Neff B69FS3CY0, tekst van de handleiding
Pagina's 15–25 van 64 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← pagina's 2–14verder op pagina 26 →
Pagina 15
De Bediening in essentie nl
"Apparaat reinigen voordat u het voor de eerste keer gebruikt", Pagina 14
Accessoires zijn verwijderd.
- 1. Het apparaat inschakelen.
- 2. Volgende instellingen uitvoeren:
Verwarmingsmethode
Heteluchtfunctie
| Temperatuur | maximaal |
| Tijdsduur | 1 uur |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 15)
"De Bediening in essentie", Pagina 15
- 3. In werking stellen.
- Ventileer de keuken zolang het apparaat verwarmt.
- 4. Schakel het apparaat na 1 uur uit.
- 5. Reinig gladde oppervlakken in de binnenruimte met zeepsop en een schoonmaakdoekje reinigen als het apparaat is afgekoeld.
8 De Bediening in essentie
8.1 Apparaat inschakelen
LET OP
Water op de bodem van de binnenruimte bij temperaturen boven de 120°C leidt tot schade aan het emaille.
- Geen programma starten wanneer zich water op de bodem van de binnenruimte bevindt.
- Voor gebruik het water van de bodem van de binnenruimte opnemen.
- Schakel het apparaat in met .
Opmerkingen
In de basisinstellingen kunt u vastleggen of het display na het inschakelen het hoofdmenu of een andere functie toont.
"Basisinstelingen", Pagina 26
Wanneer u het apparaat langere tijd niet bedient, gaat het apparaat automatisch uit.
8.2 Apparaat uitschakelen
- Schakel het apparaat uit met .
Opmerkingen
Al naar gelang de temperatuur in de binnenruimte verschijnt op het display de restwarmte-indicatie. "Restwarmte-aanduiding", Pagina 15
Al naar gelang de temperatuur in de binnenruimte blijft de koelventilator draaien, totdat de binnenruimte is afgekoeld.
"Koelventilator", Pagina 8
8.3 Restwarmte-aanduiding
Nadat u het apparaat heeft uitgeschakeld, wordt op het display de restwarmte weergegeven.
| Display | Temperatuur |
|---|---|
| Restwarmte hoog | boven 120°C |
| Restwarmte laag | tussen 60°C en 120°C |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 15)
8.4 Verwarmingsmethode en temperatuur instellen
- 1. Schakel het apparaat in met .
- 2. Druk op "Verwarmingsmethoden".
- 3. Blader door de verwarmingsmethoden met of .
- 4. Druk op de gewenste verwarmingsmethode.
- 5. Druk op "Temperatuur".
- 6. Kies de temperatuur met of .
- 7. De instelling met bevestigen.
Verdere mogelijke selectie:
- Snel voorverwarmen Pagina 25
- Tijdsduur Pagina 20
- Klaar om Pagina 20
- Toevoer van stoom Pagina 18
- "Kerntemperatuurmeter", Pagina 21
- Informatie Pagina 16
- 8. Start de werking met .
Op het display verschijnt de bedrijfstijd.
Bij enkele verwarmingsmethoden is in de voorverwarmingsfase de opwarmbalk te zien. Het optimale tijdstip om het gerecht er in te schuiven is bereikt, zodra de opwarmbalk is gevuld.
- 9. Schakel het apparaat uit met wanneer het gerecht klaar is.
8.5 Temperatuur wijzigen
Nadat u de werking gestart heeft, kunt u de temperatuur of stand nog wijzigen.
- 1. Druk op "Temperatuur".
- 2. De temperatuur met of wijzigen.
- 3. De instelling met bevestigen. De temperatuur wordt gewijzigd.
8.6 Verwarmingsmethode wijzigen
Als u de verwarmingsmethode wijzigt, zet het apparaat alle instellingen terug.
- 1. Onderbreek de werking met .
- 2. Met naar de verwarmingsmethoden gaan.
- 3. Blader door de verwarmingsmethoden met of .
- 4. Druk op de gewenste verwarmingsmethode.
- 5. Pas indien nodig de temperatuur of stand aan.
- 6. Start de werking met .
8.7 Gebruik verlengen
Wanneer een gebruik is beëindigd, dan kunt u het gebruik verlengen of verdere instellingen invoeren en opnieuw starten.
- 1. Druk op "Verlengen".
- Al naar gelang de functie kunt u indien nodig de instellingen wijzigen.
- 2. Start de werking met .
Pagina 16
nl Stoom
8.8 Bedrijf onderbreken
- 1. Druk op .
- 2. Om de werking voort te zetten, opnieuw op ken.
druk-
8.9 Informatie weergeven
Opmerking: In de meeste gevallen kunt u informatie bij de zojuist uitgevoerde functie oproepen.
- 1. Druk op "Informatie".
De informatie verschijnt gedurende enkele seconden.
- 2. Druk om de informatie te sluiten op .
8.10 Warmhouden gedurende een langere periode
U kunt met uw apparaat gerechten tot 24 uur warmhouden, zonder dat het gedrag van het apparaat wijzigt. Gebruik de tijdfuncties en wijzig de basisinstellingen.
Opmerking: Wanneer u de apparaatdeur tijdens het gebruik opent, houdt het apparaat op met verwarmen. Wanneer u de apparaatdeur sluit, verwarmt het apparaat verder. Om er zeker van te zijn dat het gedrag van het apparaat tijdens bedrijf niet verandert, de apparaatdeur pas na het verstrijken van de ingestelde tijd openen.
- 1. Basisinstellingen wijzigen.
"Basisinstelingen", Pagina 26
- De basisinstelling "Verlichting" naar "Altijd uit" wijzigen.
- Wijzig de basisinstelling "Tijdsweergave" naar "Aan".
- De basisinstelling "Geluidssignaal" wijzigen naar "Zeer korte duur".
Zo blijft de verlichting in de binnenruimte tijdens het gebruik en wanneer u de apparaatdeur opent altijd uit. De weergave van de klok wijzigt niet. De tijdsduur van het geluidssignaal aan het einde van het gebruik is gereduceerd.
- 2. Stel de gewenste functie in.
"Verwarmingsmethoden", Pagina 9
- 3. Stel al naar gelang de functie de gewenste tijdsduur in.
"Tijdsduur instelen", Pagina 20 "Tijdfuncties", Pagina 20
- 4. Stel met "Einde" het tijdstip in, waarop de werking moet eindigen.
"Startijdvoorkeuze "klaar om" instelen", Pagina 20 "Tijdfuncties", Pagina 20
- 5. Plaats het gerecht in de binnenruimte, voordat het apparaat begint te verwarmen.
- 6. Start de werking met .
Het display toont de tijdsduur tot aan de start. Als de starttijd is bereikt, begint het apparaat op te warmen en de tijdsduur loopt af.
- 7. Haal het gerecht uit de binnenruimte wanneer de werking is beëindigd. Na ca. 15 tot 20 minuten schakelt het apparaat volledig automatisch uit.
Opmerking: Indien nodig de verschillende basisinstellingen weer wijzigen.
9 Stoom
Met stoom bereidt u gerechten op een bijzonder voorzichtige manier. U kunt de stoomverwarmingsmethoden gebruiken of de stoomondersteuning bij enkele verwarmingsmethoden inschakelen.
WAARSCHUWING ‒ Kans op verbranding!
Bij het openen van de apparaatdeur kan hete stoom vrijkomen. Stoom is afhankelijk van de temperatuur niet altijd zichtbaar.
- Apparaatdeur voorzichtig openen.
- Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
9.1 Voor elk gebruik met stoom
Zorg er voor elk gebruik met stoom voor dat het apparaat voldoende water heeft.
Watertank vullen
WAARSCHUWING ‒ Brandgevaar!
Door hete oppervlakken in de binnenruimte kunnen dampen van brandbare vloeistoffen vlam vatten (explosieve verbranding). De apparaatdeur kan openspringen. Er kunnen hete dampen en steekvlammen naar buiten treden.
- Doe geen ontvlambare vloeistoffen (bijv. alcoholhoudende dranken) in de watertank.
- Vul de watertank uitsluitend met water of de door ons aanbevolen ontkalkingsoplossing.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik van het apparaat kan de watertank heet worden.
- Heeft u het apparaat zojuist gebruikt, wacht dan tot de watertank is afgekoeld.
- Neem de watertank uit de tankschacht.
Vereiste: De waterhardheid is correct ingesteld.
- 1. Druk op .
Het bedieningspaneel wordt automatisch naar voren geschoven.
- 2. Trek het bedieningspaneel met beide handen naar voren en schuif het vervolgens naar boven, tot het vergrendelt .
- 3. De watertank uit de tankschacht trekken .
Pagina 17
Stoom nl
- 4. Druk het deksel op de watertank langs de afdichting aan zodat er geen water meer uit de watertank kan lopen.
- 5. Verwijder de afdekking van de watertank.
- 6. Vul het water tot aan de markering "max" in de watertank.
- 7. De afdekking weer in de opening op de watertank plaatsen.
- 8. Plaats de gevulde watertank in het apparaat . Let er daarbij op dat de watertank achter de houders vastklikt.
- 9. Schuif het bedieningspaneel langzaam naar beneden, en druk het vervolgens naar achteren, totdat het bedieningspaneel volledig is gesloten.
Watertank bijvullen
Wanneer "Watertank vullen" op het display verschijnt, vul dan de watertank bij.
Opmerkingen
Stomen, deegrijsstand, ontdooistand en regenereren: als u de watertank niet bijvult, onderbreekt het apparaat de werking. Vul de watertank bij.
Stoomtoevoer en stoomstoot: wanneer u de watertank niet bijvult, werkt het apparaat verder zonder stoomtoevoer of stoomstoot.
- 1. Open het bedieningspaneel.
- 2. De watertank verwijderen en bijvullen.
- 3. De gevulde watertank inzetten en bedieningspaneel sluiten.
9.2 Stoommethoden
Uw apparaat beschikt over meerdere stoommethoden. "Stoommethoden", Pagina 10
Stomen
Bij "Stomen" worden de gerechten omsloten door hete waterdamp, zodat de voedingsstoffen in de levensmiddelen behouden blijven. De vorm, de kleur en het typische aroma van de gerechten blijven bij deze bereidingsmethode intact.
Bij ingestelde temperaturen tussen 105°C en 120°C wordt de bereidingstijd gereduceerd. Zo blijven bij het stomen nog meer voedingsstoffen en vitamines behouden.
Bereiding met stoom instellen
Vereiste: De binnenruimte is voldoende afgekoeld.
- 1. Vul de watertank.
"Watertank vulen", Pagina 16
- 2. Schakel het apparaat in met .
- 3. Druk op "Stoom".
- 4. Kies stomen met of .
- 5. Druk op "Stomen".
- 6. Druk op "Temperatuur".
- 7. Kies de temperatuur met of .
- 8. De instelling met bevestigen.
- 9. Druk op "Tijdsduur".
- 10. Kies de tijdsduur met of .
- 11. De instelling met bevestigen.
- 12. Bereiden met stoom met starten.
"Bedrijf onderbreken", Pagina 16
Wanneer de watertank tijdens het bereiden met stoom leegraakt, wordt de werking onderbroken. "Watertank bijvulen", Pagina 17
Wanneer de tijdsduur is verstreken, dan klinkt een signaal en warmt het apparaat niet meer op.
"Apparaat uitschakelen", Pagina 15
- 13. Druk op een willekeurige knop om het signaal voortijdig te beëindigen.
- 14. Leeg de watertank en droog de binnenruimte. "Na elk gebruik met stoom", Pagina 19
Regenereren
Met "Regenereren" warmt u gerechten die al gaar zijn behoedzaam op of bakt u brood van de vorige dag weer op.
Regenereren instellen
Vereiste: De binnenruimte is voldoende afgekoeld.
- 1. Vul de watertank.
"Watertank vulen", Pagina 16
- 2. Schakel het apparaat in met .
- 3. Druk op "Stoom".
- 4. Kies regenereren met of .
- 5. Druk op "Regenereren".
- 6. Druk op "Temperatuur".
- 7. Kies de temperatuur met of .
- 8. De instelling met bevestigen.
- 9. Druk op "Tijdsduur".
- 10. Kies de tijdsduur met of .
- 11. De instelling met bevestigen.
- 12. Regenereren met starten.
"Bedrijf onderbreken", Pagina 16
Wanneer de watertank tijdens het regenereren leegraakt, wordt de werking onderbroken.
"Watertank bijvulen", Pagina 17
Wanneer de tijdsduur is verstreken, dan klinkt een signaal en warmt het apparaat niet meer op. "Apparaat uitschakelen", Pagina 15
Pagina 18
nl Stoom
- 13. Druk op een willekeurige knop om het signaal voortijdig te beëindigen.
- 14. Leeg de watertank en droog de binnenruimte. "Na elk gebruik met stoom", Pagina 19
Deeg-rijsstand
Met de "Deeg-rijsstand" rijst het deeg duidelijk sneller dan bij kamertemperatuur en het droogt niet uit.
Deegrijsstand instellen
Vereiste: De binnenruimte is volledig afgekoeld (kamertemperatuur).
- 1. Vul de watertank.
"Watertank vulen", Pagina 16
- 2. Schakel het apparaat in met .
- 3. Druk op "Stoom".
- 4. Kies de deeg-rijsstand met of .
- 5. Druk op "Deeg-rijsstand".
- 6. Druk op "Temperatuur".
- 7. Kies de temperatuur met of .
- 8. De instelling met bevestigen.
- 9. Druk op "Tijdsduur".
- 10. Kies de tijdsduur met of .
- 11. De instelling met bevestigen.
- 12. Deeg-rijsstand met starten.
"Bedrijf onderbreken", Pagina 16
Wanneer de watertank tijdens het gebruik van de deeg-rijsstand leegraakt, wordt de werking onderbroken.
"Watertank bijvulen", Pagina 17
Wanneer de tijdsduur is verstreken, dan klinkt een signaal en warmt het apparaat niet meer op.
"Apparaat uitschakelen", Pagina 15
- 13. Druk op een willekeurige knop om het signaal voortijdig te beëindigen.
- 14. Leeg de watertank en droog de binnenruimte. "Na elk gebruik met stoom", Pagina 19
Ontdooistand
Met de "Ontdooistand" ontdooit u diepvriesproducten.
Ontdooistand instellen
Vereiste: De binnenruimte is volledig afgekoeld (kamertemperatuur).
- 1. Vul de watertank.
"Watertank vulen", Pagina 16
- 2. Schakel het apparaat in met .
- 3. Druk op "Stoom".
- 4. Kies de ontdooistand met of .
- 5. Druk op "Ontdooistand".
- 6. Druk op "Temperatuur".
- 7. Kies de temperatuur met of .
- 8. De instelling met bevestigen.
- 9. Druk op "Tijdsduur".
- 10. Kies de tijdsduur met of .
- 11. De instelling met bevestigen.
- 12. Ontdooistand met starten.
"Bedrijf onderbreken", Pagina 16
Wanneer de watertank tijdens het gebruik van de ontdooistand leegraakt, wordt de werking onderbroken. "Watertank bijvulen", Pagina 17
Wanneer de tijdsduur is verstreken, dan klinkt een signaal en warmt het apparaat niet meer op.
"Apparaat uitschakelen", Pagina 15
- 13. Druk op een willekeurige knop om het signaal voortijdig te beëindigen.
- 14. Leeg de watertank en droog de binnenruimte. "Na elk gebruik met stoom", Pagina 19
Sous-vide
"Sous-vide" is een variant van het garen bij lage temperaturen, waarbij de gevacumeerde levensmiddelen bij temperaturen tussen 50-95°C en 100% stoom worden bereid. Sous-vide is geschikt voor vlees, vis, groente en dessert.
In speciale hittebestendige vacumeerzakken zijn de gerechten met een vacuümapparaat luchtdicht verpakt. Door de beschermende vacumeerzak blijven voedingsstoffen en aromastoffen behouden.
Sous-vide instellen
Opmerkingen
Tijdens de bereiding sous-vide ontstaat aan de bodem van de binnenruimte meer condensaat dan bij andere verwarmingsmethoden.
Wanneer de watertank tijdens het gebruik leegraakt, wordt de werking onderbroken.
Vereiste: De binnenruimte is voldoende afgekoeld.
- 1. LET OP ‒ Risico op meubelschade
- Gebruik geen tweede watertankvulling voor de sous-vide koken.
Vul de watertank.
"Watertank vulen", Pagina 16
- 2. Schakel het apparaat in met .
- 3. Op "Stoom" drukken.
- 4. Sous-vide kiezen met of .
- 5. Op "Sous-vide" drukken.
- 6. Op "Temperatuur" drukken.
- 7. Kies de temperatuur met of .
- 8. De instelling met bevestigen.
- 9. Op "Tijdsduur" drukken.
- 10. Kies de tijdsduur met of .
- 11. De instelling met bevestigen.
- 12. Sous-Vide met starten.
"Bedrijf onderbreken", Pagina 16
Wanneer de tijdsduur is verstreken, dan klinkt een signaal en warmt het apparaat niet meer op.
"Apparaat uitschakelen", Pagina 15
- 13. Druk op een willekeurige knop om het signaal voortijdig te beëindigen.
- 14. WAARSCHUWING ‒ Kans op verbranding!
Tijdens de bereiding verzamelt zich warm water op de vacumeerzak.
- De vacumeerzak met een pannenlap voorzichtig optillen, zodat het warme water in de braadslede of de bak loopt.
- Verwijder de vacumeerzak voorzichtig met een pannenlap.
Verwijder de vacumeerzak voorzichtig met een pannenlap.
- 15. Leeg de watertank en droog de binnenruimte. "Na elk gebruik met stoom", Pagina 19
9.3 Toevoer van stoom
Bij het bereiden met stoom brengt het apparaat met verschillende tussenpozen stoom in de binnenruimte. Hierdoor krijgt het gerecht een knapperige korst en een
Pagina 19
Stoom nl
glanzend oppervlak. Vlees wordt van binnen zacht, mals en verliest slechts weinig volume.
Verwarmingsmethoden en functies voor stomen
Bij de volgende verwarmingsmethoden en functies kunt u stomen inschakelen:
"Circo Therm hetelucht" "Boven- en onderwarmte" "Thermogrillen" "Broodbakstand" "Warmhouden" "Kerntemperatuurmeter", Pagina 21 "Gerechten", Pagina 23
Toevoer van stoom inschakelen
- 1. Vul de watertank.
"Watertank vulen", Pagina 16
- 2. Schakel het apparaat in met .
- 3. Een geschikte verwarmingsmethode instellen. "Verwarmingsmethoden en functies voor stomen", Pagina 19
- 4. Een temperatuur instellen.
- 5. Druk op "Toevoer van stoom".
- 6. Druk op de gewenste stoomintensiteit:
| Symbool | Toevoer van stoom |
|---|---|
| / | "gering" (stand 1) |
| / | "gemiddeld" (stand 2) |
| / | "hoog" (stand 3) |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 19)
- 7. De instelling met bevestigen.
- 8. Start de werking met stoomtoevoer met .
Als de watertank tijdens het bedrijf leeg raakt, verschijnt op het display "Watertank vullen". De werking wordt zonder gebruik van stoom voortgezet.
"Watertank bijvulen", Pagina 17
- 9. Schakel het apparaat uit met wanneer het gerecht klaar is.
- 10. Leeg de watertank en droog de binnenruimte. "Na elk gebruik met stoom", Pagina 19
Stoomtoevoer wijzigen
- 1. Druk op .
- 2. Druk op "Toevoer van stoom".
- 3. Druk op de gewenste stoomintensiteit.
- 4. De instelling met bevestigen.
Toevoer van stoom afbreken
- 1. Druk op .
- 2. Druk op "Toevoer van stoom".
- 3. Druk op "Uit".
- 4. De instelling met bevestigen.
De werking wordt zonder gebruik van stoom voortgezet.
9.4 Stoomstoot
Met de "Stoomstoot" kunt u af en toe gericht intensieve stoom toevoeren. Vooral brood en broodjes rijzen mooi, worden knapperig en krijgen een mooie kleur.
Het apparaat geeft ca. 3 tot 5 minuten stoompulsen in de binnenruimte. Al naar gelang de functie kunt u de stoomstoot meerdere malen activeren.
Verwarmingsmethoden en functies voor stoomstoot
Bij de volgende verwarmingsmethoden en functies kunt u de stoomstoot inschakelen:
"Circo Therm hetelucht" "Boven- en onderwarmte" "Thermogrillen" "Broodbakstand" "Kerntemperatuurmeter", Pagina 21
Stoomstoot inschakelen
- 1. Vul de watertank.
"Watertank vulen", Pagina 16
- 2. Schakel het apparaat in met .
- 3. Een geschikte verwarmingsmethode instellen. "Verwarmingsmethoden en functies voor stoomstoot", Pagina 19
- 4. Stel een temperatuur in boven de 120°C.
- 5. Op "Stoomstoot" drukken.
- 6. Start de werking met stoomstoot met .
Als brandt, is het water voor een stoomstoot opgewarmd.
Gebruik de stoomstoot pas wanneer het apparaat volledig is opgewarmd.
Opmerking: Wanneer het snel voorverwarmen is geactiveerd, kan de stoomstoot pas worden gegeven wanneer het snel voorverwarmen is afgerond.
- 7. Op het gewenste moment op drukken.
De stoomstoot begint en het apparaat geeft ca. 3 tot 5 minuten stoompulsen in de binnenruimte.
Wanneer de stoomstoot is afgerond, wordt de werking voortgezet. Al naar gelang de functie kan de stoomstoot indien gewenst opnieuw worden gestart. Als de watertank tijdens het bedrijf leeg raakt, verschijnt op het display "Watertank vullen". De werking wordt zonder stoomstoot voortgezet.
"Watertank bijvulen", Pagina 17
- 8. Schakel het apparaat uit met wanneer het gerecht klaar is.
- 9. Leeg de watertank en droog de binnenruimte. "Na elk gebruik met stoom", Pagina 19
9.5 Na elk gebruik met stoom
Droog het apparaat na elk gebruik met stoom.
Opmerking: Na het gebruik met stoom kunnen kalksporen in de binnenruimte achterblijven. De werking van het apparaat wordt daardoor niet beïnvloed. U kunt de kalksporen met warm water of een in azijn gedrenkte doek verwijderen. Neem de informatie over de reiniging in acht.
"Reiniging en onderhoud", Pagina 29
Watertank legen
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik van het apparaat kan de watertank heet worden.
- Heeft u het apparaat zojuist gebruikt, wacht dan tot de watertank is afgekoeld.
- Neem de watertank uit de tankschacht.
Pagina 20
nl Tijdfuncties
LET OP
Het drogen van de watertank in de hete binnenruimte leidt tot beschadiging van de watertank.
- De watertank niet drogen in de hete binnenruimte. Wanneer de watertank in de vaatwasser wordt gereinigd veroorzaakt dit schade.
- De watertank niet reinigen in de vaatwasmachine.
- Reinig de watertank met een zachte doek en een in de handel gebruikelijk schoonmaakmiddel.
- 1. Open het bedieningspaneel met .
- 2. Haal de watertank uit het apparaat.
- 3. Verwijder het deksel van de watertank voorzichtig.
- 4. De watertank legen, met een afwasmiddel reinigen en met schoon water grondig uitspoelen.
- 5. Droog alle onderdelen met een zachte doek.
- 6. Wrijf de afdichting van het deksel droog.
- 7. Laat de watertank drogen met geopend deksel.
- 8. Plaats het deksel op de watertank en druk het aan.
- 9. Zet de watertank in het apparaat en sluit het bedieningspaneel.
Binnenruimte drogen
Droog de binnenruimte na elk gebruik met stoom.
- Droog de binnenruimte handmatig of gebruik de droogfunctie.
"Drogen", Pagina 33
10 Tijdfuncties
Uw apparaat beschikt over verschillende tijdfuncties waarmee u de werking kunt sturen.
| Tijdfunctie | Gebruik |
|---|---|
| Timer | De timer kunt u onafhankelijk van de werking instellen. De timer beïnvloedt het apparaat niet. |
| Tijdsduur | Na het verstrijken van de ingestelde tijdsduur, houdt het apparaat automatisch op met verwarmen. |
| Klaar om | Voor de tijdsduur kunt u een tijd instellen waarop de werking eindigt. Het apparaat start automatisch zodat de werking op het gewenste tijdstip klaar is. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 20)
10.1 Wekker
U kunt de timer zowel bij ingeschakeld als bij uitgeschakeld apparaat instellen.
Wekker instellen
- 1. Druk op .
- 2. Op drukken.
- 3. Op uren, minuten of seconden drukken.
- 4. De timertijd met of kiezen.
- 5. De instelling met bevestigen.
Op het display verschijnt . De timertijd loopt af. Als de timertijd is verstreken, klinkt er een signaal.
- 6. Druk op een willekeurige knop om het signaal voortijdig te beëindigen.
Wekker wijzigen
- 1. Druk op .
- 2. Op drukken.
- 3. Op drukken.
- 4. Op uren, minuten of seconden drukken.
- 5. Wijzig de timertijd met of .
- 6. De instelling met bevestigen.
Wekker afbreken
- 1. Druk op .
- 2. Druk op .
- 3. Reset de timertijd met .
- 4. De timer met sluiten.
10.2 Tijdsduur
Na het verstrijken van de ingestelde tijdsduur, houdt het apparaat automatisch op met verwarmen. U kunt de tijdsduur alleen in combinatie met een verwarmingsmethode gebruiken.
Tijdsduur instellen
- 1. Een verwarmingsmethode en een temperatuur instellen.
- 2. Druk op "Tijdsduur".
- 3. Druk op uren of minuten.
- 4. Kies de tijdsduur met of .
- 5. De instelling met bevestigen.
- 6. Start de werking met tijdsduur met .
Op het display verschijnt de tijdsduur. De tijdsduur loopt af.
Wanneer de tijdsduur is verstreken, klinkt er een geluidssignaal.
- 7. Druk op een willekeurige knop om het signaal voortijdig te beëindigen.
Tijdsduur wijzigen
- 1. Druk op .
- 2. Druk op "Tijdsduur".
- 3. Wijzig de tijdsduur met of .
- 4. De instelling met bevestigen.
Tijdsduur afbreken
- 1. Druk op .
- 2. Druk op "Tijdsduur".
- 3. Reset de tijdsduur met .
- 4. De instelling met bevestigen.
10.3 Starttijdvoorkeuze - “Klaar om”
Het apparaat gaat automatisch aan en op de van te voren gekozen eindtijd uit. Stel hiervoor de tijdsduur in en leg vast wanneer de werking beëindigd wordt. U kunt de starttijdvoorkeuze alleen in combinatie met een verwarmingsmethode gebruiken.
Starttijdvoorkeuze "klaar om" instellen
Opmerkingen
Laat levensmiddelen die snel bederven niet te lang in de binnenruimte.
Pagina 21
Kerntemperatuurmeter nl
U kunt niet elke verwarmingsmethode met de starttijdvoorkeuze instellen.
- 1. De gerechten in de binnenruimte doen en de apparaatdeur sluiten.
- 2. Een verwarmingsmethode en een temperatuur instellen.
- 3. Druk op "Tijdsduur".
- 4. Druk op uren of minuten.
- 5. Kies de tijdsduur met of .
- 6. De instelling met bevestigen.
- 7. Druk op "Klaar om".
Op het display verschijnt het einde van de werking.
- 8. De eindtijd met kiezen.
- 9. De instelling met bevestigen.
- 10. De starttijdvoorkeuzefunctie met starten.
Als de starttijd is bereikt, begint het apparaat op te warmen en de tijdsduur loopt af. Bij enkele verwarmingsmethoden, bijv. stomen, start de tijdsduur pas na een opwarmtijd. De opwarmtijd hangt af van de hoeveelheid en temperatuur van het levensmiddel. De eindtijd schuift op naar een later tijdstip.
Wanneer de tijdsduur is verstreken, klinkt er een geluidssignaal.
- 11. Druk op een willekeurige knop om het signaal voortijdig te beëindigen.
Starttijdvoorkeuze "klaar om" wijzigen
- 1. Druk op .
- 2. Druk op "Klaar om".
- 3. Wijzig de eindtijd met of .
- 4. De instelling met bevestigen.
- 5. De starttijdvoorkeuze met starten.
Starttijdvoorkeuze "klaar om" annuleren
- 1. Druk op .
- 2. Druk op "Klaar om".
- 3. Rest de eindtijd met .
- 4. De instelling met bevestigen.
De eindtijd is de actuele tijd, plus de ingestelde tijdsduur.
Start de werking met tijdsduur met .
Opmerking: Wanneer u de werking zonder tijdsduur wilt hervatten, dan breekt u de tijdsduur af.
"Tijdsduur afbreken", Pagina 20
11 Kerntemperatuurmeter
U kunt uw gerechten heel nauwkeurig garen door er een kerntemperatuurmeter in te steken en op het apparaat een kerntemperatuur in te stellen. De kerntemperatuurmeter meet de temperatuur in het binnenste van het product. Zodra de ingestelde kerntemperatuur in het product is bereikt, houdt het apparaat automatisch op te verwarmen.
11.1 Geschikte verwarmingsmethoden met kerntemperatuurmeter
Voor het gebruik met de kerntemperatuurmeter zijn alleen bepaalde verwarmingsmethoden geschikt.
"Circo Therm hetelucht" "Boven- en onderwarmte" "Circo Therm Gentle" "Boven-onderwarmte zacht" "Thermogrillen" "Pizzastand" "Broodbakstand" "Onderwarmte" "Langzaam garen" "Warmhouden" "Regenereren" "Stomen"
11.2 Steek de kerntemperatuurmeter in het vlees
Gebruik de meegeleverde kerntemperatuurmeter of bestel een geschikte kerntemperatuurmeter via onze klantenservice.
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Bij gebruik van een verkeerde braadthermometer kan de isolatie beschadigd raken.
- Gebruik alleen de braadthermometer die voor dit apparaat bestemd is.
LET OP
Anders kan de braadthermometer beschadigd raken.
- Het snoer van de braadthermometer niet inklemmen.
- Om te voorkomen dat de braadthermometer beschadigd raakt door een te intensieve hitte, moet de afstand tussen grillelement en braadthermometer enkele centimeters bedragen. Het vlees kan tijdens de bereiding uitzetten.
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
De kerntemperatuurmeter is puntig.
- Ga voorzichtig om met de kerntemperatuurmeter.
Opmerking: Als de uittrekrails op hoogte 3 zijn ingehangen, kunt u de kerntemperatuurmeter niet in de binnenruimte steken. Hang de uittrekrails uit of hang ze op een andere hoogte in.
"Rekjes", Pagina 33
- 1. Steek de kerntemperatuurmeter in het product. De kerntemperatuurmeter heeft drie meetpunten. Zorg ervoor dat minstens het middelste meetpunt in het product steekt.
| Dunne stukken vlees | Steek de kerntemperatuurmeter in de zijkant van het vlees op het dikste punt. |
| Dikke stukken vlees | Steek de kerntemperatuurmeter van boven schuin tot de aanslag in het vlees. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 21)
21
Pagina 22
nl Kerntemperatuurmeter
Opmerking: Wanneer u het product wilt keren, steek dan de kerntemperatuurmeter in de zijkant van het product, zodat deze bij het keren niet verwijdert hoeft te worden.
| Gevogelte | Steek de kerntemperatuurmeter in de dikste plek van de gevogelteborst steken tot de aanslag. Steek de kerntemperatuurmeter schuin of in de lengte in het gevogelte, afhankelijk van de vorm. Het gevogelte keren en met de borstzijde naar beneden op het rooster leggen. |
| Vis | Bij hele vis de kerntemperatuurmeter achter de kop in de richting van de graat tot de aanslag insteken. De vis zonder hem te keren in de zwemstand op het rooster plaatsen, bijv. met een halve aardappel als steun. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 22)
- 2. Plaats het product samen met de kerntemperatuurmeter in de binnenruimte.
- 3. Steek de aansluiting van de kerntemperatuurmeter in de bus links in de binnenruimte.
Opmerking: Wilt u het product keren, verwijder de kerntemperatuurmeter dan niet. Controleer na het keren van het product of de kerntemperatuurmeter nog goed in het gerecht zit.
11.3 Kerntemperatuur van verschillende levensmiddelen
Hier vindt u richtwaarden voor kerntemperaturen van verschillende levensmiddelen.
De richtwaarden hangen af van de kwaliteit en de soort levensmiddelen. Gebruik geen diepvriesproducten.
| Gevogelte | Kerntemperatuur in °C |
|---|---|
| Kip | 80 - 85 |
| Kipfilet | 75 - 80 |
| Eend | 80 - 85 |
| Eendenborst, rosé | 55 - 60 |
| Kalkoen | 80 - 85 |
| Kalkoenfilet | 80 - 85 |
| Gans | 80 - 90 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 22)
| Varkensvlees | Kerntemperatuur in °C |
|---|---|
| Varkensnek | 85 - 90 |
| Varkensfilet, rosé | 62 - 70 |
| Varkensrug, doorbakken | 72 - 80 |
| Rundvlees | Kerntemperatuur in °C |
| Runderfilet of rosbief, Engels | 45 - 52 |
| Runderfilet of rosbief, rosé | 55 - 62 |
| Runderfilet of rosbief, doorbakken | 65 - 75 |
| Kalfsvlees | Kerntemperatuur in °C |
| Gebraden kalfsvlees of schouderstuk, mager | 75 - 80 |
| Gebraden kalfsvlees, schouder | 75 - 80 |
| Kalfsschenkel | 85 - 90 |
| Lamsvlees | Kerntemperatuur in °C |
| Lamsbout, rosé | 60 - 65 |
| Lamsbout, doorbakken | 70 - 80 |
| Lamsrug, rosé | 55 - 60 |
| Vis | Kerntemperatuur in °C |
| Vis, heel | 65 - 70 |
| Visfilet | 60 - 65 |
| Diversen | Kerntemperatuur in °C |
| Gebraden gehakt, alle vleessoorten | 80 - 90 |
| Gerechten opwarmen, regenereren | 65 - 75 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 22)
11.4 Temperatuur van de binnenruimte en kerntemperatuur instellen
U kunt een kerntemperatuur tussen de 30°C en 99°C instellen.
Vereisten
Het product met de kerntemperatuurmeter staat in de binnenruimte.
De kerntemperatuurmeter is in de binnenruimte ingeplugd.
- 1. Druk op "Verwarmingsmethoden".
- 2. Een geschikte verwarmingsmethode en temperatuur van de binnenruimte kiezen.
Stel de temperatuur van de binnenruimte minstens 10°C hoger in dan de kerntemperatuur.
Stel de temperatuur van de binnenruimte niet hoger in dan 250°C.
- 3. Druk op "Kerntemperatuurmeter".
- 4. De kerntemperatuur met of kiezen.
- 5. De instellingen met bevestigen.
- 6. De werking met braadthermometer met starten. Als de ingestelde kerntemperatuur bereikt is, klinkt er een signaal en het apparaat warmt niet meer op. Bij de verwarmingsmethode "Langzaam garen", blijft het apparaat verwarmen.
Pagina 23
Gerechten nl
- 7. Schakel het apparaat uit met .
- 8. WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
De binnenruimte, accessoires en braadthermometer worden zeer heet.
- Neem hete accessoires en de braadthermometer altijd met behulp van een pannenlap uit de binnenruimte.
Neem de kerntemperatuurmeter uit de aansluiting in de binnenruimte.
Tip
U kunt de kerntemperatuurmeter ook met een andere functie combineren, bijv.:
" Stoom", Pagina 16
"Gerechten", Pagina 23
Opmerking: U kunt de kerntemperatuurmeter ook zonder een ingestelde kerntemperatuur gebruiken. Zo kunt u de kerntemperatuur van het gerecht op het display aflezen en handmatig de werking indien gewenst beëindigen.
11.5 Temperatuur van de binnenruimte of kerntemperatuur wijzigen
- 1. Op drukken.
- 2. Op de betreffende temperatuur drukken.
- 3. De temperatuur met of wijzigen.
12 Gerechten
Met "Gerechten" helpt uw apparaat u bij de bereiding van verschillende gerechten en kiest u automatisch de optimale instellingen.
12.1 Vormen voor gerechten
Het bereidingsresultaat is afhankelijk van de kwaliteit en de grootte van de vorm.
Gebruik een hittebestendige vorm, die geschikt is voor temperaturen tot 300°C. Vormen van glas of glaskeramiek zijn het meest geschikt. Braadstukken moeten de bodem van de vorm voor ca. 2/3 bedekken.
Vormen van het volgende materiaal zijn niet geschikt: licht gekleurd, glanzend aluminium niet geglazuurde klei
Kunststof of kunststof grepen
12.2 Instelmogelijkheden van de gerechten
Om de gerechten optimaal te bereiden, gebruikt het apparaat, al naar gelang het gerecht, verschillende instellingen.
Op het display ziet u de gebruikte instellingen. Bepaalde instellingen kunt u aanpassen. Volg de aanwijzingen op het display.
Opmerking: Het bereidingsresultaat is afhankelijk van de kwaliteit en de aard van de levensmiddelen. Gebruik verse levensmiddelen, het best op koelkasttemperatuur. Diepvriesgerechten direct uit het diepvriesvak gebruiken.
Tips en aanwijzingen bij de instellingen
Als u een gerecht instelt, geeft het display voor dit gerecht relevante informatie weer, bijv.:
Geschikte inschuifhoogte
Geschikte accessoires of vormen
Toevoegen van vloeistof
Tijdstip voor het keren of omroeren
Zodra dit tijdstip bereikt is, klinkt er een signaal.
Druk op "Informatie" om informatie op te roepen. Sommige aanwijzingen verschijnen automatisch.
Programma's
Bij programma's zijn het optimale verwarmingstype, de temperatuur en de duur vast vooringesteld.
Om een optimaal bereidingsresultaat te behalen, moet u tevens het gewicht, de dikte of de mate van gaarheid in-
stellen. U kunt alleen in het daarvoor bestemde bereik instellen.
Indien niet anders aangegeven, stelt u het totale gewicht van uw gerecht in.
Insteladvies
Bij insteladviezen is de optimale verwarmingsmethode vast vooringesteld. De ingestelde temperatuur en de tijdsduur kunt u aanpassen.
Gerechten met kerntemperatuurmeter
Bij sommige gerechten kunt u de kerntemperatuurmeter gebruiken.
De temperatuur en de kerntemperatuur kunt u aanpassen.
"Kerntemperatuurmeter", Pagina 21
Voorspelling resterende tijd voor gebruik
Wanneer uw apparaat is verbonden met Home Connect, dan kan het apparaat de vermoedelijke resterende duur van het bereidingsproces voorspellen.
De eerste resterende tijd verschijnt na ca. 1 minuut op het display. De resterende tijd wordt continu opnieuw berekend en geactualiseerd.
Opmerking: De prognose voor de resterende tijd is niet bij alle gerechten beschikbaar.
Gerechten met stoom
Bij enkele gerechten kunt u een bereidingsmethode met stoom kiezen. De gerechten worden voorzichtig bereid.
Neem de informatie over het gebruik met stoom in acht. " Stoom", Pagina 16
12.3 Overzicht van de gerechten
Welke individuele gerechten ter beschikking staan, ziet u op het apparaat. De gerechten zijn afhankelijk van de uitrusting van uw apparaat.
De gerechten zijn in categorieën en gerechten ingedeeld.
Opmerking: In de basisinstellingen kunt u de weergegeven gerechten regionaal specialiseren.
"Basisinstelingen", Pagina 26
23
Pagina 24
nl Gerechten
| Categorie | Gerechten |
|---|---|
| Gebak | Gebak in vormen Gebak op de bakplaat Klein gebak Koekjes |
| Brood, broodjes | Brood Broodjes |
| Hartig gebak, pizza, quiche | Pizza Hartig gebak, quiche |
| Ovenschotels, soufflés | Ovenschotel, pittig, vers, gegaarde ingrediënten Aardappelgratin, rauwe ingrediënten, 4 cm hoog Lasagne, vers Lasagne, gekoeld Ovenschotel, zoet, vers Fruitcrumble Soufflé in portievormen Yorkshire Pudding |
| Gevogelte | Kip Eend, gans Kalkoen |
| Vlees | Varkensvlees Rundvlees Kalfsvlees Lamsvlees Wildbraad Vleesgerechten |
| Vis | Vis, heel Visfilets Viskoteletten Visgerechten Zeevruchten |
| Diepvriesproducten | Pizza Ovenschotels Aardappelproducten Groente Vlees, gevogelte Broodjes |
| Bijgerechten, groente | Aardappelen Rijst Granen Groente Peulvruchten Pasta, balletjes Eieren |
| Desserts, compote | Gistknoedels Crème caramel Rijstepap Vruchtencompote Yoghurt in potten |
| Sous-vide | Vlees Gevogelte Vis Groente Fruit, Dessert |
| Inmaken, uitpersen, ontsmetten | Inmaken Uitpersen Flesjes ontsmetten |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 24)
| Categorie | Gerechten |
|---|---|
| Regenereren, opbakken | Gebak Bijgerechten Groente Menu |
| Etenswaar ontdooien | Fruit, groente |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 24)
12.4 Gerecht instellen
- 1. Druk op "Gerechten".
- 2. Druk op de gewenste categorie.
- 3. Druk op het gewenste voedsel.
- 4. Druk op het gewenste gerecht.
Opmerking: Al naar gelang het gerecht zijn de instelmogelijkheden verschillend.
"Instelmogelijkheden van de gerechten", Pagina 23
Op het display verschijnen de instellingen bij het gerecht.
- 5. Indien nodig de instellingen aanpassen.
Al naar gelang het gerecht zijn de instelmogelijkheden verschillend.
"Instelmogelijkheden van de gerechten", Pagina 23
- 6. Druk op "Informatie" voor informatie over bijvoorbeeld accessoires en inschuifhoogte.
- 7. Start de werking met .
Het apparaat begint op te warmen en de tijdsduur loopt af.
Bij bedrijf met kerntemperatuursensor wordt geen tijdsduur weergegeven. Op het display staan de instelwaarden en de tijd hoelang het programma al loopt. Wanneer het apparaat met Home Connect verbonden is, wordt bij enkele gerechten de geprognos-tiseerde resttijd weergegeven.
"Voorspeling resterende tijd voor gebruik", Pagina 23
Als het gerecht klaar is, klinkt een signaal. Het apparaat verwarmt niet langer.
- 8. Beslis hoe u verder wilt gaan:
| Afsluiten | Gerecht is klaar |
|---|---|
| Verlengen | "Bereidingstijd verlengen", Pagina 24 |
| Warmhouden | "Gerecht warmhouden", Pagina 24 |
| Binnenruimte drogen | "Drogen", Pagina 33 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 24)
12.5 Bereidingstijd verlengen
- 1. Druk op "Verlengen" om het gerecht na te garen.
- 2. Indien nodig de instellingen met of wijzigen.
- 3. Bevestig de instellingen met .
12.6 Gerecht warmhouden
- 1. Druk op "Warmhouden" om het gerecht warm te houden.
- 2. Indien nodig de instellingen met of wijzigen.
- 3. Bevestig de instellingen met .
- 4. Start het warmhouden met .
Pagina 25
Favorieten nl
13 Favorieten
In de favorieten kunt u uw instellingen opslaan en opnieuw gebruiken.
Opmerkingen
Afhankelijk van het apparaattype/softwareversie moet u deze functie eerst op uw apparaat downloaden. Kijk in de Home Connect app voor meer informatie. Favorieten sorteren en hernoemen is alleen in de Home Connect app mogelijk.
13.1 Favorieten opslaan
U kunt maximaal 30 verschillende functies als uw favorieten opslaan.
- Druk wanneer u een functie instelt op "Favorieten". Om een favoriet te hernoemen, moet u de Home Connect app gebruiken. Als uw apparaat verbonden is, volg dan de aanwijzingen in de app.
13.2 Favorieten kiezen
Wanneer u favorieten heeft opgeslagen, dan kunt u deze voor het instellen van de werking kiezen.
- 1. Druk op "Favorieten".
- 2. Druk op de gewenste favorieten.
- 3. Indien gewenst kunt u de instellingen wijzigen.
- 4. Start de werking met .
Opmerking
Let op de informatie bij de verschillende functies: " Stoom", Pagina 16 "Kerntemperatuurmeter", Pagina 21
13.3 Favorieten wijzigen
U kunt uw opgeslagen favorieten altijd wijzigen, sorteren, of hernoemen.
- 1. Om de favorieten te sorteren of te hernoemen, moet u de Home Connect app gebruiken. Als uw apparaat verbonden is, volg dan de aanwijzingen in de app.
- 2. Druk op "Favorieten" om de instellingen op het apparaat te wijzigen.
- 3. Druk op de gewenste favorieten.
- 4. Druk op
- 5. De instelling wijzigen.
- 6. Bevestig de wijziging met "Overnemen".
13.4 Favorieten verwijderen
- 1. Druk op "Favorieten".
- 2. Druk op de gewenste favorieten.
- 3. Druk op .
- 4. Bevestig met "Verwijderen".
14 Kinderslot
Beveilig uw apparaat, zodat kinderen het niet per ongeluk inschakelen of instellingen eraan kunnen wijzigen.
14.1 Kinderslot activeren
Het kinderslot blokkeert het bedieningspaneel, zodat kinderen het apparaat niet per ongeluk inschakelen. Deactiveer het kinderslot om het apparaat in te schakelen.
Opmerking: Zodra u het kinderslot activeert, blokkeert het apparaat het bedieningspaneel. Uitgezonderd is de knop .
- 1. Druk op .
- 2. Druk op .
Op het display verschijnt "Kinderslot geactiveerd".
14.2 Kinderslot deactiveren
- Houd "Deblokkeren" ingedrukt, totdat "Kinderslot gedeactiveerd" verschijnt.
15 Snel voorverwarmen
Met de functie Snel voorverwarmen kunt u de opwarmtijd verkorten.
Vanaf 200°C activeert de functie Snel voorverwarmen automatisch.
Opmerking: U kunt het automatische snel voorverwarmen vanaf 200°C in de basisinstellingen deactiveren. "Basisinstelingen", Pagina 26
Bij deze verwarmingsmethoden is snel voorverwarmen mogelijk:
"Circo Therm hetelucht" "Boven- en onderwarmte" "Broodbakstand"
15.1 Snel voorverwarmen activeren
Om een gelijkmatig bereidingsresultaat te krijgen, plaatst u uw gerecht pas na het snel voorverwarmen in de binnenruimte.
Opmerking: Stel pas een tijdsduur in wanneer het snel voorverwarmen beëindigd is.
- 1. Een geschikte verwarmingsmethode en een temperatuur vanaf 100 °C instellen.
Vanaf een ingestelde temperatuur van 200 °C wordt het snel voorverwarmen automatisch ingeschakeld.
- 2. Druk op .
- 3. Start de werking met .
Wanneer het snel voorverwarmen is beëindigd, dan schakelt "Snel voorverwarmen" automatisch uit en klinkt er een geluidssignaal. In het display dooft .
25