Neff B57CS22G1, tekst van de handleiding
Pagina's 2–14 van 40 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← begin van de handleidingverder op pagina 15 →
Pagina 1: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 2
nl Veiligheid
Raadpleeg de Digitale Gebruikersgids voor meer informatie.
Inhoudsopgave
GEBRUIKERSHANDLEIDING
- 1 Veiligheid............................................................. 2
- 2 Materiële schade vermijden ............................... 5
- 3 Milieubescherming en besparing....................... 6
- 4 Uw apparaat leren kennen.................................. 6
- 5 Accessoires......................................................... 9
- 6 Voor het eerste gebruik .................................... 10
- 7 De Bediening in essentie.................................. 11
- 8 Tijdfuncties........................................................ 12
- 9 Bak- en braadassistent..................................... 13
- 10 Kinderslot ..........................................................
- 11 Snel voorverwarmen.........................................
- 12 Sabbatinstelling ................................................
- 13 Basisinstellingen ..............................................
- 14 Reiniging en onderhoud...................................
- 15 Reinigingsfuncties............................................
- 16 Rekjes ................................................................
- 17 Apparaatdeur.....................................................
- 18 Storingen verhelpen .........................................
- 19 Afvoeren ............................................................
- 20 Servicedienst.....................................................
- 21 Zo lukt het..........................................................
- 22 MONTAGEHANDLEIDING.................................
22.1 Algemene montage-instructies........................ 34
1 Veiligheid
Neem de volgende veiligheidsvoorschriften in acht.
1.1 Algemene aanwijzingen
- Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door.
- Bewaar de gebruiksaanwijzing en de productinformatie voor later gebruik of voor volgende eigenaren.
- Sluit het apparaat in geval van transportschade niet aan.
1.2 Bestemming van het apparaat
Dit apparaat is alleen bestemd voor inbouw. Houd het speciale installatievoorschrift aan. Apparaten zonder stekker mogen alleen door geschoold personeel worden aangesloten. Bij schade door een verkeerde aansluiting kunt u geen aanspraak maken op garantie.
Gebruik het apparaat uitsluitend:
om voedsel en dranken te bereiden.
voor huishoudelijk gebruik en in gesloten ruimtes binnen de huiselijke omgeving. tot een hoogte van 4000 m boven zeeniveau.
1.3 Inperking van de gebruikers
Dit apparaat kan worden bediend door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met fysieke, sensorische of geestelijke beperkingen of met gebrekkige ervaring en/of kennis, indien zij onder toezicht staan of zijn geïnstrueerd in het veilige gebruik van het apparaat en de daaruit resulterende gevaren hebben begrepen.
Kinderen mogen niet met het apparaat spelen.
Reiniging en gebruikersonderhoud mogen niet worden uitgevoerd door kinderen, tenzij ze 15 jaar of ouder zijn en onder toezicht staan.
Zorg ervoor dat kinderen die jonger zijn dan 8 jaar niet bij het apparaat of de aansluitkabel kunnen komen.
Pagina 3
Veiligheid nl
1.4 Veiliger gebruik
Accessoires altijd op de juiste manier in de binnenruimte schuiven.
→ "Accessoires", Pagina 9
WAARSCHUWING ‒ Kans op brand!
Brandbare voorwerpen die in de binnenruimte worden bewaard kunnen vlam vatten.
- Bewaar nooit brandbare voorwerpen in de binnenruimte.
- Wanneer er rook wordt geproduceerd moet het apparaat worden uitgeschakeld of de stekker uit het stopcontact worden gehaald en moet de deur gesloten worden gehouden om eventueel optredende vlammen te doven.
Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen in brand vliegen.
- Voor gebruik dient u de binnenruimte, de verwarmingselementen en de accessoires vrij te maken van grove verontreiniging. Bij het openen van de apparaatdeur ontstaat er een luchtstroom. Het bakpapier kan dan de verwarmingselementen raken en vlam vatten.
- Plaats nooit bakpapier bij het voorverwarmen en tijdens het bereiden los op het accessoire.
- Bakpapier altijd op maat maken en verzwaren met een vorm.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik worden het apparaat en haar onderdelen die men kan aanraken heet.
- Wees voorzichtig om het aanraken van verwarmingselementen te voorkomen.
- Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit de buurt worden gehouden.
Accessoires of vormen worden zeer heet.
- Neem hete accessoires en vormen altijd met behulp van een pannenlap uit de binnenruimte.
In de hete binnenruimte kunnen alcoholdampen vlam vatten. De apparaatdeur kan openspringen. Er kunnen hete dampen en steekvlammen naar buiten treden.
- Gebruik slechts geringe hoeveelheden drank met een hoog alcoholpercentage.
- Geen alcoholhoudende dranken (≥ 15 % vol.) in onverdunde toestand (bijv. voor het opgieten of overgieten van gerechten) verhitten.
- Apparaatdeur voorzichtig openen.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik worden de toegankelijke onderdelen heet.
- De hete onderdelen nooit aanraken.
- Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
Bij het openen van de apparaatdeur kan hete stoom vrijkomen. Stoom is afhankelijk van de temperatuur niet altijd zichtbaar.
- Apparaatdeur voorzichtig openen.
- Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
Door water in de hete binnenruimte kan hete waterdamp ontstaan.
- Nooit water in de hete binnenruimte gieten.
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Wanneer er krassen op het glas van de apparaatdeur zitten, kan dit barsten.
- Gebruik geen scherp of schurend reinigingsmiddel of scherpe metalen schraper voor het reinigen van het glas van de ovendeur omdat dit het oppervlak kan beschadigen.
Het apparaat en de delen ervan die aangeraakt kunnen worden kunnen scherpe randen hebben.
- Wees voorzichtig bij gebruik en reinigen.
- Draag indien mogelijk veiligheidshandschoenen.
Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur bewegen de scharnieren zich en kunnen ze klem komen te zitten.
- Kom niet met uw handen bij de scharnieren.
Bepaalde onderdelen in de apparaatdeur kunnen scherpe randen hebben.
- Draag veiligheidshandschoenen.
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
- Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
- Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.
- Als het netsnoer van dit apparaat wordt beschadigd, moet het door geschoold vakpersoneel worden vervangen.
Pagina 4
nl Veiligheid
Een beschadigde isolatie van het netsnoer is gevaarlijk.
- Nooit het aansluitsnoer met hete apparaatonderdelen of warmtebronnen in contact brengen.
- Nooit het aansluitsnoer met scherpe punten of randen in contact brengen.
- Het aansluitsnoer nooit knikken, knellen of veranderen.
Binnendringend vocht kan een elektrische schok veroorzaken.
- Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken om het apparaat te reinigen. Een beschadigd apparaat of een beschadigd netsnoer is gevaarlijk.
- Nooit een beschadigd apparaat gebruiken.
- Nooit aan het netsnoer trekken, om het apparaat van het elektriciteitsnet te scheiden. Altijd aan de stekker van het netsnoer trekken.
- Wanneer het apparaat of het netsnoer is beschadigd, dan direct de stekker van het netsnoer uit het stopcontact halen of de zekering in de meterkast uitschakelen.
- Contact opnemen met de servicedienst. → Pagina 28
WAARSCHUWING ‒ Gevaar:
magnetisme!
In het bedieningspaneel of de bedieningselementen bevinden zich permanente magneten. Deze kunnen elektronische implantaten, zoals pacemakers, of insulinepompen beïnvloeden.
- Dragers van elektronische implantaten dienen een afstand van minstens 10 cm tot het bedieningspaneel aan te houden.
WAARSCHUWING ‒ Kans op verstikking!
Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal over het hoofd trekken en hierin verstrikt raken en stikken.
- Verpakkingsmateriaal uit de buurt van kinderen houden.
- Laat kinderen niet met verpakkingsmateriaal spelen.
Kinderen kunnen kleine onderdelen inademen of inslikken en hierdoor stikken.
- Kleine onderdelen uit de buurt van kinderen houden.
- Kinderen niet met kleine onderdelen laten spelen.
1.5 Halogeenlamp
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
De lampen in de binnenruimte worden heel heet. Ook enige tijd na het uitschakelen bestaat er nog een risico van verbranding.
- Glazen kapje niet aanraken.
- Tijdens het schoonmaken contact met de huid vermijden.
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Bij vervanging van de lamp staan de contacten van de lampfitting onder stroom.
- Zorg er vóór het vervangen van de lamp voor dat het apparaat is uitgeschakeld, om een mogelijke elektrische schok te voorkomen.
- Tevens de stekker uit het stopcontact halen of de zekering in de meterkast uitschakelen.
1.6 Reinigingsfunctie
WAARSCHUWING ‒ Kans op brand!
Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen tijdens de reiniging vlam vatten.
- Verwijder voordat de reiniging start altijd de grove verontreiniging uit de binnenruimte en van de accessoires.
De buitenkant van het apparaat wordt zeer heet tijdens het reinigen.
- Nooit brandbare voorwerpen, zoals bijv. droogdoeken, aan de deurgreep hangen.
- Voorkant van het apparaat vrijhouden.
- Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
Bij beschadigde deurafdichting ontsnapt grote hitte in het bereik van de deur.
- De dichting niet schuren en niet afnemen.
- Nooit het apparaat met beschadigde afdichting of zonder afdichting gebruiken.
WAARSCHUWING ‒ Kans op ernstig gevaar voor de gezondheid!
Het apparaat wordt zeer heet tijdens het reinigen. De antiaanbaklaag van bakplaten en vormen wordt aangetast en er ontstaan giftige gassen.
- Bij gebruik van de reinigingsfunctie nooit platen en vormen met een antiaanbaklaag meereinigen.
- Alleen geëmailleerd toebehoren meereinigen.
Pagina 5
Materiële schade vermijden nl
WAARSCHUWING ‒ Kans op gevaar voor de gezondheid!
De reinigingsfunctie warmt de binnenruimte tot een heel hoge temperatuur op zodat resten van braden, grillen en bakken verbranden. Hierbij komen dampen vrij die tot irritaties van de slijmvliezen kunnen leiden.
- Tijdens de reinigingsfunctie de keuken grondig ventileren.
- Niet gedurende langere tijd in de ruimte verblijven.
- Kinderen en huisdieren uit de buurt houden.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
De binnenruimte wordt zeer heet tijdens het reinigen.
- Nooit de apparaatdeur openen.
- Het apparaat laten afkoelen.
- Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
De buitenkant van het apparaat wordt zeer heet tijdens het reinigen.
- Nooit de apparaatdeur aanraken.
- Het apparaat laten afkoelen.
- Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
2 Materiële schade vermijden
2.1 Algemeen
LET OP!
Alcoholdampen kunnen in de hete binnenruimte ontvlammen en tot een permanente beschadiging van het apparaat leiden. Door de explosieve verbranding kan de apparaatdeur openspringen en er eventueel afvallen. De deurramen kunnen kapot gaan en versplinteren. Door de onderdruk die ontstaat kan de binnenruimte naar binnen sterk vervormen.
- Geen alcoholhoudende dranken (≥ 15 % vol.) in onverdunde toestand (bijv. voor het opgieten of overgieten van gerechten) verhitten.
Water op de bodem van de binnenruimte bij temperaturen boven de 120°C leidt tot schade aan het emaille.
- Geen programma starten wanneer zich water op de bodem van de binnenruimte bevindt.
- Voor gebruik het water van de bodem van de binnenruimte opnemen.
Als de temperatuur hoger is dan 50°C ontstaat er warmteophoping door voorwerpen op de bodem van de binnenruimte. De bak- en braadtijden kloppen niet meer en het email wordt beschadigd.
- Nooit toebehoren, bakpapier of folie, van welke soort dan ook op de bodem van de binnenruimte leggen.
- Uitsluitend een vorm op de bodem van de binnenruimte plaatsen wanneer een temperatuur van minder dan 50°C ingesteld is.
Wanneer de hete binnenruimte water bevat, ontstaat er waterdamp. Door de temperatuurverandering kan er schade optreden.
- Giet nooit water in de hete binnenruimte.
- Zet nooit servies met water op de bodem van de binnenruimte.
Wanneer er langere tijd vocht aanwezig is in de binnenruimte ontstaat er corrosie.
- Laat na het gebruik de binnenruimte drogen.
- Geen vochtige levensmiddelen gedurende langere tijd in de gesloten binnenruimte bewaren.
- Geen eten in de binnenruimte bewaren.
Wanneer er wordt afgekoeld terwijl de apparaatdeur open staat, raken aangrenzende meubelfronten op den duur beschadigd.
- Na een bereiding met hoge temperaturen de binnenruimte alleen met gesloten deur laten afkoelen.
- Zorg ervoor dat er niets tussen de apparaatdeur beklemd raakt.
- Alleen na gebruik met veel vocht de binnenruimte met open deur laten drogen.
Vruchtensap dat van de bakplaat druppelt, laat vlekken achter die niet meer kunnen worden verwijderd.
- De bakplaat bij zeer vochtig vruchtengebak niet te overvloedig bedekken.
- Gebruik zo mogelijk de diepere braadslede.
Gebruik van ovenreiniger in de warme binnenruimte leidt tot beschadiging van het email.
- Gebruik nooit ovenreiniger in de warme binnenruimte.
- Vóór het opnieuw opwarmen de resten uit de binnenruimte en van de apparaatdeur volledig verwijderen.
Is de afdichting sterk vervuild, dan sluit de deur tijdens het gebruik niet meer goed. De aangrenzende meubelfronten kunnen dan beschadigd raken.
- Zorg ervoor dat de afdichting altijd schoon is.
- Nooit het apparaat met beschadigde afdichting of zonder afdichting gebruiken.
Wanneer de apparaatdeur wordt gebruikt als vlak om iets op te zetten of te leggen kan de apparaatdeur beschadigd raken.
- Niets op de apparaatdeur zetten, er aan hangen of laten steunen.
- Geen vormen of accessoires op de apparaatdeur plaatsen.
Afhankelijk van het apparaattype kunnen de accessoires krassen veroorzaken op de ruit dan de apparaatdeur wanneer deze gesloten wordt.
- Accessoires altijd op de juiste manier in de binnenruimte leggen.
Pagina 6
nl Milieubescherming en besparing
3 Milieubescherming en besparing
3.1 Afvoeren van de verpakking
De verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en kunnen worden hergebruikt.
- De afzonderlijke componenten op soort gescheiden afvoeren.
3.2 Energie besparen
Als u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt uw apparaat minder stroom.
Verwarm het apparaat alleen voor wanneer het recept of de insteladviezen dit aangeven.
- Wanneer u het apparaat niet voorverwarmt, dan bespaart u tot 20 % energie.
Gebruik donkere, zwart gelakte of geëmailleerde bakvormen.
- Deze bakvormen nemen de hitte bijzonder goed op.
Open de apparaatdeur tijdens de bereiding zo weinig mogelijk.
- De temperatuur in de binnenruimte blijft constant en het apparaat hoeft niet na te verwarmen.
Meerdere gerechten direct achter elkaar of parallel bakken.
- De binnenruimte is na de eerste keer bakken opgewarmd. Hierdoor is de baktijd voor het gebak dat vervolgens wordt gebakken korter.
Bij langere bereidingstijden het apparaat 10 minuten voor het einde van de bereidingstijd uitschakelen.
- De restwarmte is voldoende om het gerecht verder te bereiden.
Verwijder niet gebruikte accessoires uit de binnenruimte.
- Overtollige accessoires hoeven niet verwarmd te worden.
Laat diepgevroren producten vóór de bereiding ontdooien.
- Hierdoor wordt bespaard op de energie om het voedsel te ontdooien.
Opmerking:
Het apparaat verbruikt:
in stand-by met ingeschakeld display max. 1 W in stand-by met uitgeschakeld display max. 0,5 W
4 Uw apparaat leren kennen
4.1 Bedieningspaneel
Via het bedieningsveld kunt u alle functies van uw apparaat instellen en informatie krijgen over de gebruikstoestand.
1
1 Display
| 2 | Knoppen |
|---|---|
| 3 | Bedieningselement |
Pagina 7
Uw apparaat leren kennen nl
4.2 Knoppen
De knoppen zijn aanrakingsgevoelige vlakken. Druk om een functie te kiezen op de betreffende knop.
| Symbool | Naam | Gebruik |
|---|---|---|
| aan/uit | Apparaat in- of uitschakelen | |
| Hoofdmenu | Functies en instellingen kiezen | |
| Tijdfuncties/kinderslot | "Timer", "tijdsduur" of vertraagde functie "klaar om" instellen "Kinderslot" activeren of deactiveren | |
| Informatie | • Overige informatie weergeven • Actuele temperatuur weergeven | |
| Snel voorverwarmen | "Snel voorverwarmen" activeren of deactiveren "PowerBoost" activeren of deactiveren | |
| Start/Stop | Werking starten of onderbreken |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 7)
4.3 Bedieningselement
Via het bedieningselement stelt u alle functies van uw apparaat in. De lichtere instelwaarden kunt u wijzigen. U kunt ook snel door de instelwaarden lopen door een toets ingedrukt te houden. Zodra u de toets loslaat, stopt het snelle doorlopen.
| Knop | Naam | Gebruik |
|---|---|---|
| Links | Op het display naar links navigeren | |
| Rechts | Op het display naar rechts navigeren | |
| Boven | Op het display naar boven navigeren | |
| Beneden | Op het display naar beneden navigeren |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 7)
4.4 Display
Op het display ziet u de actuele instelwaarden, keuzemogelijkheden of aanwijzingsteksten.
4.5 Hoofdmenu
In het hoofdmenu vindt u een overzicht van de functies van uw apparaat.
Om het hoofdmenu te openen, drukt u op de toets .
| Functie | Naam | Gebruik |
|---|---|---|
| Verwarmingsmethoden | Gewenste verwarmingsmethode en temperatuur voor uw gerechten kiezen | |
| Bak- en braadassistent | Insteladvies voor bakken en braden | |
| MyProfile | Apparaatinstellingen individueel aanpassen | |
| EasyClean | Lichte verontreinigingen uit binnenruimte verwijderen | |
| Pyrolytische zelfreiniging | Binnenruimte reinigen |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 7)
4.6 Verwarmingsmethoden
Hier vindt u een overzicht van de verwarmingsmethoden. U krijgt aanbevelingen over het gebruik van de verwarmingsmethoden.
Bij temperaturen boven 275 °C verlaagt het apparaat de temperatuur na ca. 40 minuten tot ca. 275 °C.
Pagina 8
nl Uw apparaat leren kennen
| Symbool | Verwarmingsmethode | Temperatuur | Gebruik |
|---|---|---|---|
| CircoTherm hetelucht | 40 - 200 °C | Op één niveau of meerdere niveaus bakken of braden. De ventilator verdeelt de warmte van het ronde verwarmingselement aan de achterkant gelijkmatig in de binnenruimte. | |
| Boven- en onderwarmte | 50 - 275°C | Traditioneel bakken of braden op één niveau. De verwarmingsmethode is bijzonder geschikt voor gebak met vochtige bedekking. De warmte komt gelijkmatig van boven en van onderen. | |
| Thermogrillen | 50 - 250 °C | Gevogelte, hele vis of grotere stukken vlees braden. Het grillelement en de ventilator schakelen afwisselend in en uit. De ventilator wervelt de hete lucht rond het gerecht. | |
| Pizzastand | 50 - 275°C | Pizza's of gerechten klaarmaken die veel warmte van onderen nodig hebben. Het onderste verwarmingselement en het ronde verwarmingselement aan de achterwand zijn ingeschakeld. | |
| Broodbakstand | 180 - 240 °C | Voor het bakken van brood, broodjes en bakkerijproducten die hoge temperaturen vereisen. | |
| Grill, groot | 50 - 290°C | Voor het grillen van platte stukken, zoals steaks, worstjes of toast, en voor het gratineren. Het hele oppervlak onder de grill wordt heet. | |
| Grill, klein | 50 - 290°C | Voor het grillen van kleine hoeveelheden steaks, worstjes of toast en om te gratineren. Het middelste oppervlak onder de grill wordt heet. | |
| Onderwarmte | 30 - 250 °C | Voor de bereiding au bain-marie en om na te bakken. De warmte komt van onderen. | |
| Langzaam garen | 70 - 120 °C | Voor het gezond en langzaam garen van aangebraden, zachte stukken vlees in open vormen. De warmte komt bij een lage temperatuur gelijkmatig van boven en van onderen. | |
| Deegrijsstand | 35 - 55 °C | Om deeg deeg te laten rijzen en yoghurt te laten rijpen. Het deeg rijst sneller dan bij kamertemperatuur. Het oppervlak van het deeg droogt niet uit. | |
| Ontdooistand | 30 - 60 °C | Voor het voorzichtig ontdooien van bevroren gerechten. | |
| Boven- en onderwarmte Eco | 50 - 275°C | Voor het gezond bereiden van geselecteerde gerechten. De warmte komt van boven en van onderen. Het meest doeltreffend is de verwarmingsmodus tussen 150-250 °C. Deze verwarmingsmethode wordt gebruikt voor het bepalen van het energieverbruik in de conventionele modus. | |
| CircoTherm Eco | 40 - 200 °C | Voor het gezond bereiden van geselecteerde gerechten op één niveau, zonder voorverwarmen. De ventilator verdeelt de warmte van het ronde verwarmingselement aan de achterkant in de binnenruimte. Het meest doeltreffend is de verwarmingsmodus tussen 125-200 °C. Deze verwarmingsmethode wordt voor het bepalen van het energieverbruik in de circulatieluchtmodus en de energieklasse gebruikt. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 8)
4.7 Binnenruimte
Functies voor de binnenruimte vergemakkelijken het gebruik van uw apparaat.
Rekjes
U kunt accessoires op verschillende hoogtes in de rekjes in de binnenruimte plaatsen.
→ "Accessoires", Pagina 9
Uw apparaat heeft 4 inschuifhoogtes. De inschuifhoogtes worden van beneden naar boven geteld.
Pagina 9
Accessoires nl
De accessoires kunt u, bijvoorbeeld om te reinigen, verwijderen.
→ "Rekjes", Pagina 20
Verlichting
Een of meerdere ovenlampen verlichten de binnenruimte.
Wanneer u de deur van het apparaat opent, gaat de verlichting in de binnenruimte aan. Blijft de deur langer dan 15 minuten open, dan gaat de verlichting weer uit. Bij de meeste functies schakelt de verlichting in zodra het gebruik wordt gestart. Als het gebruik wordt beëindigd, schakelt de verlichting uit.
Koelventilator
De koelventilator schakelt afhankelijk van de temperatuur van het apparaat in en uit. De warme lucht ontsnapt via de deur.
LET OP!
De ventilatiesleuven boven de deur van het apparaat niet afdekken. Het apparaat raakt oververhit.
- Ventilatiesleuven vrijhouden.
De koelventilator loopt een bepaalde tijd na, zodat het apparaat na gebruik sneller afkoelt.
Apparaatdeur
Wanneer u de apparaatdeur opent tijdens het gebruik, wordt de werking stopgezet. Sluit u de apparaatdeur, dan wordt de werking niet automatisch voortgezet.
5 Accessoires
Gebruik alleen originele accessoires. Deze zijn op het apparaat afgestemd.
Opmerking: Wanneer de accessoires heet worden, kunnen deze vervormen. De vervorming heeft geen invloed op de werking. De vervorming verdwijnt weer nadat de accessoires zijn afgekoeld.
De meegeleverde accessoires kunnen variëren, afhankelijk van het type apparaat.
| Accessoires | Gebruik |
|---|---|
| Rooster | • Bakvormen • Ovenschalen • Vormen • Vlees, bijv. braad- of grillstukken • Diepvriesgerechten |
| Braadslede | • Vochtig gebak • Gebak • Brood • Grote braadstukken • Diepvriesgerechten • Afdruipende vloeistof opvangen, bijv vet bij het grillen op het rooster. |
| Bakplaat | • Plaatgebak • Klein gebak |
| Accessoirehouders | Toebehoren bij de reinigingsfunctie mee reinigen, bijv. de universele braadslede. |
Pagina 10
nl Voor het eerste gebruik
5.1 Vergrendelingsfunctie
De vergrendelingsfunctie voorkomt dat de accessoires kantelen wanneer ze worden uitgetrokken.
U kunt het accessoire tot ongeveer de helft uittrekken, tot deze vastklikt. De kantelbeveiliging functioneert alleen wanneer u het accessoire op de juiste manier in de binnenruimte schuift.
5.2 Accessoire in de binnenruimte schuiven
Het accessoire altijd op de juiste manier in de binnenruimte schuiven. Alleen zo kan het accessoire zonder te kantelen tot ongeveer de helft worden uitgetrokken.
- 1. Het accessoire zo draaien, dat de pal zich aan de achterkant bevindt en naar beneden wijst.
- 2. De accessoires altijd tussen de beide geleidestangen van een inschuifhoogte plaatsen.
| Rooster | Het rooster met de open kant naar de apparaatdeur en de welving naar beneden in de oven schuiven. |
| Plaat bijv. braadslede of bakplaat | De plaat met de afschuining gericht naar de ovendeur in de oven schuiven. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 10)
- 3. Het toebehoren volledig inschuiven, zodat het de apparaatdeur niet raakt.
Opmerking: Haal de accessoires die u niet nodig hebt bij het gebruik uit de binnenruimte.
Accessoires combineren
Om afdruipende vloeistof op te vangen, kunt u het rooster in combinatie met de braadslede gebruiken.
- 1. Plaats het rooster zo op de braadslede dat de beide afstandshouders achter op de rand van de braadslede liggen.
- 2. De braadslede tussen de beide geleidestangen van een inschuifhoogte schuiven. Het rooster ligt daarbij boven de bovenste geleidingsstang.
Rooster op braadslede
5.3 Meer accessoires
Meer accessoires kunt u kopen bij de servicedienst, in speciaalzaken of op het internet.
U vindt een uitgebreid aanbod voor uw apparaat in onze folders of op internet:
www.neff-international.com
Voor de verschillende apparaten zijn specifieke accessoires beschikbaar. Geef bij de aankoop altijd de precieze aanduiding (E-nr.) van uw apparaat op.
Welke accessoires beschikbaar zijn voor uw apparaat, kunt u zien in de online-shop of navragen bij de klantenservice.
6 Voor het eerste gebruik
Stel de opties voor het eerste gebruik in. Reinig het apparaat en de accessoires.
6.1 Eerste gebruik
Na het aansluiten op het elektriciteitsnetwerk of na een langere stroomuitval verschijnen de instellingen voor de eerste ingebruikname van uw apparaat.
Opmerking: U kunt de instellingen op elk moment aanpassen in de basisinstellingen.
→ "Basisinstellingen", Pagina 15
Taal instellen
- 1. Het apparaat aansluiten op het elektriciteitsnet.
- Na enkele seconden verschijnt de eerste instelling.
- 2. Naar de onderste regel navigeren met .
- 3. De taal met of selecteren.
- 4. Weer naar de bovenste regel met navigeren.
- 5. De volgende instelling met selecteren.
Tijd instellen
- 1. Naar de onderste regel navigeren met .
- 2. Het uur met of kiezen.
- 3. Naar de volgende regel met navigeren.
- 4. De minuut met of selecteren.
- 5. Weer naar de bovenste regel met navigeren.
- 6. De volgende instelling met selecteren.
Datum instellen
- 1. Naar de volgende regel met navigeren.
- 2. De dag met of kiezen.
- 3. Naar de volgende regel met navigeren.
- 4. De maand met of kiezen.
- 5. Naar de volgende regel met navigeren.
- 6. Het jaar met of kiezen.
- 7. Zo vaak op drukken tot "Datum" verschijnt.
- 8. De instellingen met overnemen.
- 9. De apparaatdeur één keer openen en sluiten.
Pagina 11
De Bediening in essentie nl
- Het apparaat controleert zichzelf en is vervolgens klaar voor gebruik.
- De eerste inbedrijfstelling is afgesloten.
6.2 Apparaat reinigen
Voordat u voor het eerst gerechten klaarmaakt met het apparaat dient u de binnenruimte en de accessoires te reinigen.
- 1. De productinformatie, accessoires, verpakkingsresten zoals piepschuimbolletjes verwijderen uit de binnenruimte.
- 2. De gladde oppervlakken in de binnenruimte met een zachte, vochtige doek afvegen.
- 3. Het apparaat met inschakelen.
→ "Apparaat inschakelen", Pagina 11
- 4. De verwarmingsmethode en temperatuur voor het opwarmen instellen en met starten.
→ "Verwarmingsmethode en temperatuur instellen", Pagina 11
| Opwarmen | |
|---|---|
| Verwarmingsmethode Temperatuur | CircoTherm hetelucht maximaal |
| Tijdsduur | 1 uur |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 11)
- 5. Zorg ervoor dat de keuken geventileerd is zolang het apparaat opwarmt.
- 6. Na 1 uur het apparaat met uitschakelen.
→ "Apparaat uitschakelen", Pagina 11
- 7. Laat het apparaat afkoelen.
- 8. De gladde oppervlakken met zeepsop en een schoonmaakdoekje reinigen.
- 9. Reinig de accessoires grondig met zeepsop en een schoonmaakdoekje.
7 De Bediening in essentie
7.1 Apparaat inschakelen
- Schakel het apparaat in met .
Opmerkingen
- In de basisinstellingen kunt u vastleggen of na het inschakelen de verwarmingsmethoden of het hoofdmenu verschijnt.
→ "Basisinstellingen", Pagina 15
- Wanneer u het apparaat langere tijd niet bedient, gaat het apparaat automatisch uit.
7.2 Apparaat uitschakelen
- Schakel het apparaat uit met .
Opmerkingen
- Al naar gelang de temperatuur in de binnenruimte verschijnt op het display de restwarmte-indicatie. → "Restwarmte-aanduiding", Pagina 11
- Al naar gelang de temperatuur in de binnenruimte blijft de koelventilator draaien, totdat de binnenruimte is afgekoeld.
→ "Koelventilator", Pagina 9
7.3 Restwarmte-aanduiding
Nadat u het apparaat heeft uitgeschakeld, wordt op het display de restwarmte weergegeven.
| Display | Temperatuur |
|---|---|
| Restwarmte hoog | boven 120°C |
| Restwarmte laag | tussen 60°C en 120°C |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 11)
7.4 Verwarmingsmethode en temperatuur instellen
- 1. Schakel het apparaat in met .
- De verwarmingsmethoden verschijnen.
- 2. Kies de verwarmingsmethode met of .
- 3. Naar de volgende regel met navigeren.
- 4. Kies de temperatuur of stand met of .
- 5. Start de werking .
- Op het display verschijnt de bedrijfstijd.
- De opwarmbalk geeft de temperatuurstijging weer.
- 6. Schakel het apparaat uit met wanneer het gerecht klaar is.
7.5 Temperatuur wijzigen
Nadat u de temperatuur gestart heeft, kunt u hem nog wijzigen.
- 1. De regel temperatuur met of kiezen.
- 2. De temperatuur met of wijzigen.
- De temperatuur wordt gewijzigd.
7.6 Verwarmingsmethode wijzigen
Als u de verwarmingsmethode wijzigt, zet het apparaat alle instellingen terug.
- 1. Onderbreek de werking met .
- 2. De gewenste verwarmingsmethode met of selecteren.
- 3. Naar de volgende regel met navigeren.
- 4. Kies de temperatuur met of .
- 5. Start de werking .
7.7 Bedrijf onderbreken
- 1. Druk op .
- 2. Om de werking voort te zetten, opnieuw op ken.
druk-
7.8 Werking afbreken
Opmerking: Sommige functies, zoals bijv. reinigingsfuncties, kunt u niet afbreken.
- Zo lang op drukken tot de werking is afgebroken.
- De werking wordt afgebroken en alle instellingen worden gereset.
- Al naar gelang de temperatuur in de binnenruimte blijft de koelventilator draaien, totdat de binnenruimte is afgekoeld.
Pagina 12
nl Tijdfuncties
7.9 Actuele temperatuur weergeven
Tijdens het verwarmen kunt u ook de actuele temperatuur weergeven.
- Druk op .
- De temperatuur verschijnt gedurende enkele seconden.
7.10 Informatie weergeven
Vereiste: De toets is verlicht.
- Druk op .
- De informatie verschijnt gedurende enkele seconden.
8 Tijdfuncties
Uw apparaat beschikt over verschillende tijdfuncties waarmee u de werking kunt sturen.
8.1 Overzicht van de tijdfuncties
Als u hogere waarden instelt, verandert het tijdsinterval. Bij een tijdsduur kunt u bijv. tot een uur in stappen van minuten instellen, boven een uur in stappen van 5 minuten.
| Tijdfunctie | Gebruik |
|---|---|
| Timer | De timer kunt u onafhankelijk van de werking instellen. De timer beïnvloedt het apparaat niet. |
| Tijdsduur | Na het verstrijken van de tijdsduur onderbreekt het apparaat de werking automatisch. |
| Klaar om | Voor de tijdsduur kunt u een tijd instellen waarop de werking eindigt. Het apparaat start automatisch zodat de werking op het gewenste tijdstip klaar is. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 12)
8.2 Wekker
U kunt de timer zowel bij ingeschakeld als bij uitgeschakeld apparaat instellen.
Wekker instellen
- 1. Druk op .
- 2. Als het apparaat is ingeschakeld, de "timer" met kiezen.
- 3. De timertijd met of kiezen.
- 4. Start de timer met .
- Op het display verschijnt . De timertijd loopt af.
- Als de timertijd is verstreken, klinkt er een signaal.
- 5. Druk op een willekeurige knop om het signaal voortijdig te beëindigen.
Wekker wijzigen
- 1. Druk op .
- 2. Wijzig de timertijd met of .
- De instelling wordt overgenomen.
Wekker afbreken
- 1. Druk op .
- 2. De timertijd "00:00" met instellen.
- De timertijd wordt gewist.
8.3 Tijdsduur
Na afloop van een ingestelde tijdsduur gaat het apparaat automatisch uit. U kunt de tijdsduur alleen in combinatie met een verwarmingsmethode gebruiken.
Tijdsduur instellen
- 1. Een verwarmingsmethode en een temperatuur instellen.
- 2. Druk op .
- 3. De voorgestelde waarde selecteren.
| Knop | Voorgestelde waarde |
|---|---|
| 10 minuten | |
| 30 minuten |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 12)
- 4. Kies de tijdsduur met of
- 5. Start de werking met tijdsduur met .
- Op het display verschijnt de tijdsduur. De tijdsduur loopt af.
- Wanneer de tijdsduur is verstreken, klinkt er een geluidssignaal.
- 6. Druk op een willekeurige knop om het signaal voortijdig te beëindigen.
Tijdsduur wijzigen
- 1. Druk op .
- 2. Wijzig de tijdsduur met of .
- De instelling wordt overgenomen.
Tijdsduur afbreken
- 1. Druk op .
- 2. Stel de tijdsduur "00:00" in met .
- De tijdsduur wordt gewist.
- 3. Druk op om de werking zonder tijdsduur te voort te zetten.
8.4 Starttijdvoorkeuze - “Klaar om”
Het apparaat gaat automatisch aan en op de van te voren gekozen eindtijd uit. Stel hiervoor de tijdsduur in en leg vast wanneer de werking beëindigd wordt. U kunt de starttijdvoorkeuze alleen in combinatie met een verwarmingsmethode gebruiken.
Starttijdvoorkeuze "Klaar om" instellen Opmerkingen
- Laat levensmiddelen die snel bederven niet te lang in de binnenruimte.
- U kunt niet elke verwarmingsmethode met de starttijdvoorkeuze instellen.
- 1. De gerechten in de binnenruimte doen en de apparaatdeur sluiten.
- 2. Een verwarmingsmethode en een temperatuur instellen.
Pagina 13
Bak- en braadassistent nl
- 3. Druk op .
- 4. Kies de tijdsduur met of .
- 5. "Klaar om" met navigeren.
- Op het display verschijnt het einde van de werking.
- 6. De eindtijd met kiezen.
- 7. De starttijdvoorkeuze met starten.
- Het apparaat start de werking op het passende tijdstip.
- Wanneer de tijdsduur is verstreken, klinkt er een geluidssignaal.
- 8. Druk op een willekeurige knop om het signaal voortijdig te beëindigen.
Starttijdvoorkeuze "Klaar om" wijzigen
- 1. Druk op .
- 2. "Klaar om" met kiezen.
- 3. Wijzig de eindtijd met of .
- De instelling wordt overgenomen.
Starttijdvoorkeuze "Klaar om" annuleren
- 1. Druk op .
- 2. Reset de eindtijd met .
- De eindtijd is de actuele tijd, plus de ingestelde tijdsduur.
- De werking met tijdsduur start.
9 Bak- en braadassistent
Met de bak- en braadassistent ondersteunt uw apparaat u bij de bereiding van de verschillende gerechten en stelt het de optimale instellingen voor.
De bak- en braadassistent helpt u bij het instellen van klassiek gebak, brood en vlees. Het apparaat kiest de optimale verwarmingsmethode voor u. De voorgestelde temperatuur en bereidingsduur kunt u naar wens wijzigen.
9.1 Overzicht van de gerechten
U kunt volgende gerechten selecteren:
- Roerdeeg spring-/rechthoekige vorm
- Cake (6 eieren)
- Cakerol
- Gistdeeg plaatgebak met droge bedekking
- Gistkrans/-vlecht
- Klein gebak bladerdeeg
- Muffins, 1 niveau
- Wit brood in langwerpige bakvorm
- Afbakbroodjes/-stokbrood, voorgebakken
- Pizza diepvries, met dunne bodem, 1 stuk
- Frites, diepvries, 1 niveau
- Gegratineerde aardappels, van ongekookte aardappels
- Aardappels in de oven
- Lasagne, vers
- Gebraden varkensvlees, doorregen, zonder zwoerd
- Gehakt (1 kg)
- Rosbief, medium, 1,5 kg
- Runderstoofvlees
- Lamsbout zonder been
- Kip, heel
- Kippenbouten
- Gans, heel (3 - 4 kg)
9.2 Bak- en braadassistent instellen
Opmerking: Gebruik verse levensmiddelen, het best op koelkasttemperatuur. Diepvriesgerechten direct uit het diepvriesvak gebruiken.
Vereiste: De binnenruimte is afgekoeld.
- 1. Schakel het apparaat in met .
- 2. Druk op .
- 3. "Bak- en braadassistent" met of kiezen.
- 4. Naar de volgende regel met navigeren.
- 5. De categorie met of kiezen.
- 6. Naar de volgende regel met navigeren.
- 7. Het gerecht met of kiezen.
- 8. Naar de volgende regel met navigeren.
- De insteladviezen verschijnen.
- 9. Opmerking: De extra aanwijzingen kunnen niet voor alle gerechten worden geselecteerd.
De extra aanwijzingen met weergeven.
- De extra aanwijzingen, bijv. m.b.t. inschuifhoogte, toebehoren, kookgerei, tijdstip voor het keren, omroeren of het toevoegen van vloeistof verschijnen.
- 10. Naar de insteladviezen met terug navigeren.
- 11. Indien nodig de temperatuur of tijdsduur met aanpassen.
‒ De temperatuur of tijdsduur met of selecteren.
‒ De instelling met of aanpassen.
- 12. De bak- en braadassistent met starten.
- Bij sommige gerechten moet worden gekeerd of omgeroerd. Als het tijdstip voor het keren of omroeren is bereikt, klinkt er een signaal en verschijnt er een aanwijzing op het display.
- Wanneer de tijdsduur is verstreken, dan klinkt een signaal en warmt het apparaat niet meer op.
- 13. Opmerking: Bij sommige programma's kunt u het gerecht nagaren.
→ "Gerechten nagaren", Pagina 13
Als u met het resultaat tevreden bent, selecteer dan "Beëindigen".
9.3 Gerechten nagaren
- 1. "Nagaren" met kiezen.
- 2. Indien nodig de instellingen met of wijzigen.
- 3. Het nagaren met starten.
Pagina 14
nl Kinderslot
10 Kinderslot
Beveilig uw apparaat, zodat kinderen het niet per ongeluk inschakelen of instellingen eraan kunnen wijzigen.
10.1 Blokkeringen
Uw apparaat beschikt over 2 verschillende blokkeringen:
| Blokkering | Activeren / deactiveren |
|---|---|
| Automatisch kinderslot | Met het menu MyProfile |
| Eenmalig kinderslot | Met de toets |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 14)
10.2 Automatisch kinderslot activeren
Het automatische kinderslot blokkeert het bedieningsveld, zodat kinderen het apparaat niet per ongeluk inschakelen. Onderbreek het automatische kinderslot om het apparaat in te schakelen. Na het gebruik blokkeert het apparaat automatisch het bedieningspaneel. Opmerking: Zodra u het automatische kinderslot activeert, blokkeert het apparaat het bedieningspaneel. Een uitzondering hierop vormen de toetsen en .
Vereiste: Apparaat is ingeschakeld.
- 1. Druk op .
- 2. "MyProfile" met of selecteren.
- 3. Naar de volgende regel met navigeren.
- 4. Kies "Automatisch kinderslot" met of .
- 5. Kies instellingen met .
- 6. "Geactiveerd" met instellen.
- 7. Druk op .
- 8. Sla de instelling op met .
- Wanneer u het apparaat uitschakelt, verschijnt op het display.
10.3 Automatisch kinderslot onderbreken
- 1. De toets ingedrukt houden tot "Kinderslot gedeactiveerd" verschijnt.
- 2. Schakel het apparaat in met en stel de functie in.
10.4 Automatisch kinderslot deactiveren
- 1. De toets ingedrukt houden tot "Kinderslot gedeactiveerd" verschijnt.
- 2. Schakel het apparaat in met .
- 3. Druk op .
- 4. "MyProfile" met of selecteren.
- 5. Naar de volgende regel met navigeren.
- 6. Kies "Automatisch kinderslot" met of .
- 7. Kies instellingen met .
- 8. "Gedeactiveerd" met instellen.
- 9. Druk op .
- 10. Sla de instelling op met .
10.5 Eenmalig kinderslot activeren
Het eenmalige kinderslot blokkeert het bedieningsveld, zodat kinderen het apparaat niet per ongeluk inschakelen. Deactiveer het eenmalige kinderslot om het apparaat in te schakelen. Nadat u het apparaat heeft uitgeschakeld, blokkeert het apparaat het bedieningspaneel niet langer.
Opmerking: Zodra u het automatische kinderslot activeert, blokkeert het apparaat het bedieningspaneel. Een uitzondering hierop vormen de toetsen en .
- Houd de knop ingedrukt, totdat "Kinderslot geactiveerd" verschijnt.
10.6 Eenmalig kinderslot deactiveren
- De toets ingedrukt houden tot "Kinderslot gedeactiveerd" verschijnt.
11 Snel voorverwarmen
Met de functies Snel voorverwarmen en PowerBoost kunt u de voorverwarmtijd korter maken. Het hangt van de ingestelde verwarmingsmethode af of het apparaat opwarmt met Snel voorverwarmen of PowerBoost.
11.1 Snel voorverwarmen en PowerBoost
| Functie | Verwarmingsmethode | Gerechten in de binnenruimte |
|---|---|---|
| Snel voorverwarmen | Boven-/onderwarmte | na het voorverwarmen |
| PowerBoost | • CircoTherm hetelucht • Broodbakstand | vóór het voorverwarmen op slechts één niveau bereiden |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 14)
11.2 Snel voorverwarmen activeren
- 1. Boven-/onderwarmte en een temperatuur vanaf 100 °C instellen.
- 2. Start de werking .
- De toets is verlicht.
- 3. Het snel voorverwarmen met de toets activeren.
- Op het display verschijnt .
- Als de ingestelde temperatuur is bereikt, schakelt het snel voorverwarmen automatisch uit en er klinkt een signaal. In het display dooft .
- 4. Het gerecht in de binnenruimte plaatsen.
11.3 Snel voorverwarmen deactiveren
- Het snel voorverwarmen met de toets vroegtijdig deactiveren.