkmatig bereidingsklimaat te krijgen.
Gebruik uitsluitend vers en hygiënisch perfect vlees zonder bot. Verwijder pezen en vetranden zorgvuldig. Vet ontwikkelt bij het langzaam garen een sterke eigen smaak. U kunt ook gekruid of gemarineerd vlees gebruiken. Gebruik geen ontdooid vlees.
Het vlees kan direct na het langzaam garen in stukken worden gesneden. Het hoeft niet te rusten. Door de speciale bereidingsmethode ziet het vlees er rosé uit maar het is niet rauw of niet gaar genoeg.
Aanwijzing: Een starttijdvoorkeuze met eindtijd is bij de verwarmingsmethode langzaam garen niet mogelijk.
Vormen
Gebruik een vlakke vorm, bijv. een serveerplaat van porselein of glas. Plaats de vorm voor het voorverwarmen ook in de binnenruimte.
Plaats de open vorm altijd op hoogte 2 op het rooster.
Bijkomende informatie vindt u onder "Tips voor langzaam garen", na de insteltabel.
Uw apparaat beschikt over de verwarmingsmethode langzaam garen. Start de werking alleen wanneer de binnenruimte geheel is afgekoeld. Laat de binnenruimte met de vorm ca. 15 minuten goed doorwarmen.
Braad het vlees op de kookplaat even zeer heet en lang genoeg aan alle kanten, ook de uiteinden. Doe het onmiddellijk in de voorverwarmde vorm. De vorm met het vlees weer in de binnenruimte plaatsen en langzaam garen.
Aanbevolen instelwaarden
De temperatuur en de tijdsduur voor langzaam garen zijn afhankelijk van de grootte, dikte en kwaliteit van het vlees. Daarom zijn er instelbereiken aangegeven.
Gebruikte verwarmingsmethode:
- • Langzaam garen
| Gerecht | Vormen | Inschuifhoogte | Verwarmingsmethode | Aanbraadduur in min. | Temperatuur in °C | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Gevogelte | ||||||
| Eendenborst, rosé à 300 g | Open vorm | 2 | 6-8 | 90* | 45-60 | |
| Kipfilet, à 200 g, doorbakken | Open vorm | 2 | 4 | 120* | 45-60 | |
| Kalkoenfilet, zonder been, 1 kg, doorbakken | Open vorm | 2 | 6-8 | 120* | 110-130 | |
| Varkensvlees | ||||||
| Gebraden varkenslende, 5-6 cm dik, 1,5 kg | Open vorm | 2 | 6-8 | 80* | 130-180 | |
| Varkenshaas, heel | Open vorm | 2 | 4-6 | 80* | 45-70 | |
| * voorverwarmen | ||||||
Pagina 60
nl Voor u in onze kookstudio uitgetest.
| Gerecht | Vormen | Inschuifhoogte | Verwarmingsmethode | Aanbraadduur in min. | Temperatuur in °C | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Rundvlees | ||||||
| Gebraden rundvlees (heupstuk), 6- 7 cm dik, 1,5 kg, doorbakken | Open vorm | 2 | 6-8 | 100* | 150-180 | |
| Runderfilet, 1 kg | Open vorm | 2 | 4-6 | 80* | 90-120 | |
| Rosbief, 5-6 cm dik | Open vorm | 2 | 6-8 | 80* | 120-180 | |
| Rundermedaillons/rumpsteak, 4 cm dik | Open vorm | 2 | 4 | 80* | 30-60 | |
| Kalfsvlees | ||||||
| Gebraden kalfsvlees, 4-5 cm dik, 1,5 kg | Open vorm | 2 | 6-8 | 80* | 80-140 | |
| Gebraden kalfsvlees, 7-10 cm dik, 1,5 kg | Open vorm | 2 | 6-8 | 80* | 140-200 | |
| Kalfsfilet, heel, 800 g | Open vorm | 2 | 4-6 | 80* | 70-120 | |
| Kalfsmedaillons, 4 cm dik | Open vorm | 2 | 4 | 80* | 30-50 | |
| Lamsvlees | ||||||
| Lamszadels, zonder been, à 200 g | Open vorm | 2 | 4 | 80* | 30-45 | |
| Lamsbout zonder been, medium, 1 kg ingebonden | Open vorm | 2 | 6-8 | 95* | 120-180 | |
| * voorverwarmen | ||||||
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 60)
| Tips voor het langzaam garen | |
|---|---|
| Eendenborst langzaam garen. | Leg de eendenborst koud in de pan en braad eerst de huidzijde aan. Na het langzaam garen gedurende 3 tot 5 minuten knapperig grillen. |
| Het langzaam gegaarde vlees is niet zo heet als vlees dat op de gebruikelijke manier is gebraden. | Om ervoor te zorgen dat het gebraden vlees niet te snel afkoelt, kunt u de borden van te voren opwarmen en de sauzen zeer heet opdienen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 60)
Drogen
Met CircoTherm hetelucht kunt u uitstekend drogen. Bij deze soort conservering worden aromastoffen door het onttrekken van water geconcentreerd.
Gebruik uitsluitend fruit, groente en kruiden zonder gebreken en was deze grondig. Bedek de braadslede en het rooster met bak- of perkamentpapier. Laat de vruchten goed afdruipen en maak ze droog.
Snij ze eventueel in even grote stukken of dunnen plakjes. Leg ongeschild fruit op de schaal met de snijvlakken naar boven. Let erop dat zowel fruit als paddenstoelen niet op elkaar liggen.
Rasp de groente en blancheer het vervolgens. Laat de geblancheerde groente afdruipen en verdeel het gelijkmatig over het rooster.
Droog kruiden met de steel. Leg de kruiden gelijkmatig in kleine hoopjes op het rooster.
Gebruik de volgende inschuifhoogtes voor het drogen:
- 1 rooster: hoogte 3
- 2 roosters: hoogte 3+1
Fruit en groente met veel vocht enkele malen keren. Het gedroogde gerecht direct na het drogen losmaken van het papier.
Aanbevolen instelwaarden
In de tabel vindt u de instellingen voor het drogen van verschillende levensmiddelen. Temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de soort, vochtigheid, rijpheid en dikte van de te drogen levensmiddelen. Hoe langer u de te drogen levensmiddelen laat drogen, des te beter zijn ze geconserveerd. Hoe dunner men snijdt, des te sneller is het einde van de droogtijd bereikt en des te aromatischer blijft het gedroogde levensmiddel. Daarom zijn er instelbereiken aangegeven.
Indien u nog meer levensmiddelen wilt drogen, dan oriënteert u zich aan soortgelijke levensmiddelen in de tabel.
Gebruikte verwarmingsmethode:
- • CircoTherm hetelucht
Pagina 61
Voor u in onze kookstudio uitgetest. nl
| Fruit, groente en kruiden | Toebehoren | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in uren |
|---|---|---|---|---|
| Pitvruchten (appelringen, 3 mm dik, per rooster 200 g) | 1-2 roosters | 80 | 5-9 | |
| Steenvruchten (pruimen) | 1-2 roosters | 80 | 8-10 | |
| Wortelgewassen (wortelen), geraspt, geblancheerd | 1-2 roosters | 80 | 5-8 | |
| Paddestoelen in plakjes | 1-2 roosters | 60 | 6-9 | |
| Kruiden, schoongemaakt | 1-2 roosters | 60 | 2-6 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 61)
Inmaken
In uw apparaat kunt u fruit en groente inmaken.
Waarschuwing – Risico van letsel!
Wanneer de levensmiddelen niet goed zijn ingekookt, kunnen de inmaakpotten barsten. Volg de aanwijzingen voor het inkoken.
Potten
Gebruik uitsluitend schone en onbeschadigde weckflessen. Gebruik uitsluitend hittebestendige, schone en onbeschadigde rubber afdichtringen. Klemmen en veren van tevoren controleren.
Gebruik bij een inmaakproces alleen weckflessen van gelijke grootte en met dezelfde levensmiddelen. In de binnenruimte kunt u de inhoud van maximaal zes weckflessen met , 1 of 1 liter tegelijkertijd inmaken. Gebruik geen grotere of hogere potten. De deksels zouden kunnen springen.
De weckflessen mogen tijdens het inkoken in de binnenruimte niet met elkaar in contact komen.
Fruit en groente voorbereiden
Gebruik uitsluitend fruit en groente zonder gebreken. Was het grondig.
Fruit resp. groente afhankelijk van de soort, schillen, pitten verwijderen en kleinmaken en in weckflessen tot ca. 2 cm onder de rand vullen.
Fruit
De vruchten in de weckflessen met hete, afgeschuimde suikeroplossing vullen (ca. 400 ml voor 1-literfles). Op één liter water:
- ca. 250 g suiker bij zoet fruit
- ca. 500 g suiker bij zuur fruit
Groente
De groente in de weckflessen vullen met heet, afgekookt water.
De glazen randen schoonmaken. Leg op elke pot een natte rubberen ring en een deksel. Sluit de potten af met klemmen. Plaats de glazen potten zó in de braadslede dat ze elkaar niet raken. 500 ml heet water (ca. 80 °C) in de braadslede gieten. Instellen zoals aangegeven in de tabel.
Inmaken beëindigen
Fruit
Na enige tijd stijgen er met korte tussenpozen belletjes op. Apparaat uitschakelen, zodra alle weckflessen belletjes vormen. Haal de weckflessen na de aangegeven nawarmtijd uit de binnenruimte.
Groente
Na enige tijd stijgen er met korte tussenpozen belletjes op. Zodra alle weckflessen borrelen, de temperatuur op 120 °C reduceren en de flessen zoals aangegeven in de tabel in de gesloten binnenruimte verder laten borrelen. Schakel na afloop van deze tijd het apparaat uit en maak zoals in de tabel aangegeven nog enkele minuten gebruik van de nawarmte.
Haal de flessen na het inmaken uit de binnenruimte en plaats ze op een schone doek. Zet de hete potten niet op een koude of natte ondergrond, ze zouden anders kunnen knappen. Dek de weckflessen af om ze tegen tocht te beschermen. Klemmen pas verwijderen wanneer de glazen koud zijn.
Aanbevolen instelwaarden
De aangegeven tijden in de insteltabel zijn richtwaarden voor het inmaken van fruit en groente. Deze kunnen worden beïnvloed door de omgevingstemperatuur, het aantal potten, de hoeveelheid, de temperatuur en de kwaliteit van de inhoud. De gegeven hebben betrekking op ronde potten van1 liter. Controleer voor u om- of uitschakelt of de potten werkelijk borrelen. Het borrelen begint na ca. 30-60 minuten.
Gebruikte verwarmingsmethode:
- • CircoTherm hetelucht
| Inmaken | Vormen | Inschuifhoogte | Verwarmingsmethode | Temperatuur in °C | Duur in min. |
|---|---|---|---|---|---|
| Groente, bijv. wortelen | Inmaakpotten 1 liter | 1 | 160-170 | tot aan het borrelen:30-40 | |
| 120 | vanaf het borrelen: 30-40 | ||||
| - | Nawarmen: 30 | ||||
| Groente, bijv. komkommer | Inmaakpotten 1 liter | 1 | 160-170 | tot aan het borrelen: 30-40 | |
| - | Nawarmen: 30 |
Pagina 62
nl Voor u in onze kookstudio uitgetest.
| Inmaken | Vormen | Inschuifhoogte | Verwarmingsmethode | Temperatuur in °C | Duur in min. |
|---|---|---|---|---|---|
| Steenvruchten, bijv. kersen, pruimen | Inmaakpotten 1 liter | 1 | 160-170 | tot aan het borrelen:30-40 | |
| - | Nawarmen:35 | ||||
| Pitvruchten, bijv. appels, aardbijen | Inmaakpotten 1 liter | 1 | 160-170 | tot aan het borrelen:30-40 | |
| - | Nawarmen: 25 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 62)
Het deeg op de deegrijsstand laten rijzen.
Met de verwarmingsmethode "Deegrijsstand “ rijst het deeg duidelijk sneller dan bij kamertemperatuur en het droogt niet uit. Start de werking alleen wanneer de binnenruimte geheel is afgekoeld.
Laat gistdeeg altijd twee maal rijzen. Let op de gegevens in de insteltabellen voor het 1e en 2e rijzen (gaarheid van het deeg en afzonderlijke gaarheid).
Gaarheid van deeg
Zet de deegkom op het rooster voor de gaarheid van deeg. Instellen zoals aangegeven in de tabel.
Open tijdens het gisten de apparaatdeur niet omdat er anders vochtigheid ontwijkt. Het deeg niet afdekken.
Afzonderlijke gaarheid
Plaats het gebak op de inschuifhoogte die in de tabel is aangegeven.
Wis voor het bakken de vochtigheid uit de binnenruimte.
Aanbevolen instelwaarden
Temperatuur en duur van het gisten zijn afhankelijk van de soort en hoeveelheid van de ingrediënten. Daarom zijn de opgaven in de insteltabel richtwaarden.
Gebruikte verwarmingsmethode:
- • Deegrijsstand
| Gerecht | Toebehoren/vormen | Inschuifhoogte | Verwarmingsmethode | Stap | Deegrijsstand | Duur in min. |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Gistdeeg, zoet | ||||||
| Bijv. gistdeeltjes | Kom | 2 | Gaarheid van deeg | 1 | 30-45 | |
| Braadslede | 2 | Afzonderlijke gaarheid | 1 | 10-20 | ||
| Vetrijk deeg, bijv. panettone | Kom | 2 | Gaarheid van deeg | 2 | 40-90 | |
| Vorm op rooster | 2 | Afzonderlijke gaarheid | 2 | 30-60 | ||
| Gistdeeg, pikant | ||||||
| Bijv. pizza | Kom | 2 | Gaarheid van deeg | 1 | 20-30 | |
| Braadslede | 2 | Afzonderlijke gaarheid | 1 | 10-15 | ||
| Brooddeeg | ||||||
| Wit brood | Kom | 2 | Gaarheid van deeg | 1 | 30-40 | |
| Braadslede | 2 | Afzonderlijke gaarheid | 1 | 15-25 | ||
| Gemengd brood | Kom | 2 | Gaarheid van deeg | 1 | 25-40 | |
| Braadslede | 2 | Afzonderlijke gaarheid | 1 | 10-20 | ||
| Broodjes | Kom | 2 | Gaarheid van deeg | 1 | 30-40 | |
| Braadslede | 2 | Afzonderlijke gaarheid | 1 | 15-25 | ||
Pagina 63
Voor u in onze kookstudio uitgetest. nl
Ontdooien
De ontdooistand is geschikt voor het ontdooien van diepvries fruit, groente en gebak. Gevogelte, vlees en vis het beste in de koelkast ontdooien.
Gebruik de volgende inschuifhoogtes voor het ontdooien:
- 1 rooster: hoogte 2
- 2 roosters: hoogte 3+1
Aanbevolen instelwaarden
De tijdgegevens in de tabel zijn richtwaarden. Ze zijn afhankelijk van de kwaliteit, vriestemperatuur (- 18 °C) en de aard van de levensmiddelen. Er zijn tijdintervallen aangegeven. Stel eerst de kortste tijd in en verleng deze zo nodig.
Tip: Vlak bevroren of geportioneerde stukken ontdooien sneller dan wanneer zij als blok werden bevroren.
Diepvrieslevensmiddelen uit de verpakking halen en in een geschikte vorm op het rooster plaatsen.
De gerechten tussentijds een tot twee keer omroeren of keren. Grote stukken moet u herhaaldelijk keren. Indien nodig de gerechten tussendoor uit elkaar halen of al ontdooide stukken uit de binnenruimte nemen.
Laat de ontdooide gerechten nog 10 tot 30 minuten in het uitgeschakelde apparaat rusten, zodat de temperatuur zich aanpast.
Gebruikte verwarmingsmethode:
- • Ontdooistand
| Gerecht | Toebehoren | Inschuifhoogte | Verwarmingsmethode | Temperatuur in °C | Duur in min. |
|---|---|---|---|---|---|
| Brood, broodjes | |||||
| Brood & broodjes algemeen | Bakplaat | 2 | 50 | 40-70 | |
| Gebak | |||||
| Gebak, vochtig | Bakplaat | 2 | 50 | 70-90 | |
| Gebak, droog | Bakplaat | 2 | 60 | 60-75 | |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 63)
Regenereren
Met de verwarmingsmethode regenereren worden gerechten behoedzaam met stoom opnieuw verwarmd. Ze smaken en zien eruit als vers klaargemaakt. Ook bakwaren van de vorige dag kunnen zo goed worden opgebakken.
Gebruik indien mogelijk vlakke, brede en temperatuurbestendige vormen. Koude vormen verlengen het regeneratieproces.
Regenereer, zo mogelijk, alleen gerechten van dezelfde soort en grootte. Als dat niet mogelijk is, richt de tijd zich naar de component met de langste regeneratietijd. Dek de gerechten tijdens het regeneren niet af. Plaats de gerechten in een vorm op het rooster of leg ze direct op het rooster in hoogte 2.
Open tijdens de werking de apparaatdeur niet omdat er anders veel stoom ontwijkt.
Aanbevolen instelwaarden
In de tabel vindt u voor diverse gerechten de optimale instelling. De tijdgegevens zijn richtwaarden. Ze zijn afhankelijk van de vorm, de kwaliteit, de temperatuur en de aard van de levensmiddelen. Er zijn tijdintervallen aangegeven. Stel eerst de kortste tijd in en verleng deze zo nodig.
De waarden in de tabel gelden voor gerechten die in de onverwarmde binnenruimte worden geplaatst. Voor bepaalden gerechten is voorverwarmen nodig, dit staat in de tabel aangegeven.
Niet gebruikte toebehoren verwijderen uit de binnenruimte. Zo krijgt u een optimaal kookresultaat en spaart u energie.
Gebruikte verwarmingsmethode:
- • Regenereren
| Gerecht | Toebehoren/vormen | Inschuifhoogte | Verwarmingsmethode | Temperatuur in °C | Duur in min. |
|---|---|---|---|---|---|
| Groente, gekoeld | |||||
| 1 kg | Open vormen | 2 | 120-130 | 15-25 | |
| 250 g | Open vormen | 2 | 120-130 | 5-15 | |
| Gerechten, gekoeld | |||||
| Schotel, 1 portie | Open vormen | 2 | 120-130 | 15-25 | |
| Soep, eenpansgerecht, 400 ml | Open vormen | 2 | 120-130 | 10-25 | |
| * voorverwarmen | |||||