Neff S527T80X1E, tekst van de handleiding
Pagina's 32–54 van 56 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
Pagina 32
nl Apparaat bedienen
Zeoliet-droging
Waarschuwing
Risico van brandwonden door het aanraken van de luchtafvoeropening
1 !
Nooit de luchtafvoeropening aanraken. De uitblaasopening wordt heet en bovendien leidt elke verandering eraan tot een bezoek van de monteur tegen betaling van de onkosten.
Attentie!
Zorg ervoor dat de aanzuigopening 1 niet is afgedekt en dat er in de onderste servieskorf rechts achter boven de uitblaasopening 1 geen temperatuurgevoelige serviesdelen staan.
Het apparaat is voorzien van een zeoliet-reservoir. Zeoliet is een mineraal dat vocht en warmte-energie kan opslaan en weer af kan geven.
In de afwasfase wordt deze warmte-energie voor het drogen van het mineraal en voor het verwarmen van het afwaswater gebruikt.
Tijdens de droogfase wordt vocht uit de spoelruimte in het mineraal opgeslagen en komt warmte-energie vrij. Deze vrijgekomen warmte-energie wordt met droge lucht in de spoelruimte uitgeblazen. Hierdoor is een snelle en verbeterde droging mogelijk waarmee u heel veel energie bespaart.
Deze handelwijzen zijn daardoor bijzonder energiebesparend.
Tijdweergave
De programmaduur wordt tijdens het programma bepaald door de temperatuur van het water, de hoeveelheid serviesgoed en de mate van vervuiling en kan (afhankelijk van het gekozen programma) variëren. U kunt de weergave van de tijd veranderen in een tijdstip of in uren/minuten, zodat de resterende programmaduur in het indicatievenster „Klaar om“ (bijv. 15:20 uur) of „Klaar in“ (bijv. 3:25) verschijnt.
Pagina 33
Apparaat bedienen nl
Sensorinstelling
Bij de automatische programma's wordt het programmaverloop geoptimaliseerd door middel van sensoren. Het sensorsysteem past de programmasterkte van automatische programma's aan aan de vuilhoeveelheid en het soort vuil. U kunt de gevoeligheid van de sensoren instellen op 3 standen.
Standaard: Deze instelling is optimaal voor gemengde belading en grote vuilhoeveelheden, maar is tegelijkertijd energie- en waterbesparend.
Gevoelig: Deze instelling past de programmasterkte al bij kleine vuilhoeveelheden aan, voor een effectieve verwijdering van voedselresten. Het energie- en waterverbruik wordt dienovereenkomstig aangepast.
Zeer gevoelig: Bij deze instelling wordt de programmasterkte aangepast aan zwaardere gebruiksomstandigheden, bijvoorbeeld sterk opgedroogde voedselresten. Deze instelling wordt ook aanbevolen bij gebruik van bioreinigers of ecoreinigers met kleinere hoeveelheden werkzame stoffen. Het energie- en waterverbruik wordt dienovereenkomstig aangepast.
Extra drogen
Tijdens het glansspoelen wordt de temperatuur verhoogd waardoor het droogresultaat wordt verbeterd. De looptijd kan hierdoor iets verlengd worden. (Wees voorzichtig met gevoelig serviesgoed!) U kunt de functie Extra droog in- of uitschakelen.
Ecoprognose
Bij geactiveerde ecoprognose verschijnt in het indicatievenster boven korte tijd het gemiddelde water- en energieverbruik van het gekozen programma.
AutoPowerOff (Automatisch uitschakelen na afloop van het programma)
Om energie te besparen wordt de afwasautomaat 1 minuut na afloop van het programma uitgeschakeld. U kunt de instelling wijzigen.
Mogelijke instellingen zijn:
- uit: Het apparaat gaat niet automatisch uit.
- Na 1 minuut: Het apparaat schakelt na 1 minuut uit.
- Na 2 uur: Het apparaat schakelt na 2 uren uit.
Pagina 34
nl Apparaat bedienen
emotionLight (binnenverlichting) *
* afhankelijk van de uitrustingsvariant van uw afwasautomaat
De ingeschakelde binnenverlichting 1 brandt bij geopende deur, onafhankelijk van de in- of uitgeschakelde AAN/UIT-schakelaar . Als de deur dicht is of op een kier staat is de verlichting uit. U kunt de binnenverlichting in- of uitschakelen.
Aanwijzing: Denk eraan dat bij een openstaande deur de binnenverlichting na 1 uur automatisch wordt uitgeschakeld.
Display-indicatie *
* afhankelijk van de uitrustingsvariant van uw afwasautomaat
U kunt de display-indicatie (aanvullende programma-informatie) in- of uitschakelen.
TimeLight (Optische indicatie tijdens het programmaverloop) *
* afhankelijk van de uitrustingsvariant van uw afwasautomaat
Tijdens het programmaverloop verschijnt een optische indicatie (aanvullende programma-informatie) op de vloer onder de deur van het apparaat. Bij een voorgeschoven sokkelplaat of bij hooginbouw met een vlak afsluitend meubelfront is de indicatie niet zichtbaar.
U kunt de optische indicatie in- of uitschakelen.
Infolight *
* afhankelijk van de uitrustingsvariant van uw afwasautomaat
Tijdens het programmaverloop verschijnt een lichtpunt op de vloer onder de deur van het apparaat. De apparaatdeur pas openen wanneer het lichtpunt op de vloer niet meer zichtbaar is. Als de apparaatdeur niet geheel gesloten is, knippert het lichtpunt*. Bij inbouw in een hoge kast met afsluitend meubelfront in één lijn is het lichtpunt niet te zien. U kunt het Infolight in- of uitschakelen.
Pagina 35
Apparaat bedienen nl
| Startprogramma wijzigen | Fabrieksinstelling |
|---|---|
| U kunt de instelling „Startprogramma“ wijzigen. | U kunt alle instellingen terugzetten op de fabrieksinstelling. |
| Signaalsterkte | Apparaat inschakelen |
| Het einde van het programma wordt | 1. Kraan helemaal opendraaien. |
| door een akoestisch signaal | 2. Deur openen. |
| aangegeven. U kunt deze instelling ook wijzigen. | 3. AAN/UIT-schakelaar inschakelen. |
| Voor een milieuvriendelijk gebruik is | |
| Toetsvolume | bij elke apparaatstart standaard het programma Eco 50° ingesteld. Dit |
| Wanneer u de afwasautomaat bedient, klinkt er een geluidssignaal telkens wanneer u op een toets drukt. U kunt | programma blijft gekozen zolang er geen andere programmatoets 0 wordt ingedrukt. |
| het volume van het signaal regelen. U | 4. START-toets indrukken. |
| kunt het toetssignaal uitschakelen als | 5. Deur sluiten. |
| het u stoort. | Programma start. |
| Kinderslot * | Aanwijzing: |
| Om ecologische redenen wordt het | |
| * afhankelijk van de uitrustingsvariant van uw afwasautomaat | programma Eco 50° ingesteld elke keer dat het apparaat wordt gestart. Dit |
| De afwasautomaat is voorzien van een elektronisch kinderslot. Het kinderslot | ontziet niet alleen het milieu, maar ook uw portemonnee. |
| beschermt kinderen tegen mogelijke gevaren die door de afwasautomaat kunnen ontstaan. | Het Eco 50° programma is een bijzonder milieubesparend programma. Het is het |
| „standaardprogramma” conform de | |
| U kunt het kinderslot in- of uitschakelen. | EU-verordening1016/2010, dat de |
| Wanneer het kinderslot is ingeschakeld, kost het meer moeite om de deur te openen. | meest efficiënte standaard reinigingscyclus is voor de reiniging van normaal vervuild serviesgoed en het gecombineerde energie- en |
| Begroeting | waterverbruik voor de reiniging van dit soort serviesgoed. |
| Wanneer u de afwasautomaat inschakelt, verschijnt het merklogo. U kunt het merklogo uitschakelen. |
Pagina 36
nl Apparaat bedienen
Starttijd kiezen
U kunt de programmastart maximaal 24 uur uitstellen. Afhankelijk van de instelling wordt het programma-einde aangegeven door „Klaar in“ (bijv.
3h 25m) of „Klaar om“ (bijv. 15:20 uur).
- 1. Deur openen.
- 2. AAN/UIT-schakelaar inschakelen.
- 3. Programma 0 kiezen.
- 4. Toets tijdinstelling indrukken.
- 5. Insteltoetsen + - meermaals indrukken tot de weergegeven tijd naar uw wens is.
- 6. START-toets indrukken, de gekozen starttijd is geactiveerd.
- 7. Om de tijdinstelling te wissen, houdt u de START-toets ca. 3 seconden ingedrukt.
Tijdinstelling werd afgebroken.
- 8. Deur sluiten.
Einde van het programma
* Het programma is afgelopen wanneer de melding „Klaar“ verschijnt op het indicatievenster boven en op de display-indicatie * .
* Het programma-einde wordt op de vloer weergegeven – indien de functie TimeLight (optische indicatie) ingeschakeld en zichtbaar is.
* afhankelijk van de uitrustingsvariant van uw afwasautomaat
Apparaat uitschakelen
Korte tijd na afloop van het programma:
- 1. Deur openen.
- 2. AAN-/UIT-schakelaar uitschakelen.
- 3. Waterkraan dichtdraaien (vervalt bij apparaten met aquastop).
- 4. Na afkoeling het serviesgoed uit het apparaat halen.
Aanwijzing: Laat het apparaat na het einde van het programma even afkoelen voordat u het opent. Zo voorkomt u dat er stoom vrijkomt die op den duur schade aan uw inbouwmeubelen kan veroorzaken.
Programma onderbreken
Attentie!
Door expansie (overdruk) kan de apparaatdeur openspringen en/of water vrijkomen! Wanneer bij warmwateraansluiting of opgewarmd apparaat de apparaatdeur werd geopend, altijd de apparaatdeur enige minuten op een kier zetten en dan sluiten.
- 1. Deur openen.
- 2. AAN-/UIT-schakelaar uitschakelen.
De indicatielampjes gaan uit. Het programma blijft in het geheugen opgeslagen.
- 3. Om het programma voort te zetten de AAN/UIT-schakelaar weer inschakelen.
- 4. Deur sluiten.
Pagina 37
Reinigen en onderhouden nl
Programma afbreken (Reset)
- 1. Deur openen.
- 2. START-toets gedurende ca. 3 seconden indrukken.
Het indicatievenster boven en de display-indicatie * tonen: „Programma wordt afgebroken”.
- 3. Deur sluiten.
Het programma is na ca. 1 minuut afgelopen. Het indicatievenster boven toont: Klaar.
- 4. Deur openen.
- 5. AAN/UIT-schakelaar uitschakelen.
- 6. Deur sluiten.
* afhankelijk van de uitrustingsvariant van uw afwasautomaat
Wijzigen van het programma
Na het indrukken van de START-toets kan het programma niet gewijzigd worden. Wijzigen van het programma is alleen mogelijk door het programma af te breken (Reset).
2 Reinigen en onderhouden
Regelmatige controle en onderhoud van het apparaat dragen ertoe bij defecten te voorkomen. Dit bespaart u tijd en ergernis.
Algemene toestand van de machine
- Spoelruimte controleren op kalkaanslag en vetresten.
Als u zulke aanslag aantreft:
- Reinigingsmiddelbakje 9 met reinigingsmiddel vullen. Het apparaat zonder serviesgoed in het programma met de hoogste spoeltemperatuur starten.
Waarschuwing
Gezondheidsrisico door chloorhoudend afwasmiddel!
Altijd chloorvrije afwasmiddelen gebruiken.
Om het apparaat te reinigen alleen speciaal voor afwasautomaten geschikte afwas-/schoonmaakmiddelen gebruiken.
- Om de prestaties van uw apparaat langer in stand te houden, is het raadzaam het apparaat regelmatig met een speciale vaatwasmachinereiniger te reinigen.
- Om de deurafdichting altijd schoon en hygiënisch te houden, moet deze regelmatig worden gereinigd met een vochtige doek en een beetje afwasmiddel.
- Bij lange standtijd de deur iets open laten staan om te voorkomen dat er onaangename geuren ontstaan.
Pagina 38
nl Reinigen en onderhouden
Gebruik bij het reinigen van uw afwasautomaat nooit een stoomreiniger. De fabrikant kan niet aansprakelijk worden gesteld voor eventuele gevolgen.
De voorkant van het apparaat en het bedieningspaneel regelmatig met een vochtig doekje afnemen. Water met een scheutje afwasmiddel is voldoende. Geen schuursponsjes gebruiken of schoonmaakmiddelen met schuurmiddelen. Dit kan krassen op de oppervlakken veroorzaken.
Bij roestvrijstalen apparaten geen sponsjes gebruiken of deze anders vóór het eerste gebruik een aantal keren grondig uitspoelen om corrosie te voorkomen.
Onthardingszout en glansspoelmiddel
Vul onthardingszout en/of glansspoelmiddel bij zodra de bijvulindicaties en op het bedieningspaneel gaan branden, of wanneer dit wordt aangegeven op de frontdisplay-indicatie * .
* afhankelijk van de uitrustingsvariant van uw afwasautomaat
Zeven
De zeven 1 zorgen ervoor dat grove etensresten in het spoelwater niet in de afvoerpomp terechtkomen. Door deze etensresten kunnen de zeven verstopt raken.
Het zevensysteem bestaat uit
- een grove zeef
- een vlakke fijne zeef
- en een microzeef
- 1. Na elke afwasbeurt de zeven op etensresten controleren.
- 2. Zeefcylinder zoals afgebeeld losdraaien en het zeefsysteem eruit halen.
- 3. Eventuele etensresten verwijderen en de zeven onder stromend water schoonmaken.
- 4. Zevensysteem in omgekeerde volgorde weer erin zetten en erop letten dat de gemarkeerde pijlen na het sluiten tegenover elkaar staan.
Pagina 39
Sproeiarmen
Kalk en etensresten in het afwaswater kunnen de sproeiopeningen en de lagers van de sproeiarmen 1 en 1 blokkeren.
- 1. Sproeiopeningen van de sproeiarmen op verstopping controleren.
- 2. De bovenste sproeiarm 1 afschroeven (1) en naar onderen eraf trekken (2).
- 3. De onderste sproeiarm 1 naar boven eraf trekken.
- 4. Sproeiarmen onder stromend water schoonmaken.
- 5. Sproeiarmen weer vastdrukken resp. vastschroeven.
Wat te doen bij storingen? nl
3 Wat te doen bij storingen?
De ervaring leert dat veel storingen die in het dagelijks gebruik optreden, door u zelf verholpen kunnen worden.
Hiermee bespaart u natuurlijk kosten en bent u er zeker van dat de apparaat snel weer gebruikt kan worden. In het volgende overzicht vindt u eventuele oorzaken van de storingen en nuttige aanwijzingen om deze te verhelpen.
Aanwijzing: Mocht het apparaat tijdens het afwassen om onbekende redenen stil blijven staan of niet starten, dan dient u eerst de functie Programma afbreken (reset) uit te voeren "Apparaat bedienen" op pagina 31.
Waarschuwing
Ondeskundige reparatie of gebruik van niet-originele onderdelen kan aanzienlijke schade en gevaar voor de gebruiker opleveren!
Reparaties altijd laten uitvoeren door een vakman. Altijd originele vervangingsonderdelen gebruiken wanneer een onderdeel moet worden vervangen.
Storingsmelding
Sommige storingen worden gemeld in het indicatievenster boven en op de display-indicatie * . Hier worden ook mogelijke oplossingen aangeboden (bijv. Zeefsysteem vuil (E22) -->Zeven reinigen).
* afhankelijk van de uitrustingsvariant van uw afwasautomaat
Pagina 40
nl Wat te doen bij storingen?
Afvoerpomp
Grote voedselresten of voorwerpen die niet door de zeven zijn tegengehouden, kunnen de afvoerpomp blokkeren. Het spoelwater staat dan tot boven de zeef.
Waarschuwing
Risico van snijwonden!!
Scherpe en puntige voorwerpen of glasscherven kunnen de afvoerpomp blokkeren.
Ongewenste voorwerpen altijd voorzichtig verwijderen.
Zo reinigt u de afvoerpomp:
- 1. Afwasautomaat losmaken van het stroomnet.
- 2. De boven- 12 en onderzeef 9 verwijderen.
- 3. Zeven 1 eruit halen.
- 4. Water eruit scheppen, eventueel met behulp van een spons.
- 5. De witte pompafdekking (zie afbeelding) met behulp van een lepel opwippen. Pompafdekking aan de beugel vastpakken en schuin naar binnen optillen (1). Afdekking geheel verwijderen.
- 6. Schoepenrad controleren op vreemde voorwerpen en deze eventueel verwijderen.
- 7. Pompafdekking weer op de oorspronkelijke positie aanbrengen
- (2) en omlaagdrukken tot hij vastzit
(3).
&/,&.
- 8. Zeven monteren.
- 9. Zeven weer aanbrengen.
Pagina 41
Wat te doen bij storingen? nl
Storingentabel
| Storing | Oorzaak | Oplossing | |
|---|---|---|---|
| Foutcode | brandt. | Watertoevoerslang geknikt. | Watertoevoerslang zonder knikken verleggen. |
| Kraan dicht. | Kraan opendraaien. | ||
| Kraan verstopt of verkalkt. | Kraan opendraaien. Hoeveelheid binnenstromend water bij geopende kraan: minimaal 10 l per min. | ||
| Zeef aan de kraan verstopt. | Apparaat uitschakelen en de stekker uit het stopcontact trekken. Kraan dichtdraaien. Wateraansluiting eraf schroeven. Zeef in de toevoerslang schoonmaken. Wateraansluiting weer vastschroeven. Controleren op dichtheid. Stroom weer inschakelen. Apparaat inschakelen. | ||
| Foutcode | brandt. | Aanzuigopening (aan de rechter binnenzijde van het apparaat) afgedekt door serviesgoed. | Het serviesgoed zo plaatsen dat de aanzuigopening vrij is. |
| Foutcode | brandt. | Verwarmingselement verkalkt of vuil. | Apparaat reinigen met machineonderhoudsmiddel of ontkalker. De afwasautomaat gebruiken met de onthardingsvoorziening en de instelling controleren. "Wateronthardingsinstall atie/Onthardingszout" op pagina 16 |
| Foutcode | brandt. | Waterstop geactiveerd. | Kraan sluiten. Bel de klantenservice en vermeld de foutcode. |
| Foutcode | brandt. | ||
| Foutcode | brandt. | Continue watertoevoer. | |
| Foutcode | brandt. | Zeven 1 vuil of verstopt. | Zeven reinigen. "Zeven" op pagina 38 |
Pagina 42
nl Wat te doen bij storingen?
| Storing | Oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Foutcode : brandt. | Waterafvoerslang verstopt of geknikt. | Slang zonder knikken aanleggen, eventuele resten verwijderen. |
| Sifonaansluiting is nog dicht. | Aansluiting bij sifon controleren en eventueel openen. | |
| Afdekking van de afvoerpomp zit los. | Afdekking goed vastmaken. "Afvoerpomp" op pagina 40 | |
| Foutcode : brandt. | Waterafvoerpomp geblokkeerd of afdekking van de waterafvoerpomp niet vastgeklikt. | Pomp reinigen en afdekking goed vastmaken. "Afvoerpomp" op pagina 40 |
| Foutcode : brandt. | Netspanning te laag. | Geen apparaatfout, netspanning en elektrische installatie laten controleren. |
| Een andere foutcode verschijnt op de cijferindicatie. ( : tot : ) | Er is vermoedelijk een technische storing opgetreden. | Apparaten uitschakelen met de AAN-/UIT-schakelaar . Na korte tijd het apparaat opnieuw starten. Als het probleem opnieuw optreedt, de kraan sluiten en de stekker uit het stopcontact trekken. Bel de klantenservice en vermeld de foutcode. |
| Bijvulindicatie voor zout en/of glansspoelmiddel brandt. | Glansspoelmiddel ontbreekt. | Glansspoelmiddel bijvullen. |
| Het zout ontbreekt. | Onthardingszout bijvullen. | |
| Sensor herkent de zouttabletten niet. | Ander speciaal zout gebruiken. | |
| Bijvulindicatie voor zout en/of glansspoelmiddel brandt niet. | Bijvulindicatie uitgeschakeld. | Activering/deactivering (zie het hoofdstuk Wateronthardingsinstallatie/Onthardingsz out Blz. 16 of Glansspoelmiddel • Blz. 18). |
| Er is nog voldoende onthardingszout/glansspoelmidd el aanwezig. | Bijvulindicatie, vulpeilen controleren. | |
| Na afloop van het programma blijft er water in het apparaat staan. | Zeefsysteem of ruimte onder de zeef 1 is verstopt. | Zeven en ruimte eronder reinigen. |
| Programma nog niet beëindigd. | Wachten tot het programma is afgelopen of een reset uitvoeren. |
Pagina 43
Wat te doen bij storingen? nl
| Storing | Oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Serviesgoed niet droog. | Geen of te weinig glansspoelmiddel in het voorraadbakje. | Glansspoelmiddel bijvullen. |
| Een programma zonder drogen gekozen. | Programma met drogen kiezen. "Programma-overzicht" op pagina 28 | |
| Waterophoping in het serviesgoed en bestek. | Voor een schuine stand zorgen bij het inruimen, de serviesdelen zo mogelijk schuin plaatsen. | |
| Het gecombineerde reinigingsmiddel heeft een slechte droogcapacitiet | Andere combireiniger met beter droogvermogen gebruiken. Extra gebruik van glansspoelmiddel verbetert het droogvermogen. | |
| Extradroog voor versterkte droging niet geactiveerd. | Extradroog activeren. "Apparaat bedienen" op pagina 31 | |
| Het serviesgoed is te vroeg uitgeruimd of het droogproces was nog niet afgelopen. | Wachten tot het programma is afgelopen of het serviesgoed pas 30 min. na afloop van het programma verwijderen. | |
| Het gebruikte eco-glansspoelmiddel heeft een beperkt droogvermogen. | Een kwaliteitsglansspoelmiddel gebruiken. Eco-producten kunnen een beperkte effectiviteit hebben. | |
| Kunststofserviesgoed niet droog. | Speciale eigenschappen van kunststof. | Kunststof heeft een lager warmteopslagvermogen en droogt daardoor slechter. |
| Bestek niet droog. | Bestek niet goed geordend in de bestekkorf. | Bestek zo veel mogelijk los van elkaar plaatsen, aanraakpunten vermijden. |
| Bestek niet goed gesorteerd in de besteklade. | Bestek goed sorteren en zoveel mogelijk los van elkaar plaatsen. | |
| Binnenzijden van het apparaat nat na het spoelen. | Geen fout van het apparaat. | Wegens het droogprincipe „condensatiedrogen” zijn waterdruppels in het reservoir noodzakelijk en gewenst. Het vocht in de lucht condenseert tegen de binnenzijden van de afwasautomaat, stroomt omlaag en wordt weggepompt. |
Pagina 44
nl Wat te doen bij storingen?
| Storing | Oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Etensresten op het serviesgoed. | Serviesgoed te dicht op elkaar ingeruimd, servieskorf te vol. | Het serviesgoed zodanig inruimen dat er voldoende vrije ruimte aanwezig is en de sproeistralen het oppervlak van het serviesgoed kunnen bereiken. Aanraakpunten vermijden. |
| Sproeiarmen konden niet ongehinderd ronddraaien. | Het serviesgoed zodanig inruimen dat de draaibeweging van de sproeiarm niet wordt gehinderd. | |
| Sproeiers van sproeiarmen verstopt. | Sproeiers van de sproeiarm reinigen. "Reinigen en onderhouden" op pagina 37 | |
| Zeven 1 vuil. | Zeven reinigen. "Reinigen en onderhouden" op pagina 37 | |
| Zeef 1 onjuist aangebracht en/of niet vastgezet. | Zeef goed aanbrengen en vastzetten. | |
| Te zwak afwasprogramma gekozen. | Krachtiger spoelprogramma kiezen. Gevoeligheid van het sensorsysteem verhogen. "Sensorinstelling" op pagina 33 | |
| Serviesgoed te sterk voorgereinigd, daarom kiest de sensortechniek voor een zwak spoelprogramma. Hardnekkig vuil kan gedeeltelijk niet worden verwijderd. | Serviesgoed niet voorspoelen. Alleen de grotere etensresten verwijderen. Gevoeligheid van het sensorsysteem verhogen. "Sensorinstelling" op pagina 33 Geadviseerd programma Eco 50° of Intensief. | |
| Hoge, smalle serviesdelen worden in de hoeken onvoldoende uitgespoeld. | Hoge, smalle serviesdelen niet te schuin en niet in de hoeken inruimen. | |
| Bovenste servieskorf 12 rechts en links niet op dezelfde hoogte erin gezet. | Bovenkorf met hendels aan de zijkant op dezelfde hoogte instellen. |
Pagina 45
Wat te doen bij storingen? nl
| Storing | Oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Reinigingsmiddelresten | Deksel van het reinigingsmiddelbakje 9 geblokkeerd door serviesgoed, daarom gaat het deksel niet volledig open. | Er mag geen serviesgoed op het tablettenbakje 1 staan. Dit kan het deksel van het reinigingsmiddelbakje blokkeren, waardoor het niet volledig open gaat. "Bovenste servieskorf" op pagina 20 Geen serviesgoed of geurdispenser in het tablettenbakje doen. |
| Deksel van het reinigingsmiddelbakje 9 wordt geblokkeerd door het tablet. | Het tablet moet dwars en niet op de korte kant worden gelegd. | |
| Tabletten gebruikt in het snelprogramma of korte programma. Oplostijd van het reinigingsmiddel wordt niet bereikt binnen het gekozen korte programma. | Oplostijd van tabletten van een snelprogramma of een kort programma is te lang Reinigingspoeder of een krachtiger programma gebruiken. | |
| Reinigende werking en oplosgedrag nemen af bij langere opslagtijd, of het reinigingsmiddel klontert sterk. | Ander reinigingsmiddel gebruiken. | |
| Watervlekken op kunststofdelen. | Druppelvorming op kunststof oppervlakken is onvermijdelijk. Na het afdrogen zijn watervlekken zichtbaar. | Krachtiger programma gebruiken (hoger waterverbruik). Schuin zetten bij het inruimen. Glansspoelmiddel gebruiken. Onthardingsinstelling eventueel verhogen. |
| Afwisbare of in water oplosbare afzettingen in het reservoir of op de deur. | Inhoudstoffen van het reinigingsmiddel zetten zich af. Deze aanslag laat zich meestal niet chemisch verwijderen (apparaatreinigingsmiddel, ...). | Ander merk reinigingmiddel nemen. Apparaat mechanisch reinigen. |
| Bij „witte afzetting” op de reservoirbodem is de onthardingsvoorziening ingesteld op een grenswaarde. | Onthardingsinstelling verhogen en eventueel een ander reinigingsmiddel gebruiken. | |
| Deksel van het zoutreservoir 1 niet dichtgedraaid. | Zoutreservoirdeksel goed dichtdraaien. | |
| Alleen bij glazen: beginnende glascorrosie kan slechts schijnbaar worden afgewist. | Zie „Schade aan glas en serviesgoed” • Blz. 19. |
Pagina 46
nl Wat te doen bij storingen?
| Storing | Oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Witte, moeilijk verwijderbare aanslag op serviesgoed, reservoir of deur. | Inhoudstoffen van het reinigingsmiddel zetten zich af. Deze aanslag laat zich meestal niet chemisch verwijderen (apparaatreinigingsmiddel, ...). | Ander merk reinigingmiddel nemen. Apparaat mechanisch reinigen. |
| Onjuiste waterhardheid ingesteld of waterhardheid is hoger dan 50°dH (8,9 mmol/l). | Onthardingsvoorziening instellen volgens de gebruiksaanwijzing of zout bijvullen. | |
| 3-in-1-reinigingsmiddel of bio/eco-reinigingsmiddel onvoldoende effectief. | Onthardingsvoorziening instellen volgens de gebruiksaanwijzing of losse middelen gebruiken (kwaliteitsreinigingsmiddel, zout, glansspoelmiddel). | |
| Te lage dosering van het reinigingsmiddel. | De reinigingsmiddeldosering verhogen of een ander reinigingsmiddel gebruiken. | |
| Een te zwak programma gekozen. | Krachtiger spoelprogramma kiezen. | |
| Thee- of lippenstiftresten op het serviesgoed. | Te lage spoeltemperatuur. | Programma met hogere spoeltemperatuur kiezen. |
| Te weinig of ongeschikt reinigingsmiddel. | Geschikt reinigingsmiddel in de juiste dosering toevoegen. | |
| Serviesgoed te sterk voorgereinigd, daarom kiest de sensortechniek voor een zwak spoelprogramma. Hardnekkig vuil kan gedeeltelijk niet worden verwijderd. | Serviesgoed niet voorspoelen. Alleen de grotere etensresten verwijderen. Gevoeligheid van het sensorsysteem verhogen. "Sensorinstelling" op pagina 33 Geadviseerd programma Eco 50° | |
| Gekleurde (blauw, geel, bruin), moeilijk of niet verwijderbare aanslag in het apparaat of op roestvrijstalen serviesgoed. | Laagvorming door inhoudsstoffen van groente (bijv. kool, selderie, aardappels, noedels, …) of van het leidingwater (bijv. mangaan). | Ten dele verwijderbaar door machinereiningsmiddel of door mechanische reiniging. Deze aanslag is niet schadelijk voor de gezondheid. |
| Laagvorming door metalen bestanddelen op zilveren of aluminium serviesgoed. | Ten dele verwijderbaar door machinereiningsmiddel of door mechanische reiniging. | |
| Gekleurde (geel, oranje, bruin), eenvoudig te verwijderen afzettingen in de binnenruimte (vooral op de bodem). | Laagvorming van de inhoudsstoffen van voedselresten en van het leidingwater (kalk), „zeepachtig” | Werking van de onthardingsvoorziening controleren (onthardingszout bijvullen) of bij gebruik van gecombineerde reinigingsmiddelen (tabletten) de ontharding activeren. "Wateronthardingsinstallatie/Onthard ingszout" op pagina 16 |
Pagina 47
Wat te doen bij storingen? nl
| Storing | Oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Verkleuring van de kunststof onderdelen in de binnenruimte van het apparaat. | Kunststof onderdelen in de binnenruimte kunnen tijdens de levensduur van de afwasautomaat verkleuren. | Verkleuringen zijn normaal en hebben geen nadelige invloed op de werking van de afwasautomaat. |
| Verkleuring op kunststofdelen. | Te lage spoeltemperatuur. | Programma met hogere spoeltemperatuur kiezen. |
| Serviesgoed te sterk voorgereinigd, daarom kiest de sensortechniek voor een zwak spoelprogramma. Hardnekkig vuil kan gedeeltelijk niet worden verwijderd. | Serviesgoed niet voorspoelen. Alleen de grotere etensresten verwijderen. Gevoeligheid van het sensorsysteem verhogen. "Sensorinstelling" op pagina 33 Geadviseerd programma Eco 50° | |
| Verwijderbare vegen op glazen, glaswerk met een metalen uiterlijk en bestek. | Te veel glansspoelmiddel. | Kleinere hoeveelheid glansspoelmiddel instellen. |
| Geen glansspoelmiddel toegevoegd of de instelling is te laag. | Glansspoelmiddel toevoegen en de dosering controleren (advies: stand 4-5). | |
| Reinigingsmiddelresten tijdens het programmagedeelte Glansspoelen. Deksel van het reinigingsmiddelbakje geblokkeerd door serviesgoed (deksel gaat niet volledig open). | Deksel van het reinigingsmiddelbakje mag niet worden gehinderd door serviesgoed. Geen serviesgoed of geurdispenser in het tablettenbakje doen. | |
| Serviesgoed te sterk voorgereinigd, daarom kiest de sensortechniek voor een zwak spoelprogramma. Hardnekkig vuil kan gedeeltelijk niet worden verwijderd. | Serviesgoed niet voorspoelen. Alleen de grotere etensresten verwijderen. Gevoeligheid van het sensorsysteem verhogen. "Sensorinstelling" op pagina 33 Geadviseerd programma Eco 50° | |
| Beginnende of reeds aanwezige, irreversibele (onherstelbare) vertroebeling van het glas. | Glazen niet vaatwasmachinebestendig, slechts vaatwasmachinegeschikt. | Vaatwasmachinebestendige glazen gebruiken. Lange stoomfase (standtijd na spoeleinde) vermijden. Spoelbehandeling met lagere temperatuur gebruiken. Onthardingsvoorziening correct instellen op de waterhardheid (eventueel 1 niveau lager). Reinigingsmiddel met glasbeschermingscomponenten gebruiken. |
Pagina 48
nl Wat te doen bij storingen?
| Storing | Oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Roestsporen op het bestek. | Het bestek is niet voldoende roestbestendig. Messenlemmeten zijn hier vaak sterker door getroffen. | Roestvast bestek gebruiken. |
| Bestek roest ook wanneer het samen met roestige voorwerpen wordt afgewassen (handgrepen van pannen, beschadigde servieskorven enz.). | Geen roestende onderdelen afwassen. | |
| Zoutgehalte in het afwaswater te hoog doordat het deksel van het zoutreservoir niet goed is vastgedraaid of bij het bijvullen zout gemorst werd | Dop van het zoutreservoir goed vastdraaien of gemorst zout verwijderen. | |
| Het apparaat kan niet worden ingeschakeld of bediend. | Functiestoring. | Het apparaat losmaken van het stroomnet, de stekker uit het stopcontact trekken of de zekering uitschakelen. Minstens 5 seconden wachten en dan het apparaat aansluiten op het stroomnet. |
| Het apparaat start niet. | Zekering van de huisinstallatie niet in orde. | Zekering controleren. |
| Aansluitsnoer niet aangesloten. | Ervoor zorgen dat het aansluitsnoer goed is aangesloten op de achterkant van het apparaat en op het stopcontact. Controleren of het stopcontact goed werkt. | |
| De deur van het apparaat is niet goed dicht. | Deur sluiten. | |
| Programma start automatisch. | Einde van het programma niet afgewacht. | Reset uitvoering. |
| De deur laat zich moeilijk openen. | Kinderbeveiliging is geactiveerd. | Kinderbeveiliging deactiveren. |
| De deur laat zich niet sluiten. | Het deurslot is omgesprongen. | Deur krachtiger sluiten. |
| Deur sluit niet goed door inbouwfout. | Inbouwwijze van het apparaat controleren. Deuren of aanbouwdelen mogen elkaar niet raken bij het sluiten. | |
| Deksel van het reinigingsmiddelbakje kan niet gesloten worden. | Reinigingsmiddelbakje of dekselgeleiding geblokkeerd door aangekoekte reinigingsmiddelresten. | Reinigingsmiddelresten verwijderen. |
Pagina 49
Wat te doen bij storingen? nl
| Storing | Oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Reinigingsmiddelresten in het reinigingsmiddelbakje 9 of in het tablettenbakje 1 . | Sproeiarmen geblokkeerd door serviesgoed, daarom wordt het reinigingsmiddel niet weggespoeld. | Ervoor zorgen dat de sproeiarmen vrij kunnen draaien. |
| Reinigingsmiddelbakje was tijdens het vullen vochtig. | Reinigingsmiddel alleen in droog reinigingsmiddelbakje doen. | |
| Apparaat blijft steken tijdens het programma of het programma valt stil. | Deur niet geheel gesloten. | Deur sluiten. |
| Geen serviesgoed of geurdispenser in het tablettenbakje doen. Bovenkorf drukt tegen de binnendeur en verhindert een goede sluiting van de deur. | Controleren of de achterwand wordt ingedrukt door bijv. een stopcontact of een niet-gedemonteerde slanghouder. | |
| Stroom- en/of watertoevoer onderbroken. | Stroom- en/of watertoevoer herstellen. | |
| Klappende geluiden van de vulventielen. | Afhankelijk van de huisinstallatie, daarom geen apparaatfout. Geen invloed op de werking van het apparaat. | Geen oplossing voorhanden. |
| Kloppend of ratelend geluid. | Sproeiarm slaat tegen het serviesgoed, serviesgoed niet goed ingeruimd. | Serviesgoed zodanig inruimen dat de sproeiarmen niet tegen het serviesgoed slaan. |
| Bij geringe belading maken de waterstralen rechtstreeks contact met het reservoir. | Apparaat voller laden of het serviesgoed gelijkmatiger verdelen. | |
| Lichte serviesdelen bewegen tijdens het spoelen. | Lichte serviesdelen vast staand inruimen. | |
| Abnormale schuimvorming. | Handafwasmiddel in het reservoir voor glansspoelmiddel. | Voorraadbakje voor glansspoelmiddel direct vullen met glansspoelmiddel. |
| Glansspoelmiddel gemorst. | Glansspoelmiddel verwijderen met een doek. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 49)
--------
Pagina 50
nl Servicedienst
4 Servicedienst
Als u de storing niet zelf kunt verhelpen, neem dan contact op met de Servicedienst. Wij vinden altijd een passende oplossing, ook om een onnodig bezoek van de monteur te voorkomen. De contactgegevens van de dichtstbijzijnde Servicedienst vindt u op de achterkant van deze gebruiksaanwijzing of in de bijgesloten lijst met Servicedienstadressen.
Vermeld bij een telefoongesprek a.u.b. het fabrikaatnummer (ENr. = 1) en het productnummer (FD = 2); deze nummers vindt u op het typeplaatje op de deur van het apparaat.
( 1U
)'
( 1U )'
Vertrouw op de competentie van de fabrikant. Neem contact met ons op. U bent er dan van verzekerd dat de reparatie door ervaren technici wordt uitgevoerd die gebruik maken van de originele reserveonderdelen voor uw apparaat.
* afhankelijk van de uitrustingsvariant van uw afwasautomaat
5 Plaatsen en aansluiten
Om de afwasautomaat goed te laten functioneren moet hij vakkundig worden aangesloten. De gegevens van de aan- en afvoer en de elektrische aansluitwaarden moeten voldoen aan de vereiste criteria, zoals vastgelegd in de volgende alinea's resp. in de montagehandleiding.
Bij de montage de juiste volgorde van de handelingen aanhouden:
- 1. Bij aflevering controleren
- 2. Plaatsen
- 3. Afvoerwateraansluiting
- 4. Drinkwateraansluiting
- 5. Elektrische aansluiting
Inhoud van de verpakking
Voor klachten kunt u terecht bij de winkel waar u het apparaat hebt aangeschaft of bij onze servicedienst.
- Afwasautomaat
- Gebruiksaanwijzing
- Installatievoorschrift
- Korte handleiding*
- Garantie*
- Montagemateriaal
- Stoombeschermingsplaat*
- Rubberlap*
- Aansluitsnoer
* afhankelijk van de uitrustingsvariant van uw afwasautomaat
Veiligheidsvoorschriften
Neem a.u.b. de aanwijzingen voor de veiligheid onder "Bij de installatie" op pagina 6 in acht.
Pagina 51
Plaatsen en aansluiten nl
Aflevering
Uw afwasmachine werd in de fabriek grondig gecontroleerd op correct functioneren. Hierbij zijn kleine watervlekken achtergebleven. Deze zijn na de eerste afwas verdwenen.
Technische gegevens
- Gewicht:
Maximaal 60 kg.
- Spanning:
220–240 V, 50 Hz of 60 Hz
- Aansluitwaarde:
2,0 - 2,4 kW.
- Zekering:
10/16 A (UK 13 A).
- Stroomverbruik: uitgeschakelde toestand (Po)* 0,50 W. niet-uitgeschakelde toestand (klaar) (Pl)* 0,50 W.
*volgens verordeningen (EU) nr.
1016/2010 en 1059/2010
Extra functies en instellingen kunnen het stroomverbruik verhogen.
- Waterdruk: minimaal 0,05 MPa (0,5 bar), maximaal 1 MPa (10 bar).
Bij hogere waterdruk: een drukreduceerventiel ervoor installeren.
- Hoeveelheid binnenstromend water: minimaal 10 liter per minuut.
- Watertemperatuur:
Koudwater.
Bij warm water: maximale temperatuur 60 °C.
- Capaciteit:
12–15 standaardcouverts (afhankelijk van de uitrustingsvariant van uw afwasautomaat).
Plaatsing
De vereiste inbouwmaten vindt u in het montagevoorschrift. Het apparaat met behulp van de verstelbare voetjes waterpas zetten. Let erop dat het apparaat stevig staat.
- Geïntegreerde en onderbouwapparaten die naderhand als vrijstaand apparaat worden opgesteld, moeten beveiligd worden tegen kantelen, bijv. door vastschroeven aan de wand of door inbouw onder een doorlopend werkblad dat aan de kasten ernaast is vastgeschroefd.
- Het apparaat kan zonder problemen tussen wanden van hout of kunststof in een rij keukenmeubelen worden ingebouwd.
Afvoerwateraansluiting
- 1. De noodzakelijke handelingen vindt u in het montagevoorschrift.
Eventueel een sifon met aansluitnippel monteren.
- 2. Afvoerslang met behulp van de meegeleverde onderdelen op de aansluitnippel van de sifon aansluiten.
Let erop dat de waterafvoerslang niet geknikt, ingedrukt of ineen gestrengeld is en dat een stop in de afvoer het wegstromen van het water niet belemmert!
Pagina 52
nl Plaatsen en aansluiten
Drinkwateraansluiting
- 1. De drinkwateraansluiting volgens de montagehandleiding aansluiten met behulp van de bijgevoegde onderdelen.
Zorg ervoor dat de drinkwateraansluiting niet wordt geknikt of geplet, of in de knoop raakt.
- 2. Bij vervanging van het apparaat moet altijd een nieuwe watertoevoerslang in gebruik worden genomen.
Waterdruk: minimaal 0,05 MPa (0,5 bar), maximaal 1 MPa (10 bar).
Bij hogere waterdruk:
een drukreduceerventiel ervoor installeren.
Hoeveelheid binnenstromend water: minimaal 10 liter per minuut.
Watertemperatuur:
Koudwater.
Bij warm water:
maximale temperatuur 60 °C.
Warmwateraansluiting *
* afhankelijk van de uitrustingsvariant van uw afwasautomaat
De afwasautomaat kan op koud of warm water tot max. 60 °C worden aangesloten. De aansluiting op warm water wordt aanbevolen als dit uit een energetisch gunstige warmwaterbereiding en een geschikte installatie ter beschikking staat, bijv. een zonneënergie-installatie met circulatieleiding. Hiermee bespaart energie en tijd. Met de instelling „Warmwater” kunt u uw afwasautomaat optimaal instellen op gebruik met warm water. Wij adviseren hierbij een watertemperatuur (temperatuur van het instromende water) van minimaal 40 °C en maximaal 60 °C. De aansluiting op warm water wordt niet aanbevolen als het water uit een elektrische boiler ter beschikking wordt gesteld.
Om de instelling te wijzigen:
- 1. Deur openen.
- 2. AAN/UIT-schakelaar inschakelen.
- 3. Infotoets 8 3 seconden ingedrukt houden tot het indicatievenster bovenaan de volgende tekst weergeeft:
Bladeren met < >
Instellen met - +
Verlaten met Setup 3 sec.
- 4. Meermaals op de toets > drukken, tot Wateraansluiting verschijnt op het indicatievenster boven .
- 5. Met de insteltoetsen + - de instelling maken.
- 6. Infotoets 8 3 seconden indrukken.
De instelwaarde is opgeslagen.
Pagina 53
Plaatsen en aansluiten nl
Elektrische aansluiting
- Het apparaat uitsluitend via een volgens de voorschriften aangebracht, randgeaard stopcontact op 220 V tot 240 V en 50 Hz of 60 Hz aansluiten. Zie het typeplaatje 9 voor de vereiste zekering.
- Het stopcontact moet zich in de buurt van het apparaat bevinden en ook na het inbouwen goed bereikbaar zijn.
Als de stekker na het inbouwen niet gemakkelijk bereikbaar is, dan moet er volgens de veiligheidsvoorschriften een meerpolige scheidingsinstallatie met een contactopening van minimaal 3 mm aanwezig zijn.
- Veranderingen in de aansluiting mogen alleen door een vakkundig monteur worden uitgevoerd.
- Een verlenging van de elektrische aansluitkabel mag alleen door de Servicedienst geleverd worden.
- Bij gebruik van een aardlekschakelaar mag alleen een type met het teken geïnstalleerd worden. Alleen deze voldoet aan de nu geldende voorwaarden.
- Het apparaat is voorzien van een waterbeveiligingssysteem.
Let op: het functioneert alleen als het apparaat op de stroom is aangesloten.
Demontage
Neem ook hier de volgorde van de handelingen in acht:
- 1. Haal de stekker van het toestel uit het stopcontact.
- 2. Kraan dichtdraaien.
- 3. Afvoer- en drinkwateraansluiting losmaken.
- 4. Bevestigingsschroeven van de meubeldelen losdraaien.
- 5. De plint – indien aanwezig – demonteren.
- 6. Apparaat eruit halen en daarbij de slang voorzichtig naar voren trekken.
Pagina 54
nl Plaatsen en aansluiten
Transport
Afwasmachine leeg laten lopen en losse onderdelen vastzetten.
Het apparaat in de volgende stappen legen:
- 1. Kraan opendraaien.
- 2. Deur openen.
- 3. AAN/UIT-schakelaar inschakelen.
- 4. Programma met de hoogste temperatuur kiezen.
In het indicatievenster boven verschijnt de vermoedelijke programmaduur.
- 5. START-toets indrukken.
- 6. Deur sluiten.
Programma start.
- 7. Na ca. 4 minuten de deur openen.
- 8. START-toets ingedrukt houden tot in het indicatievenster boven „Programma wordt afgebroken”/„Gereed over 1 minuut.” wordt weergegeven.
- 9. Deur sluiten.
- 10. Na ca. 1 minuut de deur openen. Het indicatievenster boven toont: Klaar.
- 11. AAN-/UIT-schakelaar uitschakelen.
- 12. Kraan dichtdraaien, toevoerslang losmaken en laten leeglopen.
Aanwijzing: Apparaat alleen rechtop vervoeren om te voorkomen dat resterend water in het besturingsmechanisme terechtkomt wat tot een verkeerd programmaverloop leidt.
54 Bescherming tegen vorst
Als het apparaat in een voor vorst gevoelige ruimte staat (bijv. in een vakantiehuisje), dan moet u het apparaat helemaaleeg laten lopen (zie Transport).