naslaan.comZoekenAlle merken

Neff S527T80X1E, tekst van de handleiding

Vaatwasser · Neff · 52 pagina's in het Nederlands · pdf: 56 pagina's, 3,0 MB

Handleiding openen (pdf) Bron: www.neff-home.com

Storingen op pagina 39

Pagina 39

Vanaf de titel; het begin van pagina 39 staat in de pdf.

3 Wat te doen bij storingen?

De ervaring leert dat veel storingen die in het dagelijks gebruik optreden, door u zelf verholpen kunnen worden.

Hiermee bespaart u natuurlijk kosten en bent u er zeker van dat de apparaat snel weer gebruikt kan worden. In het volgende overzicht vindt u eventuele oorzaken van de storingen en nuttige aanwijzingen om deze te verhelpen.

Aanwijzing: Mocht het apparaat tijdens het afwassen om onbekende redenen stil blijven staan of niet starten, dan dient u eerst de functie Programma afbreken (reset) uit te voeren "Apparaat bedienen" op pagina 31.

Waarschuwing

Ondeskundige reparatie of gebruik van niet-originele onderdelen kan aanzienlijke schade en gevaar voor de gebruiker opleveren!

Reparaties altijd laten uitvoeren door een vakman. Altijd originele vervangingsonderdelen gebruiken wanneer een onderdeel moet worden vervangen.

Storingsmelding

Sommige storingen worden gemeld in het indicatievenster boven en op de display-indicatie * . Hier worden ook mogelijke oplossingen aangeboden (bijv. Zeefsysteem vuil (E22) -->Zeven reinigen).

* afhankelijk van de uitrustingsvariant van uw afwasautomaat

Pagina 40

nl Wat te doen bij storingen?

Afvoerpomp

Grote voedselresten of voorwerpen die niet door de zeven zijn tegengehouden, kunnen de afvoerpomp blokkeren. Het spoelwater staat dan tot boven de zeef.

Waarschuwing

Risico van snijwonden!!

Scherpe en puntige voorwerpen of glasscherven kunnen de afvoerpomp blokkeren.

Ongewenste voorwerpen altijd voorzichtig verwijderen.

Zo reinigt u de afvoerpomp:

(3).

&/,&.

Pagina 41

Wat te doen bij storingen? nl

Storingentabel

StoringOorzaakOplossing
Foutcodebrandt.Watertoevoerslang geknikt.Watertoevoerslang zonder knikken verleggen.
Kraan dicht.Kraan opendraaien.
Kraan verstopt of verkalkt.Kraan opendraaien.
Hoeveelheid binnenstromend water bij geopende kraan: minimaal 10 l per min.
Zeef aan de kraan verstopt.Apparaat uitschakelen en de stekker uit het stopcontact trekken. Kraan dichtdraaien. Wateraansluiting eraf schroeven.
Zeef in de toevoerslang schoonmaken. Wateraansluiting weer vastschroeven. Controleren op dichtheid. Stroom weer inschakelen. Apparaat inschakelen.
Foutcodebrandt.Aanzuigopening (aan de rechter binnenzijde van het apparaat) afgedekt door serviesgoed.Het serviesgoed zo plaatsen dat de aanzuigopening vrij is.
Foutcodebrandt.Verwarmingselement verkalkt of vuil.Apparaat reinigen met machineonderhoudsmiddel of ontkalker. De afwasautomaat gebruiken met de onthardingsvoorziening en de instelling controleren. "Wateronthardingsinstall atie/Onthardingszout" op pagina 16
Foutcodebrandt.Waterstop geactiveerd.Kraan sluiten.
Bel de klantenservice en vermeld de foutcode.
Foutcodebrandt.
Foutcodebrandt.Continue watertoevoer.
Foutcodebrandt.Zeven 1 vuil of verstopt.Zeven reinigen. "Zeven" op pagina 38

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 41)

Pagina 42

nl Wat te doen bij storingen?

StoringOorzaakOplossing
Foutcode : brandt.Waterafvoerslang verstopt of geknikt.Slang zonder knikken aanleggen, eventuele resten verwijderen.
Sifonaansluiting is nog dicht.Aansluiting bij sifon controleren en eventueel openen.
Afdekking van de afvoerpomp zit los.Afdekking goed vastmaken. "Afvoerpomp" op pagina 40
Foutcode : brandt.Waterafvoerpomp geblokkeerd of afdekking van de waterafvoerpomp niet vastgeklikt.Pomp reinigen en afdekking goed vastmaken. "Afvoerpomp" op pagina 40
Foutcode : brandt.Netspanning te laag.Geen apparaatfout, netspanning en elektrische installatie laten controleren.
Een andere foutcode verschijnt op de cijferindicatie.
( : tot : )
Er is vermoedelijk een technische storing opgetreden.Apparaten uitschakelen met de AAN-/UIT-schakelaar . Na korte tijd het apparaat opnieuw starten.
Als het probleem opnieuw optreedt, de kraan sluiten en de stekker uit het stopcontact trekken.
Bel de klantenservice en vermeld de foutcode.
Bijvulindicatie voor zout en/of glansspoelmiddel brandt.Glansspoelmiddel ontbreekt.Glansspoelmiddel bijvullen.
Het zout ontbreekt.Onthardingszout bijvullen.
Sensor herkent de zouttabletten niet.Ander speciaal zout gebruiken.
Bijvulindicatie voor zout en/of glansspoelmiddel brandt niet.Bijvulindicatie uitgeschakeld.Activering/deactivering (zie het hoofdstuk Wateronthardingsinstallatie/Onthardingsz out Blz. 16 of Glansspoelmiddel
• Blz. 18).
Er is nog voldoende onthardingszout/glansspoelmidd el aanwezig.Bijvulindicatie, vulpeilen controleren.
Na afloop van het programma blijft er water in het apparaat staan.Zeefsysteem of ruimte onder de zeef 1 is verstopt.Zeven en ruimte eronder reinigen.
Programma nog niet beëindigd.Wachten tot het programma is afgelopen of een reset uitvoeren.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 42)

Pagina 43

Wat te doen bij storingen? nl

StoringOorzaakOplossing
Serviesgoed niet droog.Geen of te weinig glansspoelmiddel in het voorraadbakje.Glansspoelmiddel bijvullen.
Een programma zonder drogen gekozen.Programma met drogen kiezen.
"Programma-overzicht" op pagina 28
Waterophoping in het serviesgoed en bestek.Voor een schuine stand zorgen bij het inruimen, de serviesdelen zo mogelijk schuin plaatsen.
Het gecombineerde reinigingsmiddel heeft een slechte droogcapacitietAndere combireiniger met beter droogvermogen gebruiken. Extra gebruik van glansspoelmiddel verbetert het droogvermogen.
Extradroog voor versterkte droging niet geactiveerd.Extradroog activeren. "Apparaat bedienen" op pagina 31
Het serviesgoed is te vroeg uitgeruimd of het droogproces was nog niet afgelopen.Wachten tot het programma is afgelopen of het serviesgoed pas 30 min. na afloop van het programma verwijderen.
Het gebruikte eco-glansspoelmiddel heeft een beperkt droogvermogen.Een kwaliteitsglansspoelmiddel gebruiken. Eco-producten kunnen een beperkte effectiviteit hebben.
Kunststofserviesgoed niet droog.Speciale eigenschappen van kunststof.Kunststof heeft een lager warmteopslagvermogen en droogt daardoor slechter.
Bestek niet droog.Bestek niet goed geordend in de bestekkorf.Bestek zo veel mogelijk los van elkaar plaatsen, aanraakpunten vermijden.
Bestek niet goed gesorteerd in de besteklade.Bestek goed sorteren en zoveel mogelijk los van elkaar plaatsen.
Binnenzijden van het apparaat nat na het spoelen.Geen fout van het apparaat.Wegens het droogprincipe „condensatiedrogen” zijn waterdruppels in het reservoir noodzakelijk en gewenst. Het vocht in de lucht condenseert tegen de binnenzijden van de afwasautomaat, stroomt omlaag en wordt weggepompt.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 43)

Pagina 44

nl Wat te doen bij storingen?

StoringOorzaakOplossing
Etensresten op het serviesgoed.Serviesgoed te dicht op elkaar ingeruimd, servieskorf te vol.Het serviesgoed zodanig inruimen dat er voldoende vrije ruimte aanwezig is en de sproeistralen het oppervlak van het serviesgoed kunnen bereiken.
Aanraakpunten vermijden.
Sproeiarmen konden niet ongehinderd ronddraaien.Het serviesgoed zodanig inruimen dat de draaibeweging van de sproeiarm niet wordt gehinderd.
Sproeiers van sproeiarmen verstopt.Sproeiers van de sproeiarm reinigen. "Reinigen en onderhouden" op pagina 37
Zeven 1 vuil.Zeven reinigen. "Reinigen en onderhouden" op pagina 37
Zeef 1 onjuist aangebracht en/of niet vastgezet.Zeef goed aanbrengen en vastzetten.
Te zwak afwasprogramma gekozen.Krachtiger spoelprogramma kiezen. Gevoeligheid van het sensorsysteem verhogen. "Sensorinstelling" op pagina 33
Serviesgoed te sterk voorgereinigd, daarom kiest de sensortechniek voor een zwak spoelprogramma. Hardnekkig vuil kan gedeeltelijk niet worden verwijderd.Serviesgoed niet voorspoelen. Alleen de grotere etensresten verwijderen.
Gevoeligheid van het sensorsysteem verhogen. "Sensorinstelling" op pagina 33
Geadviseerd programma Eco 50° of Intensief.
Hoge, smalle serviesdelen worden in de hoeken onvoldoende uitgespoeld.Hoge, smalle serviesdelen niet te schuin en niet in de hoeken inruimen.
Bovenste servieskorf 12 rechts en links niet op dezelfde hoogte erin gezet.Bovenkorf met hendels aan de zijkant op dezelfde hoogte instellen.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 44)

Pagina 45

Wat te doen bij storingen? nl

StoringOorzaakOplossing
ReinigingsmiddelrestenDeksel van het reinigingsmiddelbakje 9 geblokkeerd door serviesgoed, daarom gaat het deksel niet volledig open.Er mag geen serviesgoed op het tablettenbakje 1 staan. Dit kan het deksel van het reinigingsmiddelbakje blokkeren, waardoor het niet volledig open gaat. "Bovenste servieskorf" op pagina 20
Geen serviesgoed of geurdispenser in het tablettenbakje doen.
Deksel van het reinigingsmiddelbakje 9 wordt geblokkeerd door het tablet.Het tablet moet dwars en niet op de korte kant worden gelegd.
Tabletten gebruikt in het snelprogramma of korte programma.
Oplostijd van het reinigingsmiddel wordt niet bereikt binnen het gekozen korte programma.
Oplostijd van tabletten van een snelprogramma of een kort programma is te lang
Reinigingspoeder of een krachtiger programma gebruiken.
Reinigende werking en oplosgedrag nemen af bij langere opslagtijd, of het reinigingsmiddel klontert sterk.Ander reinigingsmiddel gebruiken.
Watervlekken op kunststofdelen.Druppelvorming op kunststof oppervlakken is onvermijdelijk. Na het afdrogen zijn watervlekken zichtbaar.Krachtiger programma gebruiken (hoger waterverbruik).
Schuin zetten bij het inruimen.
Glansspoelmiddel gebruiken.
Onthardingsinstelling eventueel verhogen.
Afwisbare of in water oplosbare afzettingen in het reservoir of op de deur.Inhoudstoffen van het reinigingsmiddel zetten zich af. Deze aanslag laat zich meestal niet chemisch verwijderen (apparaatreinigingsmiddel, ...).Ander merk reinigingmiddel nemen. Apparaat mechanisch reinigen.
Bij „witte afzetting” op de reservoirbodem is de onthardingsvoorziening ingesteld op een grenswaarde.Onthardingsinstelling verhogen en eventueel een ander reinigingsmiddel gebruiken.
Deksel van het zoutreservoir 1 niet dichtgedraaid.Zoutreservoirdeksel goed dichtdraaien.
Alleen bij glazen: beginnende glascorrosie kan slechts schijnbaar worden afgewist.Zie „Schade aan glas en serviesgoed”
• Blz. 19.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 45)

Pagina 46

nl Wat te doen bij storingen?

StoringOorzaakOplossing
Witte, moeilijk verwijderbare aanslag op serviesgoed, reservoir of deur.Inhoudstoffen van het reinigingsmiddel zetten zich af. Deze aanslag laat zich meestal niet chemisch verwijderen (apparaatreinigingsmiddel, ...).Ander merk reinigingmiddel nemen. Apparaat mechanisch reinigen.
Onjuiste waterhardheid ingesteld of waterhardheid is hoger dan 50°dH (8,9 mmol/l).Onthardingsvoorziening instellen volgens de gebruiksaanwijzing of zout bijvullen.
3-in-1-reinigingsmiddel of bio/eco-reinigingsmiddel onvoldoende effectief.Onthardingsvoorziening instellen volgens de gebruiksaanwijzing of losse middelen gebruiken (kwaliteitsreinigingsmiddel, zout, glansspoelmiddel).
Te lage dosering van het reinigingsmiddel.De reinigingsmiddeldosering verhogen of een ander reinigingsmiddel gebruiken.
Een te zwak programma gekozen.Krachtiger spoelprogramma kiezen.
Thee- of lippenstiftresten op het serviesgoed.Te lage spoeltemperatuur.Programma met hogere spoeltemperatuur kiezen.
Te weinig of ongeschikt reinigingsmiddel.Geschikt reinigingsmiddel in de juiste dosering toevoegen.
Serviesgoed te sterk voorgereinigd, daarom kiest de sensortechniek voor een zwak spoelprogramma. Hardnekkig vuil kan gedeeltelijk niet worden verwijderd.Serviesgoed niet voorspoelen. Alleen de grotere etensresten verwijderen.
Gevoeligheid van het sensorsysteem verhogen. "Sensorinstelling" op pagina 33
Geadviseerd programma Eco 50°
Gekleurde (blauw, geel, bruin), moeilijk of niet verwijderbare aanslag in het apparaat of op roestvrijstalen serviesgoed.Laagvorming door inhoudsstoffen van groente (bijv. kool, selderie, aardappels, noedels, …) of van het leidingwater (bijv. mangaan).Ten dele verwijderbaar door machinereiningsmiddel of door mechanische reiniging. Deze aanslag is niet schadelijk voor de gezondheid.
Laagvorming door metalen bestanddelen op zilveren of aluminium serviesgoed.Ten dele verwijderbaar door machinereiningsmiddel of door mechanische reiniging.
Gekleurde (geel, oranje, bruin), eenvoudig te verwijderen afzettingen in de binnenruimte (vooral op de bodem).Laagvorming van de inhoudsstoffen van voedselresten en van het leidingwater (kalk), „zeepachtig”Werking van de onthardingsvoorziening controleren (onthardingszout bijvullen) of bij gebruik van gecombineerde reinigingsmiddelen (tabletten) de ontharding activeren.
"Wateronthardingsinstallatie/Onthard ingszout" op pagina 16

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 46)

Pagina 47

Wat te doen bij storingen? nl

StoringOorzaakOplossing
Verkleuring van de kunststof onderdelen in de binnenruimte van het apparaat.Kunststof onderdelen in de binnenruimte kunnen tijdens de levensduur van de afwasautomaat verkleuren.Verkleuringen zijn normaal en hebben geen nadelige invloed op de werking van de afwasautomaat.
Verkleuring op kunststofdelen.Te lage spoeltemperatuur.Programma met hogere spoeltemperatuur kiezen.
Serviesgoed te sterk voorgereinigd, daarom kiest de sensortechniek voor een zwak spoelprogramma. Hardnekkig vuil kan gedeeltelijk niet worden verwijderd.Serviesgoed niet voorspoelen. Alleen de grotere etensresten verwijderen.
Gevoeligheid van het sensorsysteem verhogen. "Sensorinstelling" op pagina 33
Geadviseerd programma Eco 50°
Verwijderbare vegen op glazen, glaswerk met een metalen uiterlijk en bestek.Te veel glansspoelmiddel.Kleinere hoeveelheid glansspoelmiddel instellen.
Geen glansspoelmiddel toegevoegd of de instelling is te laag.Glansspoelmiddel toevoegen en de dosering controleren (advies: stand 4-5).
Reinigingsmiddelresten tijdens het programmagedeelte Glansspoelen. Deksel van het reinigingsmiddelbakje geblokkeerd door serviesgoed (deksel gaat niet volledig open).Deksel van het reinigingsmiddelbakje mag niet worden gehinderd door serviesgoed. Geen serviesgoed of geurdispenser in het tablettenbakje doen.
Serviesgoed te sterk voorgereinigd, daarom kiest de sensortechniek voor een zwak spoelprogramma. Hardnekkig vuil kan gedeeltelijk niet worden verwijderd.Serviesgoed niet voorspoelen. Alleen de grotere etensresten verwijderen.
Gevoeligheid van het sensorsysteem verhogen. "Sensorinstelling" op pagina 33
Geadviseerd programma Eco 50°
Beginnende of reeds aanwezige, irreversibele (onherstelbare) vertroebeling van het glas.Glazen niet vaatwasmachinebestendig, slechts vaatwasmachinegeschikt.Vaatwasmachinebestendige glazen gebruiken.
Lange stoomfase (standtijd na spoeleinde) vermijden.
Spoelbehandeling met lagere temperatuur gebruiken.
Onthardingsvoorziening correct instellen op de waterhardheid (eventueel 1 niveau lager).
Reinigingsmiddel met glasbeschermingscomponenten gebruiken.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 47)

Pagina 48

nl Wat te doen bij storingen?

StoringOorzaakOplossing
Roestsporen op het bestek.Het bestek is niet voldoende roestbestendig.
Messenlemmeten zijn hier vaak sterker door getroffen.
Roestvast bestek gebruiken.
Bestek roest ook wanneer het samen met roestige voorwerpen wordt afgewassen (handgrepen van pannen, beschadigde servieskorven enz.).Geen roestende onderdelen afwassen.
Zoutgehalte in het afwaswater te hoog doordat het deksel van het zoutreservoir niet goed is vastgedraaid of bij het bijvullen zout gemorst werdDop van het zoutreservoir goed vastdraaien of gemorst zout verwijderen.
Het apparaat kan niet worden ingeschakeld of bediend.Functiestoring.Het apparaat losmaken van het stroomnet, de stekker uit het stopcontact trekken of de zekering uitschakelen. Minstens 5 seconden wachten en dan het apparaat aansluiten op het stroomnet.
Het apparaat start niet.Zekering van de huisinstallatie niet in orde.Zekering controleren.
Aansluitsnoer niet aangesloten.Ervoor zorgen dat het aansluitsnoer goed is aangesloten op de achterkant van het apparaat en op het stopcontact.
Controleren of het stopcontact goed werkt.
De deur van het apparaat is niet goed dicht.Deur sluiten.
Programma start automatisch.Einde van het programma niet afgewacht.Reset uitvoering.
De deur laat zich moeilijk openen.Kinderbeveiliging is geactiveerd.Kinderbeveiliging deactiveren.
De deur laat zich niet sluiten.Het deurslot is omgesprongen.Deur krachtiger sluiten.
Deur sluit niet goed door inbouwfout.Inbouwwijze van het apparaat controleren. Deuren of aanbouwdelen mogen elkaar niet raken bij het sluiten.
Deksel van het reinigingsmiddelbakje kan niet gesloten worden.Reinigingsmiddelbakje of dekselgeleiding geblokkeerd door aangekoekte reinigingsmiddelresten.Reinigingsmiddelresten verwijderen.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 48)

Pagina 49

Wat te doen bij storingen? nl

StoringOorzaakOplossing
Reinigingsmiddelresten in het reinigingsmiddelbakje 9 of in het tablettenbakje 1 .Sproeiarmen geblokkeerd door serviesgoed, daarom wordt het reinigingsmiddel niet weggespoeld.Ervoor zorgen dat de sproeiarmen vrij kunnen draaien.
Reinigingsmiddelbakje was tijdens het vullen vochtig.Reinigingsmiddel alleen in droog reinigingsmiddelbakje doen.
Apparaat blijft steken tijdens het programma of het programma valt stil.Deur niet geheel gesloten.Deur sluiten.
Geen serviesgoed of geurdispenser in het tablettenbakje doen.
Bovenkorf drukt tegen de binnendeur en verhindert een goede sluiting van de deur.
Controleren of de achterwand wordt ingedrukt door bijv. een stopcontact of een niet-gedemonteerde slanghouder.
Stroom- en/of watertoevoer onderbroken.Stroom- en/of watertoevoer herstellen.
Klappende geluiden van de vulventielen.Afhankelijk van de huisinstallatie, daarom geen apparaatfout. Geen invloed op de werking van het apparaat.Geen oplossing voorhanden.
Kloppend of ratelend geluid.Sproeiarm slaat tegen het serviesgoed, serviesgoed niet goed ingeruimd.Serviesgoed zodanig inruimen dat de sproeiarmen niet tegen het serviesgoed slaan.
Bij geringe belading maken de waterstralen rechtstreeks contact met het reservoir.Apparaat voller laden of het serviesgoed gelijkmatiger verdelen.
Lichte serviesdelen bewegen tijdens het spoelen.Lichte serviesdelen vast staand inruimen.
Abnormale schuimvorming.Handafwasmiddel in het reservoir voor glansspoelmiddel.Voorraadbakje voor glansspoelmiddel direct vullen met glansspoelmiddel.
Glansspoelmiddel gemorst.Glansspoelmiddel verwijderen met een doek.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 49)

--------

Pagina 50

nl Servicedienst

4 Servicedienst

Als u de storing niet zelf kunt verhelpen, neem dan contact op met de Servicedienst. Wij vinden altijd een passende oplossing, ook om een onnodig bezoek van de monteur te voorkomen. De contactgegevens van de dichtstbijzijnde Servicedienst vindt u op de achterkant van deze gebruiksaanwijzing of in de bijgesloten lijst met Servicedienstadressen.

Vermeld bij een telefoongesprek a.u.b. het fabrikaatnummer (ENr. = 1) en het productnummer (FD = 2); deze nummers vindt u op het typeplaatje op de deur van het apparaat.

( 1U

)'

( 1U )'

Vertrouw op de competentie van de fabrikant. Neem contact met ons op. U bent er dan van verzekerd dat de reparatie door ervaren technici wordt uitgevoerd die gebruik maken van de originele reserveonderdelen voor uw apparaat.

* afhankelijk van de uitrustingsvariant van uw afwasautomaat

5 Plaatsen en aansluiten

Om de afwasautomaat goed te laten functioneren moet hij vakkundig worden aangesloten. De gegevens van de aan- en afvoer en de elektrische aansluitwaarden moeten voldoen aan de vereiste criteria, zoals vastgelegd in de volgende alinea's resp. in de montagehandleiding.

Bij de montage de juiste volgorde van de handelingen aanhouden:

Inhoud van de verpakking

Voor klachten kunt u terecht bij de winkel waar u het apparaat hebt aangeschaft of bij onze servicedienst.

* afhankelijk van de uitrustingsvariant van uw afwasautomaat

Veiligheidsvoorschriften

Neem a.u.b. de aanwijzingen voor de veiligheid onder "Bij de installatie" op pagina 6 in acht.

Pagina 51

Plaatsen en aansluiten nl

Aflevering

Uw afwasmachine werd in de fabriek grondig gecontroleerd op correct functioneren. Hierbij zijn kleine watervlekken achtergebleven. Deze zijn na de eerste afwas verdwenen.

Technische gegevens

Maximaal 60 kg.

220–240 V, 50 Hz of 60 Hz

2,0 - 2,4 kW.

10/16 A (UK 13 A).

*volgens verordeningen (EU) nr.

1016/2010 en 1059/2010

Extra functies en instellingen kunnen het stroomverbruik verhogen.

Bij hogere waterdruk: een drukreduceerventiel ervoor installeren.

Koudwater.

Bij warm water: maximale temperatuur 60 °C.

12–15 standaardcouverts (afhankelijk van de uitrustingsvariant van uw afwasautomaat).

Plaatsing

De vereiste inbouwmaten vindt u in het montagevoorschrift. Het apparaat met behulp van de verstelbare voetjes waterpas zetten. Let erop dat het apparaat stevig staat.

Afvoerwateraansluiting

Eventueel een sifon met aansluitnippel monteren.

Let erop dat de waterafvoerslang niet geknikt, ingedrukt of ineen gestrengeld is en dat een stop in de afvoer het wegstromen van het water niet belemmert!

Pagina 52

nl Plaatsen en aansluiten

Drinkwateraansluiting

Zorg ervoor dat de drinkwateraansluiting niet wordt geknikt of geplet, of in de knoop raakt.

Waterdruk: minimaal 0,05 MPa (0,5 bar), maximaal 1 MPa (10 bar).

Bij hogere waterdruk:

een drukreduceerventiel ervoor installeren.

Hoeveelheid binnenstromend water: minimaal 10 liter per minuut.

Watertemperatuur:

Koudwater.

Bij warm water:

maximale temperatuur 60 °C.

Warmwateraansluiting *

* afhankelijk van de uitrustingsvariant van uw afwasautomaat

De afwasautomaat kan op koud of warm water tot max. 60 °C worden aangesloten. De aansluiting op warm water wordt aanbevolen als dit uit een energetisch gunstige warmwaterbereiding en een geschikte installatie ter beschikking staat, bijv. een zonneënergie-installatie met circulatieleiding. Hiermee bespaart energie en tijd. Met de instelling „Warmwater” kunt u uw afwasautomaat optimaal instellen op gebruik met warm water. Wij adviseren hierbij een watertemperatuur (temperatuur van het instromende water) van minimaal 40 °C en maximaal 60 °C. De aansluiting op warm water wordt niet aanbevolen als het water uit een elektrische boiler ter beschikking wordt gesteld.

Om de instelling te wijzigen:

Bladeren met < >

Instellen met - +

Verlaten met Setup 3 sec.

De instelwaarde is opgeslagen.

Pagina 53

Plaatsen en aansluiten nl

Elektrische aansluiting

Als de stekker na het inbouwen niet gemakkelijk bereikbaar is, dan moet er volgens de veiligheidsvoorschriften een meerpolige scheidingsinstallatie met een contactopening van minimaal 3 mm aanwezig zijn.

Let op: het functioneert alleen als het apparaat op de stroom is aangesloten.

Demontage

Neem ook hier de volgorde van de handelingen in acht:

Pagina 54

nl Plaatsen en aansluiten

Transport

Afwasmachine leeg laten lopen en losse onderdelen vastzetten.

Het apparaat in de volgende stappen legen:

In het indicatievenster boven verschijnt de vermoedelijke programmaduur.

Programma start.

Aanwijzing: Apparaat alleen rechtop vervoeren om te voorkomen dat resterend water in het besturingsmechanisme terechtkomt wat tot een verkeerd programmaverloop leidt.

54 Bescherming tegen vorst

Als het apparaat in een voor vorst gevoelige ruimte staat (bijv. in een vakantiehuisje), dan moet u het apparaat helemaaleeg laten lopen (zie Transport).

Pagina's 1–2: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.

Pagina 3

nl

Inhoudsopgave

8 Bestemming van het apparaat . . . . . . . . . . . . . . . . 5

Veiligheidsvoorschriften . . . . . . . 5

Voordat u het apparaat in gebruik neemt . . . . . . . . . . . . . . . 5

Bij aflevering . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 6

Bij de installatie. . . . . . . . . . . . . . . . . . 6

Dagelijks gebruik . . . . . . . . . . . . . . . . 7

Bij schade. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 8

Bij het afvoeren. . . . . . . . . . . . . . . . . . 8

Deurvergrendeling . . . . . . . . . . . . . . 10

7 Milieubescherming. . . . . . . . . . . 11

Verpakking . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 11

Uw oude apparaat . . . . . . . . . . . . . . 11

Het apparaat leren kennen . . . . 11

Bedieningspaneel . . . . . . . . . . . . . . . 11

Binnenkant van het apparaat . . . . . . 12

Infotoets . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 12

Tijdinstelling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 12

Eerste ingebruikneming . . . . . . . . . . 13

Instellingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 14

Wateronthardingsinstallatie / Onthardingszout . . . . . . . . . . . . 16

Tabel voor de waterhardheid . . . . . . 16

Onthardingsinstallatie instellen . . . . . 16

Gebruik van onthardingszout . . . . . . 17

Reinigingsproducte met zoutcomponente . . . . . . . . . . . . 17

Ontharding uitschakelen. . . . . . . . . . 17

Glansspoelmiddel . . . . . . . . . . . 18

Hoeveelheid glansspoelmiddel instellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 18

Indicatie glansspoelmiddel bijvullen uitschakelen . . . . . . . . . . 19

Serviesgoed . . . . . . . . . . . . . . . . 19

Ongeschikt servies . . . . . . . . . . . . . . 19

Schade aan glas en serviesgoed. . . . 19

Inruimen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 20

Bovenste servieskorf . . . . . . . . . . . . . 20

Onderste servieskorf . . . . . . . . . . . . . 20

Bestekkorf . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 21

Besteklade . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 21

Etagère . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 22

Omklapbare bordensteunen . . . . . . . 22

Houder voor kleingoed . . . . . . . . . . . 23

Messenrek. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 23

Bakplaat-sproeikop . . . . . . . . . . . . . . 23

Uitruimen. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 24

Verstellen van de korfhoogte. . . . . . . 24

Reinigingsmiddel. . . . . . . . . . . . 25

Vullen met reinigingsmiddel . . . . . . . 26

Gecombineerde reinigingsmiddelen . . . . . . . . . . . . . . 26

Programma-overzicht . . . . . . . . 28

Programmakeuze . . . . . . . . . . . . . . . 29

Aanwijzingen voor testinstituten. . . . . 29

0 Extra functies. . . . . . . . . . . . . . . 30

Tijd besparen (VarioSpeedPlus) . . . . 30 halveBelading . . . . . . . . . . . . . . . . . . 30 hygiënePlus (HygienePlus) . . . . . . . . 30 intensiveZone . . . . . . . . . . . . . . . . . . 30 glansDroog . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 30

Energy Save . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 30

Pagina 4

nl

1 Apparaat bedienen . . . . . . . . . . 31

Programmagegevens . . . . . . . . . . . .31 Instellingen wijzigen. . . . . . . . . . . . . .31 Aquasensor . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .31 Zeoliet-droging. . . . . . . . . . . . . . . . . .32 Tijdweergave . . . . . . . . . . . . . . . . . . .32 Sensorinstelling . . . . . . . . . . . . . . . . .33 Extra drogen . . . . . . . . . . . . . . . . . . .33 Ecoprognose . . . . . . . . . . . . . . . . . . .33 Auto Power Off . . . . . . . . . . . . . . . . .33 emotionLight . . . . . . . . . . . . . . . . . . .34 Display-indicatie. . . . . . . . . . . . . . . . .34 timeLight . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .34 infoLight. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .34 Startprogramma wijzigen . . . . . . . . . .35 Signaalsterkte . . . . . . . . . . . . . . . . . .35 Toetsvolume . . . . . . . . . . . . . . . . . . .35 Kinderslot . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .35 Begroeting. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .35 Fabrieksinstelling. . . . . . . . . . . . . . . .35 Apparaat inschakelen . . . . . . . . . . . .35 Starttijd kiezen . . . . . . . . . . . . . . . . . .36 Einde van het programma . . . . . . . . .36 Apparaat uitschakelen . . . . . . . . . . . .36 Programma onderbreken. . . . . . . . . .36 Programma afbreken. . . . . . . . . . . . .37 Wijzigen van het programma . . . . . . .37

2 Reinigen en onderhouden . . . . 37

Algemene toestand van de machine. . . . . . . . . . . . . . . . .37 Onthardingszout en glansspoelmiddel. . . . . . . . . . . . . . . .38 Zeven. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .38 Sproeiarmen . . . . . . . . . . . . . . . . . . .39

3 Wat te doen bij storingen? . . . .39

Storingsmelding . . . . . . . . . . . . . . . . 39

Afvoerpomp . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 40

Storingentabel . . . . . . . . . . . . . . . . . 41

4 Servicedienst . . . . . . . . . . . . . . .50

5 Plaatsen en aansluiten . . . . . . .50

Inhoud van de verpakking . . . . . . . . 50

Veiligheidsvoorschriften . . . . . . . . . . 50

Aflevering . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 51

Technische gegevens. . . . . . . . . . . . 51

Plaatsing. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 51

Afvoerwateraansluiting . . . . . . . . . . . 51

Drinkwateraansluiting . . . . . . . . . . . . 52

Warmwateraansluiting . . . . . . . . . . . 52

Elektrische aansluiting . . . . . . . . . . . 53

Demontage. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 53

Transport . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 54

Bescherming tegen vorst (Apparaat leegmaken) . . . . . . . . . . . 54

Pagina 5

8 Bestemming van het apparaat

Veiligheidsvoorschriften

Dit toestel kan worden gebruikt door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met beperkte fysieke, sensorische of geestelijke vermogens of personen die gebrek aan kennis of ervaring hebben, wanneer zij onder toezicht staan van een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid of geleerd hebben het op een veilige manier te gebruiken en zich bewust zijn van de risico's die het gebruik van het toestel met zich meebrengt.

Bestemming van het apparaat nl

Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Reiniging en onderhoud van het toestel mogen niet worden uitgevoerd door kinderen, tenzij zij 8 jaar of ouder zijn en onder toezicht staan.

Zorg ervoor dat kinderen die jonger zijn dan 8 jaar uit de buurt blijven van het toestel of de aansluitkabel.

Voordat u het apparaat in gebruik neemt

Lees de gebruiksaanwijzing en het installatievoorschrift aandachtig door! U vindt daarin belangrijke informatie over plaatsing, gebruik en onderhoud van het apparaat. Bewaar de gebruiksaanwijzing en het installatievoorschrift voor later gebruik of voor volgende eigenaars.

De gebruiksaanwijzing kunt u gratis downloaden van onze internetpagina. Ons internetadres vindt u op de achterkant van deze gebruiksaanwijzing.

Verder lezen op pagina 6Inhoud

Meer handleidingen: Neff vaatwasser