Neff V68YYX4B0, tekst van de handleiding
Pagina's 9–20 van 32 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← pagina's 2–8verder op pagina 21 →
Pagina 9
Bedieningselement Twist Pad® nl
schreven. Het vermogen kan al naar gelang de grootte of materiaal van het kookgerei variëren.
5.5 Kookzone
Controleer voordat u met het koken begint of het formaat van de pan bij de kookzone past waarmee u kookt:
| Gebied | Type kookzone |
|---|---|
| Kookzone met enkele kring | |
| Flex-Zone "Flex Zone", Pagina 13 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 9)
5.6 Restwarmte-indicatie
De kookplaat heeft voor elke kookzone een restwarmte-indicatie. Zolang de restwarmte-indicator brandt, mag u de kookzone niet aanraken.
| Gebied | Hoogste kookstand | |
|---|---|---|
| Vermogensstand 9 PowerBoost | 2.200 W 3.700 W | |
| Vermogensstand 9 PowerBoost | 3.300 W 3.700 W |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 9)
In de vermogensstand 9 bereikt de kookplaat het in de tabel aangegeven vermogen, om de voorverwarmingstijden te verkorten, en houd dit gedurende een zekere tijd aan, zolang er geen andere kookzone aan dezelfde kan in bedrijf is.
| Indicatie | Betekenis |
|---|---|
| De kookzone is heet. | |
| De kookzone is warm. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 9)
5.7 Verzadigingsindicatie
De plaat is met een verzadigingsindicatie uitgerust. Wanneer de geurfilters zijn verzadigd, dan gaat branden en moet u de filters vervangen.
"Geurfilter of akoestisch filter", Pagina 23
6 Bedieningselement Twist Pad®
Met deze magneetknop kunnen kookzones, vermogensstanden en andere kookplaatinstellingen worden geselecteerd. De knop kan op het centrale gebied van het bedieningspaneel worden geplaatst, waar deze blijft zitten. Daarnaast kan de knop te allen tijde worden verwijderd.
Hij bestaat uit twee delen, welke gemakkelijk verwijderd kunnen worden. Wanneer deze van een metalen oppervlak wordt genomen, dan kan het onderste deel op dit vlak bevestigd blijven. Voor het gebruik de twee delen weer in elkaar zetten.
- 3. Om een kookzone in te schakelen, de draaiknop ter hoogte van de gewenste kookzone indrukken.
- 4. De knop draaien en een vermogensstand kiezen.
6.2 Gebruiksaanwijzingen
Binnenin de draaiknop bevindt zich een sterke magneet. Neem daarom volgende aanwijzingen in acht:
6.1 Twist Pad® positioneren en bedienen
- 1. De kookplaat met inschakelen.
- 2. De knop in het centrale bereik van het bedieningspaneel aan het met gemarkeerde punt op het glas zetten.
De draaiknop niet in de omgeving van magnetische gegevensdragers, zoals creditcards of kaarten met magneetstroken brengen. De gegevensdragers kunnen worden beschadigd. Bovendien kunnen er storingen bij televisies en beeldschermen optreden. Metalen deeltjes die aan de onderkant blijven plakken, kunnen krassen veroorzaken op het oppervlak van de kookplaat. De draaiknop altijd schoon houden. Als de knop vuil is, werkt hij mogelijk niet naar behoren. Zie Reinigen van de knop . Pagina 21
Pagina 10
nl Software-update
6.3 Twist Pad® verwijderen
U kunt de draaiknop tijdens het koken van de kookzone verwijderen.
Wanneer u de draaiknop verwijderd, dan wordt de functie Pauze gedurende 10 minuten ingeschakeld.
Pagina 17 Als u de draaiknop na het verstrijken van deze tijd niet in zijn positie terugzet, schakelt de kookplaat uit.
WAARSCHUWING ‒ Brandgevaar!
Wanneer u tijdens deze 10 minuten een metalen voorwerp op het gebied van de draaiknop legt, dan kan de kookzone verder verwarmen.
- Schakel de kookzone altijd middels de hoofdschakelaar uit.
6.4 Gebruik zonder draaiknop Twist Pad®
Wanneer u de draaiknop kwijt bent of in andere situaties, kunt u de kookplaat ook zonder TwistPad gebruiken. Hiervoor:
- 1. De kookplaat met inschakelen.
- 2. Binnen de volgende 5 seconden de symbolen en tegelijk gedurende 4 seconden indrukken. Er klinkt een waarschuwingssignaal en brandt.
- 3. Druk meerdere malen op tot de aanwijzing van de gewenste kookzone gaat branden.
- 4. Stel aansluitend met of de gewenste vermogensstand in.
De kookzone is ingeschakeld en verwarmt.
Opmerkingen
In deze modus is slechts de basisfunctie van de kookzone beschikbaar.
U kunt de draaiknop altijd weer op de programmeerzone positioneren.
7 Software-update
Wanneer het apparaat met Home Connect is verbonden, dan kunnen enkele functies via een software-update beschikbaar zijn.
Verdere informatie over de beschikbaarheid van dergelijke functies vindt u op de website www.nef-home.com
8 Functies
U kunt uw apparaat gebruiken in de luchtafvoermodus of in de luchtcirculatiemodus.
8.1 Gebruik met afvoerlucht
De aangezogen lucht wordt door de vetfilters gereinigd en via een buizensysteem naar de buitenlucht afgevoerd.
De lucht mag niet worden afgevoerd in een schoorsteen die wordt gebruikt voor afvoergassen van apparaten bestemd voor het verbranden van gas of andere brandstoffen (dit geldt niet voor ventilatieapparatuur).
Komt de afvoerlucht terecht in een rook- of afvoergasschoorsteen die niet in gebruik is, dan dient hiervoor toestemming van een vakbekwame schoorsteenveger te worden verkregen.
Wordt de afvoerlucht door de buitenmuur geleid, dan raden wij u aan een telescoop-muurkast te gebruiken.
8.2 Gebruik met circulatielucht
De aangezogen lucht wordt door de vetfilters en een geurfilter gereinigd en weer teruggeleid in de ruimte.
Monteer een geurfilter om geurtjes te voorkomen bij het gebruik van de circulatiefunctie. De verschillende manieren om het apparaat met circulatielucht te gebruiken, vindt u in onze catalogus of kunt u navragen bij uw speciaalzaak. Het daartoe benodigde toebehoren is verkrijgbaar bij de speciaalzaak, de klantenservice of in de online-shop.
Opmerking: Bij intensief en langdurig koken wordt vocht in de lucht van de ruimte afgegeven. Wanneer u het apparaat in de circulatiefunctie gebruikt, dan raden wij aan de keuken afdoende te ventileren, bijvoorbeeld door het kortstondig openen van een raam, om de overtollige vochtigheid af te voeren.
9 Voor het eerste gebruik
Houd de volgende adviezen aan.
9.1 Eerste reiniging
Verpakkingsresten van het kookplaatoppervlak verwijderen en het oppervlak met een vochtige doek afvegen.
Een lijst met de aanbevolen reinigingsmiddelen vindt u op de officiële website www.nef-home.com.
Meer informatie over onderhoud en reiniging.
Pagina 21
Pagina 11
De Bediening in essentie nl
9.2 Apparaat voorbereiden
Voor een correcte werking moet u de componenten in deze volgorde plaatsen:
- 1. De filters plaatsen.
- 2. Het metalen vetfilter plaatsen.
Opmerking: Het apparaat nooit zonder metalen vetfilter en overloopreservoir gebruiken.
9.3 Koken met inductie
Vergeleken met gangbare kookplaten brengt inductiekoken enkele veranderingen met zich mee en biedt het een aantal voordelen zoals tijdbesparing tijdens het koken en braden, energiebesparing, alsmede eenvoudiger onderhoud en reiniging. Het biedt ook een betere warmteregeling, omdat de warmte direct in het kookgerei wordt opgewekt.
9.4 Kookgerei
Een lijst van het aanbevolen kookgerei vindt u op de officiële website www.nef-home.com.
Meer informatie over het passende kookgerei. Pagina 6
9.5 Functie instellen
Het apparaat wordt geleverd met vooringestelde circulatiefunctie.
Wanneer uw kookplaat met luchtafvoer naar buiten is geïnstalleerd, moet u de instelling op deze modus configureren. Meer informatie kunt u vinden in hoofdstuk "Basisinstelingen", Pagina 17
9.6 Home Connect instellen
Als u het apparaat voor de eerste keer inschakelt, wordt de instelling van het thuisnetwerk opgevraagd. Op het display licht gedurende enkele seconden op. Tik om het verbinden met Home Connect te starten op en houd de aanwijzingen in hoofdstuk aan.
Om de instelling te beëindigen, de kookplaat uitschakelen.
U kunt de instelling Home Connect ook op een ander tijdstip uitvoeren.
10 De Bediening in essentie
10.1 Kookplaat inschakelen
- Op drukken.
De symbolen van de kookzones en de momenteel beschikbare functies branden.
De kookplaat is gebruiksklaar.
ReStart
- Wanneer u het apparaat binnen 4 seconden na het uitschakelen weer inschakelt, treedt de kookplaat in werking met de vorige instellingen.
10.2 De kookplaat uitschakelen
aanraken tot de indicaties doven. Alle kookzones zijn uitgeschakeld.
Opmerking: Wanneer alle kookzones langer dan 59 seconden uitgeschakeld zijn, dan schakelt de kookplaat uit.
10.3 De vermogensstand in de kookzones instellen
De kookzone heeft 17 vermogensstanden, die van tot met tussenwaarden worden weergegeven. Kies de vermogensstand die voor het product en de geplande bereiding het meest geschikt is.
- 1. Druk de draaiknop ter hoogte van de gewenste kookzone in om de kookzone te selecteren.
is helderder verlicht.
- 2. Draai aan de draaiknop om de gewenste vermogensstand te selecteren.
De vermogensstand is ingesteld.
Opmerking: Wanneer er geen kookgerei op de kookplaat staat, of de pan niet geschikt is, dan knippert de gekozen vermogensstand. Na een bepaalde tijd wordt de kookzone uitgeschakeld.
QuickStart
- Als u vóór het inschakelen van het apparaat een of meerdere pannen op een kookzone plaatst, herkent de kookplaat deze en kiest de kookplaat automatisch de kookzone voor één van de pannen. Vervolgens in de volgende 59 seconden de vermogensstand kiezen, anders schakelt de kookplaat zelf uit.
Vermogensstand wijzigen of kookzone uitschakelen
- 1. De kookzone kiezen.
- 2. De vermogensstand met de draaiknop wijzigen of op 0 zetten.
De vermogensstand van de kookzone wordt gewijzigd of de kookzone wordt uitgeschakeld.
10.4 Kookadviezen
De tabel geeft aan welke vermogensstand ( ) voor welk levensmiddel geschikt is. De bereidingstijd ( )kan variëren afhankelijk van de soort, het gewicht, de dikte en de kwaliteit van de levensmiddelen. Om voor te verwarmen, vermogensstand 8 - 9 instellen.
| Smelten | ||
|---|---|---|
| Boter, honing, gelatine | 1 - 2 | - |
| Verwarmen en warm houden |
Pagina 12
nl Kapregeling
| Schnitzel, al dan niet gepaneerd | 6 - 7 | 6 - 10 |
| Steak, 3 cm dik | 7 - 8 | 8 - 12 |
| Borst van gevogelte, 2 cm dik | 5 - 6 | 10 - 20 |
| Hamburger (2 cm dik) | 6 - 7 | 10 - 20 |
| Vis en visfilet, gepaneerd | 6 - 7 | 8 - 20 |
| Garnalen en krab | 7 - 8 | 4 - 10 |
| Sauteren van verse groente en paddestoelen | 7 - 8 | 10 - 20 |
| Diepvriesgerechten, bijv. roerbakgerechten | 6 - 7 | 6 - 10 |
| Omelet (na elkaar bakken) | 3.5 - 4.5 | 3 - 10 |
| Braden (150 tot 200 g per portie in 1 tot 2 l olie, in porties frituren) ¹ | ||
| Diepvriesproducten, bijv. frites, kipnuggets | 8 - 9 | - |
| Groente, paddestoelen, gepaneerd, in bierdeeg of in tempura | 6 - 7 | - |
| Klein gebak, bijv. beignets, Berliner bollen, fruit in bierdeeg | 4 - 5 | - |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 12)
| Gekookte worstjes ¹ | 3 - 4 | - |
|---|---|---|
| Ontdooien en opwarmen | ||
| Spinazie, diepvries | 3 - 4 | 15 - 25 |
| Stoven, sudderen | ||
| Aardappelballetjes ¹ | 4.5 - 5.5 | 20 - 30 |
| Geklopte sauzen, bijv. bearnaisesaus, hollandaisesaus | 3 - 4 | 8 - 12 |
| Koken, stomen, stoven | ||
| Rijst met dubbele hoeveelheid water | 2.5 - 3.5 | 15 - 30 |
| Aardappelen in schil | 4.5 - 5.5 | 25 - 35 |
| Pasta ¹ | 6 - 7 | 6 - 10 |
| Soepen | 3.5 - 4.5 | 15 - 60 |
| Groente | 2.5 - 3.5 | 10 - 20 |
| Eenpansgerecht met de snelkookpan | 4.5 - 5.5 | - |
| Sudderen | ||
| Stoofvlees | 4 - 5 | 60 - 100 |
| Goulasch ² | 3 - 4 | 50 - 60 |
| Roosteren/Braden met weinig vet ¹ |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 12)
11 Kapregeling
De kookzone beschikt over een in het kookvlak geïntegreerd luchtafvoersysteem.
Het luchtafvoersysteem wordt via de luchtkwaliteitssensor aangestuurd, welke automatisch de kookdamp herkent en de optimale stand kiest.
De functies voor het aansturen van het luchtafvoersysteem worden hierna beschreven.
U kunt de fabrieksinstellingen te allen tijde wijzigen. "Basisinstelingen", Pagina 17
Opmerking: Om de prestaties te verbeteren, laag kookgerei gebruiken. Bij hoog kookgerei het deksel schuin plaatsen.
11.1 Automatische start voor de ventilatie
Wanneer u de aan de eerste kookzone een vermogensstand toewijst, dan begint het afvoerluchtsysteem automatisch te werken. De luchtkwaliteitssensor herkent automatische de kookdamp en kiest de optimale stand. De indicatie brandt.
Na deze automatische start kunt u de ventilatiestand wijzigen. Ventilatiestand wijzigen of deactiveren.
Pagina 12
11.2 Functies van de sensoren
U kunt de ventilatiewerking van de luchtkwaliteitssensor te allen tijde in- of uitschakelen.
De luchtkwaliteitssensor herkent automatische de kookdamp en kiest de optimale ventilatiestand.
1 Zonder deksel
2 Voorverwarmen op kookstand 8 - 8.5
12
Voor het uitschakelen de gewenste ventilatiestand kiezen of de draaiknop op zetten.
Om de functie in te schakelen, aan de draaiknop draai- en, totdat gaat branden.
11.3 Kapregeling
De kookzone heeft 17 ventilatiestanden, welke van tot met tussenliggende waarden worden weergegeven.
Ventilatie inschakelen
- 1. Druk op .
De ventilatie schakelt met de vooringestelde vermogensstand in.
- 2. Kies met de draaiknop de gewenste ventilatiestand. De vermogensstand van de ventilatie brandt.
Ventilatie wijzigen of uitschakelen
- 1. Druk op .
- 2. Met de draaiknop de gewenste ventilatiestand kiezen of op aanpassen.
11.4 Intensief ventilatiestanden
Er zijn twee intensieve ventilatiestanden, waarbij de ventilatie gedurende een korte tijd met een hoger vermogen draait.
Pagina 13
Favorietenknop nl
Intensiefstanden inschakelen
- 1. Druk op .
- 2. De gewenste intensiefstand kiezen:
- Intensiefstand I: draai aan de draaiknop, totdat gaat branden. Draai opnieuw aan de draaiknop, totdat gaat branden.
- Intensiefstand II: draai aan de draaiknop totdat gaat branden.
Opmerking: Nach ca. 8 minuten schakelt het apparaat zelfstandig terug naar ventilatiestand .
Intensiefstanden wijzigen of uitschakelen
- 1. Druk op .
- 2. Met de draaiknop de gewenste ventilatiestand kiezen of op aanpassen.
11.5 Naventilatie voor ventilatie
De ventilatie loopt nog enkele minuten na het uitschakelen van de kookzone met de hoofdschakelaar na. Een vereiste daarvoor is dat de kookzone minimaal één minuut is ingeschakeld en dat de ventilatie loopt. De ventilatie schakelt zich na het verstrijken van de betreffende tijdsduur automatisch uit. Deze tijdsduur hangt af van de functie, waarin het apparaat is geïnstalleerd. Bij ingeschakelde ventilatie is de ventilatiestand verlicht. U kunt de ventilatie te allen tijde uitschakelen, door op te drukken.
12 Favorietenknop
Met de functie kunt u twee functies of kookinstellingen kiezen, om deze op snel toegankelijk te maken.
12.1 Favorietenknop functies toekennen
Vereiste: Het apparaat met Home Connect verbinden. Home Connect
- 1. Om functies toe te kennen, de Home Connect app openen en de aanwijzingen opvolgen.
- 2. Zodra u de functies heeft toegekend, kunt u deze gebruiken:
Functie 1: kort drukken.
Functie 2: lang drukken.
Opmerking: Wanneer u geen functie heeft toegekend, dan schakelt zich uit na het inschakelen van de kookplaat.
13 Flex Zone
De flexibele kookzone maakt het voor u mogelijk om kookgerei in gelijk welke vorm of grootte naar wens te plaatsen. Hij bestaat uit vier inductoren, die onafhankelijk van elkaar functioneren. Is de flexibele kookzone in gebruik, dan wordt alleen het gebied geactiveerd dat door de pan wordt bedekt.
13.1 Plaatsen van het kookgerei
De flexibele kookzone kan op twee manieren worden geconfigureerd, al naar gelang welk kookgerei wordt gebruikt. Om een goede warmteherkenning en warmteverdeling te waarborgen, het kookgerei goed gecentreerd te plaatsen, zoals op de afbeeldingen is weergegeven.
Als een gecombineerde kookzone
Aanbevolen voor het komen met slechts één stuk kookgerei.
Plaatsen van het kookgerei afhankelijk van de grootte:
Aanbevolen langwerpig kookgerei :
Als twee gescheiden kookzones
Aanbevolen voor het koken met twee stukken kookgerei.
U kunt de voorste en achterste zone gescheiden van elkaar gebruiken en voor elke een eigen vermogensstand instellen.
Pagina 14
nl Tijdfuncties
13.2 Schakel Flex Zone in
- 1. Plaats het kookgerei op de kookzone.
- 2. Het apparaat herkent het kookgerei en kiest de kookzone.
Al naar gelang de grootte en positie van de pan worden de kookzones automatische gescheiden of verbonden.
Als de flexibele zone is verbonden, licht rood op.
Opmerkingen
U kunt de instellingen van de kookzone handmatig wijzigen door aan te raken.
Wanneer u het kookgerei van een actieve verbonden kookzone verplaatst of optilt, start automatische een zoekfunctie. Elke kookgerei, dat bij deze zoekactie binnen de kookzone wordt gevonden, wordt verwarmd met de eerder gekozen kookstand.
14 Tijdfuncties
Uw kookplaat beschikt over verschillende functies voor het instellen van de bereidingstijd:
Uitschakeltimer Timer
Aan de knop is standaard de functie Uitschakeltimer toegekend. U kunt de sensor echter ook aan één van de hierboven genoemde functies toekennen.Deze instellingen kunt u via de Home Connect app of onder Basisinstellingen wijzigen Pagina 17.
14.1 Uitschakeltimer
Met de functie kunt u een bereidingstijd in een kookzone en de automatische uitschakeling ervan na het verstrijken van de ingestelde tijd programmeren.
Uitschakeltimer inschakelen
- 1. Kies de kookzone en de gewenste vermogensstand.
- 2. Op tippen.
en branden.
- 3. Draai, om de gewenste bereidingstijd in te stellen, de draaiknop binnen 10 seconden.
- 4. Raak aan om te bevestigen.
De bereidingstijd begint af te lopen. 1 minuut voor het verstrijken van de geselecteerde tijd klinkt een signaal. U kunt de toestand van het levensmiddel controleren en indien nodig de bereidingstijd verlengen. Wanneer de bereidingstijd is verstreken, schakelt de kookzone uit en er klinkt een signaal.
Opmerkingen
Wanneer in een kookzone, waarin Frying Sensor is geactiveerd, een bereidingstijd is geprogrammeerd,
begint de geprogrammeerde bereidingstijd af te tellen, zodra het gekozen temperatuurniveau is bereikt. Druk, om de aanwijzing tussen de functietemperatuur Frying Sensor en de geprogrammeerde bereidingstijd te wisselen, op de gekozen temperatuur.
Uitschakeltimer wijzigen of uitschakelen
- 1. Kies de kookzone en raak vervolgens het symbool aan.
- 2. De bereidingstijd met de draaiknop wijzigen of op zetten om de functie uit te schakelen.
14.2 Timer
Met de functie kunt u een timer activeren. Deze functie is onafhankelijk van de kookzones en andere instellingen. Deze schakelt de kookzones niet automatisch uit.
Timer inschakelen
Vereiste: de functie toewijzen.
- 1. Raak aan.
- 2. Aan de draaiknop draaien om de gewenste tijd te selecteren.
De tijd begint af te lopen.
Als de tijd is verstreken, klinkt er een signaal en knipperen de displays.
Timer wijzigen of uitschakelen
- 1. Raak aan.
- 2. De tijd met de draaiknop wijzigen of op om de functie uit te schakelen.
zetten
15 PowerBoost
Met deze functie verhit u grote hoeveelheden water sneller dan met .
Deze functie is voor alle kookzones beschikbaar, voor zover de andere kookzone aan dezelfde kant niet in gebruik is.
15.1 PowerBoost inschakelen
- 1. Kies de kookzone.
- 2. Draai aan de draaiknop totdat vermogensstand verschijnt.
- 3. Draai de draaiknop opnieuw totdat gaat branden. De functie is ingeschakeld.
Opmerking: Deze functie kunt u ook bij het koken met samenhangende FlexZone inschakelen.
Pagina 15
PanBoost nl
15.2 PowerBoost uitschakelen
- 1. Kies de kookzone.
- 2. Draai aan de draaiknop en kies een andere vermogensstand.
dooft.
De functie is gedeactiveerd.
Opmerking: Om de elektronica-elementen binnenin de kookplaat te beschermen, schakelt deze functie zich onder bepaalde omstandigheden automatisch uit.
16 PanBoost
Met deze functie verhit u pannen sneller dan met . De PowerBoost functie niet met braadpannen gebruiken, de coating kan daarbij beschadigd raken.
U kunt de functie via Home Connect of Favorietenknop activeren.
Deze functie is voor alle kookzones beschikbaar, voor zover de andere kookzone aan dezelfde kant niet in gebruik is. Anders knipperen in de indicatie van de gekozen kookzone en . Vervolgens wordt automatisch ingesteld.
16.1 Gebruiksadviezen
Leg geen deksel op de pan.
Nooit lege pannen zonder toezicht verhitten. Alleen koude pannen gebruiken.
Pannen met volkomen effen bodem gebruiken. Geen pannen met dunne bodem gebruiken.
16.2 Schakel PanBoost in
Vereiste: de functie toewijzen. .
"Favorietenknop", Pagina 13
- 1. Kies de kookzone.
- 2. Op drukken.
- 3. brandt.
De functie is geactiveerd.
Opmerking: Deze functie kunt u ook bij het koken met samenhangende FlexZone inschakelen.
16.3 PanBoost uitschakelen
- 1. Kies de kookzone.
- 2. Draai aan de draaiknop en kies een andere vermogensstand.
dooft.
De functie is gedeactiveerd.
Opmerking: Om hoge temperaturen te vermijden schakelt deze functie na 30 seconden automatisch uit.
17 Warmhoudfunctie
Deze functie kunt u gebruiken om chocolade of boter te smelten en gerechten warm te houden.
U kunt de functie via Home Connect of Favorietenknop activeren.
17.1 Schakel Warmhoudfunctie in
Vereiste: de functie toewijzen. .
"Favorietenknop", Pagina 13
18 PowerTransfer
Met deze functie kunt u de kookstand en de geprogrammeerde bereidingstijd van de ene naar de andere kookzone overdragen.
18.1 PowerTransfer
Vereiste: Verplaats de pan naar een kookzone die niet ingeschakeld is en nog niet vooraf is ingesteld of waarop eerder geen andere pan stond.
- 1. Kies de gewenste kookzone.
- 2. Druk op .
brandt.
De functie is ingeschakeld.
17.2 Schakel Warmhoudfunctie uit
- 1. Kies de kookzone.
- 2. Draai aan de draaiknop en zet deze op . dooft.
De functie is gedeactiveerd.
Pagina 16
nl Frying Sensor
- 1. Verplaats het kookgerei.
Het kookgerei wordt herkend.
Op het display van de nieuwe kookzone knipperen afwisselend de eerder gekozen vermogensstand en .
- 2. Om de instellingen over te nemen, met de draaiknop de nieuwe kookzone selecteren.
De oorspronkelijke kookzone stelt zich op in. De instellingen zijn op de nieuwe kookzone overgedragen.
Opmerking: Wanneer u een nieuw kookgerei op een andere kookzone plaatst, voordat u de instellingen heeft bevestigd, dan kunt u deze functie voor het nieuwe kookgerei gebruiken.
19 Frying Sensor
Met deze functie kunt u smelten, sauzen bereiden, sauteren, frituren of braden, waarbij de temperatuur onder controle wordt gehouden.
In de plaats van tijdens het koken telkens weer de vermogensstand aan te passen, eenmaal de gewenste temperatuur kiezen. De sensoren onder de keramische glasplaat meten dan de temperatuur van het kookgerei en houden deze tijdens het volledige kookproces constant.
Deze functie is beschikbaar op de kookzones die met zijn gemarkeerd.
| Functies | Temperatuur |
|---|---|
| Smelten | 70 - 80ºC |
| Sauzen bereiden | 110 - 120ºC |
| Braden | 140ºC |
| Braden | 160ºC |
| Braden | 180 - 200ºC |
| Braden | 220ºC |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 16)
19.1 Aanbevolen kookgerei
Voor deze functie werd speciaal kookgerei ontwikkeld, dat optimale resultaten levert.
Het aanbevolen kookgerei kunt u verkrijgen via de servicedienst, de vakhandel of onze onlineshop www.nef-home.com.
Opmerking: U kunt ook ander kookgerei gebruiken. Afhankelijk van de kwaliteit van het kookgerei kan de bereikte temperatuur echter van de gekozen temperatuurstand afwijken.
19.2 Frying Sensor inschakelen
- 1. Plaats het lege kookgerei op een kookzone.
- 2. Kookzone kiezen
- 3. Druk op .
, en de vooringestelde temperatuur gaan branden op het display van de geselecteerde kookzone.
- 4. De gewenste temperatuur met de draaiknop selecteren.
knippert op het bedieningspaneel tot de ingestelde temperatuur is bereikt.
De gekozen temperatuur en de ontwikkeling van de in de pannen bereikte temperatuur knipperen afwisselend, tot de gekozen temperatuur is bereikt.
De op de displays weergegeven temperatuur is een benaderingswaarde en kan afwijken van de daadwerkelijke temperatuur in de braadpan.
Wanneer de temperatuur is bereikt, dan klinkt een signaal en alsmede het temperatuursymbool houden op te knipperen.
- 5. Het braadvet en dan het product in de braadpan doen.
Opmerking: Als u meer dan 250 ml olie nodig hebt om te koken, dan de olie toevoegen en een paar seconden wachten voordat u het te bereiden product toevoegt.
19.3 Schakel Frying Sensor uit
- De kookzone kiezen en aanraken.
19.4 Adviezen voor het koken met Frying Sensor
In de bijgevoegde documentatie vindt u een tabel met adviezen voor het koken met Frying Sensor.
20 Kinderslot
De kookplaat is voorzien van een kinderslot. Hiermee voorkomt u dat kinderen de kookplaat inschakelen.
20.1 Kinderslot inschakelen
Vereiste: De kookplaat moet uitgeschakeld zijn.
- Raak gedurende 4 seconden aan.
brandt 10 seconden lang.
De kookplaat is geblokkeerd.
20.2 Kinderslot deactiveren
- 1. De kookplaat inschakelen.
- 2. Raak gedurende 4 seconden aan. De blokkering is opgeheven.
20.3 Automatisch kinderslot
U kunt het kinderslot ook automatisch elke keer na het uitschakelen van de kookplaat activeren.
Pagina 17
Pauze nl
Hoe u de functie activeert en deactiveert kunt u lezen in het hoofdstuk basisinstellingen Pagina 17.
21 Pauze
Met de functie kunt u actieve bereidingsprocessen tot 10 minuten onderbreken en weer starten zonder de gekozen instellingen te hoeven wijzigen.
De functie kunt u bijvoorbeeld voor het reinigen van het bedieningspaneel inschakelen.
21.1 Pauze-functie activeren
- Verwijder de draaiknop van het bedieningspaneel. In de indicaties van de kookzones knippert . Alle actieve bereidingsprocessen worden gestopt. De instellingen blijven bewaard.
De functie is geactiveerd.
21.2 Pauze-functie deactiveren
- Plaats de draaiknop weer op het bedieningspaneel. De functie is gedeactiveerd. De bereidingsprocessen worden voortgezet.
Opmerking: Na 10 minuten schakelt de kookzone automatisch uit.
22 Individuele veiligheidsuitschakeling
Wanneer een kookzone langere tijd in gebruik is en u geen instelling wijzigt, dan activeert u de veiligheidsfunctie. De kookzone geeft weer en schakelt uit.
De tijd is afhankelijk van het geselecteerde vermogensniveau.
| Vermogensstand | Tijd |
|---|---|
| 1,0 - 1,5 | 10 uur |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 17)
| Vermogensstand | Tijd |
|---|---|
| 2,0 - 3,5 | 5 uur |
| 4,0 - 5,0 | 4 uur |
| 5,5 - 6,5 | 3 uur |
| 7,0 - 7,5 | 2 uur |
| 8,0 - 9,0 | 1 uur |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 17)
Druk op een willekeurige button.
23 Basisinstellingen
U kunt de basisinstellingen van uw apparaat volgens uw wensen instellen.
23.1 Overzicht van de basisinstellingen
| Indicatie | Instelling | Waarde |
|---|---|---|
| Kinderslot "Kinderslot", Pagina 16 | - Handmatig. ¹ - Automatisch. - Functie uitgeschakeld. | |
| Akoestische signalen | - Het bevestigingssignaal, het foutsignaal en het signaal voor verkeerd gebruik zijn gedeactiveerd. - Het foutsignaal is geactiveerd. - Het bevestigingssignaal en het signaal voor verkeerd gebruik zijn geactiveerd. - Alle geluidssignalen zijn ingeschakeld ¹. | |
| Geluidsvolume van de akoestische signalen | - Stil. - Gemiddeld. ¹ – Luid. | |
| op het bedieningspaneel één van de tijdprogrammeerfuncties toekennen. "Tijdfuncties", Pagina 14 | - Uitschakeltimer. ¹ - Timer. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 17)
1 Fabrieksinstelling
17
Pagina 18
nl Basisinstellingen
| Indicatie | Instelling | Waarde |
|---|---|---|
| Vermogensbegrenzing Daarmee kunt u indien nodig het totale vermogen van de kookplaat vanwege de specificaties van uw elektrische installatie begrenzen. Houd de bepalingen van uw lokale elektriciteitsbedrijf aan. De beschikbare instellingen zijn afhankelijk van het maximale vermogen van de kookplaat. Overige informatie vindt u op het typeplaatje. Wanneer de functie is ingeschakeld en de kookplaat de ingestelde vermogensgrens bereikt, dan knippert de gewenste en toegestane vermogensstand en kunt u geen hogere vermogensstand kiezen. | Het vermogen wordt met elke stap met 500 W verhoogd. – Uitgeschakeld. Maximale vermogen van de kookplaat 1. - 1000 W. Laagste vermogen. . - 1500 W. ... - 3000 W. . - 3500 W. - 4000 W. . - 4500 W. ... - Maximale vermogen van de kookplaat. | |
| Demonstratiemodus Demo-modus van de kookplaat. Wanneer u de kookplaat inschakelt, brandt enkele seconden lang en verwarmen de kookzones niet. | - Uitgeschakeld. ¹ - Ingeschakeld. | |
| Kookgerei-test Met deze functie kunt u de kwaliteit van het kookgerei testen. "Kookgerei-test", Pagina 19 | - Ongeschikt. - Niet optimaal. - Geschikt. | |
| Luchtcirculatie of luchtafvoer instellen. | - Luchtcirculatie configureren. ¹ - Luchtafvoer configureren. | |
| Automatisch starten van de ventilatie instellen. | - Uitgeschakeld. - De ventilatie start met de vooringestelde vermogensstand. - De ventilatie start bij bedrijf door de sensor. ¹ | |
| Sensorgevoeligheid voor de ventilatie instellen. | - Laagste instelling van de sensorgevoeligheid. - Middelste instelling van de sensorgevoeligheid. ¹ - Hoogste instelling van de sensorgevoeligheid. | |
| Naventilatie voor ventilatie instellen. | - Uitgeschakeld. - Ingeschakeld. Wanneer uw kookplaat werkt met afvoerluchtfunctie, dan schakelt de ventilatie gedurende ca. 6 minuten met de vermogensstand in. Wanneer de kookplaat met de circulatieluchtfunctie werkt, dan schakelt de ventilatie gedurende ca. 30 minuten met de vermogensstand in. ¹ - Ingeschakeld door de sensor. | |
| Terugzetten naar de fabrieksinstellingen | - Individuele instellingen ¹. - Fabrieksinstellingen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 18)
23.2 Naar de basisinstellingen
Vereiste: De kookplaat moet uitgeschakeld zijn.
- 1. Raak aan om de kookplaat in te schakelen.
- 2. Binnen de volgende 10 seconden gedurende 4 seconden aanraken.
| Productinformatie | Indicatie |
|---|---|
| Klantenserviceoverzicht | |
| Fabricagenummer | |
| Fabricagenummer 1 | |
| Fabricagenummer 2 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 18)
De eerste vier indicaties geven productinformatie weer. aanraken om de afzonderlijke indicaties weer te geven.
1 Fabrieksinstelling
18
- 3. Raak aan om naar de basisinstellingen te gaan. en lichten op als voorinstelling.
- 4. Raak net zo lang aan totdat de gewenste instelling verschijnt.
- 5. De gewenste instelling met de draaiknop selecteren.
- 6. Raak gedurende 4 seconden aan.
De instellingen zijn opgeslagen.
23.3 Wijzigen van de basisinstellingen annuleren
- Raak aan.
Alle wijzigingen werden verworpen en niet opgeslagen.
Pagina 19
Kookgerei-test nl
24 Kookgerei-test
De kwaliteit van het kookgerei heeft een grote invloed op de snelheid en het resultaat van het kookproces. Met deze functie kunt u de kwaliteit van het kookgerei testen.
Ga vóór de test na of de diameter van de bodem van de pan met de diameter van de gebruikte kookzone overeenstemt.
De toegang vindt plaats via de basisinstellingen. Pagina 17
24.1 Kookgerei-test uitvoeren
Vereiste: De flexibele kookzone is als enige kookzone zo ingesteld dat deze slechts één enkele stuk kookgerei controleert.
- 1. Plaats het kookgerei bij kamertemperatuur met ca. 200 ml water midden op die kookzone, waarvan de diameter het best overeenkomt met de diameter van de bodem van het kookgerei.
- 2. Roep de basisinstellingen op en kies .
- 3. De draaiknop draaien. In de kookzones knippert . De functie is ingeschakeld.
Na 10 seconden verschijnt het resultaat op het kookzonedisplay.
24.2 Resultaat controleren
In de volgende tabel wordt weergegeven wat het resultaat voor kwaliteit en snelheid van het kookproces betekent.
| Resultaat | |
|---|---|
| Het kookgerei is voor de kookzone niet geschikt en wordt daarom niet opgewarmd. | |
| Het kookgerei warmt langzamer op dan verwacht en het kookproces verloopt niet optimaal. | |
| Het kookgerei wordt goed warm en het kookproces is in orde. | |
| Om | de functie opnieuw in te schakelen, de draaiknop |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 19)
draaien.
25 Home Connect
Dit apparaat is geschikt voor netwerken. Verbind uw apparaat met een mobiel eindapparaat om functies te kunnen bedienen via de Home Connect app, basisinstellingen aan te passen of de actuele gebruikstoestand te bewaken.
De Home Connect diensten zijn niet in elk land beschikbaar. De beschikbaarheid van de functie Home Connect is afhankelijk van de beschikbaarheid van de Home Connect diensten in uw land. Informatie hierover vindt u op: www.home-connect.com.
De Home Connect app leidt u door het gehele aanmeldingsproces. Volg de aanwijzingen en houd u aan de instructies in de Home Connect app.
Opmerkingen
Houd u aan de veiligheidsinstructies in deze gebruiksaanwijzing en zorg ervoor dat deze ook worden nageleefd wanneer u het apparaat via de Home Connect app bedient.
"Veiligheid", Pagina 2
De bediening aan het apparaat heeft altijd voorrang. Gedurende deze tijd is de bediening via de Home Connect app niet mogelijk.
In de netwerkgebonden stand-by-stand heeft het apparaat max. 2 W nodig.
25.1 Home Connect instellen
Vereisten
Het apparaat is verbonden met het stroomnet en ingeschakeld.
U beschikt over een mobiel eindapparaat met een actuele versie van het iOS- of Android-besturingssysteem, bijvoorbeeld een smartphone.
Het apparaat heeft op de plaats van opstelling ontvangst van het thuisnetwerk (wifi).
Het mobiele eindapparaat en het apparaat bevinden zich binnen het bereik van het WiFi-signaal van uw thuisnetwerk.
- 1. Scan de volgende QR-code.
Via de QR-code kunt u de Home Connect app installeren en uw apparaat verbinden.
- 2. De aanwijzingen van de Home Connect app opvolgen.
25.2 WiFi-symbool
De WiFi-indicatie op het bedieningspaneel wijzigt afhankelijk van de status en de kwaliteit van der verbinding en de beschikbaarheid van de Home Connect server.
| Status | Beschrijving |
|---|---|
| Brandt wit. | Geen netwerkverbinding opgeslagen. |
| Brandt rood. | Netwerkverbinding opgeslagen en WiFi actief. |
| Knippert rood. | Netwerkverbinding of verbinding met een ander apparaat wordt tot stand gebracht. De netwerkinstellingen worden gereset. |
Pagina 20
nl Home Connect
25.3 Wifi-thuisnetwerk toevoegen of verwijderen
In het volgende overzicht ziet u hoe u een wifi-thuisnetwerk kunt toevoegen of verwijderen.
| Wifi-thuisnetwerkstatus | Handeling |
|---|---|
| Geen wifi-thuisnetwerk opgeslagen. | Om het wifi-thuisnetwerk toe te voegen, kort op drukken. |
| Het wifi-thuisnetwerk is opgeslagen. | Om een ander apparaat te koppelen, lang op drukken. |
| Het wifi-thuisnetwerk is opgeslagen. | Om de instellingen van het wifi-thuisnetwerk te resetten, lang op drukken. Als knippert, dan opnieuw lang indrukken. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 20)
25.4 Netwerkverbinding deactiveren
ingedrukt houden. Als knippert, dan opnieuw lang indrukken.
De verbinding met het WiFi-netwerk is gedeactiveerd en de netwerkaansluitingen zijn gescheiden.
Opmerking: Om de netwerkverbinding opnieuw te activeren, zie .
"Wifi-thuisnetwerk toevoegen of verwijderen", Pagina 20
25.5 Instellingen via de Home Connect app wijzigen
Met de Home Connect app kunt u de instellingen voor de kookzones wijzigen en naar de kookplaat sturen.
Vereiste: De kookplaat is met het thuisnetwerk en de Home Connect app verbonden.
- 1. De instelling in de Home Connect app uitvoeren en naar de kookplaat sturen.
De aanwijzingen in de Home Connect app opvolgen. Instellingen die u vanuit de Home Connect app naar de kookplaat stuurt, moet u op de kookplaat bevestigen.
Wanneer kookinstellingen naar een kookplaat worden doorgestuurd, begint afhankelijk van de instelling de betreffende kookzone-indicatie te knipperen.
- 2. Druk op om de instellingen te bevestigen.
- 3. Om de instelling te verwerpen, op een willekeurig ander touchveld van de kookplaat drukken.
25.6 Bluetooth®-herkenning activeren
Deze draadloze technologie maakt een automatische aanwezigheidsherkenning mogelijk. Wanneer u zich in de buurt van de kookplaat bevindt, hoeft u de instellingen van uw mobiele eindapparaat niet meer op de kookplaat te bevestigen. Wanneer u instellingen naar een kookzone stuurt, kunt u deze direct vanaf uw mobiele eindapparaat bevestigen.
Vereisten
De kookplaat is met het thuisnetwerk en de Home Connect app verbonden.
Het Bluetooth®-systeem is verbonden met het mobiele apparaat.
20
De gebruiker bevindt zich in de buurt van de kookplaat.
- 1. Open de Home Connect app.
- 2. Volg om de Bluetooth®-herkenning in te stellen, de aanwijzingen in de Home Connect app op.
Opmerking: De Bluetooth®-verbinding wordt gedeactiveerd als de kookplaat uitgeschakeld wordt en in de energiespaarmodus wordt gebracht. Daarnaast kan de Bluetooth®-verbinding via de Home Connect app worden gedeactiveerd.
25.7 Software-update
Met de functie software-update wordt de software van uw apparaat bijgewerkt, bijv. voor optimalisatie, verhelpen van fouten, voor veiligheidsrelevante updates alsmede voor extra functies en diensten.
Voorwaarde is wel dat u een geregistreerde Home Connect gebruiker bent, de app op uw mobiele eindapparaat hebt geïnstalleerd en een verbinding met de Home Connect server hebt gemaakt.
Zodra er een software-update beschikbaar is, wordt u hierover via de Home Connect app geïnformeerd en kunt u de software-update via de app starten. Na het succesvol downloaden kunt u de installatie via de Home Connect app starten als u in uw WLAN-thuisnetwerk (WiFi) bent. Over een succesvol uitgevoerde installatie wordt u via de Home Connect app geïnformeerd. De actuele softwareversie is in de Home Connect app onder de apparaatinformatie van het apparaat te vinden.
Opmerkingen
De software-update bestaat uit twee stappen.
- In de eerste stap vindt het downloaden plaats.
- In de tweede stap de installatie op uw apparaat. Tijdens het downloaden kunt u uw apparaat gewoon blijven gebruiken. Afhankelijk van de persoonlijke instellingen in de app kunnen software-updates ook automatisch worden gedownload.
De installatie duurt enkele minuten. Tijdens de installatie kunt u uw apparaat niet gebruiken.
In geval van een veiligheidsrelevante update is het raadzaam deze zo snel mogelijk te installeren. Het apparaat moet voor aanvang van de update worden uitgeschakeld en tot het afronden van de update uitgeschakeld blijven.
25.8 Afstandsdiagnose
De klantenservice kan via de diagnose op afstand toegang verkrijgen tot uw apparaat als u zich met de desbetreffende wens tot de klantenservice richt, uw apparaat met de Home Connect server verbonden is en de diagnose op afstand in het land waarin u het apparaat gebruikt, beschikbaar is.
Tip: Meer informatie alsook aanwijzingen over de beschikbaarheid van de diagnose op afstand in uw land vindt u in het gedeelte service/support van de lokale website: www.home-connect.com.
25.9 Bescherming persoonsgegevens
Neem de aanwijzingen m.b.t. de bescherming van de persoonsgegevens in acht.
Wanneer uw apparaat voor de eerste keer wordt verbonden met een thuisnetwerk dat op het internet is aan-