Neff T27TA69N0, tekst van de handleiding
Pagina's 11–13 van 16 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
Pagina 11
Reinigen en onderhouden nl
| Gerecht | Totale tijd in min. | Stap 1 | Stap 2 | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Branders | |||||||
| Halfsnelbrander | 27-32 | 9 | 10-12 | 7 | 17-20 | ||
| Spaanse pudding** | |||||||
| Sterke brander | 3-8 | * | 5 | 3-8 | |||
| Halfsnelbrander | 8-13 | * | 5 | 8-13 | |||
| Wokbrander | 3-8 | * | 4 | 3-8 | |||
| Biscuit (au bain-marie) | |||||||
| Sterke brander | 35-40 | 9 | 35-40 | ||||
| Wokbrander | 40-45 | 9 | 40-45 | ||||
| Halfsnelbrander | 45-50 | 9 | 45-50 | ||||
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 11)
Kooktips
- Gebruik voor de bereiding van crèmesoepen en peulvruchten een snelkookpan. De bereidingstijd wordt dan merkbaar korter. Gebruikt u een snelkookpan, houd u dan aan de aanwijzingen van de producent. Voeg alle ingrediënten direct aan het begin toe.
- Tijdens het koken van aardappels en rijst moet de pan altijd afgedekt zijn. De bereidingstijd wordt daardoor merkbaar korter. Voordat u pasta, rijst of aardappels toevoegt, moet het water koken. Pas vervolgens de kookstand aan om verder te gaan met de bereiding.
- Bij pannengerechten dient u eerst de olie te verhitten. Zorg ervoor dat de temperatuur tijdens het bakken constant blijft door zo nodig de kookstand aan te passen. Wacht bij het klaarmaken van meerdere porties tot de bereidingstemperatuur weer bereikt is. U dient de gerechten regelmatig te keren.
- Maakt u soepen, crème, linzen of kikkererwten klaar, doe alle ingrediënten dan gelijktijdig in de pan.
2Reinigen en onderhouden
Reiniging
Wanneer het apparaat koud is, reinig het met een spons, water en zeep.
Reinig na elk gebruik het oppervlak van de verschillende elementen van de brander, nadat deze is afgekoeld. Achtergebleven resten (aangekoekt voedsel, vetdruppels, enz.), hoe weinig ook, zetten zich vast op het oppervlak en zijn later moeilijker te verwijderen. Voor een correcte vlam moeten de openingen en gleuven schoon zijn.
De beweging van sommige pannen kan metaalresten achterlaten op de roosters.
Reinig de branders en de roosters met zeepsop en wrijf erover met een niet-metalen borstel.
Indien de roosters rubber voetjes hebben, wees voorzichtig bij het reinigen hiervan. De voetjes kunnen losraken en het rooster kan de kookplaat krassen.
Droog de branders en de roosters altijd volledig. De aanwezigheid van waterdruppels of vochtige zones bij de aanvang van het koken kan het email beschadigen.
Na het reinigen en drogen van de branders, zorg dat de branderdeksels juist geplaatst zijn op de diffusor.
Attentie!
- Het is niet toegestaan de bedieningselementen te verwijderen om het apparaat schoon te maken. Het apparaat kan dan beschadigd raken door inkomend vocht.
- Gebruik geen stoomreinigers. Dit zou de kookplaat kunnen beschadigen.
- Gebruik nooit schuurmiddelen, staalsponzen, snijdende voorwerpen, messen, enz. om aangekoekte voedselresten van de kookplaat te verwijderen.
- Gebruik geen messen, schrapers of soortgelijk om de verbinding van het glas met de sierstrippen van de branders, metalen profielen te reinigen noch op de panelen van glas of aluminium indien aanwezig.
Onderhoud
Reinig meteen gemorste vloeistof. Zo wordt vermeden dat de etensresten zouden kleven en bespaart u onnodige inspanningen.
Schuif de pannen niet over het glas, aangezien er anders krassen kunnen ontstaan. Vermijd ook het vallen van harde of scherpe voorwerpen op het glas. Stoot niet tegen de randen van de kookplaat.
De zandkorrels (bijvoorbeeld afkomstig van de reiniging van bladgroenten en groenten) krassen het oppervlak van het glas.
Gesmolten suiker of voedsel met een hoog suikergehalte dat gemorst wordt, moet onmiddellijk verwijderd worden van de kookzone met behulp van de glasschraper.
Pagina 12
nl Wat te doen bij storingen?
3Wat te doen bij storingen?
Soms kunnen storingen gemakkelijk worden verholpen. Neem de volgende aanwijzingen in acht voor u de servicedienst belt:
| Storing | Mogelijke oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Het algehele elektrische systeem is verstoord. | Zekering defect. | Kijk in de meterkast na of er een zekering beschadigd is. Is dit het geval, dan dient u hem te vervangen. |
| De automatische zekering of een foutstroomveiligheidsschakelaar is in werking getreden. | Controleer bij het bedieningspaneel of de automatische zekering of een foutstroomschakelaar is uitgevallen. | |
| De automatische ontsteking functioneert niet. | Tussen de ontstekingskaarsen en de branders kunnen zich etensresten of resten van schoonmaakmiddelen hebben afgezet. | De tussenruimte tussen ontstekingskaars en brander moet schoon zijn. |
| De branders zijn vochtig. | De branderdeksels zorgvuldig drogen. | |
| De branderdeksels zijn niet goed geplaatst. | Zorg ervoor dat de deksels goed liggen. | |
| Het apparaat is niet geaard, ondeskundig aangesloten of het aardingssnoer is beschadigd. | Neem contact op met uw elektromonteur. | |
| De automatische ontsteking functioneert niet en op het display verschijnt het symbool of . | Het elektronische systeem is oververhit. | Schakel de branders uit of gebruik uitsluitend de laagste branderstand tot de elektronica voldoende is afgekoeld. |
| De vlam van de brander brandt ongelijkmatig. | De branderonderdelen zijn niet juist geplaatst. | Leg de branderonderdelen goed op de betreffende brander. |
| De brandergleuven zijn vervuild. | Reinig de brandergleuven. | |
| De gasstroom schijnt niet goed te functioneren of er komt geen gas vrij. | De gastoevoer is door tussengeschakelde ventielen gesloten. | Open de tussengeschakelde ventielen. |
| Komt het gas uit een gasfles, ga dan na of deze niet leeg is. | U dient de gasfles te vervangen. | |
| In de keuken ruikt het naar gas. | Er staat een gaskraan open. | Sluit de gaskranen. |
| De gasfles is op een ondeskundige manier aangesloten. | Zorg ervoor dat de gasfles naar behoren is aangesloten. | |
| Mogelijk vrijkomen van gas. | Sluit de centrale kraan van de gasleiding, ventileer de ruimte en schakel onmiddellijk een erkend installateur in die de gasinstallatie controleert en het installatiecertificaat opstelt. Gebruik het apparaat niet totdat u er zeker van bent dat er bij de installatie en het apparaat geen gas vrijkomt. | |
| De brander gaat uit zodra de bedieningsknop wordt losgelaten. | U heeft de bedieningsknop niet lang genoeg ingedrukt gehouden. | Is de brander ingeschakeld, houd de bedieningsknop dan enkele seconden langer ingedrukt. |
| De brandergleuven zijn vervuild. | Reinig de brandergleuven. | |
| Op het display verschijnt , , , , , , . | Fout in het elektronisch systeem. | Haal de stekker van de kookplaat uit het stopcontact. Wacht enkele seconden en sluit hem opnieuw aan. Blijft de indicatie oplichten, neem dan contact op met de servicedienst. |
| De kookstand-indicatie op het display wijkt steeds af van de kookstand die met de bedieningsknop gekozen is. | Onjuiste kalibratie van het elektronisch systeem. | De kalibratie uitvoeren volgens het installatievoorschrift. |
Pagina 13
Servicedienst nl
4Servicedienst
Indien onze Technische Dienst aangevraagd wordt, dient het productnummer (E-Nr.) en het fabricagenummer (FD) van het apparaat te worden verstrekt. Deze informatie staat op het gegevensplaatje, op de onderzijde van de kookplaat en op het label van de gebruiksaanwijzing.
De contactgegevens in alle landen vindt u in de bijgesloten lijst met Servicedienstadressen.
Verzoek om reparatie en advies bij storingen NL 088 424 4040
Vertrouw op de competentie van de fabrikant. Dan bent u ervan verzekerd dat de reparatie wordt uitgevoerd door ervaren technici die gebruikmaken van de originele reserveonderdelen voor uw apparaat.
Garantievoorwaarden
Indien het apparaat, tegen onze verwachting in, schade vertoont of niet voldoet aan de voorziene kwaliteitseisen, verzoeken we u om ons dit zo snel mogelijk te laten weten. Opdat de garantie geldig zou zijn, mag het apparaat niet gemanipuleerd noch onderworpen zijn aan een ongeschikt gebruik.
De garantievoorwaarden die van toepassing zijn, worden bepaald door de vertegenwoordiging van onze onderneming in het land waarin de aankoop uitgevoerd is. U kunt gedetailleerde informatie aanvragen op onze verkooppunten. U moet het aankoopbewijs tonen om gebruik te maken van de garantie.
Recht op wijzigingen voorbehouden.
7Milieubescherming
Staat het symbool op het typeplaatje, neem dan de volgende aanwijzingen in acht.
Milieuvriendelijk afvoeren
Voer de verpakking op een milieuvriendelijke manier af.
Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE). De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.
De verpakking van uw apparaat is vervaardigd uit materialen die strikt noodzakelijk zijn om een goede bescherming te garanderen tijdens het vervoer. Deze materialen zijn volledig recyclebaar, op deze wijze wordt het milieueffect verminderd. We nodigen u uit om ook bij te dragen tot het behoud van het milieu, door onderstaande raadgevingen op te volgen:
- gooi de verpakking in de daarvoor bestemde container voor recycling,
- maak een afgedankt apparaat onbruikbaar alvorens het weg te doen. Raadpleeg bij uw lokale overheid het adres van het dichtstbijzijnde inzamelplaats voor recyclebaar materiaal en lever daar uw apparaat in,
- spoel gebruikte olie niet door de gootsteen. Bewaar deze in een gesloten vat en geef deze af in een inzamelpunt of bij het ontbreken hiervan, in een vuilnisbak, (deze komt terecht op een gecontroleerde stortplaats; waarschijnlijk is dit niet de beste oplossing, maar we vermijden waterverontreiniging).